Alexander de Grote in Siwa

De weg naar Siwa

Ik liet u gisteren achter op het moment dat Alexander de Grote, die de plek had gezien waar hij Alexandrië wilde stichten, langs de Mediterrane kust naar het westen trok, richting Siwa, voor een bezoek aan het orakel van de Libische god Ammon. Hij passeerde de plek waar eeuwen later de slag El Alamein zou plaatsvinden en bereikte Paraitonion (Marsa Matrouh), waarvandaan hij met zijn mannen de woestijn introk. Biograaf Curtius Rufus beschrijft het landschap dat u ook op de foto hierboven ziet:

Al het land was onvruchtbaar en doods. Maar toen vlakten verschenen die waren bedekt met diepe lagen zand, was het alsof ze een peilloze zee bevoeren. Met hun ogen speurden ze naar het vasteland, maar nergens zagen ze ook maar een boom of een spoor van bewerkte aarde. Ook het water dat de dromedarissen in leren zakken hadden gedragen raakte op en in de droge bodem en het gloeiende zand was niets te vinden.noot Curtius Rufus, Alexander 4.7.10-12; vert. Daan Stoffelsen.

Ernstiger dan de droogte was het opsteken van de chamsin, een heftige zuidwesterstorm die de regio in het voorjaar teistert. De reiziger voelt de temperatuur in een paar minuten tijd stijgen van 25° naar 45° en wordt gegeseld door een orkaan van woestijnzand dat zó poederfijn is dat het de ademhaling belemmert. Overal vanuit de verduisterde hemel slaat de bliksem neer. Gelukkig ondervonden de Macedoniërs bovennatuurlijke hulp, want toen de nood het hoogst leek, liet de god Zeus namelijk plotseling een regenbui vallen, en toen het leger – hersteld van storm en regen – de weg kwijt was, zagen de manschappen plotseling raven, zodat ze wisten dat ze de bewoonde wereld naderden.

Siwa

Siwa

Met tachtig grote en ruim honderd kleinere bronnen is de Siwa-oase een verrassend groen gebied in de Sahara. Bij het dorp Aghurmi steekt boven de palmen de rotscitadel uit waarop in de Oudheid het paleis stond van de lokale heerser. Hier had farao Amasis, die eigenlijk Chenibra Amose-si-Neith heette en regeerde van 570 tot 526 v.Chr., een tempel gebouwd voor Ammon.

Er is weinig bekend over de van oorsprong Libische god, al lijkt de hij de gedaante van een ram te hebben gehad. Toen Amasis de oase onder controle kreeg, begonnen de Egyptenaren de godheid te identificeren met hun eigen Amun, die eveneens werd afgebeeld met ramshoorns en bovendien een naam had die leek op die van zijn Libische collega. Amun gold als een allesomvattende en daarom onkenbare oppergod. Ik blogde er al eens over.

De orakeltempel in Siwa

Het orakel van deze god was dus niet zomaar de stem van een god die zelf ook was geschapen en wiens kennis zich beperkte tot de geschapen wereld – nee, in Siwa sprak een transcendente godheid die de gehele schepping overzag en alles wist. Voor mensen die enigszins geschoold waren in de Griekse filosofie moet dit herkenbaar zijn geweest, want Plato en Aristoteles hadden vergelijkbare ideeën geopperd. Uit niets blijkt echter dat Alexander en zijn metgezellen dit culturele raakvlak onderkenden.

Archeologen hebben vastgesteld dat Amasis’ tempel, die bekendstond als het “huis van de gever van goede raad”, is gebouwd door Griekse arbeiders uit Kyrene. Zij voorzagen de façade van Dorische zuilen, die tot op de huidige dag te zien zijn. In Kyrene verrees niet veel later een andere tempel voor de orakelgod, die inmiddels was gelijkgesteld aan de Griekse oppergod en daarom werd aangeduid als Zeus-Ammon, een naam die tegelijk een woordspeling was op ammos, “zand”. In de vijfde eeuw verspreidde de cultus voor Zeus-in-’t-zand zich naar het Griekse moederland, waar de dichter Pindaros een beeld van de god in zijn huis plaatste – het huis dat Alexander spaarde toen hij de stad Thebe verwoestte. Ook in Macedonië werd de woestijngod al vereerd en Alexander bracht dus geen bezoek aan een onbekende godheid.

