Na de slag bij Gaugamela

De vlakte van Gaugamela, gezien vanuit het zuiden

In onze reeks over Alexander de Grote heb ik een tijdje geleden verteld hoe de Macedoniërs in de zomer van 331 v.Chr. oprukten naar het door de Perzische koning Darius III Codomannus uitgekozen slagveld ten oosten van de rivier de Tigris. Al eerder had ik verteld hoe de slag bij Gaugamela verliep, dus ik neem vandaag de draad van het verhaal op ná Alexanders overwinning en de aftocht van zijn tegenstander. (Als u denkt dat Darius is gevlucht, heeft u de de film van Oliver Stone gezien en geen goed geschiedenisboek gelezen.)

Verliescijfers

Net als na de gevechten aan de Granikos en bij Issos, noteerden de officieren op de dag na de slag het aantal mannen dat niet aanwezig was op het appel. Ook maakten ze een schatting van het aantal gedode vijanden. Alexanders biograaf Curtius Rufus schrijft dat er 40.000 Perzen sneuvelden, “althans volgens de berekeningen van de overwinnaars”, terwijl minder dan 300 Macedoniërs zouden zijn gevallen. De Griekse geschiedschrijver Diodoros verdubbelt de cijfers, namelijk 90.000 en 500, terwijl de anders redelijk nuchtere Arrianus schrijft:

Aan de kant van Alexander sneuvelden ongeveer honderd man, van de paarden kwamen er meer dan duizenden om ten gevolge van wonden en het afjakkeren tijdens de achtervolging. … Men zei dat er bij de barbaren 300.000 doden waren, maar er werden er nog veel meer gevangengenomen.noot Arrianus, Anabasis 3.15.6; vert. Simone Mooij.

Vanzelfsprekend zijn al deze cijfers Macedonische propaganda. De Perzische verliezen moeten lager zijn geweest omdat de soldaten, anders dan bij Issos, zich in alle richtingen konden verspreiden. De Babylonische Astronomische Dagboeken melden dat de soldaten terugkeerden naar hun steden. Dat de Macedonische verliezen hoger waren, of in elk geval serieus, wordt impliciet toegegeven door Curtius Rufus, die meldt dat Alexanders vriend Hefaistion een speerwond aan zijn arm had opgelopen en dat de officieren Krateros, Koinos en Menidas bijna waren bezweken aan pijlwonden. Als zelfs de hoogste officieren zo zwaar waren toegetakeld, kan het voor de manschappen niet veel beter zijn geweest.

Darius’ aftocht

Intussen was Darius op weg gegaan naar Ekbatana in Medië, het huidige Hamadan, nadat hij met gevaar voor eigen leven zijn manschappen had verzameld bij de Grote Zab, een rivier halverwege Gaugamela en Arbela. Curtius Rufus schrijft:

Toen hij de rivier was overgestoken, overwoog hij de brug te laten afbreken, omdat werd gemeld dat de vijand elk moment kon arriveren. Maar hij zag in dat als de brug was vernietigd, duizenden van zijn mensen die nog niet bij de stroom waren aangekomen een prooi zouden zijn voor de vijand. Men is het erover eens dat hij, toen hij wegging en de brug intact liet, heeft gezegd dat hij liever vrije doortocht gaf aan zijn achtervolgers dan de vluchtenden doortocht te ontnemen.noot Curtius Rufus, Alexander 4.16.8-9; vert. Daan Stoffelsen.[/bg_collapse

Koning van Azië

Darius bracht zijn soldaten in veiligheid in het oosten, maar daardoor lag voor de Macedoniërs de weg open naar Babylon en de Perzische hoofdsteden Sousa en Persepolis. De Griekse auteur Ploutarchos meldt dat Alexander na de slag bij Gaugamela tot “koning van Azië” werd uitgeroepen, en hoewel er aanwijzingen zijn dat dit in feite al bij Issos was gebeurd, moest het na Gaugamela wel vreemd lopen wilde de zoon van Zeus zijn pretenties niet waarmaken.

Antipatros

In de dagen na de slag bij Gaugamela lijkt ook het nieuws te zijn aangekomen dat Antipatros, de officier die door Alexander was achtergelaten om de Griekse stadstaten in de gaten te houden, de Spartaanse koning Agis III had verslagen. De chronologie van de Griekse opstand tegen de Macedoniërs is een netelige kwestie, maar Curtius Rufus meldt dat de revolte was afgelopen vóór de slag bij Gaugamela, en hoewel andere bronnen suggereren dat de oorlog langer duurde, lijkt dat toch niet juist. Ploutarchos vermeldt namelijk een uitspraak die haar pointe verliest als er niet een vergelijking zou zijn gemaakt tussen twee veldslagen: Alexander zou hebben gezegd dat terwijl hij en zijn metgezellen een conflict met epische dimensies uitvochten met Darius, de muizen in Griekenland ook oorlog schenen te hebben gevoerd. Zoiets moet zijn gezegd na een veldslag, en dat kan alleen Gaugamela zijn geweest.

Alexander zal hebben geweten dat hij Antipatros tekort deed, want Agis had in de zomer van 331 v.Chr. snel en veel succes geboekt. Op twee na alle steden op de Peloponnesos hadden zich bij hem aangesloten en Athene had, door de Macedoniërs vlootsteun te weigeren, een neutraliteit in acht genomen die grensde aan samenwerking. Agis had echter veel tijd verloren met de belegering van een van de twee pro-Macedonische steden, Megalopolis, waardoor Antipatros de gelegenheid had gekregen een groot leger te verzamelen. Maar ook al waren de Macedoniërs daardoor numeriek in de meerderheid geweest, het ontzet van Megalopolis was een zwaarbevochten overwinning: met 5300 doden was de veldslag een van de bloedigste uit de Griekse geschiedenis. De Spartaanse falanx, ooit het geduchtste leger van Griekenland, was strijdend ten onder gegaan en ook Agis was een heldendood gestorven. Dat Alexander hem vergeleek met een muis, suggereert hoezeer hij de koning van Sparta had gehaat en gevreesd.

De Tigris bij Tikrit; Alexanders mannen marcheerden hierlangs naar Babylon

Naar Babylon

De Macedoniërs hadden zowel in Europa als Azië gezegevierd en Alexander gelastte zijn manschappen verder te trekken. Haast was geboden, want de vele onbegraven lijken op het slagveld trokken ziekten aan. Het leger, inmiddels uitgebreid met olifanten, dromedarissen en een tot dan toe onbekende oosterse diersoort genaamd “kameel”, marcheerde naar het zuiden, naar het centrum van de antieke wereld, de befaamde stad Bab-ili, “poort der goden”. Soldaten die uit de Historiën van Herodotos hadden horen voorlezen, wisten dat de muren van Babylon onneembaar hoog en lang waren.

[Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AgisIII #AlexanderDeGrote #Antipatros #Arbela #Arrianus #DariusIIICodomannus #DiodorosVanSicilië #dromedaris #Erbil #Gaugamela #GroteZab #Hefaistion #kameel #Koinos #Krateros #Megalopolis #olifant #Ploutarchos #QuintusCurtiusRufus #Sparta #Tigris

Alexander de Grote op weg naar Gaugamela

Munt van Mazaios (Staatliches Münzkabinett, München)

Ik liet u gisteren achter bij de brug die Hefaistion, de beste vriend van Alexander de Grote, over de Eufraat aan het bouwen was, toen aan de overzijde van de rivier het leger arriveerde van Mazaios. Hij was een Babyloniër in Perzische dienst. Alexanders biograaf Arrianus vertelt:

De Macedoniërs hadden nog geen verbinding gemaakt die doorliep tot aan de andere oever, omdat ze vreesden dat de troepen van Mazaios het bruggenhoofd zouden aanvallen. Maar toen Mazaios hoorde dat Alexander zelf in aantocht was, sloeg hij met zijn hele leger op de vlucht. Zodra hij weg was, werden de bruggen doorgetrokken naar de overkant en ging Alexander er met zijn leger overheen.noot Arrianus, Anabasis 4.9.14-15; vert. Simone Mooij.

