Alexander de Grote in Pamfilië

Syllion

In het vorige blogje vertelde ik hoe Alexander de Grote in de eerste maanden van 333 v.Chr. langs de Lycische kust was getrokken. Na deze tocht kwamen de Macedoniërs aan in Pamfylië, een uitgestrekte vlakte in het zuiden van Turkije, die in het voorjaar even groen is als Holland of Vlaanderen. Net als de Grieken woonden de Pamfyliërs in met elkaar rivaliserende steden en ook hier gold dat de vijand van je buurman je vriend is. Anders gezegd: Alexander belandde in een politiek wespennest.

Het wespennest

Door zich te verbinden met het Lycische Faselis haalde hij zich een conflict op de hals met Termessos, en dat leidde er weer toe dat de Pamfylische stad Perge zich bij de Macedoniërs aansloot, wat op zijn beurt tot gevolg had dat die als vijanden werden beschouwd door de bewoners van Syllion en Aspendos. Met diplomatieke middelen zette Alexander de situatie naar zijn hand. Althans, dat dacht hij.

De Macedoniërs marcheerden verder langs de kust en bereikten de stad Side in het oosten van Pamfylië, waar de bergen, net als in Lycië, weer reikten tot aan de zee. Verder naar het oosten trekken zou betekenen dat Alexanders leger geen contact meer had met dat van Parmenion; en dat zou gevaarlijk zijn, temeer daar de bewoners van het bergland geen aanstalten maakten zich te onderwerpen. Een andere reden om terug te keren was dat de situatie in Pamfylië inmiddels toch uit de hand was gelopen. Dus maakte Alexander rechtsomkeert, maar niet dan nadat hij in Side een garnizoen had achtergelaten dat Pamfylië moest beschermen tegen de bergbewoners. Opnieuw een aanwijzing dat Alexander de gebieden waar hij doorheen trok, wilde behouden.

De rivier Eurymedon in Pamfylië, niet ver van Aspendos

Hij richtte nu zijn aandacht eerst op Syllion, maar begreep al snel dat deze op een tafelberg gelegen stad (zie de foto bovenaan) niet was in te nemen met het kleine leger dat hem vergezelde. Het volgende aanvalsdoel was Aspendos. De bewoners gaven zich over, beloofden extra tribuut te zullen betalen en stonden een stuk land af aan Alexanders bondgenoot Perge.

Gordion

Inmiddels was de winter voorbij en aangezien de Macedonische aanvoerders hadden afgesproken hun legers in Gordion samen te voegen, was het tijd Pamfylië te verlaten en naar het noorden te marcheren. Via Sagalassos (momenteel een opgraving van de universiteit Leuven) trokken de Macedoniërs landinwaarts. Alexander liet zijn jeugdvriend Nearchos achter als satraap van Pamfylië en Lycië en wees daarnaast Antigonos Eénoog aan als de generaal die de verzetshaarden moest opruimen.

Uitzicht vanuit Sagalassos; de troepen van het stadje bezetten bij de nadering van de Macedoniërs de heuvel vooraan.

Alexander zelf vervolgde ondertussen zijn weg naar het noorden. Hij passeerde Pessinos, waar hij zal hebben geofferd aan de Frygische moedergodin Kybele. De Macedoniërs trokken door een weids, hier en daar glooiend, boomloos grasland zoals nergens in Griekenland en Macedonië in deze uitgestrektheid voorkwam. Ik noemde het in het intro van het vorige blogje al. De vlakte was op een grandioze manier verlaten en de doortocht was daardoor niet zonder gevaar: het terrein was immers goed geschikt voor een onverhoedse cavalerie-aanval. Alexander moet dankbaar zijn geweest dat Parmenion het gebied al had beveiligd. Zonder problemen legde het leger ook de laatste etappes af en kwam aan in Gordion.

Frygië

Gordiaanse knoop

Daar, in de oude hoofdstad van Frygië, wachtten Alexander en Parmenion op de aankomst van versterkingen uit het thuisland en op de oogst. Ik heb al eens verteld hoe de soldaten zich verveelden en hoe Alexander besloot hun wat vermaak te bieden. Er was een oude voorspelling dat wie de knoop kon ontwarren waarmee een dissel aan een bepaalde wagen was gebonden, koning zou zijn van Azië. Zoals bekend hakte Alexander, die het niet lukte de knoop los te maken en gezichtsverlies dreigde te lijden, de knoop met zijn zwaard door. De anekdote gaat feitelijk over de wijze waarop het Macedonische oppercommando een exit-strategie ontwierp: immers, “Azië” was ongedefinieerd, en Alexander kon op elk moment zeggen dat de profetie in vervulling was gegaan en opdracht geven tot de terugkeer.

Daar was op dat moment, voorjaar 333, aanleiding toe. Memnon van Rhodos, de Griekse huurlingenleider in Perzische dienst, was met een vloot actief in de Egeïsche Zee. Aangezien op elk Grieks eiland mensen woonden die hadden geprofiteerd van de heerschappij van de grote koning of een andere reden hadden de Macedoniërs te haten, boekte hij snel succes. Chios viel. Op Lesbos belegerde hij Mytilene. Hij naderde de Hellespont, waar hij Alexanders aanvoerlijnen simpel kon afsnijden.

De toekomst

Alexander reageerde op karakteristieke wijze: de aanval. Kort na het doorhakken van de Gordiaanse Knoop gelastte hij zijn verenigde leger om op te rukken, naar het oosten. Hoe het verder ging, heb ik eerder verteld: hij passeerde de Taurusbergen door de zogeheten Cilicische Poort, maakte onder verwarrende omstandigheden contact met het leger van Darius III Codomannus, en overwon. U leest hier meer over de slag bij Issos, die begin november 333 plaatsvond.

