Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (3)

De heuvel met het Karthaagse paleis in Cartagena

[Derde deel van de tekst van mijn toespraakje bij de presentatie van Rome en de Lage Landen van Robert Nouwen, afgelopen zaterdag in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het eerste deel was hier.]

Doelgroepen

Sta me wat oververeenvoudiging toe en laat me het publiek verdelen in mensen met hoge en lage informatiebehoefte.

Hoge informatiebehoefteTweede lijn: verdiepende informatie & rechtvaardiging van de informatieKnow how?
Know why?Lage informatiebehoefteEerste lijn: algemene informatieKnow what?

Op het eerste niveau constateren we bijvoorbeeld dat de Romeinen in pakweg Utrecht hun olijfolie importeerden uit Andalusië; op het tweede leggen we vervolgens uit wat Dressel-20-amforen ons vertellen. Waar de behoefte aan verdiepende informatie precies ligt, valt af te leiden uit de vragen die mensen stellen. Musea hebben daar zicht op, en u begrijpt dat ik daarmee eigenlijk zeg dat een museumdirecteur als Robert Nouwen begrijpt wat op het spel staat.

Een kwart van de gestelde vragen betreft hoe oudheidkundigen weten wat ze weten. We kunnen op het tweede niveau dus tevens uitleggen wat een verspreidingskaart van Dressel-20-amforen vertelt en met welke proxydata de olijfoliehandel is gekwantificeerd. Een goede voorlichting bedient, in deze oververeenvoudigde weergave, beide groepen.

De sleuteldoelgroep

Echter, mensen met een hoge informatiebehoefte komen er momenteel doorgaans bekaaid vanaf. De oudheidkundige voorlichting beperkt zich veelal tot de eerste lijn. Vaak wordt dezelfde, eenvoudige en niet zelden verouderde of zelfs ronduit onjuiste informatie herhaald, en te vaak geloven juist geïnteresseerde mensen de claims niet langer. Deze week was er leuk nieuws over de ontdekking van de regels van een Romeins spel, en van begin af aan was er kritiek op de berichtgeving.

We mogen wel enig vertrouwen hebben in de wetenschap, en dan maakt dit wantrouwen de oudheidkundige wetenschappen nodeloos kwetsbaar. Ik noem nog eens de Nijmeegse aquaductenaffaire: uw gemeente wil een toeristisch wandelpad aanleggen langs het aquaduct bij uw achtertuin, maar kan niet uitleggen waarom archeologen weten dat daar een aquaduct is. Dan zet u de hakken in het zand, hijst de rode vlag en gaat, zoals dat tegenwoordig heet, “zelf onderzoek doen”. Met deze wetenschapsscepsis erbij krijgen we een tweede schema.

WetenschapspositiefSceptischHoge informatiebehoefteTweede lijn: verdiepende informatie & rechtvaardiging van de informatieDerde lijn: gesprekkenLage informatiebehoefteEerste lijn: algemene informatie–

De eerste lijn is het algemene aanbod, in de tweede lijn leggen we uit waarop dat is gebaseerd en in de derde lijn proberen we sceptici ervan te overtuigen waarom de wetenschappelijke methode de meest redelijke is. Dat vergt een persoonlijk gesprek waarin de voorlichter een onderscheid aanbrengt tussen enerzijds de wetenschap en anderzijds de bezorgdheid die de betrokkene ervan weerhoudt de methode te aanvaarden. Zo’n gesprek – ik spreek uit ervaring – is tijdrovend. Wil je dat vermijden, dan moet de tweede lijn op orde zijn. Al vóór de problemen ontstaan moet de eerstelijns-informatie zijn gerechtvaardigd.

De tweede lijn dient dus om proactief scepsis te bestrijden. Je verhindert dat mensen met een hoge informatiebehoefte teleurgesteld “zelf onderzoek gaan doen”. Maar er is nog een reden om de tweede lijn serieus te nemen. Je kunt deze mensen ook inzetten vóór de wetenschap. Zij zijn de sleuteldoelgroep: zij kunnen de wetenschap niet alleen beschadigen maar kunnen het wetenschappelijk signaal ook versterken en beschermen.

Ik noem Spanje, waar archeologische musea uitleg bieden van wat oudheidkundigen feitelijk doen. Toen bijvoorbeeld de gemeente Cartagena een bouwvergunning afgaf voor een project waarbij de sporen van een Karthaags paleis dreigden te worden overbouwd, kwam de bevolking in het geweer. De archeologen hadden, door de sleuteldoelgroep te bedienen, hun vak verankerd in het culturele leven en zo de wetenschap beschermd.

Nouwen als communicator

Het is dus niet omdat alle kritiek volledig valt te pareren dat ik pleit voor “Public Understanding of Science”. Die ene procent dwarsliggers bereik je sowieso niet. Wat we met verdieping en methodische uitleg wél bereiken, is dat de groep van pakweg 20% die anti-wetenschappelijk worden kan, niet eveneens wegdrijft. Bovendien kunnen we, door de sleuteldoelgroep meer aandacht te geven dan tegenwoordig het geval is, oudheidkundige kennis cultureel verankeren. En dit is, opnieuw, waarom Rome en de Lage landen belangrijk is. Robert Nouwen bedient de sleuteldoelgroep.