Een Macedonische nederlaag

Arrianus’ idee dat Mazaios op de vlucht sloeg toen de Macedonische koning naderde, gaat direct of indirect terug op de woorden waarmee Alexander, Parmenion en de andere commandanten de gebeurtenis aan hun soldaten uitlegden. Het zal hen zeker bemoedigd hebben dat het eerste treffen met de vijand tijdens deze operatie was uitgelopen op zo’n gemakkelijk succes.

De Macedonische generale staf heeft ongetwijfeld beter geweten. Weinig manoeuvres van Perzische commandanten waren namelijk zó succesvol als die van Mazaios. Alexander was van plan geweest langs de rivier op te rukken naar Babylon, waar hij de aanwezigheid vermoedde van Darius’ nieuwe leger. De schepen die als drijvers voor de bruggen waren benut zouden dienen om het zware materieel te vervoeren. Deze route was de kortste en was bovendien bekend uit de Anabasis van Xenofon. Nu bleek echter dat Darius de weg had geblokkeerd. Het was al na de oogsttijd en in het rivierdal lag het graan opgeslagen in versterkte nederzettingen die Mazaios eenvoudig kon verdedigen of vernietigen. Zijn aftocht richting Babylon betekende dat de Macedoniërs nergens voedsel zouden vinden.

Peutingerkaart: “wegens watergebrek verlaten en onbewoonbare vlakten”

Ze waren gedwongen een andere route te nemen en dat kon alleen de zogeheten Koninklijke Weg zijn, waarvan Alexander wist dat die ergens in het onbekende oosten lag, door de gebieden achter de rivier de Tigris. En het was ronduit onmogelijk snel door Mesopotamië op te rukken in die richting. Op deze breedte bestaat het gebied tussen de twee grote stromen uit een onbegaanbare woestijn, waar het in de hoogzomer al snel 50 graden is. De Romeinse Peutingerkaart typeert het gebied als “wegens watergebrek verlaten en onbewoonbare vlakten” en het is ook in de moderne tijd een obstakel. De ingenieurs die eeuwen later de Bagdadspoorlijn zouden aanleggen, kozen niet voor niets voor een tracé over de minder droge steppe in het noorden. Dat was ook het gebied waar de Macedoniërs nu doorheen zouden trekken, om de woestijn heen.

Darius’ opmars

Toen Darius vernam dat Alexander zich had laten dwingen tot deze omweg en oprukte naar de Tigris, trok hij vanuit Babylon naar het noorden om slag te leveren in het kerngebied van het voormalige koninkrijk Assyrië. Hij wist dat zijn vijand hier vroeg of laat naar toe zou komen en zocht een ruim strijdperk uit waar zijn numerieke meerderheid, anders dan bij Issos, goed tot haar recht zou komen. Zijn commandocentrum richtte hij in te Arba’il (het huidige Erbil), een hooggelegen versterking die befaamd was om haar heiligdom voor de vruchtbaarheidsgodin Ištar en getuige haar naam “vier-godenstad” nog meer cultusplaatsen bezat

De citadel van Arbela

Het was een uitstekende basis. Hier kwam namelijk de Koninklijke Weg samen met de wegen naar Armenië en de oostelijke satrapieën, zodat het eenvoudig was een groot leger samen te trekken. Het door Darius geselecteerde slagveld lag vijfenzeventig kilometer noordwestelijker bij een heuvel die de vorm had van de bult van een dromedaris en daarom werd aangeduid met de Semitische naam van dat dier, gammalu. De Macedoniërs verbasterden de plaatsnamen tot Arbela en Gaugamela.

Toen de Perzen het terrein hadden geëgaliseerd om het berijdbaar te maken voor strijdwagens en ruiters, was het zaak ervoor te zorgen dat Alexander zich niet naar een andere plaats begaf. Darius liet zijn tegenstander daarom ongestoord oprukken door het zuidoosten van het huidige Turkije. Het gebied deed de Macedoniërs denken aan hun vaderland en ze doopten de waterrijke stad Urhai, gelegen op een hoog boven de vlakte uitstekende rots, om tot Edessa, naar een Macedonische stad die net zo hoog lag en beroemd was om haar waterval. In het nabijgelegen Harran liet Alexander zijn mannen enkele dagen rusten en moet hij, gelovig als hij was, hebben geofferd in de tempel voor de maangod Sin. Via het bosrijke Nisibis bereikten de Macedoniërs op 18 september 331 v.Chr. de Tigris, ergens ter hoogte van de huidige Eski Mosul stuwdam.

Edessa

In de val

De Macedoniërs marcheerden een val in. Darius had het leger van Mazaios, dat zich inmiddels bij hem had gevoegd, vooruit gestuurd om het gebied te brandschatten. Alexanders troepen vonden onvoldoende voedsel om zich genoeg te voeden, maar voldoende om niet terug te keren. Overal staken Mazaios’ Babylonische ruiters de rieten daken van de huizen, de korenschoven, de gewassen en de voorraden in brand. De voorde door de Tigris ontruimden ze na een korte schermutseling: Mazaios liet de Macedoniërs verder in de fuik lopen.

Ze waren nu in Assyrië. Hoewel het machtige koninkrijk met die naam al drie eeuwen daarvoor was onderworpen door de Babyloniërs, wier imperium weer was opgenomen in dat van de Perzen, sprak de naam “Assyrië” nog altijd tot de verbeelding. De val van de eens zo machtige hoofdstad Nineveh had ook in Europa indruk gemaakt.

De Tigris

Uit de Babylonische Astronomische Dagboeken weten we dat op de avond van de Macedonische oversteek paniek uitbrak in het Perzische leger. Het ligt voor de hand de oorzaak daarvan te zoeken in het nieuws dat de vijand de rivier was overgestoken. Maar in feite was er geen reden voor paniek. Alexander had exact gedaan wat de grote koning wilde. Door de doorwaadbare plaatsen in de Eufraat en de Tigris vrijwel onbewaakt te laten, had de Pers bewerkstelligd dat zijn vijand optrok naar het slagveld van zíjn keuze. Darius was de situatie volledig meester en zijn zege leek gegarandeerd.

Over de slag bij Gaugamela heb ik al geblogd. U leest hier hoe slechte voortekens werkten als self-fulfilling prophecy en leidden tot de Perzische nederlaag. Volgende maand vervolg ik deze reeks met Alexanders opmars vanuit Assyrië naar Babylon.

[Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AlexanderDeGrote #Arbela #Arrianus #Bagdadspoorlijn #DariusIIICodomannus #dromedaris #Edessa #Erbil #Eufraat #Gaugamela #Harran #KoninklijkeWeg #Mazaios #Nineveh #Nisibis #Parmenion #Peutingerkaart #Tigris

Alexander de Grote in Siwa

De weg naar Siwa

Ik liet u gisteren achter op het moment dat Alexander de Grote, die de plek had gezien waar hij Alexandrië wilde stichten, langs de Mediterrane kust naar het westen trok, richting Siwa, voor een bezoek aan het orakel van de Libische god Ammon. Hij passeerde de plek waar eeuwen later de slag El Alamein zou plaatsvinden en bereikte Paraitonion (Marsa Matrouh), waarvandaan hij met zijn mannen de woestijn introk. Biograaf Curtius Rufus beschrijft het landschap dat u ook op de foto hierboven ziet:

Al het land was onvruchtbaar en doods. Maar toen vlakten verschenen die waren bedekt met diepe lagen zand, was het alsof ze een peilloze zee bevoeren. Met hun ogen speurden ze naar het vasteland, maar nergens zagen ze ook maar een boom of een spoor van bewerkte aarde. Ook het water dat de dromedarissen in leren zakken hadden gedragen raakte op en in de droge bodem en het gloeiende zand was niets te vinden.noot Curtius Rufus, Alexander 4.7.10-12; vert. Daan Stoffelsen.

