De Maronitische Wereldkroniek (8) Konstans II

Konstans II (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

[Dit is het achtste van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

954 SE. ≡ okt.642/sept.643

Toen … Konstans, zoon van Konstantinos, en het was het jaar 954 toen Konstans op de troon zat.

2 Konstans ≡ okt.644/sept.645

In het tweede jaar van Konstans overleed…
……
In het hele land van de Romeinen namen ze mensen gevangen. Ze plunderden, doodden, verbrandden en vernielden alles, en deden genadeloos alles wat ze wilden doen. Er was geen plaats die aan hun handen ontsnapte, behalve de stad van de keizer. Zo brachten ze het sterke rijk van de Romeinen, dat zijn gelijke niet kende, ten val en brachten het in deze staat van grote vernedering.

Maar lof zij de wijze Rechter die alles naar Zijn believen vermag te doen.

Commentaar
De samensteller van de Maronitische Wereldkroniek geeft elk van de kort regerende zonen van Herakleios een regeringsjaar, zodat het eerste eigen jaar van Konstans 643/644 is, hoewel hij al eerder aan de macht was gekomen. De man die in 644/645 overleed zou kalief Omar kunnen zijn. Zijn opvolger was Othman.

962 SE. ≡ 8 Konstans ≡ okt.650/sept.651

Nog erger dan dit was wat de Arabieren deden in het land van de Perzen. Na vele veldslagen met de Perzen was hun koning Yazdgard de laatste die werd gedood. Al zijn legers gingen ten onder en het rijk van de Perzen verdween volledig in het jaar 962, het achtste jaar van Konstans, keizer van de Romeinen. De Perzen die overbleven, werden onderdanen die de jizya aan de Arabieren moesten betalen. De heerschappij van de Perzen had vier eeuwen geduurd, vanaf het begin tot aan deze gebeurtenis.

Commentaar
Yazdgard III werd steeds verder naar het oosten gedrongen en kreeg geen opvolger meer. De jizya was de belasting die niet-moslims in het Kalifaat moesten betalen. De hieronder genoemde moord op kalief Othman vond plaats op 12 Dhu al-Hijjah 35 AH ofwel 17 juni 656: onze chroniqueur doet zijn best en presenteert drie dateringen voor diezelfde gebeurtenis, maar slaat opnieuw mis bij de islamitische jaartelling. Daarentegen is zijn informatie wel correct over de codificatie van de Koran en Othmans opdracht afwijkende boeken te vernietigen.

Muawiya’s munten zijn kopieën van Sassanidische munten (Bode-Museum, Berlijn)

967 SE. ≡ 13 Konstans ≡ 36 AH ≡ okt.655/sept.656

In het jaar 967, het dertiende jaar van Konstans, het zesendertigste jaar in de jaartelling van de Arabieren, kwamen de Arabieren in opstand tegen hun koning Othman, zoon van ‘Affan, en doodden hem in zijn twaalfde regeringsjaar. Ze waren gewoon van Othman te vertellen dat hij de heerschappij van Mohammed had beschreven en dat hij een boek voor hen had samengesteld en geschreven, en dat hij dit naar al zijn legers had gestuurd met het bevel om alleen dit boek te volgen en alle andere heilige boeken die ze in hun bezit hadden te verbranden.
De Arabieren die in het westen woonden, accepteerden Muawiya als hun leider en volgden hem in alles wat hij hun opdroeg. Wat betreft degenen die in het oosten woonden, sommigen gehoorzaamden en anderen niet.
Degenen die aan niets gehoorzaamden worden de Harurieten genoemd.
Toen Othman werd vermoord, was Muawiya, de heer van de legers van het westen, het niet eens met degenen die hem hadden vermoord, en hij verzamelde de legers van het westen en trok ten strijde tegen de oosterlingen. Ook de emir van het oosten verzamelde alle oosterse legers en trok ten strijde tegen Muawiya.

