Sparta en de heloten

Een hopliet (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

In 431 v.Chr. brak oorlog uit tussen de Griekse stadstaten Sparta en Athene. De Atheners hadden een handelsembargo ingesteld tegen een buurstaat, die om hulp had gevraagd in Sparta. Daar was men bang voor reputatieschade als men het verzoek afwees. De Spartanen eisten dus dat de Atheners het embargo opgaven, waarop de Atheners antwoordden dat Sparta niets te eisen had aangezien er procedures waren afgesproken om geschillen op te lossen. Sparta trok de oorlog omdat het niet anders kon en eiste dat Athene zijn alliantie zou ontbinden; Athene trok ten strijde voor het behoud van wat we nu zouden aanduiden als het behoud van de internationale rechtsorde.

Pas na tien jaar, in 421, was deze zogeheten Archidamische Oorlog voorbij: Sparta had Athene niet kunnen dwingen zijn alliantie te ontbinden. Of je de Spartaanse nederlaag moet typeren als een Atheense overwinning, is een kwestie van semantiek.

De oorlog was van een ongekende wreedheid. Of beter: de Atheense successen in de eerste jaren troffen de Spartanen zó hard dat ze geen alternatieven zagen. De Atheense vloot kon zonder problemen om de Peloponnesos varen en overal plunderen, en wist een garnizoen onverslaanbaar geachte Spartaanse soldaten gevangen te nemen. De heloten (een soort horigen die eigendom waren van de Spartaanse staat) dreigden nu in opstand te komen, en de Spartanen zag geen andere uitweg dan terreur.

Thoukydides, de Griekse geschiedschrijver die het meest uitgebreid heeft geschreven over de Archidamische Oorlog, vertelt daarover het volgende:

Steeds zijn door de Spartanen de meeste maatregelen getroffen met het oog op hun waakzaamheid tegen de heloten. Zij kondigden af, dat alle heloten die er aanspraak op maakten hun in de oorlog de grootste diensten te hebben bewezen, zich zouden laten keuren om in aanmerking te komen voor invrijheidstelling. Zij hielden die proef, omdat zij meenden dat zij die het eerst aanspraak maakten op invrijheidstelling in hun trots het eerst tegen hen zouden opstaan. Zij kozen 2000 heloten uit; dezen bekransten zich en trokken rond langs de tempels in de waan dat zij vrij waren. Maar niet lang duurde het of de Spartanen ruimden hen uit de weg; niemand heeft ooit geweten op welke wijze zij ieder gedood werden.noot Thoukydides, De Peloponnesische Oorlog 4.80; vert. M.A. Schwartz.

Dit blogje heeft geen echte conclusie of punchline, of het moest zijn dat oorlog een stinkende bezigheid is waar geen weldenkend mens naar verlangen kan. Maar dat had u al begrepen.

#ArchidamischeOorlog #heloten #Sparta #Thoukydides

Klassieke geschiedschrijvers

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Archeologisch Museum, Cherchell)

Ik heb weleens geblogd over een boek dat je in je hotelkamer zou willen vinden, vol hoogtepunten van de Nederlandse literatuur. Met een vertaling ten behoefte van degenen die onze mooie taal niet machtig zijn. Zeg maar een soort Gideons’ Bible maar dan bomvol bijzondere verhalen en gedichten. Het lijkt me fijn voor toeristen om iets verrassends te lezen uit het land ze verblijven.

Ik moest aan dat idee terugdenken toen iemand me laatst vroeg wat je zou kunnen lezen om een beeld te krijgen van de klassieke geschiedschrijving. Geinige vraag eigenlijk.

Herodotos

Om te beginnen: Herodotos. Ik zou twee stukken nemen. Het eerste is het verhaal van de slag bij Thermopylai (7.201-234). Veel klassieker krijg je het niet. De tekst is echter ook interessant.

