Judas Iskariot

De dood van Judas Iskariot (Koninklijke Bibliotheek, Den Haag)

Mijn goede vriend Richard attendeerde me onlangs op een kort filmpje waarin een franciscaner monnik het revolutionaire karakter van het christendom beter samenvatte dan ik ooit eerder hoorde. Kijk, zei de man, niets is makkelijker dan te houden van Jezus. Die geneest mensen, doet wonderen en lijdt in jouw plaats. Iedereen zou sympathie voelen voor zo’n weldoener. Een goede christen, zo zei de monnik, voelt echter eveneens sympathie voor Judas. Ik heb nooit een oudhistoricus zó scherp horen uitleggen hoe vernieuwend het christendom is geweest.

Wat weten we echter over Judas, behalve dat zijn naam inmiddels synoniem is voor verraad? U raadt het al: we weten niet veel. Eigenlijk maar twee dingen. Eén: Judas behoorde tot Jezus’ inner circle, de Twaalf: de mannen dus die, na de grote kosmische ommekeer die Jezus en zijn volgelingen verwachtten, leiding zouden moeten geven aan het herstelde Israël. Twee: Judas leverde Jezus uit aan de autoriteiten in Jeruzalem. Aan die twee stukjes informatie kunnen we toevoegen dat de auteurs van het Nieuwe Testament al onzeker waren over Judas’ beweegredenen.

Iskariot

Daarover zo meteen meer. Eerst de naam. Niemand weet wat Iskariot betekent. Eén theorie kunnen we meteen terzijde schuiven: dat het een Aramese verbastering zou zijn van het Latijnse sicarii, “dolkmannen”. Dit is taalkundig onmogelijk. Nog onzinniger is de vervolghypothese dat Judas, behorende tot de stroming der sicariërs, een zeloot zou zijn geweest. De zeloten duiken in de geschiedenis pas op ten tijde van de belegering van Jeruzalem.

Iets minder implausibel zijn verwijzingen naar de Aramese woorden šqr, “liegen”, en skr, “uitleveren”, maar het veronderstelt dat we te maken hebben met een later gegeven bijnaam, waarvan de evangelisten niet meer wisten wat die betekende, zodat ze er een persoonsnaam van maakten. Erg waarschijnlijk is het niet, want de evangelist Johannes vertelt dat ook Judas’ vader, die Simon heette, werd aangeduid als Iskariot.noot O.a. Johannes 13.2.  De vader zou dus eveneens een slechte reputatie hebben gehad.

De minst slechte papieren heeft de verklaring dat Judas afkomstig was uit het dorpje Keriot, dat we kennen uit de IJzertijd.noot Jozua 15.25. Het is bij deze hypothese wel verondersteld dat dit dorpje na de zevende eeuw v.Chr. nog altijd bestond, en dat het al die tijd dezelfde naam heeft behouden.

Uitlevering

Wat bewoog Judas? Zoals gezegd wisten de evangelisten het al niet meer. De eerste van het viertal, Marcus, geeft althans geen verklaring.

Toen ging Judas Iskariot, een van de twaalf, naar de hogepriesters om Jezus aan hen uit te leveren.noot Marcus 14.10; NBV21.

Nu denkt u misschien: Judas vroeg toch om betaling, er waren toch dertig zilverstukken mee gemoeid? Maar geldzucht speelde geen rol bij Judas’ besluit naar de tempelautoriteiten te gaan. Het staat er simpelweg niet. Even later is er wel sprake van geld:

Toen de hogepriesters dit hoorden, waren ze opgetogen en beloofden ze hem geld te zullen geven.noot Marcus 14.11.

Beleefd als ze waren beloonden de hogepriesters Judas, maar geldelijk gewin was, althans in het Marcusevangelie, niet diens motief. De evangelist Lukas introduceert wél een motief: Satan had zich van Judas meester gemaakt.noot Lukas 22.3. De evangelist Matteüs introduceert eveneens een motief, en wel door de financiën niet het gevolg van Judas’ aanbod te laten zijn maar een voorwaarde:

Daarop ging een van de Twaalf, namelijk Judas Iskariot, naar de hogepriesters en zei: “Wat krijg ik van u als ik hem aan u uitlever?” Ze betaalden hem dertig zilverstukken.noot Matteüs 26.14-15.

