Alexander de Grote in Egypte

Alexander als farao (Liebieghaus, Frankfurt)

In onze reeks over Alexander de Grote waren we gekomen bij de opmars naar Egypte. Het laatste militaire obstakel was Gaza geweest en een korte operatie richting Jeruzalem had de flank beveiligd. In november 332 v.Chr. marcheerden de Macedoniërs de Sinaï in. Ze hadden in de voorgaande weken kunnen wennen aan het woestijnlandschap, maar de tweehonderd kilometer lange mars over het strand langs de schaars begroeide zandduinen zal hen toch hebben verrast.

Het was echter geen overdreven moeilijke tocht. Langs de moderne weg kan op acht plaatsen water worden gevonden en hoewel dat een beetje brak is, moet er ook destijds groenvoer voor de paarden en muildieren hebben gegroeid. Voor het eerst ondervonden de Macedoniërs hoe nuttig dromedarissen waren. Ze aten alleen woestijngras, kruiden en twijgjes, die ze overal in de woestijn konden vinden. Fenicische transportschepen voeren langs de kust en zorgden ervoor dat het de Macedoniërs niet ontbrak aan zoet water en voedsel.

Alexander, Parmenion en de andere stafleden zullen zich in deze tijd hebben laten voorlezen uit Herodotos’ Historiën. Ruim een eeuw daarvoor had de Griekse onderzoeker het land aan de Nijl bezocht en nuttige informatie opgeschreven over de geografie van Egypte, de gewoonten van de bewoners en de Perzische verovering in 525 v.Chr. door koning Kambyses. Die was – althans volgens Herodotos – gek geworden en had de heilige Apis-stier gedood.

Pelousion

Eind november bereikten de soldaten het noordoosten van de Nijldelta bij de zwaar versterkte stad die de Grieken Pelousion noemden, “kleistad”, naar het meest opvallende kenmerk van het landschap voor wie uit de woestijn kwam. Kambyses had moeten vechten om de stad, maar dit keer capituleerde het garnizoen onmiddellijk. De geschiedschrijver Arrianus weet:

Omdat Mazakes, de Pers die door Darius tot satraap van Egypte benoemd was, niet over Perzische troepen beschikte, ontving hij Alexander als vriend in stad en land. Alexander legerde een garnizoen in Pelousion en beval de vloot stroomopwaarts te varen tot de stad Memfis.noot Arrianus, Anabasis 3.1.2-3; vert. Simone Mooij.

Mazakes kon weinig anders. Anderhalf jaar eerder had Darius III het Egyptische garnizoen opgeroepen voor de campagne tegen Alexander. Het contingent had zich doodgevochten bij Issos. Niet veel later was een Macedoniër in Perzische dienst met vierduizend Griekse huurlingen naar Egypte gevaren, zeggend dat hij door de grote koning was aangewezen als satraap. Dat was uitgelopen op een gewapend conflict met Mazakes, die weliswaar had gewonnen, maar wiens toch al kleine Perzische garnizoen nog verder was uitgedund.

Mazakes kon bovendien niet rekenen op de steun van de Egyptische bevolking, die zich de regering van de laatste farao Nektanebo II (Nakhthoreb) herinnerde en nog maar vier jaar eerder de opstand had gesteund van een zekere Chababash. En dus gaf Mazakes Pelousion zonder slag of stoot over aan de Macedoniërs.

Langs de Nijl

Na de inspanningen bij Tyrus en Gaza was de verovering van Egypte een even eenvoudig als spectaculair succes. Al in de zevende eeuw had farao Psamtek I Griekse huurlingen in dienst genomen en maatregelen getroffen om de handel te bevorderen. Grieken die het land bezochten keerden vol bewondering terug, zoals Herodotos, die opmerkte dat in geen land ter wereld zoveel bezienswaardigheden waren en men nergens zulke onbeschrijflijk mooie gebouwen aantrof. Hij en zijn landgenoten bewonderden vooral de ouderdom van de Egyptische beschaving en haar kennis van de wereld van het goddelijke.

