De opstand van Hermenegild (2)

Visigotische votiefkroon (Visigotisch Museum)

[Laatste van tweede blogjes over de opstand van Hermenegild. Het eerste was hier.]

Vierde bedrijf: Oorlog?

Koning Leovigild liet het niet bij een religieuze volte-face: hij trok ten strijde. Maar niet tegen zijn zoon. Zijn eerste campagne voerde hem naar het noorden, naar de Basken: door zijn gezag daar te laten gelden, verhinderde hij dat de Franken zich in een mogelijke burgeroorlog in het Rijk van Toledo zouden mengen. Een tweede operatie bracht hem naar Mérida, waar hij de weg afsneed waarmee de Sueben Hermenegild te hulp zouden hebben kunnen schieten. Pas nu rukte hij op naar Sevilla.

Hermenegild had in de voorgaande tijd, toen zijn vader in het noorden was, alle gelegenheid gehad om op te rukken naar Toledo, maar dat deed hij niet. Het was, zo zei hij, niet passend dat een zoon met geweld optrad tegen een vader. De Latijnse formulering is een echo van de Latijnse vertaling van een beroemde regel uit het Bijbelboek Samuël: als David de mogelijkheid heeft koning Saul uit te schakelen, zegt hij dat het niet passend is met geweld op te treden tegen een gezalfde des heren.

De vraag is pertinent of Hermenegild zelf vond dat hij in opstand was. Hij was al koning vóór hij naar Sevilla ging en hij rukte niet op naar de residentie, wat je van een rebel zou verwachten. Nu hij door Leovigild tot rebel was gemaakt, probeerde hij zich wel te verdedigen. Bisschop Leander reisde naar Constantinopel om daar Byzantijnse steun te vragen; hij ontmoette er de latere paus Gregorius I de Grote, met wie hij vriendschap sloot, maar kreeg geen troepen toegezegd, ook niet toen hij had geopperd dat een pro-Byzantijnse koning Hermenegild de stad Córdoba weer aan Byzantium zou overdragen.

Hermenegild was gedoemd. De enige die hem kon steunen was de Byzantijnse commandant in zuidelijk Spanje, maar Gregorius van Tours weet dat Leovigild deze man 30.000 goudstukken betaalde om zich buiten het conflict te houden. Toen Leovigilds leger aankwam bij Sevilla, trok Hermenegild zich terug naar Córdoba, waar hij onder onduidelijke omstandigheden werd gevangengenomen. We mogen de vraag stellen of dit kleinschalige conflict wel een oorlog was. In elk geval bracht Hermenegilds jongere broer Reccared hem naar Valencia en later naar Tarragona. Koningin Ingundis overleed onderweg, verdacht jong.

Vijfde bedrijf: Reccared

Op de avond voor Pasen 586, 13 april, kreeg de gevangen Hermenegild de gelegenheid naar de kerk te gaan, maar hij weigerde de ariaanse eredienst bij te wonen. Op koninklijk bevel werd hij uit de weg geruimd – en omdat Leovigild radeloos was na de dood van zijn zoon, is wel aangenomen dat de ariaanse koningin Goiswintha de opdracht heeft gegeven.

De ontroostbare Leovigild overleed een paar dagen later, om te worden opgevolgd door zijn zoon Reccared. Leander van Sevilla haastte zich naar Toledo, en na een gesprek met de bisschop trok Reccared de consequenties uit de voorafgaande gebeurtenissen: zijn broer en de zuidelijke adel waren al overgegaan tot het Chalkedonische Credo, zijn vader was een eind in die richting opgeschoven, dus zijn eigen bekering was geen grote stap. Een inscriptie in de kathedraal van Toledo, gedateerd 13 april 587 (dus exact een jaar na de executie van Hermenegild) documenteert dat de kerk weer van eigenaar wisselde.

Inscriptie van koning Reccared in de Kathedraal van Toledo

Op de Derde Synode van Toledo (in 589) sloegen voorzitter Leander van Sevilla, koning Reccared en de Chalkedonische bisschoppen spijkers met koppen. De komende eeuw zou het Rijk van Toledo katholiek zijn – en niet in de betekenis die Leovigild aan dat woord had gegeven.