Dit is een latere aanpassing van de oorspronkelijke informatie en de historicus mag het in principe negeren. In geschiedwetenschappelijk jargon: ten opzichte van Marcus is Matteüs elimineerbaar.

Desondanks is niet ondenkbaar dat Matteüs het bij het rechte einde heeft, want de evangelist Johannes insinueert iets soortgelijks. Hij vertelt namelijk dat Judas de beheerder was van de gemeenschappelijke kas van Jezus’ volgelingen en dat hij daaruit stal.noot Johannes 12.6. Twee bronnen zijn meer dan één, maar het kan natuurlijk zijn dat de eerste christenen zich al afvroegen wat Judas’ motivatie was, en dat er consensus groeide dat, aangezien geldzucht de wortel was van alle kwaad,noot 1 Timoteüs 6.10. financiële motieven wel een rol zouden hebben gespeeld.

Dood

Merk overigens op dat Judas alleen wordt gepresenteerd als informant – hij wordt nergens gepresenteerd als iemand die aanstuurt op een executie. De interpretatie die u misschien kent uit Jesus Christ Superstar, dat Judas wilde verhinderen dat de zaken uit de hand liepen, is niet onmogelijk. Maar we weten het feitelijk niet. Niettemin: de aanname dat Judas slechts als informant optrad, verklaart waarom Matteüs schrijft dat Judas zelfmoord pleegde nadat hij Jezus met een kus had geïdentificeerd en niet slechts de arrestatie maar ook de executie mogelijk had gemaakt. De woorden van Matteüs suggereren dat dit laatste niet de opzet was.

Toen Judas … zag dat Jezus ter dood veroordeeld was, kreeg hij berouw. Hij bracht de dertig zilverstukken naar de hogepriesters en oudsten terug en zei: “Ik heb een zonde begaan door een onschuldige uit te leveren.”

Maar zij zeiden: “Wat gaat ons dat aan? Zie dat zelf maar op te lossen!”

Toen smeet hij de zilverstukken de tempel in, vluchtte weg en verhing zich.noot Matteüs 27.3-5.

De auteur van de Handelingen van de apostelen meent echter dat Judas van de beloning voor zijn schanddaad een stuk grond kocht,

maar bij een val werd zijn buik opengereten, zodat zijn ingewanden naar buiten kwamen.noot Handelingen 1.18.

Ik weet dat middeleeuwse kunstenaars, zoals te zien in het plaatje hierboven, de stervende Judas afbeeldden met ingewanden die uit z’n buik springen door de schok waarmee de ongelukkige zich verhing. Zo kun je alles wel combineren. De historicus constateert de tegenspraak en accepteert dat hij het weer eens niet weten kan. De gelovige weet daarnaast dat hij niet alleen van Jezus maar ook van Judas moet houden, maar over die ethiek heeft de historicus, althans professioneel, geen oordeel.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

Zelfde tijdvak


De wederopstanding

januari 7, 2024
Joods monotheïsme

maart 17, 2013
De Brief van Jakobus

maart 12, 2023 Deel dit:

#deTwaalf #eliminatie #EvangelieVanJohannes #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMarcus #EvangelieVanMatteüs #HandelingenVanDeApostelen #JesusChristSuperstar #JudasIskariot #NieuweTestament #Satan #sicariërs #zelfmoord

Bronkritiek

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Archeologisch Museum, Cherchell)

Oudheidkundigen, en dan vooral de wat meer op teksten gerichten onder hen, maken onderscheid tussen bronkritiek en tekstkritiek. Over het laatste heb ik al vaker geschreven: het is de bepaling van wat eeuwen geleden iemand op papyrus of perkament heeft gezet. De kritiek betreft de overlevering in de meestal middeleeuwse handschriften, meervoud, waarvan we de tekst niet zomaar kunnen aanvaarden maar eerst moeten toetsen. Daarbij passen filologen de Lachmannmethode toe. In de praktijk betreft het vooral Griekse en Romeinse teksten. Egyptische en spijkerschriftteksten zijn namelijk meestal op slechts een kleitablet of één papyrus zijn overgeleverd, zodat er weinig valt te vergelijken.

Bronkritiek

Bronkritiek is de vooral voor oudhistorici belangrijke volgende stap: is de informatie in een bron te herleiden tot een eerdere auteur? Dit is belangrijk, want die eerdere auteur stond dichter bij de beschreven gebeurtenissen en heeft vermoedelijk scherper zicht. Als de evangeliën van Marcus en Lukas elkaar tegenspreken, gaat de voorkeur uit naar Marcus, omdat hij de bron is van Lukas; Lukas geldt dan als “elimineerbaar”.

