Alexander de Grote in Gaza

Achilleus onteert het lijk van Hektor (Nationaal Museum, Beiroet)

Oorlog in Gaza – ik kan me voorstellen dat de lezer die toevallig vandaag op deze blog belandt, vermoedt dat het over recente gebeurtenissen gaat. Maar ik schrijf over de Oudheid, en dit is een aflevering uit een reeks over Alexander de Grote, die we in het vorige blogje hebben achtergelaten bij Tyrus. Hij had de Fenicische havenstad na een maandenlange belegering ingenomen en de verdedigers op het strand gekruisigd.

Toen hij ook de Tyrische vrouwen en kinderen, voor zover die niet naar Karthago hadden kunnen ontkomen, als slaven had verkocht, liet hij in Tyrus een garnizoen van gewonde Macedoniërs achter, die de puinhopen maar moesten zien te veranderen in een bewoonbare stad. Vervolgens trok Alexander verder naar het zuiden.

Strategisch overwegingen

Hij zal tevreden zijn geweest. Nu de Fenicische havens in Macedonische handen waren, konden de Perzen de Fenicische schepen niet meer gebruiken om naar de Egeïsche wateren te varen. Macedonië was nu onbetwist heer en meester van de halve Middellandse Zee en Alexander kon met recht claimen dat hij het officiële, opzettelijk vaag geformuleerde, oorlogsdoel had bereikt: het straffen van de Perzen voor hun inval in Europa.

Het was echter niet mogelijk de oorlog te beëindigen. Daarvoor waren in de eerste plaats militaire redenen. Zolang er geen verdedigbare oostgrens was, kon er geen sprake zijn van een vredesverdrag met de Perzen. De Perzische koning Darius III Codomannus deed echter zijn best om de Macedoniërs tegemoet te komen. Hij stuurde Alexander een brief waarin hij hem een territoriaal compromis voorstelde: voortaan zou de rivier de Halys (in Midden-Turkije) de grens zijn tussen Macedonië en Perzië. Voor Alexander was dit aanbod ontoereikend –hij was immers al in Fenicië.

Dat Darius onderhandelingen aanknoopte, suggereert dat zijn positie na de slag bij Issos was verzwakt. Alexander begreep dat een oostelijke expeditie wel even kon wachten en dat hij eerst een bezoek aan Egypte kon brengen.

Naar Egypte

Een urgente militaire reden was er niet, hooguit een zijdelingse. De Atheners stelden vanouds belang in het door de Egyptenaren geproduceerde graan, zodat het bezetten van het Nijldal een middel was om de Grieken het mes op de keel te zetten. Daar was ook een aanleiding voor, want Sparta was aan het mobiliseren tegen de Macedoniërs. Het kon geen kwaad de Griekse graantoevoer te kunnen afsnijden. Bovendien viel in Egypte buit te halen, en daarna konden de Macedoniërs altijd nog de Eufraat oversteken om af te rekenen met de al eens verslagen Darius.

Laten we een ander motief voor een bezoek aan Egypte niet onderschatten: toerisme. Het land sprak al eeuwen tot de Griekse verbeelding en er was gelegenheid voor vakantie. Na Issos en Tyrus had men die ook wel verdiend.

En dus ging Alexander in de late zomer van 332 v.Chr. vanuit Syrië op weg naar Egypte. Aan de kust van het huidige Israël is in augustus weinig water beschikbaar – de wadi’s staan droog – en daarom bleef een deel van de Macedonische soldaten achter in Syrië, waar ze het betrekkelijk rustig aan konden doen. De opmars van Alexanders leger verliep probleemloos, want aan de kust lagen geen steden die weerstand konden bieden. In het binnenland had de belangrijke stad Samaria al steun toegezegd, zodat er geen flankaanvallen vielen te duchten. Het zuidelijker gelegen tempelstaatje Jeruzalem had zich weliswaar niet onderworpen, maar stelde militair weinig voor. Elf dagen na hun vertrek uit Tyrus bereikten de Macedoniërs Gaza, waar het Perzische garnizoen weigerde te capituleren.