Wat betekende dit?

De lezer van deze blogjes mag zich afvragen waarom ik zoveel ruimte besteed aan dit conflict, dat geen opstand was, niet met een echte oorlog ten einde kwam, en feitelijk een familieruzie was, zij het een familieruzie onder gekroonde hoofden. Het punt zit in de symboliek waarmee Leander vorm gaf aan Hermenegilds bekering: niet met een doopsel maar door middel van zalving.

Daarvoor was een antecedent, al moesten de betrokkenen er anderhalf millennium voor terug: de profeet Samuël had, toen koning Saul niet recht in de leer bleek, David tot koning gezalfd. Daarom zijn de woorden waarmee Hermenegild aangaf niet tegen zijn vader ten strijde te willen trekken zo belangrijk: ze duiden erop dat de parallellie ook door hem werd herkend. Het blijkt ook uit zijn munten, waarop hij aangeeft te regeren krachtens droit divin. Leovigild nam de claim van de weeromstuit over op enkele munten, iets wat hij nooit daarvoor had gedaan en nooit meer zou doen na de “opstand” van zijn zoon.

Hermenegild en Leander introduceerden een nieuwe legitimatie voor de monarchie. Waar Leovigild zich nog had gepresenteerd als behorend tot de oude Visigotische adel, maar al had ervaren dat dit eigenlijk niet goed werkte omdat er allerlei belangrijke niet-Visigotische rijksgroten waren, koos zijn zoon voor een nieuwe manier om de monarchie te rechtvaardigen. In de zin dat deze legitimatie religieus was, leek ze wat op de Byzantijnse: de keizer gold als gelijke van de apostelen, isapostolos. Het verschil is dat Hermenegild teruggreep op koning David.

Reccared had aan deze vorm van legitimatie geen behoefte. Zijn vader had hem immers al vóór de crisis met Ingundis tot koning gemaakt. Maar men herinnerde zich het nieuwe model. Toen in 633 koning Swinthila zijn zoon Sisebut tot medekoning wilde verheffen, was er protest van de rijksgroten, en daarop kwam Leanders broer en opvolger, bisschop Isidorus van Sevilla, naar Toledo om de prins tot koning te zalven. Op latere Synodes van Toledo werd de praktijk steeds verder uitgewerkt.

Ere-inscriptie voor Hermenegild (Sevilla, Puerta de Córdoba)

Eind zevende eeuw was zalving de normale praktijk in het Rijk van Toledo, en een halve eeuw later was het gebruik ook bekend in het Karolingische Frankenrijk. Het is sindsdien de wereld overgegaan.

Literatuur

R. Barroso Cabrera e.a., Hermenegildvs Rex: Prince, Usurper, and Martyr
A Critical Study on the Rebellion of St Hermenegild (578-585) (2025)

#arianisme #Credo #Goiswintha #GregoriusIDeGrote #GregoriusVanTours #Ingundis #IsidorusVanSevilla #katholicisme #koningDavid #LeanderVanSevilla #Leovigild #monarchie #Reccared #RijkVanToledo #Sevilla #Sisebut #Swinthila #SynodesVanToledo #zalving

Toerist in Toledo

Aankomst in Toledo

Toledo, gelegen in het centrum van het Iberische Schiereiland, was in de Late Oudheid de hoofdstad van het Rijk van Toledo. Hier resideerden koningen die stamden uit een dynastie die ook wel Visigotisch wordt genoemd, wat nogal misleidend is omdat die naam een Germaans karakter suggereert dat deze vorsten totaal niet hadden. Ze waren in alle opzichten Romeins en de wetsoptekening van koning Recceswinth, het Liber Iudiciorum uit 654, is na het Byzantijnse Corpus Iuris de meest ambitieuze rechtscodificatie uit de Late Oudheid. Het Rijk van Toledo was simpelweg de post-Romeinse staat par excellence.