Herodotos schrijft immers vanuit het perspectief van een soldaat, waardoor de tekst na vijfentwintig eeuwen nog altijd overtuigt. Hier is geen officier aan het woord die begrijpt wat er gaande is, dit is een verhaal over verwarring. Het blijft onduidelijk waarom sommige Griekse contingenten weg gingen van thermopylai en anderen niet. Waren er versterkingen in aantocht? De man in het veld weet het niet. Die kijkt naar wie dapper vocht. En dan zien we ineens Herodotos de literator, die een homerisch beeld gebruikt om moed te prijzen.

Thermopylai helpt ook om uit te leggen dat Herodotos meer dan één bron hanteert. We zien de onderzoeker aan het werk. Die zien we ook in het tweede fragment dat ik zou opnemen in het hotelkamerboek der klassieke geschiedschrijving: zijn bewijs dat de bewoners van Kolchis komen uit Egypte (2.104-106). Herodotos biedt vier argumenten die weliswaar alle vier onjuist zijn, maar wel tonen dat hier een kritische geest aan het werk is.

Andere Griekse teksten

In dit overzicht van klassieke geschiedschrijvers komen we nu bij Thoukydides. Er valt niet aan te ontkomen. We willen echter niet wéér een veldslag of andere menselijke ellende. Dus niet die tyfusepidemie in Athene. Thoukydides’ redevoeringen zou ik ook maar laten wat ze zijn. Ze veronderstellen teveel kennis van specifieke situaties. Waarmee we automatisch uitkomen op de observaties over veranderende taal (3.82-85) die volgen op Thoukydides’ beschrijving van de revolutie op Korkyra.

Nu komen we bij Xenofon. Leuke auteur, maar laten we dan ook een leuke tekst doen. We vermijden het geweld. Iets uit De jeugd van Cyrus dus maar.

Als verrassende keuze die in geen bloemlezing mag ontbreken, nemen we de  integrale Indike van Arrianus. Dat is een samenvatting van wat Nearchos, de admiraal van de vloot van Alexander de Grote, schreef over de Indusvallei en de terugvaart naar Babylonië. Er zit wat geweld in, maar het is een tekst die wat meer bekendheid verdient.

Polybios is geen bloemleesbare auteur. Hij is wel boeiend, maar heeft vaak veel woorden nodig om zijn punt te maken. Het hele zesde boek, waarin hij uitlegt waarom het uitgerekend Rome was dat de Mediterrane wereld verenigde, is te veel.

Latijnse teksten

Ook aan Julius Caesar valt in een overzicht van klassieke geschiedschrijvers niet te ontkomen. Hij is toegankelijk en interessant, maar ook humorloos en eenzijdig. Als er dan toch een veldslag gekozen moet worden, zou ik de ondergang van het Veertiende Legioen nemen (6.26-37). Het verhaal van Ambiorix is niet het slechtste en je vermijdt tenminste dat Caesar zichzelf in het zonnetje zet. De digressies over de gewoontes van de Galliërs en de fauna van de Germanen zouden ook kunnen.

Ik aarzelde over Caesars militaire beschrijvingen, omdat ik denk dat Velleius Paterculus, als we dan toch nog een veldslag nodig hebben, voor een lezer in de Lage Landen interessanter is. De slag in het Teutoburgerwoud (2.117-120) is echt indrukwekkend, vooral omdat Velleius Paterculus de betrokkenen heeft gekend en bereid is de propaganda van keizer Augustus tegen te spreken. Deze tekst contrasteert dan mooi met een selectie uit Tacitus’ Germania. Verder moeten we uit Tacitus maar een verhaal nemen over de ondergang van deze of gene senator. Keuze genoeg.

Appianus

Ik rond af met Appianus van Alexandrië. Van de klassieke geschiedschrijvers (voor zover overgeleverd), is hij is de enige met oog voor sociale verhoudingen als oorzaak van het historisch proces. Zijn causaliteitsbegrip is modern.