Orakel

Als opvolger van Nektanebo II, die in Siwa een tweede tempel aan Ammon had gewijd, kreeg Alexander meteen toegang tot de god, en toen hij het heiligdom betrad, gebeurde er iets dat zijn leven blijvend zou veranderen. De priester die hem welkom heette, begroette hem in het openbaar als zoon van god. Dat was in lijn met de Egyptische traditie, waarin de vorst immers gold als zoon van Ra, maar Alexander was blij verrast door deze openbaring aangaande zijn afkomst. Voortaan zou hij zich “zoon van Ammon” en “zoon van Zeus” laten noemen. Mocht hij na het aannemen van de Egyptische koningstitels nog aarzelingen hebben gekoesterd, dan waren die nu weggenomen. De scène is afbeeld op een mozaïek dat ik een tijdje geleden fotografeerde in Byblos en dat voor zover ik weet nooit wetenschappelijk is gepubliceerd.

De priester groet de zoon van Zeus (mozaïek uit Byblos)

Meer is er niet bekend over het bezoek, al beschrijft Diodoros van Sicilië de orakelprocedure:

Het houten beeld van de god is ingelegd met smaragden en andere kostbare edelstenen, en het geeft orakels op een heel speciale manier. Het wordt namelijk door tachtig priesters rondgedragen op een gouden boot. Die dragen de god op hun schouders en gaan, niet geleid door eigen wil, in de richting waarheen een wenk van de god hen voert. Een menigte meisjes en vrouwen volgt hen de hele weg, onder het zingen van hymnen en traditionele lofzangen ter ere van de god. noot Diodoros, Wereldgeschiedenis 17.50.6-7; vert. Simone Mooij.

Er is vermoedelijk een vergissing in het spel, want er passen geen tachtig mensen in het binnenste vertrek van de tempel, zeker niet als ze ook nog geacht worden heen en weer te lopen. Maar de beschreven methode is authentiek Egyptisch.

Welke vragen Alexander op deze wijze heeft laten beantwoorden is niet overgeleverd, al lezen we wel dat hij vroeg of de moordenaars van Filippos hun straf hadden ontvangen. Waarschijnlijk gaat deze informatie terug op speculaties onder Alexanders manschappen in de maanden na hun bezoek aan Siwa. Het wordt in elk geval niet bevestigd door de geschiedschrijver Arrianus, die zich beperkt tot de vaststelling dat Alexander “het antwoord kreeg dat hij had gewenst”.

Enfin. Het was tijd om terug te keren naar de kust en naar de bouwplaats die Alexandrië zou worden. Ik rond af met een persoonlijke herinnering: toen ik in Siwa was, regende het. De klimaatverandering was daar en toen al te merken. Na de jaarwisseling meer.

[Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AlexanderDeGrote #Alexandrië #Amasis #Ammon #Amun #Arrianus #chamsin #DiodorosVanSicilië #ElAlamein #NektaneboII #orakel #QuintusCurtiusRufus #Ra #Siwa #transcendentaliteit

Alexander de Grote in Egypte (2)

De Nijl

Vorige maand blogde ik over de wijze waarop Alexander de Grote in Egypte was aangekomen en hoe hij zijn best had gedaan zich als vrome Egyptische vorst te presenteren. Dat was in november of december 332 v.Chr. en we weten niet waar Alexander de winter doorbracht. Zijn Romeinse biograaf Curtius Rufus vermeldt terloops dat de Macedonische veroveraar de Nijlvallei verkende, en hoewel geen enkele andere bron dit bevestigt, kan het waar zijn. Er was in elk geval voldoende tijd.

Nijlcruise?