De stad bezit het bij mijn weten enige Visigotische museum ter wereld, en dat was één reden om er naartoe te gaan. Maar er was meer. De naam “Toledo” heeft een bijna magische klank, net zoals Venetië, Constantinopel, Damascus, Isfahan of Samarkand. In die plekken is ooit geschiedenis gemaakt en de echo’s klinken nog steeds door. Toledo als plaats van talloze laatantieke synodes, die vooruitwijzen naar de middeleeuwse standenvergaderingen. Toledo als centrale stad in de middelste grensmark van het Emiraat van Córdoba. De inname van Toledo in 1085 als keerpunt in de geschiedenis van het Iberische Schiereiland. Toledo als vertaalschool. Toledo als voornaamste bisdom in Spanje. En verder: Toledo als artistiek centrum, als plaats waar drie godsdiensten elkaar al dan niet harmonieus ontmoetten, en als locatie van beroemde romans (i.c., Het vijfde zegel van Simon Vestdijk).

Inscriptie van koning Reccared voor de Synodes van Toledo (Kathedraal van Toledo)

De stad stond al jaren op mijn verlanglijstje en ik kan alleen zeggen: Toledo overtrof alle verwachtingen. Ik zal dit narcistische winterfeuilleton niet voorzien van een uitputtende beschrijving van alles wat er is te zien, al was het maar omdat we er maar één dag konden zijn. Ik beperk me tot het Visigotisch Museum en twee moskeeën.

Visigotisch Museum

Eerst het Visigotisch Museum, dat voluit Museo de los Concilios y la Cultura Visigoda heet en is gebouwd in de dertiende-eeuwse kerk van San Román. Die is zelf ook een bezoek waard, want het is een prachtig voorbeeld van de mudejar-stijl, d.w.z. christelijke kunst met invloeden uit het Arabische zuiden. Geen romaanse rondbogen of gotische spitsbogen dus, zoals je in de dertiende eeuw misschien zou verwachten, maar hoefijzerbogen, en inscripties in Arabische letters.

Jezus geneest een blinde (El Salvador-kerk, Toledo)

De collectie op zich is niet heel groot en bestaat vooral uit architectuurfragmenten, al zijn er ook munten te zien en inscripties, replica’s van votiefkronen, gebruiksvoorwerpen en een afgietsel van een zesde-eeuwse pijler die is te zien in de kerk van El Salvador. Die is opmerkelijk, omdat die kerk teruggaat op de Grote Moskee van Toledo, waar de christelijke reliëfs op deze pijler blijkbaar nooit aanstoot hebben gegeven.

Het fijne zit vooral in het feit dát dit museum er is, want de zesde en zevende eeuw zijn een beetje een vergeten periode, terwijl het koningschap van Toledo een hoge symboolwaarde heeft gehad: de laatmiddeleeuwse christelijke koningen bewezen meer dan eens lippendienst aan een geïdealiseerd herstel van het door de Arabieren onderworpen koninkrijk, en die claim is blijven bestaan na de Late Middeleeuwen. In Madrid staan op de Plaza de Oriente tegenover het koninklijk paleis twintig achttiende-eeuwse standbeelden van heersers, die een verband suggereren tussen de bewoners van het paleis en de Visigotische koningen.

Votiefkroon (Visigotisch Museum)

Het museum in Toledo deelt deze visie op een continuïteit van het Rijk van Toledo via de christelijke rijkjes naar het moderne Spanje niet. Het toont het Rijk van Toledo als de laatantieke staat die het was, met laat-Romeinse trekken en vroeg-middeleeuwse trekken. Met een geestelijkheid en met een vorst. Er is weinig aandacht voor het leger: ook vooroordelen over het gewelddadige karakter van de zesde en zevende eeuw worden niet bevestigd. Ook worden geen pogingen gedaan de Visigotische heersers te presenteren als Germanen – de naam “Visigoten” is te ingeburgerd om nog te veranderen, maar is ook wat misleidend. In elk geval: het museum is de moeite van een bezoek meer dan waard.

Moskeeën

We bezochten ook twee voormalige moskeeën. Een daarvan is vernoemd naar een kerk die er later is ingericht en staat bekend als de Mezquita del Cristo de la Luz. Het is een beeldschoon monumentje, gebouwd in 999 na Chr., op een steenworp van een eveneens Arabische stadspoort, de Bab el-Mardum. De versieringen zijn gemaakt van baksteen, zodat deze moskee weliswaar heel sober is (want wat is nou eenvoudiger dan baksteen?) maar ook heel expressief gedecoreerd. Ik houd hiervan, zoals ik ook houd van de Amsterdamse School. Toen de moskee in gebruik was genomen als kerk, zijn fresco’s aangebracht die ook heel mooi zijn.