Ernstiger dan de droogte was het opsteken van de chamsin, een heftige zuidwesterstorm die de regio in het voorjaar teistert. De reiziger voelt de temperatuur in een paar minuten tijd stijgen van 25° naar 45° en wordt gegeseld door een orkaan van woestijnzand dat zó poederfijn is dat het de ademhaling belemmert. Overal vanuit de verduisterde hemel slaat de bliksem neer. Gelukkig ondervonden de Macedoniërs bovennatuurlijke hulp, want toen de nood het hoogst leek, liet de god Zeus namelijk plotseling een regenbui vallen, en toen het leger – hersteld van storm en regen – de weg kwijt was, zagen de manschappen plotseling raven, zodat ze wisten dat ze de bewoonde wereld naderden.

Siwa

Siwa

Met tachtig grote en ruim honderd kleinere bronnen is de Siwa-oase een verrassend groen gebied in de Sahara. Bij het dorp Aghurmi steekt boven de palmen de rotscitadel uit waarop in de Oudheid het paleis stond van de lokale heerser. Hier had farao Amasis, die eigenlijk Chenibra Amose-si-Neith heette en regeerde van 570 tot 526 v.Chr., een tempel gebouwd voor Ammon.

Er is weinig bekend over de van oorsprong Libische god, al lijkt de hij de gedaante van een ram te hebben gehad. Toen Amasis de oase onder controle kreeg, begonnen de Egyptenaren de godheid te identificeren met hun eigen Amun, die eveneens werd afgebeeld met ramshoorns en bovendien een naam had die leek op die van zijn Libische collega. Amun gold als een allesomvattende en daarom onkenbare oppergod. Ik blogde er al eens over.

De orakeltempel in Siwa

Het orakel van deze god was dus niet zomaar de stem van een god die zelf ook was geschapen en wiens kennis zich beperkte tot de geschapen wereld – nee, in Siwa sprak een transcendente godheid die de gehele schepping overzag en alles wist. Voor mensen die enigszins geschoold waren in de Griekse filosofie moet dit herkenbaar zijn geweest, want Plato en Aristoteles hadden vergelijkbare ideeën geopperd. Uit niets blijkt echter dat Alexander en zijn metgezellen dit culturele raakvlak onderkenden.

Archeologen hebben vastgesteld dat Amasis’ tempel, die bekendstond als het “huis van de gever van goede raad”, is gebouwd door Griekse arbeiders uit Kyrene. Zij voorzagen de façade van Dorische zuilen, die tot op de huidige dag te zien zijn. In Kyrene verrees niet veel later een andere tempel voor de orakelgod, die inmiddels was gelijkgesteld aan de Griekse oppergod en daarom werd aangeduid als Zeus-Ammon, een naam die tegelijk een woordspeling was op ammos, “zand”. In de vijfde eeuw verspreidde de cultus voor Zeus-in-’t-zand zich naar het Griekse moederland, waar de dichter Pindaros een beeld van de god in zijn huis plaatste – het huis dat Alexander spaarde toen hij de stad Thebe verwoestte. Ook in Macedonië werd de woestijngod al vereerd en Alexander bracht dus geen bezoek aan een onbekende godheid.

Orakel

Als opvolger van Nektanebo II, die in Siwa een tweede tempel aan Ammon had gewijd, kreeg Alexander meteen toegang tot de god, en toen hij het heiligdom betrad, gebeurde er iets dat zijn leven blijvend zou veranderen. De priester die hem welkom heette, begroette hem in het openbaar als zoon van god. Dat was in lijn met de Egyptische traditie, waarin de vorst immers gold als zoon van Ra, maar Alexander was blij verrast door deze openbaring aangaande zijn afkomst. Voortaan zou hij zich “zoon van Ammon” en “zoon van Zeus” laten noemen. Mocht hij na het aannemen van de Egyptische koningstitels nog aarzelingen hebben gekoesterd, dan waren die nu weggenomen. De scène is afbeeld op een mozaïek dat ik een tijdje geleden fotografeerde in Byblos en dat voor zover ik weet nooit wetenschappelijk is gepubliceerd.

De priester groet de zoon van Zeus (mozaïek uit Byblos)

Meer is er niet bekend over het bezoek, al beschrijft Diodoros van Sicilië de orakelprocedure:

Het houten beeld van de god is ingelegd met smaragden en andere kostbare edelstenen, en het geeft orakels op een heel speciale manier. Het wordt namelijk door tachtig priesters rondgedragen op een gouden boot. Die dragen de god op hun schouders en gaan, niet geleid door eigen wil, in de richting waarheen een wenk van de god hen voert. Een menigte meisjes en vrouwen volgt hen de hele weg, onder het zingen van hymnen en traditionele lofzangen ter ere van de god. noot Diodoros, Wereldgeschiedenis 17.50.6-7; vert. Simone Mooij.

Er is vermoedelijk een vergissing in het spel, want er passen geen tachtig mensen in het binnenste vertrek van de tempel, zeker niet als ze ook nog geacht worden heen en weer te lopen. Maar de beschreven methode is authentiek Egyptisch.

Welke vragen Alexander op deze wijze heeft laten beantwoorden is niet overgeleverd, al lezen we wel dat hij vroeg of de moordenaars van Filippos hun straf hadden ontvangen. Waarschijnlijk gaat deze informatie terug op speculaties onder Alexanders manschappen in de maanden na hun bezoek aan Siwa. Het wordt in elk geval niet bevestigd door de geschiedschrijver Arrianus, die zich beperkt tot de vaststelling dat Alexander “het antwoord kreeg dat hij had gewenst”.

Enfin. Het was tijd om terug te keren naar de kust en naar de bouwplaats die Alexandrië zou worden. Ik rond af met een persoonlijke herinnering: toen ik in Siwa was, regende het. De klimaatverandering was daar en toen al te merken. Na de jaarwisseling meer.

[Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AlexanderDeGrote #Alexandrië #Amasis #Ammon #Amun #Arrianus #chamsin #DiodorosVanSicilië #ElAlamein #NektaneboII #orakel #QuintusCurtiusRufus #Ra #Siwa #transcendentaliteit

Alexander de Grote in Egypte (2)

De Nijl

Vorige maand blogde ik over de wijze waarop Alexander de Grote in Egypte was aangekomen en hoe hij zijn best had gedaan zich als vrome Egyptische vorst te presenteren. Dat was in november of december 332 v.Chr. en we weten niet waar Alexander de winter doorbracht. Zijn Romeinse biograaf Curtius Rufus vermeldt terloops dat de Macedonische veroveraar de Nijlvallei verkende, en hoewel geen enkele andere bron dit bevestigt, kan het waar zijn. Er was in elk geval voldoende tijd.

Nijlcruise?

De Macedonische koning liet een kapel inrichten in een van de tempels van Amun in Thebe, terwijl een inscriptie uit het stroomopwaarts gelegen Edfu melding maakt van de bouwactiviteiten van de “geliefde van Amun en uitverkorene van Ra”. De twee getuigenissen bewijzen niet onomstotelijk dat Alexander zo zuidelijk kwam, maar uitgesloten is een Nijlcruise ook niet, al was het maar omdat de Macedonische koning in Thracië en Illyrië de gewoonte al had ontwikkeld persoonlijk de grenzen van zijn rijk te inspecteren.

Bovendien was een farao aan zijn reputatie verplicht zijn gezicht te laten zien aan de grens met Nubië, om vervolgens te claimen dat hij “de vreemde landen in het zuiden respect voor Horus had bijgebracht en ze had gepacificeerd”. De Perzische veroveraar Kambyses had hetzelfde gedaan. Vaak was zo’n bezoek niet meer dan symbolisch, maar het is opmerkelijk dat juist de Egyptische heersers in de vierde eeuw v.Chr. er serieus werk van maakten en hun aanwezigheid toonden met een uitgebreid bouwprogramma. Alexander kan in hun voetsporen zijn getreden.