Zelf beschouwden de Grieken zich als kinderen – jong van geest maar zonder oude tradities, zonder wijsheid en zonder betrouwbare kennis. Waarschijnlijk mede daarom zou Alexander een bezoek brengen aan het orakel van Ammon, dat een solide reputatie bezat van onfeilbaarheid. Gegeven de interesse die de Grieken en Macedoniërs al hadden voor het oudste land ter wereld, was de bezetting ervan een prachtige publiciteitsstunt.

Langs de oostelijke tak van de Nijl trokken de Macedonische vloot en het leger in de richting van het huidige Caïro, waar destijds de Egyptische steden Mennefer en Iunu lagen, door de Grieken aangeduid als Memfis en Heliopolis, “Zonnestad”. Geen van onze bronnen maakt veel woorden vuil aan de opmars, hoewel de Macedoniërs onderweg de vesting Boubastis passeerden, de stad van de godin Bastet, strategisch gelegen op de plaats waar het kanaal van de Nijl naar de Rode Zee begon. Herodotos meende dat de tempel een van de meest bezienswaardige plaatsen in Egypte was en het staat vast dat de laatste farao’s er een eer in stelden deze plaats verder te verfraaien. Het zwijgen van onze auteurs suggereert dat Alexander geen belang stelde in de mooie stad.

Heliopolis

Twee dagen later bereikten de Macedoniërs Heliopolis, een van de heiligste steden in het land van de Nijl, gewijd aan verschillende manifestaties van de zonnegod Ra. Volgens de mythe was deze ooit als Ra-Atum opgerezen uit de voorwereldlijke chaos en had hij daarop het eiland vervaardigd waarop de zonnetempel zou staan. Vervolgens had hij het licht geschapen door de vorm aan te nemen van een vuur dat brandde in een heilige boom, die eveneens werd aangewezen in Heliopolis. Later was de zonnegod in de gedaante van een schitterende vogel, de bennu, neergestreken op een monoliet die ook al te zien was in Heliopolis. Daar masturbeerde hij en bracht zo Shu voort, de god van de door de zon bestraalde lucht, om vervolgens uit zijn braaksel Tefnut te scheppen, de godin van de dauw. De twee kinderen verwekten op hun beurt Nut en Geb (“Moeder Hemel” en “Vader Aarde”) die vervolgens Osiris, Isis, Seth en Nefthys voortbrachten. De god Horus, ten slotte, gold als kind van Isis en Osiris. Het was allemaal gebeurd in Heliopolis.

De Grieken kenden deze verhalen en begrepen het belang van de tempel. Herodotos vermeldde de offers en beschreef de monoliet waarop de bennu was neergestreken. Al eerder had deze vogel, aangeduid als de feniks, zijn intrede gedaan in de Griekse mythologie. Alexander negeerde het allemaal en lijkt alleen in Heliopolis geïnteresseerd te zijn geweest omdat hij daar de Nijl kon oversteken.

[Wordt morgen vervolgd. Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AlexanderDeGrote #Ammon #Apis #Arrianus #bennu #Boubastis #Chababash #DariusIIICodomannus #dromedaris #feniks #Heliopolis #HerodotosVanHalikarnassos #KambysesII #Mazakes #Memfis #NektaneboII #Nijl #Pelousion #PsamtekI #Ra

Parmenion versus Memnon

Macedonische helm (Nationaal Museum, Kopenhagen)

Nu ik werkende weg ben beland in een soort van geschiedenis van Alexander de Grote – een overzichtspagina is inmiddels hier – is het geen slecht idee eens te vertellen hoe de oorlog tussen Macedonië en het Achaimenidische Rijk eigenlijk begon. Over de aanleiding heb ik het al eerder gehad: dat was het Perinthos-incident. Filippos II consolideerde zijn koninklijke macht in Macedonië door externe expansie, die hem het goud opleverde waarmee hij machtige aristocraten voor zich won. Die expansie moest vroeg of laat stuiten op Perzische vitale belangen – zoals de doorvaart van de Zwarte naar de Egeïsche Zee. De inname van Perinthos in 340 v.Chr. was voor de Perzische koning Artaxerxes III Ochos onacceptabel en dus stuurde hij troepen naar Europa. Voor het eerst, lijkt het, sinds de dagen van Xerxes. In elk geval: na die vernedering besloot Filippos het Perzische Rijk aan te vallen.