Mezquita del Cristo de la Luz

Even hoger op de heuvel ligt de Mezquita de Tornerías. Die is helemaal bijzonder. Je loopt vanaf de straat een huis binnen, en de vertrekken op de begane grond zijn al vrij monumentaal, met allerlei natuurstenen bogen. De functie is niet helemaal duidelijk. Daaronder ligt een cisterne. Deze twee niveaus waren in de Visigotische en Arabische tijd in gebruik. Er onder zijn wat resten uit de IJzertijd, en de moskee is gebouwd op de tweede verdieping. Het is prachtig ontsloten.

Deze moskee werd gebruikt door een gezelschap dat bekendstaat als de Broederschap van Yami’ al-Wadi’a, wat weleens wordt vertaald als “bewaring”. Een document uit de vroege vijftiende eeuw bewijst niet alleen dat er toen nog moslims in Toledo woonden, maar dat de leden van de Broederschap ook nog Arabisch spraken, huwelijken inzegenden volgens islamitisch recht, aalmoezen verzorgden, uitvaarten regelden en twee winkels verhuurden. De huuropbrengst werd gebruikt voor het onderhoud van de moskee.

El Greco, De begrafenis van de graaf van Orgaz

Tot slot

Ik kwam in Toledo ogen tekort. We betraden de stad over de Puente de Alcántara, we passeerden de Puerte del Sol, we bekeken de kathedraal (waar je eigenlijk een hele dag voor moet uittrekken), we bezochten het Sefardisch Museum ofwel de Sinagoga del Tránsito alsmede de even verderop gelegen Sinagoga de Santa María La Blanca. In de kerk van Santo Tomé hebben we verbluft gekeken naar El Greco’s schilderij van “De begrafenis van de graaf van Orgaz”, wiens graf daar trouwens ook werkelijk is.

Toledo heeft veel, veel meer te bieden, maar wij hadden slechts één dag. Geen bezoek dus aan het klooster van San Juan de los Reyes, aan het Alcazar of aan het El Greco-museum. We hadden er langer moeten blijven. Drie dagen minimaal. Maar we hebben de dingen gezien die we echt het meest wilden zien, en het is beter ergens te kort te zijn geweest dan er überhaupt niet te zijn geweest.

Morgen: Valencia.

#ElGreco #emiraatVanCórdoba #LiberIudiciorum #mudejarStijl #Reccared #Recceswinth #RijkVanToledo #SimonVestdijk #SynodesVanToledo #Toledo #Visigoten

Het Rijk van Toledo (2)

Halssnoer uit de zesde of zevende eeuw (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)

[Tweede van vier blogjes over het Rijk van Toledo. Het eerste was hier en over de voorgeschiedenis leest u daar meer.]

In 586 besteeg Leovigilds zoon Reccared de troon en omdat zijn vader had gefaald in het apaiseren van de aanhangers van het Credo van Chalkedon, besloot de nieuwe koning zich maar bij hen aan te sluiten. Daarmee aanvaardde het Rijk van Toledo het christendom zoals het ook in het Byzantijnse Rijk bestond.

De kerk profiteerde ervan. Opgravingen (zoals deze recente) documenteren dat de kerkgebouwen bepaald geen nederige stulpjes waren. Tegelijk werd de kerk nu meer dan ooit een bestuursinstrument. Tot 704 vonden in Toledo achttien synodes plaats, die zijn te beschouwen als zowel kerkelijke als bestuurlijke landdagen. De vergaderingen hadden vérgaande wetgevende taken en de hier vastgestelde wetten lijken ook merendeels te zijn uitgevoerd. Ze beschrijven dus meestal reële situaties.