Daarmee maakt hij een andere keuze dan we in Romeins Nederland gewend zijn. Zoals gezegd is de voorlichting te vaak beperkt tot de eerste lijn. De Romeinse limes bijvoorbeeld presenteert zich met een stortvloed aan steeds dezelfde informatie, met als gevolg dat betrouwbare informatie (die er wel is) inmiddels onzichtbaar ligt onder de oppervlakkigheden. Ooit heette dat junk news, tegenwoordig flooding the zone.

Als dit nieuwe wegen in het erfgoedmanagement zijn, lopen we daarover steeds verder het moeras in. Niemand kan momenteel ontdekken welk excess empirical content rechtvaardigt waarom ten gunste van de Romeinse limes de Germanen uit ons geschiedbeeld zijn verwijderd. Ik ben niet de eerste of enige die zich afvraagt of het wel een vooroordeel is dat oudheidkundigen meedraaien met iedere culturele en politieke wind. Daarom is het weldadig een boek over de Romeinse tijd te lezen dat de wetenschappelijke autonomie herneemt. Opnieuw een reden om Rome en de Lage Landen te prijzen.

De toekomst

Is het boek perfect? Nouwen zal als eerste erkennen dat hij keuzes heeft moeten maken. En anderen maken andere keuzes. Ikzelf zou bijvoorbeeld meer hebben gedaan met taalkunde en Romeins Recht. Nouwen zal ook als eerste erkennen dat Rome en de Lage Landen zal verouderen. De vraag naar een volgende synthese zal met elke ontdekking toenemen.

Ik stel me voor dat die volgende synthese geen boek is maar een voor alle doelgroepen toegankelijke website, waarop alleen iets verschijnt dat door een archeoloog, een historicus en een classicus is gefiatteerd. En die website is, net als Neerlandistiek.nl, niet afgesloten met een betaalmuur. Immers, zolang desinformatie gratis is en we voor goede informatie moeten betalen, geldt dat bad information drives out good. Onze digitale synthese mag geen betaalmuurmedeplichtige zijn. Ik denk verder dat de musea geoutilleerd zijn om dit project te beginnen.

Envoi

Terug naar het heden. Nouwen heeft België en Nederland de synthese geschonken die we nodig hadden. We kunnen mensen met een hoge informatiebehoefte, als onderzoekers iets moois ontdekken, op een verantwoorde wijze een verantwoorde context bieden. Classici kunnen zien wat archeologen hebben bereikt, archeologen kunnen profiteren van actuele inzichten van classici en oudhistorici.

Hoe gaan we vanaf hier verder? Ik vertrouw op een symposium over Rome en de Lage Landen. Een symposium over publieksgeschiedenis, over samenwerking tussen de oudheidkundige bloedgroepen, over verdieping. En ik meen dat bij zo’n symposium een dozijn hoogleraren uit binnen- en buitenland aanwezig behoort te zijn, inclusief de bekendste historicus van Nederland.

#badInformationDrivesOutGood #boek #Cartagena #GalliaBelgica #GermaniaInferior #NijmeegseAquaductaffaire #PublicUnderstandingOfScience #RobertNouwen #sleuteldoelgroep #synthese #website

Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (2)

De bovenloop van het Nijmeegse aquaduct op het terrein van Museumpark Orientalis

[Tweede deel van de tekst van mijn toespraakje bij de presentatie van Rome en de Lage Landen van Robert Nouwen, afgelopen zaterdag in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het eerste deel was hier.]

Wetenschapscommunicatie

Zoals u misschien weet staat het kantoor van dit museum één straat verder, in het huizenblok waar ooit Simon Stevin woonde. Een museumkantoor kan niet op een nobeler plek staan, want Stevin was een van de eersten die nadacht over de wijze waarop je wetenschappelijke inzichten het beste kon delen. Nouwen is een waardige opvolger van Stevin.

In de ideale situatie leggen wetenschappers hun werk zelf uit. Wim van Es kon dat, maar niet iedereen is zo getalenteerd. Bovendien is wetenschapscommunicatie inmiddels een specialisme op zich, met als doel zoveel mogelijk zo accuraat mogelijke inzichten zo snel mogelijk zo goed mogelijk bij zoveel mogelijk zo relevant mogelijke mensen te laten aankomen. Idealiter:

Idealiter. Idealiter nemen de mensen de conclusies over en leven ze nog lang en gelukkig.

Maar dat is natuurlijk een sprookje. De Nijmeegse aquaductaffaire toonde een publiek dat de hakken in het zand zette tegen de wetenschap, en was mogelijk doordat archeologen hadden nagelaten hun bevindingen voldoende toe te lichten. De affaire escaleerde naar de Rekenkamer en het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit, en beschadigde zowel de wetenschap als de betrokkenen. Het was an accident waiting to happen, omdat de methode waarop de claim was gebaseerd, niet op voorhand was uitgelegd.

