Fietsen in de Maasvallei

De Maasvallei bij Chokier

Ik heb weleens geblogd over het Land van Herve: het mooie deel van België recht onder Nederlands Zuid-Limburg. Neem (als u uit Nederland komt) de trein naar Heerlen, stap over op de trein naar Aken of fiets rechtstreeks naar Vaals, klim naar het Drielandenpunt en ga daarvandaan richting Luik en je ziet dat het Land van Herve echt prachtig is. Niet voor niets hebben de goede god en de duivel er ooit een damwedstrijd gehouden.

Luik

Eenmaal in Luik bent u in de vallei van de Maas. Eerlijk is eerlijk: Brusselse wafels zijn smakelijker dan Luikse, maar Luik heeft dan weer de Liégeois en die heeft Brussel weer niet. Er zijn in Luik verschillende mooie middeleeuwse kerken (zoals, zoals) en er is ook het schitterende spoorwegstation van Guillemins. Het Musée Grand Curtius heeft een adembenemende collectie glas en een degelijke archeologische afdeling. Het Archéoforum voor het prinsbisschoppelijk paleis vergt wat inspanning van de bezoeker. Er is hier overigens ook een monument voor de aanslag van 2011.

Een engel in de Sint-Paulus-kathedraal in Luik

Aan de andere kant van de Maas is het Maison de la Métallurgie et de l’Industrie, waar onder meer het van zink gemaakte bad van Napoleon is te zien. Controleer overigens de openingstijden van musea en kerken; ze sloten in elk geval niet altijd aan bij wat ik verwachtte. Tussen de middag gaan in Wallonië ook winkels veelal dicht.

Luik geldt (in elk geval in Nederland) als een industriestad die beter dagen heeft gekend, maar er is veel gemoderniseerd en u zult er plezier aan beleven. De stad presenteert zich bovendien als fietsstad en dat vélo-cité is meer dan een melige woordspeling. De gemeente maakt er werk van. Enigszins paradoxaal moest ik bij mijn laatste bezoek, vorig jaar juli, voortdurend omrijden omdat ze de fietspaden aan het verbeteren waren.

De Belgisch-Franse grens

Fietsen langs de Maas

Misschien verbaast u dit, want België heeft een slechte reputatie als het gaat om fietspaden. Het schijnt zelfs zo te zijn dat de wetgever je, als je denkt dat het fietspad niet deugt, toestaat op de stoep te rijden of op de straat. Het kan namelijk prima gebeuren dat op een en dezelfde weg het wegdek voor auto’s er spic en span bij ligt en het tegelijk aangelegde fietspad vol kuilen zit. Hoewel het toch dezelfde laag asfalt is.

Ja, er zijn dus slechte fietspaden. Maar de gemeente Luik is niet de enige die er iets aan doet. Wallonië heeft een adembenemend mooi netwerk van 1500 kilometer fietsroute dat RAVeL heet (Réseau Autonome des Voies Lentes). Het gaat vaak om oude treinlijnen waar een fietspad is aangelegd, zodat de hellingen altijd te overzien zijn. Van Aken via Luik en Namen kun je zo helemaal naar Charleroi, Bergen en Doornik rijden. Hier is de landkaart. Aan de andere kant van de grens sluit het netwerk aan op de Franse voies vertes.

Hôtel de Groesbeeck, Namen

De Maasvallei, vanaf Luik naar het zuidwesten, biedt veel moois. Ik noem Amay, met het Merovingische graf waarover ik vorig jaar over schreef. Ik noem ook Hoei, met een beeldschone kapittelkerk met dito kerkschat. De Waalse hoofdstad Namen, met een fijne boekhandel, een Hôtel de Groesbeeck en een Musée des arts anciens (met de Schat van Oignies) en de citadel. Het mooiste deel van de Maasvallei begint voorbij Dinant, richting Frankrijk. Ook deze stad heeft een beroemde citadel. De brug over de Maas is overigens de plek waar tijdens de Eerste Wereldoorlog een jonge luitenant Charles de Gaulle gewond raakte. Verder naar het zuiden liggen enkele mooie kastelen en net over de grens is Mont Vireux.

Terug naar Nederland

U zult op een gegeven moment naar Nederland of Vlaanderen terugkeren. Je kunt in België de fiets vrij eenvoudig meenemen in de trein, simpeler althans dan in Nederland. De treinen zijn ook minder druk, heb ik de indruk. Maar noordwaarts fietsen is natuurlijk leuker.

Kerkportaal, Hoei

Ik heb zelf een voorkeur voor kleine wegen, maar u gaat nu de Taalgrens over en daar heb ik iets wonderlijks geobserveerd: de kleine wegen zijn vaak heel slecht onderhouden. Tussen Namen en Leuven is het stuk van Beauvechain naar Bierbeek hopeloos. Soortgelijke ervaringen heb ik gehad toen ik van Tervuren naar Tienen fietste, onder en boven de Taalgrens. Ik heb het vermoeden dat de gewestelijke autoriteiten in Wallonië en Vlaanderen eigenlijk niet geïnteresseerd meer zijn in de wegen naar de andere helft van België en daarom het onderhoud beperken tot de grote wegen.