Ik vervolg deze reeks over Alexander de Grote begin juli met de belegering van de stad Tyrus. Als u niet zo lang wil wachten, kunt het verhaal ook lezen in mijn boek over de geschiedenis van Libanon, dat op donderdag 12 juni verschijnt en die avond zal worden gepresenteerd in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. U bent welkom!

#AlexanderDeGrote #AntigonosEénoog #Aspendos #Chios #DariusIIICodomannus #Frygië #GordiaanseKnoop #Gordion #Kybele #Lesbos #MemnonVanRhodos #Mytilene #Nearchos #Pamfylië #Parmenion #Perge #Pessinos #Side #Syllion #Termessos #Turkije

Alexander de Grote bij Halikarnassos (2)

De stadsmuur van Halikarnassos

[Vervolg en slot van een blog over Alexanders belegering van Halikarnassos. Het eerste deel was hier.]

De belegering van Halikarnassos begon in augustus 334 v.Chr., de heetste maand van het jaar, en sleepte zich eindeloos voort. Eerst probeerde Alexander de stad aan te vallen bij de Mylasapoort in het oosten (landkaart). De bedoeling was dat de manschappen de zeven meter diepe gracht vulden en dan met stormladders de muur beklommen. Dat Alexander zich gruwelijk had vergist, bleek toen een regen projectielen neerdaalde van de vijandelijke katapulten. Alexanders mannen waren kansloos. Hun eigen katapulten waren nog niet gearriveerd en een aanval zonder dekking van de eigen artillerie was een enorme blunder.

Beschietingen en geniewerkzaamheden

Vanaf het moment dat Alexander over zijn eigen geschut beschikte, enkele dagen later, werd enige vooruitgang geboekt. De Macedoniërs plaatsten hun katapulten op torens, waardoor ze hun tegenstanders konden bekogelen van gelijke of grotere hoogte. Memnon antwoordde met de bouw van een nog hogere toren en een nachtelijke aanval op de Macedonische belegeringswerken-in-aanbouw.

Daarop liet Alexander zogenaamde schildpadden naar voren schuiven: driehoekige schilddaken waarin stormrammen waren opgehangen om op de muren te beuken.

Byzantijnse afbeelding van een “schildpad”

Ondertussen werkten ondergronds mineurs om de torens te ondermijnen en te laten instorten. Toen dat in het noorden van de stad eindelijk resultaat had en de muur instortte, bleken de Halikarnassiërs een tweede muur achter de eerste te hebben opgericht, een zogeheten demilune. Dat betekende het einde van de aanval, want als de Macedoniërs verder zouden zijn gegaan, zouden ze van alle zijden van deze halfronde muur zijn aangevallen.

De tegenaanval

Nu gingen de Halikarnassiërs in de tegenaanval. Diodoros van Sicilië weet meer:

[Memnons onderofficier] Efialtes verzamelde een keurtroep van tweeduizend man. De helft daarvan rustte hij uit met brandende fakkels, de rest stelde hij op om de vijand aan te vallen. Zodra het licht begon te worden liet hij plotseling de poorten wijd opengooien. Ze stortten zich naar buiten en wierpen hun fakkels op de belegeringsmachines, die meteen in lichterlaaie stonden. Efialtes voerde persoonlijk de andere helft aan, een dicht opeengepakte falanx van vele rijen diep, en wierp zich op de Macedoniërs die kwamen aansnellen om de brand te blussen.

Toen Alexander zag wat er gebeurde, zette hij de beste Macedonische vechters vooraan en plaatste er als reserve zorgvuldig uitgekozen soldaten bij. Daarachter stelde hij nog een derde linie op van anderen die bijzonder dapper waren. Zelf ging hij voor allen uit en hield stand tegen de vijand die had gemeend door zijn massa onoverwinnelijk te zijn. Bovendien stuurde hij mensen om de brand te blussen en de machines te beschermen.

Als uit één mond weerklonk aan beide zijden een woest krijgsgeschreeuw, de trompetten gaven het sein tot de aanval en er ontbrandde een geweldig gevecht, want de troepen waren dapper en blaakten van strijdlust. De Macedoniërs wisten te voorkomen dat het vuur zich verder uitbreidde, maar in het gevecht hadden de soldaten van Efialtes de overhand. Hij was zelf de sterkste van allemaal en doodde eigenhandig een groot aantal Macedoniërs die in zijn buurt kwamen. Bovendien maakten de verdedigers van de onlangs opgerichte muur veel slachtoffers met een dichte regen van projectielen. Ze hadden namelijk een houten toren gebouwd van vijfenveertig meter hoog en die volgestouwd met katapulten, die scherpe pijlen afschoten. Terwijl veel Macedoniërs sneuvelden en de anderen voor de pijlenregen terugdeinsden, mengde Memnon zich [via de Tripylonpoort] met zware versterkingen in de slag. Zelfs Alexander wist absoluut niet meer wat te doen.