Onze hotelbloemlezing bevat dus het begin op van de Burgeroorlogen om een belangrijk punt te maken: dat er geen Griekse en Romeinse historici zijn geweest in onze zin van het woord. We maken onderscheid tussen chemie en voorwetenschappelijke alchemie, tussen astronomie en voorwetenschappelijke astrologie. Voor de voorwetenschappelijke bestudering van het verleden hebben we geen woord. Door Appianus te presenteren als zestien eeuwen zijn tijd vooruit, toon je weliswaar dat de klassieke geschiedschrijvers geen wetenschappers waren, maar eindigt onze bundel positief en doet de hotelbloemlezinglezer goed geluimd de ogen toe.

#Ambiorix #antiekeGeschiedschrijving #Appianus #Arrianus #digressie #HerodotosVanHalikarnassos #JuliusCaesar #KlassiekeGeschiedschrijvers #klassiekeLiteratuur #Kolchis #MarcusVelleiusPaterculus #Nearchos #PubliusCorneliusTacitus #slagBijThermopylai #Thoukydides #Xenofon

Misverstand: Perikles’ strategie

Perikles (Altes Museum, Berlijn)

Misverstand: Perikles had de Peloponnesische Oorlog goed voorbereid

In 431 v.Chr. verklaarde Sparta de oorlog aan Athene, vrezend dat die stad te machtig zou worden en teveel invloed zou gaan uitoefenen, met name in de Griekse heiligdommen. Het beloofde een lange oorlog te worden, en de Spartanen stuurden meteen gezanten naar Perzië om daar hulp te vragen. De grote koning had echter geen belangstelling voor een conflict met Athene, dat zich al een generatie lang onthield van inmenging in de Perzische aangelegenheden.

Zoals destijds te doen gebruikelijk, probeerden de strijdende partijen elkaar schade toe te brengen door het platteland te brandschatten. De belegering van steden was een vaardigheid die men in Griekenland op dat moment nog slecht beheerste, maar het was mogelijk de tegenpartij de toegang tot haar akkers te ontzeggen en zo uit te hongeren. Het brandschatten bracht de Spartanen echter geen stap verder, aangezien de Atheners als enigen een vloot bezaten en hun voedsel konden aanvoeren van overzee. Ondertussen konden zij vanaf zee wel het land van de Spartanen en hun bondgenoten naar hartenlust plunderen. Zo hoefden ze het niet te laten aankomen op een veldslag met de geduchte Spartaanse troepen. Bovendien beschikte Athene over een met 6000 talenten zilver gevulde krijgskas, waar in vredestijd jaarlijks zo’n 1000 talenten bij kwamen. De Atheense generaal-politicus “Perikles had de oorlog goed voorbereid”, schrijven twee Nederlandse oudhistorici in een veelgebruikt handboek voor eerstejaarsstudenten.

In 421 gooide Sparta de handdoek in de ring en kwam er een einde aan de eerste helft van deze Peloponnesische Oorlog. Dat was echter niet het gevolg van Perikles’ goede voorbereiding. Je hoeft geen boekhouddiploma te hebben om te begrijpen dat zijn strategie om met vlootoperaties de vijand te verzwakken rampzalig was. Een oorlogsschip had een bemanning van zo’n tweehonderd koppen, die elk een drachme per dag betaald kregen. Dat maakt 6000 drachmen per schip per maand ofwel één talent. Hier is het Atheense kasboek voor het eerste oorlogsjaar:

een vloot van honderd schepen, acht maanden in de vaart800 talenteneen vloot van dertig schepen, acht maanden in de vaart240 talenteneen vloot van zeventig schepen, het hele jaar840 talenteneen leger bij de stad Potideia420 talenten+totaal2300 talenten

Optimistisch aannemend dat de inkomsten gelijk bleven, kunnen er na het eerste oorlogsjaar niet meer dan 4700 talenten in kas zijn geweest. Athene zou de oorlog nooit langer dan vier jaar hebben kunnen volhouden.

