Een diadeem voor Julius Caesar

Kleopatra VII, geliefde van Caesar, met de diadeem die toont dat ze een koningin is (Altes Museum, Berlijn)

Het was 23 januari in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Antonius het consulaat bekleedden (44 v.Chr.). U weet, na deze constatering, dat u bent beland in een nieuw deel in de naar een climax neigende reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij keerde terug naar Rome. Hij had de Saturnalia gevierd in Puteoli en had op de Albaanse Berg (ten zuiden van Rome) de zogeheten Latijnse Feesten voorgezeten. Dat was een plechtigheid waarbij de steden uit de omgeving van Rome samen offerden aan Jupiter. Als voornaamste magistraat van de voornaamste stad, en toevallig ook als hogepriester, zal Caesar zijn voorgegaan, melk hebben geplengd en een wit rund hebben geofferd. Daarna was hij richting Rome afgereisd. De volgende dag betrad hij de stad in een kleine triomftocht, een zogeheten ovatie, die vermeld staat op een kalender waarvan de fragmenten zijn te zien in de Capitolijnse Musea. Daardoor weten we dat het 23 januari was.

Caesar was al een paar weken niet in de stad geweest. Er heerste enthousiasme voor de naderende Parthische Oorlog, maar er was ook een vorm van enthousiasme waar Caesar zich ongemakkelijk bij voelde. Nikolaos van Damascus, een tijdgenoot en biograaf van keizer Augustus, vertelt:

Het volk eiste luidkeels dat hij koning zou worden en dat ze niet langer zouden wachten om hem te kronen, aangezien het Lot hem al had gekroond. Maar Caesar antwoordde dat hij, hoewel hij er altijd naar had gestreefd om het volk ter wille te zijn, nooit zou instemmen met zo’n daad. Uit respect voor de republikeinse tradities vroeg hij om begrip voor zijn weigering. Hij verkoos een legale hoogste magistratuur boven een illegale.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.70.

Een diadeem voor Caesar

De biograaf Suetonius vermeldt een soortgelijk incident. Toelichting: een diadeem was een symbool van koninklijke waardigheid. Zie het plaatje hierboven.

Bij zijn terugkeer in Rome na de Latijnse Feesten werd Caesar door het volk met ongekend enthousiasme toegejuicht. Iemand uit de massa plaatste bij die gelegenheid op zijn standbeeld een lauwerkrans, omwonden met een witte band. De volkstribunen Gaius Epidius Marullus en Lucius Caesetius Flavus gaven bevel de band van de krans weg te nemen en de man te arresteren. Maar Caesar voer heftig tegen de tribunen uit en onthief hen van hun functie, woedend omdat de suggestie van het koningschap zo slecht werd ontvangen of, zoals hij zelf beweerde, omdat hem de eer was ontnomen het koningschap te weigeren.noot Suetonius, Caesar 79; vert. Daan den Hengst.

Dit was de tweede van drie incidenten die volgens Titus Livius de samenzwering de wind in de zeilen gaven. Het voorval is in elk geval goed gedocumenteerd, want ook andere auteurs noemen het. Nikolaos van Damascus weet dat het standbeeld van goud was en stond op de Rostra, het sprekersplatform op het Forum Romanum.

Zodra Caesar van het voorval hoorde, riep hij de Senaat bijeen in de Tempel van Concordia en beschuldigde hij de tribunen ervan dat zij zelf het beeld in het geheim met de diadeem hadden gekroond om hem publiekelijk te beledigen en (hem en de Senaat negerend) de indruk te wekken dat ze zich als dappere mannen gedroegen, terwijl het hem, Caesar, aan eergevoel ontbrak.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.69.

Paranoia

Dat de volkstribunen, om te laten zien dat ze deugden, de diadeem zélf hadden laten aanbrengen, klinkt behoorlijk paranoïde. Maar er was zeker reden voor bezorgdheid.

Caesar voegde eraan toe dat hun gebaar een groter plan en een ernstiger bedreiging verried: als ze er ooit in zouden slagen hem als usurpator bij het volk in diskrediet te brengen, zou een weergaloze crisis volgen en zou hij gedood worden.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.69.

Caesar wist dat er plannen waren hem te doden en redeneerde dat de volksgunst een garantie vormde voor zijn leven. Hij vermoedde bovendien (en terecht) dat als hij gedood zou worden, de anarchie zou terugkeren. Ook Cicero dacht er zo over, zoals we in een eerder stukje hebben gezien. Suetonius noteert:

Caesar zou zelfs bij herhaling hebben gezegd dat de staat er, meer dan hijzelf, bij gebaat was dat hij in leven bleef. Hij had al macht en roem in overvloed verworven, maar de staat zou, als hem iets overkwam, geen rust meer kennen en nog veel zwaarder door burgeroorlogen worden geteisterd.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

Moi ou le chaos

Het incident met de diadeem op het standbeeld zegt veel over Caesars pogingen een voor iedereen aanvaardbare machtspositie te scheppen. Enerzijds bleef hij demonstratief binnen de constitutionele grenzen. Daarmee probeerde hij de verwijten van de complotteurs te pareren. Anderzijds was er dreiging: hij benadrukte dat als hij weg zou vallen, de gevolgen catastrofaal zouden zijn. Moi ou le chaos.