Maar juist op het ogenblik dat de verdedigers de overhand kregen, nam het gevecht een andere wending. Want de oudste Macedoniërs, die wegens hun leeftijd vrijgesteld waren van deelname aan de strijd, die al onder @Filippos hadden gediend en vele gevechten tot een goed einde hadden gebracht, voelden zich in die noodsituatie geroepen hun weerbaarheid te tonen. Superieur in moreel en gevechtservaring als ze waren, maakten ze de jongeren die de strijd wilden ontvluchten bittere verwijten over hun lafheid. Ze sloten de gelederen schild aan schild, hielden stand tegenover een vijand die zich al overwinnaar waande, zagen kans Efialtes en vele anderen te doden en dwongen ten slotte de overgeblevenen hun toevlucht te nemen in de stad. Terwijl de nacht viel, zaten de Macedoniërs de vluchtenden achterna tot binnen de muren. Maar toen Alexander de terugtocht liet blazen, trokken zij zich in hun kamp terug.noot Diodoros van Sicilië, Wereldgeschiedenis 17.26.3-27.3 (vert. Simone Mooij).

Die avond vond Memnon dat de verliezen te hoog begonnen te worden en besloot hij de buitenmuur op te geven. ’s Nachts liet hij de versterkingen in brand steken en concentreerde hij zijn garnizoen op de Salmakisheuvel en het Koninklijke Eiland.

Wiens overwinning?

De volgende dag betrad Alexander de woonwijken van Halikarnassos. Hoewel hij nu het grootste deel van de stad beheerste, was hij feitelijk niets opgeschoten, omdat de Perzen hun troepen op het Koninklijke Eiland over zee konden blijven bevoorraden. Het enige wat de Macedoniërs konden doen was een garnizoen vestigen dat de Perzen belette een uitval te doen. Pas anderhalf jaar later capituleerde het garnizoen op het Koninklijke Eiland.

Het onneembare eiland van Halikarnassos, inmiddels voorzien van een Kruisvaarderskasteel.

De belegering had de Macedoniërs weken gekost en de geleden schade bestond niet alleen uit tijdverlies. De Perzen konden de Egeïsche Zee nog altijd naar believen in en uit varen. Dat dwong Alexander eerst de bases van de Perzische vloot in Fenicië aan te vallen en pas daarna op te rukken naar Perzië. Hij zou na zijn overwinning bij Issos, waar hij het leger van Darius III versloeg, ruim anderhalf jaar verspelen met de belegering van de stad Tyrus en andere campagnes in de Levant. Maar alleen zo kon de Perzische vloot worden bedwongen en Macedonië worden beveiligd tegen een aanval van overzee. Dat bood Darius intussen alle gelegenheid een nieuwe strijdmacht op te bouwen.

Onze Griekse bronnen presenteren de inname van de woonwijken van Halikarnassos als een Macedonische victorie, maar Alexander moet beter hebben geweten. Hij had grotere verliezen geleden dan zijn tegenstander en zijn doel niet bereikt. Het was zelfs geen pyrrusoverwinning, want de Macedoniërs verloren het initiatief. Wat onze bronnen ook mogen beweren, de bij Halikarnassos behaalde tactische winst woog niet op tegen de geleden schade. Het was een Macedonische nederlaag.

[Meer over Alexander de Grote hier.]

#AlexanderDeGrote #Bodrum #DiodorosVanSicilië #Halikarnassos #Karië #MemnonVanRhodos #schildpadBelegeringsinstrument_ #Turkije

Alexander de Grote bij Halikarnassos (1) - Mainzer Beobachter

Bij de havenstad Halikarnassos, het huidige Bodrum in Turkije, leed Alexander de Grote een weinig bekende nederlaag.

Mainzer Beobachter

Alexander de Grote bij Halikarnassos (1)

De stadsmuur van Halikarnassos

Ik ben een paar keer in Bodrum geweest, het antieke Halikarnassos. Er is een tof museum, waar onder meer het Uluburunwrak is te zien. De resten van het Mausoleum vallen wat tegen, maar hé, het gaat wel om een wereldwonder hè. De stad bezit verder een theater en een stadspoort uit de vierde eeuw v.Chr. Ik zou willen schrijven dat een bezoek de moeite waard is, maar die moeite bestaat uit een zo lange autorit dat je niet én alles kunt bekijken én heen en weer kunt rijden. Je bent gedwongen een hotel te nemen, en hoewel die in deze Turkse badplaats prima zijn, ben je al met al te veel tijd kwijt.

Halikarnassos, de hoofdstad van Karië, is echter wél de plek waar Alexander de Grote een nederlaag leed. Of beter: de behaalde tactische winst woog niet op tegen de geleden strategische schade.

Hoe zat het ook alweer? Alexander was de havensteden ten oosten van de Egeïsche Zee aan het veroveren om het voor de Perzen moeilijk te maken naar Griekenland of Macedonië te varen. Tot en met Milete was het zonder veel problemen gegaan, maar inmiddels was de Perzische vloot gearriveerd. In Halikarnassos zouden de Macedoniërs, die vanaf het land kwamen, het moeten opnemen tegen een garnizoen dat zich van overzee kon bevoorraden of simpelweg kon wegvaren als de situatie onhoudbaar werd.

Problemen

Alexanders belegering van Halikarnassos werd bovendien bemoeilijkt door het feit dat de stad was voorzien van recent aangelegde versterkingen, die volmaakt waren toegesneden op de belegeringsoorlog, bijvoorbeeld doordat op heuveltoppen torens met katapulten stonden. De zojuist genoemde stadpoort maakte deel uit van deze versterkingen. Het garnizoen bestond grotendeels uit huurlingen die commandant Memnon van Rhodos uit steden in Klein-Azië had overgebracht of geworven in Griekenland. Velen hadden zich gemeld als vrijwilliger om te vechten tegen de verwoester van Thebe. De Grieken waren zeer gemotiveerd.