Thebe

Naar Siwa

In het voorjaar van 331 v.Chr. was Alexander in elk geval in Memfis, vanwaar hij met een klein leger verder wilde gaan naar het orakel van de god Ammon in de noordoostelijke Sahara. Hoewel het noch in de Oudheid noch in onze tijd aan speculaties heeft ontbroken, is onbekend welke vraag Alexander ertoe bewoog naar de oase van Siwa te trekken om een bezoek te brengen aan dit bonafide maar nogal afgelegen orakel. Zo’n vraag zou kunnen zijn of hij moest ingaan op het al genoemde vredesaanbod van de Perzische koning Darius III, of dat hij werkelijk kon geloven dat hij, zoals de Egyptenaren beweerden, de zoon was van de oppergod.

Misschien was er ook wel geen vraag en was de expeditie naar de oase een militaire oefening ter voorbereiding op de aanval op het land ten oosten van de Eufraat. De Macedoniërs hadden immers geen ervaring met oorlogvoering in de woestijn. Wellicht wilde Alexander, zoals altijd theatraal, de wereld tonen dat Macedoniërs dingen vermochten die de Perzen niet lukten, want Kambyses had volgens Herodotos ooit een leger verloren in de Libische woestijn. Of misschien wilde Alexander wel gewoon genieten van het lege landschap. Het hele bezoek aan Egypte, dat geen urgent militair doel diende, ademt een sfeer van onbezorgd toerisme. En de Macedoniërs zouden vanzelfsprekend niet de laatsten zijn die de bewoners van noordelijk Afrika verbaasden met hun liefde voor de woestijn.

De eenvoudigste weg naar Siwa was die langs de kust, en dus voer het gezelschap de westelijke tak van de Nijl af om aan te komen bij een lagune bij de riviermonding. Arrianus vertelt:

Toen hij die had rondgevaren, ging hij aan land op de plaats waar nu de naar hem genoemde stad Alexandrië ligt. Het kwam hem voor dat die plaats bij uitstek geschikt was om een stad te stichten, en dat die stad heel welvarend zou kunnen worden. noot Arrianus, Anabasis 3.1.5; vert. Simone Mooij.

Het idee om daar een stad te stichten kwam niet uit de lucht vallen. Farao Psamtek I had Egypte in de zevende eeuw opengesteld voor Griekse kooplieden en had Grieken en Kariërs in dienst genomen als huurlingen. Sindsdien waren de contacten alleen maar intensiever geworden. Het economische en politieke zwaartepunt van Egypte was zo naar het noordwesten verschoven. Alexanders voornemen in deze regio een havenstad te stichten was een voortzetting van wat inmiddels traditioneel Egyptisch beleid was.

De kustweg bij El Alamein

Vanaf de plaats waar Alexandrië zou verrijzen trok het legertje naar het westen, waar het stuitte op een gezelschap uit de Griekse steden in de Cyrenaica, die zich aan de Macedoniërs kwamen onderwerpen. Vervolgens trok Alexander de woestijn in.

[Wordt vervolgd. Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#alexanderDeGrote #alexandrie #ammon #amun #arrianus #dariusIiiCodomannus #edfu #herodotosVanHalikarnassos #kambyses #memfis #nektaneboIi #nijl #psamtekI #quintusCurtiusRufus #siwa #thebeEgypte

Klassieke geschiedschrijvers

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Archeologisch Museum, Cherchell)

Ik heb weleens geblogd over een boek dat je in je hotelkamer zou willen vinden, vol hoogtepunten van de Nederlandse literatuur. Met een vertaling ten behoefte van degenen die onze mooie taal niet machtig zijn. Zeg maar een soort Gideons’ Bible maar dan bomvol bijzondere verhalen en gedichten. Het lijkt me fijn voor toeristen om iets verrassends te lezen uit het land ze verblijven.

Ik moest aan dat idee terugdenken toen iemand me laatst vroeg wat je zou kunnen lezen om een beeld te krijgen van de klassieke geschiedschrijving. Geinige vraag eigenlijk.

Herodotos

Om te beginnen: Herodotos. Ik zou twee stukken nemen. Het eerste is het verhaal van de slag bij Thermopylai (7.201-234). Veel klassieker krijg je het niet. De tekst is echter ook interessant.

Herodotos schrijft immers vanuit het perspectief van een soldaat, waardoor de tekst na vijfentwintig eeuwen nog altijd overtuigt. Hier is geen officier aan het woord die begrijpt wat er gaande is, dit is een verhaal over verwarring. Het blijft onduidelijk waarom sommige Griekse contingenten weg gingen van thermopylai en anderen niet. Waren er versterkingen in aantocht? De man in het veld weet het niet. Die kijkt naar wie dapper vocht. En dan zien we ineens Herodotos de literator, die een homerisch beeld gebruikt om moed te prijzen.

Thermopylai helpt ook om uit te leggen dat Herodotos meer dan één bron hanteert. We zien de onderzoeker aan het werk. Die zien we ook in het tweede fragment dat ik zou opnemen in het hotelkamerboek der klassieke geschiedschrijving: zijn bewijs dat de bewoners van Kolchis komen uit Egypte (2.104-106). Herodotos biedt vier argumenten die weliswaar alle vier onjuist zijn, maar wel tonen dat hier een kritische geest aan het werk is.

Andere Griekse teksten

In dit overzicht van klassieke geschiedschrijvers komen we nu bij Thoukydides. Er valt niet aan te ontkomen. We willen echter niet wéér een veldslag of andere menselijke ellende. Dus niet die tyfusepidemie in Athene. Thoukydides’ redevoeringen zou ik ook maar laten wat ze zijn. Ze veronderstellen teveel kennis van specifieke situaties. Waarmee we automatisch uitkomen op de observaties over veranderende taal (3.82-85) die volgen op Thoukydides’ beschrijving van de revolutie op Korkyra.

Nu komen we bij Xenofon. Leuke auteur, maar laten we dan ook een leuke tekst doen. We vermijden het geweld. Iets uit De jeugd van Cyrus dus maar.

Als verrassende keuze die in geen bloemlezing mag ontbreken, nemen we de  integrale Indike van Arrianus. Dat is een samenvatting van wat Nearchos, de admiraal van de vloot van Alexander de Grote, schreef over de Indusvallei en de terugvaart naar Babylonië. Er zit wat geweld in, maar het is een tekst die wat meer bekendheid verdient.

Polybios is geen bloemleesbare auteur. Hij is wel boeiend, maar heeft vaak veel woorden nodig om zijn punt te maken. Het hele zesde boek, waarin hij uitlegt waarom het uitgerekend Rome was dat de Mediterrane wereld verenigde, is te veel.

Latijnse teksten

Ook aan Julius Caesar valt in een overzicht van klassieke geschiedschrijvers niet te ontkomen. Hij is toegankelijk en interessant, maar ook humorloos en eenzijdig. Als er dan toch een veldslag gekozen moet worden, zou ik de ondergang van het Veertiende Legioen nemen (6.26-37). Het verhaal van Ambiorix is niet het slechtste en je vermijdt tenminste dat Caesar zichzelf in het zonnetje zet. De digressies over de gewoontes van de Galliërs en de fauna van de Germanen zouden ook kunnen.

Ik aarzelde over Caesars militaire beschrijvingen, omdat ik denk dat Velleius Paterculus, als we dan toch nog een veldslag nodig hebben, voor een lezer in de Lage Landen interessanter is. De slag in het Teutoburgerwoud (2.117-120) is echt indrukwekkend, vooral omdat Velleius Paterculus de betrokkenen heeft gekend en bereid is de propaganda van keizer Augustus tegen te spreken. Deze tekst contrasteert dan mooi met een selectie uit Tacitus’ Germania. Verder moeten we uit Tacitus maar een verhaal nemen over de ondergang van deze of gene senator. Keuze genoeg.