De Macedonische koning liet een kapel inrichten in een van de tempels van Amun in Thebe, terwijl een inscriptie uit het stroomopwaarts gelegen Edfu melding maakt van de bouwactiviteiten van de “geliefde van Amun en uitverkorene van Ra”. De twee getuigenissen bewijzen niet onomstotelijk dat Alexander zo zuidelijk kwam, maar uitgesloten is een Nijlcruise ook niet, al was het maar omdat de Macedonische koning in Thracië en Illyrië de gewoonte al had ontwikkeld persoonlijk de grenzen van zijn rijk te inspecteren.

Bovendien was een farao aan zijn reputatie verplicht zijn gezicht te laten zien aan de grens met Nubië, om vervolgens te claimen dat hij “de vreemde landen in het zuiden respect voor Horus had bijgebracht en ze had gepacificeerd”. De Perzische veroveraar Kambyses had hetzelfde gedaan. Vaak was zo’n bezoek niet meer dan symbolisch, maar het is opmerkelijk dat juist de Egyptische heersers in de vierde eeuw v.Chr. er serieus werk van maakten en hun aanwezigheid toonden met een uitgebreid bouwprogramma. Alexander kan in hun voetsporen zijn getreden.

Thebe

Naar Siwa

In het voorjaar van 331 v.Chr. was Alexander in elk geval in Memfis, vanwaar hij met een klein leger verder wilde gaan naar het orakel van de god Ammon in de noordoostelijke Sahara. Hoewel het noch in de Oudheid noch in onze tijd aan speculaties heeft ontbroken, is onbekend welke vraag Alexander ertoe bewoog naar de oase van Siwa te trekken om een bezoek te brengen aan dit bonafide maar nogal afgelegen orakel. Zo’n vraag zou kunnen zijn of hij moest ingaan op het al genoemde vredesaanbod van de Perzische koning Darius III, of dat hij werkelijk kon geloven dat hij, zoals de Egyptenaren beweerden, de zoon was van de oppergod.

Misschien was er ook wel geen vraag en was de expeditie naar de oase een militaire oefening ter voorbereiding op de aanval op het land ten oosten van de Eufraat. De Macedoniërs hadden immers geen ervaring met oorlogvoering in de woestijn. Wellicht wilde Alexander, zoals altijd theatraal, de wereld tonen dat Macedoniërs dingen vermochten die de Perzen niet lukten, want Kambyses had volgens Herodotos ooit een leger verloren in de Libische woestijn. Of misschien wilde Alexander wel gewoon genieten van het lege landschap. Het hele bezoek aan Egypte, dat geen urgent militair doel diende, ademt een sfeer van onbezorgd toerisme. En de Macedoniërs zouden vanzelfsprekend niet de laatsten zijn die de bewoners van noordelijk Afrika verbaasden met hun liefde voor de woestijn.

De eenvoudigste weg naar Siwa was die langs de kust, en dus voer het gezelschap de westelijke tak van de Nijl af om aan te komen bij een lagune bij de riviermonding. Arrianus vertelt:

Toen hij die had rondgevaren, ging hij aan land op de plaats waar nu de naar hem genoemde stad Alexandrië ligt. Het kwam hem voor dat die plaats bij uitstek geschikt was om een stad te stichten, en dat die stad heel welvarend zou kunnen worden. noot Arrianus, Anabasis 3.1.5; vert. Simone Mooij.

Het idee om daar een stad te stichten kwam niet uit de lucht vallen. Farao Psamtek I had Egypte in de zevende eeuw opengesteld voor Griekse kooplieden en had Grieken en Kariërs in dienst genomen als huurlingen. Sindsdien waren de contacten alleen maar intensiever geworden. Het economische en politieke zwaartepunt van Egypte was zo naar het noordwesten verschoven. Alexanders voornemen in deze regio een havenstad te stichten was een voortzetting van wat inmiddels traditioneel Egyptisch beleid was.

De kustweg bij El Alamein

Vanaf de plaats waar Alexandrië zou verrijzen trok het legertje naar het westen, waar het stuitte op een gezelschap uit de Griekse steden in de Cyrenaica, die zich aan de Macedoniërs kwamen onderwerpen. Vervolgens trok Alexander de woestijn in.

