Storm op zee

Papyrus 𝔓45

Een van de allerbekendste verhalen uit het Nieuwe Testament, het onderwerp waarover ik op zondag graag blog, is dat over de storm op zee. Of beter: het Meer van Galilea, een plas zoet water van 166 vierkante kilometer, zo groot als de gemeente Amsterdam. Hier is de versie van de evangelist Marcus.

Toen het avond was geworden, zei hij tegen hen: “Laten we het meer oversteken.” Ze lieten de menigte achter en namen hem mee in de boot waarin hij al zat, en voeren samen met de andere boten het meer op.noot Marcus 4.35-36; NBV21.

Dit is meteen interessant. In de eerste vier hoofdstukken van het Marcusevangelie hebben we alleen gelezen over Johannes de Doper en over Jezus’ prediking in Galilea. Jezus verlaat Galilea nu en zal aankomen bij Gadara, en daarmee is hij weg uit het land van Israël. Hij verlaat als het ware zijn vaderland. Het zal geen enkele antieke luisteraar hebben verbaasd dat er een storm opstak: een gangbaar literair motief. Neem Herodotos: als de Perzische koning Kambyses een leger stuurt naar de vreemde wereld der Libiërs, verdwijnt het in een storm; als zijn opvolger Darius een vloot stuurt naar de wereld van de Grieken, zinkt die in een storm; en als Xerxes een brug bouwt van Azië naar Europa, wordt ook die verwoest.

Dat het een literair motief is, wil overigens niet meteen zeggen dat het verhaal onwaar is. Op het door bergen omgeven Meer van Galilea kan het behoorlijk spoken.

Er stak een hevige storm op en de golven beukten tegen de boot, zodat die vol water kwam te staan. Maar hij lag achter in de boot op een kussen te slapen. Ze maakten hem wakker en riepen: “Meester, kan het u niet schelen dat we vergaan?”
Toen hij wakker geworden was, sprak hij de wind bestraffend toe en zei tegen het water: “Zwijg! Wees stil!”
De wind ging liggen en het water kwam helemaal tot rust.noot Marcus 4.37-39.

Parallellen

Een logisch verhaal, althans in de Oudheid. Mensen met gezag hadden het vermogen wonderlijke dingen tot stand te brengen. Hier is een parallel:

Toen hij Egypte naderde, brak er plotseling een storm uit. Het was onmogelijk te zien waar ze zich bevonden en daarom zochten de opvarenden hun toevlucht bij het standbeeld van Afrodite en smeekten haar om hen te redden. De godin, die de mensen van Naukratis goed gezind was, zorgde er plotseling voor dat alles rondom haar werd bedekt met groene, verse mirte, waardoor het schip, hoewel de opvarenden wanhopig zochten naar veiligheid, gevuld werd met een aangename geur. En toen ineens scheen de zon en konden ze hun ankerplaats zien.noot Athenaios, Geleerden aan tafel 15.576a-b.

Hier doet een enkel gebed tot Afrodite wonderen. Diodoros van Sicilië weet dat Orfeus, door de goddelijke Tweelingen aan te roepen, een storm tot bedaren wist te brengen.noot Diodoros van Sicilië, Wereldgeschiedenis 4.43.1-2. Apuleius meldt dat een gebed tot Isis voldoende is, en er zijn volop inscripties van zeevarenden die goden bedanken voor hun redding.

Het interessante in Marcus’ verhaal is dat de opvarenden in het bootje zich richten tot Jezus. Die is, in dit type verhaal, dus de reddende god. En dat wringt een beetje met de theologie van het Marcusevangelie, waarin Jezus niet à la Johannesevangelie een god is, maar diens lijdende zoon. Om die reden wordt wel aangenomen dat het verhaal over het stillen van de storm ouder is dan het Marcusevangelie. Wat niet bewijst dat het historisch waar is, maar wel suggereert dat de “hoge christologie” oud is. Dat maakt dit een belangrijk evangelieverhaal.

Papyrus 45

Tot slot: wat is die papyrussnipper hierboven? Dat is een stukje van 𝔓45, ofwel Papyrus 45, ofwel P. Chester Beatty I, ofwel de eerste papyrus uit de collectie van de Amerikaanse verzamelaar Alfred Chester Beatty, ofwel de vijfenveertigste in een verzameling vroeg gedateerde papyri. Dit keer: rond het jaar 250, dus vóór het christendom een toegestane religie werd. Het is niet veel tekst, maar het gaat zeker om het hierboven vertelde verhaal en de snipper bewijst dat er rond 250 al manuscripten waren met de standaardtekst van dit deel van het Nieuwe Testament. Ik zeg er overigens wel bij dat de datering paleografisch en dus wat losjes is. Niettemin: een belangrijk fragment over een belangrijk evangelieverhaal.

#ChesterBeattyPapyri #christologie #EvangelieVanMarcus #HerodotosVanHalikarnassos #MeerVanGalilea #NieuweTestament #storm

Sjamanisme

Detail van een kruikje uit de schat van Sânnicolau Mare; mogelijk een sjamaan in extase (Nationaal Museum, Boedapest)

Je begroef graankorrels in de aarde en in het voorjaar ontstonden daaruit grote halmen. De overstromende rivier bracht de dood over de uiterwaarden, maar in het voorjaar was de vallei vruchtbaar. Je gooide dode bladeren, maaisel, schillen en ander afval op de composthoop, en na verloop van tijd werden daaruit maden en wormen geboren. Moderne biologen denken er anders over, maar het was niet onlogisch dat men in de Oudheid dacht dat nieuw leven alleen kon ontstaan uit de dood en dat de twee onlosmakelijk met elkaar samenhingen.

Er waren feitelijk twee werelden: die van de levenden en die van de doden. Soms maakten ze contact: het is vooral mooi gedocumenteerd in de Keltische verhalen, maar alle volken hadden gedenkdagen waarin de doden even wat dichterbij waren. De Romeinen kenden bijvoorbeeld de Lemuria, waarbij ze rituelen uitvoerden om niet tot rust gekomen doden te verdrijven uit de woonhuizen. Daarnaast waren er religieus specialisten die de oversteek van de ene naar de andere wereld konden maken; onderzoekers noemen hen sjamanen.

