Het Hemels Mandaat in Mesopotamië

Babylonië, Sogdië en China

Een paar dagen geleden schreef Kees Alders op deze blog over het Hemels Mandaat, Tianming, dat de Zhou-dynastie uit het westen van China voor zichzelf claimde toen ze in de elfde eeuw v.Chr. de Shang-dynastie omverwierp. Samengevat:

De laatste Shang-vorst zou wreed en losbandig zijn geweest, en daarmee het morele mandaat hebben verloren om zijn rijk te besturen.

Dit idee is in het latere China een belangrijke rol blijven spelen, aangezien het een van de kernvragen introduceerde van de latere Chinese filosofie: wat was immers de deugd waarover de heerser diende te beschikken? Die vraag laat ik verder aan Alders over om te beantwoorden, ik wijs op een parallel in Mesopotamië.

Marduk

Babylonische dynastieën

Ook daar zijn dynastiewisselingen bekend. Vanaf de Late Bronstijd heersten daar diverse dynastieën, die zó slecht bekend zijn dat oudheidkundigen een van deze heersersfamilies maar aanduidt als “de dynastie van E”. Pas tegen het einde van de achtste eeuw v.Chr., als de Assyriërs de macht overnemen, hebben we weer zicht op de situatie. Die voelen zich op zeker moment gerechtigd om Babylon te verwoesten en voor zeventig jaar braak te laten liggen, maar gelukkig voor de bewoners kreeg de god Marduk medelijden en mochten ze al eerder terugkeren. Evengoed was Babylon voor de Assyrische vorsten een hoofdpijndossier.

Uiteindelijk greep Nabopolassar de macht, eerst in Babylon, later in heel Mesopotamië. De Assyrische dynastie had dus plaatsgemaakt voor een Babylonische. En die dynastie maakte in 539 v.Chr. weer plaats voor een Perzische, die later weer zou worden opgevolgd door een Macedonische, een Parthische, een tweede Perzische en uiteindelijk het Arabische Kalifaat. In ons optiek zijn het steeds andere volken, maar dat is wat misleidend; de hedendaagse jargonterm “heersende etnoklasse” is bedoeld om te tonen dat alleen de residentie zich verplaatste en het elite-netwerk zich heroriënteerde.

Nabonidus (Archeologisch museum, Sanli Urfa)

De val van Nabonidus

Mij gaat het om de opkomst van de Perzische Achaimeniden: eerst versloeg Cyrus de Grote de Babylonische legers ergens aan de Tigris, en het geweld was zo extreem dat er geen troepen resteerden om de stad Babylon te verdedigen. De bronnen geven uiteenlopende informatie over het lot van koning Nabonidus, maar wat wél duidelijk is dat iedereen die in die dagen in staat was wat spijkerschrifttekens te schrijven, negatief over hem schreef.

Om te beginnen is er de Cyruscilinder, waarin de veroveraar alle gemeenplaatsen uit de Assyrische propaganda van stal haalt om te bewijzen dat Nabonidus niet deugde omdat hij boventallige herendiensten had opgelegd aan de bevolking, dat de Babylonische god Marduk had gezocht naar een rechtvaardige heerser, dat Cyrus dat was, dat zijn coup d’état dus gerechtvaardigd was geweest, wat eens te meer werd bewezen door de extra offers die hij bracht en doordat hij de herendiensten terugbracht tot het oorspronkelijke niveau.

Een Mardukpriester (Louvre, Parijs)

Het gedicht dat bekendstaat als de Verskroniek van Nabonidus is gecomponeerd door een van de priesters van de Marduktempel. De tekst toont dat de religieuze autoriteiten in Babylon verontrust waren geraakt doordat het belangrijke nieuwjaarsfeest (Akitu) niet volgens de regels gevierd kon worden omdat koning Nabonidus afwezig was. Hij was namelijk in Tayma, een oase in het noorden van het huidige Saoedi-Arabië. De auteur van de Verskroniek doet weinig moeite om zijn minachting te verbergen voor de goddeloze gek.

Echo’s van deze propaganda zijn te vinden in de literatuur van de in Babylonische ballingschap verkerende Joden. De auteur van het Bijbelboek Jesaja verlekkert zich bijvoorbeeld in het verdriet van de Babylonische vrouwen en onthaalt Cyrus als gezalfde des heren. Wat al deze teksten – er zijn er meer – duidelijk maken is dat Nabonidus zijn Hemels Mandaat had verspeeld.

De Dynastieënprofetie (British Museum, Londen)

De Dynastieënprofetie

De tekst die bekendstaat als de Dynastieënprofetie is ook relevant. In de vorm van een voorspelling, dus geformuleerd in de toekomstige tijd, doet de auteur verslag van enkele gebeurtenissen uit het verleden. Het begin is verloren, maar verderop lezen we hoe de Babylonische dynastie van Nabopolassar de Assyrische heersers afloste. Daarna zijn er lacuneuze beschrijvingen van Nabopolassars opvolgers, gevolgd door een heel negatief oordeel over Nabonidus (“Hij zal kwaad beramen tegen Babylonië”). Cyrus is hierna de rechtvaardige vorst.

Maar ook zijn dynastie komt ten einde. Darius III Codomannus wordt gepresenteerd als opstandeling, dus als een verbreker van de kosmische orde. “Troepen uit het land in het westen zullen oprukken” en Darius verslaan. Op deze verwijzing naar Alexander de Grote volgt de passage waarom de Dynastieënprofetie berucht is: iets dat lijkt op een vermelding van Darius’ terugkeer. Het kan niet het moment zijn waarop de auteur, die tot nu toe het verleden beschreef, werkelijk de toekomst gaat voorspellen, want de tekst vervolgt met Alexanders opvolger Seleukos Nikator. De vermoedelijke verklaring is dat de schrijver zich vergiste en dat Alexander zegevierde. In elk geval leeft iedereen na het aantreden van de Macedenische dynastie nog lang en gelukkig.

Ook hier zien we dus het Hemels Mandaat: slechte Assyriërs, goede eerste Babylonische koning, slechte laatste Babylonische koning, goede eerste Perzische koning, slechte laatste Perzische koning, goede eerste Macedonische vorsten.

Zarathuštra (Wereldmuseum, Leiden)

Verband?

Ik rond af met een speculatie. Het Hemels Mandaat, of dat nou Chinees of Babylonisch is, veronderstelt een theorie over door de goden gewilde en gegarandeerde rechtvaardigheid. Maar in het antieke denken was dat helemaal niet zo vanzelfsprekend. Natuurlijk zijn er vorsten geweest die zich erop lieten voorstaan te ijveren voor het recht, maar het idee dat de goden een onrechtvaardige vorst konden vervangen door een andere heerser uit een nieuwe dynastie, was nieuw.

Ik bedacht – en nogmaals: het is speculatie – dat we misschien de invloed van Zarathuštra zien. Deze profeet, die in de Bronstijd in Sogdië (zeg maar Oezbekistan) leefde, beweerde dat mensen, door rechtvaardig te leven, partij kozen in de eeuwige kosmische strijd tussen het goede en het kwade. Hier zien we voor het eerst de vervlechting van ethiek en godsdienst. Misschien hebben de Zhou-Chinezen en de Mesopotamiërs daar iets van meegekregen.

Maar het idee kan natuurlijk ook twee keer zijn verzonnen – zo vreemd is het nou ook weer niet om aan te nemen dat de goden een slechte vorst in de steek laten. Al in de eenentwintigste eeuw v.Chr., toen de Sumerische Koningslijst werd samengesteld, bestond in Mesopotamië het idee dat dynastieën elkaar afwisselden. In een andere tekst uit die tijd, de Vloek van Akkad, lezen we dat koning Naram-Sin zich zo slecht gedraagt dat zijn stad ten onder ging. Om deze twee ideeën, enerzijds de afwisseling van dynastieën en anderzijds de slechte koning die zijn stad ten gronde richt, in elkaar te schuiven, daarvoor was niet per se een Zarathuštra nodig.