Perikles had de oorlog catastrofaal slecht voorbereid. Gelukkig stierf hij kort na het uitbreken ervan, waarna de staatsman Kleon grote invloed kreeg op de Atheense volksvergadering. Hij slaagde erin enerzijds de inkomsten te verhogen en anderzijds goedkopere operaties te laten uitvoeren. In 425 wist hij de Spartanen te dwingen hun jaarlijkse invasie te staken. Die verplaatsten daarop de oorlog naar de periferie van het Atheense rijk, waar ze de belangrijke stad Amfipolis veroverden, de plaats waar de Atheners hun scheepshout vandaan haalden en een zilvermijn exploiteerden. Nu hadden de Spartanen een onderpand om in 421 een niet al te vernederend vredesverdrag te bedingen.

Hoe komt het dat historici desondanks schrijven dat Perikles de oorlog goed had voorbereid? Het heeft er alles mee te maken dat we voor de Peloponnesische Oorlog maar één echte bron hebben. Dat is het geschiedwerk van de Atheense officier Thoukydides, een van de indrukwekkendste teksten uit de oude wereld. De auteur was verantwoordelijk geweest voor de verdediging van Amfipolis, maar had die stad niet naar behoren beschermd. Hij was dus verantwoordelijk voor de belangrijkste Atheense nederlaag, en Kleon had hem om die reden laten verbannen. Thoukydides schildert in zijn boek een genadeloos portret van de man die Athene redde. Tegelijk portretteert hij Perikles als wijze staatsman. En dit alles deed hij zo briljant, dat eeuwenlang iedereen zijn beoordeling accepteerde.

Zouden we meer dan één bron hebben gehad, dan zouden we eerder vraagtekens bij Thoukydides’ verhaal hebben geplaatst. Het is voor historici beter twee tegenstrijdige bronnen te hebben dan één bron, hoe betrouwbaar deze ook lijkt. Nu is, in veel boeken over het oude Griekenland, de beschrijving van de Peloponnesische Oorlog vaak weinig meer dan een samenvatting van Thoukydides.

Literatuur

D. Kagan, The Peloponnesian War. Athens and Sparta in Savage Conflict, 431-404 BC (2003) en S. Hornblower, The Greek World, 479-323 BC (2002³) blz. 103-209.

Nu u hier toch bent…

Door de coronacrisis ben ook ik aan huis gebonden. Terwijl ik graag wat had gedaan om mijn boek te promoten over de wedloop tussen papyrusvervalsers en wetenschappers, Bedrieglijk echt. Dat de oudheidkunde wordt gebruikt om de winst van zwarthandelaren op te drijven, vond (en vind) ik voldoende verontrustend om het wat meer onder de aandacht te hebben willen brengen. Dus bestel, lees en bespreek dat boek. Of bekijk dit filmpje. Ik ben trouwens ook beschikbaar voor betaald schrijfwerk.

[Oorspronkelijk verschenen in mijn boekje Spijkers op laag water (2009)]

#antiekeGeschiedschrijving #ArchidamischeOorlog #DonaldKagan #PeloponnesischeOorlog #Perikles #SpijkersOpLaagWater #strategie #Thoukydides #volksvergadering

Diodoros van Sicilië

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Altes Museum, Berlijn).

Hé, dat is leuk: er is een Nederlandse vertaling verschenen van de Grieks-Romeinse geschiedschrijver Diodoros van Sicilië. Dit is om twee redenen fijn. Eén, Diodoros is geen auteur die al vaker vertaald is, zoals Homeros of de Griekse tragici. Classicus Gerard Janssen ontsluit een stukje Oudheid dat voor het publiek nog onontsloten was. Twee, het gaat niet om een tekst die alleen specialisten interesseert. Diodoros, die leefde toen Rome rond het midden van de eerste eeuw v.Chr. de Mediterrane wereld verenigde, biedt zijn lezers een alleszins boeiend verhaal over de geschiedenis van de gehele wereld.