Een universeel verschijnsel

Dat is een beetje een onhandig begrip. Het is in 1692 geïntroduceerd in het boek Noord en Oost Tartarye van Nicolaes Witsen: de geleerde Amsterdamse burgemeester die Peter de Grote naar Holland haalde en Cornelis de Bruijn naar Moskovië stuurde. Witsen beschrijft hoe het sjamanisme bestond in Siberië. Zo’n sjamaan werkte zich in trance, maakte zo contact met de andere wereld en kon daar antwoord krijgen op allerlei vragen: wanneer komt er een einde aan de regen? hoe kan ik genezen van mijn ziekte? kunnen de doden ons helpen bij de jacht door de dieren weg te leiden uit hun schuilplaatsen?

Witsens sjamaan

Aangezien opgewekte religieuze extase op veel plaatsen is gedocumenteerd, is wel geopperd dat het gaat om een vroeg, universeel stadium van religie. Het gevaar van overgeneralisering ligt echter op de loer. Er zijn naast overeenkomsten tussen de diverse rituelen immers ook verschillen, en daarom is sjamanisme, zoals gezegd, een wat onhandig begrip. Het helpt bovendien niet dat New Age-achtige stromingen zich de term hebben toegeëigend. Het is wellicht het beste het begrip te beperken tot Centraal-Eurazië en de daarvan afgeleide culturen, zoals de Yupik-cultuur in Alaska en andere culturen uit de Nieuwe Wereld. (Het precolumbiaanse sjamanisme wordt mooi uitgelegd in het Museum aan de Stroom in Antwerpen.)

Sjamanisme is niet – of niet alleen – een vroeg religieus stadium, want het bestaat nog steeds. Misschien heeft u twee jaar geleden de Mongoolse speelfilm City of Wind gezien. Die toont niet alleen een beginnende sjamaan, die gewoon naar school moet en een vriendinnetje krijgt, maar ook diens werkwijze: met behulp van muziek en het roken van hennep raakt hij in trance. In andere culturen betrad de sjamaan de andere wereld door te vasten en te braken, of juist door een dieet van hallucinogene planten en paddenstoelen. Sjamanen van de Peruviaanse Chavin-cultuur (pakweg 900 tot 400 v.Chr.) verwondden zichzelf. Sommige mensen zijn speciaal gevoelig; de protagonist van City of Wind vertelt last te hebben gehad van epileptische aanvallen.

Een in trance verkerende sjamaan offert zichzelf door zijn darmen uit te trekken (Museum aan de Stroom, Antwerpen)

Sjamanen hebben weleens (net als berserkers) het gevoel te zijn veranderd in dieren. Een vogel betreedt de bovenwereld immers wat makkelijker dan u en ik, terwijl vissen wat eenvoudiger kunnen duiken naar de benedenwereld.

Skythische sjamanen

Sjamanisme is vermoedelijk niet het eerste waaraan u denkt bij de antieke wereld, maar er zijn wel degelijk sporen. Het is bekend dat de oude Perzen sjamanistische rituelen hadden waarbij ze de roesdrank haoma dronken, gebaseerd op vliegenzwam. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos kent sjamanistische praktijken bij de Skythen,noot Herodotos, Historiën 4.74-75. die leefden in Oekraïne, zuidelijk Rusland en de Centraal-Aziatische gebieden waar de Perzen hun haoma vandaan haalden. De archeologen die de Pazyryk-grafheuvels opgroeven, vonden daar trommels. Hoewel de Griekse auteurs niet alles goed begrepen, en hoewel een trommel soms gewoon een muziekinstrument is, staat niet ter discussie dat we bij de Skythen en Perzen te maken hebben met sjamanisme.

Om die reden is de Animal Style van de steppenomaden wel uitgelegd als weergave van de sjamanistische transformatie naar een dierengedaante. Het motief van de rape in the sky zou, zo bezien, weleens een opstijgende sjamaan kunnen voorstellen. Zie het plaatje helemaal bovenaan. Ik zou overigens niet meteen mijn geld inzetten op deze herinterpretatie.

Grieks sjamanisme

In het oude Griekenland is te wijzen op het orfisme, dat was gebaseerd op het verhaal van Orfeus, die dankzij zijn muziek contact kon maken met de wereld van de doden. Bij Homeros lezen we over de waarzegger Melampous, die op zeker moment bezeten zou zijn geweest door een geest.noot Homeros, Odyssee 15.234. Persoonlijk vind ik dit niet zo’n sterk voorbeeld, maar we lezen ook over Hermotimos van Klazomenai, over wie Plinius de Oudere vertelt dat diens

ziel zijn lichaam placht te verlaten en rond te dolen en dan allerlei nieuwtjes, die alleen een ooggetuige kon weten, uit verre streken meebracht. Ondertussen lag zijn lichaam er levenloos bij tot zijn vijanden … het verbrandden en zijn ziel bij terugkomst als het ware van haar omhulsel beroofden.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 7.174.

Herodotos van Halikarnassos noemt Aristeas van Prokonessos, die ooit voor dood zou zijn neergevallen en later, toen hij weer bij zijn positieven was gekomen, zou hebben verteld dat hij zes jaar lang had gereisd. Het intrigerende is dat hij bij die reis de Issedonen zou hebben bezocht, die we voorbij de Skythen in Centraal-Azië moeten zoeken. Aristeas bezocht ook de Hyperboreërs, “zij die voorbij de noordenwind wonen”, in het dodenrijk.noot Herodotos, Historiën 4.14-15. Ook Plinius kent deze Aristeas en weet te melden dat degenen die hem voor dood hadden zien neervallen, hadden gezien dat zijn ziel in vogelgedaante was weggevlogen.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 7.174.

Er zijn meer voorbeelden uit de archaïsche periode, maar die laat ik wat ze zijn. Waar het op neerkomt is dat er sporen van sjamanisme lijken te zijn in de Griekse religie. Dat zal wel een erfenis uit de Proto-Indo-Europese tijd zijn, en het is een wonderlijke gedachte dat de Griekse cultuur via Centraal-Eurazië, Siberië en Alaska verbonden is met de Amerika’s. En om heel eerlijk te zijn: hoe fascinerend zo’n mogelijk contact ook is, en hoezeer we het ook moeten overwegen, we moeten oppassen voor overgeneralisatie en ik weet ook niet of het wel zo heel veel verheldert.