#CyrusDeGrote #Cyruscilinder #DariusIIICodomannus #Dynastieënprofetie #HemelsMandaat #Jesaja #Marduk #Nabonidus #Nabopolassar #NaramSin #SumerischeKoningslijst #VloekVanAkkad #ZhouDynastie

Alexander de Grote in Egypte (2)

De Nijl

Vorige maand blogde ik over de wijze waarop Alexander de Grote in Egypte was aangekomen en hoe hij zijn best had gedaan zich als vrome Egyptische vorst te presenteren. Dat was in november of december 332 v.Chr. en we weten niet waar Alexander de winter doorbracht. Zijn Romeinse biograaf Curtius Rufus vermeldt terloops dat de Macedonische veroveraar de Nijlvallei verkende, en hoewel geen enkele andere bron dit bevestigt, kan het waar zijn. Er was in elk geval voldoende tijd.

Nijlcruise?

De Macedonische koning liet een kapel inrichten in een van de tempels van Amun in Thebe, terwijl een inscriptie uit het stroomopwaarts gelegen Edfu melding maakt van de bouwactiviteiten van de “geliefde van Amun en uitverkorene van Ra”. De twee getuigenissen bewijzen niet onomstotelijk dat Alexander zo zuidelijk kwam, maar uitgesloten is een Nijlcruise ook niet, al was het maar omdat de Macedonische koning in Thracië en Illyrië de gewoonte al had ontwikkeld persoonlijk de grenzen van zijn rijk te inspecteren.

Bovendien was een farao aan zijn reputatie verplicht zijn gezicht te laten zien aan de grens met Nubië, om vervolgens te claimen dat hij “de vreemde landen in het zuiden respect voor Horus had bijgebracht en ze had gepacificeerd”. De Perzische veroveraar Kambyses had hetzelfde gedaan. Vaak was zo’n bezoek niet meer dan symbolisch, maar het is opmerkelijk dat juist de Egyptische heersers in de vierde eeuw v.Chr. er serieus werk van maakten en hun aanwezigheid toonden met een uitgebreid bouwprogramma. Alexander kan in hun voetsporen zijn getreden.

Thebe

Naar Siwa

In het voorjaar van 331 v.Chr. was Alexander in elk geval in Memfis, vanwaar hij met een klein leger verder wilde gaan naar het orakel van de god Ammon in de noordoostelijke Sahara. Hoewel het noch in de Oudheid noch in onze tijd aan speculaties heeft ontbroken, is onbekend welke vraag Alexander ertoe bewoog naar de oase van Siwa te trekken om een bezoek te brengen aan dit bonafide maar nogal afgelegen orakel. Zo’n vraag zou kunnen zijn of hij moest ingaan op het al genoemde vredesaanbod van de Perzische koning Darius III, of dat hij werkelijk kon geloven dat hij, zoals de Egyptenaren beweerden, de zoon was van de oppergod.

Misschien was er ook wel geen vraag en was de expeditie naar de oase een militaire oefening ter voorbereiding op de aanval op het land ten oosten van de Eufraat. De Macedoniërs hadden immers geen ervaring met oorlogvoering in de woestijn. Wellicht wilde Alexander, zoals altijd theatraal, de wereld tonen dat Macedoniërs dingen vermochten die de Perzen niet lukten, want Kambyses had volgens Herodotos ooit een leger verloren in de Libische woestijn. Of misschien wilde Alexander wel gewoon genieten van het lege landschap. Het hele bezoek aan Egypte, dat geen urgent militair doel diende, ademt een sfeer van onbezorgd toerisme. En de Macedoniërs zouden vanzelfsprekend niet de laatsten zijn die de bewoners van noordelijk Afrika verbaasden met hun liefde voor de woestijn.

De eenvoudigste weg naar Siwa was die langs de kust, en dus voer het gezelschap de westelijke tak van de Nijl af om aan te komen bij een lagune bij de riviermonding. Arrianus vertelt:

Toen hij die had rondgevaren, ging hij aan land op de plaats waar nu de naar hem genoemde stad Alexandrië ligt. Het kwam hem voor dat die plaats bij uitstek geschikt was om een stad te stichten, en dat die stad heel welvarend zou kunnen worden. noot Arrianus, Anabasis 3.1.5; vert. Simone Mooij.

Het idee om daar een stad te stichten kwam niet uit de lucht vallen. Farao Psamtek I had Egypte in de zevende eeuw opengesteld voor Griekse kooplieden en had Grieken en Kariërs in dienst genomen als huurlingen. Sindsdien waren de contacten alleen maar intensiever geworden. Het economische en politieke zwaartepunt van Egypte was zo naar het noordwesten verschoven. Alexanders voornemen in deze regio een havenstad te stichten was een voortzetting van wat inmiddels traditioneel Egyptisch beleid was.

De kustweg bij El Alamein

Vanaf de plaats waar Alexandrië zou verrijzen trok het legertje naar het westen, waar het stuitte op een gezelschap uit de Griekse steden in de Cyrenaica, die zich aan de Macedoniërs kwamen onderwerpen. Vervolgens trok Alexander de woestijn in.

[Wordt vervolgd. Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#alexanderDeGrote #alexandrie #ammon #amun #arrianus #dariusIiiCodomannus #edfu #herodotosVanHalikarnassos #kambyses #memfis #nektaneboIi #nijl #psamtekI #quintusCurtiusRufus #siwa #thebeEgypte

Anatolische beschavingen: Assyrië & daarna

Orthostaat uit Arslantepe: een strijdwagen zoals gebruikt in Assyrië .

[Dit is het laatste deel van een reeks over de Brons- en IJzertijd van Turkije; het eerste deel is hier.]

De handelskolonie van Kanesh, het Rijk van de Hittieten, de bewoners van Wilusa, de Neo-Hittitische staten: allemaal hadden ze contact gehad met de gebieden buiten Anatolië. Uiteraard wilde dat niet zeggen dat de Anatolische culturen hun eigen gezicht niet zouden hebben behouden. De eigen traditie bleef bestaan. Soms was er sprake van werkelijke culturele continuïteit, even vaak van bewust teruggrijpen op wat eraan vooraf was gegaan. Een strijdwagenreliëf uit het Arslantepe van de Late IJzertijd toont hoe dit voertuig werd gebruikt in de Bronstijd, niet hoe het werd ingezet in de eigen tijd, en bewijst dat men aansluiting zocht bij een groots verleden.

Rond het midden van de negende eeuw kwam er echter een einde aan deze culturele autonomie. Vanuit het oosten kwamen de Assyriërs, die langzaam maar zeker het gehele Midden-Oosten verenigden. Het eerste slachtoffer was Karchemis, waarna al snel de vorsten van de rijkjes langs de Eufraat, zoals Kommagene en Melitene, zich kwamen onderwerpen. Ook de vorst van Sam’al (Zincirli) onderwierp zich en in 857 baanden de Assyrische legers zich een weg naar de Middellandse Zee.