De belegering van Halikarnassos

Het moreel van de verdedigers en de hoogte van de muren vormden echter niet het belangrijkste obstakel. Als de wal eenmaal was genomen en de Macedonische soldaten stonden in de woonwijken, zou zich een nieuw probleem voordoen. De verdedigers waren gelegerd op een heuveltop, Salmakis, en op het zogeheten Koninklijke Eiland. Salmakis zou met een belegeringsdam en voldoende tijd kunnen worden veroverd, maar het eiland niet. Daarvoor moesten de Macedoniërs eerst de Perzische vloot verslaan, die beter en groter was.

Alexanders fout

De aanvallende partij was al met al zwaar in het nadeel. Alexander zou verliezen moeten incasseren en problemen hebben met de bevoorrading, terwijl de huurlingen hun eten dagelijks in de haven konden ophalen en zouden wegvaren als Memnon meende dat hij zijn vijanden lang genoeg had beziggehouden. Alexander begon dus aan het soort operatie dat elke generaal probeert te vermijden. Het was, simpelweg, een fout om de stad aan te vallen.

Eén zaak werkte in zijn voordeel: de Kariërs waren verdeeld. Satraap Pixodaros was kort daarvoor overleden en de heerschappij werd betwist door zijn zuster Ada, die het platteland beheerste, en de Pers Orontobates, die met Memnon leiding gaf aan de verdediging van Halikarnassos. Alexander verbond zich met Ada en benoemde haar tot satraap. Ze was de eerste niet-Macedoniër die hij in deze functie benoemde, en de enige vrouw. Hoewel de beheersing van het platteland de bevoorrading van de Macedonische troepen vereenvoudigde, moest Alexander zijn manschappen verdelen over de blokkade en de foerage. Hij had bij Halikarnassos dus niet de beschikking over zijn volledige leger.

[wordt vervolgd]

#Ada #AlexanderDeGrote #Bodrum #Halikarnassos #Karië #MemnonVanRhodos #satrapie #Turkije

Halicarnassus (Bodrum) - Livius

Alexander de Grote in Milete

Het Karabel-reliëf

Ik vertelde in het vorige blogje over de gelukkige manier waarop Alexander de Grote in de vroege zomer van 334 v.Chr. de stad Sardes in handen had gekregen. Daarvandaan marcheerden de Macedoniërs verder naar het zuiden. Op de Karabelpas zal Alexander ongetwijfeld het hierboven afgebeelde, eeuwenoude reliëf zijn getoond waarvan men vertelde dat het de legendarische Egyptische koning Sesostris voorstelde. Volgens de verhalen had hij in lang vervlogen tijden de hele wereld veroverd en overal zijn beeltenis in rotsen laten uithouwen, om zo te tonen tot hoever hij was gekomen. We weten niet wat Alexander ervan vond.

Efese

De Macedoniërs trokken door een vruchtbaar gebied, waar de oogst rijp op de velden stond. De bevoorrading verliep probleemloos en drie dagen na hun vertrek uit Sardes bereikten ze Efese. De democraten, die juist de oligarchen hadden verdreven, bereidden Alexander een warm welkom. Zoals Arrianus aangeeft, was het bijltjesdag:

Het volk van Efese, bevrijd van zijn vrees voor de oligarchen, maakte zich op om korte metten te maken met degenen die [de Perzische huurlingencommandant] Memnon hadden willen binnenhalen, de tempel van Artemis hadden geplunderd, het beeld van [Alexanders vader] Filippos in dat heiligdom omver hadden gegooid en op de markt het graf hadden geschonden van Heropythos, de bevrijder van de stad. [De oligarchische leiders] Syrfax, zijn zoon Pelagon, en de zoons van zijn broers werden uit het heiligdom gesleurd en gestenigd. Maar Alexander verbood iedereen om verder achter de anderen aan te gaan en wraak te nemen, want hij besefte dat het volk, als het de kans kreeg, met de schuldigen ook onschuldigen zou doden, uit persoonlijke haat of om zich meester te maken van hun eigendommen.noot Arrianus, Anabasis 1.17.11-12; vert. Simone Mooij.

Opnieuw mengde Alexander zich in de interne aangelegenheden van een zelfstandige stadstaat en dat was voldoende om de sympathie die de Efesiërs aanvankelijk voor hem hadden gevoeld als sneeuw voor de zon te doen smelten. Wellicht is op deze plaats en tijd de door Ploutarchos vertelde anekdote ontstaan dat Alexander was geboren in de nacht waarin de Artemistempel afbrandde, en dat de tempelbrand een voorteken was van de rampen die de Macedoniër zou veroorzaken.noot Ploutarchos, Leven van Alexander 3.7. De gespannen situatie zou misschien zijn geëscaleerd als Alexander niet had toegezegd dat de stad geen belasting hoefde betalen en het bedrag mocht schenken aan de tempel van Artemis.

Milete

Tot nu toe was de Macedonische opmars voorspoedig verlopen, maar inmiddels was de Perzische vloot op weg naar het noorden, naar Milete. Het zou erom spannen, want de Griekse commandant van de grote havenstad had aangekondigd dat hij zich zou verzetten tegen de Macedoniërs. Alexanders admiraal Nikanor bracht snel zijn oorlogsbodems om het voorgebergte van Mykale heen en bezette het heuvelachtige eilandje Lade, dat de haven van Milete beheerste. (Het bestaat tegenwoordig niet meer als eiland omdat de baai is dichtgeslibd.)

Het voormalige eiland Lade

De Perzische vloot, vierhonderd schepen, arriveerde drie dagen later. De vlootcommandanten hadden gehoopt gebruik te kunnen maken van de havens bij Milete, maar konden niet om Lade heen en waren gedwongen uit te wijken naar Kaap Mykale. Hoewel hun vloot talrijker was, lag ze te ver van het strijdtoneel af om een rol te spelen.