[Wordt vervolgd. Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#alexanderDeGrote #alexandrie #ammon #amun #arrianus #dariusIiiCodomannus #edfu #herodotosVanHalikarnassos #kambyses #memfis #nektaneboIi #nijl #psamtekI #quintusCurtiusRufus #siwa #thebeEgypte

Alexander de Grote in Egypte

Alexander als farao (Liebieghaus, Frankfurt)

In onze reeks over Alexander de Grote waren we gekomen bij de opmars naar Egypte. Het laatste militaire obstakel was Gaza geweest en een korte operatie richting Jeruzalem had de flank beveiligd. In november 332 v.Chr. marcheerden de Macedoniërs de Sinaï in. Ze hadden in de voorgaande weken kunnen wennen aan het woestijnlandschap, maar de tweehonderd kilometer lange mars over het strand langs de schaars begroeide zandduinen zal hen toch hebben verrast.

Het was echter geen overdreven moeilijke tocht. Langs de moderne weg kan op acht plaatsen water worden gevonden en hoewel dat een beetje brak is, moet er ook destijds groenvoer voor de paarden en muildieren hebben gegroeid. Voor het eerst ondervonden de Macedoniërs hoe nuttig dromedarissen waren. Ze aten alleen woestijngras, kruiden en twijgjes, die ze overal in de woestijn konden vinden. Fenicische transportschepen voeren langs de kust en zorgden ervoor dat het de Macedoniërs niet ontbrak aan zoet water en voedsel.

Alexander, Parmenion en de andere stafleden zullen zich in deze tijd hebben laten voorlezen uit Herodotos’ Historiën. Ruim een eeuw daarvoor had de Griekse onderzoeker het land aan de Nijl bezocht en nuttige informatie opgeschreven over de geografie van Egypte, de gewoonten van de bewoners en de Perzische verovering in 525 v.Chr. door koning Kambyses. Die was – althans volgens Herodotos – gek geworden en had de heilige Apis-stier gedood.

Pelousion

Eind november bereikten de soldaten het noordoosten van de Nijldelta bij de zwaar versterkte stad die de Grieken Pelousion noemden, “kleistad”, naar het meest opvallende kenmerk van het landschap voor wie uit de woestijn kwam. Kambyses had moeten vechten om de stad, maar dit keer capituleerde het garnizoen onmiddellijk. De geschiedschrijver Arrianus weet:

Omdat Mazakes, de Pers die door Darius tot satraap van Egypte benoemd was, niet over Perzische troepen beschikte, ontving hij Alexander als vriend in stad en land. Alexander legerde een garnizoen in Pelousion en beval de vloot stroomopwaarts te varen tot de stad Memfis.noot Arrianus, Anabasis 3.1.2-3; vert. Simone Mooij.

Mazakes kon weinig anders. Anderhalf jaar eerder had Darius III het Egyptische garnizoen opgeroepen voor de campagne tegen Alexander. Het contingent had zich doodgevochten bij Issos. Niet veel later was een Macedoniër in Perzische dienst met vierduizend Griekse huurlingen naar Egypte gevaren, zeggend dat hij door de grote koning was aangewezen als satraap. Dat was uitgelopen op een gewapend conflict met Mazakes, die weliswaar had gewonnen, maar wiens toch al kleine Perzische garnizoen nog verder was uitgedund.

Mazakes kon bovendien niet rekenen op de steun van de Egyptische bevolking, die zich de regering van de laatste farao Nektanebo II (Nakhthoreb) herinnerde en nog maar vier jaar eerder de opstand had gesteund van een zekere Chababash. En dus gaf Mazakes Pelousion zonder slag of stoot over aan de Macedoniërs.