Een eerste conclusie: het publiek moet vooraf, vóór er problemen zijn, toegang hebben tot uitleg van de methode. Deze nadruk op transparantie valt onder wat bekendstaat als “Public Understanding of Science”: het idee dat wetenschapsscepsis ontstaat door onvoldoende kennis van het wetenschappelijk bedrijf. Zorg dus voor uitleg van de methoden, de theorievorming, de zwakke punten. Methodische uitleg neemt echter niet alle problemen weg.

Dwarsliggers

De eerste complicatie is de dwarsligger. Pakweg 1% van het publiek. Bij wijze van voorbeeld noem ik een andere kwestie, enkele jaren geleden, buiten de Romeinse Lage Landen maar wel relevant: afrocentrisme. Destijds bekritiseerden zwarte studenten aan de Vrije Universiteit in Amsterdam hun docenten omdat die zwart erfgoed negeerden. De medewerkers begonnen pas toen, toen de kritiek er al was, uit te leggen hoe oudheidkundigen tot conclusies komen, waarna de sceptici ook de methodes betwijfelden. Alle goede didactische bedoelingen hadden dus vooral als gevolg dat er méér schade was voor de wetenschap en de betrokkenen. Dit is een schoolvoorbeeld van het zogeheten backfire-effect.

Opnieuw: als mensen uitleg van de methode hadden gevonden, gewoon online, met een muisklik, was de schade beperkter geweest. Helemaal vermijdbaar was ze echter niet. De echte dwarsligger wil zich niet laten overtuigen en zoekt naar mogelijkheden om te zuigen. Niet lang na de affaire aan de Vrije Universiteit kreeg dit museum de volle laag.

Publieksvragen

De tweede complicatie is dat ik hierboven wat makkelijk uitging van een passief publiek. Dat stelt echter vragen. Zoals het bij presentaties als deze gaat, zal een spreker die pijltjes heeft gebruikt, betogen dat die ook de andere kant op kunnen wijzen. Hier is het plaatje waarop u al zat te wachten.

En u weet ook al dat in een derde plaatje de pijltjes allebei de kanten op staan.

Een tweede conclusie: voorlichting is communicatie. De wetenschap kan iets “zenden” waarvan mensen nog niet weten hoe interessant het is, en de wetenschap moet vragen van het publiek beantwoorden.noot Ik breng de Nationale Wetenschapsagenda in herinnering. Eén classica nam de moeite een vraag te beantwoorden. De wetenschappers lieten het publiek verder in de kou staan. Alleen: “het” publiek bestaat niet. Er zijn diverse groepen. En Rome en de Lage Landen is zo belangrijk omdat Robert Nouwen op dit punt een ongebruikelijke maar verstandige keuze maakt.

[Wordt vervolgd]

#backfireEffect #boek #GalliaBelgica #GermaniaInferior #NijmeegseAquaductaffaire #PublicUnderstandingOfScience #RobertNouwen #synthese

Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)

Afgelopen zaterdag werd in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden het boek Rome en de Lage Landen van de Belgische historicus, archeoloog en museumdirecteur Robert Nouwen ten doop gehouden. Dat is een heel belangrijk boek: de eerste synthese over dit onderwerp in een halve eeuw. Ik heb vorig jaar opgetreden als meelezer van het manuscript, en mocht bij de presentatie een toespraakje houden. Uiteraard deed ik dat maar wat graag. Dit is wat je noemt: de eer hebben iets te mogen doen.

Maar er was een probleem. Al vóór de presentatie waren verschillende mensen verbijsterd over het bescheiden karakter van de presentatie. Iemand noemde de locatie een “derderangszaaltje”, en inderdaad: de Tempelzaal in het museum had meer voor de hand gelegen dan de Trajanuszaal. We hadden ook kunnen uitwijken naar de Waalse Kerk. Bij een zo belangrijk boek beleg je een symposium met een dozijn hoogleraren uit binnen- en buitenland. Je nodigt het NOS-journaal uit en de koning, die immers de bekendste historicus van Nederland is, en die ook het eerste exemplaar aannam van de Wereldgeschiedenis van Nederland. Wij oudheidkundigen zijn toch niet minder dan andere historici?

Dilemma: ik wilde als spreker de organisatoren en de gastheer niet afvallen, maar de te bescheiden presentatie was inderdaad wat vreemd. Ik heb voor dit dilemma geen echt bevredigende oplossing gevonden en uiteindelijk mijn praatje maar ingeleid door te zeggen dat er menselijke en begrijpelijke factoren in het spel waren, dat het iets was om te bespreken bij een andere gelegenheid, en dat wij het er verder bij de borrel maar niet over moesten hebben. Het leidt immers tot niets, behalve een nare afdronk.

