Dood in Babylon (4)

Marduk

[Het is vandaag op de kop af 2336 jaar geleden dat in Babylon Alexander de Grote stierf. Alle reden om een oud artikel over de grote veroveraar, ooit verschenen in Spiegel Historiael, online te plaatsen. Vandaag dus, in vijf afleveringen. Deel een was hier.]

Gelukkig wisten de chaldeeën ook wat hun koning moest doen om te voorkomen dat het onheil hem zou treffen. Zoals gezegd kon de oppergod Marduk Alexander met goed fatsoen niet met onheil slaan als de vorst de tempeltoren Etemenanki zou restaureren. Hoewel de historicus Arrianus anders beweert en de chaldeeën van bouwfraude beticht, was wel degelijk gewerkt aan de toren. Momenteel zijn drie kleitabletten bekend die het ongelijk van Arrianus bewijzen en de chaldeeën rehabiliteren.

Het gaat om bankafschriften – misschien niet de meest literaire vorm van historische informatie maar wel een buitengewoon nuttige. Hieruit blijkt dat in januari 325 ene Rumahat-Bel een som overmaakte waarmee 31 arbeiders een maand aan het werk konden worden gezet. Twee  jaar daarvoor had de Babyloniër Iddin-Bel, zoon van Bagaparta (een Perzische naam), een bedrag gestort namens zijn zonen, waarvan er een wordt aangeduid als “de perkamentschrijver van Theodosios”, een Griek. Dit is een leuke illustratie van het internationale karakter van het heiligdom en we mogen aannemen dat in Babylon mensen van diverse etnische en religieuze groepen deelnamen aan elkaars feesten. Een derde donateur heet Baruqa, wat sterk doet vermoeden dat het gaat om een Jood met de naam Baruch.

Niet veel later, vermoedelijk in mei, vond een vreemde gebeurtenis plaats, waarvan drie Griekse auteurs verslag doen. Weliswaar leefden Diodoros, Arrianus en Ploutarchos eeuwen later, maar het kan worden bewezen dat hun beschrijvingen teruggaan op de verhalen van drie officieren die in mei 323 in Babylon verbleven: Kleitarchos, Aristoboulos en Ptolemaios. Over de eerste twee is vrij weinig bekend, maar de laatste behoorde tot de vriendenkring van Alexander en zou het na diens dood nog brengen tot farao van Egypte. De drie schrijvers spreken elkaar in de details tegen, maar de hoofdlijn is duidelijk.

Op een dag verliet Alexander zijn troon en liet zijn mantel liggen. Volgens Diodoros/Kleitarchos deed hij dat om zich te laten masseren, volgens Ploutarchos/Ptolemaios ging hij sporten, volgens Arrianus/Aristoboulos nam de koning een militaire parade af.

Over het vervolg zijn de drie bronnen het eens. Een ontsnapte gevangene wist het paleis binnen te dringen, trok de koninklijke mantel aan, zette de diadeem op het hoofd en nam zwijgend plaats op de troon. Toen hem werd gevraagd wat dit te betekenen had, gaf hij geen antwoord (volgens Kleitarchos en Aristoboulos) of zei hij dat een Griek was die Dionysios heette en zojuist door de oppergod was vrijgelaten (volgens Ptolemaios). Alexander raadpleegde zijn zieners, die het als een zeer slecht voorteken beschouwden dat iemand de koning op zijn troon verving, en Alexander daarom, zoals Diodoros schrijft, “adviseerden de man ter dood te brengen, opdat het voorspelde onheil op hem zou worden afgewenteld”.

Diodoros vervolgt met een opmerking dat Alexander later zeer hoog opgaf van de vaardigheden van de chaldeeën en kwaad was op de filosofen die hem hadden overreed naar Babylon te gaan. Ptolemaios rondt zijn verhaal af met de ontroerende opmerking dat de koning “gedeprimeerd bleef, geen vertrouwen in de goden meer had en zich achterdochtig tegenover zijn vrienden gedroeg”. Het moet voor die vrienden moeilijk zijn geweest te zien dat Alexander onder groot verdriet gebukt ging zonder dat ze in staat waren hem te troosten.

[wordt om drie uur nog een keer vervolgd, en u weet al hoe het afloopt]

#AlexanderDeGrote #antiekeGeschiedschrijving #AristoboulosAlexanderhistoricus #Arrianus #AstronomischeDagboeken #Babylon #BabylonischeAstronomie #Chaldeeën #diadeem #DiodorosVanSicilië #Etemenanki #Kleitarchos #PtolemaiosISoter #sterrenkunde #voortekens

Gaugamela: waar Alexander Darius versloeg

Alexander te paard (beeldje uit Begram)

Na zijn nederlaag tegen Alexander de Grote in de slag bij Issos begon de Perzische koning Darius III Codomannus een nieuw leger op te bouwen, terwijl Alexander de havensteden van Fenicië innam om zijn vijanden de mogelijkheid van een vlootaanval te ontnemen. Het beleg van Tyrus is beroemd.