Ondanks tegenslagen nam de invloed van Assyrië gestaag toe. Ik blogde al over een tekst uit het museum van Antiochië, waarin wordt aangegeven hoe de Assyrische koning de grens trekt tussen twee vazalstaatjes. Door handel breidde de oostelijke invloed zich uit over de rest van Anatolië en het komt niet als een verrassing dat de Assyriërs contact hadden met een koning Mi-ta van Muski, die heerste over het zuiden van het Centraal-Anatolische plateau. Even intrigerend is de vermelding van koning Guggu die, nadat een groep plunderende nomaden (de “Kimmeriërs”) een einde had gemaakt aan het Frygische Rijk, in het verre westen van Anatolië een nieuw rijk stichtte, Lydië. De Assyriërs vermelden Guggu, die in de Griekse bronnen opduikt onder de naam Gyges. Anatolië werd steeds meer deel van een grotere wereld.

Assyrië verenigde het Midden-Oosten, maar bestond niet eeuwig. In 612 v.Chr. werd de macht in het oosterse wereldrijk overgenomen door Babylonië, dat deze in 539 weer overdroeg aan de Perzen. Zij annexeerden ook de gebieden in Anatolië, inclusief het westerse Lydië en de Griekse steden langs de Egeïsche Zee. Hoewel hun heerschappij over het huidige Turkije ruim twee eeuwen duurde, is er, afgezien van de opgraving van Daskyleion in het verre noordwesten, archeologisch weinig van bekend.

Nemrud Daği

In 334-333 trok Alexander de Grote door Anatolië: zijn legers verzamelden zich in Gordion, in Ankara nam hij de onderwerping in ontvangst van enkele noordelijke volken, hij trok door de Cilicische Poort en versloeg zijn Perzische tegenstander Darius III Codomannus bij Issos. Anatolië lag nu open voor de Griekse invloed, en de bewoners van het gebied namen het idee – alleen logisch voor de Grieken die aan weerszijden van de Egeïsche Zee leefden – over dat er een tegenstelling zou bestaan tussen Europa en Azië. Het wonderlijke grafmonument dat koning Antiochos I van Kommagene op de berg Nemrud liet bouwen, presenteert hem als een fusie van twee culturen – waarmee hij vooral bewees de Griekse ideeën over “wij” en “zij” te volgen.

En zo is het idee ingesleten geraakt dat Anatolië een brug tussen Oost en West zou zijn of een ontmoetingsplaats van Europa en Azië. Het is een van de giftigste erfenissen uit de Oudheid, zeker als het idee wordt gecombineerd met opvattingen als zou “het” Oosten mystiek en despotisch zijn en “het” Westen rationeel en humanistisch. Wie zwerft langs de ruïnes van het Anatolië van de Brons- en IJzertijd, ziet hoe volkomen onzinnig zulke sjabloons zijn.

#AlexanderDeGrote #Arslantepe #DariusIIICodomannus #Daskyleion #NemrudDaği #SamAl #Turkije

Alexander de Grote in Memfis

De Apis (Liebieghaus, Frankfurt)

In het vorige blogje vertelde ik dat Alexander de Grote zich eind november, begin december 332 v.Chr. vrij eenvoudig meester maakte van Pelousion, de oostelijke tak van de Nijl en Heliopolis. Even verderop lag de oeroude hoofdstad Memfis, die de eenheid symboliseerde van Nijldelta en Nijldal. In het deel van het stadscentrum dat bekendstond als Inebu-hedj, “het witte fort”, loste een Macedonisch garnizoen de laatste Perzische troepen af.

Vermoedelijk bleven zij in Egypte en traden ze in dienst van Alexander. Dat deed in elk geval een zekere Doloaspis, een man met een Iraanse naam die door de geschiedschrijver Arrianus ten onrechte wordt aangeduid als Egyptenaar. Na Alexanders vertrek deelde Doloaspis de hoogste macht met Petosiris, de hogepriester van de god Thoth, en toen zijn collega aftrad, werd Doloaspis satraap van zowel Beneden- als Boven-Egypte.

Het graf van Petosiris

Memfis

In Memfis bezocht de Macedonische koning de tempel van de god Ptah, de Hut-ka-Ptah. Het heiligdom was zo beroemd dat zijn naam, verbasterd tot Aigyptos, al in de tijd van Homeros door de Grieken werd gebruikt als aanduiding van het hele land aan de Nijl. Zij stelden Ptah, die de ambachtslieden beschermde, gelijk aan hun eigen god Hefaistos, maar ter plekke werd hij vooral beschouwd als een schepper-god die nog ouder was dan de Ra-Atum van het rivaliserende Heliopolis. Elders in Egypte bleef de Heliopolitaanse scheppingsmythe echter populairder dan het Memfitische verhaal. Terwijl de Heliopolitaanse Ra traditioneel gold als beschermer van het koningschap en dus van de Egyptische staat, heeft niet één farao zich ooit gepresenteerd als beschermeling van Ptah.

Zo bezien is het wat merkwaardig dat Alexander, toen hij de macht in Egypte had overgenomen, zijn respect betuigde aan de stier Apis, een van de manifestaties van deze god:

In Memfis bracht hij offers aan de goden, met name aan de heilige stier Apis, en organiseerde wedstrijden in atletiek en de muzische kunsten; de beroemdste atleten en kunstenaars waren daarvoor uit Griekenland gekomen.noot Arrianus, Anabasis 3.1.4; vert. Simone Mooij.

Een offer aan Ra of een traditionele koningskroning in Heliopolis zouden handiger zijn geweest om de inheemse bevolking te tonen dat de nieuwe koning hun beschaving met respect bejegende. Het eerbewijs voor de Apis illustreert dat Alexander, zelfs als hij zich aan de Egyptenaren als een der hunnen wilde presenteren, bleef denken vanuit een Grieks kader. Herodotos had (overigens ten onrechte) beschreven hoe de Perzische veroveraar Kambyses in 525 de Apis had verwond, en sindsdien overschatten de Grieken het belang van het heilige dier en de Ptah-cultus enigszins. Ook sportwedstrijden en kunstenaarscompetities waren Griekse, geen Egyptische, gebruiken. Het goedbedoelde feest in Memfis zal zeker enige sympathie bij de Egyptenaren hebben opgeroepen, maar moet ook aanleiding zijn geweest voor verbaasd commentaar.

Zoon van de zon

Toen de Macedonische koning enkele Egyptische koningstitels aannam, doorbrak hij opnieuw de verwachtingen. De farao voerde naast zijn persoonsnaam vier titels en de laatste heersers van het onafhankelijke Egypte hadden deze traditie in ere gehouden. Alexander nam alleen de eerste en vierde titel aan. Hij was nu “de Horus, beschermer van Egypte” en de “geliefde van Amun, uitverkorene van Ra”. De enige vorsten die dezelfde selectie van twee titels hadden gemaakt, waren Kambyses en Darius de Grote, en de vraagt komt op of Alexander zich misschien door een Pers als Doloaspis heeft laten adviseren.

Met het aannemen van deze titels verkreeg Alexander ook de bijzondere rang van “zoon van de zon”, waaraan hij grote betekenis hechtte. Volgens de gebruikelijke genealogie stamde het Macedonische koninklijk huis via Herakles af van Zeus, maar er bestond een tweede traditie, die de dynastie in verband bracht met de zonnegod. Herodotos vermeldt dat de Zon de grondlegger van de Macedonische koninklijke familie ooit speciaal had beschermd; in de koninklijke graven van Vergina zijn afbeeldingen gevonden van een zestienpuntige zon; en Alexander schreef Darius eens dat de aarde geen twee zonnen duldde.

De Zon van Vergina (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

De oppergod en zonnegod waren dus al belangrijk voor de Macedonische koning voor hij aankwam in Egypte, waar deze twee goden niet alleen identiek bleken te zijn, maar de vorst bovendien gold als zoon van het opperwezen. Alexander zou zich voortaan “zoon van Zeus” kunnen noemen. Misschien aarzelde hij nog even omdat ook hij zich realiseerde dat het aanmatigend kon overkomen, maar korte tijd later zou er iets gebeuren dat alle schroom wegnam. Daarover volgende maand.