#AnimalStyle #archaïschePeriode #AristeasVanProkonessos #ChavinCultuur #CityOfWind #dodenrijk #epilepsie #haoma #hennep #HermotimosVanKlazomenai #HerodotosVanHalikarnassos #Hyperboreërs #Issedonen #Lemuria #Melampous #Mongolië #NicolaesWitsen #Oekraïne #Orfeus #Orfiek #Pazyryk #PliniusDeOudere #RapeInTheSky #Siberië #sjamanisme #Skythen #YupikCultuur

De krater van Vix

De krater van Vix (Musée du Pays Châtillonnais)

Vorige week zondag bezocht ik het Musée du Pays Châtillonnais in Châtillon-sur-Seine. Het is een museum zoals er in Frankrijk vele zijn, met een collectie die varieert van opgezette vogels via laatmiddeleeuwse sculptuur en zeventiende-eeuwse prenten tot herinneringen aan een buiten Châtillon allang vergeten generaal. Maar er is één pronkstuk: het enorme bronzen mengvat (“krater” in jargon) dat bij het dorpje Vix is gevonden in het graf van een dame die ietwat voorbarig “Prinses van Vix” is genoemd. Mogelijk gaat het niet om een vrouw, zoals aanvankelijk aangenomen, maar om een man.

De Prinses van Vix – zo zal ik haar toch maar noemen – moet tegen het einde van de zesde eeuw v.Chr. hebben gewoond in het met een Murus Gallicus omgeven heuvelfort dat bekendstaat als Mont Lassois. Een jaar of twintig geleden is daar een opvallend grote woning opgegraven die, met wat fantasie, mag worden aangeduid als haar paleis. Dat weten we natuurlijk niet zeker, maar het is wel zeker dat Mont Lassois lag in de regio van Lotharingen tot en met Beieren waar schitterende elite-graven zijn gevonden uit de Late Hallstatt-periode. De mensen die hier werden bijgezet, beheersten de handel tussen de noordelijke regio’s, waar allerlei grondstoffen vandaan kwamen (textiel, barnsteen…), en de steden in het Mediterrane zuiden.

Torque (Musée du Pays Châtillonnais)

De Prinses van Vix, die rond de vijfendertig jaar oud is geworden, behoorde tot deze elite. En deze reine-prêtresse liet het breed hangen. Ze werd bijgezet in een houten kamer onder een forse grafheuvel, samen met een wagen, aardewerk en mantelspelden. Haar gouden torque, die invloeden verraadt van de Skythen op de oostelijke steppe, is alleen al voldoende reden om een bezoekje te brengen aan het Musée du Pays Châtillonnais.

Maar het gaat me vandaag om dat mengvat, dat in 1953 is ontdekt, en werkelijk enorm is: met een hoogte van 1m65 kon er 1100 liter water en wijn in. Ik heb mijn vriend S. (vijf jaar oud) verteld dat hij erin zou kunnen watertrappelen. Het voorwerp komt uit Zuid-Italië of Sparta, en bestaat uit een sokkel, het eigenlijke mengvat, omgeven door een band met reliëf, oren en een deksel. Het geheel lijkt op zeker moment uit elkaar te zijn gehaald en vervolgens, toen de onderdelen in Gallië waren aangekomen, weer te zijn samengevoegd. Dit is althans wat je zou concluderen aan de hand van de letters die op de diverse delen staan.

Een gorgoon op de krater van Vix

De decoratie is fenomenaal. Op de twee oren staan gorgonen afgebeeld, de reliëfband is versierd met hoplieten en strijdwagens, elk getrokken door vier paarden. Helemaal bovenaan, op de deksel, is een klein beeldje van vrouw in een Grieks gewaad (een peplos).

De reliëfband van de krater van Vix, detail

Mijn docent Mediterrane archeologie, Douwe Yntema, had een leuke speculatie over dit mengvat. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos vertelt namelijk iets over een mengvat dat de Spartanen cadeau hadden willen doen aan koning Kroisos van Lydië. Dat zou echter zijn gestolen door de mensen van Samos, en dat was aanleiding tot een Spartaanse interventie.noot Herodotos, Historiën 3.47. Yntema vertelde erbij dat het onbewijsbaar was, en persoonlijk geloof ik er niks van, maar dat de Spartanen na de diefstal een militaire operatie organiseerden, dat wordt alleszins geloofwaardig als je de Krater van Vix in Châtillon ziet staan.

[Dit was het 495e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#DouweYntema #Frankrijk #Gorgo #Hallstatt #HerodotosVanHalikarnassos #krater #kraterVanVix #Kroisos #mengvat #MontLassois #Samos #Sparta #torque

Murus Gallicus - Mainzer Beobachter

Een Murus Gallicus is, zoals de naam al aangeeft, een Gallische Muur. Caesar geeft een accurate, archeologisch bevestigde beschrijving.

Mainzer Beobachter

Diodoros van Sicilië

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Altes Museum, Berlijn).

Hé, dat is leuk: er is een Nederlandse vertaling verschenen van de Grieks-Romeinse geschiedschrijver Diodoros van Sicilië. Dit is om twee redenen fijn. Eén, Diodoros is geen auteur die al vaker vertaald is, zoals Homeros of de Griekse tragici. Classicus Gerard Janssen ontsluit een stukje Oudheid dat voor het publiek nog onontsloten was. Twee, het gaat niet om een tekst die alleen specialisten interesseert. Diodoros, die leefde toen Rome rond het midden van de eerste eeuw v.Chr. de Mediterrane wereld verenigde, biedt zijn lezers een alleszins boeiend verhaal over de geschiedenis van de gehele wereld.

De kwaliteit van Diodoros  boek is zo goed als zijn bronnen. Diodoros heeft veel oudere teksten gelezen en naverteld. Hij claimt geen originaliteit en noemde zijn werk dan ook De bibliotheek of, in de weergave van Janssen, Archief van de geschiedenis. Diodoros vat dus oudere bronnen samen en zijn selectie bewijst dat hij niet onverdeeld positief was over de Romeinse heerschappij. Hij zal nooit nalaten te wijzen op de wreedheid, roofzucht en verdorvenheid van de Romeinen. Als Siciliaan kon hij ervan meepraten.