Appianus

Ik rond af met Appianus van Alexandrië. Van de klassieke geschiedschrijvers (voor zover overgeleverd), is hij is de enige met oog voor sociale verhoudingen als oorzaak van het historisch proces. Zijn causaliteitsbegrip is modern.

Onze hotelbloemlezing bevat dus het begin op van de Burgeroorlogen om een belangrijk punt te maken: dat er geen Griekse en Romeinse historici zijn geweest in onze zin van het woord. We maken onderscheid tussen chemie en voorwetenschappelijke alchemie, tussen astronomie en voorwetenschappelijke astrologie. Voor de voorwetenschappelijke bestudering van het verleden hebben we geen woord. Door Appianus te presenteren als zestien eeuwen zijn tijd vooruit, toon je weliswaar dat de klassieke geschiedschrijvers geen wetenschappers waren, maar eindigt onze bundel positief en doet de hotelbloemlezinglezer goed geluimd de ogen toe.

#Ambiorix #antiekeGeschiedschrijving #Appianus #Arrianus #digressie #HerodotosVanHalikarnassos #JuliusCaesar #KlassiekeGeschiedschrijvers #klassiekeLiteratuur #Kolchis #MarcusVelleiusPaterculus #Nearchos #PubliusCorneliusTacitus #slagBijThermopylai #Thoukydides #Xenofon

Bronkritiek

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Archeologisch Museum, Cherchell)

Oudheidkundigen, en dan vooral de wat meer op teksten gerichten onder hen, maken onderscheid tussen bronkritiek en tekstkritiek. Over het laatste heb ik al vaker geschreven: het is de bepaling van wat eeuwen geleden iemand op papyrus of perkament heeft gezet. De kritiek betreft de overlevering in de meestal middeleeuwse handschriften, meervoud, waarvan we de tekst niet zomaar kunnen aanvaarden maar eerst moeten toetsen. Daarbij passen filologen de Lachmannmethode toe. In de praktijk betreft het vooral Griekse en Romeinse teksten. Egyptische en spijkerschriftteksten zijn namelijk meestal op slechts een kleitablet of één papyrus zijn overgeleverd, zodat er weinig valt te vergelijken.

Bronkritiek

Bronkritiek is de vooral voor oudhistorici belangrijke volgende stap: is de informatie in een bron te herleiden tot een eerdere auteur? Dit is belangrijk, want die eerdere auteur stond dichter bij de beschreven gebeurtenissen en heeft vermoedelijk scherper zicht. Als de evangeliën van Marcus en Lukas elkaar tegenspreken, gaat de voorkeur uit naar Marcus, omdat hij de bron is van Lukas; Lukas geldt dan als “elimineerbaar”.

Dit is ingewikkelder dan het lijkt. De Romeinse historicus Livius benut een Griekse voorganger, Polybios, voor zijn beschrijving van Hannibals tocht over de Alpen; beide teksten staan hier in Engelse vertaling naast elkaar. Je zou denken dat Polybios de betrouwbaardere bron is, maar Livius heeft minimaal één andere bron gebruikt en waar Polybios’ verhaal lastig op de landkaart valt te plotten, lukt dat met Livius juist wel. Het is onbekend wat dit betekent. Misschien documenteert Polybios de onbetrouwbaarheid van een ooggetuige in onbekend gebied en heeft Livius’ andere bron zijn verslag ten onrechte gemodelleerd op een vertrouwde route, misschien ging Livius uit ontevredenheid met de rommelige Polybios op zoek naar iets beters en corrigeerde hij een fout. We weten het niet. In elk geval kun je recentere toevoegingen niet zonder meer elimineren.

Bronvermeldingen

Een volgend probleem bij de bronkritiek is dat het niet makkelijk is oudere bronnen te identificeren. Maar weinig auteurs geven aan wat ze citeren. Een voorbeeld is de Byzantijnse historicus Zosimos, die vertelt Olympiodoros te hebben gebruikt (5.27.1). Andere geschiedschrijvers hadden diverse teksten op hun schrijftafel liggen, namen de informatie daaruit zonder meer over als daarover consensus bestond en noteerden alleen afwijkingen. Dit was de methode van Titus Livius en Arrianus. Weer anderen geven juist weinig aan, zoals Cassius Dio. Om deze reden is bronkritiek bij Cassius Dio moeilijk en bij Zosimos makkelijk.

Soms helpt het om een beeld te hebben van hoe een eerdere auteur schreef. In de identificeerbare citaten blijkt Nearchos, de admiraal van Alexander de Grote, veel aandacht te hebben voor de geluiden die de soldaten konden horen. Als Arrianus later zonder bronvermelding een akoestisch effect beschrijft tijdens een expeditie waar Nearchos bij aanwezig was, is denkbaar dat we Arrianus’ bron toch kunnen identificeren. Denkbaar: ik zou er geen weddenschappen op afsluiten.

Onlogische informatie

Een andere aanwijzing is onlogische informatie. Rond 551 na Chr. schreef Jordanes een Geschiedenis van de Goten waarin hij op gezag van Cassiodorus (wiens verloren geschiedwerk was gepubliceerd in 533) vertelt dat deze Germaanse stam ooit vanuit Scandinavië naar Pommeren was getrokken, daarvandaan richting Oekraïne was gegaan om uiteindelijk via Roemenië het Romeinse Rijk binnen te komen. Er is allerlei literaire kritiek mogelijk: is dit geen verhaal om te tonen dat de Goten steeds beschaafder waren geworden door van de randen van de aarde naar het centrum te komen, dient die opgaande lijn niet om te legitimeren dat de Ostrogoten de macht hadden gekregen in Italië?

De tendens van het geschiedwerk van Jordanes en Cassiodorus is dus duidelijk maar om hun punt te maken, was het onnodig een herkomst te verzinnen in het hoge noorden. Een oorsprong in Oekraïne, het thuisland van de spreekwoordelijk barbaarse Skythen, volstond. De literaire overbodigheid van de noordelijke herkomst suggereert dat deze informatie behoorde tot datgene wat de Goten meenden te weten over hun verleden. Of het wáár is, is een andere vraag; we weten alleen dat het idee van een Scandinavische herkomst in omloop was voordat Cassiodorus de pen ter hand nam.

Dat blijkt trouwens ook uit de woordkeuze. Jordanes vermeldt ergens (op gezag van een andere bron, Orosius) haliurunnae, de heksen die volgens de Goten de voormoeders van de Hunnen waren geweest. Hoewel de etymologie omstreden is, is wel duidelijk dat dit een Germaans woord is. Jordanes/Orosius citeren dus een oudere, Gotische traditie. En nogmaals: dit wil niet zeggen dat de informatie betrouwbaar is, alleen dat de auteurs dit niet hebben verzonnen.

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

#antiekeGeschiedschrijving #Arrianus #bronkritiek #Cassiodorus #CassiusDio #eliminatie #Jordanes #Nearchos #ooggetuige #Orosius #Polybios #TitusLivius #Zosimos

Alexander de Grote in Memfis

De Apis (Liebieghaus, Frankfurt)

In het vorige blogje vertelde ik dat Alexander de Grote zich eind november, begin december 332 v.Chr. vrij eenvoudig meester maakte van Pelousion, de oostelijke tak van de Nijl en Heliopolis. Even verderop lag de oeroude hoofdstad Memfis, die de eenheid symboliseerde van Nijldelta en Nijldal. In het deel van het stadscentrum dat bekendstond als Inebu-hedj, “het witte fort”, loste een Macedonisch garnizoen de laatste Perzische troepen af.

Vermoedelijk bleven zij in Egypte en traden ze in dienst van Alexander. Dat deed in elk geval een zekere Doloaspis, een man met een Iraanse naam die door de geschiedschrijver Arrianus ten onrechte wordt aangeduid als Egyptenaar. Na Alexanders vertrek deelde Doloaspis de hoogste macht met Petosiris, de hogepriester van de god Thoth, en toen zijn collega aftrad, werd Doloaspis satraap van zowel Beneden- als Boven-Egypte.