Gaza

Alexander had geen keus: hij moest de stad veroveren. Niet alleen blokkeerde ze de weg naar Egypte, maar ze vormde ook het eindpunt van twee wegen. De ene kwam vanuit Mesopotamië door de woestijn en hoewel ze niet begaanbaar was voor grote legers, konden de Perzen haar gebruiken voor een onverwachte aanval. De ander was de wierookroute, en wie zou de lucratieve wierookhandel niet willen beheersen? Bovendien had Gaza de reputatie dat het onneembaar was en juist dat prikkelde Alexander: zijn tegenstanders zouden geïmponeerd zijn als hij de stad met succes belegerde. Maar hij zou prestigeverlies lijden als hij de stad niet kon innemen.

Het beleg had een ander karakter dan de operaties bij Halikarnassos en Tyrus, waar we het al over hebben gehad. Daar was het mogelijk geweest belegeringsmachines in te zetten. Gaza lag echter op de rand van de woestijn en de zanderige bodem maakte het moeilijk belegeringstorens en schildpadden naar voren te rijden. Een tweede probleem was de watervoorziening. De dichtstbijzijnde wadi stond in september droog en de capaciteit van de schaarse bronnen in de omgeving was niet al te groot. Het water moest dus worden geïmporteerd en we mogen aannemen dat de Macedoniërs hiervoor de Fenicische schepen benutten.

Onze bronnen Arrianus en Curtius Rufus geven uiteenlopende beschrijvingen van de belegering van Gaza. Allebei noemen ze een eerste, mislukte bestorming, waarbij Alexander aan de schouder een schotwond opliep. Eerstgenoemde auteur vertelt dat de Macedoniërs daarna een belegeringsdam bouwden met een geplaveid oppervlak, om te verhinderen dat de wielen van de belegeringsmachines vast zouden komen zitten. Curtius Rufus meldt echter dat de aanleg van de dam diende om het Perzische garnizoen niet te laten merken dat de Macedoniërs feitelijk een tunnel groeven om de muren te ondermijnen. Na twee maanden viel de stad.

Marteling

Curtius Rufus weet meer over de laatste bestorming, namelijk dat zowel Alexander als de garnizoenscommandant, een zekere Batis, gewond raakten. De Macedoniër koelde zijn woede op zijn tegenstander. Hij hield Batis voor dat die alle martelingen zou ondergaan die voor een gevangene konden worden verzonnen. De verslagen garnizoenscommandant gaf geen krimp, waarop Alexander Batis’ enkels met riemen vastbond aan zijn strijdwagen, en de ongelukkige krijgsgevangene rond de stad sleepte. Zo had in legendarische tijden, tijdens de Trojaanse Oorlog, Alexanders voorvader Achilleus het stoffelijk overschot van Hektor onteerd – maar Alexander gebruikte de methode om iemand te doden.

Arrianus vermeldt niets van dit alles. Dat kan betekenen hij iets heeft weggeretoucheerd wat wel heeft plaatsgevonden, maar andersom kan het zijn dat Curtius een te zwart portret schetst van Alexander. Er is geen manier om een keuze te maken. Zolang er geen nieuwe bronnen bijkomen kunnen we alleen constateren dat het lastig is de waarheid te achterhalen.

[Meer stukken over Alexander de Grote hier.]

#Achilleus #AlexanderDeGrote #Arrianus #DariusIIICodomannus #Fenicië #Gaza #Hektor #Israël #QuintusCurtiusRufus #TrojaanseOorlog #Tyrus #Wierookroute

Het antieke Jemen

Een dromedaris uit Jemen (Institut du monde arabe, Parijs)

Ik ben nog nooit in Jemen geweest. En ik denk dat het ook niet meer zal gebeuren. Dus dit blogje gaat over een gebied dat ik niet ken uit eigen waarneming. Het is echter ook een gebied dat hoort bij de oude wereld, zelfs al lag het aan de uiterste grens, waar het Mediterrane handelsnetwerk aanknoopte bij het netwerk rond de Indische Oceaan. Dat maakte het antieke Jemen belangrijk.