Na een vakantie in het niet langer verdedigde Egypte, waar Alexander probeerde de inheemse bevolking gunstig te stemmen door deel te nemen aan de inheemse cultus, keerden de Macedoniërs terug naar Syrië. Het plan was nu om, zoals de Griekse huurlingenleider Xenofon zeventig jaar eerder, langs de Eufraat naar Babylonië te trekken. Het Perzische cavalerieleger dat de oversteekplaats bewaakte, trok zich al snel terug. Dat leek een succesje, maar Alexander begreep dat een opmars langs de rivier nu onmogelijk was. De vijandelijke ruiters die voor hen uit trokken zouden immers al het voedsel vernietigen. Er restte niets anders dan een omweg langs de Tigris, dwars door het centrum van wat ooit het Assyrische Rijk was geweest. Darius had alle gelegenheid om achter de Tigris het terrein in gereedheid te brengen en zijn leger verder te trainen.

Gaugamela, de dromedarissenbult

In september 331 maakten de legers contact, vlakbij het huidige Mosul, bij een heuvel die Gaugamela heette, Dromedarissenbult. Veel mannen in het Perzische leger zouden er hun vuurproef doorstaan.

Er zijn verschillende bronnen voor deze veldslag. De bekendste is de Anabasis van Arrianus, geschreven door een Romeinse officier en bestuurder die met veel kennis van zaken schrijft over het krijgsbedrijf. Hij leefde weliswaar vierenhalve eeuw na de gebeurtenissen, maar benutte zakelijke bronnen, zoals de memoires van Alexanders officier Ptolemaios, die als ruiter deelnam aan de slag bij Gaugamela. Arrianus vermeldt dat Darius’ troepen gedemoraliseerd waren. Hij verklaart dat met de bewering dat de soldaten de nacht te velde hadden doorgebracht. Hij voegt toe dat deze demoralisatie de zaak van de grote koning meer schade toebracht dan iets anders. Die opmerking doet vreemd aan want de Macedoniërs deden die nacht evenmin een oog toe. Slapeloosheid kan de balans tussen de legers dus niet hebben verstoord.

Gaugamela

Veldslag

Na de slapeloze nacht raakten de legers slaags. Het was 1 oktober 331 v.Chr., dus vandaag 2350 jaar geleden. Als we Arrianus mogen geloven, galoppeerde Alexander met zijn cavalerie naar rechts, wat Darius dwong zijn cavalerie naar links te doen bewegen om een omsingeling te voorkomen. Tegelijk zette de Pers de Macedonische falanx onder druk met zijn eigen infanterie.

Alexander voerde nog een tijd lang zijn troep in colonne naar rechts, maar toen hij zag dat er een gat was ontstaan in de voorste linie van de Perzen doordat ruiters gezonden waren om hun kameraden te helpen die Alexanders rechtervleugel wilden omsingelen, maakte hij een zwenking naar die opening toe. Hij vormde een wig met de ruiters van de Garde en het daar opgestelde deel van de falanx en ging onder luid geschreeuw in draf recht op Darius af.

Even was er een handgemeen, maar toen de ruiters van Alexander en Alexander zelf zich met kracht op de Perzen stortten, hen wegdrongen en hen in het gezicht staken met hun speren, toen de Macedonische falanx, dicht opeengepakt (een ruig woud van pieken) zich daadwerkelijk op hen had geworpen, toen voor Darius alle verschrikkingen tegelijk opdoemden, maakte hij (hij was al een hele tijd doodsbang) als eerste rechtsomkeert en sloeg hij op de vlucht. Ook de Perzische ruiters die probeerden Alexanders rechtervleugel te omsingelen, raakten in paniek. Aan die kant was nu de vlucht van de Perzen niet meer te stuiten. De Macedoniërs achtervolgden hen en slachtten ze af op de vlucht. (Arrianus, Anabasis 3.16.2-4; vertaling Simone Mooij.)

Anders gezegd, Darius was een lafaard. De aanblik van de dappere Alexander was voldoende om hem de moed te doen verliezen. Uiteraard is dit propaganda van de doorzichtigste soort. Het is aannemelijk dat Ptolemaios, die in de buurt van Alexander moet hebben gereden, een manier zag ook zichzelf een mooie rol toe te dichten.

Stofwolk

Het probleem is dat Ptolemaios nooit kan hebben gezien wanneer Darius het slagveld verliet. Gaugamela is namelijk een zandvlakte. De stofwolk die de duizenden paarden opwierpen maakte het onmogelijk verder dan twintig meter te kijken. Geen van de aanwezigen had, toen de legers eenmaal contact had gemaakt, nog overzicht. Iedereen vocht om te overleven en kon alleen maar hopen dat zijn zijde het meest succesvol was.

De onjuistheid van Arrianus’ beschrijving blijkt uit het ooggetuigenverslag van een Griekse huurling in Darius’ leger die enkele jaren later werd geïnterviewd door de historicus Kleitarchos, wiens verslag is overgeleverd door Diodoros van Sicilië. De huurling vertelde dat de vlucht begon bij de bataljons op de vleugels van de Perzische troepenmacht. Daarna zouden de soldaten die ontdekten dat hun flank niet langer was beschermd, zijn weggelopen, en zo zou het leger vanaf de vleugels uiteen zijn gevallen, tot ook de koning ontdekte dat hij geen bescherming meer had. Toen zou ook Darius zich van het slagveld bij Gaugamela hebben teruggetrokken.

Wie heeft gelijk? Arrianus of Kleitarchos? Morgen meer.

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


De lol van geschiedenis (2)

juli 6, 2012
Het hellenisme in Mesopotamië

februari 16, 2023
Nederlandse Kelten

oktober 30, 2016 Deel dit: #AlexanderDeGrote #antiekeGeschiedschrijving #Arrianus #DariusIIICodomannus #DiodorosVanSicilië #Gaugamela #Kleitarchos