De kwaliteit van Diodoros  boek is zo goed als zijn bronnen. Diodoros heeft veel oudere teksten gelezen en naverteld. Hij claimt geen originaliteit en noemde zijn werk dan ook De bibliotheek of, in de weergave van Janssen, Archief van de geschiedenis. Diodoros vat dus oudere bronnen samen en zijn selectie bewijst dat hij niet onverdeeld positief was over de Romeinse heerschappij. Hij zal nooit nalaten te wijzen op de wreedheid, roofzucht en verdorvenheid van de Romeinen. Als Siciliaan kon hij ervan meepraten.

Inhoud

Het Archief van de geschiedenis was, in Diodoros eigen woorden, “een enorme klus”, die bestond uit veertig boeken, waarvan 1-5 en 11-20 volledig bewaard zijn. De eerste vijf boeken gaan over de eerste beschavingen: Egypte, Assyrië, de Griekse heldentijd. Tot de geraadpleegde bronnen behoren Hekataios van Abdera, Ktesias, Megasthenes, Dionysios Skytobrachion (“met de leren arm”), Timaios en de Euhemeros over wie ik al vaker blogde. Dit is materiaal dat verder slecht is overgeleverd en daarom belangrijk is. Zo heeft de Nederlandse oudhistoricus Jan P. Stronk aan de hand van onder andere het door Diodoros overgeleverde materiaal, het halfvergeten oeuvre van Ktesias kunnen afstoffen (meer).

Diodoros boeken 11-15 zijn gebaseerd op Eforos van Kyme en behandelen de geschiedenis van het klassieke Griekenland. En wat is het heerlijk dat we nu eens niet het relaas van een Herodotos, een Thoukydides en een Xenofon te hebben, maar een doorlopend verhaal – het enige doorlopende verhaal! – van een andere auteur. De boeken 16-20 gaan over Filippos van Macedonië (opnieuw uniek materiaal), Alexander de Grote en de Diadochen. Eersteklas materiaal.

Diodoros onderbreekt dat verhaal met wat buiten Griekenland gebeurde. Het is immers wereldgeschiedenis. Helaas heeft hij de problemen van de Romeinse chronologie niet goed begrepen, want hij creëert het ene na het andere verkeerde synchronisme. Tegelijk is zijn magistratenlijst wel de beste die we hebben. Zijn beschrijving van de vroege Romeinse geschiedenis is dus waardevol om naast de standaardtekst, Livius, te leggen.

De tweede helft van het Archief van de geschiedenis vertelde het verhaal van het hellenisme en de opkomst van Rome. Nu werden geografisch verspreidde processen één proces. Er zijn fragmenten bekend uit Byzantijnse uittreksels. Wat ik zag van Diodoros’ verslag van de Eerste Punische Oorlog, was heel fragmentarisch maar niet elimineerbaar.

Beoordeling

De grote Altertumswissenschaftler van weleer, zoals Theodor Mommsen, hebben Diodoros bekritiseerd, die een onkritische uittrekselmaker zou zijn. Nu maakt de Siciliaan inderdaad wel vreemde fouten, maar toch is de kritiek niet helemaal terecht. De Siciliaan deed precies dat wat hij beoogde: een makkelijk toegankelijke wereldgeschiedenis vervaardigen. Een bibliotheek, een archief. En hij weet hoe hij een verhaal moet vertellen. Hij was een geschiedschrijver, geen geschiedvorser, en zeker geen historicus in de normale zin des woords. (De Oudheid heeft sowieso alleen met Appianus iemand voortgebracht die voldoende begreep van causaliteit.)

Niet dat Diodoros, schoongewassen van slecht gerichte kritiek, ineens de ideale geschiedschrijver is. Hij heeft een bovengemiddeld hoog professioneel zelfbeeld. Zo meent hij dat de geschiedschrijver, doordat hij eerdere ervaringen doorgeeft en mensen over deugden en rechtvaardigheid instrueert, een weldoener is voor de samenleving. Diodoros, die een vermogend man met een aanzienlijke bibliotheek moet zijn geweest, was zo bezien een gewone antieke aristocraat die zijn verantwoordelijkheid nam voor de gemeenschap. De jargonterm is évergetisme.