Het was een vanouds welvarend gebied. Zó welvarend dat de Grieken en Romeinen het aanduidden als het Gelukkige Arabië. Het is te hopen dat de bewoners dat nooit hebben gehoord, want het is bekend dat zij zich niet beschouwden als Arabieren. Om te beginnen woonden de Jemenieten in steden en waren ze landbouwers; ze waren, anders dan althans een deel van de Arabieren, geen nomaden. En ze spraken geen Arabisch. Die taal, die rond 1000 v.Chr. werd gesproken in zuidelijk Syrië en Jordanië, verspreidde zich in de IJzertijd naar het zuiden, maar vooralsnog niet naar Jemen.

Jemen in de Oudheid

Stadstaten

In de Oudheid was Jemen bekend om de geurstoffen die er vandaan kwamen, waarvan wierook het bekendste is. Na de domesticatie van de dromedaris in de tiende eeuw v.Chr. was het mogelijk die door het huidige Saoedi-Arabië te transporteren naar de Mediterrane wereld en Babylonië: de Wierookroute. Voor de handel in kaneel, afkomstig uit India, was Jemen een tussenstation.

Er waren verschillende stadstaten. Om te beginnen was daar Saba, met als hoofdsteden Marib en later Sana’a,. We kennen de namen van enkele vorsten, zoals Yatheamar (laatste kwart van de achtste eeuw v.Chr.?) Karib’il Watar (de eerste helft van de zevende eeuw). Ze worden ook genoemd in Assyrische teksten. Het beroemde Bijbelverhaal van het bezoek van de koningin van Seba – Saba dus – aan koning Salomo verwijst naar dit machtige Jemenitische koninkrijk.

Beeldje uit Saba (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

Ergens in de vroege vierde eeuw v.Chr. wist Ma’in zich onafhankelijk te maken van Saba, maar rond 120 v.Chr. werd het opnieuw door Saba ingelijfd. Het lijkt een koopliedenrepubliek te zijn geweest, die een grote rol speelde in de wierookhandel. Die wierook kwam uit het oosten van het Arabische Schiereiland, waar Hadramaut lag. De hier geproduceerde wierook ging per karavaan naar Ma’in, al was er ook een havenstad Qana.

Nog wat oostelijker was Zufar, zeg maar het huidige Oman. Er is nauwelijks iets bekend over dit land, want er zijn nooit teksten aangetroffen. De Grieks-Romeinse geograaf Ptolemaios van Alexandrië vermeldt een hoofdstad die hij Emporion noemt, “handelscentrum”. Die stad is wel geïdentificeerd met nederzettingen die bekend zijn uit oude teksten, zoals Ubar en Iram. Ik blogde al eens over de problemen met de identificatie.

Verder was er Qataban, met als hoofdstad Timna. Oorspronkelijk was dit een bondgenoot van Saba, maar het werd de grote rivaal. In de derde eeuw na Chr. onderwierp Qataban het zuidwesten van Jemen. Het zo vergrote koninkrijk wordt meestal Himyar genoemd en had als hoofdstad Zafar.

Een rund uit Qataban (Musée L, Louvain-la-Neuve)

Handel was belangrijk, maar nog belangrijker was de landbouw. Die veronderstelde irrigatie. Elk van deze staatjes beschikte over uitgebreide waterwerken, zoals cisternen en dammen, zodat de bevolking was voorbereid op zowel droogte als de soms verwoestende overstromingen.

Geschiedenis

Een echte geschiedenis van Jemen valt niet te schrijven. We hebben heel veel teksten, maar die hebben vrijwel allemaal betrekking op de Jemenitische religie en de waterwerken. We moeten bronnen van buitenaf gebruiken, zoals de Assyrische teksten die de hierboven genoemde twee koningsnamen opleveren.

Inscriptie waarin de monotheïstische hemelgod Rahman wordt gevraagd een paleis te beschermen (Louvre, Parijs)

Toen Alexander de Grote het Achaimenidische Rijk had veroverd, wilde hij met een grote vloot naar Egypte varen, en dan tussendoor Jemen onderwerpen. Hij overleed enkele dagen voordat de expeditie zou vertrekken. Hoewel deze expeditie dus nooit heeft plaatsgevonden, bewijst ze dat Jemen deel uitmaakte van een grotere wereld.