Commentaar
Na de moord op Othman werd Mohammeds schoonzoon imam Ali erkend als kalief (“de emir van het oosten”), maar Othmans verwant Muawiya I, de gouverneur van Damascus, erkende dat niet, en beschuldigde Ali’s aanhangers van de moord. Na de slag bij Siffin (hieronder) kwamen de twee partijen arbitrage overeen, waarop een groep aanhangers van Ali zich afzonderde naar een plaats genaamd Harura; deze Harurieten meenden dat Ali, door in te stemmen met arbitrage, zijn door God gegeven gezag aan een menselijk oordeel had onderworpen en dus had gezondigd. Uit hun kring kwam de latere moordenaar van Ali voort. De samensteller van de Maronitische Wereldkroniek plaatst het ontstaan van de Harurieten iets te vroeg.

Het graf van Ali in Najaf

968 SE. ≡ okt.656/sept.657

In het jaar 968, op een vrijdag in juli, ontstond er een gevecht in Siffin aan de Eufraat, waarbij aan beide zijden veel mannen sneuvelden.
……
… velen van hen vielen in Romeinse handen.

Commentaar
Dit laatste zinnetje lijkt te verwijzen naar de mislukte Arabische poging Constantinopel in te nemen. En het volgende zinnetje verwijst alweer naar de oorlog tussen de Byzantijnen en het Kalifaat van Damascus, waar de familie van Muawiya (de Umayyaden) nog een kleine eeuw de macht zou uitoefenen.

Wat Muawiya betreft, hij stuurde elk jaar het leger van de Arabieren naar het land van de Romeinen … waar ze alles verwoestten, iedereen gevangen namen en al hun land plunderden.

[Wordt vervolgd]

#AdrianPirtea #AlexHourani #bronnenuitgave #Constantinopel #imamAli #jizya #Kalifaat #KonstansII #Koran #MaronitischeWereldkroniek #MuawiyaI #Omar #Othman #Umayyaden

Het ontstaan van de islam

Rechtsgeleerden in discussie in een bibliotheek

Een tijdje geleden plaatste ik hier een reeks blogjes over het ontstaan van het Kalifaat. Die gebeurtenis vormt het slotakkoord van de Oudheid: de demografische neergang van de zesde eeuw, de groeiende samenwerking tussen de Arabischsprekenden, de doorbraak van het monotheïsme en soortgelijke laatantieke processen kwamen samen en het resultaat was een nieuwe samenleving. In die nieuwe samenleving ontwikkelde zich de islam, waarover ik ook al blogde.

De bliksemsnelle groei van een wereldrijk en de geboorte een wereldgodsdienst vormen interessante thema’s; het zijn onderwerpen waar wetenschappelijk beweging in zit; en ik denk er al langer over daar eens een boek aan te wijden. Het probleem is natuurlijk dat mijn kennis van het Arabisch en een hele reeks andere relevante talen beperkt is. Gelukkig ken ik aardige arabisten en islamologen.

De materie is al door andere auteurs behandeld. Ik heb weleens geblogd over Hugh Kennedy’s The Great Arab Conquests. Er zijn meer van zulke boeken, maar die gaan vooral over veroveraars, dus over degenen die de ruimte schiepen waarin de islam kon ontstaan. Ze behandelen zelden ook de schriftgeleerden, die feitelijk vorm gaven aan het nieuwe geloof. Door deze nadruk op de militaire expansie, blijft de islam in veel publicaties eigenlijk impliciet, alsof ze van begin af aan onveranderd in dezelfde vorm aanwezig was en dus onbehandeld kan blijven. Wie zo schrijft neemt echter een islamitisch idee over: aangezien Mohammed het zegel der profeten is geweest, kan het Arabische monotheïsme alleen kant-en-klaar zijn geopenbaard.

Dat is goedgeloviger dan zelfs de meest goedgelovige islamitische geleerde beweert. Die formuleert: niet alle geloofswaarheden zijn meteen herkend. Ze zijn er altijd geweest, en dankzij analogie (qiyas), consensus (ijma’) en gezond verstand halen gelovigen steeds meer uit het aanbod. De westerse geleerde formuleert: de islam is gedurende enkele eeuwen gegroeid. Het zijn twee manieren om hetzelfde te zeggen. En over die ontwikkeling zou ik dus eens een boek willen schrijven.

