Het ontstaan van Marseille (1)

Marseille

In de eerste eeuw v.Chr. ontstonden enkele supergrote geschiedwerken. De Romeinse Geschiedenis van Quintus Valerius Antias telde ongeveer 80 boeken; de Wereldgeschiedenis van Nikolaos van Damascus was 144 boeken lang; Titus LiviusGeschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad bestond uit 142 boekrollen. Met 44 rollen was Pompeius Trogus’ geschiedwerk aan de korte kant, in tegenstelling tot de nogal opvallende titel: Geschiedenis van Filippos, het ontstaan van de hele wereld en de steden op aarde. Al deze werken zijn grotendeels verloren, maar gelukkig zijn er in de Oudheid al uittreksels gemaakt. Zo beschikken we wel over Justinus’ Epitome, een uittreksel uit de Geschiedenis van Pompeius Trogus.

De Epitome bevat een schat aan informatie, want Trogus had belangstelling voor de hele wereld. We zouden over de vroege geschiedenis van de Parthen een stuk minder hebben geweten als ook Justinus’ uittreksel verloren zou zijn gegaan. En we zouden het volgende pareltje niet hebben bezeten.

In de tijd van koning Tarquinius Priscus [rond 575 v.Chr.] voer een groep Fokeeërs vanuit Azië de Tiber op, sloot een bondgenootschap met de Romeinen en voer vervolgens naar het diepste deel van de Ligurische Zee, waar zij tussen de Liguriërs en de woeste Gallische stammen de stad Marseille stichtten en de ene heldendaad na de andere verrichtten, zowel als ze zich verdedigden tegen de wilde Galliërs als wanneer ze degenen aanvielen die hen hadden lastiggevallen.

Dat een groep Grieken in de zesde eeuw v.Chr. Rome heeft aangedaan, zoals de sage wil, is absoluut niet uitgesloten, al vraag je je wel af hoe deze informatie kan zijn overgeleverd. Het klinkt alsof Pompeius Trogus een verklaring wilde geven voor het feit dat Marseille een van Romes oudste bondgenoten buiten Italië was, waarvan niemand wist hoe de vriendschap was ontstaan. Hoe dan ook: Midden-Italië was in Griekenland bekend. Een continuator van de Theogonie van Hesiodos kende bijvoorbeeld een Koning Latinus.

Het verhaal dat Justinus namens Pompeius Trogus vertelt, vervolgt met een standaardmotief: migranten die hun land verlaten omdat de bevolking te groot is voor het achterland.

De Fokeeërs, gedwongen door de kleinheid en onvruchtbaarheid van hun grondgebied, hielden zich vanouds meer bezig met de zee dan met landbouw. Ze voorzagen in hun levensonderhoud door visserij, handel en vooral door piraterij, wat destijds gold als een eervol beroep. Ze waagden zich dan ook naar de verste kusten van de Oceaan en kwamen zo dus aan in de Ligurische Zee en bij de monding van de Rhône. Gecharmeerd door de schoonheid van het land, vertelden ze thuis wat ze hadden gezien, waardoor anderen besloten naar diezelfde streken te gaan. De kapiteins van de vloot waren Simos en Protis, die een verzoek indienden bij de koning van de Segobrigiërs, een man genaamd Nannos, of ze op diens grondgebied een stad mochten stichten, en met wie ze in vriendschap wilden leven.

Toevallig was de koning die dag bezig met de voorbereidingen voor het huwelijk van zijn dochter Gyptis, die hij, volgens de gewoonte van dat volk, van plan was uit te huwelijken aan een schoonzoon die tijdens het feest zou worden gekozen. Nadat alle huwelijkskandidaten waren uitgenodigd, werd ook aan de Griekse bezoekers gevraagd of ze aan het feest wilden deelnemen.

De jonge vrouw werd vervolgens voorgesteld, en toen haar vader haar vroeg water te geven aan degene die zij als echtgenoot wilde, negeerde zij alle anderen, wendde zich tot de Grieken en reikte water aan Protis, die, nu hij van gast ineens ’s konings schoonzoon was geworden, [bij wijze van bruidsschat] van zijn schoonvader het land kreeg om een stad te stichten.noot Justinus, Epitome 43.3.4-12.