Synthese

Het boek van Robert Nouwen, Rome en de Lage Landen is, zoals gezegd, de eerste synthese over dit onderwerp in een halve eeuw: namelijk sinds De Romeinen in Nederland van Wim van Es. Dat beleefde drie drukken tussen 1972 en 1980. En nu is er een opvolger. Ik mag bij lezingen de luisteraars graag wat prikkelen met ironie of overdrijving, maar niet nu: dit boek is belangrijk.

Elke wetenschap heeft overzichtswerken nodig, de zogeheten syntheses. Het zijn de boeken waarin je de hoofdlijnen kunt naslaan. Waaruit bestond in de Romeinse Lage Landen het takenpakket van een procurator? Welk legioen lag in Nijmegen? Hoe mobiel waren kooplieden uit Tongeren? Syntheses zijn noodzakelijk omdat niemand het totale overzicht heeft.

Sterker nog: doordat het databestand almaar groeit, hebben we steeds minder overzicht. Tot 2010 viel de wetenschappelijke productie over Romeins Nederland uit te drukken in meters papier, namelijk vijfentwintig meter sinds 2000. In deze tijd van PDFs lukt zelfs zo’n vergelijking niet. We verdrinken in de data (en desondanks is dat te weinig). Het meest in het oog springend zijn de archeologische vondsten. Er zijn ook inscripties bij gekomen en historiografische teksten, zoals de Dexippus Vindobonensis. Niemand kan het nog overzien.

En dat was maar één aspect van het oudheidkundig bedrijf. Deze dataverwerving is immers geen wetenschap. Het is slechts een voorwaarde voor wetenschap. Het eigenlijke werk is de interpretatie van die data, en interpretaties veranderen in de loop der jaren.

Om het nog onoverzichtelijker te maken, verschijnt een deel van de relevante wetenschappelijke literatuur niet in het Nederlands of Engels. Daarom is de door Italiaanse classici geïdentificeerde inscriptie over het bezoek van keizer Domitianus aan Nijmegen, waar archeologen al eerder een opvallende piek in het circulerende kleingeld vaststelden, in Nederland lang onbekend gebleven.

Institutioneel gescheiden oudheidkundes

En nu ik de classici noemde: dat zijn geen archeologen. En omgekeerd zijn archeologen geen classici. Sinds in de jaren ’80 de onderzoeksscholen Archon en Oikos zijn opgericht, zijn de twee oudheidkundige bloedgroepen verder uit elkaar gedreven. En zolang ik aan een hoogleraar archeologie moet uitleggen wat een klankwet is, is interdisciplinariteit een wassen neus.

Er bestaan momenteel twee institutioneel gescheiden oudheidkundes. Regelmatig baseren archeologen de interpretatie van mooie vondsten op inzichten die volgens oudhistorici verouderd zijn. Omgekeerd herhalen classici denkbeelden die door anderen zijn weerlegd. Ik heb ooit in een boze bui geschreven dat de meeste misinformatie wordt verspreid door wetenschappers die uitspraken doen buiten hun specialisme, en was verbaasd toen De Volkskrant me erop wees dat dit inmiddels Lendering’s Law heet.

Nouwen als syntheticus

De kiesheid schrijft nu bescheidenheid voor, maar het is belangrijk te benadrukken dat de diverse oudheidkundige bloedgroepen onvoldoende weten van elkaar. Vandaar het belang van syntheses. En met de verschijning van Rome en de Lage Landen hebben we die dus voor het eerst sinds van Van Es. U kunt tegenwerpen dat er in de tussentijd wel degelijk overzichtswerken zijn verschenen,noot Ik denk aan Romeins Nederland van Van Dockum & Van Ginkel (1993), aan mijn eigen boeken De randen van de aarde (1999) en Edge of Empire, en aan Wee de overwonnenen van Alexander van de Bunt (2020). maar dat waren slechts geactualiseerde samenvattingen van Van Es. Lapwerk.

Rome en de Lage Landen is dus een belangrijk boek omdat het volledig is en actueel. Het is bovendien een goed boek omdat Nouwen én het materiële én het geschreven bewijs overziet. Bovendien overziet hij het Franse taalgebied: in Nederland een verdwijnende vaardigheid.

Als dit alles was, hadden we voldoende reden voor een toost. Maar dit is niet alles.

[Wordt vervolgd]

#boek #Domitianus #GalliaBelgica #GermaniaInferior #Nijmegen #RobertNouwen #synthese #WimVanEs

Faits divers (47)

Het Byzantijnse fort van Madauros

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: de chronologie van Egypte, Charax, restauratietechniek, een superbelangrijk boek, beschadigd erfgoed en – het wordt een gewoonte – de bedreigde geesteswetenschappen.

Kenneth Kitchen

Als u deze blog leest, houdt u van geschiedenisboeken, waarin de resultaten van wetenschappelijk onderzoek worden gepresenteerd. Sommige onderwerpen trekken wat meer de aandacht, andere wat minder, en in die tweede categorie valt zeker het onderzoek naar de antieke chronologie. (Ik heb weleens een boek voorgesteld met de titel “hoe oud is het?” maar geen uitgever durft eraan te beginnen.) Maar een juiste chronologie is verondersteld bij alle andere onderzoek.