En verder moesten oude grieven maar vergeven en vergeten  zijn. Caesar gaf het voorbeeld. Ballingen mochten terugkeren, de weduwen van gedode tegenstanders werden hersteld in hun rechten. Het leek te werken – er was althans enige toenadering toen de senatoren een eed van trouw aflegden.

Er zijn er die menen dat hij, vertrouwend op het laatste Senaatsbesluit en de eed van de senatoren, zelfs de Spaanse lijfwachten, die hem overal met getrokken zwaard begeleidden, had weggezonden.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

Binnen twee maanden zou duidelijk zijn dat Caesar te optimistisch was geweest.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #AlbaanseBerg #diadeem #dictator #JuliusCaesar #koningschap #LatijnseFeesten #NikolaosVanDamascus #Periochae #Rome #Rostra #Suetonius #TitusLivius

II Parthica, Romes strategische reserve

Felsonius Verus, standaarddrager van II Parthica. Hij heeft de adelaarstandaard van zijn legioen opgeruimd in een beschermende kooi, klaar voor transport (Apamea)

In de eerste twee eeuwen van onze jaartelling plaatsten de Romeinen hun legioenen niet ver van de Rijn, Donau en Eufraat. De transportwegen moesten immers worden bewaakt en bijkomend voordeel was dat een vijand altijd een rivier moest oversteken, wat meestal wat voorbereiding vergde en dus de verdediger tijdwinst opleverde. Het nadeel van deze vorm van lijnverdediging was dat als de vijand eenmaal was doorgebroken, hij meteen diep het imperium kon binnendringen. Vandaar dat in de Late Oudheid een mobiele strategische reserve bestond.

Ontstaan

Het initiatief kwam van keizer Lucius Septimius Severus (r.193-211). In het kader van zijn oorlog tegen het Parthische Rijk formeerde hij drie nieuwe legioenen: I Parthica en III Parthica bleven in het oosten, maar II Parthica ging met hem mee naar Rome, kreeg een basis op de Albaanse Berg en diende voortaan als strategische reserve. Het legioen, dat tevens diende als tegenwicht tegen de Praetoriaanse Garde in Rome, kreeg al snel een tweede bijnaam, Albana.

Archeologen hebben de begraafplaats op de Albaanse Berg geïdentificeerd en we beschikken ook over grafstenen uit andere delen van het Romeinse Rijk. Een interessant trekje is dat de legionairs van II Parthica niet alleen hun legioensnaam, maar ook hun centuria (bataljon) vermeldden. Alleen de soldaten van II Traiana Fortis die in Alexandrië hun kameraden begroeven, hadden dezelfde gewoonte. Dit suggereert dat de eerste soldaten van het Tweede Parthische Legioen zijn gerekruteerd onder de gelijkgenummerde Alexandrijnse eenheid.

Elf jaar afwezig

Een strategische reserve zet je doorgaans in op een bedreigd punt en omdat Rome in de derde eeuw nogal eens werd bedreigd, marcheerde II Parthica van hot naar her. Waarschijnlijk zette Septimius Severus het in tijdens zijn Britse campagne (208-211) en nam zijn zoon en opvolger Caracalla het legioen mee bij zijn veldtocht tegen de Alamannen in 213. Het bewijs hiervoor is een grafschrift uit Worms, dat echter ook kan verwijzen naar de Germaanse oorlogen van Severus Alexander of Maximinus Thrax (234-236). II Parthica heeft zeker tegen de Parthen gevochten in de campagnes van 214-217. De commandant was betrokken was bij de moord op keizer Caracalla en de troonsbestijging van Macrinus.

In de winter van 217/218 verbleef II Parthica in Apameia in Syrië, waar het de zijde koos van weer een nieuwe pretendent: Caracalla’s familielid Bassianus, beter bekend als keizer Heliogabalus, die op dat moment al de steun had van III Gallica. Na de troonsbestijging van Heliogabalus kreeg het legioen de bijnaam Pia Fidelis Felix Aeterna (“eeuwig trouw, loyaal en gelukkig”). Het is denkbaar dat de soldaten die tijdens de actie waren gesneuveld, als groep zijn begraven. De grafstenen stonden in Apameia op een veldje te wachten op een officiële publicatie, die er bij mijn weten nooit meer is gekomen. Of ze er nog staan, nu Apameia systematisch is geplunderd, weet ik niet, maar kijk wel even hier en daar.

In elk geval keerde II Parthica samen met Heliogabalus terug naar Rome (218/219). Het kan wel elf jaar uit Italië zijn weggeweest, als het legioen inderdaad deelgenomen heeft aan de campagnes in Schotland, tegen de Alamannen en tegen de Parthen.