Niet dat de veroveringen zullen ontbreken. Toen ik onlangs blogde over de Arabische expansie naar de Maghreb en Iberië, merkte ik hoe boeiend die zijn. En de veroveringen zijn hoe dan ook de voorwaarde voor het ontstaan van de islam. Maar het moet dus vooral gaan over zaken als het ontstaan van de Koran, de optekening van de tradities (hadith), de schriftgeleerden en de wijze waarop de onderdanen van de kalief (islamitisch of anders) zich verhielden tot de nieuwe ideeën.

Aan Israël verdeeld heb ik af en aan gewerkt van 1995 tot 2014. Dit zou weleens een vergelijkbaar project kunnen zijn. Als ik tijd van leven heb, voltooi ik mijn islamboek dus in 2044, zo rond mijn tachtigste verjaardag. Iets zegt me dat het anders zal lopen, maar ik ben inmiddels begonnen me in te lezen. En ik neem de vrijheid om in de blogjes die ik aan het onderwerp zal wijden, elke stommiteit te begaan die een mens lerenderwijs maken mag.

#arabischeVeroveringen #hadith #islamboek #kalifaat #koran #mohammed

Het Kalifaat van Córdoba

De door Al-Hakam II gebouwde mihrab in de moskee van Córdoba

[Derde van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba, dat zo meteen verandert in een kalifaat. Het eerste blogje was hier.]

Ik heb al eens geschreven over de geschiedenis van Ifriqiya, het gebied tussen zeg maar Tripoli in Libië en Algiers in Algerije, met als hoofdstad het Tunesische Kairouan. Het gold, zoals in het vorige blogje aangegeven, als bufferstaat tussen het Emiraat van Córdoba en het Kalifaat van Bagdad, en werd bestuurd door de Aghlabiden. Dat veranderde in 910, toen de macht in Ifriqiya in handen kwam van een nieuwe dynastie, de Fatimiden, die in de loop der tijd haar gezag zou doen gelden in heel noordelijk Afrika en Palestina, en bovendien het kalifaat opeiste.

Het Kalifaat van Córdoba

Dit laatste kon de emir van Córdoba niet over zijn kant laten gaan. Als er dan toch meer dan één kalief moest zijn, dan was hij niet de mindere van de Abbasidische heerser in Bagdad en de Fatimidische kalief in Caïro. Vanaf 929 presenteerde Abd al-Rahman III (r.912-961) zich dus ook als “heerser der gelovigen”. Hij had enig recht van spreken, want zijn staat was machtiger dan ooit. In het noorden was Asturië uiteengevallen, de diverse opvolgersstaatjes en de ooit door Karel de Grote ingestelde markgraafschappen betaalden tribuut aan Córdoba en erkenden de emir/kalief als leenheer. Abd al-Rahmans zoon Al-Hakam II (r.961-976) vergrootte zijn macht nog in de richting van Marokko.

Kapiteel uit Madinat al-Zahra (Archeologisch museum, Córdoba)

Het was, zo wil het cliché, een gouden eeuw. Hier leefden geleerden als Ibn Firnas, die als eerste een zweefvliegtuig bouwde. Terugblikkend op die bloeitijd noteerde de dertiende-eeuwse auteur Ibn Sa’id al-Maghribi in zijn Boek met veelkleurige bladzijden over de monumenten van El-Andalus dat de hoofdstad destijds 200.077 gewone huizen en 60.300 dure huizen had gehad, dat er straatverlichting en aquaducten waren geweest, en verder 8455 winkels, 490 moskeeën en 300 grote en kleine badhuizen. De bibliotheek zou met 400.000 titels een van de grootste ter wereld zijn geweest.