Later, in 24 v.Chr., zond de Romeinse keizer Augustus een generaal, Aelius Gallus, op expeditie om Jemen te veroveren, waarover onze bronnen melden dat die mislukte. Desalniettemin resulteerde die in de openstelling van de zeeroute van Egypte naar India. De voornaamste havens waren Al-Mukha en Aden, beide in het zuidwesten. Het lijkt erop dat deze steden zich eerst onafhankelijk wisten te maken – de haveninkomsten zullen hebben geholpen – en vervolgens dus door Qataban werden onderworpen.

Een soldaat uit Himyar (Archeologische Musea, Istanbul)

Omdat Qataban, met deze steden erbij, de zeeroute controleerde, terwijl de landroute in belang afnam, overvleugelde Qataban/Himyar Saba. In de derde eeuw na Chr. verenigde Himyar, zoals gezegd, heel Jemen. De relatie tot het Romeinse Rijk, dat onderafdelingen van het Tweede Legioen Traiana Fortis en het Zesde Legioen Ferrata stationeerde op de Farasan-eilanden in de Rode Zee, is helaas onduidelijk.

Als de naam Himyar een belletje doet rinkelen, dan kan dat kloppen. In de Late Oudheid regeerde hier de joodse koning Dhu Nuwass, waarover ik al eens eerder blogde.

#Aden #AeliusGallus #AlMukha #AlexanderDeGrote #ArabischeTalen #DhuNuwass #dromedaris #FarasanEilanden #Hadramaut #Himyar #IITraianaFortis #IndischeOceaan #Iram #Jemen #kaneel #koningSalomo #koninginVanSeba #MaIn #Marib #Oman #Qataban #SanaA #Ubar #VIFerrata #wierook #Wierookroute #Zufar

Dromedaris en kameel - Mainzer Beobachter

De dromedaris was een van de nuttigste en belangrijkste dieren in de oude wereld. Het beest kon lang zonder water en liep prettig snel.

Mainzer Beobachter

De Dekapolis

Skythopolis (Beth Shean)

Je hoeft niet bijzonder goed in Grieks te zijn om Dekapolis te vertalen. Het betekent inderdaad zoiets als “tienstedenland”. Het gaat om wat wij Jordanië noemen. Ruwweg dan. En hoewel de naam Grieks is en de bevolking Aramees of Arabisch was, was de Dekapolis Romeins.

Dat zit zo. Na de slag bij Issos (333 v.Chr.) onderwierp Alexander de Grote de Levant. De regio raakte steeds meer opgenomen in het Griekse handelsnetwerk en met de handel kwamen allerlei gebruiken en ideeën. Dat riep weerstand op, waarvan de Makkabeeënopstand in Judea het bekendste is. Ondanks de anti-hellenistische ideologie die een rol speelde, veranderde Judea in een hellenistisch koninkrijk, eerst onder leiding van de Hasmoneeën en later onder leiding van het huis van Herodes.

De Nabateeërs, een Arabisch volk in het zuiden van Jordanië, stonden er op dezelfde manier in. Levend rond de stad Petra en langs de Wierookroute hadden ze het voordeel dat ze wat verder van de Middellandse Zee waren. Perifeer. Dat belette niet dat een van Alexanders opvolgers, Demetrios de Stedendwinger, in 312 v.Chr. probeerde ze te onderwerpen, maar toen ze de aanval afsloegen, volgden er (voor zover bekend) geen repercussies. En zo bleef het. Geen enkele hellenistische generaal had zin in een campagne langs de Wierookroute. Toen de Romeinse generaal Pompeius in 64 v.Chr. in Damascus was, liet hij zich richting Jeruzalem dirigeren, zodat de Nabateeërs opnieuw eigen heer en meester bleven.

Gadara (Umm Qays)

De aanwezigheid van een onafhankelijke Nabatese staat bood de steden in de buurt ruimte om de grote hellenistische mogendheden op afstand te houden. Er was altijd een bondgenoot met een forse strategische diepte. De Ptolemaïsche en Seleukidische heersers mochten dan betere legers hebben, ze wilden geen conflict met de Nabateeërs.

Dekapolis

De hellenistische cultuur verspreidde zich echter ook in de wereld van de Nabateeërs en er ontstonden steeds meer steden. Sommige, zoals Filadelfeia (Amman), waren gesticht of hersticht door hellenistische heersers, andere groeiden als het ware natuurlijk. Toen Pompeius in de omgeving was, verleende hij aan tien van die steden de onafhankelijkheid: de Dekapolis. Ze waren minder onafhankelijk dan de voornaamste Nabatese stad, Petra, maar maakten ook geen deel uit van de nieuwe provincie Syrië. De band met Rome was beperkt tot een prefect.

