Toerist in Elche

Het centrum van Alcudia

In de vorige aflevering van mijn narcistische winterfeuilleton vertelde ik over Alicante, een havenplaats van het Iberische volk der Contestaniërs. Even landinwaarts lag een belangrijke nederzetting, die destijds Ilici heette en tegenwoordig Elche. De eigenlijke ruïnes liggen op een lage heuvel ten zuiden van het stadje, Alcudia (van het Arabische Al-Kudia, “de heuvel”). Hier is het beroemde beeld van de Dame van Elche gevonden. De beheerders van het terrein zijn bezig een soort gedenkteken te bouwen op de plek.

Work in progress

En daarmee is een voornaam punt al genoemd: Alcudia is heel erg work in progress. Er vinden al een eeuw opgravingen plaats, die Iberische en Romeinse huizen aan het daglicht hebben gebracht, plus een stadsmuur, talloze waterwerken, een Iberisch heiligdom, een Visigotische basiliek en een enorme hoeveelheid aardewerk. Het onderzoek is nog in volle gang, de diverse opgegraven gebouwen liggen op enige afstand van elkaar en zijn niet allemaal even makkelijk “leesbaar”. Ze zijn wel interessant, zoals de opstapeling van Iberische, Romeinse en laatantieke huizen, of de van complexe waterleidingen voorziene Romeinse huizen, of de centrale sector van nog niet voldoende geïnterpreteerde representatieve gebouwen.

Iberische beker

Het ingangsgebouw, waar je een kaartje koopt, heeft een expositieruimte met enkele mooie stukken, maar het eigenlijke museum is even verderop. Het is drie zalen groot, maar zeker het Iberische deel is erg de moeite waard. Het Romeinse deel is vrij voorspelbaar en de zaal die is gewijd aan de Late Oudheid is ook geen omweg waard, maar zoals gezegd: het Iberische deel is prachtig, met heel veel aardwerk. Er zijn ook mooie stukken in het Archeologisch Museum in Elche zelf. Hier is ook Iberische grafsculptuur te zien die vlakbij is aangetroffen, in een park in het stadje.

De Middeleeuwen

Even verderop zijn twee monumenten uit de tijd dat Arabischsprekende heersers de scepter zwaaiden: de Torre de la Calahorra en de Baños Árabes. Het eerste is een enorme stadstoren, daterend uit de tijd van de Almohaden (eerste helft dertiende eeuw), waar later een stadspaleis tegenaan is gebouwd. Daar is een niet heel bijzondere collectie schilderijen te zien, maar je kunt klimmen naar het dak en dan sta je even in de Volle Middeleeuwen.

Almohadische stadstoren

Het andere monument uit de Arabische tijd is een badhuis: belangrijk in een cultuur waar iemand voor het moskeebezoek zijn armen, gezicht en voeten moet wassen. In Elche kende het badhuis drie afdelingen, die als twee druppels leken op een Romeins badhuis: een koudwaterbad, een lauwwaterbad en een warmwaterbad met vloerverwarming. Toen christelijke heersers de macht overnamen, werd het badhuis in gebruik genomen als kerkje en onderdeel van een klooster.

Niet veel later brak de verering van Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming door in Elche. Veel hoefde men er niet voor te doen, want de het cultusbeeld was volgens de legende op de kust aangespoeld. Naast de basiliek van Santa Maria is een klein museum gewijd aan de verering van de beschermvrouwe van de stad. Ook het archeologisch museum besteedt er aandacht aan. De opvallendste erfenis uit de Middeleeuwen is echter een andere.

Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming

Palmen

Een tijdje geleden vertelde ik dat de Romeinen het opschieten van een palmboom, kort nadat Julius Caesar bij Munda zijn laatste tegenstanders had verslagen, uitlegden als een voorteken van de opkomst van Caesars achterneef Octavianus. Ik realiseerde me toen nog niet goed dat dit werkelijk een bijzondere gebeurtenis was, want de palmboom was toen nog heel zeldzaam in Spanje. Sterker nog, dat was ze acht eeuwen later nog. In een bekend gedichtje vergelijkt Abd al-Rahman I, gevlucht vanuit Damascus en stichter van het Emiraat van Córdoba, zijn vrijwillige ballingschap met een palmboom die hij zag in de tuin van zijn paleis Ar-Rusafa:

Ik zag een palmboom in Ar-Rusafa,
ver in het westen, ver van het land van de palmbomen,
en ik zei “Jij bent, net als ik, ver weg, in een vreemd land.
Hoe lang ben ik al ver weg van mijn volk!
Jij bent opgegroeid in een land waar je een vreemdeling bent,
en net als ik woon je in de verste uithoek van de aarde.
Mogen de ochtendwolken je op deze afstand verfrissen,
en moge overvloedige regen je voor altijd troosten!”