[Een overzicht van blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AlexanderDeGrote #Apis #Arrianus #DariusIDeGrote #DariusIIICodomannus #Doloaspis #Hefaistos #Heliopolis #Herakles #HerodotosVanHalikarnassos #KambysesII #koningsideologie #Memfis #Nijl #Petosiris #Ptah #Ra #Thoth #ZonVanVergina

Alexander de Grote in Egypte

Alexander als farao (Liebieghaus, Frankfurt)

In onze reeks over Alexander de Grote waren we gekomen bij de opmars naar Egypte. Het laatste militaire obstakel was Gaza geweest en een korte operatie richting Jeruzalem had de flank beveiligd. In november 332 v.Chr. marcheerden de Macedoniërs de Sinaï in. Ze hadden in de voorgaande weken kunnen wennen aan het woestijnlandschap, maar de tweehonderd kilometer lange mars over het strand langs de schaars begroeide zandduinen zal hen toch hebben verrast.

Het was echter geen overdreven moeilijke tocht. Langs de moderne weg kan op acht plaatsen water worden gevonden en hoewel dat een beetje brak is, moet er ook destijds groenvoer voor de paarden en muildieren hebben gegroeid. Voor het eerst ondervonden de Macedoniërs hoe nuttig dromedarissen waren. Ze aten alleen woestijngras, kruiden en twijgjes, die ze overal in de woestijn konden vinden. Fenicische transportschepen voeren langs de kust en zorgden ervoor dat het de Macedoniërs niet ontbrak aan zoet water en voedsel.

Alexander, Parmenion en de andere stafleden zullen zich in deze tijd hebben laten voorlezen uit Herodotos’ Historiën. Ruim een eeuw daarvoor had de Griekse onderzoeker het land aan de Nijl bezocht en nuttige informatie opgeschreven over de geografie van Egypte, de gewoonten van de bewoners en de Perzische verovering in 525 v.Chr. door koning Kambyses. Die was – althans volgens Herodotos – gek geworden en had de heilige Apis-stier gedood.

Pelousion

Eind november bereikten de soldaten het noordoosten van de Nijldelta bij de zwaar versterkte stad die de Grieken Pelousion noemden, “kleistad”, naar het meest opvallende kenmerk van het landschap voor wie uit de woestijn kwam. Kambyses had moeten vechten om de stad, maar dit keer capituleerde het garnizoen onmiddellijk. De geschiedschrijver Arrianus weet:

Omdat Mazakes, de Pers die door Darius tot satraap van Egypte benoemd was, niet over Perzische troepen beschikte, ontving hij Alexander als vriend in stad en land. Alexander legerde een garnizoen in Pelousion en beval de vloot stroomopwaarts te varen tot de stad Memfis.noot Arrianus, Anabasis 3.1.2-3; vert. Simone Mooij.

Mazakes kon weinig anders. Anderhalf jaar eerder had Darius III het Egyptische garnizoen opgeroepen voor de campagne tegen Alexander. Het contingent had zich doodgevochten bij Issos. Niet veel later was een Macedoniër in Perzische dienst met vierduizend Griekse huurlingen naar Egypte gevaren, zeggend dat hij door de grote koning was aangewezen als satraap. Dat was uitgelopen op een gewapend conflict met Mazakes, die weliswaar had gewonnen, maar wiens toch al kleine Perzische garnizoen nog verder was uitgedund.

Mazakes kon bovendien niet rekenen op de steun van de Egyptische bevolking, die zich de regering van de laatste farao Nektanebo II (Nakhthoreb) herinnerde en nog maar vier jaar eerder de opstand had gesteund van een zekere Chababash. En dus gaf Mazakes Pelousion zonder slag of stoot over aan de Macedoniërs.

Langs de Nijl

Na de inspanningen bij Tyrus en Gaza was de verovering van Egypte een even eenvoudig als spectaculair succes. Al in de zevende eeuw had farao Psamtek I Griekse huurlingen in dienst genomen en maatregelen getroffen om de handel te bevorderen. Grieken die het land bezochten keerden vol bewondering terug, zoals Herodotos, die opmerkte dat in geen land ter wereld zoveel bezienswaardigheden waren en men nergens zulke onbeschrijflijk mooie gebouwen aantrof. Hij en zijn landgenoten bewonderden vooral de ouderdom van de Egyptische beschaving en haar kennis van de wereld van het goddelijke.

Zelf beschouwden de Grieken zich als kinderen – jong van geest maar zonder oude tradities, zonder wijsheid en zonder betrouwbare kennis. Waarschijnlijk mede daarom zou Alexander een bezoek brengen aan het orakel van Ammon, dat een solide reputatie bezat van onfeilbaarheid. Gegeven de interesse die de Grieken en Macedoniërs al hadden voor het oudste land ter wereld, was de bezetting ervan een prachtige publiciteitsstunt.

Langs de oostelijke tak van de Nijl trokken de Macedonische vloot en het leger in de richting van het huidige Caïro, waar destijds de Egyptische steden Mennefer en Iunu lagen, door de Grieken aangeduid als Memfis en Heliopolis, “Zonnestad”. Geen van onze bronnen maakt veel woorden vuil aan de opmars, hoewel de Macedoniërs onderweg de vesting Boubastis passeerden, de stad van de godin Bastet, strategisch gelegen op de plaats waar het kanaal van de Nijl naar de Rode Zee begon. Herodotos meende dat de tempel een van de meest bezienswaardige plaatsen in Egypte was en het staat vast dat de laatste farao’s er een eer in stelden deze plaats verder te verfraaien. Het zwijgen van onze auteurs suggereert dat Alexander geen belang stelde in de mooie stad.

Heliopolis

Twee dagen later bereikten de Macedoniërs Heliopolis, een van de heiligste steden in het land van de Nijl, gewijd aan verschillende manifestaties van de zonnegod Ra. Volgens de mythe was deze ooit als Ra-Atum opgerezen uit de voorwereldlijke chaos en had hij daarop het eiland vervaardigd waarop de zonnetempel zou staan. Vervolgens had hij het licht geschapen door de vorm aan te nemen van een vuur dat brandde in een heilige boom, die eveneens werd aangewezen in Heliopolis. Later was de zonnegod in de gedaante van een schitterende vogel, de bennu, neergestreken op een monoliet die ook al te zien was in Heliopolis. Daar masturbeerde hij en bracht zo Shu voort, de god van de door de zon bestraalde lucht, om vervolgens uit zijn braaksel Tefnut te scheppen, de godin van de dauw. De twee kinderen verwekten op hun beurt Nut en Geb (“Moeder Hemel” en “Vader Aarde”) die vervolgens Osiris, Isis, Seth en Nefthys voortbrachten. De god Horus, ten slotte, gold als kind van Isis en Osiris. Het was allemaal gebeurd in Heliopolis.

De Grieken kenden deze verhalen en begrepen het belang van de tempel. Herodotos vermeldde de offers en beschreef de monoliet waarop de bennu was neergestreken. Al eerder had deze vogel, aangeduid als de feniks, zijn intrede gedaan in de Griekse mythologie. Alexander negeerde het allemaal en lijkt alleen in Heliopolis geïnteresseerd te zijn geweest omdat hij daar de Nijl kon oversteken.