Parmenion valt aan

De oorlog begon serieus in het voorjaar van 336, toen een Macedonisch leger, aangevoerd door generaals Parmenion en Attalos, overstak naar Azië. De expeditie leek eenvoudig. Artaxerxes III Ochos was in september 338 opgevolgd door Artaxerxes IV Arses en het Perzische imperium was verscheurd door troonstrijd. Terwijl de rebellen Chababash en Nidin-Bel de macht grepen in Egypte en Babylonië, trok een derde rebel, de Perzische edelman Artašata, vanuit Armenië op naar de Perzische hoofdsteden. Alsof de chaos nog niet groot genoeg was, had het rijk na de dood van de betrouwbare generaal Mentor van Rhodos ook geen onomstreden militaire leider. De satrapen in Klein-Azië waren verdeeld over de vraag wie hem zou opvolgen.

Terwijl het wereldrijk verzwakt was, landden de tienduizend soldaten van het leger van Parmenion en Attalos. Belangrijke havens aan de Hellespont als Abydos en Kyzikos vielen zonder slag of stoot in Macedonische handen. Tegelijkertijd werd Artaxerxes IV vermoord en beklom Artašata de troon, onder de naam Darius III. Wat zijn (alleen in Latijnse bronnen genoemde) bijnaam Codomannus betekent, is niet bekend, al kan het in het Perzisch zoiets betekenen als “de krijgslustige”.

De Griekse steden

Met een Macedonisch leger in de buurt, en terwijl het Perzische centrale gezag een speelbal leek van diverse partijen, kwamen verschillende Griekse steden in Klein-Azië in opstand tegen hun koning. Al sinds mensenheugenis werden die steden, net als de meeste stadstaten ten westen van de Egeïsche Zee, geregeerd door een kongsi van rijke oligarchen of een niet minder vermogende alleenheerser. Aangezien kapitaal in de Oudheid vrijwel uitsluitend werd belegd in land, en grootgrondbezitters nooit ver van hun bezittingen verbleven, hadden de Perzische bestuurders deze groep altijd eenvoudig kunnen controleren. De opstandelingen waren minder rijk, en waar ze aan de macht kwamen moesten ze op zoek naar steun. Vaak vestigden ze een democratie om de bevolking voor zich te winnen.

Ze knoopten in de zomer van 336 ook vriendschapsbetrekkingen aan met Filippos van Macedonië, die als enige hun onafhankelijkheid kon beschermen. De Efesiërs eerden hem met een standbeeld in de beroemde Artemistempel. Het leger van Parmenion en Attalos werd overal met open armen ontvangen en kon snel oprukken naar het zuiden. In het najaar bereikte het de stad Magnesia, die de weg beheerste naar het voornaamste Perzische bestuurscentrum in de regio, Sardes.

Darius III slaat terug

Tot daar verliep alles zonder problemen, maar plotseling stokte de Macedonische opmars. Niet alleen de moord op Filippos in het najaar van 336 gooide roet in het eten. Minstens even belangrijk was dat de Perzen ongewoon snel hun eenheid herwonnen. Darius III maakte eerst een einde aan het bewind van de Babyloniër Nidin-Bel, zond goud en zilver naar de Griekse stadstaten om ze tegen Alexander in opstand te laten komen, en liet bovendien in de havensteden van Cyprus en Fenicië een oorlogsvloot klaarmaken om Chababash te verdrijven uit Egypte.

Voor het front in Klein-Azië wees Darius een capabele generaal aan: Memnon van Rhodos, de broer van de onlangs overleden Mentor. Memnon had een deel van zijn leven doorgebracht aan het Macedonische hof en was daarom in Perzië niet geheel onomstreden, maar hij had zijn positie versterkt door te trouwen met een Perzische aristocrate, Barsine, de weduwe van zijn broer. Ik blogde al eens over haar. Voortaan gold Memnon als een van Darius’ meest loyale volgelingen en vanaf de herfst van 336 commandeerde hij de Griekse huurlingen van de grote koning.