Het graf van Petosiris

Memfis

In Memfis bezocht de Macedonische koning de tempel van de god Ptah, de Hut-ka-Ptah. Het heiligdom was zo beroemd dat zijn naam, verbasterd tot Aigyptos, al in de tijd van Homeros door de Grieken werd gebruikt als aanduiding van het hele land aan de Nijl. Zij stelden Ptah, die de ambachtslieden beschermde, gelijk aan hun eigen god Hefaistos, maar ter plekke werd hij vooral beschouwd als een schepper-god die nog ouder was dan de Ra-Atum van het rivaliserende Heliopolis. Elders in Egypte bleef de Heliopolitaanse scheppingsmythe echter populairder dan het Memfitische verhaal. Terwijl de Heliopolitaanse Ra traditioneel gold als beschermer van het koningschap en dus van de Egyptische staat, heeft niet één farao zich ooit gepresenteerd als beschermeling van Ptah.

Zo bezien is het wat merkwaardig dat Alexander, toen hij de macht in Egypte had overgenomen, zijn respect betuigde aan de stier Apis, een van de manifestaties van deze god:

In Memfis bracht hij offers aan de goden, met name aan de heilige stier Apis, en organiseerde wedstrijden in atletiek en de muzische kunsten; de beroemdste atleten en kunstenaars waren daarvoor uit Griekenland gekomen.noot Arrianus, Anabasis 3.1.4; vert. Simone Mooij.

Een offer aan Ra of een traditionele koningskroning in Heliopolis zouden handiger zijn geweest om de inheemse bevolking te tonen dat de nieuwe koning hun beschaving met respect bejegende. Het eerbewijs voor de Apis illustreert dat Alexander, zelfs als hij zich aan de Egyptenaren als een der hunnen wilde presenteren, bleef denken vanuit een Grieks kader. Herodotos had (overigens ten onrechte) beschreven hoe de Perzische veroveraar Kambyses in 525 de Apis had verwond, en sindsdien overschatten de Grieken het belang van het heilige dier en de Ptah-cultus enigszins. Ook sportwedstrijden en kunstenaarscompetities waren Griekse, geen Egyptische, gebruiken. Het goedbedoelde feest in Memfis zal zeker enige sympathie bij de Egyptenaren hebben opgeroepen, maar moet ook aanleiding zijn geweest voor verbaasd commentaar.

Zoon van de zon

Toen de Macedonische koning enkele Egyptische koningstitels aannam, doorbrak hij opnieuw de verwachtingen. De farao voerde naast zijn persoonsnaam vier titels en de laatste heersers van het onafhankelijke Egypte hadden deze traditie in ere gehouden. Alexander nam alleen de eerste en vierde titel aan. Hij was nu “de Horus, beschermer van Egypte” en de “geliefde van Amun, uitverkorene van Ra”. De enige vorsten die dezelfde selectie van twee titels hadden gemaakt, waren Kambyses en Darius de Grote, en de vraagt komt op of Alexander zich misschien door een Pers als Doloaspis heeft laten adviseren.

Met het aannemen van deze titels verkreeg Alexander ook de bijzondere rang van “zoon van de zon”, waaraan hij grote betekenis hechtte. Volgens de gebruikelijke genealogie stamde het Macedonische koninklijk huis via Herakles af van Zeus, maar er bestond een tweede traditie, die de dynastie in verband bracht met de zonnegod. Herodotos vermeldt dat de Zon de grondlegger van de Macedonische koninklijke familie ooit speciaal had beschermd; in de koninklijke graven van Vergina zijn afbeeldingen gevonden van een zestienpuntige zon; en Alexander schreef Darius eens dat de aarde geen twee zonnen duldde.

De Zon van Vergina (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

De oppergod en zonnegod waren dus al belangrijk voor de Macedonische koning voor hij aankwam in Egypte, waar deze twee goden niet alleen identiek bleken te zijn, maar de vorst bovendien gold als zoon van het opperwezen. Alexander zou zich voortaan “zoon van Zeus” kunnen noemen. Misschien aarzelde hij nog even omdat ook hij zich realiseerde dat het aanmatigend kon overkomen, maar korte tijd later zou er iets gebeuren dat alle schroom wegnam. Daarover volgende maand.

[Een overzicht van blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AlexanderDeGrote #Apis #Arrianus #DariusIDeGrote #DariusIIICodomannus #Doloaspis #Hefaistos #Heliopolis #Herakles #HerodotosVanHalikarnassos #KambysesII #koningsideologie #Memfis #Nijl #Petosiris #Ptah #Ra #Thoth #ZonVanVergina

Alexander de Grote in Egypte

Alexander als farao (Liebieghaus, Frankfurt)

In onze reeks over Alexander de Grote waren we gekomen bij de opmars naar Egypte. Het laatste militaire obstakel was Gaza geweest en een korte operatie richting Jeruzalem had de flank beveiligd. In november 332 v.Chr. marcheerden de Macedoniërs de Sinaï in. Ze hadden in de voorgaande weken kunnen wennen aan het woestijnlandschap, maar de tweehonderd kilometer lange mars over het strand langs de schaars begroeide zandduinen zal hen toch hebben verrast.

Het was echter geen overdreven moeilijke tocht. Langs de moderne weg kan op acht plaatsen water worden gevonden en hoewel dat een beetje brak is, moet er ook destijds groenvoer voor de paarden en muildieren hebben gegroeid. Voor het eerst ondervonden de Macedoniërs hoe nuttig dromedarissen waren. Ze aten alleen woestijngras, kruiden en twijgjes, die ze overal in de woestijn konden vinden. Fenicische transportschepen voeren langs de kust en zorgden ervoor dat het de Macedoniërs niet ontbrak aan zoet water en voedsel.

Alexander, Parmenion en de andere stafleden zullen zich in deze tijd hebben laten voorlezen uit Herodotos’ Historiën. Ruim een eeuw daarvoor had de Griekse onderzoeker het land aan de Nijl bezocht en nuttige informatie opgeschreven over de geografie van Egypte, de gewoonten van de bewoners en de Perzische verovering in 525 v.Chr. door koning Kambyses. Die was – althans volgens Herodotos – gek geworden en had de heilige Apis-stier gedood.

Pelousion

Eind november bereikten de soldaten het noordoosten van de Nijldelta bij de zwaar versterkte stad die de Grieken Pelousion noemden, “kleistad”, naar het meest opvallende kenmerk van het landschap voor wie uit de woestijn kwam. Kambyses had moeten vechten om de stad, maar dit keer capituleerde het garnizoen onmiddellijk. De geschiedschrijver Arrianus weet:

Omdat Mazakes, de Pers die door Darius tot satraap van Egypte benoemd was, niet over Perzische troepen beschikte, ontving hij Alexander als vriend in stad en land. Alexander legerde een garnizoen in Pelousion en beval de vloot stroomopwaarts te varen tot de stad Memfis.noot Arrianus, Anabasis 3.1.2-3; vert. Simone Mooij.

Mazakes kon weinig anders. Anderhalf jaar eerder had Darius III het Egyptische garnizoen opgeroepen voor de campagne tegen Alexander. Het contingent had zich doodgevochten bij Issos. Niet veel later was een Macedoniër in Perzische dienst met vierduizend Griekse huurlingen naar Egypte gevaren, zeggend dat hij door de grote koning was aangewezen als satraap. Dat was uitgelopen op een gewapend conflict met Mazakes, die weliswaar had gewonnen, maar wiens toch al kleine Perzische garnizoen nog verder was uitgedund.

Mazakes kon bovendien niet rekenen op de steun van de Egyptische bevolking, die zich de regering van de laatste farao Nektanebo II (Nakhthoreb) herinnerde en nog maar vier jaar eerder de opstand had gesteund van een zekere Chababash. En dus gaf Mazakes Pelousion zonder slag of stoot over aan de Macedoniërs.