Het zou niet lang zo blijven. De Arabische meesters van El-Andalus cultiveerden de palmbomen en er ontstonden hele wouden. In de omgeving van Elche zouden er nu nog meer dan 200.000 staan. Dat hebben we niet nageteld.

El Palmeral, Elche

Het deed me zo nu en dan denken aan de oase van Siwa. El Palmeral, zoals de palmboomgaarden heten, vormen werelderfgoed. Nu is die categorie inmiddels zó ver verwaterd dat ze in vrijwel betekenisloos is, maar terwijl we terugwandelden naar het busstation had ik iets van: dit is toch wel heel bijzonder tijdens een heel bijzondere reis.

Morgen: Cartagena.

#AbdAlRahmanIVanCórdoba #Alcudia #Alicante #badhuis #Contestaniërs #DameVanElche #Elche #Ilici #JuliusCaesar #Octavianus #palmboom

De Dame van Elche

De Dame van Elche (Nationaal Archeologisch Museum, Madrid)

Ik heb nog nooit iemand ontmoet niet onder de indruk was bij het zien van een afbeelding van de Dame van Elche. Niet dat ik dit heb getoetst door middel van een representatief bevolkingsonderzoek, maar alleen al uit het afgelopen halve jaar herinner ik me een stuk of vijf mensen die zich er ongevraagd positief over uitlieten.

Ontdekking

Het beeld is in 1897 gevonden bij Elche (of Elx, zoals men ter plekke zegt), waar een antieke stad lag die de Grieken Helike noemden en de Romeinen Ilici. Lange tijd is beweerd dat de ontdekker een veertienjarige jongen was die Manuel Campello heette. Zo’n verhaal past goed bij het slappe format “niet-archeoloog doet ontdekking en zorgt dat het bij de autoriteiten komt en het blijkt belangrijk en nou is de wetenschap heel erg blij”. Archeologen gebruiken dit format graag om mensen ervan te overtuigen vondsten te melden. Dat die vondsten zelden werkelijk belangrijk zijn, wordt er nooit bij gezegd, en ik voel me altijd ongemakkelijk als ik weer lees dat een kind, een wandelaar of een soldaat die een schuttersputje aan het graven was, een vondst deed en meldde. Wetenschappelijke persberichten zijn er om te informeren, niet om te nudgen.

Dat gezegd zijnde: dit keer was de vondst werkelijk belangrijk. In de hoop meer te ontdekken over de precieze vindplaats, hebben onderzoekers uit Alicante een tijdje geleden het ontdekkingsverhaal nog eens gecontroleerd. Over de vindplaats ontdekte men weinig van belang, maar over de vondst ontdekte men wel iets: het bleek dat de echte ontdekker een arbeider was die Antonio Maciá heette. Die is uit het verhaal weggeschreven terwijl de landeigenaar, die wél Manuel Campello heette, is veranderd in een kind. Alles om het format te handhaven. Het geval staat natuurlijk niet op zichzelf: ik blogde al eens over de vergeten Egyptische fotografen en over de gezusters Agnes en Margaret Smith.

Maar wat is het?

Maar wat of wie is de Dame van Elche? Het beeld dateert uit de vierde eeuw v.Chr. en archeologen rekenen het tot de Iberische cultuur, wat de naam is die ze gebruiken voor het oosten van Spanje vanaf pakweg 500 v.Chr. (en dus niet voor het hele Iberische Schiereiland). Die mensen spraken een eigen taal, hadden een eigen schrift en een eigen materiële cultuur, die duidelijk Karthaagse en Griekse invloeden had ondergaan. De beeldhouwer die verantwoordelijk is voor de Dame van Elche, heeft weleens een Grieks beeld gezien in het even verderop gelegen Alicante (het antieke Leukè Akra ofwel Lucentum).