Voor weinig perioden is dat zo spannend als de IJzertijd. In Griekenland noemen we het de Dark Ages omdat er weinig informatie is. Archeologen worstelen met het Hallstatt-plateau, waar koolstofdateringen lastig zijn. De geschreven bronnen, die we voor de Bronstijd in overvloed hebben, zijn er ineens niet meer. En dus trekt deze periode de aandacht, en dankzij tal van opgravingen is ze inmiddels zo duister niet langer. De wetenschapper die voor deze tijd de chronologie van Egypte vaststelde, waar dit tijdvak bekendstaat als Derde Tussenperiode, was Kenneth Kitchen. Als u nu leest dat die van ongeveer 1070 tot 712 v.Chr. duurde, is dat Kitchens verdienste.

Hij is vorige week overleden. Zoals chronologisch onderzoek wat ondergesneeuwd is ten opzichte van andere thema’s, zo is ook zijn overlijden niet echt opgevallen, maar een mooie necrologie is hier.

Charax

Nieuwssite NU.nl bakt ze bruin met een artikel dat de antieke stad Charax zou zijn geïdentificeerd. “Archeologen ontdekken verborgen stad in Zuid-Iran: Alexandrië aan de Tigris”, luidt de kop, en een kind weet dat de Tigris niet door Iran stroomt maar door Irak. “De locatie van de stad was altijd onbekend”: onzin, die is altijd bekend bekend geweest. Ik was er in 2021.

Ik heb de NU.nl erover geschreven, maar het stukje was op het moment dat ik dit schrijf (zondagmorgen) niet gecorrigeerd. En het is zo jammer, want er is over Charax best iets interessants te vertellen, zoals over de innovatieve methode waarmee de archeologen de verzilting van de bodem gebruikten om het stratenpatroon te reconstrueren.

Als het heeft geregend, verdampt vocht namelijk niet overal even snel en dat biedt een aanwijzing voor de aanwezigheid van muren. Het leverde bijzondere foto’s op waarop enkele monumentale gebouwen herkenbaar waren aan zoutlijnen. Met georadar werd daarna aanvullende informatie verzameld. Zo konden tussen de woonhuizen tempels en paleizen worden geïdentificeerd. Een verrassende ontdekking was een macellum: een voedselmarkt van een type dat we kennen uit het Middellandse Zeegebied, maar nog niet uit Mesopotamië.

Rome

Nieuwe technieken bieden nieuwe mogelijkheden. Dat geldt niet alleen voor het ontsluiten van data, maar ook voor de conservering van monumenten. Een leuk stukje vertelt hoe de Zuil van Marcus Aurelius, vervuild door vele decennia smog en beschadigd door vele eeuwen weer en wind, nu wordt schoongemaakt. In plaats van de gangbare technieken – zeg maar: met kwastjes – werken de restaurateurs met lasers, en dat schijnt niet alleen sneller maar ook beter te gaan.

Romeinen in de Lage Landen

De ontdekking van een Romeins castellum bij Heteren kon niet werkelijk meer mee, en zo begint elke synthese over n’importe welk onderwerp al verouderd te raken op de dag dat het manuscript wordt afgerond. Maar toch: voor het eerst sinds W.A. van Es’ De Romeinen in Nederland – anders gezegd: voor het eerst in ruim een halve eeuw – is er weer een boek dat een overzicht biedt van de Romeinse aanwezigheid in Noordwest-Europa. Het heet Rome en de Lage Landen en is geschreven door Robert Nouwen, voormalig directeur van het Gallo-Romeins Museum in Tongeren.

Het belang van dit boek is moeilijk te overschatten. Hierin staat alles bij elkaar. Er zijn in de afgelopen halve eeuw tal van boeken verschenen die wat lapwerk deden door het boek van Van Es samen te vatten en te actualiseren. Zelf heb ik zo’n boek geschreven, maar al die auteurs konden niet in de schatkamer achter de academische betaalmuren. Daarom is het verschijnen van Rome en de Lage Landen een gebeurtenis op zich.

Even terzijde

Ik gebruik de Faits Divers meestal voor oudheidkundig nieuws, maar ik wijk daar nu even van af. Ik schreef al eens dat in de oudejaarsnacht de Vondelkerk is afgebrand. Amsterdammers trekken graag een te grote broek aan: de stadswijk De Pijp noemde zich ooit “de rive gauche van Amsterdam”, de flats aan de Omval heetten “Manhattan aan de Amstel” en de Vondelkerk zou “de Notre-Dame van Amsterdam” zijn. Dat is op het absurde af overdreven, maar ik beken: ik ben redelijk aangeslagen, want ik kom er elke dag twee keer langs fietsen.