Tiende-eeuwse afbeelding van een Synode van Toledo

Checks and balances

Zo werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen het bezit van de koning als privépersoon en als vertegenwoordiger van de overheid. Deze laatste categorie, de kroondomeinen dus, was extreem belangrijk. De koning van Toledo beheerde niet alleen de domeinen die de Romeinse keizer Theodosius I al had bezeten, maar confisqueerde ook nog het een en ander, zodat de pachtopbrengsten een forse bijdrage vormden aan de staatsschatkist. Tegelijk had de vorst minder mogelijkheden om belasting op te leggen dan de keizer had gehad. Grootgrondbezitters ontsprongen sowieso de dans. Om het anders te zeggen: de grote omvang van de domeinen maakte dat de belastingen in het Rijk van Toledo lager konden zijn dan in de Romeinse wereld. Of om het nog anders te zeggen: doordat de rijken niet belast konden worden, moest de koning grote domeinen aanhouden.

Belangrijk is verder dat de koningen van Toledo weliswaar golden als bron van recht, maar niet boven de wet stonden. Net als bij het onderscheid tussen kroondomeinen en ’s konings privébezit, kun je zeggen dat de Synodes de macht van de koning inperkten. Je zou de relatie tussen Synodes en vorst misschien, met een anachronisme, kunnen aanduiden als checks and balances.

Kruis uit de zesde of zevende eeuw (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)

Antisemitisme

Ik schreef dat de meeste wetten ook werden uitgevoerd. Het voornaamste terrein waarop dat niet het geval was, was de bestrijding van judaïserende christenen. Er waren op het Iberische Schiereiland veel joden; dat onlangs van een vierde-eeuwse kerk in Jaén werd vastgesteld dat het feitelijk een synagoge was, suggereert dat de joodse aanwezigheid nog wordt onderschat. Christenen hadden dagelijks contact met de joden, die daardoor aanzienlijke invloed hadden op hun stads- en dorpsgenoten. Een voorbeeld is het vasthouden de joodse paasdatum, een praktijk die is gedocumenteerd in diverse herderlijke brieven. Het cruciale punt is nu niet dat allerlei christenen niet zuiver waren in wat de geestelijkheid beschouwde als de enige juiste leer, maar dat de gelovigen zich konden beroepen op passages uit de Wet van Mozes. Ze bezaten dus boeken en deze mensen waren dus geen dagloners of slaven die niet beter wisten, maar rijke mensen. Dat maakte judaïsering een voor de kerk belangrijke kwestie.

De Synodes van Toledo kondigden allerlei anti-joodse decreten af. De eerste aanzet was via het Breviarum Alaricianum geïmporteerd uit de Byzantijnse Codex Theodosianus, maar met het oog op de rijkseenheid bekrachtigden de Synodes deze maatregelen steeds opnieuw. De herhaling bewijst echter dat de maatregelen niet werden uitgevoerd. De decreten worden na 650 steeds feller en scherper, de straffen op ontduiking werden steeds inhumaner (o.a. scalperen als straf voor besnijden), en waar de wetgevende Synode zich ooit alleen maar had geërgerd aan de joodse religie, werden de decreten uiteindelijk ronduit racistisch.

Laatantiek grafschrift van iemand die aan het hoofd stond van twee synagogen (Archeologisch museum, Mérida)

In 654 vaardigde koning Recceswinth (r.649-672) het Liber Iudiciorum uit, dat was gebaseerd op de Codex Justinianus en, net als deze, verdeeld in twaalf boeken. Het laatste was geheel gewijd aan de bestrijding van jodendom, en er werd uiteindelijk bepaald dat alle joden een afschrift op zak dienden te hebben – wat overigens een aanwijzing is voor de graad van geletterdheid. Uiteindelijk werden door de Zeventiende Synode van Toledo (694) alle joden tot staatsslaaf verklaard. Opmerkelijk is overigens dat een elders gangbare anti-joodse wet, namelijk het verbod land te bezitten, in het Rijk van Toledo nooit is uitgevaardigd.