De Dame van Elche baarde meteen opzien en er waren claims dat het een vervalsing moest zijn. De weinige voorbeelden van Iberische sculptuur leken nauwelijks op de nieuw ontdekte buste. Inmiddels kennen we meer van zulke vrouwenbeelden, afkomstig uit gecontroleerde opgravingen, zodat de argumenten die destijds golden, geen opgeld meer doen. Die andere beelden staan met de Dame van Elche samen opgesteld in het Nationaal Archeologisch Museum in Madrid, en je ziet meteen welk beeld het meesterwerk is. Recent zijn in Turuñuelo (richting Portugese grens) soortgelijke beelden gevonden, die iets ouder zijn en de indruk wekken dat de portretkunst op het Iberische Schiereiland een autonome ontwikkeling is, begonnen in het gebied van Tartessos.

Nogmaals de Dame van Elche

Het beeld is nu niet meer beschilderd, we moeten het doen met de sculptuur zelf. Het meest opvallende zijn de sieraden: drie halskettingen met amuletten, een met juwelen versierde diadeem en twee ronde, trommelachtige schijven op de slapen. Ook de andere beelden hebben zulke “trommels”. Volgens mij zijn ze daarmee uniek. Ik kan me althans niet herinneren ooit soortgelijke sieraden te hebben gezien.

De eerste interpretatie was dat het beeld een Moorse koningin voorstelde, maar het was al snel duidelijk dat het ouder was. De Eerste Hoofdwet van de Archeologie zijnde de Eerste Hoofdwet van de Archeologie redeneerden de archeologen vervolgens dat dit wel een godin zou zijn, meer precies de Karthaagse Tanit. Inmiddels is onderzoek gedaan naar de binnenkant van het beeld, waarin nog altijd sporen waren te vinden van menselijke as, zodat we nu weten dat het feitelijk een urn is. Het doet in de verte denken aan de Etruskische, mensvormige urnen die “canopen” worden genoemd.

Nationaal symbool

Zoals gezegd: het beeld maakt en maakte indruk. Menigeen wilde het kopen. Iemand als Pablo Picasso, gefascineerd door niet-klassieke kunstvormen, zag het als een pure, authentieke uiting van een Iberisch volk dat nog niet aan Rome was onderworpen. Uiteindelijk is de Dame van Elche voor een schamel bedrag verkocht aan het Louvre. Dat was tegen het zere been van menig Spanjaard, want waarom moest dit elegante portret nou naar Parijs?

Bankbiljet met de Dame van Elche

Dictator Francisco Franco maakte daarom nogal een punt van de teruggave en kort na de Tweede Wereldoorlog keerde het voorwerp inderdaad terug naar Spanje, waar Franco het presenteerde als nationaal symbool. Het stond bijvoorbeeld op de bankbiljetten. Ging het bij Picasso nog om pure Iberische kunst, in sommige rechtse kringen was de Dame van Elche een uiting van een genetisch puur volk.

Voor zover ik iets weet van Spanje – en dat is niet veel – heeft de Dame van Elche inmiddels niet meer zo’n nare bijbetekenis. Het is echter, zo zag ik een tijdje geleden, nog onverminderd bewonderenswaardig mooi.

[Dit was het 519e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Alicante #DameVanElche #Elche #FranciscoFranco #Lucentum #nudging #PabloPicasso #Tartessos #Turuñuelo

Tweeënzeventig uur Spanje (1)

Monument voor Cervantes, Madrid

Een tijdje geleden blogde ik over Segovia en daarna over de laatantieke en Arabische geschiedenis van Iberië. Dat had een reden: ik had een uitnodiging gekregen om naar Spanje te komen voor het Hay Festival in Segovia, waarover u hier meer kunt lezen. Het was afgelopen weekend. Ter voorbereiding had ik ook Giles Tremletts boek Ghosts of Spain willen lezen, maar het was daar niet van gekomen. Dat zou me nog spijten.

Een snoepreisje werd het niet. Ik zou in Segovia worden geïnterviewd over soft persuasion, wat je zou kunnen uitleggen als “desinformatie bestrijden vóór die zich voordoet”. Je kunt het ook een proactieve benadering noemen of prebunking. Of normale uitleg, waardoor mensen niet meteen slechte informatie vinden maar goede. Als het economische argument de doorslag moet geven: desinformatie mag dan een verdienmodel zijn, je kunt óók geld verdienen met informatie. Dan moet je alleen zorgen dat degene die goede informatie verspreidt, kan tonen waarom zijn inzichten beter zijn. Open access is dus een voorwaarde. De echte mafkezen overtuig je weliswaar nooit, maar door vroegtijdig correct te informeren, kun je wel verhinderen dat andere mensen in hun richting wegglijden. Over deze materie zou Jan-Willem Bok van de IE Universiteitnoot De afkorting staat voor Instituto de Empresa, zeg maar business school, maar dat is met de oprichting van andere faculteiten eigenlijk misleidend. me interviewen.