Ongetwijfeld zijn deze cijfers overdreven, maar het paleis van de kalief, Madinat al-Zahra, is opgegraven en was inderdaad prachtig, en inscripties bewijzen de enorme talige rijkdom van de stad: Arabisch, Latijn, een vroege vorm van Spaans, Berbertalen en Hebreeuws.

Bouwinscriptie van Al-Hakam II in de grote moskee van Córdoba

Al-Mansur

Tijdgenoten meenden dat de sleutel tot het succes van de heersers in Córdoba was gelegen in het feit dat er steeds een competente troonopvolger was geweest, en zoiets speelde natuurlijk inderdaad een rol. Deze prettige situatie veranderde echter toen in 976 de elfjarige Hisham II aantrad. De grootvizier, Ibn Abi ‘Amir, trad op als regent, maar voerde feitelijk een staatsgreep uit. Voor de jonge kalief was Madinat al-Zahra een gouden kooi.

Niet heel anders dan de Frankische hofmeier Karel Martel twee eeuwen eerder legitimeerde de grootvizier zich met successen in de oorlog, en hij tooide zich al snel met de eretitel Al-Mansur, “de overwinnaar”. Hij leidde niet minder dan zevenenvijftig campagnes, annexeerde het graafschap Barcelona, plunderde Léon en verwoestte Santiago de Compostela. In het binnenland brak hij de laatste resten van de aloude stamverbanden. Hadden de bewoners van een militaire nederzetting, een jund, ooit behoord tot een enkele stam, Al-Mansur dwong de bevolking zich te vermengen, zodat het onderscheid tussen Arabieren, Berbers en bekeerlingen verdween.

Andalusisch juwelenkistje (Louvre, Parijs)

Crisis

Al-Mansur werd in 1002 als grootvizier en generaal opgevolgd door zijn zoon Abd al-Malik, die echter enkele jaren later werd vergiftigd door zijn broer Abd al-Rahman, die meestal Sanchuelo wordt genoemd.noot Zijn moeder Abda was de dochter van koning Sancho II van Navarra. Deze wist kalief Hisham II, inmiddels een goede veertiger maar blijkbaar niet in staat te regeren, ervan te overtuigen hem aan te wijzen als opvolger. Daarmee leek de macht in handen te komen van degene die haar ook uitoefende, maar toen Sanchuelo gebruik wilde maken van zijn recht, werd hij gedood door een woedende menigte.

Zonder erkende kalief of erkende grootvizier kon El-Andalus niet anders dan in een crisis belanden. Diverse familieleden van de laatste kalief streden om de macht, de bibliotheek brandde af, de graaf van Barcelona was de eerste die zich onafhankelijk maakte, en uiteindelijk spatte het Kalifaat van Córdoba uiteen in een verzameling van een stuk of dertig deelrijkjes. Ze staan bekend als de taifas. Ik kom daar over een tijdje op terug, maar wijd nu eerst een blogje aan de martelaren van Córdoba, want zoals ik al zei, is het beeld van een tolerante El-Andalus niet helemaal conform de waarheid. Na een intermezzo over Asturië kom ik dan terug terug bij de taifas.

[Wordt dus vervolgd]

#Abbasiden #AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #Aghlabiden #AlHakamIIVanCórdoba #AlMansurGrootvizier #Andalusië #Asturië #Barcelona #Berbers #Córdoba #EersteTaifas #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #FatimidischeKalifaat #HishamIIVanCórdoba #IbnFirnas #IbnSaIdAlMaghribi #Ifriqiya #Kairouan #Kalifaat #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanCórdoba #MadinatAlZahra #moskeeVanCórdoba #Sanchuelo #SantiagoDeCompostela

Islamitisch recht (7) mu’tazilieten

Zestiende-eeuwse tekening van Al-Ma’mun

[Dit is het voorlaatste van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]

In het vorige blogje legde ik uit dat tegenover de claim van de islamitische rechtsgeleerden (ulama) dat zij konden uitleggen hoe de gelovigen zich het beste konden gedragen, de kalief stond. Die bevorderde bestudering van Griekse, Indische, Perzische en Syrische teksten in het Huis der Wijsheid.