Dit is ingewikkelder dan het lijkt. De Romeinse historicus Livius benut een Griekse voorganger, Polybios, voor zijn beschrijving van Hannibals tocht over de Alpen; beide teksten staan hier in Engelse vertaling naast elkaar. Je zou denken dat Polybios de betrouwbaardere bron is, maar Livius heeft minimaal één andere bron gebruikt en waar Polybios’ verhaal lastig op de landkaart valt te plotten, lukt dat met Livius juist wel. Het is onbekend wat dit betekent. Misschien documenteert Polybios de onbetrouwbaarheid van een ooggetuige in onbekend gebied en heeft Livius’ andere bron zijn verslag ten onrechte gemodelleerd op een vertrouwde route, misschien ging Livius uit ontevredenheid met de rommelige Polybios op zoek naar iets beters en corrigeerde hij een fout. We weten het niet. In elk geval kun je recentere toevoegingen niet zonder meer elimineren.

Bronvermeldingen

Een volgend probleem bij de bronkritiek is dat het niet makkelijk is oudere bronnen te identificeren. Maar weinig auteurs geven aan wat ze citeren. Een voorbeeld is de Byzantijnse historicus Zosimos, die vertelt Olympiodoros te hebben gebruikt (5.27.1). Andere geschiedschrijvers hadden diverse teksten op hun schrijftafel liggen, namen de informatie daaruit zonder meer over als daarover consensus bestond en noteerden alleen afwijkingen. Dit was de methode van Titus Livius en Arrianus. Weer anderen geven juist weinig aan, zoals Cassius Dio. Om deze reden is bronkritiek bij Cassius Dio moeilijk en bij Zosimos makkelijk.

Soms helpt het om een beeld te hebben van hoe een eerdere auteur schreef. In de identificeerbare citaten blijkt Nearchos, de admiraal van Alexander de Grote, veel aandacht te hebben voor de geluiden die de soldaten konden horen. Als Arrianus later zonder bronvermelding een akoestisch effect beschrijft tijdens een expeditie waar Nearchos bij aanwezig was, is denkbaar dat we Arrianus’ bron toch kunnen identificeren. Denkbaar: ik zou er geen weddenschappen op afsluiten.

Onlogische informatie

Een andere aanwijzing is onlogische informatie. Rond 551 na Chr. schreef Jordanes een Geschiedenis van de Goten waarin hij op gezag van Cassiodorus (wiens verloren geschiedwerk was gepubliceerd in 533) vertelt dat deze Germaanse stam ooit vanuit Scandinavië naar Pommeren was getrokken, daarvandaan richting Oekraïne was gegaan om uiteindelijk via Roemenië het Romeinse Rijk binnen te komen. Er is allerlei literaire kritiek mogelijk: is dit geen verhaal om te tonen dat de Goten steeds beschaafder waren geworden door van de randen van de aarde naar het centrum te komen, dient die opgaande lijn niet om te legitimeren dat de Ostrogoten de macht hadden gekregen in Italië?

De tendens van het geschiedwerk van Jordanes en Cassiodorus is dus duidelijk maar om hun punt te maken, was het onnodig een herkomst te verzinnen in het hoge noorden. Een oorsprong in Oekraïne, het thuisland van de spreekwoordelijk barbaarse Skythen, volstond. De literaire overbodigheid van de noordelijke herkomst suggereert dat deze informatie behoorde tot datgene wat de Goten meenden te weten over hun verleden. Of het wáár is, is een andere vraag; we weten alleen dat het idee van een Scandinavische herkomst in omloop was voordat Cassiodorus de pen ter hand nam.

Dat blijkt trouwens ook uit de woordkeuze. Jordanes vermeldt ergens (op gezag van een andere bron, Orosius) haliurunnae, de heksen die volgens de Goten de voormoeders van de Hunnen waren geweest. Hoewel de etymologie omstreden is, is wel duidelijk dat dit een Germaans woord is. Jordanes/Orosius citeren dus een oudere, Gotische traditie. En nogmaals: dit wil niet zeggen dat de informatie betrouwbaar is, alleen dat de auteurs dit niet hebben verzonnen.