[Wordt morgen vervolgd. Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AlexanderDeGrote #Ammon #Apis #Arrianus #bennu #Boubastis #Chababash #DariusIIICodomannus #dromedaris #feniks #Heliopolis #HerodotosVanHalikarnassos #KambysesII #Mazakes #Memfis #NektaneboII #Nijl #Pelousion #PsamtekI #Ra

Alexander de Grote in Gaza

Achilleus onteert het lijk van Hektor (Nationaal Museum, Beiroet)

Oorlog in Gaza – ik kan me voorstellen dat de lezer die toevallig vandaag op deze blog belandt, vermoedt dat het over recente gebeurtenissen gaat. Maar ik schrijf over de Oudheid, en dit is een aflevering uit een reeks over Alexander de Grote, die we in het vorige blogje hebben achtergelaten bij Tyrus. Hij had de Fenicische havenstad na een maandenlange belegering ingenomen en de verdedigers op het strand gekruisigd.

Toen hij ook de Tyrische vrouwen en kinderen, voor zover die niet naar Karthago hadden kunnen ontkomen, als slaven had verkocht, liet hij in Tyrus een garnizoen van gewonde Macedoniërs achter, die de puinhopen maar moesten zien te veranderen in een bewoonbare stad. Vervolgens trok Alexander verder naar het zuiden.

Strategisch overwegingen

Hij zal tevreden zijn geweest. Nu de Fenicische havens in Macedonische handen waren, konden de Perzen de Fenicische schepen niet meer gebruiken om naar de Egeïsche wateren te varen. Macedonië was nu onbetwist heer en meester van de halve Middellandse Zee en Alexander kon met recht claimen dat hij het officiële, opzettelijk vaag geformuleerde, oorlogsdoel had bereikt: het straffen van de Perzen voor hun inval in Europa.

Het was echter niet mogelijk de oorlog te beëindigen. Daarvoor waren in de eerste plaats militaire redenen. Zolang er geen verdedigbare oostgrens was, kon er geen sprake zijn van een vredesverdrag met de Perzen. De Perzische koning Darius III Codomannus deed echter zijn best om de Macedoniërs tegemoet te komen. Hij stuurde Alexander een brief waarin hij hem een territoriaal compromis voorstelde: voortaan zou de rivier de Halys (in Midden-Turkije) de grens zijn tussen Macedonië en Perzië. Voor Alexander was dit aanbod ontoereikend –hij was immers al in Fenicië.

Dat Darius onderhandelingen aanknoopte, suggereert dat zijn positie na de slag bij Issos was verzwakt. Alexander begreep dat een oostelijke expeditie wel even kon wachten en dat hij eerst een bezoek aan Egypte kon brengen.

Naar Egypte

Een urgente militaire reden was er niet, hooguit een zijdelingse. De Atheners stelden vanouds belang in het door de Egyptenaren geproduceerde graan, zodat het bezetten van het Nijldal een middel was om de Grieken het mes op de keel te zetten. Daar was ook een aanleiding voor, want Sparta was aan het mobiliseren tegen de Macedoniërs. Het kon geen kwaad de Griekse graantoevoer te kunnen afsnijden. Bovendien viel in Egypte buit te halen, en daarna konden de Macedoniërs altijd nog de Eufraat oversteken om af te rekenen met de al eens verslagen Darius.

Laten we een ander motief voor een bezoek aan Egypte niet onderschatten: toerisme. Het land sprak al eeuwen tot de Griekse verbeelding en er was gelegenheid voor vakantie. Na Issos en Tyrus had men die ook wel verdiend.

En dus ging Alexander in de late zomer van 332 v.Chr. vanuit Syrië op weg naar Egypte. Aan de kust van het huidige Israël is in augustus weinig water beschikbaar – de wadi’s staan droog – en daarom bleef een deel van de Macedonische soldaten achter in Syrië, waar ze het betrekkelijk rustig aan konden doen. De opmars van Alexanders leger verliep probleemloos, want aan de kust lagen geen steden die weerstand konden bieden. In het binnenland had de belangrijke stad Samaria al steun toegezegd, zodat er geen flankaanvallen vielen te duchten. Het zuidelijker gelegen tempelstaatje Jeruzalem had zich weliswaar niet onderworpen, maar stelde militair weinig voor. Elf dagen na hun vertrek uit Tyrus bereikten de Macedoniërs Gaza, waar het Perzische garnizoen weigerde te capituleren.

Gaza

Alexander had geen keus: hij moest de stad veroveren. Niet alleen blokkeerde ze de weg naar Egypte, maar ze vormde ook het eindpunt van twee wegen. De ene kwam vanuit Mesopotamië door de woestijn en hoewel ze niet begaanbaar was voor grote legers, konden de Perzen haar gebruiken voor een onverwachte aanval. De ander was de wierookroute, en wie zou de lucratieve wierookhandel niet willen beheersen? Bovendien had Gaza de reputatie dat het onneembaar was en juist dat prikkelde Alexander: zijn tegenstanders zouden geïmponeerd zijn als hij de stad met succes belegerde. Maar hij zou prestigeverlies lijden als hij de stad niet kon innemen.

Het beleg had een ander karakter dan de operaties bij Halikarnassos en Tyrus, waar we het al over hebben gehad. Daar was het mogelijk geweest belegeringsmachines in te zetten. Gaza lag echter op de rand van de woestijn en de zanderige bodem maakte het moeilijk belegeringstorens en schildpadden naar voren te rijden. Een tweede probleem was de watervoorziening. De dichtstbijzijnde wadi stond in september droog en de capaciteit van de schaarse bronnen in de omgeving was niet al te groot. Het water moest dus worden geïmporteerd en we mogen aannemen dat de Macedoniërs hiervoor de Fenicische schepen benutten.

Onze bronnen Arrianus en Curtius Rufus geven uiteenlopende beschrijvingen van de belegering van Gaza. Allebei noemen ze een eerste, mislukte bestorming, waarbij Alexander aan de schouder een schotwond opliep. Eerstgenoemde auteur vertelt dat de Macedoniërs daarna een belegeringsdam bouwden met een geplaveid oppervlak, om te verhinderen dat de wielen van de belegeringsmachines vast zouden komen zitten. Curtius Rufus meldt echter dat de aanleg van de dam diende om het Perzische garnizoen niet te laten merken dat de Macedoniërs feitelijk een tunnel groeven om de muren te ondermijnen. Na twee maanden viel de stad.

Marteling

Curtius Rufus weet meer over de laatste bestorming, namelijk dat zowel Alexander als de garnizoenscommandant, een zekere Batis, gewond raakten. De Macedoniër koelde zijn woede op zijn tegenstander. Hij hield Batis voor dat die alle martelingen zou ondergaan die voor een gevangene konden worden verzonnen. De verslagen garnizoenscommandant gaf geen krimp, waarop Alexander Batis’ enkels met riemen vastbond aan zijn strijdwagen, en de ongelukkige krijgsgevangene rond de stad sleepte. Zo had in legendarische tijden, tijdens de Trojaanse Oorlog, Alexanders voorvader Achilleus het stoffelijk overschot van Hektor onteerd – maar Alexander gebruikte de methode om iemand te doden.

Arrianus vermeldt niets van dit alles. Dat kan betekenen hij iets heeft weggeretoucheerd wat wel heeft plaatsgevonden, maar andersom kan het zijn dat Curtius een te zwart portret schetst van Alexander. Er is geen manier om een keuze te maken. Zolang er geen nieuwe bronnen bijkomen kunnen we alleen constateren dat het lastig is de waarheid te achterhalen.

[Meer stukken over Alexander de Grote hier.]