Het verhaal over de prinses die een man uit Fokaia als echtgenoot koos, is in iets andere vorm ook overgeleverd door Aristoteles, waar de personages andere namen hebben: Protis heet er Euxenos, Gyptis heet er Petta. Aristoteles houdt rekening met de mogelijkheid dat Petta de beker met water per ongeluk aan Euxenos overhandigde, en weet verder te melden dat de afstammelingen van Euxenos en Petta Protiaden heetten.noot Aristoteles, fragment 549 [ed. Rose].

Morgen meer.

#Aristoteles #Fokaia #Hesiodos #Justinus #LigurischeZee #Marseille #PompeiusTrogus #TarquiniusPriscus

De gouden helm van Coțofenești

De gouden helm van Coțofenești

Eigenlijk wilde ik al een hele tijd een blogje schrijven over de gouden helm van Coțofenești, die onlangs is gestolen van de Dacië-expositie in het Drents Museum in Assen, samen met enkele armbanden waarover ik al eens blogde. Het kwam echter almaar niet van dat blogje. Maar overmorgen is hier een gastblogger die naar de diefstal zal verwijzen, dus nu kan ik het niet langer uitstellen. Zomaar wat vragen die bij mij opkwamen.

Vragen

Om te beginnen: waar komt het ding nou vandaan, hoe oud is het en is het wel afkomstig uit Dacië? De laatste weken lezen we dat de helm komt uit Coțofenești, maar toen die in 2019/2020 stond opgesteld in de Dacië-expositie in Tongeren, was hij nog afkomstig uit Vărbilău. En terwijl we nu lezen dat het voorwerp stamt uit het midden van de vijfde eeuw v.Chr., dateerde het in Tongeren nog uit 425 tot 375 v.Chr.

De vraag naar de herkomst is simpel te beantwoorden. Coțofenești maakt deel uit van de gemeente Vărbilău, zo’n negentig kilometer benoorden Boekarest. De vraag naar de ouderdom is lastiger. Er is namelijk nauwelijks archeologische context. De helm is door een kind gevonden – in 1926? in 1927? in 1929? – en archeoloog Ioan Andrieșescu heeft op diens aanwijzingen de vindplaats geïdentificeerd, maar vond er alleen aardewerkfragmenten van tegen het einde van de Hallstatt-periode. Als het nou een koningsgraf was geweest, dan lagen er bijvoorbeeld munten of geïmporteerd Grieks aardewerk. Dat zou dateerbaar zijn geweest.

Waarmee we komen bij de vraag of de helm wel Dacisch is. De Assense tentoonstelling heet Dacia. Rijk van goud en zilver, maar dat is een tikje misleidend. De regio was vanouds bewoond door de Thracische groep die we aanduiden als Geten. Daar kwamen vanaf de zesde eeuw v.Chr. Skythen bij en in de vierde eeuw v.Chr. Kelten. De Hallstatt-cultuur kun je opvatten als voor- of vroeg-Keltisch. Dus we hebben een gouden helm uit een cultureel pluriforme regio met voor-Keltische of vroeg-Keltische invloeden. Scherper krijgen we het niet; vandaar de wat wisselende datering. Vandaar de vraag of het wel Dacisch is, want de Daciërs verschijnen pas later op het toneel.

In de vroege tweede eeuw v.Chr. voltrok zich in Centraal-Roemenië een proces van staatsvorming. De Keltische elite verdwijnt en een nieuwe elite ontstaat. Nu duikt ook het woord “Daciërs” op, voor zover ik weet voor het eerst bij Pompeius Trogus, die de Daciërs presenteert als afstammelingen van de Geten.noot Pompeius Trogus, Geschiedenis 32.4. De vraag of je de gouden helm van Coțofenești als Dacisch mag aanduiden, is dus gerechtvaardigd. Het voorwerp behoort bij een eerdere cultuurfase.noot Het museum in Assen gebruikt in de online-uitleg en op het expositiebordje het woord Dacisch dan ook niet.