Het huis van Alexander in Priëne

Intussen had Alexander zijn hoofdkwartier ingericht te Priëne, waar zijn huis nog steeds wordt aangewezen. Vanuit zijn achtertuin had hij uitzicht op Milete, Lade en Mykale. Ook de Macedonische cavalerie was in Priëne ingekwartierd en voerde aanvallen uit op Perzische zeelieden die bij Mykale zoet water zochten. Dat dwong de Perzen uit te wijken naar het nabijgelegen eiland Samos. Zelfs al werd er niet gevochten in Priëne , het was een zware tijd voor de bewoners en Alexander liet zijn waardering blijken door de stad een tempel te schenken voor de stadsgodin Athena.

βασιλεὺς Ἀλέξανδρος ἀνέθηκε τὸν ναὸν Ἀθηναίηι Πολιάδι. “Koning Alexander wijdde deze tempel aan Athena Polias” (British Museum, Londen)

Toen de Macedonische belegeringsmachines eenmaal bij Milete waren aangekomen, was het lot van de havenstad bezegeld. Met stormrammen sloegen de aanvallers een bres in de muur en stormden Milete binnen. De Macedoniërs doodden op driehonderd man na alle Griekse huurlingen en Alexander legde een groot garnizoen in de stad, die waarschijnlijk een zware belasting moest betalen. Dat dit voortaan geen “tribuut” meer heette maar gold als “contributie” aan de Macedonische krijgskas, zal de pijn niet hebben verzacht.

Voor de Perzische vloot zat er weinig anders op dan onverrichter zake terug te keren naar het zuiden. De strijd zou zich verplaatsen naar Halikarnassos, waar Alexander een vergeten nederlaag zou lijden.

[Momenteel is de Week van de Klassieken. Het programma vindt u daar. En dit was het 6000e blogje op deze plek. Dank voor uw belangstelling!]

#AlexanderDeGrote #Arrianus #ArtemisVanEfese #Karabel #MemnonVanRhodos #Mykale #Parmenion #Priëne

Alexander de Grote in Sardes - Mainzer Beobachter

In de late lente van 334 v.Chr. rukte Alexander de Grote op naar Sardes, het voornaamste Perzische bestuurscentrum in Klein-Azië.

Mainzer Beobachter

De slag aan de Granikos (3)

De vlakte achter de Granikos

[Dit is het laatste van drie blogjes over de slag aan de Granikos. Het eerste was hier.]

De twee legers brachten de nacht dus tegenover elkaar door aan de Granikos. De Perzen hoopten de volgende dag de Macedoniërs te onderscheppen bij het oversteken van de stroom, maar die wachtten dat niet af. Omdat de Perzen niet mochten uitrukken vóór ze hadden geofferd aan de opkomende zon, zetten Alexander en zijn rechterhand Parmenion hun leger over in de laatste uren van de nacht.

De slag aan de Granikos

De aanval volgde bij dageraad, en de Perzen wisten dat er iets vreselijk mis was toen ze de aarde hoorden dreunen onder de voetstappen van de Macedonische falanx. Vanaf het begin waren ze in de verdediging. Door de snelheid waarmee de Macedoniërs oprukten, kon maar een deel van de Perzische cavalerie worden ingezet. Diodoros van Sicilië vertelt:

Spithridates, een Pers van geboorte en een buitengewoon moedig man, stortte zich met een groot aantal ruiters, waaronder veertig van de Koninklijke Verwanten, uitmuntende strijders, op de Macedoniërs. Hij zat zijn tegenstanders op de huid en in een fel gevecht doodde hij er een aantal en verwondde hij andere. Omdat het geweld van zijn aanval nauwelijks te weerstaan was, wendde Alexander zijn paard naar Spithridates en reed op hem af.

De Pers beschouwde deze kans op een tweegevecht als een godsgeschenk, alsof het Lot wilde dat door zíjn moed Azië van het allergrootste gevaar zou worden bevrijd, Alexanders veelgeroemde stoutmoedigheid door hém werd bestraft en de reputatie van de Perzen niet te schande gemaakt zou worden. Als eerste wierp hij zijn speer en hij zette er zoveel kracht achter dat hij diens schild doorboorde. De punt ging dwars door Alexanders harnas heen en raakte zijn rechterschouder. De koning schudde echter het projectiel van zijn arm af, gaf zijn paard de sporen, en gebruikmakend van de vaart van zijn paard richtte zijn speer naar de borst van de satraap. Toen dat gebeurde begonnen de soldaten in beide linies te schreeuwen bij het zien van zo’n toppunt van moed.

Maar de punt van Alexander speer brak af op Spithridates’ pantser en de schacht gleed af. De Pers trok zijn zwaard en wilde zich op Alexander werpen, maar de koning had weer vat gekregen op zijn speer en zag kans die nog net op tijd naar Spithridates’ gezicht te stoten en het te raken. De Pers stortte neer, maar op dat moment kwam zijn broer Roisakes aan galopperen. Die liet zijn zwaard met zo’n vreselijke slag neerkomen op het hoofd van Alexander, dat hij diens helm doorkliefde en zijn hoofdhuid verwondde. Toen Roisakes op dezelfde plaats een tweede klap wilde uitdelen, stoof Kleitos, bijgenaamd de Zwarte, er met zijn paard op af en hakte de arm van de Pers af.noot Diodoros van Sicilië, Wereldgeschiedenis 17.20.2-7; vert. Simone Mooij.