De mu’tazilieten

De daar opgedane kennis van de Griekse wijsbegeerte werd toegepast door de theologen die mu’tazilieten worden genoemd.noot De naam betekent zoiets als “zij die zich afzijdig houden” (in een destijds belangrijk geschil). Net als de Griekse stoïcijnse filosofen meenden ze dat God en de Rede identiek waren. Dit betekende dat goed en kwaad door de mens beredeneerd konden worden en dat mensen voor morele kennis niet uitsluitend waren aangewezen op de openbaring in de Koran.

Verder oordeelden de mu’tazilieten dat als God rechtvaardig was – en wie zou dat betwijfelen? – Hij niet zoiets onrechtvaardigs kon toestaan als predestinatie. De mu’tazilieten benadrukten daarom de vrije wil van de mens en diens eigen verantwoordelijkheid bij de keuze tussen goed en kwaad. Passages in de Koran die predestinatie vooronderstelden, beschouwden ze als allegorie.

Voor de ulama was dat onaanvaardbaar. Het uitgangspunt van de rechtsgeleerden was immers dat de Koran niet zomaar een geïnspireerd geschrift was, maar een manifestatie van God Zelf. Allegorese was daarom uit den boze. Verder waren de rechtsgeleerden sceptisch over de onbegrensde toepassing van de ratio. De gelovige kon daar beter niet teveel op vertrouwen. Het leven van de Profeet was als voorbeeld voldoende.

Conflict

Kalief Al-Ma’mun steunde de mu’tazilieten. Dat betekende een diepgaand conflict tussen vorst en althans een deel van zijn onderdanen. De kalief kon echter niet anders dan compromisloos zijn: als Gods plaatsbekleder kon hij onmogelijk met de ulama tot een vergelijk komen, terwijl de mu’tazilieten een interpretatie van de Koran boden die het gezag van de kalief onaangetast liet. Onder Al-Ma’muns opvolgers zijn de ulama vijftien jaar lang vervolgd (833-848), maar de populariteit van de geleerden gaf de doorslag. Uiteindelijk kon de kalief niet anders doen dan de ulama accepteren als religieuze autoriteiten. Hadden rechters juridische twijfelgevallen altijd aan de kalief voorgelegd geweest, vanaf het midden van de negende eeuw moest ook advies worden ingewonnen bij een islamitische rechtsgeleerde.

Dit droeg niet bij aan de kracht van het centrale gezag in de islamitische wereld, en de verzwakking van de positie van de kalief is wel genoemd als een factor die een rol speelde bij de latere desintegratie van het uitgestrekte rijk.

Het einde van het Huis der Wijsheid

Het enthousiasme waarmee de Griekse letteren waren bestudeerd, nam sterk af na de overwinning van de ulama. Het Huis der Wijsheid werd gesloten en in 899 bepaalde de kalief dat kopiisten voortaan een beroepseed moesten afleggen dat ze geen werken zouden overschrijven uit de Tijd der Onwetendheid. Niettemin waren er voldoende vertalingen in omloop gekomen om het individuele geleerden mogelijk te maken de Griekse filosofie en wetenschappen te bestuderen.

De moslims stonden dus kritischer ten opzichte van de Grieks-Romeinse cultuur dan de christenen. Waar die hun rechtssysteem zouden modelleren op het Romeinse Recht en probeerden de klassieke teksten in de grondtaal te bestuderen, ontwierpen de moslims een eigen rechtsstelsel en volstonden ze met vertalingen. In de twaalfde eeuw zouden de Europeanen de islamitische instituties en ideeën overnemen. Maar daarover blogde ik al eens eerder.