Langs de Nijl

Na de inspanningen bij Tyrus en Gaza was de verovering van Egypte een even eenvoudig als spectaculair succes. Al in de zevende eeuw had farao Psamtek I Griekse huurlingen in dienst genomen en maatregelen getroffen om de handel te bevorderen. Grieken die het land bezochten keerden vol bewondering terug, zoals Herodotos, die opmerkte dat in geen land ter wereld zoveel bezienswaardigheden waren en men nergens zulke onbeschrijflijk mooie gebouwen aantrof. Hij en zijn landgenoten bewonderden vooral de ouderdom van de Egyptische beschaving en haar kennis van de wereld van het goddelijke.

Zelf beschouwden de Grieken zich als kinderen – jong van geest maar zonder oude tradities, zonder wijsheid en zonder betrouwbare kennis. Waarschijnlijk mede daarom zou Alexander een bezoek brengen aan het orakel van Ammon, dat een solide reputatie bezat van onfeilbaarheid. Gegeven de interesse die de Grieken en Macedoniërs al hadden voor het oudste land ter wereld, was de bezetting ervan een prachtige publiciteitsstunt.

Langs de oostelijke tak van de Nijl trokken de Macedonische vloot en het leger in de richting van het huidige Caïro, waar destijds de Egyptische steden Mennefer en Iunu lagen, door de Grieken aangeduid als Memfis en Heliopolis, “Zonnestad”. Geen van onze bronnen maakt veel woorden vuil aan de opmars, hoewel de Macedoniërs onderweg de vesting Boubastis passeerden, de stad van de godin Bastet, strategisch gelegen op de plaats waar het kanaal van de Nijl naar de Rode Zee begon. Herodotos meende dat de tempel een van de meest bezienswaardige plaatsen in Egypte was en het staat vast dat de laatste farao’s er een eer in stelden deze plaats verder te verfraaien. Het zwijgen van onze auteurs suggereert dat Alexander geen belang stelde in de mooie stad.

Heliopolis

Twee dagen later bereikten de Macedoniërs Heliopolis, een van de heiligste steden in het land van de Nijl, gewijd aan verschillende manifestaties van de zonnegod Ra. Volgens de mythe was deze ooit als Ra-Atum opgerezen uit de voorwereldlijke chaos en had hij daarop het eiland vervaardigd waarop de zonnetempel zou staan. Vervolgens had hij het licht geschapen door de vorm aan te nemen van een vuur dat brandde in een heilige boom, die eveneens werd aangewezen in Heliopolis. Later was de zonnegod in de gedaante van een schitterende vogel, de bennu, neergestreken op een monoliet die ook al te zien was in Heliopolis. Daar masturbeerde hij en bracht zo Shu voort, de god van de door de zon bestraalde lucht, om vervolgens uit zijn braaksel Tefnut te scheppen, de godin van de dauw. De twee kinderen verwekten op hun beurt Nut en Geb (“Moeder Hemel” en “Vader Aarde”) die vervolgens Osiris, Isis, Seth en Nefthys voortbrachten. De god Horus, ten slotte, gold als kind van Isis en Osiris. Het was allemaal gebeurd in Heliopolis.

De Grieken kenden deze verhalen en begrepen het belang van de tempel. Herodotos vermeldde de offers en beschreef de monoliet waarop de bennu was neergestreken. Al eerder had deze vogel, aangeduid als de feniks, zijn intrede gedaan in de Griekse mythologie. Alexander negeerde het allemaal en lijkt alleen in Heliopolis geïnteresseerd te zijn geweest omdat hij daar de Nijl kon oversteken.

[Wordt morgen vervolgd. Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AlexanderDeGrote #Ammon #Apis #Arrianus #bennu #Boubastis #Chababash #DariusIIICodomannus #dromedaris #feniks #Heliopolis #HerodotosVanHalikarnassos #KambysesII #Mazakes #Memfis #NektaneboII #Nijl #Pelousion #PsamtekI #Ra

Het British Museum

Een deel van de Elgin Marbles.