Het archeologisch museum

Ik zou hem donderdag om 16:15 in Madrid ontmoeten bij het standbeeld van Cervantes, maar ik landde veel eerder en had dus tijd om naar het archeologisch museum te gaan. Ik wilde vooral de Iberische stukken zien. De Dame van Elche is wereldberoemd, maar er is ook edelsmeedwerk uit de Bronstijd, er zijn gegrafeerde stenen uit de Tartessos-cultuur en er zijn krijgersreliëfs uit Osuna, waarvan ik alleen voorbeelden kende uit Parijs en Córdoba. Ik was verbaasd een maquette te zien van wat een bazina leek, een soort Maghrebijns graf dat de museale uitleg echter in verband bracht met de Europese Urnenveldcultuur.

De Dame van Elche

De Romeinse afdeling is niet speciaal, afgezien van de in brons gegrafeerde gemeentewetten, die in deze omvang eigenlijk zonder parallel zijn. De enige nog omvangrijkere versie is de Lex Irnitana, bij mijn weten in het museum in Sevilla. Een van de suppoosten sprak bewonderend over de Romeinse mozaïeken, die ik heb geprezen zonder te zeggen dat elk Tunesisch museum beter heeft. Ik vermoed dat de beste Romeinse stukken van Spanje in lokale musea zijn.

Wellicht was het goed dat het museum niet meer laatantieke en Arabische stukken toonde, want anders zou ik wel erg lang in het museum zijn gebleven. En ik had om 16:15 een afspraak bij Cervantes. Wat een Maghrebijnse bazina met de Europese Urnenveldcultuur van doen heeft, heb ik dus niet kunnen ontdekken, en het boekhandeltje hielp me niet veel verder. Al met al verliet ik het museum met een handvol antwoorden, veel nieuwe indrukken en een stuk of wat nieuwe vragen.

Mozaïek met de Twaalf Werken van Herakles uit Edeta/Llíria

Segovia

Jan-Willem, die ik even later ontmoette, bleek een geboren verteller, die er plezier in had Spanje uit te leggen, zodat ik me tijdens de busreis naar Segovia geen moment verveelde. Terwijl we het vraaggesprek van de volgende dag doornamen, zagen we van een afstand het 150 meter hoge kruis uit de Franco-tijd bij de Vallei der Gevallenen.

Segovia maakt zijn reputatie als mooie stad helemaal waar. Ik had een hotel aan de Plaza Mayor, wat als nadeel had dat ik nogal eens wakker werd van de klokken van het raadhuis, maar het uitzicht op de kathedraal maakte dat dubbel goed. Nadat ik me op mijn hotelkamer had ingericht en opgeknapt, gingen we naar de IE-universiteit, waar Josep Borrell sprak. Het was een goed, met cijfers onderbouwd verhaal. Een simultaanvertaling zorgde ervoor dat alle aanwezigen het begrepen. Indrukwekkend waren de studenten die de voormalige hoge vertegenwoordiger voor het buitenlands beleid van de EU vragen stelden, vooral omdat de jongeman die informeerde naar de uitbreiding van het Europese project afkomstig bleek te zijn uit Oekraïne.

Josep Borrell

Het avondeten werd geserveerd bij de markies van Castellarnau, die op een steenworp van de kathedraal bleek te wonen in een huis bovenop de stadsmuur. En als ik nu aan “name dropping” doe, dan wordt dit in de volgende blogjes nog erger. De voorname aanwezigen op het festival waren, om eerlijk te zijn, het enige wat bij mijn wonderbaarlijk mooie reis moeilijk was. Ik heb het idee dat ik in mijn werk een soort eerste-divisie-voetballer ben die wel zou willen spelen in de eredivisie, maar nu onverwacht uitkwam in de Champions League. Ineens zat ik tussen mensen die dankzij (medewerkers met) toegang achter de academische betaalmuren in staat zijn veel zinnigere dingen te doen dan ik. Kortom, mijn impostor syndrome speelde behoorlijk op te midden van de diplomaten, de politici, de hoogleraren en de halve Almanach de Gotha.

[wordt morgenmiddag vervolgd]

#DameVanElche #Edeta #GilesTremlett #HayFestival #JanWillemBok #JosepBorrell #LexIrnitana #LLíria #Madrid #openAccess #Segovia #vanitasVanitatum