Bij de stad Magnesia kwam het tot een treffen waarin voor het eerst in lange tijd een Grieks leger (zij het in vreemde dienst) superieur bleek aan een strijdmacht uit Macedonië. De gebeurtenis was des te opmerkelijker omdat Memnons huurlingen in de minderheid waren. Het Macedonische moreel kreeg geen gelegenheid zich te herstellen, want enkele dagen na de nederlaag ruimde Parmenion zijn collega Attalos uit de weg – de man was een persoonlijke vijand van Alexander. Parmenion voerde het leger terug naar het noorden, maar werd op de hielen gezeten en zelfs ingehaald door Memnon.

Tegelijkertijd braken burgertwisten uit in de steden die zich nog maar zo kort geleden aan Macedonische zijde hadden geschaard. In Efese maakte Memnon een einde aan de prille democratie en kregen de oligarchen de macht weer in handen. Zoals bij dergelijke omwentelingen te doen gebruikelijk is, leefde de bevolking zich uit op de standbeelden van de oude machthebbers: het beeld van Filippos in de beroemde Artemistempel werd van zijn sokkel getrokken.

Het jaar 335

In de loop van het volgende jaar – het jaar waarin Alexander trok door Thracië en Illyrië en Thebe verwoestte; het jaar waarin de Perzen de opstandige satrapie Egypte heroverden – streden Parmenion en Memnon met wisselend succes. Tegelijkertijd mobiliseerden de satrapen van Lydië en Hellespontijns Frygië, Spithridates en Arsites, hun troepen om Memnon te helpen het binnenvallende leger te verdrijven. De Grieks-Romeinse auteur Diodoros somt Memnons successen op:

Hij trok over het Idagebergte, overviel onverwachts de stad Kyzikos en het scheelde weinig of hij had haar ingenomen. Toen hij niet in die opzet slaagde, verwoestte hij het omliggende land en sleepte een grote buit weg. In dezelfde tijd veroverde Parmenion stormenderhand de stad Gryneion en verkocht de bewoners als slaven. Maar toen hij Pitane belegerde, kwam Memnon opdagen. Hij verjoeg de Macedoniërs en maakte een eind aan het beleg. Later heeft [de Macedonische ruitercommandant] Kalas nog in de buurt van Troje met een leger van Macedoniërs en huurlingen slag geleverd tegen een grote Perzische overmacht, maar toen bleek dat hij die niet aankon, trok hij zich terug op het schiereiland Roiteion.

Zo liep het jaar 335 ten einde. Memnon had de Macedoniërs geïsoleerd in het noorden, waar Parmenion alleen de bruggenhoofden Kyzikos, Abydos en Roiteion kon behouden. Er resteerde weinig van het optimisme waarmee het expeditieleger anderhalf jaar eerder Azië was binnengevallen. Toch had Parmenion veel bereikt. De drie havensteden waren verdedigbaar en Memnon kon ze onmogelijk heroveren zolang hij de wateren van de Hellespont niet beheerste. Gedurende de winter konden de Macedoniërs enorme voedselvoorraden naar deze bases overbrengen en begin mei 334 stak Alexander zonder problemen over naar Azië. Daarover een andere keer.

#AbydosAzië_ #AlexanderDeGrote #Arsites #ArtaxerxesIIIOchos #ArtaxerxesIVArses #Attalos #Barsine #Chababash #DariusIIICodomannus #democratie #DiodorosVanSicilië #FilipposII #Hellespont #Kyzikos #MagnesiaAanDeSipylos #MemnonVanRhodos #MentorVanRhodos #NidinBel #oligarchie #Parmenion #PerinthosIncident #Spithridates

Alexander de Grote in context - Mainzer Beobachter

De presentatie van Alexander de Grote als breuk tussen de klassieke en hellenistische tijd maakt hem belangrijker dan hij was.

Mainzer Beobachter