Elk museum heeft zijn charmes. Het Rijksmuseum van Oudheden, waar ik kind aan huis ben. Het kleine museum van Troyes, waar je wat oude meesters kunt zien én de grootste collectie meteorieten van het departement. Het museum van Hamadan omdat de directrice er altijd weer in slaagt iets nieuws te tonen. Het museum met de mozaïeken uit Zeugma, omdat, nou ja, omdat daar de mozaïeken zijn uit Zeugma. En het British Museum, waar ik weleens kwam met mijn voormalige Britse geliefde en mooie herinneringen aan heb.

De collectie zelf heeft echter óók wel wat en vandaag neem ik u mee langs enkele museumstukken. Om te beginnen het bekendste of beruchtste onderdeel: de Elgin Marbles, die u hierboven ziet, genoemd naar de Lord Elgin die ze naar Engeland bracht. Ze komen van de Parthenon-tempel in Athene, en Griekenland wil ze graag terug hebben; er is al een prachtig museum gebouwd voor wat ze daar aanduiden als de Parthenon Marbles. Dit beeldhouwwerk, zo betogen de Grieken, is werelderfgoed. Precies, antwoorden de Britten, en omdat het het erfgoed van de hele wereld is, kan het ook worden getoond in Engeland. Laat u door dat geharrewar echter niet afleiden. Dit is gewoon weergaloos mooi beeldhouwwerk en hierboven ziet u maar een heel, heel klein gedeelte.

De sarcofaag van Nektanebo II (British Museum, Londen)

Even verderop vinden we deze Egyptische sarcofaag. Die is niet heel speciaal. Egyptologen kijken er niet werkelijk naar om: zij houden zich traditioneel vooral bezig met de eerste twee millennia van de Egyptische geschiedenis en niet met de vierde eeuw v.Chr., toen koning Nektanebo II regeerde als laatste heerser van een onafhankelijk rijk. Hij werd verdreven door de Perzen, die kort daarna werden verslagen door Alexander de Grote. Toen die enkele jaren later overleed, stond er nog een koningsgraf leeg en er is daarom wel geopperd dat Nektanebo’s sarcofaag de laatste rustplaats is geweest van Alexander. Dat is niet zeker. Wat weer wel zeker is, is dat Napoleon er ook nog in begraven wilde liggen – maar dat is niet gebeurd. Ik blogde er al eens over.

De leeuwenjacht van Aššurbanipal (detail; British Museum, Londen)

De leeuw hierboven komt uit Nineveh, de oude hoofdstad van Assyrië in het noorden van Irak. De pijlen in zijn lijf zijn gelost door koning Aššurbanipal. Het is fenomenaal knap gemaakt, maar het dierenleed is niet voor tere zielen – en dat is uiteraard ook precies de pointe, want de koning wilde zijn onverschrokkenheid tonen. Ook hierover blogde ik al eens eerder.

Twee pratende dames

Een stukje Griekse sculptuur uit de derde of tweede eeuw v.Chr. Er zit geen groots verhaal aan vast: het is niets meer of minder dan een elegant beeldje van twee chique geklede dames (misschien prostituees) die ergens zitten te kletsen. Gewoon knap gemaakt. Ik kan er eindeloos naar kijken.

Keizer Augustus

Keizer Augustus op een camee. Dit was ook in de Oudheid een topstuk, gemaakt door een groot kunstenaar. Het zal cadeau zijn gedaan aan een vriend van de keizer en zal eeuwenlang als kostbaar kunststuk in ere zijn gehouden, wat betekent dat dit een van de weinige voorwerpen uit de Oudheid is die niet een paar eeuwen onder de grond hebben gelegen.

Het Zondvloedtablet (© Trustees of the British Museum)

Het British Museum heeft ook een grote collectie kleitabletten. Die zijn eerder belangrijk dan mooi, maar ze bevatten oeroude versies van geweldige verhalen. De bovenstaande foto (die ik niet zelf heb gemaakt) is het “Zondvloedtablet”, gevonden in – opnieuw – Nineveh maar pas ontcijferd in Londen. De ontdekker, George Smith, was helemaal door het dolle toen hij begreep wat hij in handen had en wist van opwinding niet beter dan al zijn kleren uit te trekken. Wat moet dat een commotie zijn geweest! Even verderop, in de bibliotheek, zal Karl Marx verstoord hebben opgekeken van het boek dat hij aan schrijven was, Das Kapital.