[wordt vervolgd]

#Abbasiden #AlMaMun #allegorese #allegorie #goedEnKwaad #hadith #HuisDerWijsheid #islamisering #islamitischRecht #Kalifaat #KalifaatVanBagdad #Koran #Mohammed #muTazilieten #predestinatie #ulama #vrijeWil

Islamitisch recht (6) de kalief

Geleerden reizen van keizer Theofilos (r) naar kalief Al-Ma’mun (l)

[Dit is het zesde van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]

In de voorgaande vijf blogjes heb ik verteld hoe binnen het Kalifaat behoefte groeide aan een islamitisch rechtsstelsel en hoe de rechtsgeleerden, de ulama, iets volkomen nieuws ontwierpen, dat noch op het joodse, noch op het christelijke, noch op het Romeinse Recht leek. In het islamitische recht was een duidelijke hiërarchie van rechtsbronnen, maar één bron was opvallend afwezig: de kalief.

De visie van de kalief

Hadiths over de eerste vier kaliefen, de “rechtgeleide kaliefen”, werden in overweging genomen. Zij hadden de Profeet nog gekend. De beslissingen van de Umayyadische kaliefen hadden in de tijd van de Abbasidische kaliefen echter geen groot gezag. Althans voor de rechtsgeleerden. De heerser der gelovigen zelf zag dat anders. Een kalief was een plaatsbekleder – en niet van Mohammed, zoals je weleens leest. Inscripties, munten en vroege islamitische teksten maken duidelijk dat de kalief zichzelf zag als de plaatsbekleder van God op aarde.

De visies van de rechtsgeleerden en de kalief botsen op een wezenlijk punt. De eersten dachten egalitair en benadrukten dat ieder mens een persoonlijke relatie had tot God; de tweede ging uit van de hiërarchie. Omdat de twee partijen niet allebei gelijk konden hebben, groeiden er spanningen. De Abbasidische heersers, die aanvankelijk sympathiseerden met de juristen, kwamen daar dan ook van terug. En uiteraard was deze volte-face in de ogen van elke rechtsgeleerde niets minder dan ketterij, zodat de ergernis wederzijds was.

Toch viel er wel iets voor de Abbasidische politiek te zeggen. Terwijl de Umayyaden de niet-Arabische moslims hadden beschouwd als tweederangs burgers, stonden de Abbasiden meer open voor andere culturen dan de Arabische. Op hun manier dachten ook zij egalitair. De neiging het ene volk niet boven het ander te zetten, leidde tot de opbloei van de wetenschappen. Welke implicaties dat had voor de relatie tussen kalief en rechtsgeleerden, zal ik in het volgende blogje tonen.

De Arabische wetenschap

Hoewel het Arabisch de geprivilegieerde hoftaal bleef, werden in Bagdad alle talen van de islamitische wereld gesproken en bestudeerd. De geleerden benutten daarbij uit het Grieks vertaalde inleidingen tot de taalkunde. Al snel werden ook de werken van Griekse artsen en andere praktische geleerden in het Arabisch omgezet, want de Abbasiden, die door een staatsgreep aan de macht waren gekomen, wilden tonen dat hun heerschappij het leven van de moslims verbeterde.

Ook meer theoretische teksten werden vertaald en zo kwam het dat de Arabieren omstreeks 800 beschikten over vertalingen van Aristoteles’ Organon en zijn Poëtica, een handvol dialogen van Plato en enkele neoplatoonse werken. Eenkennig was men overigens niet: al eerder waren Syrische, Indische en Perzische teksten vertaald.

Met name kalief Al-Ma’mun heeft de bestudering van het Griekse materiaal bevorderd. In 830 stichtte hij in Bagdad het Huis der Wijsheid, waar zo’n honderd vertalers werkten.