Tienstedenland was ondertussen een wonderlijk samenraapsel. De tien steden deelden een gezamenlijke jaartelling, beginnend in 64/63, maar hadden verder niets gemeen. Er lijkt geen bondsraad, geen gemeenschappelijke cultus, geen bondsmagistraat te zijn geweest. De steden bleven volkomen autonoom. Dat blijkt ook uit het feit dat het aantal leden varieerde. Deka is dus eigenlijk net zo misplaatst als de “zeventien” in de Zeventien Provinciën uit de geschiedenis van de Lage Landen.

Gerasa (Jerash)

Plinius de Oudere biedt een lijst van precies tien steden. Hij bezocht het land tijdens de Joodse Opstand (66-70 na Chr.) en weet dus waarover hij het heeft.

Naast Judea ligt de Dekapolis, zo genoemd naar het aantal steden, maar niet al mijn bronnen zijn het eens over hun namen. De meeste schrijvers zijn het er echter over eens dat Damascus een van de tien is. Deze stad ligt aan de oever van de rivier Chrysorrhoas, die men benut om de weiden te bevloeien. De steden Filadelfeia en Rhafaneia liggen in de richting van Arabië. Skythopolis (dat de god Dionysos “Nysa” noemde nadat hij er zijn voedster had begraven) dankt zijn huidige naam aan een daar ooit gevestigd Skythisch garnizoen. Gadara ligt aan de oevers van de rivier Yarmuk. Verder Hippo, Dion, het waterrijke Pella en tenslotte Gerasa en Kanatha. (Natuurlijke Historie 5.74)

Andere steden die tot de Dekapolis werden gerekend, waren Abila en Capitolias. Ptolemaios van Alexandrië, die een eeuw na Plinius schreef, noemt niet minder dan achttien steden.

Romeinse stedenbond

Zoals gezegd waren enkele steden door de hellenistische koningen gesticht en waren andere steden al heel oud. De voornaamste nederzetting van de bijbelse Ammonieten was bijvoorbeeld alleen maar omgedoopt tot Filadelfeia. Hoewel er nieuwe monumenten waren, behield de stad oudere kenmerken.

Filadelfeia (Amman)

Toch deelden de steden, ongeacht hun oorsprong en ongeacht hun losse onderlinge band, een belangrijk sentiment: ze waren niet Joods en niet Nabatees. Zo ze iets waren, dan toch Romeins. In de Joodse Oorlog steunden ze Rome. Dat belette niet dat ze steeds hellenistischer werden. Zo namen ze Griekse stichtingsmythen aan. We zagen al dat Skythopolis beweerde dat Dionysos de stichter was. Overigens een alter ego van de joodse Jahweh.

Als de Dekapolis al politieke betekenis heeft gehad, dan ging die verloren in 106 na Chr., toen keizer Trajanus de Nabateeërs onderwierp. Tussen de Middellandse Zee en de woestijn was nu geen ruimte meer voor semi-onafhankelijke gebieden. De provincies werden gereorganiseerd en de steden van de Dekapolis werden verdeeld: Skythopolis werd onderdeel van Judea, andere steden behoorden bij de nieuwe provincie Arabia en weer andere werden toegevoegd aan Syrië. Toch lijken er gedeelde culturele activiteiten, gevoelens en banden te zijn gebleven, want anders zou Ptolemaios een halve eeuw na de annexatie geen achttien steden hebben gerekend tot het Tienstedenland.

Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.

Zelfde tijdvak


De Bergrede (8): het zout der aarde

september 26, 2021
Géza Vermes over vroegchristelijke teksten

april 15, 2021
Paulus op Cyprus

april 7, 2024 Deel dit: #BethShean #Damascus #Dekapolis #DemetriosDeStedendwinger #Dionysos #Gadara #Gerasa #GnaeusPompeiusMagnus #Jahweh #Judea #Nabateeërs #Nysa #Petra #Rhafaneia #Skythopolis #slagAanDeYarmuk #Trajanus #Wierookroute