Bovendien: in de kelder ligt het archief van de Vereniging van Vrienden van de Amsterdamse Gevelstenen. Elke gevelsteen is een klein monumentje, en het feit dat dit archief enorme waterschade heeft geleden, gaat me aan het hart. De Stichting Stadsherstel, die eigenaar is van de kerk en er ook een archief heeft, laat alle materiaal nu ophalen door een bedrijf dat de stukken zal invriezen, waarna wordt bezien of iets valt te restaureren.

Waterschade aan het archief van de VVAG

Petitie

De aanvallen op de geesteswetenschappen gaan vanzelfsprekend ook dit jaar verder. Wat dat betekent voor bona fide archeologen in Israël, wier vak inzet is geworden van een culture war, zou u kunnen lezen in de roman De genesis van het verraad van Martine van den Berg, die ik onlangs in Spanje heb gelezen. De beschreven archeologische problematiek is maar al te reëel. En wat Van den Berg in het nawoord meldt over aanvallen op de wetenschap, is natuurlijk ook voor Nederland onverkort waar.

Om het tot de Oudheid te beperken: uiteraard wordt ook deze maand een instelling bedreigd. De petitie die u nu verwacht is voor klassieke en middeleeuwse studies in Calgary en een overzicht van de rest vindt u hier.

Reclame

Ik organiseer in september een reis naar Algerije, en waarom dat een weliswaar dure maar mooie bestemming is, leest u hier. Meer informatie vindt u daar.

Ook ben ik ingehuurd door Historizon om een reis naar enkele Romeinse locaties in België en Noord-Frankrijk te bezoeken. De regio is voor menigeen een gebied waar je doorheen reist op weg naar een “echt” buitenland, en daardoor is Wallonië voor menigeen onbekend – en dat is dus zwaar onterecht. Meer informatie hier.

#Charax #chronologie #DerdeTussenperiode #FaitsDivers #gevelsteen #HallstattPlateau #Heteren #IJzertijd #KennethKitchen #MartineVanDenBerg #petitie #restauratie #RobertNouwen #Rome #Vondelkerk #ZuilVanMarcusAurelius

Hercules Magusanus

Hercules Magusanus (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Hercules Magusanus geldt als een van de belangrijkste goden van de Bataven. Dat zegt althans iedereen, maar er zijn haken en ogen. Dat iets goed is gedocumenteerd, wil vanzelfsprekend niet zeggen dat het belangrijk was. Maar na deze en nog wat andere kentheoretische slagen om de arm, moeten we maar denken dat Hercules Magusanus een belangrijke Bataafse godheid is geweest.

Hercules Magusanus

Toen ik u in december uitnodigde voor de oudejaarsvragen, kreeg ik voor het eerst de vraag voorgelegd waar Magusa lag. De normale lezing van “Hercules Magusanus” is immers dat het de halfgod Hercules was, zoals die werd vereerd met de rituelen van Magusa. De vraag verbaasde me omdat ik niet beter wist dan dat Hercules Magusanus een zogeheten syncretisme was: twee goden die aan elkaar werden gelijkgesteld, zoals Apollo Grannus en Mars Lenus. Dat ik niet beter wist, betekent natuurlijk niet dat Hercules Magusanus ook werkelijk een syncretisme was. Er zijn volop goden die een plaatsnaam hebben als bijnaam. Zo is Hercules Deusoniensis de Hercules van Deuso. Kortom, het was een goede vraag.

Ik wist het antwoord niet en de twijfel was gaan knagen. In mei las ik op de website van het Rijksmuseum van Oudheden…

Hercules Magusanus was de belangrijkste god van de inheemse stam der Bataven. Door de Romeinen werd hij gelijkgesteld met Hercules.

… en mijn eerste vraag was hoe het museum zo zeker wist dat Hercules Magusanus een syncretisme was. De geciteerde uitleg was overigens die bij onderstaande inscriptie uit Ruimel, die ik online raadpleegde omdat ik net de mooie replica had gezien in het museum in Halder.

Magusanus Hercules op de inscriptie uit Ruimel (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Vervolgens attendeerde een bevriende archeologe me op precies hetzelfde probleem en daarna las ik dat van dat syncretisme ook nog eens in de komende synthese over de Romeinse Lage Landen van Robert Nouwen. Bepaald niet de geringste autoriteit.

Ik informeerde bij Nouwen en bij enkele andere deskundigen, die wat literatuur achter de betaalmuren vandaan haalden – dank! – en ik leerde van alles. Bijvoorbeeld dat Magusanus een belangrijke rol speelde bij de Bataafse identiteitsvorming. Ik ga nog eens op deze stof terugkomen, want ik heb inmiddels genoeg bijgeleerd voor wel tien blogjes. Maar een antwoord vond ik niet: Hercules Magusanus kan de Hercules van Magusa zijn en een syncretisme.

Keltische of Germaanse god?