Men zegt dat Al-Ma’mun een droom had waarin het hem toescheen dat een statige oude man, gezeten op een lessenaar, een lezing hield en zei: “Ik ben Aristoteles.” Toen hij ontwaakte uit zijn droom vroeg hij wie Aristoteles was. Men zei tegen hem: “Dat is een wijsgeer van de Grieken.”
Hij liet Hunayn ibn Ishaq halen, omdat hij niemand kon vinden die hem evenaarde in het vertalen van de boeken van de Griekse wijsgeren in het Arabisch, en hij schonk hem zeer veel geld en cadeaus en zei hem: “Ik zag in mijn droom dat er een man zat op de zetel in mijn raadzaal waar ik zelf altijd op zit. Ik werd vervuld van respect voor hem en vroeg wie hij was. Men zei dat het Aristoteles was en ik zei dat ik hem eens wat zou vragen. Dus vroeg ik hem: ‘Wat is het goede?’ Hij zei: ‘Wat het verstand als goed beschouwt.’ Daarop zei ik: ‘En verder?’ Hij zei: ‘Wat de massa als goed beschouwt.’ Daarop zei ik: ‘En verder?’ Hij zei: ‘Verder niets.’
Deze droom was de belangrijkste aanleiding om boeken op te halen. Al-Ma’mun was in schriftelijk contact gekomen met de koning van de Byzantijnen [Theofilos], over wie hij de overhand had gekregen. Hij vroeg hem om toestemming voor de overdracht van de klassieke wetenschappen, die bewaard werden in het land van de Byzantijnen. Na een aanvankelijke weigering stemde de koning daarmee in. Al-Ma’mun stuurde voor dat doel een groep mensen, die meenamen wat ze wilden, en toen ze het gebracht hadden, gaf hij hun opdracht het te vertalen en dat deden zij. noot Overgeleverd in de collectie geleerdenbiografieën van Ibn Abi Usaybia; vert. Versteegh.

Zoals na een visioen over Aristoteles wellicht viel te verwachten, legde Hunayn ibn Ishaq, een jonge christelijke geleerde, zich bij zijn vertaalwerkzaamheden vooral toe op de medische traktaten. Maar er werden ook andere teksten vertaald, zoals de publicaties van wiskundigen, filosofen en astronomen. Sommige teksten werden meer dan eens vertaald, en het is aardig te zien dat jongere vertalingen een zelfverzekerder Arabisch tonen: waar het Griekse woord diabetes – dat  dat zoiets als “doorstroming” betekent – aanvankelijk nog werd weergegeven met het leenwoord diyabita, koos men later voor een eigen woord, da’ al-sukkar, waarvan ons “suikerziekte” de letterlijke vertaling is.

[wordt morgen vervolgd]

#Abbasiden #AlMaMun #ArabischeTalen #Aristoteles #hadith #HuisDerWijsheid #islamisering #islamitischRecht #Kalifaat #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Mohammed #Plato #TheofilosKeizer #ulama #Umayyaden

Islamitisch recht (2) de hadith

Een veertiende-eeuwse afbeelding van een qadi

[Dit is het tweede van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]

In het vorige blogje beschreef ik hoe de Umayyadische kaliefen, residerend in Damascus, geen beleid hadden om hun imperium te islamiseren. Ze handhaafden het gewoonterecht en accepteerden verschillende rechtsstelsels naast elkaar. Unificatie had geen prioriteit: wie een gebied onderwerpt, bouwt eerder draagvlak door bestaande praktijken te laten bestaan.

De Abbasiden

Met het verstrijken van de tijd, ontstond hierover toch wat onvrede bij althans een deel van de gelovigen. Dat de eerste vier opvolgers van Mohammed “de rechtgeleide kaliefen” werden genoemd, was een regelrecht verwijt aan de Umayyadische kaliefen, die zich niet recht lieten leiden. De frustratie van de gelovigen combineerde met onvrede onder de niet-Arabische moslims. Met name de Perzen voelden zich achtergesteld, en een opstand was het resultaat. In 750 werd de Umayyadische dynastie vervangen door de Abbasidische, die de residentie verplaatste naar Bagdad.

Omdat de nieuwe kaliefen niet dezelfde verwijten wilden krijgen als hun voorgangers, financierden ze de rechtsschool van Kufa, waar Abu Hanifa (699-767) probeerde een werkelijk islamitisch recht te ontwerpen, dat vrij zou zijn van Griekse en Romeinse invloeden. De kern van de zaak was hierbij dat het oordeel van de juristen moest worden gefundeerd op een steviger basis dan het gewoonterecht: het voorbeeld van de Profeet zelf.