Inhoud

Het Archief van de geschiedenis was, in Diodoros eigen woorden, “een enorme klus”, die bestond uit veertig boeken, waarvan 1-5 en 11-20 volledig bewaard zijn. De eerste vijf boeken gaan over de eerste beschavingen: Egypte, Assyrië, de Griekse heldentijd. Tot de geraadpleegde bronnen behoren Hekataios van Abdera, Ktesias, Megasthenes, Dionysios Skytobrachion (“met de leren arm”), Timaios en de Euhemeros over wie ik al vaker blogde. Dit is materiaal dat verder slecht is overgeleverd en daarom belangrijk is. Zo heeft de Nederlandse oudhistoricus Jan P. Stronk aan de hand van onder andere het door Diodoros overgeleverde materiaal, het halfvergeten oeuvre van Ktesias kunnen afstoffen (meer).

Diodoros boeken 11-15 zijn gebaseerd op Eforos van Kyme en behandelen de geschiedenis van het klassieke Griekenland. En wat is het heerlijk dat we nu eens niet het relaas van een Herodotos, een Thoukydides en een Xenofon te hebben, maar een doorlopend verhaal – het enige doorlopende verhaal! – van een andere auteur. De boeken 16-20 gaan over Filippos van Macedonië (opnieuw uniek materiaal), Alexander de Grote en de Diadochen. Eersteklas materiaal.

Diodoros onderbreekt dat verhaal met wat buiten Griekenland gebeurde. Het is immers wereldgeschiedenis. Helaas heeft hij de problemen van de Romeinse chronologie niet goed begrepen, want hij creëert het ene na het andere verkeerde synchronisme. Tegelijk is zijn magistratenlijst wel de beste die we hebben. Zijn beschrijving van de vroege Romeinse geschiedenis is dus waardevol om naast de standaardtekst, Livius, te leggen.

De tweede helft van het Archief van de geschiedenis vertelde het verhaal van het hellenisme en de opkomst van Rome. Nu werden geografisch verspreidde processen één proces. Er zijn fragmenten bekend uit Byzantijnse uittreksels. Wat ik zag van Diodoros’ verslag van de Eerste Punische Oorlog, was heel fragmentarisch maar niet elimineerbaar.

Beoordeling

De grote Altertumswissenschaftler van weleer, zoals Theodor Mommsen, hebben Diodoros bekritiseerd, die een onkritische uittrekselmaker zou zijn. Nu maakt de Siciliaan inderdaad wel vreemde fouten, maar toch is de kritiek niet helemaal terecht. De Siciliaan deed precies dat wat hij beoogde: een makkelijk toegankelijke wereldgeschiedenis vervaardigen. Een bibliotheek, een archief. En hij weet hoe hij een verhaal moet vertellen. Hij was een geschiedschrijver, geen geschiedvorser, en zeker geen historicus in de normale zin des woords. (De Oudheid heeft sowieso alleen met Appianus iemand voortgebracht die voldoende begreep van causaliteit.)

Niet dat Diodoros, schoongewassen van slecht gerichte kritiek, ineens de ideale geschiedschrijver is. Hij heeft een bovengemiddeld hoog professioneel zelfbeeld. Zo meent hij dat de geschiedschrijver, doordat hij eerdere ervaringen doorgeeft en mensen over deugden en rechtvaardigheid instrueert, een weldoener is voor de samenleving. Diodoros, die een vermogend man met een aanzienlijke bibliotheek moet zijn geweest, was zo bezien een gewone antieke aristocraat die zijn verantwoordelijkheid nam voor de gemeenschap. De jargonterm is évergetisme.

De vertaling

Ik ben geen classicus en wil over de kwaliteit van de vertaling niet méér zeggen dan dat ’ie vlot wegleest. Verder ben ik blij dat er beeldmateriaal is en wat annotatie. Dat verheldert een hoop. U denkt dat zulks logisch is, maar helaas is dat bij klassieke teksten niet altijd het geval. Ooit hadden we een Baskerville-reeks van te chique uitgegeven boeken zonder beeldmateriaal, waarvan je je afvroeg wat je er eigenlijk aan had. U leest een boek immers om geïnformeerd te worden, niet als lifestyle-attribuut. De door Janssen gemaakte vertaling is tenminste gericht op informeren.

Er is dus veel goeds te zeggen over het Archief van de geschiedenis. Inmiddels zijn twee boeken verschenen, samen de boeken 1 tot en met 5 plus de fragmenten van de boeken 6 tot en met 10. Die doen vooruitzien naar de klassieke geschiedenis.

Het grote publiek

Het is echter jammer dat Janssen op de door hem geserveerde taart spuugt door de twee verschenen delen af te ronden met appendices waarin hij uitlegt dat de Ilias en de Odyssee zich afspelen op de Atlantische Oceaan. Dit is klinkklare kwakgeschiedenis. Omdat ik dat al eens inhoudelijk heb uitgelegd, laat ik dat nu rusten.

Maar dus afgezien van de inhoudelijke onjuistheid: hoe maak je een boek voor het grote publiek, zoals een vertaling, als je weet dat je een sterk van de consensus afwijkende mening hebt? Als geschoold classicus weet Janssen hoe laag de drempel voor de peer review inmiddels ligt. Hij weet dus ook dat als een theorie nooit wetenschappelijk is gepubliceerd, ze echt heel omstreden moet zijn. En hij weet dat hij, door haar desondanks te verdedigen, een minderheidspositie inneemt. Wat te doen? Zijn oordeel verzwijgen is vanzelfsprekend niet integer. Het publiek verdient eerlijkheid. Maar het omgekeerde, wél spreken en het publiek een oordeel opdringen waarvan je weet dat het omstreden is, brengt het risico van misleiding met zich mee. In dit dilemma kiest Janssen voor het risico, maar dat is helemaal niet nodig.

De koninklijke weg in dit soort situaties is dat je je afwijkende mening benoemt, verwijst naar verdere literatuur, en verder de mainstream volgt. Een voorbeeld is het beroemde The Black Pharaohs van Robert Morkot, die een aanhanger is van een alternatieve IJzertijdchronologie (die overigens wél door de peer review is gekomen), maar in zijn boek de gangbare dateringen gebruikt. De ins en outs van een wetenschappelijk dispuut zijn bij eerstelijnsvoorlichting, zoals bij vertalingen, immers niet aan de orde. Voor methodische problemen hebben we de tweede lijn.