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

#antiekeGeschiedschrijving #Arrianus #bronkritiek #Cassiodorus #CassiusDio #eliminatie #Jordanes #Nearchos #ooggetuige #Orosius #Polybios #TitusLivius #Zosimos

MoM: Eliminatie

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

Vorige week blogde ik over de Hangende Tuinen van Babylon en vertelde ik dat er verschillende antieke bronnen bestaan over die tuinen, maar dat die allemaal teruggaan op één bron. Dit betekent dat informatie uit de afgeleide bronnen mag worden genegeerd. Dit staat bekend als “eliminatie”. Het is een krachtig instrument om betrouwbaardere en minder betrouwbare informatie te scheiden, omdat we zo in elk geval auteurs uit de discussie halen die anderen napapagaaien.

Eerst een makkelijk voorbeeld waarvan het belang in één keer duidelijk is. We hebben vier verslagen van de laatste dagen van Jezus van Nazaret: de evangeliën van Matteüs, Marcus, Lukas en Johannes. Daartussen zitten wat verschillen, zoals u voor uzelf kunt constateren als u de laatste woorden van Jezus erop naslaat. Aangezien kan worden bewezen dat Matteüs en Lukas zijn afgeleid van het evangelie Marcus, hebben we voor de procesgang in feite maar twee getuigenissen, namelijk Marcus en Johannes. Matteüs en Lukas zijn, ten opzichte van Marcus, elimineerbaar. Dit betekent dat de beruchte zelfvervloeking van de Joden die Matteüs als enige vermeldt (“zijn bloed kome over ons en onze kinderen”) ook elimineerbaar is. Als Mel Gibson deze toont in zijn film The Passion of the Christ, wijkt hij af van zijn opzet de gebeurtenissen historisch zo accuraat mogelijk te tonen.

Wie dit instrument wil toepassen, moet goed weten wat hij aan het doen is. Een tweede, veel lastiger voorbeeld is Tacitus’ verslag van de slag in het Teutoburgerwoud. Bij elke zin moet je bedenken: wat vond Tacitus in zijn bron en wat heeft hij ermee gedaan? Tacitus las bijvoorbeeld in zijn bron dat de Romeinse nederlaag had plaatsgevonden in een saltus Teutoburgiensis. Dat “saltus” kan van alles aanduiden dat een beetje onbewoonbaar is: woud, vlakte, moeras, engte. Tacitus meent dat het gaat om een woud en gebruikt dan ook weleens een synoniem, silva, dat uitsluitend kan slaan op bossen en ander geboomte. Alleen: van een andere antieke auteur, Florus, weten we dat de nederlaag plaatsvond op een drassige vlakte. Tacitus geeft dus, ten opzichte van een verloren bron, een interpretatie die elimineerbaar is (en misleidend).

Dit stripverhaal is geloofwaardiger dan Tacitus.

Iets specifieker: Tacitus’ silva is elimineerbaar ten opzichte van het saltus dat hij aantrof in zijn bron (de Geschiedenis van de Germaanse Oorlogen van Plinius de Oudere). Al in de negentiende eeuw werd dit probleem geconstateerd maar omdat Tacitus gold als een betere auteur dan Florus, is men toch op zoek gegaan naar een woud waar het Romeinse leger ten onder ging. Toen de archeologen het slagveld identificeerden – inderdaad: een engte langs een moeras – waren ze verbaasd dat uit pollenonderzoek bleek dat het in de Oudheid een open landschap was geweest.

Derde voorbeeld: de overgave Vercingetorix, de Gallische leider die met zijn leger bij Alesia was afgesneden van de buitenwereld, er niet in slaagde uit te breken en niet door de Galliërs kon worden ontzet. Het zijn spannende hoofdstukken uit Caesars Gallische Oorlog, maar het einde is vermoedelijk niet waar: dat de officieren van Vercingetorix’ leger hem aan de Romeinen uitleverden. We hebben namelijk een andere bron: Cassius Dio, die omstreeks 230 na Chr. een overzicht van de Romeinse geschiedenis publiceerde en beweert dat de Galliër tot het laatst zijn lot meester was: hij diende zich onaangekondigd bij het Romeinse kamp aan. Caesar wist niet van de komst van zijn tegenstander – boomlang en in een imposante wapenrusting, volgens Dio – en schonk hem geen genade: Vercingetorix werd in de boeien geslagen.