Terwijl dit gevecht plaatsvond, raakten ook de hoofdmachten slaags. De Perzische ruiters liepen de voor de Perzen strijdende Griekse huurlingen voor de voeten, zodat de Macedonische falanx weinig weerstand ondervond. Er moeten duizenden doden zijn gevallen, terwijl de verliezen aan Macedonische zijde, zoals altijd wanneer een falanx vrij spel kreeg, gering waren:

Aan Macedonische zijde werden bij de eerste aanval ongeveer vijfentwintig gardisten gedood. Van de overige ruiters vielen er meer dan zestig, van de infanterie ongeveer dertig. De volgende dag liet Alexander hen begraven, met hun wapens en verdere uitrusting. Aan hun ouders en kinderen verleende hij vrijstelling van dienstplicht en belasting op land en andere bezittingen. Ook de gewonden gaf hij veel aandacht. Hij bezocht ze een voor een, bekeek hun wonden, vroeg hoe en wanneer ze gewond waren en gaf hun gelegenheid dat te vertellen en erover op te scheppen noot Arrianus, Anabasis 1.16.4-5; vert. Simone Mooij.

De gevolgen

Korte tijd later leidde hij Alexander zijn leger terug naar de plek waar hij aan land was gegaan, om alsnog te beginnen aan de geplande mars naar de Griekse steden in het zuiden. Ondertussen ging generaal Parmenion op weg naar het oosten om Daskyleion, de dichtstbijzijnde Perzische vestiging, te bezetten. Dit was een belangrijke operatie, want er was veel buit te behalen en Alexander had behoefte aan zilver en goud. Weliswaar beschikte Macedonië over rijke mijnen, maar het jaar van de troonsbestijging was duur geweest, om nog maar te zwijgen van de kosten van het expeditieleger. Onze bronnen melden dat Daskyleion zonder slag of stoot in Macedonische handen viel, maar opgravingen suggereren dat er wel degelijk is gevochten.

De akropolis van Daskyleion

Voor de Perzen was de slag aan de Granikos een catastrofe. De verliezen waren immens. Ze beschikten niet langer over een effectief leger in de regio, aangezien hun Griekse huurlingen voor het merendeel waren omgekomen. Alexander stuurde de overlevenden als dwangarbeiders naar het Macedonische platteland, dat als gevolg van zijn veldtocht deels was ontvolkt.

Een andere tegenslag voor de Perzen was dat veel bestuurders waren gesneuveld: twee provinciegouverneurs, tenminste drie andere commandanten en evenveel leden van de koninklijke familie. De Griekse huurlingenleider Memnon overleefde echter. Koning Darius vertrouwde hem en erkende dat de door de Griekse huurlingenleider voorgestelde tactiek van de verschroeide aarde de beste was. Maar Memnon had meer pijlen op zijn boog. Binnen enkele maanden zou hij Alexander danig in de problemen brengen.

[een overzicht van alle Alexanderblogs is hier.]

#AlexanderDeGrote #Arrianus #DariusIIICodomannus #Daskyleion #falanx #Kleitos #MemnonVanRhodos #Parmenion #slagAanDeGranikos #Spithridates #Turkije

De slag aan de Granikos (1)

De Granikos

Het was nieuws over de Oudheid, eind december, en dus overdreven of op een andere manier twijfelachtig. Het is immers oudheidkunde. En ja hoor. De archeologen die eind december bekend maakten dat ze de plek hadden gevonden waar Alexander de Grote zijn eerste overwinning op de Perzen had behaald, hadden niets te melden dat we niet al heel, heel lang wisten. Het riviertje, de Granikos van toen ofwel de huidige Biga, is allang geïdentificeerd, Alexanders route eveneens, net als de vlakte waar is gevochten.

We hadden, kortom, weer eens een gevalletje oudheidkundige desinformatie bij de hand: archeologen die, op het moment dat journalisten hun aandacht hadden bij kerstmis en niet kritisch waren, zaten te hengelen naar aandacht. Dat getuigt niet alleen van een abnormaal lage professionele standaard, maar is in dit geval bovendien gewoon ronduit dom. Er zijn namelijk nogal wat mensen die weleens een boek over Alexander hebben gelezen. Als je de kluit belazeren wil, doe het dan niet waar iedereen (behalve journalisten) het herkent. De archeologen schoten dus weer eens fijn in hun eigen voet.

Macedonische krijgsdoelen

Hoe zat het ook alweer, met die slag aan de Granikos? Het Macedonische leger was al met een voorhoede in Azië, en Alexander sloot zich daar in Troje bij aan. Van verkenners wisten de Macedoniërs dat de Perzische generaals hun troepenmacht verder naar het oosten hadden geconcentreerd. Dat was een lelijke tegenvaller, want het eerste Macedonische aanvalsdoel was het gebied in het zuiden, waar Griekse steden lagen die er, zoals we al zagen, blijk van hadden gegeven te sympathiseren met de Macedonische zaak.

Het veroveren of (als men waarde hecht aan de propaganda die de Macedoniërs serveerden voor consumptie in Griekenland) “bevrijden” van deze steden had als voordeel dat de Perzische vloot de toegang tot enkele havens verloor, zodat een overzeese aanval op Macedonië werd bemoeilijkt. Nu het Perzische leger zich ten oosten van Troje bevond, was een rechtstreekse Macedonische opmars naar het zuiden uitgesloten. De Perzen zouden dan het gebied rond Troje bezetten en het Macedonische leger van zijn basis afsnijden. De Macedoniërs waren gedwongen eerst op te rukken naar het oosten. Zugzwang. Zonder er veel moeite voor te hebben hoeven doen, hadden de Perzen hun tegenstanders gedwongen tot actie op Perzische voorwaarden.