Dat gezegd hebbende: het is fijn dat we Diodoros erbij hebben in onze eigen mooie taal. Scheur de laatste bladzijden eruit, maak er papieren vliegtuigen van, en geniet van de rest.

#AlexanderDeGrote #antiekeGeschiedschrijving #évergetisme #chronologie #Diadochen #DiodorosVanSicilië #DionysiosSkytobrachion #EforosVanKyme #Euhemeros #FilipposII #GerardJanssen #HekataiosVanAbdera #HerodotosVanHalikarnassos #JanPStronk #Ktesias #kwakgeschiedenis #Megasthenes #RobertMorkot #TheodorMommsen #Thoukydides #TimaiosVanTauromenion #VarroniaanseChronologie #Xenofon

Akousilaos en Ferekydes

Kleio, muze van de geschiedschrijving (Landesmuseum, Trier)

Omdat het oude Sparta werd geregeerd door twee koningen, waren er ook twee koninklijke families, waarvan iedereen wist dat ze teruggingen op de halfgod Herakles. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos vermeldt hun stambomen als hij de twee Spartaanse koningen introduceert die streden tegen de Perzen, Leonidas en Leotychidas.noot Herodotos, Historiën 7.204 en 8.131.

Het grappige is dat beide lijsten achttien generaties lang zijn. Dat is iets te mooi om waar te zijn. Weliswaar moet de afstand tussen twee historische koningen en hun gedeelde voorouder, legendarisch of niet, in jaren gelijk zijn, laten we zeggen 18×30=540 jaar, maar menselijkerwijs loopt het aantal generaties na zoveel tijd niet meer synchroon. Dit is een verdraaid sterke aanwijzing dat er iets niet klopt. Een andere aanwijzing is dat volgens Herodotos de Trojaanse Oorlog acht eeuwen voor zijn tijd had plaatsgevondennoot Herodotos, Historiën 2.53.  en dat Herakles dáár voor had geleefd, wat betekent dat die achttien generaties zo’n halve eeuw lang moesten zijn geweest.

Kortom, de historische betrouwbaarheid is betrekkelijk gering. Tegelijk bewijzen die even lange lijsten dat mensen hebben geprobeerd systeem te scheppen. We hebben zelfs een redelijk vermoeden wie dat geweest kunnen zijn: Akousilaos van Argos en Ferekydes van Athene. Ze leefden allebei vóór Herodotos, maar we weten niet wanneer precies. Als we ze plaatsen tussen 550 en 450 v.Chr. zullen we de netten wijd genoeg hebben geworpen om er niet naast te zitten.

Akousilaos

Op naam van Akousilaos waren drie boekrollen met genealogieën bekend, die begonnen met de godengeneraties die ook Hesiodos had beschreven in zijn Theogonie. Dat leerdicht was al door continuatoren uitgebreid met stambomen van helden, zoals de tekst die bekendstaat als de Vrouwencatalogus. Akousilaos systematiseerde al deze teksten tot iets wat wij een spreadsheet zouden noemen. Dat betekende ook dat hij Hesiodos hier en daar moest “verbeteren”; de god Eros, die bij Hesiodos nog een ongeschapen oerkracht was geweest, werd door Akousilaos voorzien van ouders.

Hoewel de drie boekrollen alleen uit citaten bekend zijn, mogen we aannemen dat hij voor de menselijke genealogieën soortgelijke vrijheden nam. Hij zal zijn aanpassingen hebben beschouwd als correcties en schiep een overzicht dat vrij van inconsistenties was, maar moffelde zo ook informatie weg.

Ferekydes

Had Akousilaos zich beziggehouden met het systematiseren van het mythische verleden, Ferekydes van Athene probeerde een brug te slaan naar het heden. Hij moest daarbij – met een woord van de beroemde classicus Ulrich von Wilamowitz-Moellendorf – een “Erinnerungslücke” overbruggen. Wij zouden tegenwoordig zeggen: de IJzertijd, maar sommige dingen klinken mooier in het Duits. Van Ferekydes’ werk, dat Historiën (“onderzoekingen”) heette en tien boekrollen lang was, zijn redelijk wat fragmenten over. Hier is een citaat:

Filaias, de zoon van de grote Ajax, vestigde zich in Athene. Van hem stamde Daïklos af. Van hem Epilykos. Van hem Akestor. Van hem Agenor. Van hem Oulios. Van hem Lykes. Van hem Tofon. Van hem Laïos. Van hem Agamestor. Van hem Teisandros. Van hem Hippokleides, tijdens wiens archontaat in Athene [566/565 v.Chr.] de Panatheense feesten zijn ingesteld. Van hem stemde Kypselos af. Van hem de Miltiades die de Chersonesos koloniseerde.noot Fragment 2.

De grote Ajax is een legendarische held uit de Trojaanse Oorlog; Hippokleides is daarentegen een historisch figuur. De Erinnerungslücke is overbrugd. De twaalf tussenliggende generaties zijn daarbij consistent met de achttien tussen Herakles en Leonidas/Leotychidas. Deze tekst is overigens misschien, misschien, vóór 490 v.Chr. geschreven, omdat Ferekydes Miltiades anders wel geïdentificeerd zou hebben aan de hand van een beroemdere verrichting: zijn overwinning op de Perzen bij Marathon.

Datafraude

Wellicht had Ferekydes toegang tot informatie van Miltiades, maar het is niet heel plausibel dat die eeuwenlang opgeschreven is geweest. De betrouwbaarheid is gering. Het eindresultaat van de exercitie van Akousilaos en Ferekydes, een perfecte spreadsheet waarin voor talloze adellijke Griekse families was bewezen dat ze afstamden van de heroën van weleer, waarvan ze allemaal door precies evenveel generaties waren gescheiden, verraadt dat ermee is gerotzooid.

Eigenlijk weten we dat wel zeker. Akousilaos vertelde namelijk dat toen zijn vader eens een kuil op zijn erf aan het graven was, hij metalen platen had gevonden met daarop alle genealogieën. Akousilaos vertelde de inhoud alleen maar na. Zei hij. We weten echter zeker dat Hesiodos’ Theogonie en de continuaties zijn voornaamste bron van informatie zijn geweest.