Van de plekken om op weg naar het noorden te bezoeken, licht ik Nijvel er uit, met een prachtige kapittelkerk en een goed museum. Ik hoef Leuven en Mechelen niet te prijzen. In Brussel noem ik het Huis van de Europese Geschiedenis, de bij Nederlanders ten onrechte volslagen onbekende Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis en ook het Atomium, dat onlangs erg mooi is opgeknapt en toch wel een van de meest bijzondere bouwwerken ter wereld is.

Morgen begint de zomertijd. Fiets voorzichtig en heb veel plezier!

Een cryolophosaurus in het Natuurhistorisch Museum, Brussel

#Amay #Archéoforum #Atomium #België #Bergen #Brussel #Charleroi #CharlesDeGaulle #Dinant #Doornik #fietsen #fietspad #Hoei #HuisVanDeEuropeseGeschiedenis #KoninklijkeMuseaVoorKunstEnGeschiedenis #LandVanHerve #Leuven #Luik #LuikGuillemins #Maasvallei #Mechelen #MontVireux #MuséeGrandCurtius #Namen #NapoleonBonaparte #Nijvel #RAVeL #schatVanOignies #Taalgrens #Tervuren #Tienen #Wallonië

Hak om, die boom

West-Europa, dus zeg maar onze cultuur, is ontstaan in de Frankische tijd. Zoals Jeroen Wijnendaele onlangs in zijn boek over koning Clovis benadrukte, ontstond in de Late Oudheid een politieke eenheid die niet primair op de Middellandse Zee was gericht. Onze taal (ons meest identiteitvormende erfgoed) stamt af van het Frankisch, de oudste laag in onze literatuur is Frankisch, het christendom verspreidde zich in de Frankische tijd. Maar hoe is de kerstening verlopen?

Er zijn allerlei vrome legendes, waarvan iedereen eigenlijk ook wel weet dat het alleen maar vrome legendes zijn. Elk mirakelverhaal veronderstelt immers dat de lieve god de natuurwetten opschortte ten behoeve van deze of gene patiënt, en zoiets hoeven we zelfs niet te overwegen. Tegelijk: op een zeker moment was het christendom aanwezig en het moet ergens vandaan zijn gekomen. En ook: sommige gebeurtenissen zijn voldoende gedocumenteerd om plausibel te zijn. Het lijdt bijvoorbeeld geen twijfel dat bewoners van Oostergo in 754 of 755 aan de Boorne een Frankisch leger hebben aangevallen en dat daarbij de stokoude aartsbisschop Bonifatius van Mainz om het leven kwam.

Vlaanderen

Waarmee ik een Nederlands voorbeeld geef van de problematiek: het ingeburgerde “755 Bonifatius bij Dokkum vermoord” is simpelweg onwaar. Soortgelijke correcties zijn vanzelfsprekend ook mogelijk voor andere regio’s en het is de verdienste van de Belgische historicus Geert Berings dat hij het in Hak om, die boom allemaal eens op een rijtje zet voor de vallei van de Schelde. Gewoon, historisch-kritisch onderzoek.

Berings is zeker niet de eerste die zich met de materie bezighoudt. In de loop der tijd is er echter een extra handschrift van het heiligenleven van Sint-Amandus bij gekomen, is de archeologie tot bloei gekomen en zijn tekstwetenschappers meer literaire parallellen gaan herkennen. Ook niet onbelangrijk: wat historici sinds de ontkerkelijking aan vertrouwdheid met het christendom hebben verloren, hebben ze aan kritische distantie gewonnen. Het Frankische christendom van vandaag is een ander dan dat van dertig jaar geleden.

De boom die moet worden omgehakt is dan ook niet alleen de aanslag op de laatantieke flora die de lezer op het omslag krijgt gepresenteerd. Berings schrijft dat hij met zijn boek ook enkele diepgewortelde ideeën over de kerstening wilde kappen, al erkent hij dat het eindresultaat meer een snoeibeurt is geweest. Het levert in elk geval een prettig boek op dat ik heb gelezen met plezier en met vrucht.

Een leeg landschap

Berings neemt een lange aanloop. In het eerste deel van zijn boek beschrijft hij de romanisering van de Scheldevallei en de laatantieke leegloop van het gebied. Ik leerde onder andere dat archeologen inmiddels aarzelen om de verwoestingen die, toen ik eind vorige eeuw De randen van de aarde schreef, nog werden toegeschreven aan een aanval van Germaanse piraten (de Chauken), met die gebeurtenis in verband te brengen.