Omdat Dio in zijn beschrijving van het beleg van Alesia Caesars eigen verslag volgt, zou je concluderen dat deze informatie elimineerbaar is. Maar zo simpel is het niet. Dio kende namelijk meer bronnen over Caesars campagnes in Gallië en wijkt regelmatig af van wat de Romeinse generaal schrijft. Waar we kunnen controleren wie er gelijk heeft, Caesar of Dio, blijkt deze laatste vaak goed te hebben herkend waar Caesar overdrijft en dan terecht een andere bron te kiezen.

Wie heeft gelijk, Caesar of Dio? Er is een verschil: terwijl we niet kunnen bedenken waarom Dio’s bron een Vercingetorix zou presenteren die onverwacht opduikt terwijl hij in feite is overgeleverd, kunnen we wél bedenken waarom Caesar een uitlevering zou verzinnen terwijl zijn tegenstander in feite zelf het initiatief nam tot capitulatie. Caesar liet zich namelijk graag voorstaan op de clementie waarmee hij verslagen vijanden bejegende. Dat hij die niet had betoond aan de Gallische generaal, paste niet in dat beeld en diende dus te worden onderdrukt. De volkomenheid van de Gallische nederlaag werd beter geïllustreerd door de stamhoofden zelf Vercingetorix te laten uitleveren.

Dat je Dio’s informatie niet zomaar mag elimineren, ontdek je alleen als je weet dat hij meer bronnen gebruikte dan Caesars eigen verslag. De oudheidkundige die dit instrument toepast, moet de betreffende bronnen volledig kennen – en eerlijk is eerlijk: dit gaat weleens verkeerd.

#Alesia #antiekeGeschiedschrijving #Babylon #bloedOverDeKinderen #eliminatie #HangendeTuinenVanBabylon #JezusVanNazaret #JuliusCaesar #Matteüs #PubliusCorneliusTacitus #slagInHetTeutoburgerwoud #Vercingetorix

Faits divers (35)

Uit het geplunderde museum in Soedan.

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer slecht en goed nieuws.

Roof

Eerst slecht nieuws: zoals bekend woedt in Soedan, het antieke Nubië, een burgeroorlog. Een paar dagen geleden heroverde het leger delen van Khartoum op de rebellen, en daarbij is het Nationaal Museum voor de tweede keer geplunderd. Het doet wat denken aan de plunderingen in de Egyptische stad Malawi en in het nationaal museum in Bagdad, waarvan bekend is dat kunsthandelaren in de stad aanwezig waren om zorg te dragen voor een snelle heling.

Maar er is over roof ook goed nieuws. Het museum van Bagdad kreeg vorige maand zo’n 27.000 voorwerpen terug. En in Nimrud, in 2014 aangevallen door de zogenaamd Islamitische Staat, zijn 35.000 voorwerpen terug. Ik weet niet precies wat de getallen betekenen, maar het is altijd beter dan dat het weg blijft.

Prehistorie

Een van de eerste metalen die de mensheid leerde gebruiken, is het koper. Andere metalen, zoals goud, volgden wat later. We noemen het millennium voor de Bronstijd ook wel het Chalcolithicum, wat letterlijk Kopersteentijd betekent maar ook wel wordt vertaald als de Kopertijd. Traditioneel gingen archeologen ervan uit dat de ontwikkeling van de landbouw, de vaste woonplaatsen en het aardewerk hand in hand gingen, en alledrie waren verondersteld voor de ontwikkeling van de metaaltechniek. Dat idee is al een tijd geleden opgegeven: in de Levant en noordelijk Mesopotamië heeft al vroeg landbouw bestaan zonder aardewerk en in Egypte waren boeren zonder boerderijen. We spreken nu meer van neolithiseringsprocessen dan van het ontstaan van “het” Neolithicum.

Als ik dit artikel over een opgraving in het Turkse deel van Mesopotamië goed begrijp, is zelfs neolithisering geen vereiste meer en hadden jagers en verzamelaars al belangstelling voor koperbewerking. Ik ben te weinig met het specialisme vertrouwd om het bericht te kunnen beoordelen, maar het verraste me.

Nu we toch zijn beland in onderzoek naar de aanloop naar de Oudheid, is ook dit berichtje leuk: er is DNA-materiaal gevonden dat toebehoorde aan de mensen die in de Sahara woonden voordat deze uitdroogde. Zeg maar de makers van de reliëfs aan de Wadi Mathendous en andere woestijnkunst.