Kortom, een klassiek geval van datafraude. Het maakt Akousilaos echter wél tot degene die de westerse literatuur heeft voorzien van het motief van de teruggevonden, oeroude tekst, zoals de waarheidsgetrouwe kroniek van Cide Hamete Benengeli, het Boek van Mormon en het verslag van Adson van Melk. Minimaal kunnen we zeggen dat Akousilaos de geschiedenis heeft vervalst maar de literatuur heeft verrijkt.

PS

Voor wie belangstelling heeft voor de geschiedenis van Libanon is er nu deze reeks van tien hoorcolleges, of podcasts, of hoe u het noemen wil. Je moet er wat voor betalen, maar de opbrengst gaat via Cordaid naar Catholic Relief Services in Libanon.

#AkousilaosVanArgos #Eros #FerekydesVanAthene #Herakles #HerodotosVanHalikarnassos #Hesiodos #Miltiades #mythologie #slagBijMarathon #Theogonie #TrojaanseOorlog #UlrichVonWilamowitzMoellendorff #Vrouwencatalogus

Sparta - Livius

De waarde van mythen

Afdruk van een zegel met een scène uit een van de mythen van Mesopotamië (Louvre, Parijs)

Ergens in de zesde eeuw v.Chr. begonnen de mensen te twijfelen aan de goden. Misschien deden ze dat eerder ook, maar daarover hebben we geen geschreven bronnen. Een joodse auteur haalde uit naar “goden van zilver en goud, gemaakt door mensenhanden”, die weliswaar een mond en ogen hadden maar niet konden spreken of zien.noot Psalm 115.4-5. Een van zijn tijdgenoten, de Griek Xenofanes, constateerde dat de Ethiopische goden platte neuzen hadden en een zwarte huid, terwijl de Thraciërs zeiden dat hun goden blauwe ogen en rood haar hadden. Als dieren zouden kunnen tekenen, insinueerde Xenofanes, zagen hun goden eruit als runderen, paarden of leeuwen.noot Xenofanes, fragment 16. Een derde tijdgenoot, Pythagoras, beweerde dat de dichters Homeros en Hesiodos in de Onderwereld werden bestraft omdat ze feitenvrije verhaaltjes over het goddelijke hadden opgehangen.noot Vgl. Diogenes Laertios, Levens van de filosofen 8.21.

Rationalisering

Tja, die verhaaltjes. De mensen hielden van hun mythen, maar het was waar: die aloude vertellingen waren wel erg vreemd. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos toonde een manier om er desondanks mee verder te gaan: sommige mythen vielen te lezen als beschrijvingen van de natuur. Ik heb op deze blog al eens verteld dat hij een mythe over Poseidon als schepper van het Tempe-ravijn combineerde met het feit dat deze godheid “aardschokker” werd genoemd, en dat Herodotos redeneerde dat de mythe ging over een aardbeving.noot Herodotos, Historiën 7.129. Deze manier om mythen te lezen is in de achttiende eeuw in West-Europa weer opgepakt, en je hoort nog weleens beweren dat mythen dienden om de natuur te verklaren.

Allegorese was een andere manier om de oude verhalen te rationaliseren. De goden in de homerische epen volgden een gedragscode die latere generaties niet deelden, maar men wilde de poëzie niet terzijde schuiven als betekenisloos. Daarom nam men aan dat er een diepere betekenis moest zijn dan de letterlijke. De beroemde scène uit de Odyssee waarin de liefdesgodin Afrodite haar man Hefaistos bedriegt met de oorlogsgod Ares, viel dan te lezen als een verhaal over de twee tegengestelde principes die het universum zouden beheersen: aantrekking en conflict.noot Homeros, Odyssee 8.266-369. Een vroegchristelijke auteur las het joodse verbod op het eten van varkensvlees als een gebod je niet als varken te gedragen.noot Brief van Barnabas 10.3-11. Het is niet moeilijk te zien dat het sprookje van Amor en Psyche, “liefde en ziel”, is ontworpen om allegorisch te lezen.

Een derde benadering was het euhemerisme waarover ik al eerder blogde. Het komt erop neer dat mythen worden uitgelegd alsof ze gaan over verdienstelijke koningen, die als weldoeners optraden voor de mensheid. Die verleende hun eerbewijzen en ging daarmee door na hun dood, en zo zou religie zijn ontstaan. In een wereld waarin men een Alexander de Grote of een Romeinse keizer goddelijke eerbewijzen toekende, was dit zo vreemd niet.

Moet je mythen wel rationaliseren?

Ik behandel deze materie in mijn eind januari te verschijnen boek over Filon van Byblos, Goden en halfgoden. En terwijl ik ermee bezig was, begon ik woorden te vinden voor een ergernis die ik al jaren voel bij de navertellingen van antieke mythen. Niet zelden zit daar een element van rationalisering in. Mijn punt is: waarom? Waarom moeten we de mythen, die nooit bedoeld zijn geweest om uitgelegd te worden, voorzien van een interpretatie?

Begrijp me niet verkeerd: elke vertaling is al uitleg. In mijn stukje over Herakles heb ik het ook gedaan. Eigenlijk is heel ons kennen interpretatie. Maar waarom zou je daar verder mee gaan en bijvoorbeeld aan het verhaal over de roof van Persefone toevoegen dat het feitelijk gaat over seizoenwisseling?

De gedachte die bij me opkwam – of beter: de woorden die ik vond voor een al eerder gevoelde ergernis – is of we zo niet het kind weggooien met het badwater. Nogal wat mythen – niet allemaal, zie Amor en Psyche – zijn helemaal niet bedoeld om te worden gerationaliseerd, noch natuurwetenschappelijk noch allegorisch noch euhemerisch noch anders. Deze verhalen zijn, om zo te zeggen, voor-rationeel. Ze documenteren een antiek proces van vrije associatie. Psychologen gebruiken dat om de denkwijzen van hun cliënten te doorgronden. En is de waarde van mythen niet dat wij, levend in een meer rationele tijd, via onuitgelegde verhalen contact maken met een vergeten, voor-rationele denkwijze?