[wordt vervolgd]

#antisemitisme #arianisme #belastingen #BreviariumAlaricianum #CodexJustinianus #ConcilieVanChalkedon #Jaén #Latijn #LiberIudiciorum #paasdatum #Reccared #Recceswinth #RijkVanToledo #SynodesVanToledo #Visigoten

De Visigoten

Een altaarsteun uit Córdoba (Archeologisch museum, Córdoba)

Een kleine twee weken geleden maakten archeologen van de Amsterdamse Vrije Universiteit bekend dat er bij Lienden gouden munten waren gevonden die nieuw licht wierpen op de wijze waarop de Frankische koning Childerik de macht in het noordwesten van het Romeinse Rijk had kunnen overnemen. De Romeinse keizer Majorianus had – vermoedelijk over de twee schijven van generaal Aegidius en een Frankische heerser als Childerik – rond het jaar 460 goud betaald om een Frankisch leger voor zich te winnen en daarmee de Romeinse macht in Gallië te herstellen. Ik beschreef hier en daar hoe het latere Frankische koninkrijk is gegroeid uit het netwerk dat de Romeinen bij die gelegenheid met hun goud versterkten.

De Frankische staat is dus te beschouwen als voortgekomen uit het Romeinse Rijk. Net als het Byzantijnse Rijk. Net zoals de continuering van de Romeinse cultuur in de halfwoestijn van Libië waarover ik al eens schreef. En net als het koninkrijk dat een van oorsprong Visigotische groepering stichtte op het Iberische Schiereiland. Het verhaal van deze groep is soms parallel en soms tegengesteld aan dat van de Franken.

Het begint met verschillende groepen die in de jaren zeventig van de vierde eeuw over de Beneden-Donau kwamen, op zoek naar landbouwgronden. Niet heel anders dus dan de Franken in onze contreien, maar met één verschil: waar de Franken in 358 werden verslagen – dat beweerden de Romeinen althans – slaagde de Germaanse leider Fritigern er twintig jaar later in de Romeinse keizer te verslaan in de Slag bij Adrianopel. In de jaren daarna verwierven de migranten land, maar ze bleven ook als groep bij elkaar, met eigen leiders die we, anders dan bij de Franken, met naam en toenaam kennen: Fritigern (r.376-380), Alarik (r.395-410), Athaulf (r.410-415), Theodorik I (r.418-451), Theodorik II (r.453-466), Eurik (r.466-484)…

Mantelspeld (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)

Van tijd tot tijd trokken de migranten verder, op zoek naar beter land. Wat een rommelige coalitie was geweest, raakte zo steeds beter georganiseerd, onder leiders die echte koningen waren. Ondertussen sloten weggelopen slaven en gedeserteerde soldaten zich aan bij de groep, die vanaf de vroege vijfde eeuw bekendstaat als Visigoten. Taalkundigen zijn het erover oneens of dat “beste Goten” of  “wijze Goten” betekent, maar het betekent in elk geval geen “Westelijke Goten”. Het heterogene karakter van de groep maakt dat ze archeologisch nauwelijks zichtbaar zijn, zodat we hun omzwervingen vooral kennen uit geschreven bronnen. Dit is anders dan de Franken, die hun gewassen en hun boerderijtypen meenamen over de Rijn en archeologisch wel zijn aan te wijzen.

Om hun eis – land! – kracht bij te zetten, gaf de Visigotische koning Alarik in 410 bevel Rome te plunderen. Tot de buit behoorde de Tafel met de Toonbroden, die de Romeinen ooit hadden meegenomen uit Jeruzalem. Uiteindelijk kregen de Visigoten definitief hun land toegewezen, en wel in Aquitanië, waar veel landerijen leeg stonden. Hun hoofdstad was Toulouse. Dát is dan weer wél hetzelfde als bij de Franken: bij de landname – het germanisme is wel gepast – vestigden beide groepen zich in vaak verlaten gebieden.

Een andere overeenkomst tussen de Franken en het Rijk van Toulouse van de Visigoten: toen ze eenmaal land hadden, vochten ze mee met de Romeinen. Het leger waarmee Rome in 451 Attila en zijn Hunnen versloeg, kende ook Frankische en Visigotische contingenten. Enkele jaren later intervenieerden de Visigoten namens keizer Avitus op het Iberische Schiereiland, waar de Sueben (een andere groep van oorsprong Germaanse migranten) onrustig waren.