De geleerden die denken aan syncretisme, hebben geprobeerd de tweede naam van een betekenis te voorzien, en die kan Keltisch zijn of Germaans. Ik kende de theorie van keltoloog Lauran Toorians, die attendeert op een inscriptie waarop de godheid Magusenus heet, dus met een /e/, wat hij herleidt tot een combinatie van de Keltische woorden *magus, “jong”, en *senos, “oud”. Je zou kunnen zeggen dat het zoiets betekent als “wijze oude man met de kracht van een jongeman”. Of misschien wel “de oude man wordt weer jong”, wat stomtoevallig ook de betekenis is van Gilgameš.noot Om kwakgeschiedenis proactief de pas af te snijden: de Bataven waren geen Sumeriërs.

De aanname is hierbij dat de Bataven, die een Germaanse taal spraken, een godheid met een Keltische naam zijn gaan vereren. Dat kan natuurlijk. Er zijn heden ten dage monotheïsten in Nederland die een god vereren met een Semitische naam. Toch zou je, als Magusanus een rol speelde bij de identiteitsvorming, misschien een stamgod hebben verwacht met een Germaanse naam, meegenomen uit het Overrijnse stamland.

Op Taaldacht wijst Olivier van Renswoude op Germaanse afleidingen, waarvan ik *Magusnaz, “de krachtige”, mooi vind klinken, al attendeert Van Renswoude op bezwaren. Zelf oppert hij het mooi tweestammige *Magu-sanaz, wat zoiets als “jeugdige krijger” kan betekenen. Wie dus aanneemt dat Hercules Magusanus een syncretisme is, kan op die hypothese een hypothetische voor-Romeinse naam stapelen.

[De andere mogelijkheid, Hercules van Magusa, behandel ik in het volgende blogje.]

#Bataven #Bonn #GermaanseTalen #HerculesMagusanus #KeltischeTalen #LauranToorians #OlivierVanRenswoude #RobertNouwen #Ruimel #syncretisme #tweestammigheid

Oudheidkunde is een wetenschap

Dat was grappig. Ik was zondag naar de intocht van Sint-Nikolaas geweest en toen ik thuis kwam lag er voor mijn deur zomaar een doos met daarin vijftien exemplaren van mijn nieuwe boek. Ik verwachtte de auteursexemplaren pas later, dus dit Sinterklaascadeau was een aangename verrassing.

Oudheidkunde is een wetenschap

Oudheidkunde is een wetenschap gaat over dat wat de oudheidkundige wetenschappen maakt tot wetenschappen. Ik sprak erover met een stuk of veertig onderzoekers uit Nederland, België en Duitsland. In het boek leg ik eerst uit dat het tijdperk tussen 3000 v.Chr. en 650 na Chr. een eigen karakter heeft waar het centrale kentheoretische probleem, dataschaarste, als automatisch uit voortvloeit. Ik vertel verder dat de dagelijkse wetenschappelijke praktijk reageert op het heden en dus steeds nieuwe vragen stelt en nieuwe inzichten biedt. In diezelfde dagelijkse praktijk groeit het databestand. Soms spectaculair, al hebben we zelfs dan te weinig data.

De dynamiek zit echter niet in de dagelijkse wetenschap. Ze zit in nieuwe technieken die nieuwe soorten inzicht opleveren. Naast archeologische prospectie en oudheidkundig klimaatonderzoek zijn dat digitale paleografie en de manier waarop de DNA-revolutie de uitleg van de antieke cultuur, met name teksten, verandert. Of zou moeten veranderen. Tot slot ga ik in op de vraag hoe het publiek hierover meer kan vernemen.

Afgaand op mijn onverwachte Sinterklaascadeau is het boek nu dus gedrukt. Het zal deze week dus wel aankomen in de winkels. Anders volgende week, maar in elk geval voor Sinterklaas.

Bijeenkomsten

Er zijn twee bijeenkomsten. Geen boekpresentaties waarbij de auteur iets voorleest, wat vragen beantwoordt en dan gaat zitten signeren. Met een dergelijke presentatie plaatsen we, als ik zo onbescheiden over mijn boek mag spreken, het licht onder de korenmaat. We willen iets bieden dat boeiender is. En neem van mij aan: de inhoud van elk boek is interessanter dan dat signerende auteurtje. We plaatsen dus de inhoud centraal.

Op donderdagmiddag 30 november spreken Rens Bod en ik in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden over de schadelijke versplintering van de geesteswetenschappen in het algemeen en over de oudheidkundige bloedgroepen in het bijzonder. We denken dat we ook oplossingen hebben, waardoor én het onderzoek kwalitatief kan verbeteren én de voorlichting beter kan. Bod en ik overhandigen het eerste exemplaar dat ik uit mijn Sinterklaasdoos haalde aan wetenschapsjournalist Marcel Hulspas. Meer informatie hier, ook over de livestream voor wie niet in Leiden woont. Er is in het museum trouwens ook een leuke expositie over het Jaar 1000.

De avond ervoor, dus woensdag 29 november, hebben Robert Nouwen en ik het in de Antwerpse boekhandel De Groene Waterman over het politiek misbruik dat mogelijk wordt als het oudheidkundig onderzoek niet goed wordt uitgelegd. U mag denken aan Ambiorix als nationale held, aan Bart De Wevers fantasieën, aan Mark Ruttes verzinsels over migratie als oorzaak van de ondergang van het Romeinse Rijk en aan (anti)zionistische claims. U kunt u hier aanmelden.