Slechte journalistiek

Uit Israël, uiteraard. Het Bijbelboek Koningen vermeldt een ontmoeting, ergens rond 610 v.Chr., tussen koning Josia van Juda en farao Necho II.

Tijdens de regering van Josia trok farao Necho, de koning van Egypte, naar de Eufraat op om zich bij de koning van Assyrië te voegen. Koning Josia ging de farao tegemoet, maar toen ze elkaar in Megiddo troffen, werd hij door hem gedood.noot 2 Koningen 23.29; NBV21.

De auteur van 2 Kronieken, die drie eeuwen later het boek Koningen navertelt, voegt een complete veldslag toe.

Josia trok zich niet terug, maar verkleedde zich om met Necho slag te leveren. Hij … ging in de vlakte van Megiddo tot de aanval over. Hij werd door boogschutters geraakt en riep toen zijn dienaren toe: “Haal me hier weg, ik ben zwaargewond.” Zijn dienaren haalden hem van zijn strijdwagen, legden hem op zijn andere wagen en brachten hem naar Jeruzalem. Daar stierf hij, en hij werd bij zijn voorouders begraven.noot 2 Kronieken 35.22-24; NBV21.

Deze passage geldt als elimineerbaar: omdat Kronieken is afgeleid van Koningen, is de toegevoegde informatie afkomstig van een latere bewerker. De historiciteit van de veldslag is dus weliswaar niet helemáál uitgesloten, maar wel kwestieus. Evengoed hebben archeologen nu bewijs gevonden voor een hypothetische veldslag. Of het klopt, daarover valt een boom op te zetten, maar dat Megiddo wordt aangeduid met de apocalyptische naam Armageddon, is ronduit hysterisch. Dit is gewoon slechte journalistiek, maar ja, het is oudheidkunde.

Petitie

De instorting van de oudheidkundige instellingen, geïnitieerd in de jaren tachtig, gaat door. Dus maar weer eens een petitie, minder dan twee weken na de petitie voor oude geschiedenis in Cardiff, namelijk voor het behoud van het Grieks aan de Zwitserse gymnasia.

Eerdere petities waren er voor

Dit zijn dus alleen maar oudheidkundige instellingen waarvoor petities zijn opgesteld. Gelukkig helpen ze zo nu en dan. Grieks bleef als schoolvak behouden in Vlaanderen en ook het museum in Ermelo bestaat nog. Maar het zou natuurlijk fijn zijn als classici opkwamen voor archeologische instituten en archeologen voor het behoud van de klassieken. Zó moeilijk is het nou ook weer niet.

Meer faits divers

Tot slot nog vier dingen die niets met elkaar hebben te maken maar die ik nog even kwijt wil. Deze rubriek heet immers faits divers. Primo, Romeinse opgravingen: een mogelijk door de Goten verwoeste nederzetting aan de Beneden-Donau en een massagraf bij Wenen, dat een Romeinse nederlaag uit de eerste eeuw na Chr. documenteert.

Secondo, het enige geïllustreerde Ilias-manuscript uit de Oudheid.

Terzo, het Rijksmuseum van Oudheden is op donderdagavond geopend en er zijn leuke evenementen. Wat maar weer bewijst dat er voldoende publieke vraag is naar oudheidkundige informatie.

Quarto, een vraag die heel vaak – een kwart van de gevallen – wordt gesteld, gaat over “hoe weten wetenschappers wat ze weten?” Dat is een vraag waarop archeologische musea schandalig weinig antwoord geven, terwijl journalisten niet lijken te weten hoe groot deze belangstelling is. Over de mismatch tussen de publieke vraag en het museale/journalistieke aanbod spreek ik aanstaande woensdagavond in Deventer – meer informatie daar.

#2Koningen #Bagdad #BenedenDonauLimes #Chalcolithicum #eliminatie #FaitsDivers #Ilias #Israël #Josia #Khartoum #koper #Kronieken #Malawi #Megiddo #Mesopotamië #NationaalMuseumVanIrak #NationaalMuseumVanSoedan #NechoII #Neolithicum #neolithisering #Nimrud #petitie #RijksmuseumVanOudheden #Sahara #Soedan #Turkije #WadiMathendous #Wenen #woestijnkunst

Nubië - Mainzer Beobachter

Ik vermoed dat als Luuk de Blois en Bert van der Spek hun handboek anno 2021 zouden bewerken, ze meer aandacht zouden besteden aan Nubië.

Mainzer Beobachter