Medaillon van een heilige (Neues Museum, Berlijn)

Nog een overeenkomst: de zelfromanisering. Net als de Franken gingen ook de Visigoten Latijn spreken. Ze werden ook christelijk: de Germaanse voorouders van de Visigoten hadden zich al bekeerd vóór ze de Donau overstaken, de Franken deden het vermoedelijk na de desintegratie van het Romeinse staatsapparaat in het westen, terwijl de Sueben rond 445 het Niceense credo aanvaardden. (Dat de Franken, zoals vaak wordt beweerd, de eersten waren die deze variant van het christendom aanhingen, is gewoon onwaar.)

Een verschil tussen de Franken en de Visigoten is dan weer dat Rome met de eersten wilde samenwerken maar de laatsten als al te eigenzinnig begon te beschouwen. De Visigoten kregen namelijk steeds meer belangstelling voor de havensteden ten zuidoosten van Aquitanië, in de omgeving van Narbonne. Terwijl Majorianus rond 460 probeerde de Franken te paaien, probeerde hij de Visigoten terug te dringen naar Aquitanië. Later, in 468, zou keizer Anthemius de Visigoten zelfs aanvallen. Toen dat mislukte, achtte de Visigotische koning Eurik zich niet meer gehouden aan welk verdrag met Rome dan ook: hij trok over de Pyreneeën en bezette grote delen van Spanje.

Hiermee viel Romes laatste invloed buiten Italië definitief weg. Terwijl het met goudbetalingen aan het netwerk van Childerik had bijgedragen aan de versterking van het centraal gezag onder de Franken, was dat centrale gezag bij de Visigoten gegroeid doordat de leiders soms in conflict waren met Rome: in Adrianopel, door de hoofdstad te plunderen en door een aanval te overleven. Het resultaat was echter hetzelfde: de Visigotische en Frankische leiders konden alleen besturen door Romeinse praktijken voort te zetten.

Van de Visigoten kennen we diverse rechtsoptekeningen, zoals die van koning Eurik, de Codex Euricianus. Zijn opvolgers zouden verder gaan met het uitvaardigen en codificeren van de wetten. De Franken waren daar wat later mee – of beter: vroege vormen van rechtsoptekening kennen we niet – maar deden eveneens hun best de Romeinse wetten te continueren. Een vergelijkbare parallel is de relatie tot de kerk: zoals de Franken synodes organiseerden in Orleans, zo deden de Visigoten het in Toledo.

Gebedsnis (Archeologisch museum, Mérida)

Gestaag groeiden zo twee sterke, geromaniseerde staten. Soms werkten ze samen, soms waren ze in conflict: kort na 500 verdreven de Franken de Visigoten uit Aquitanië, wat overigens niet wil zeggen dat er een grootscheepse migratie plaatsvond. Aquitaanse landgoederen wisselden van eigenaar en de oude grootgrondbezitters vestigden zich op de landgoederen die hun families inmiddels alweer enige tijd bezaten in Spanje. Het eindresultaat was dat de twee staten een natuurlijke grens hadden: de Pyreneeën.

Wat opvalt uit de rechtsoptekeningen is hoe sterk het Rijk van Toledo – om een betere naam te gebruiken dan “het Visigotische rijk” – was geconcentreerd op de koning en het hof. Dat was ook de reden waardoor het uiteindelijk ten onder ging: in 711 was één veldslag, waarbij koning Roderik sneuvelde in een poging zijn laat-Romeinse staat te verdedigen tegen Arabische aanvallers, voldoende om het Rijk van Toledo ten onder te doen gaan. Zonder koning was er nu geen gezag meer en de Arabieren konden Toledo zonder slag of stoot overnemen. Tot de buit die ze op transport naar Damascus zetten, behoorde de Tafel met de Toonbroden.

Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.

Zelfde tijdvak


Possidius’ Augustinus

januari 23, 2017
Interpolationenforschung

maart 9, 2020
Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (2)

mei 22, 2025 Deel dit: #Aegidius #Alarik #AlarikII #Anthemius #Athaulf #Avitus #Childerik #CodexEuricianus #Eurik #Franken #Fritigern #Goten #Majorianus #RijkVanToledo #RijkVanToulouse #Sueben #SynodesVanToledo #TafelMetDeToonbroden #TheodorikI #TheodorikII #Toulouse #Visigoten