Grafschrift uit Worms (Andreasstift)

Opnieuw op mars

In 231 vertrok keizer Severus Alexander naar het oosten om te strijden tegen een nieuwe vijand: de Sassanidische Perzen, die inmiddels de Parthen hadden vervangen. Opnieuw had II Parthica zijn winterverblijf in Apameia. De veldtocht verliep in zoverre succesvol dat de Perzische expansie een halt werd toegeroepen. Misschien behoren de hierboven genoemde grafstenen uit Apameia bij deze gevechten.

Vervolgens marcheerde Severus Alexander via de Balkan en langs de Donau naar het Rijnland, waar II Parthica opnieuw een rol speelde in een oorlog tegen de Alamannen. De soldaten waren aanwezig in Mainz toen Severus Alexander werd vermoord (235). Later steunden ze zijn opvolger Maximinus, die de Germaanse oorlog succesvol afrondde.

In de daaropvolgende jaren vocht II Parthica met Maximinus tegen de Sarmaten in wat nu Hongarije is, en nam het deel aan zijn campagne in Italië, waar de Senaat in opstand was gekomen. De senatoren hadden twee nieuwe keizers gekozen, Pupienus en Balbinus, en Maximinus was gedwongen op Rome te marcheren. De soldaten van II Parthica wisten echter dat hun familieleden als gijzelaars dienden en hadden weinig zin in deze oorlog. Ze doodden Maximinus dus in Aquileia. Daarna marcheerden ze naar Rome terug, waar inmiddels Gordianus III aan de macht was gekomen. Het legioen was zeven jaar weggeweest.

Het bleef niet lang in Italië. De begraafplaats op de Albaanse Berg bevat geen grafstenen die jonger zijn dan de regering van Gordianus. De volgende dateerbare inscriptie is de grafsteen van een standaarddrager, Felsonius Verus, gevonden in (alweer) Apameia. Diens grafschrift noemt zijn eenheid II Parthica Gordiana, wat bewijst dat het Tweede bij Gordianus was tijdens zijn Perzische Oorlog (242-244).

In februari 249 was het legioen weer in Italië, hoewel niet per se op de Albaanse Berg. In de tussentijd heeft het misschien deelgenomen aan de oorlog tegen de Carpi van Philippus Arabs. In de tweede helft van 249 streed II Parthica voor deze keizer tegen diens rivaal Decius, maar werd het verslagen bij hetzij Verona in Noord-Italië, hetzij Beroea in Macedonië.

Inscriptie van een soldaat van II Parhica (Capitolijnse Musea, Rome)

Latere veldtochten

Inscripties bewijzen dat II Parthica zich gedurende de volgende halve eeuw in allerlei delen van het imperium bevond, maar het is moeilijk de volgorde van de diverse campagnes vast te stellen. Zeker is dat het Tweede Parthische Legioen in het rond 260 uitgebroken conflict tussen de keizers Gallienus (in Italië) en Postumus (in Gallië) eerstgenoemde steunde, waarvoor het werd beloond met bijnamen als Pia V Fidelis V (“vijfmaal trouw en loyaal”), Pia VI Fidelis VI en ten slotte Pia VII Fidelis VII.

Omdat Gallië tot 274 onafhankelijk was, kan een in Bordeaux gevonden inscriptie met vermelding van II Parthica daar pas in het laatste kwart van de derde eeuw zijn achtergelaten. Een inscriptie uit Arabia Petraea behoort mogelijk tot Aurelianus’ campagnes tegen keizerin Zenobia van Palmyra, dus ruwweg 272-273. Andere inscripties zijn te vinden in Thracië, Numidië en Cilicië. Zoals gezegd: ondateerbaar.

Het Tweede Parthische Legioen bevond zich aan het begin van de vierde eeuw in Italië en is vrijwel zeker ontbonden door Constantijn de Grote. Na zijn overwinning bij de Milvische Brug (oktober 312) reorganiseerde hij namelijk het stedelijk garnizoen. In elk geval wordt niet meer vermeld in onze bronnen of op inscripties.

Hoewel – er is een uitzondering. Rond 400 was een legioen met dezelfde naam, samen met II Armeniaca en II Flavia, gelegerd in Bezabde aan de Tigris, het huidige Cizre. Deze eenheid moet teruggaan op een verzelfstandigde onderafdeling, maar het kan ook een afsplitsing zijn van het in de buurt gelegerde I Parthica. In elk geval kon deze eenheid de verovering van Bezabde door de Perzen in 360 niet voorkomen, waarna II Parthica definitief verdwijnt.

#Alamannen #AlbaanseBerg #Apameia #Aquileia #Aurelianus #Balbinus #Bezabde #Bordeaux #Caracalla #Cizre #ConstantijnDeGrote #CrisisVanDeDerdeEeuw #Decius #FelsoniusVerus #Gallienus #GallischeRijk #GordianusIII #Heliogabalus #IParthica #IIArmeniaca #IIFlavia #IIParthica #IITraianaFortis #IIIGallica #inscriptie #legioen #Macrinus #Mainz #MaximinusThrax #Palmyra #ParthischeRijk #PhilippusArabs #Postumus #PraetoriaanseGarde #Pupienus #RomeinsLeger #SeptimiusSeverus #SeverusAlexander #VMacedonica #Worms #Zenobia