#antiekeCultuur #dataschaarste #MarcelHulspas #OudheidkundeIsEenWetenschap #RensBod #RobertNouwen #vanitasVanitatum

Romeinse wegen

Een boek waaraan je zelf hebt meegewerkt, dat kun je natuurlijk niet recenseren. Als je iets positiefs zegt, sta je onder verdenking een bevriende schrijver een handje te willen helpen; als je iets negatiefs zegt, heb je de auteur een rotstreek geleverd door niet tijdig te waarschuwen. Dat weerhoudt me er niet van uw aandacht te vragen voor een net verschenen boek van Robert Nouwen, die alles weet over het Romeinse erfgoed in Haspengouw, dus zeg maar de omgeving van Tongeren. Zijn nieuwste boek heet De Romeinse heerbaan. De oudste weg door de Lage Landen.

Via Vipsania

Die oudste weg is die van de Romeinse havensteden aan het Kanaal via Kassel, Velzeke, Asse, Tienen, Tongeren, Maastricht, Heerlen en Jülich naar Keulen. Je moet je een Romeinse weg niet voorstellen als alleen maar een al dan niet geplaveide straat. Het is een brede corridor door het landschap, met aan weerszijden de uitgestrekte landgoederen van grootgrondbezitters. Daar tussenin waren kleine en middelgrote boerderijen, dorpjes, stations om paarden te wisselen, herbergen en wat dies meer zij. En ook: compleet nieuwe steden op plaatsen waar voordien weinig mensen woonden. Het was dus niet alleen een weg, maar een complete streep romanisering dwars door iets dat aanvankelijk valt te typeren als een IJzertijdlandschap.

Later kwamen er ook andere wegen, zoals de bekende Chaussée Brunehaut die van Boulogne via Atrecht, Cambrai, Bavay, Liberchies naar Tongeren liep en zich daar verenigde met bovenstaande route. Een andere weg liep langs de Maas naar Cuijk en Nijmegen. De mensen legden doorsteekjes aan tussen de steden en dorpen, die op hun beurt weer belangrijk werden. Het is een cliché dat het Romeinse Rijk groot werd door zijn wegen, maar daarom is het nog wel waar.

Maar in de Lage Landen begon het dus met de weg die Marcus Vipsanius Agrippa heeft aangelegd van de Kanaalkust naar Keulen. Nouwen stelt voor die de Via Vipsania te noemen. De Romeinen noemden hun wegen immers naar degene die ze bouwden, zoals de Via Appia, de Via Domitia en de Strata Diocletiana.

Romeinse grafheuvel bij Tongeren

Na de Oudheid

In het met mooie foto’s van Sofie Nouwen geïllustreerde boek lezen we niet alleen over de aanleg en de geschiedenis van de Via Vipsania, maar ook over de romanisering en over de invloed van de weg op het latere landschap. De heerbanen speelden nog een rol in de Guerre d’Hollande en de Oostenrijkse Successieoorlog. Ze zijn er zelfs nog steeds en op vrij veel plekken is nog het een en ander te zien. Toen ik onlangs in Tongeren was, ben ik langs enkele antieke wegen wezen fietsen. Niet alleen zie je dan de grafheuvels die de Romeinse grootgrondbezitters langs de weg hebben laten oprichten, maar je rijdt zo nu en dan ook over paden van twee millennia oud.

Dat is ook het punt dat misschien de meeste aandacht verdient. Delen van het oude wegennetwerk zijn er nog, maar door grote infrastructurele projecten verdwijnen ze in een steeds hoger tempo. Ten oosten van Tongeren is het landschap echt volledig op de schop gegaan. Nouwen is realist genoeg om te weten dat je niet alles kunt beschermen, maar datzelfde realisme maakt hem bezorgd over de toekomst van het historische landschap. Met zijn boek publiceerde hij daarom ook een erfgoeddossier. Je hoopt dat het effect sorteert, want je hoeft als toerist niet eens bovenmatig geïnteresseerd te zijn in Romeins België om Nouwens bezorgdheid te delen om de infrastructurele werken in Haspengouw.

***

Behalve het boek De Romeinse heerbaan en het erfgoeddossier, maakte Nouwen ook veel informatie online beschikbaar: hier.

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

Zelfde tijdvak


Caesar bezet Córdoba

maart 22, 2025
Caesar in Rome: de “Rechtsfrage”

maart 3, 2021
Hoezo monotheïsme? (3)

november 25, 2013 Deel dit:

#Bavay #België #boeken #Boulogne #Cambrai #castellum #ChausséeBrunehaut #GuerreDeHollande #Haspengouw #Jülich #Kassel #Liberchies #MarcusVipsaniusAgrippa #OostenrijkseSuccessieoorlog #RobertNouwen #RomeinseWegen #Tongeren #topografie #ViaBelgica #ViaVipsania #wegen