#Achilleus #AlexanderDeGrote #Arrianus #DariusIIICodomannus #Fenicië #Gaza #Hektor #Israël #QuintusCurtiusRufus #TrojaanseOorlog #Tyrus #Wierookroute

Alexander de Grote in Pamfilië

Syllion

In het vorige blogje vertelde ik hoe Alexander de Grote in de eerste maanden van 333 v.Chr. langs de Lycische kust was getrokken. Na deze tocht kwamen de Macedoniërs aan in Pamfylië, een uitgestrekte vlakte in het zuiden van Turkije, die in het voorjaar even groen is als Holland of Vlaanderen. Net als de Grieken woonden de Pamfyliërs in met elkaar rivaliserende steden en ook hier gold dat de vijand van je buurman je vriend is. Anders gezegd: Alexander belandde in een politiek wespennest.

Het wespennest

Door zich te verbinden met het Lycische Faselis haalde hij zich een conflict op de hals met Termessos, en dat leidde er weer toe dat de Pamfylische stad Perge zich bij de Macedoniërs aansloot, wat op zijn beurt tot gevolg had dat die als vijanden werden beschouwd door de bewoners van Syllion en Aspendos. Met diplomatieke middelen zette Alexander de situatie naar zijn hand. Althans, dat dacht hij.

De Macedoniërs marcheerden verder langs de kust en bereikten de stad Side in het oosten van Pamfylië, waar de bergen, net als in Lycië, weer reikten tot aan de zee. Verder naar het oosten trekken zou betekenen dat Alexanders leger geen contact meer had met dat van Parmenion; en dat zou gevaarlijk zijn, temeer daar de bewoners van het bergland geen aanstalten maakten zich te onderwerpen. Een andere reden om terug te keren was dat de situatie in Pamfylië inmiddels toch uit de hand was gelopen. Dus maakte Alexander rechtsomkeert, maar niet dan nadat hij in Side een garnizoen had achtergelaten dat Pamfylië moest beschermen tegen de bergbewoners. Opnieuw een aanwijzing dat Alexander de gebieden waar hij doorheen trok, wilde behouden.

De rivier Eurymedon in Pamfylië, niet ver van Aspendos

Hij richtte nu zijn aandacht eerst op Syllion, maar begreep al snel dat deze op een tafelberg gelegen stad (zie de foto bovenaan) niet was in te nemen met het kleine leger dat hem vergezelde. Het volgende aanvalsdoel was Aspendos. De bewoners gaven zich over, beloofden extra tribuut te zullen betalen en stonden een stuk land af aan Alexanders bondgenoot Perge.

Gordion

Inmiddels was de winter voorbij en aangezien de Macedonische aanvoerders hadden afgesproken hun legers in Gordion samen te voegen, was het tijd Pamfylië te verlaten en naar het noorden te marcheren. Via Sagalassos (momenteel een opgraving van de universiteit Leuven) trokken de Macedoniërs landinwaarts. Alexander liet zijn jeugdvriend Nearchos achter als satraap van Pamfylië en Lycië en wees daarnaast Antigonos Eénoog aan als de generaal die de verzetshaarden moest opruimen.

Uitzicht vanuit Sagalassos; de troepen van het stadje bezetten bij de nadering van de Macedoniërs de heuvel vooraan.

Alexander zelf vervolgde ondertussen zijn weg naar het noorden. Hij passeerde Pessinos, waar hij zal hebben geofferd aan de Frygische moedergodin Kybele. De Macedoniërs trokken door een weids, hier en daar glooiend, boomloos grasland zoals nergens in Griekenland en Macedonië in deze uitgestrektheid voorkwam. Ik noemde het in het intro van het vorige blogje al. De vlakte was op een grandioze manier verlaten en de doortocht was daardoor niet zonder gevaar: het terrein was immers goed geschikt voor een onverhoedse cavalerie-aanval. Alexander moet dankbaar zijn geweest dat Parmenion het gebied al had beveiligd. Zonder problemen legde het leger ook de laatste etappes af en kwam aan in Gordion.

Frygië

Gordiaanse knoop

Daar, in de oude hoofdstad van Frygië, wachtten Alexander en Parmenion op de aankomst van versterkingen uit het thuisland en op de oogst. Ik heb al eens verteld hoe de soldaten zich verveelden en hoe Alexander besloot hun wat vermaak te bieden. Er was een oude voorspelling dat wie de knoop kon ontwarren waarmee een dissel aan een bepaalde wagen was gebonden, koning zou zijn van Azië. Zoals bekend hakte Alexander, die het niet lukte de knoop los te maken en gezichtsverlies dreigde te lijden, de knoop met zijn zwaard door. De anekdote gaat feitelijk over de wijze waarop het Macedonische oppercommando een exit-strategie ontwierp: immers, “Azië” was ongedefinieerd, en Alexander kon op elk moment zeggen dat de profetie in vervulling was gegaan en opdracht geven tot de terugkeer.

Daar was op dat moment, voorjaar 333, aanleiding toe. Memnon van Rhodos, de Griekse huurlingenleider in Perzische dienst, was met een vloot actief in de Egeïsche Zee. Aangezien op elk Grieks eiland mensen woonden die hadden geprofiteerd van de heerschappij van de grote koning of een andere reden hadden de Macedoniërs te haten, boekte hij snel succes. Chios viel. Op Lesbos belegerde hij Mytilene. Hij naderde de Hellespont, waar hij Alexanders aanvoerlijnen simpel kon afsnijden.

De toekomst

Alexander reageerde op karakteristieke wijze: de aanval. Kort na het doorhakken van de Gordiaanse Knoop gelastte hij zijn verenigde leger om op te rukken, naar het oosten. Hoe het verder ging, heb ik eerder verteld: hij passeerde de Taurusbergen door de zogeheten Cilicische Poort, maakte onder verwarrende omstandigheden contact met het leger van Darius III Codomannus, en overwon. U leest hier meer over de slag bij Issos, die begin november 333 plaatsvond.

Ik vervolg deze reeks over Alexander de Grote begin juli met de belegering van de stad Tyrus. Als u niet zo lang wil wachten, kunt het verhaal ook lezen in mijn boek over de geschiedenis van Libanon, dat op donderdag 12 juni verschijnt en die avond zal worden gepresenteerd in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. U bent welkom!

#AlexanderDeGrote #AntigonosEénoog #Aspendos #Chios #DariusIIICodomannus #Frygië #GordiaanseKnoop #Gordion #Kybele #Lesbos #MemnonVanRhodos #Mytilene #Nearchos #Pamfylië #Parmenion #Perge #Pessinos #Side #Syllion #Termessos #Turkije

Alexander de Grote in Lycië

De rotsachtige kust van Lycië

In 2003 reisden mijn zakenpartner en ik Alexander de Grote achterna, dwars door Turkije. Ik heb veel mooie herinneringen aan die reis: Efes pilsen (dat overigens wordt gebrouwen in Izmir), de grafheuvels bij Troje, de weidse vlakte van Frygië, de geuren op de kruidenmarkt in Iskenderun. Maar vooral: de rotsige kust van Lycië. Alexander was hier in de eerste weken van 333 v.Chr., nadat hij veel te veel tijd had verspild aan de zinloze belegering van de havenstad Halikarnassos.

Lycië & elders

De daaropvolgende inname van de havens van Lycië was op zich nuttig, want ooit zou het resterende Perzische garnizoen wegvaren uit Halikarnassos, en als dan ook de Lycische havens niet meer in Perzische handen waren, zou het voor de Perzen lastig worden de Egeïsche Zee te bereiken. Onze bronnen besteden daarom veel aandacht aan Alexanders campagne, hoewel dat niet de belangrijkste Macedonische operatie van dat moment was. Dat was de verovering van het westelijk deel van de Koninklijke Weg, die vanaf Sardes landinwaarts liep, naar de Frygische hoofdstad Gordion. Wie die stad beheerste, had een basis om Anatolië te veroveren. Alexanders generaal Parmenion lijkt Gordion zonder slag of stoot te hebben kunnen innemen. Niet vreemd: de Perzen hadden het garnizoen laten vechten aan de Granikos, en dat hadden de meeste soldaten niet overleefd.