De Macedoniërs hadden nog een probleem. Hun voedselvoorraden waren toereikend voor een maand. Het Perzische leger moest niet alleen onder ongunstige omstandigheden worden bestreden, het moest ook snel gebeuren om op weg te kunnen gaan naar het graanrijke zuiden. Veel keus was er niet en dus rukten de soldaten zo snel als ze konden naar het oosten.

Perzische discussies

Ondertussen discussieerden de Perzische commandanten over de wijze waarop ze de strijd zouden voortzetten. Arrianus weet wat er zoal werd gezegd:

[Huurlingenleider] Memnon van Rhodos waarschuwde hen geen risico te nemen met de Macedoniërs. Hun infanterie was immers veel talrijker en Alexander was er zelf bij, terwijl [de Perzische koning] Darius dat aan hun kant niet was. Hij adviseerde hen om bij het verder trekken alle groenvoer voor de paarden te laten plattrappen door de ruiterij, het gewas op de velden te verbranden en zelfs de steden niet te sparen, want bij gebrek aan de nodige levensmiddelen zou Alexander niet in het land blijven. Maar Arsites [een gouverneur] heeft volgens het verhaal in de vergadering van de Perzen gezegd dat hij niet zou dulden dat ook maar één huis van zijn onderdanen in brand gestoken zou worden.noot Arrianus, Anabasis 1.12.9-10; vert. Simone Mooij.

Memnons voorstel werd verworpen en de Perzen zochten een voor hen gunstig gelegen strijdtoneel uit bij de Granikos. En dat is dus de huidige Biga, zoals we al jaren weten maar wat archeologen graag claimen als een nieuwe ontdekking. Begin juni 334 kwam het daar tot een veldslag.

[wordt vervolgd; een overzicht van alle Alexanderblogs is hier.]

#AlexanderDeGrote #Arrianus #DariusIIICodomannus #falanx #huurlingen #MemnonVanRhodos #slagAanDeGranikos #Turkije

Location of Alexander the Great’s Granicus battlefield identified

After decades of study, archaeologists have pinpointed the Battle of Granicus site, a key victory of Alexander the Great.

Archaeology News Online Magazine

Parmenion versus Memnon

Macedonische helm (Nationaal Museum, Kopenhagen)

Nu ik werkende weg ben beland in een soort van geschiedenis van Alexander de Grote – een overzichtspagina is inmiddels hier – is het geen slecht idee eens te vertellen hoe de oorlog tussen Macedonië en het Achaimenidische Rijk eigenlijk begon. Over de aanleiding heb ik het al eerder gehad: dat was het Perinthos-incident. Filippos II consolideerde zijn koninklijke macht in Macedonië door externe expansie, die hem het goud opleverde waarmee hij machtige aristocraten voor zich won. Die expansie moest vroeg of laat stuiten op Perzische vitale belangen – zoals de doorvaart van de Zwarte naar de Egeïsche Zee. De inname van Perinthos in 340 v.Chr. was voor de Perzische koning Artaxerxes III Ochos onacceptabel en dus stuurde hij troepen naar Europa. Voor het eerst, lijkt het, sinds de dagen van Xerxes. In elk geval: na die vernedering besloot Filippos het Perzische Rijk aan te vallen.

Parmenion valt aan

De oorlog begon serieus in het voorjaar van 336, toen een Macedonisch leger, aangevoerd door generaals Parmenion en Attalos, overstak naar Azië. De expeditie leek eenvoudig. Artaxerxes III Ochos was in september 338 opgevolgd door Artaxerxes IV Arses en het Perzische imperium was verscheurd door troonstrijd. Terwijl de rebellen Chababash en Nidin-Bel de macht grepen in Egypte en Babylonië, trok een derde rebel, de Perzische edelman Artašata, vanuit Armenië op naar de Perzische hoofdsteden. Alsof de chaos nog niet groot genoeg was, had het rijk na de dood van de betrouwbare generaal Mentor van Rhodos ook geen onomstreden militaire leider. De satrapen in Klein-Azië waren verdeeld over de vraag wie hem zou opvolgen.

Terwijl het wereldrijk verzwakt was, landden de tienduizend soldaten van het leger van Parmenion en Attalos. Belangrijke havens aan de Hellespont als Abydos en Kyzikos vielen zonder slag of stoot in Macedonische handen. Tegelijkertijd werd Artaxerxes IV vermoord en beklom Artašata de troon, onder de naam Darius III. Wat zijn (alleen in Latijnse bronnen genoemde) bijnaam Codomannus betekent, is niet bekend, al kan het in het Perzisch zoiets betekenen als “de krijgslustige”.

De Griekse steden

Met een Macedonisch leger in de buurt, en terwijl het Perzische centrale gezag een speelbal leek van diverse partijen, kwamen verschillende Griekse steden in Klein-Azië in opstand tegen hun koning. Al sinds mensenheugenis werden die steden, net als de meeste stadstaten ten westen van de Egeïsche Zee, geregeerd door een kongsi van rijke oligarchen of een niet minder vermogende alleenheerser. Aangezien kapitaal in de Oudheid vrijwel uitsluitend werd belegd in land, en grootgrondbezitters nooit ver van hun bezittingen verbleven, hadden de Perzische bestuurders deze groep altijd eenvoudig kunnen controleren. De opstandelingen waren minder rijk, en waar ze aan de macht kwamen moesten ze op zoek naar steun. Vaak vestigden ze een democratie om de bevolking voor zich te winnen.