Hoewel ik de eerste hoofdstukken dus met vrucht heb gelezen, begon het boek pas echt op blz.148, als Berings samenvat dat de noordelijke Scheldevallei was ontvolkt, dat de Gallo-Romeinse elite was vertrokken, en dat de schaarse bewoning bestond uit inheemse boeren en Germaanse immigranten. Zeg maar zoals in het onlangs onderzochte kustgebied bij Koksijde. Christenen waren er zeker nog niet op het moment dat Amandus er aankwam en twee kloosters stichtte aan de samenloop van Schelde en Leie – Gent.

Een leven van Amandus

Over de beroemde missionaris weten we weinig. In het tweede deel van Hak om, die boom bezoekt Berings de plaatsen waar de bisschop ooit moet zijn geweest. Die locaties kloppen wel – Amandus was van 648 tot 651 bisschop van Maastricht en stichtte onder andere het klooster van Nijvel – maar de verhalen die daar zijn gesitueerd, zijn vaak ongeloofwaardig. Berings wordt niet moe erop te wijzen dat veel informatie bestaat uit standaardmotieven die we ook aantreffen in andere Merovingische heiligenlevens, vooral dat van Martinus van Tours (“Sint-Maarten”).

De historische feiten lijken ongeveer te zijn dat Amandus kwam uit Aquitanië, een blauwe maandag woonde op het Île d’Yeu, zich enkele jaren liet inmetselen bij een kerk in Bourges, Rome bezocht, contacten had aan het hof van de Merovingische koning Dagobert (r.623-639), tot bisschop werd gewijd, begon aan de missionering van de Scheldevallei en een paar jaar bisschop was in Maastricht. Tussen de regels door herkennen we een man die zocht naar eenzaamheid.

De kerstening

Dat werpt een zeker licht op de stichting van de twee kloosters in wat nu de stad Gent is, maar toen een verlaten landschap. Het gaat om de Sint-Baafsabdij in het oosten van de stad en de Sint-Pietersabdij op de Blandijnberg in het zuiden. (Ik blogde er onlangs over.) Tegenwoordig loop je in een half uur van het ene naar het andere klooster, maar in de Frankische tijd waren het gescheiden werelden – en misschien herken je dat nog in het feit dat de twee religieuze vestigingen liggen bij twee spoorwegstations die toegang bieden tot totaal verschillende delen van Gent. Waar het Berings om gaat is dat het landschap leeg was en dat de kloosters waren bedoeld om in eenzaamheid te kunnen leven. Ze bestonden, net zoals de Ierse kloosters van die tijd en de laura’s uit het Nabije Oosten, vrijwel zeker uit een verzameling eenvoudige gebouwen. Grote abdijen werden het pas later.

Maar als de kloosters bedoeld waren om teruggetrokken te leven, als Amandus van de Germaanse boeren werd gescheiden door de taal, hoe is de regio dan gekerstend? In het derde deel van zijn boek behandelt Berings Amandus’ optreden, de kloosterstichtingen en de feitelijke kerstening, die zich voltrok vanuit de kerkjes en kapelletjes op de landgoederen. Dat klonk mij plausibel in de oren.

Tot slot

Uiteraard is er geen koe zo bont of er zit wel een vlekje aan. Zo is Berings’ presentatie van Constantijns keuze voor het christendom wel érg traditioneel. Daar was wel een boom om te hakken geweest. Het viel me ook op dat Berings, die gespitst is op de standaardmotieven in laatantieke en vroegmiddeleeuwse heiligenlevens, schrijft dat heilige bossen een belangrijke rol speelden in de religieuze beleving van de Germanen. Ik weet dat zo net nog niet: in het Grieks-Romeinse denken waren er aan de randen van de bewoonde wereld allerlei onherbergzame wouden, en als je die literaire obsessie weghaalt, blijft er weinig geboomte over in het oude Germanië.

Dat gezegd zijnde: Hak om, die boom is een fijn boek. Ik heb het, zoals gezegd, met veel plezier en met vrucht gelezen. Aanbevolen, van harte aanbevolen, aan eenieder die belangstelling heeft voor de geschiedenis van Vlaanderen, voor de kerstening en het ontstaan van de West-Europese cultuur.

#Amandus #België #bisschop #Bonifatius #DagobertI #Franken #GeertBerings #Gent #kerstening #Maastricht #MartinusVanTours #Merovingen #Nijvel #Schelde #SintMaarten #SintPietersabdij #Vlaanderen

De Franken - Mainzer Beobachter

De laatste Romeinse keizer die nog belang stelde in de gebieden ten noorden van de Alpen was Majorianus (r.457-461). Dat betekende dat hij het conflict aanging met de Franken, die inmiddels in het noorden van Gallië een staat aan het opbouwen waren. Ik blogde al eens over hun leider Childerik. De Romeinse auteur Sidonius Apollinaris … Meer lezen over De Franken

Mainzer Beobachter