Perzische drinkbeker

Een Perzische drinkbeker, edelsmeedwerk voor de elite. Het is erg moeilijk hieruit te drinken, want als je er eenmaal aan begint en de het voorwerp steeds schever aan je mond houdt, trekt ’ie een vacuüm in de punt, in het dierenhoofd. Op het moment dat je de beker zó scheef houdt dat daar lucht bij komt, golft dan ineens een plens wijn in je gezicht. Het moeten vrolijke drinkgelagen zijn geweest, daar bij de Perzen.

Ramses II

Koning Ramses II van Egypte: misschien wel het grootste beeld in het British Museum. Niet speciaal bijzonder maar wel opvallend.

***

De selectie die ik hier maak, is er een van de Romeinse, Griekse, Assyrische, Perzische en Egyptische kunst. Er is nog meer (zie hieronder). De pointe van het museum was te tonen dat het British Empire vergelijkbaar was met de eerdere wereldrijken, ja ze eigenlijk overtrof omdat het de grootste kunstwerken van ze had samengebracht. Frankrijk kon niet achterblijven en antwoordde met een museum dat nog groter was: het Louvre.

De steen van Rosetta (© Trustees of the British Museum)

Al die oude culturen hadden met elkaar te maken en ik rond af met een voorwerp dat dit mooi illustreert: de Steen van Rosetta, genoemd naar een dorpje in de Nijldelta dat tegenwoordig Rasjid wordt genoemd. De inscriptie dateert uit de tijd nadat Alexander de Grote Egypte had veroverd en is daarom tweetalig: zowel Grieks als Egyptisch, en dat laatste in twee schriftsoorten. Deze tekst was cruciaal om de hiërogliefen te leren lezen.

De Steen van Rosetta is gevonden door soldaten uit het leger dat Napoleon in Egypte had achtergelaten en dat zich korte tijd later overgaf aan de Britten. Deze inscriptie is zo in Britse handen gekomen maar was privébezit van de Franse generaal die Napoleon had vervangen; de familie eist de steen daarom terug. Het is in feite niet heel anders als met de Elgin Marbles.

Het zou echter onaardig zijn het British Museum te typeren als een depot vol roofkunst. Daarvoor neemt het museum zijn culturele taak – het verspreiden van informatie over zo veel mogelijk mensen, het begrijpelijk maken van andere beschavingen, het geven van inzicht – veel te serieus. Ze maken geweldige boeken, ze hebben een geweldige afdeling publieksvoorlichting en het is een principekwestie dat het museum voor iedereen gratis toegankelijk moet zijn.

En ze hebben een verhaal te vertellen: over wereldculturen, over hun interactie, over de wijze waarop moderne culturen met het verleden omgaan. Kortom: ze vertellen het verhaal van de mensen van de wereld. Mijn advies: neem goed de tijd en laat bij het weggaan een flinke donatie achter.

***

Eveneens in het British Museum, in chronologische volgorde: nog meer Assyrische reliëfs, de Kurkh-stele, de Balawat-poort, de Zwarte Obelisk van Salmanaser, de Samaria ivories, pijlpunten uit en een reliëf met een afbeelding van de verovering van Lachis, een beschrijving van het ritueel van de substituutkoning, de Cyruscilinder, een kruikje waar een verhaal aan vastzit, een parfumflesje waar een verhaal aan vastzit, een heleboek kleitabletten, een leuk beeldje van Europa, een hellenistisch reliëf met de apotheose van Homeros, een Romeins beeld van een knielende Venus, een waanzinnig mooie Armeense kop van de godin Anahita, een Romeins Germanenmasker, een nisvormig reliëf uit Andalusië. En nog 184 foto’s hier.

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Deel dit: #Balawat #BritishMuseum #ElginMarbles #Londen #NektaneboII #ParthenonMarbles #roofkunst #SteenVanRosetta