De Perzische tegenmaatregelen hadden, nu koning Darius III Codomannus niet beschikte over een leger in Anatolië, geen militair karakter. Het lijkt erop dat hij probeerde verdeeldheid te zaaien onder de Macedoniërs. In Parmenions leger bevond zich Alexandros van Lynkestis, de man die Alexander als eerste als koning had erkend na de moord op Filippos. Daarmee had Alexandros zich het leven gered, want twee van zijn broers zouden – zo dacht men, in het klimaat van paranoia dat de moord omgaf – betrokken zijn geweest bij de aanslag en waren terechtgesteld. Wegens die executies had hij redenen om Alexander te haten en Darius schijnt hem een vermogen in het vooruitzicht gesteld te hebben als hij de Macedonische koning uit de weg zou ruimen. Parmenion kon niet achterhalen of Alexandros gehoor aan die oproep had willen geven, maar stelde hem in verzekerde bewaring. Toen Alexander bijna vier jaar later afrekende met een samenzwering, ging de terechtstelling van Alexandros in een moeite door.

De troepen van Alexander en Parmenion waren niet de enige Macedonische legers in Anatolië. Een van onze bronnen, Diodoros van Sicilië, vermeldt dat ook andere Macedonische korpsen oprukten naar Frygië. Hun activiteit suggereert dat er nog weerstand tegen de Macedoniërs was. De aanpak van verzetshaarden bewijst echter vooral dat Alexander inmiddels van zins was het gebied te behouden.

Faselis

Alexander zelf was dus in Lycië. De kustweg voerde door een spectaculair, ruig landschap zoals de Macedoniërs nog nooit hadden gezien. Alleen het Tempe-ravijn was van een even rauwe schoonheid, maar dat lag ingeklemd tussen twee bergen en niet tussen een berg en de zee. Alexanders hofpropagandist Kallisthenes vermeldt dat er, toen de Macedoniërs het havenstadje Faselis passeerden, iets wonderlijks gebeurde: de zee zou met omslaande golven een soort knieval hebben gemaakt. Welk natuurverschijnsel bedoeld kan zijn, is onduidelijk, maar dat Azië alvast voor Alexander boog was te mooi om aan het thuisfront te onthouden.

[wordt vervolgd]

#AlexanderDeGrote #AlexandrosVanLynkestis #DariusIIICodomannus #DiodorosVanSicilië #Faselis #Frygië #Gordion #Kallisthenes #Lycië #Parmenion #Turkije

Wat is een diadeem?

Alexander met een diadeem met ramshoorns (Numismatisch museum, Athene)

Het nadeel van een blog die al bijna veertien jaar loopt, is dat je weleens in herhaling moet vervallen. Ik heb weleens eerder geblogd over diademen, die voornaamste tekens van koninklijke waardigheid in de Oudheid. Zo lepelde ik een keer de mooie anekdote op dat op een dag, toen Alexander de Grote een boottochtje maakte op de Eufraat, zijn diadeem afwaaide en in het moeras belandde, en dat Seleukos die zwemmend ophaalde, waarbij hij de haarband droog hield door die op zijn eigen kruin te plaatsen. Zijn koning beloonde hem én liet hem slaan omdat hij het koninklijk attribuut had gedragen – en achteraf bleek het een voorteken van Seleukos’ koninklijke macht.

Eerst even twee voorlopers. De beroemde wagenmenner van Delfi, een van de indrukwekkendste beelden uit de Oudheid, heeft een inderdaad een haarband; een praktisch ding als je in een vierspan moet racen. Het beroemde, rond 420 v.Chr. door de beeldhouwer Polykleitos vervaardigde beeld van de Diadoumenos toont een jonge atleet die zijn haar aan het binden is – de door Winckelmann gegeven naam is een beetje een misvatting. De diadeem werd pas meer dan een gewone haarband toen de Griekse alleenheersers van Syracuse gouden kransen rond hun hoofd begonnen te binden.

De exacte betekenis van deze diademen is onbekend, maar ze suggereren dat de dragers een soort bovenmenselijke status opeisten en het respect claimden dat ook aan de goden werd betoond. Deze uitleg wordt min of meer bevestigd door de eveneens door de Syracutaanse heersers gedragen Perzische gewaden, omdat in die tijd veel Grieken (ten onrechte) meenden dat de Perzische koning door zijn onderdanen werd beschouwd als god.

De Macedonische diademen

Soortgelijke diademen zijn bekend uit de koninklijke graven in Vergina (het antiek Aigai), waar de Macedonische koningen werden begraven. Het staat vast dat koning Filippos, de vader van Alexander, goddelijke eerbewijzen heeft gekregen. Hij werd zelfs isotheos genoemd, “godgelijk”. Dat is niet hetzelfde als “god”, maar het scheelt weinig.

Nadat Alexander zijn tegenstander Darius III Codomannus had verslagen, en mogelijk eerder, droeg hij een diadeem. Het lijkt erop dat hij, als zoon van de god Ammon, hoorns had bevestigd aan zijn diadeem, zoals ook is te zien op zijn munten (zie boven). Enkele jaren later verleende hij enkele vertrouwde hovelingen het recht om eveneens een diadeem te dragen.

Hellenistische diademen

Vanaf nu was de diadeem, waarvan de uiteinden op de schouders vielen, een geaccepteerd symbool van koninklijke macht. We weten dat de Diadochen (de opvolgers van Alexander) zich als koning beschouwden vanaf het moment in 306 v.Chr. dat ze de diadeem aanvaardden. Andere heersers kopieerden het symbool, hoewel niet iedereen. We weten dat koning Kassandros van Macedonië en de koningen van Sparta de diadeem niet droegen, en dat op Sicilië ook koning Agathokles van Syracuse de diadeem weigerde. Niettemin was het object nu een gebruikelijk symbool van koninklijke macht, zoals te zien op Seleukische en Parthische munten en Sassanidische rotsreliëfs.

Rotsreliëf met de investituur van de Sasanidische koning Ardašir, die van de god Ahuramazda een diadeem krijgt.

De Ptolemaïsche heersers, die een faraonische gewoonte voortzetten, droegen een uraeus-slang op hun diadeem, boven het voorhoofd. Vanaf Ptolemaios IV Filopator (r.222-204) werd de Egyptische diadeem bovendien versierd met zonnestralen, wat lijkt te verwijzen naar het oude geloof dat de koning de beschermeling was van de zonnegod Ra.

Ook in Judea was de diadeem bekend. We weten dat diverse messiaanse leiders zich tooiden met dit voorbeeld: Simon van Peraia en de herder Athronges bijvoorbeeld. De doornenkroon die de soldaten van Pontius Pilatus aan Jezus van Nazareth gaven, was een wrede parodie op de diadeem, al gebruiken de evangelisten niet het woord diadema maar stefanos, “krans”.

Ptolemaios IV (Koninklijke bibliotheek, Brussel)

Romeinse diademen, kransen en kronen

In de Romeinse Republiek, die rabiaat anti-koningschap was, was het dragen van een diadeem onacceptabel. Toen Marcus Antonius in februari 44 v.Chr. Julius Caesar een diadeem wilde ombinden, werd de bevolking boos, en de dictator beval het voorbeeld te wijden aan de oppergod Jupiter. Toen Marcus Antonius later, na zijn huwelijk met de Ptolemaïsche koningin Kleopatra VII, werd gezien met een diadeem, veroorzaakte het evenveel verontwaardiging.