Wat is het?

De hamvraag is natuurlijk wat het is. Welke Hallstatter heeft z’n gouden helm laten liggen? Of beter: helm van electrum, want het is geen zuiver goud, maar een alliage van goud en zilver.

De afbeeldingen passen in de “animal style”, de gedeelde kunst van zo’n beetje alle antieke volken tussen de Hongaarse poesta en Manchurije. Van de Skythen tot de Avaren hebben edelsmeden roofdieren en dergelijke afgebeeld.

Sfinxen en gevleugelde griffioenen

Dat blijkt het duidelijkst op het achterhoofd van de gouden helm, waar we onderaan drie gevleugelde, paardachtige wezens zien, waarvan er twee een dierenpoot in de bek hebben. Daarboven zitten vier aapachtige, gevleugelde wezens. De onderste drie heten gewoonlijk griffioenen en de apen heten vier sfinxen, maar ik ben er niet zo zeker van of we met die namen de wezens niet te veel beschrijven met een Grieks vocabulaire en daardoor het eigene miskennen.

Het slachten van een ram

Op de wangen zijn twee mannen afgebeeld die op het punt staan met een dolk een ram te doden. Men vergelijkt ze wel met de stierendodersscènes (tauroktonieën) uit de mysteriën van Mithras, maar (a) een stier is geen ram, (b) er zit een half millennium tussen deze soorten afbeeldingen, en (c) wie een ram slacht, doet het sowieso in deze houding. Dat heb ik althans in Iran zo gezien. Kortom, mithraïsche parallellen lijken me vergezocht.

De gouden helm van Coțofenești

Op het voorhoofd van de helm zijn twee ogen afgebeeld. Zoiets geldt in de hele antieke Oudheid als kwaadafwerend: denk aan het oog op de boeg van een Fenicisch of Grieks schip, denk aan de turquoise amuletten van de Assyriërs, denk aan de blauwe kralen die je tegenwoordig in Griekenland en het Midden-Oosten ziet. Het kan natuurlijk ook zijn dat de drager van de helm wilde aangeven dat hij dubbel zo goed zag.

Boven de ogen zitten mooie noppen. De punt van de helm is verloren, zodat we niet weten of er nog iets bovenaan stond. Er zijn verder nog wat rozetten, driehoeken en spiralen: normale vlakvulling.

Eén ding is zeker: wie een kleine kilo goud op z’n hoofd kon dragen, was een voornaam persoon. Verder weten we niks. Het is een intrigerend voorwerp dat we wel kunnen beschrijven maar niet kunnen begrijpen. Was de drager een koning, een priester? Of iemand die als een ram gedood zou worden, waarna zijn ledematen voor de vogels werden geworpen? We hebben weer eens geen idee, het is immers oudheidkunde.

Vergunningen

Tot slot: ik las dat de directeur van het Nationaal Museum in Boekarest was ontslagen, omdat hij een bruikleencontract met het Drents Museum zou hebben gesloten zonder toestemming van de Roemeense regering.

Maar weet je: die helm is al jaren op weg. We hebben de helm van Coțofenești al in 2019/2020 in de Lage Landen gezien, in 2021 was het voorwerp in Madrid en vorig jaar in Rome. Ik sluit allerminst uit dat het Roemeense ministerie van Cultuur toestemming heeft verleend voor de reizende expositie, en dat men, nu het opportuun is een Barbertje op te hangen, vindt dat voor elke expositie apart een vergunning gevraagd had moeten zijn.

Tot hier en niet verder. Overmorgen nog een gestolen helm, en nog meer Balkan.

[Dit was het 482e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#AnimalStyle #Assen #Dacië #diefstal #DrentsMuseum #Geten #goudenHelmVanCoțofenești #griffioen #Hallstatt #helm #IoanAndrieșescu #PompeiusTrogus #Skythen #tauroktonie #Tongeren