Ze knoopten in de zomer van 336 ook vriendschapsbetrekkingen aan met Filippos van Macedonië, die als enige hun onafhankelijkheid kon beschermen. De Efesiërs eerden hem met een standbeeld in de beroemde Artemistempel. Het leger van Parmenion en Attalos werd overal met open armen ontvangen en kon snel oprukken naar het zuiden. In het najaar bereikte het de stad Magnesia, die de weg beheerste naar het voornaamste Perzische bestuurscentrum in de regio, Sardes.

Darius III slaat terug

Tot daar verliep alles zonder problemen, maar plotseling stokte de Macedonische opmars. Niet alleen de moord op Filippos in het najaar van 336 gooide roet in het eten. Minstens even belangrijk was dat de Perzen ongewoon snel hun eenheid herwonnen. Darius III maakte eerst een einde aan het bewind van de Babyloniër Nidin-Bel, zond goud en zilver naar de Griekse stadstaten om ze tegen Alexander in opstand te laten komen, en liet bovendien in de havensteden van Cyprus en Fenicië een oorlogsvloot klaarmaken om Chababash te verdrijven uit Egypte.

Voor het front in Klein-Azië wees Darius een capabele generaal aan: Memnon van Rhodos, de broer van de onlangs overleden Mentor. Memnon had een deel van zijn leven doorgebracht aan het Macedonische hof en was daarom in Perzië niet geheel onomstreden, maar hij had zijn positie versterkt door te trouwen met een Perzische aristocrate, Barsine, de weduwe van zijn broer. Ik blogde al eens over haar. Voortaan gold Memnon als een van Darius’ meest loyale volgelingen en vanaf de herfst van 336 commandeerde hij de Griekse huurlingen van de grote koning.

Bij de stad Magnesia kwam het tot een treffen waarin voor het eerst in lange tijd een Grieks leger (zij het in vreemde dienst) superieur bleek aan een strijdmacht uit Macedonië. De gebeurtenis was des te opmerkelijker omdat Memnons huurlingen in de minderheid waren. Het Macedonische moreel kreeg geen gelegenheid zich te herstellen, want enkele dagen na de nederlaag ruimde Parmenion zijn collega Attalos uit de weg – de man was een persoonlijke vijand van Alexander. Parmenion voerde het leger terug naar het noorden, maar werd op de hielen gezeten en zelfs ingehaald door Memnon.

Tegelijkertijd braken burgertwisten uit in de steden die zich nog maar zo kort geleden aan Macedonische zijde hadden geschaard. In Efese maakte Memnon een einde aan de prille democratie en kregen de oligarchen de macht weer in handen. Zoals bij dergelijke omwentelingen te doen gebruikelijk is, leefde de bevolking zich uit op de standbeelden van de oude machthebbers: het beeld van Filippos in de beroemde Artemistempel werd van zijn sokkel getrokken.

Het jaar 335

In de loop van het volgende jaar – het jaar waarin Alexander trok door Thracië en Illyrië en Thebe verwoestte; het jaar waarin de Perzen de opstandige satrapie Egypte heroverden – streden Parmenion en Memnon met wisselend succes. Tegelijkertijd mobiliseerden de satrapen van Lydië en Hellespontijns Frygië, Spithridates en Arsites, hun troepen om Memnon te helpen het binnenvallende leger te verdrijven. De Grieks-Romeinse auteur Diodoros somt Memnons successen op:

Hij trok over het Idagebergte, overviel onverwachts de stad Kyzikos en het scheelde weinig of hij had haar ingenomen. Toen hij niet in die opzet slaagde, verwoestte hij het omliggende land en sleepte een grote buit weg. In dezelfde tijd veroverde Parmenion stormenderhand de stad Gryneion en verkocht de bewoners als slaven. Maar toen hij Pitane belegerde, kwam Memnon opdagen. Hij verjoeg de Macedoniërs en maakte een eind aan het beleg. Later heeft [de Macedonische ruitercommandant] Kalas nog in de buurt van Troje met een leger van Macedoniërs en huurlingen slag geleverd tegen een grote Perzische overmacht, maar toen bleek dat hij die niet aankon, trok hij zich terug op het schiereiland Roiteion.

Zo liep het jaar 335 ten einde. Memnon had de Macedoniërs geïsoleerd in het noorden, waar Parmenion alleen de bruggenhoofden Kyzikos, Abydos en Roiteion kon behouden. Er resteerde weinig van het optimisme waarmee het expeditieleger anderhalf jaar eerder Azië was binnengevallen. Toch had Parmenion veel bereikt. De drie havensteden waren verdedigbaar en Memnon kon ze onmogelijk heroveren zolang hij de wateren van de Hellespont niet beheerste. Gedurende de winter konden de Macedoniërs enorme voedselvoorraden naar deze bases overbrengen en begin mei 334 stak Alexander zonder problemen over naar Azië. Daarover een andere keer.

#AbydosAzië_ #AlexanderDeGrote #Arsites #ArtaxerxesIIIOchos #ArtaxerxesIVArses #Attalos #Barsine #Chababash #DariusIIICodomannus #democratie #DiodorosVanSicilië #FilipposII #Hellespont #Kyzikos #MagnesiaAanDeSipylos #MemnonVanRhodos #MentorVanRhodos #NidinBel #oligarchie #Parmenion #PerinthosIncident #Spithridates

Alexander de Grote in context - Mainzer Beobachter

De presentatie van Alexander de Grote als breuk tussen de klassieke en hellenistische tijd maakt hem belangrijker dan hij was.

Mainzer Beobachter