Diademen werden ook daarna vrijwel nooit gebruikt. Een keizer presenteerde zich altijd als een gewone senator, en alleen op religieuze festivals droeg hij een lauwerkrans. Pas in de vierde eeuw, toen het keizerschap een wezenlijk ander karakter had gekregen, werden diademen met diamanten en parels symbolen van keizerlijke macht. Ze staan vanaf dan op verschillende goudstukken.

De IJzeren Kroon

Een allerlaatste voorbeeld is de beroemde IJzeren Kroon van de Langobarden: feitelijk een zilveren hoepel, bedekt met gouden platen die, net als de keizerlijke diadeem, waren versierd met diamanten en parels. De kronen van latere vorsten zijn deels hierdoor geïnspireerd, en deels door de Ptolemaïsche diadeem met zonnestralen.

#Achaimeniden #Agathokles #AlexanderDeGrote #Ammon #Athronges #DariusIIICodomannus #diadeem #Diadochen #Diadoumenos #FilipposII #IJzerenKroon #JuliusCaesar #Kassandros #KleopatraVIIFilopator #koningschap #koningsideologie #Langobarden #MarcusAntonius #ParthischeRijk #PolykleitosVanSikyon #PtolemaïscheRijk #PtolemaiosIVFilopator #Ra #RomeinsKeizerschap #Sassaniden #SassanidischeRotsreliëfs #SeleukidischeRijk #SeleukosINikator #SimonVanPeraia #Syracuse #WagenmennerVanDelfi

De slag aan de Granikos (3)

De vlakte achter de Granikos

[Dit is het laatste van drie blogjes over de slag aan de Granikos. Het eerste was hier.]

De twee legers brachten de nacht dus tegenover elkaar door aan de Granikos. De Perzen hoopten de volgende dag de Macedoniërs te onderscheppen bij het oversteken van de stroom, maar die wachtten dat niet af. Omdat de Perzen niet mochten uitrukken vóór ze hadden geofferd aan de opkomende zon, zetten Alexander en zijn rechterhand Parmenion hun leger over in de laatste uren van de nacht.

De slag aan de Granikos

De aanval volgde bij dageraad, en de Perzen wisten dat er iets vreselijk mis was toen ze de aarde hoorden dreunen onder de voetstappen van de Macedonische falanx. Vanaf het begin waren ze in de verdediging. Door de snelheid waarmee de Macedoniërs oprukten, kon maar een deel van de Perzische cavalerie worden ingezet. Diodoros van Sicilië vertelt:

Spithridates, een Pers van geboorte en een buitengewoon moedig man, stortte zich met een groot aantal ruiters, waaronder veertig van de Koninklijke Verwanten, uitmuntende strijders, op de Macedoniërs. Hij zat zijn tegenstanders op de huid en in een fel gevecht doodde hij er een aantal en verwondde hij andere. Omdat het geweld van zijn aanval nauwelijks te weerstaan was, wendde Alexander zijn paard naar Spithridates en reed op hem af.

De Pers beschouwde deze kans op een tweegevecht als een godsgeschenk, alsof het Lot wilde dat door zíjn moed Azië van het allergrootste gevaar zou worden bevrijd, Alexanders veelgeroemde stoutmoedigheid door hém werd bestraft en de reputatie van de Perzen niet te schande gemaakt zou worden. Als eerste wierp hij zijn speer en hij zette er zoveel kracht achter dat hij diens schild doorboorde. De punt ging dwars door Alexanders harnas heen en raakte zijn rechterschouder. De koning schudde echter het projectiel van zijn arm af, gaf zijn paard de sporen, en gebruikmakend van de vaart van zijn paard richtte zijn speer naar de borst van de satraap. Toen dat gebeurde begonnen de soldaten in beide linies te schreeuwen bij het zien van zo’n toppunt van moed.

Maar de punt van Alexander speer brak af op Spithridates’ pantser en de schacht gleed af. De Pers trok zijn zwaard en wilde zich op Alexander werpen, maar de koning had weer vat gekregen op zijn speer en zag kans die nog net op tijd naar Spithridates’ gezicht te stoten en het te raken. De Pers stortte neer, maar op dat moment kwam zijn broer Roisakes aan galopperen. Die liet zijn zwaard met zo’n vreselijke slag neerkomen op het hoofd van Alexander, dat hij diens helm doorkliefde en zijn hoofdhuid verwondde. Toen Roisakes op dezelfde plaats een tweede klap wilde uitdelen, stoof Kleitos, bijgenaamd de Zwarte, er met zijn paard op af en hakte de arm van de Pers af.noot Diodoros van Sicilië, Wereldgeschiedenis 17.20.2-7; vert. Simone Mooij.

Terwijl dit gevecht plaatsvond, raakten ook de hoofdmachten slaags. De Perzische ruiters liepen de voor de Perzen strijdende Griekse huurlingen voor de voeten, zodat de Macedonische falanx weinig weerstand ondervond. Er moeten duizenden doden zijn gevallen, terwijl de verliezen aan Macedonische zijde, zoals altijd wanneer een falanx vrij spel kreeg, gering waren:

Aan Macedonische zijde werden bij de eerste aanval ongeveer vijfentwintig gardisten gedood. Van de overige ruiters vielen er meer dan zestig, van de infanterie ongeveer dertig. De volgende dag liet Alexander hen begraven, met hun wapens en verdere uitrusting. Aan hun ouders en kinderen verleende hij vrijstelling van dienstplicht en belasting op land en andere bezittingen. Ook de gewonden gaf hij veel aandacht. Hij bezocht ze een voor een, bekeek hun wonden, vroeg hoe en wanneer ze gewond waren en gaf hun gelegenheid dat te vertellen en erover op te scheppen noot Arrianus, Anabasis 1.16.4-5; vert. Simone Mooij.

De gevolgen

Korte tijd later leidde hij Alexander zijn leger terug naar de plek waar hij aan land was gegaan, om alsnog te beginnen aan de geplande mars naar de Griekse steden in het zuiden. Ondertussen ging generaal Parmenion op weg naar het oosten om Daskyleion, de dichtstbijzijnde Perzische vestiging, te bezetten. Dit was een belangrijke operatie, want er was veel buit te behalen en Alexander had behoefte aan zilver en goud. Weliswaar beschikte Macedonië over rijke mijnen, maar het jaar van de troonsbestijging was duur geweest, om nog maar te zwijgen van de kosten van het expeditieleger. Onze bronnen melden dat Daskyleion zonder slag of stoot in Macedonische handen viel, maar opgravingen suggereren dat er wel degelijk is gevochten.

De akropolis van Daskyleion

Voor de Perzen was de slag aan de Granikos een catastrofe. De verliezen waren immens. Ze beschikten niet langer over een effectief leger in de regio, aangezien hun Griekse huurlingen voor het merendeel waren omgekomen. Alexander stuurde de overlevenden als dwangarbeiders naar het Macedonische platteland, dat als gevolg van zijn veldtocht deels was ontvolkt.

Een andere tegenslag voor de Perzen was dat veel bestuurders waren gesneuveld: twee provinciegouverneurs, tenminste drie andere commandanten en evenveel leden van de koninklijke familie. De Griekse huurlingenleider Memnon overleefde echter. Koning Darius vertrouwde hem en erkende dat de door de Griekse huurlingenleider voorgestelde tactiek van de verschroeide aarde de beste was. Maar Memnon had meer pijlen op zijn boog. Binnen enkele maanden zou hij Alexander danig in de problemen brengen.

[een overzicht van alle Alexanderblogs is hier.]

#AlexanderDeGrote #Arrianus #DariusIIICodomannus #Daskyleion #falanx #Kleitos #MemnonVanRhodos #Parmenion #slagAanDeGranikos #Spithridates #Turkije