Ik weet niet of het zo is. Maar tijdens het schrijven aan Goden en halfgoden speelde deze gedachte meer dan eens door mijn hoofd. Ik vond een manier om een oud gevoel van onbehagen te verwoorden. Wat mij betreft is het boek dus al geslaagd en ik hoop dat u dat straks ook zo zult vinden. Maar dan moet u het wel eerste lezen en dus bestellen.

#Afrodite #allegorese #AmorEnPsyche #Ares #euhemerisme #Euhemeros #GodenEnHalfgoden #Hefaistos #HerodotosVanHalikarnassos #Hesiodos #Homeros #mythologie #Persefone #Poseidon #Pythagoras #Tempe #varken #Xenofanes

Vragen rond de jaarwisseling (1)

De schijf van Faistos

Ik beantwoord de hele week door vragen, en ik nodigde u onlangs uit om nog meer vragen te stellen. En zo komen we vandaag bij het lijstje oudejaarsvragen van 2024. Voilà, daar gaan we.

1. Weten we iets over verhalenvertellers in de antieke culturen?

Dat vind ik moeilijk te zeggen. Veel theorieën lijken te zijn gebaseerd op enerzijds goed gedocumenteerde middeleeuwse barden en troubadours, die zichzelf muzikaal begeleidden en informatie deelden, deels gesproken en deels gezongen. Homeros past ook in die profielschets. Aanvullende informatie komt uit de Indo-Europeanistiek – ik schreef er hier al iets over.

Ik denk dat we een verdere glimp van de verhalenvertellers opvangen in de beschrijving die Lucianus van Samosata geeft van Herodotos. Die ging naar de Olympische Spelen en trad daar op als voordrachtskunstenaar. Ik vermoed dat hij de enige niet is geweest die als verhalenverteller reisde naar plekken waar publiek was. Denk ook aan concertredenaars (sofisten), die optraden met mooie, geïmproviseerde toespraken, waarin vaak een verhaal zat verwerkt.

Maar welbeschouwd weet ik het niet en ik vermoed dat het ook niet goed te weten valt. Het gesproken woord stond minder hoog aangeschreven dan het geschreven woord; sprooksprekers beoefenden een wat volks genre, waar de schrijvende elite de neus een beetje voor ophaalde en waarover ze weinig schreef.

2. Wat was de schade aan bossen, dieren, landbouwgronden?

Dat men in de Oudheid roofbouw pleegde, staat buiten kijf, maar ik vind het moeilijk voorbeelden te noemen. Uit de bosbouw weet ik dat de houtbehoefte van de Romeinse badhuizen in de derde eeuw na Chr. leidde tot ontbossing. Onze bronnen bevatten opmerkingen over baden die onvoldoende warm zijn gestookt.

Over landbouwgronden ken ik het verhaal over de oorlog die twee Zuid-Mesopotamische steden in het derde millennium v.Chr. voerden om een bepaald stuk vruchtbare landbouwgrond. De verliezende partij compenseerde zichzelf door een irrigatiekanaal aan te leggen, zonder in de gaten te hebben dat het Eufraatwater nogal zout is. Binnen een eeuw was de bodem volkomen verzilt en ik heb satellietfoto’s gezien waaruit bleek dat het nog steeds niks is. Helaas ben ik vergeten waar dat was en revalideer ik momenteel van een operatie op een plek waar ik niet bij mijn boeken kan.

3. Wat is er nu bekend over de tekst op de schijf van Faistos?

Ik moet u teleurstellen: er is helemaal niets over de schijf van Faistos bekend, om de sneue reden dat er niets over te weten valt. Om een tekst in een onbekend schrift te ontcijferen heb je een voldoende groot corpus nodig, enerzijds om patronen te herkennen en anderzijds om, als je denkt teksten te hebben ontcijferd, materiaal te hebben om je vertaling te controleren. Zoveel materiaal is er simpelweg niet. We kunnen over de schijf van Faistos niets weten, althans voorlopig.

4. Ik zou graag meer willen horen over Samarkand.

Ik denk dat u even hier moet kijken. En daar.

5. Hoe zit het nu met de Griekse homoseksualiteit?

Ik denk dat u even hier moet kijken.

6. Welke data, welke feiten geven ons inzicht in een standenmaatschappij in de oudheid?

Ons inzicht dat de antieke samenleving gestratificeerd was, is voor een deel gebaseerd op etnografie. In de achttiende eeuw ontdekte men dat, afgezien van de meest eenvoudige samenlevingen, er in elke maatschappij een zekere hiërarchie bestaat. Antropologen als Elman Service en Morton Fried hebben die waarnemingen in de twintigste eeuw verzameld en geordend. Eigenlijk zijn er maar een paar maatschappijtypen mogelijk (horde, stam, chiefdom en staat).

De volgende bewijscategorie is talig en behandel ik hier. Tot slot kwam de archeologie, die het bestaan van stratificatie bevestigde. Er zijn immers verschillen tussen huizen en paleizen, al is het natuurlijk ook zo dat we een mooi huis opvatten als een paleis en een aristocratische woning, omdat we op grond van de twee eerdere soorten bewijs al denken te weten dat er maatschappelijk verschil was.

[Wordt vervolgd]

#bard #bosbouw #ElmanService #HerodotosVanHalikarnassos #LucianusVanSamosata #MortonFried #schijfVanFaistos #TweedeSofistiek #vragenRondDeJaarwisseling

Vragen rond de jaarwisseling 2024 - Mainzer Beobachter

Wellicht heeft u vragen over de antieke cultuur. Vandaag mag u ze stellen en wie weet kan ik ze rond de jaarwisseling beantwoorden.

Mainzer Beobachter

Lycië tussen Athene en Perzië

Rotsgraven in Myra

[Dit is het derde van vijf korte blogjes over Lycië; het eerste was hier.]

Ik liet u in het vorige blogje achter met de Perzische verovering van Lycië (landkaart), rond het midden van de zesde eeuw v.Chr. Na Xerxes’ mislukte expeditie naar Griekenland maakten de Griekse steden in Azië zich onafhankelijk, en ook enkele Karische en Lycische havensteden sloten zich aan bij de nieuwe Atheense alliantie, die was gericht tegen Perzië en Sparta.