De vertaling

Ik ben geen classicus en wil over de kwaliteit van de vertaling niet méér zeggen dan dat ’ie vlot wegleest. Verder ben ik blij dat er beeldmateriaal is en wat annotatie. Dat verheldert een hoop. U denkt dat zulks logisch is, maar helaas is dat bij klassieke teksten niet altijd het geval. Ooit hadden we een Baskerville-reeks van te chique uitgegeven boeken zonder beeldmateriaal, waarvan je je afvroeg wat je er eigenlijk aan had. U leest een boek immers om geïnformeerd te worden, niet als lifestyle-attribuut. De door Janssen gemaakte vertaling is tenminste gericht op informeren.

Er is dus veel goeds te zeggen over het Archief van de geschiedenis. Inmiddels zijn twee boeken verschenen, samen de boeken 1 tot en met 5 plus de fragmenten van de boeken 6 tot en met 10. Die doen vooruitzien naar de klassieke geschiedenis.

Het grote publiek

Het is echter jammer dat Janssen op de door hem geserveerde taart spuugt door de twee verschenen delen af te ronden met appendices waarin hij uitlegt dat de Ilias en de Odyssee zich afspelen op de Atlantische Oceaan. Dit is klinkklare kwakgeschiedenis. Omdat ik dat al eens inhoudelijk heb uitgelegd, laat ik dat nu rusten.

Maar dus afgezien van de inhoudelijke onjuistheid: hoe maak je een boek voor het grote publiek, zoals een vertaling, als je weet dat je een sterk van de consensus afwijkende mening hebt? Als geschoold classicus weet Janssen hoe laag de drempel voor de peer review inmiddels ligt. Hij weet dus ook dat als een theorie nooit wetenschappelijk is gepubliceerd, ze echt heel omstreden moet zijn. En hij weet dat hij, door haar desondanks te verdedigen, een minderheidspositie inneemt. Wat te doen? Zijn oordeel verzwijgen is vanzelfsprekend niet integer. Het publiek verdient eerlijkheid. Maar het omgekeerde, wél spreken en het publiek een oordeel opdringen waarvan je weet dat het omstreden is, brengt het risico van misleiding met zich mee. In dit dilemma kiest Janssen voor het risico, maar dat is helemaal niet nodig.

De koninklijke weg in dit soort situaties is dat je je afwijkende mening benoemt, verwijst naar verdere literatuur, en verder de mainstream volgt. Een voorbeeld is het beroemde The Black Pharaohs van Robert Morkot, die een aanhanger is van een alternatieve IJzertijdchronologie (die overigens wél door de peer review is gekomen), maar in zijn boek de gangbare dateringen gebruikt. De ins en outs van een wetenschappelijk dispuut zijn bij eerstelijnsvoorlichting, zoals bij vertalingen, immers niet aan de orde. Voor methodische problemen hebben we de tweede lijn.

Dat gezegd hebbende: het is fijn dat we Diodoros erbij hebben in onze eigen mooie taal. Scheur de laatste bladzijden eruit, maak er papieren vliegtuigen van, en geniet van de rest.

#AlexanderDeGrote #antiekeGeschiedschrijving #évergetisme #chronologie #Diadochen #DiodorosVanSicilië #DionysiosSkytobrachion #EforosVanKyme #Euhemeros #FilipposII #GerardJanssen #HekataiosVanAbdera #HerodotosVanHalikarnassos #JanPStronk #Ktesias #kwakgeschiedenis #Megasthenes #RobertMorkot #TheodorMommsen #Thoukydides #TimaiosVanTauromenion #VarroniaanseChronologie #Xenofon