Langs de Nijl

Na de inspanningen bij Tyrus en Gaza was de verovering van Egypte een even eenvoudig als spectaculair succes. Al in de zevende eeuw had farao Psamtek I Griekse huurlingen in dienst genomen en maatregelen getroffen om de handel te bevorderen. Grieken die het land bezochten keerden vol bewondering terug, zoals Herodotos, die opmerkte dat in geen land ter wereld zoveel bezienswaardigheden waren en men nergens zulke onbeschrijflijk mooie gebouwen aantrof. Hij en zijn landgenoten bewonderden vooral de ouderdom van de Egyptische beschaving en haar kennis van de wereld van het goddelijke.

Zelf beschouwden de Grieken zich als kinderen – jong van geest maar zonder oude tradities, zonder wijsheid en zonder betrouwbare kennis. Waarschijnlijk mede daarom zou Alexander een bezoek brengen aan het orakel van Ammon, dat een solide reputatie bezat van onfeilbaarheid. Gegeven de interesse die de Grieken en Macedoniërs al hadden voor het oudste land ter wereld, was de bezetting ervan een prachtige publiciteitsstunt.

Langs de oostelijke tak van de Nijl trokken de Macedonische vloot en het leger in de richting van het huidige Caïro, waar destijds de Egyptische steden Mennefer en Iunu lagen, door de Grieken aangeduid als Memfis en Heliopolis, “Zonnestad”. Geen van onze bronnen maakt veel woorden vuil aan de opmars, hoewel de Macedoniërs onderweg de vesting Boubastis passeerden, de stad van de godin Bastet, strategisch gelegen op de plaats waar het kanaal van de Nijl naar de Rode Zee begon. Herodotos meende dat de tempel een van de meest bezienswaardige plaatsen in Egypte was en het staat vast dat de laatste farao’s er een eer in stelden deze plaats verder te verfraaien. Het zwijgen van onze auteurs suggereert dat Alexander geen belang stelde in de mooie stad.

Heliopolis

Twee dagen later bereikten de Macedoniërs Heliopolis, een van de heiligste steden in het land van de Nijl, gewijd aan verschillende manifestaties van de zonnegod Ra. Volgens de mythe was deze ooit als Ra-Atum opgerezen uit de voorwereldlijke chaos en had hij daarop het eiland vervaardigd waarop de zonnetempel zou staan. Vervolgens had hij het licht geschapen door de vorm aan te nemen van een vuur dat brandde in een heilige boom, die eveneens werd aangewezen in Heliopolis. Later was de zonnegod in de gedaante van een schitterende vogel, de bennu, neergestreken op een monoliet die ook al te zien was in Heliopolis. Daar masturbeerde hij en bracht zo Shu voort, de god van de door de zon bestraalde lucht, om vervolgens uit zijn braaksel Tefnut te scheppen, de godin van de dauw. De twee kinderen verwekten op hun beurt Nut en Geb (“Moeder Hemel” en “Vader Aarde”) die vervolgens Osiris, Isis, Seth en Nefthys voortbrachten. De god Horus, ten slotte, gold als kind van Isis en Osiris. Het was allemaal gebeurd in Heliopolis.

De Grieken kenden deze verhalen en begrepen het belang van de tempel. Herodotos vermeldde de offers en beschreef de monoliet waarop de bennu was neergestreken. Al eerder had deze vogel, aangeduid als de feniks, zijn intrede gedaan in de Griekse mythologie. Alexander negeerde het allemaal en lijkt alleen in Heliopolis geïnteresseerd te zijn geweest omdat hij daar de Nijl kon oversteken.

[Wordt morgen vervolgd. Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AlexanderDeGrote #Ammon #Apis #Arrianus #bennu #Boubastis #Chababash #DariusIIICodomannus #dromedaris #feniks #Heliopolis #HerodotosVanHalikarnassos #KambysesII #Mazakes #Memfis #NektaneboII #Nijl #Pelousion #PsamtekI #Ra

Dood in Babylon (4)

Marduk

[Het is vandaag op de kop af 2336 jaar geleden dat in Babylon Alexander de Grote stierf. Alle reden om een oud artikel over de grote veroveraar, ooit verschenen in Spiegel Historiael, online te plaatsen. Vandaag dus, in vijf afleveringen. Deel een was hier.]

Gelukkig wisten de chaldeeën ook wat hun koning moest doen om te voorkomen dat het onheil hem zou treffen. Zoals gezegd kon de oppergod Marduk Alexander met goed fatsoen niet met onheil slaan als de vorst de tempeltoren Etemenanki zou restaureren. Hoewel de historicus Arrianus anders beweert en de chaldeeën van bouwfraude beticht, was wel degelijk gewerkt aan de toren. Momenteel zijn drie kleitabletten bekend die het ongelijk van Arrianus bewijzen en de chaldeeën rehabiliteren.

Het gaat om bankafschriften – misschien niet de meest literaire vorm van historische informatie maar wel een buitengewoon nuttige. Hieruit blijkt dat in januari 325 ene Rumahat-Bel een som overmaakte waarmee 31 arbeiders een maand aan het werk konden worden gezet. Twee  jaar daarvoor had de Babyloniër Iddin-Bel, zoon van Bagaparta (een Perzische naam), een bedrag gestort namens zijn zonen, waarvan er een wordt aangeduid als “de perkamentschrijver van Theodosios”, een Griek. Dit is een leuke illustratie van het internationale karakter van het heiligdom en we mogen aannemen dat in Babylon mensen van diverse etnische en religieuze groepen deelnamen aan elkaars feesten. Een derde donateur heet Baruqa, wat sterk doet vermoeden dat het gaat om een Jood met de naam Baruch.

Niet veel later, vermoedelijk in mei, vond een vreemde gebeurtenis plaats, waarvan drie Griekse auteurs verslag doen. Weliswaar leefden Diodoros, Arrianus en Ploutarchos eeuwen later, maar het kan worden bewezen dat hun beschrijvingen teruggaan op de verhalen van drie officieren die in mei 323 in Babylon verbleven: Kleitarchos, Aristoboulos en Ptolemaios. Over de eerste twee is vrij weinig bekend, maar de laatste behoorde tot de vriendenkring van Alexander en zou het na diens dood nog brengen tot farao van Egypte. De drie schrijvers spreken elkaar in de details tegen, maar de hoofdlijn is duidelijk.

Op een dag verliet Alexander zijn troon en liet zijn mantel liggen. Volgens Diodoros/Kleitarchos deed hij dat om zich te laten masseren, volgens Ploutarchos/Ptolemaios ging hij sporten, volgens Arrianus/Aristoboulos nam de koning een militaire parade af.

Over het vervolg zijn de drie bronnen het eens. Een ontsnapte gevangene wist het paleis binnen te dringen, trok de koninklijke mantel aan, zette de diadeem op het hoofd en nam zwijgend plaats op de troon. Toen hem werd gevraagd wat dit te betekenen had, gaf hij geen antwoord (volgens Kleitarchos en Aristoboulos) of zei hij dat een Griek was die Dionysios heette en zojuist door de oppergod was vrijgelaten (volgens Ptolemaios). Alexander raadpleegde zijn zieners, die het als een zeer slecht voorteken beschouwden dat iemand de koning op zijn troon verving, en Alexander daarom, zoals Diodoros schrijft, “adviseerden de man ter dood te brengen, opdat het voorspelde onheil op hem zou worden afgewenteld”.

Diodoros vervolgt met een opmerking dat Alexander later zeer hoog opgaf van de vaardigheden van de chaldeeën en kwaad was op de filosofen die hem hadden overreed naar Babylon te gaan. Ptolemaios rondt zijn verhaal af met de ontroerende opmerking dat de koning “gedeprimeerd bleef, geen vertrouwen in de goden meer had en zich achterdochtig tegenover zijn vrienden gedroeg”. Het moet voor die vrienden moeilijk zijn geweest te zien dat Alexander onder groot verdriet gebukt ging zonder dat ze in staat waren hem te troosten.