Dit suggereert dat deze Lyciërs ongelukkig waren met de Perzische heerschappij, maar het is ook mogelijk dat een Atheens leger hun tot overgave heeft gedwongen. We weten zeker dat de Atheense admiraal Kimon rond 468 v.Chr. in de regio actief is geweest; ik blogde al eens over de slag bij Eurymedon. Er moeten echter meer soortgelijke expedities zijn geweest, die we niet kennen doordat we zo weinig bronnen hebben.

Hoe dat ook zij, de Griekse cultuur beïnvloedde de Lycische. De nederzettingen op de diverse heuvels begonnen er steeds meer uit te zien als stadjes; de bouwers van de rotsgraven imiteerden de Griekse architectuur; veel teksten werden geschreven in twee talen. De Grieken raakten steeds meer geïnteresseerd in Lycië, maar er bleven allerlei misverstanden. Herodotos zegt bijvoorbeeld dat de Lyciërs het belangrijker vonden iemands moeder te kennen dan zijn vader. Dat blijkt niet uit de inscripties die we over hebben.noot Herodotos, Historiën 1.173.

Tijdens de Archidamische Oorlog (431-421) verloren de Atheners grip op hun imperium, herwon Lycië zijn onafhankelijkheid, en verloor die onvermijdelijk weer aan Perzië. De Perzische bondgenoot Xanthos was in deze tijd in staat zijn macht uit te breiden en het nabijgelegen Telmessos te veroveren.

Er waren echter volop mensen die terug wilden naar samenwerking met Athene of volledige onafhankelijkheid. Een van hun leiders was Perikles van Limyra, die zich rond 400 v.Chr. in het oostelijke deel van Lycië aandiende als “koning van Lycië”. Hij breidde zijn macht uit naar het westen, versloeg een prins genaamd Arttumpara (de Lycische vorm van het Perzische Artembares), nam Telmessos in en maakte een einde aan de heerschappij van Xanthos.

Na de zogeheten Opstand van de Satrapen (367-362) vinden we Lycië weer onder Perzisch gezag, zoals duidelijk blijkt uit de Xanthos-trilingue, een drietalige inscriptie de duidelijk maakt wie de macht had. De Lyciërs vielen nu onder Maussolos, de satraap van Karië. Hij gold als vriend van de Grieken, waaruit weer eens blijkt dat Perzische politieke controle Griekse culturele invloed niet uitsloot.

[wordt vervolgd]

#ArchidamischeOorlog #Athene #Eurymedon #Faselis #HerodotosVanHalikarnassos #Karië #Kimon #Lycië #Maussolos #Myra #PeriklesVanLimyra #Sparta #Telmessos #Xanthos #Xerxes

Lycië in de Bronstijd - Mainzer Beobachter

In het zuidoosten van het huidige Turkije ligt het bergachtige Lycië, dat een heel eigen verleden heeft. We kennen het al uit de Bronstijd.

Mainzer Beobachter

Archaïsch Lycië

Een Lycisch portret van Omfale; achter de Griekse mythe gaat een Anatolisch verhaal schuil (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

[Dit is het tweede van een vijftal korte blogjes over Lycië; het eerste was hier.]

De inwoners van Lycië (landkaart) noemden zichzelf Trmmili, maar buiten Lycië gebruikte niemand die naam. Alleen de Griekse onderzoeker Herodotos, afkomstig uit het nabijgelegen Halikarnassos, noteert dat ze zich Termilen noemden. Minder plausibel voegt hij daaraan toe dat de Termilen zich Lyciërs waren gaan noemen toen een Athener genaamd Lykos bij hen was komen wonen.noot Herodotos, Historiën 7.92.

Archeologisch worden de Lyciërs “zichtbaar” in de achtste eeuw v.Chr., als de acropolis van de stad Xanthos wordt bebouwd. Niet veel later stichtten Grieken van het eiland Rhodos de havenstad Faselis en verschillende andere steden. De bewoners moeten het alfabet hebben doorgegeven aan de Lyciërs en hun economie hebben gestimuleerd door landbouwproducten af te nemen. Toch bleven de meeste Lyciërs herders die met hun kuddes zwierven door het kustgebergte. Omdat het gebied zo lastig begaanbaar was, konden de koningen van Lydië, die in de vroege zesde eeuw grote delen van Anatolië onderwierpen, Lycië nooit onderwerpen. Of ze veel behoefte hadden aan de betrekkelijk arme regio, is ook maar de vraag.

De Perzische koning Cyrus de Grote had meer ambities. Hij annexeerde Lydië en liet daarna zijn generaal Harpagos enkele veegoperaties uitvoeren. Die onderwierp de Lyciërs wél. Herodotus vertelt dat het Perzische leger Xanthos volledig verwoestte en dat hij alle inwoners liet doden, op tachtig families na, die tijdens de aanval niet in de stad waren geweest. Dat kunnen herders zijn geweest, die in de bergen waren.noot Herodotos, Historiën 1.176.

De markt van Xanthos

De dynastie die met de Perzische verovering van Xanthos aan de macht kwam, dankte haar positie aan haar relaties met de grote koning. Cyrus – of een van zijn eerste opvolgers – zal een lokale leider hebben aangewezen als vertegenwoordiger van alle Lyciërs, verantwoordelijk hebben gesteld voor de betaling van het tribuut en hebben verwacht dat hij schepen leverde aan de Perzische marine. Herodotos kent een Xanthische admiraal Kybernis, wat een weergave lijkt te zijn van de Lycische naam Kuprlli.noot Herodotos, Historiën 7.98.

Er waren in Lycië meer invloedrijke families. Namen als Khinnakha, Sppntaza en Tethtiweibi zijn bekend van inscripties en munten, die dienden om soldaten te betalen en de autonomie van deze of gene nederzetting te benadrukken. Van een werkelijk gemonetariseerde economie was nog geen sprake. Hoewel er dus meer Lycische dynasten waren, was de heerser in Xanthos duidelijk de machtigste.

[wordt vervolgd]

#CyrusDeGrote #Faselis #Harpagos #herders #HerodotosVanHalikarnassos #Lycië #Lydië #Rhodos #Xanthos

Lycië in de Bronstijd - Mainzer Beobachter

In het zuidoosten van het huidige Turkije ligt het bergachtige Lycië, dat een heel eigen verleden heeft. We kennen het al uit de Bronstijd.

Mainzer Beobachter