[wordt om drie uur nog een keer vervolgd, en u weet al hoe het afloopt]

#AlexanderDeGrote #antiekeGeschiedschrijving #AristoboulosAlexanderhistoricus #Arrianus #AstronomischeDagboeken #Babylon #BabylonischeAstronomie #Chaldeeën #diadeem #DiodorosVanSicilië #Etemenanki #Kleitarchos #PtolemaiosISoter #sterrenkunde #voortekens

Alexander de Grote in Gaza

Achilleus onteert het lijk van Hektor (Nationaal Museum, Beiroet)

Oorlog in Gaza – ik kan me voorstellen dat de lezer die toevallig vandaag op deze blog belandt, vermoedt dat het over recente gebeurtenissen gaat. Maar ik schrijf over de Oudheid, en dit is een aflevering uit een reeks over Alexander de Grote, die we in het vorige blogje hebben achtergelaten bij Tyrus. Hij had de Fenicische havenstad na een maandenlange belegering ingenomen en de verdedigers op het strand gekruisigd.

Toen hij ook de Tyrische vrouwen en kinderen, voor zover die niet naar Karthago hadden kunnen ontkomen, als slaven had verkocht, liet hij in Tyrus een garnizoen van gewonde Macedoniërs achter, die de puinhopen maar moesten zien te veranderen in een bewoonbare stad. Vervolgens trok Alexander verder naar het zuiden.

Strategisch overwegingen

Hij zal tevreden zijn geweest. Nu de Fenicische havens in Macedonische handen waren, konden de Perzen de Fenicische schepen niet meer gebruiken om naar de Egeïsche wateren te varen. Macedonië was nu onbetwist heer en meester van de halve Middellandse Zee en Alexander kon met recht claimen dat hij het officiële, opzettelijk vaag geformuleerde, oorlogsdoel had bereikt: het straffen van de Perzen voor hun inval in Europa.

Het was echter niet mogelijk de oorlog te beëindigen. Daarvoor waren in de eerste plaats militaire redenen. Zolang er geen verdedigbare oostgrens was, kon er geen sprake zijn van een vredesverdrag met de Perzen. De Perzische koning Darius III Codomannus deed echter zijn best om de Macedoniërs tegemoet te komen. Hij stuurde Alexander een brief waarin hij hem een territoriaal compromis voorstelde: voortaan zou de rivier de Halys (in Midden-Turkije) de grens zijn tussen Macedonië en Perzië. Voor Alexander was dit aanbod ontoereikend –hij was immers al in Fenicië.

Dat Darius onderhandelingen aanknoopte, suggereert dat zijn positie na de slag bij Issos was verzwakt. Alexander begreep dat een oostelijke expeditie wel even kon wachten en dat hij eerst een bezoek aan Egypte kon brengen.

Naar Egypte

Een urgente militaire reden was er niet, hooguit een zijdelingse. De Atheners stelden vanouds belang in het door de Egyptenaren geproduceerde graan, zodat het bezetten van het Nijldal een middel was om de Grieken het mes op de keel te zetten. Daar was ook een aanleiding voor, want Sparta was aan het mobiliseren tegen de Macedoniërs. Het kon geen kwaad de Griekse graantoevoer te kunnen afsnijden. Bovendien viel in Egypte buit te halen, en daarna konden de Macedoniërs altijd nog de Eufraat oversteken om af te rekenen met de al eens verslagen Darius.

Laten we een ander motief voor een bezoek aan Egypte niet onderschatten: toerisme. Het land sprak al eeuwen tot de Griekse verbeelding en er was gelegenheid voor vakantie. Na Issos en Tyrus had men die ook wel verdiend.

En dus ging Alexander in de late zomer van 332 v.Chr. vanuit Syrië op weg naar Egypte. Aan de kust van het huidige Israël is in augustus weinig water beschikbaar – de wadi’s staan droog – en daarom bleef een deel van de Macedonische soldaten achter in Syrië, waar ze het betrekkelijk rustig aan konden doen. De opmars van Alexanders leger verliep probleemloos, want aan de kust lagen geen steden die weerstand konden bieden. In het binnenland had de belangrijke stad Samaria al steun toegezegd, zodat er geen flankaanvallen vielen te duchten. Het zuidelijker gelegen tempelstaatje Jeruzalem had zich weliswaar niet onderworpen, maar stelde militair weinig voor. Elf dagen na hun vertrek uit Tyrus bereikten de Macedoniërs Gaza, waar het Perzische garnizoen weigerde te capituleren.

Gaza

Alexander had geen keus: hij moest de stad veroveren. Niet alleen blokkeerde ze de weg naar Egypte, maar ze vormde ook het eindpunt van twee wegen. De ene kwam vanuit Mesopotamië door de woestijn en hoewel ze niet begaanbaar was voor grote legers, konden de Perzen haar gebruiken voor een onverwachte aanval. De ander was de wierookroute, en wie zou de lucratieve wierookhandel niet willen beheersen? Bovendien had Gaza de reputatie dat het onneembaar was en juist dat prikkelde Alexander: zijn tegenstanders zouden geïmponeerd zijn als hij de stad met succes belegerde. Maar hij zou prestigeverlies lijden als hij de stad niet kon innemen.

Het beleg had een ander karakter dan de operaties bij Halikarnassos en Tyrus, waar we het al over hebben gehad. Daar was het mogelijk geweest belegeringsmachines in te zetten. Gaza lag echter op de rand van de woestijn en de zanderige bodem maakte het moeilijk belegeringstorens en schildpadden naar voren te rijden. Een tweede probleem was de watervoorziening. De dichtstbijzijnde wadi stond in september droog en de capaciteit van de schaarse bronnen in de omgeving was niet al te groot. Het water moest dus worden geïmporteerd en we mogen aannemen dat de Macedoniërs hiervoor de Fenicische schepen benutten.

Onze bronnen Arrianus en Curtius Rufus geven uiteenlopende beschrijvingen van de belegering van Gaza. Allebei noemen ze een eerste, mislukte bestorming, waarbij Alexander aan de schouder een schotwond opliep. Eerstgenoemde auteur vertelt dat de Macedoniërs daarna een belegeringsdam bouwden met een geplaveid oppervlak, om te verhinderen dat de wielen van de belegeringsmachines vast zouden komen zitten. Curtius Rufus meldt echter dat de aanleg van de dam diende om het Perzische garnizoen niet te laten merken dat de Macedoniërs feitelijk een tunnel groeven om de muren te ondermijnen. Na twee maanden viel de stad.

Marteling

Curtius Rufus weet meer over de laatste bestorming, namelijk dat zowel Alexander als de garnizoenscommandant, een zekere Batis, gewond raakten. De Macedoniër koelde zijn woede op zijn tegenstander. Hij hield Batis voor dat die alle martelingen zou ondergaan die voor een gevangene konden worden verzonnen. De verslagen garnizoenscommandant gaf geen krimp, waarop Alexander Batis’ enkels met riemen vastbond aan zijn strijdwagen, en de ongelukkige krijgsgevangene rond de stad sleepte. Zo had in legendarische tijden, tijdens de Trojaanse Oorlog, Alexanders voorvader Achilleus het stoffelijk overschot van Hektor onteerd – maar Alexander gebruikte de methode om iemand te doden.

Arrianus vermeldt niets van dit alles. Dat kan betekenen hij iets heeft weggeretoucheerd wat wel heeft plaatsgevonden, maar andersom kan het zijn dat Curtius een te zwart portret schetst van Alexander. Er is geen manier om een keuze te maken. Zolang er geen nieuwe bronnen bijkomen kunnen we alleen constateren dat het lastig is de waarheid te achterhalen.

[Meer stukken over Alexander de Grote hier.]

#Achilleus #AlexanderDeGrote #Arrianus #DariusIIICodomannus #Fenicië #Gaza #Hektor #Israël #QuintusCurtiusRufus #TrojaanseOorlog #Tyrus #Wierookroute