Hadith

Het directe gevolg was de aanleg van enorme collecties anekdotes, hadith, over het leven van Mohammed. Een van de oudst-bekende juridische studies uit de islamitische wereld, de Muwatta (“Goedgebaande weg”) van Malik ibn Anas (ca.710-796), illustreert hoe men met die verhalen omging. Als er een vraag lag, zocht deze rechtsgeleerde eerst in zijn boeken alle relevante anekdotes op en vergeleek die met de traditie van zijn eigen stad, Medina. Beide manieren om te kijken naar het voorbeeldige leven van Mohammed waren gegarandeerd goed: enerzijds waren de anekdotes overgeleverd op naam van betrouwbare zegslieden, anderzijds golden de gewoonten in Medina, waar de Profeet had gewoond, als voortzettingen van een voorgeleefde levenswijze.

Op deze wijze kon Malik ibn Anas aangeven wat Mohammed in een gegeven situatie zou hebben gedaan, en kwam hij tot een beredeneerd oordeel – een fatwa. Dat Mohammed het voorbeeld was, belette Malik ibn Anas en zijn collega’s overigens niet om af te wijken van het oordeel van de Profeet, bijvoorbeeld als dat in tegenspraak was met de Koran.

Zo ontstond rond het midden van de achtste eeuw een vorm van rechtspraak die in niets leek op wat eraan voorafging. Anders dan bijvoorbeeld de joden, hadden de moslims geen heilig boek vol bepalingen, aangevuld met rabbijnse discussies. Anders dan bij de christenen waren er geen synodes om regels vast te stellen. Anders dan het Romeins Recht kende de islam geen stelsel van wetten en vastgelegde definities.

De moslims kozen voor een rechtssysteem dat in wezen was gebaseerd op precedenten. Het kon ook moeilijk anders, want de rechtsgeleerden wilden de praktijk zuiveren van Griekse en Romeinse invloeden. Wat feitelijk gebeurde, was dat elke moslim geacht werd te leven naar het voorbeeld van de Profeet.

[wordt morgen vervolgd]

PS

Vanavond is in het Rijksmuseum in Leiden de presentatie van mijn boek over de geschiedenis van Libanon. Er is een livestream.

Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.

PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


Berbers en Arabieren

juni 14, 2017
Het einde van de Avaren

november 16, 2019
Islamitisch recht (3) onderzoek van de hadith

juni 13, 2025 Deel dit:

#Abbasiden #AbuHanifa #Bagdad #hadith #islamisering #islamitischRecht #Kalifaat #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Koran #Kufa #MalikIbnAnas #Medina #Mohammed #sharia #Umayyaden

Islamitisch recht (1) ontstaan

Negende-eeuwse Koran (Museum van islamitische kunst, Teheran)

Een tijdje geleden – een jaar, zo ontdek ik nu – vertelde ik hoe het Kalifaat was ontstaan: de laatste grote gebeurtenis uit de Oudheid. Ik onderscheidde de groei van die politieke structuur van die van de dominante religie, de islam. Misschien is het zinvol ook daar eens op in te gaan, want het is een interessant onderwerp.

Bekering, maar waartoe?

Religieuze veranderingsprocessen verlopen niet heel anders dan de introductie van nieuwe commerciële producten of diensten. Op de early adopters volgt een early majority, er is een late majority en tot slot zijn er laggards. Dat was bij de islamisering niet anders en dat proces voltrok zich langzaam, want de Koran stelt dat in geloofszaken geen dwang bestaan.noot Koran 2.256 en 10.99. Toen het Umayyadische kalifaat van Damascus in 750 ten einde kwam, was in de gebieden buiten het Arabische schiereiland hooguit een tiende van de bevolking overgegaan tot de religie van de overheersers. Vier eeuwen later, ten tijde van de Kruistochten, was het Midden-Oosten nog voor de helft christelijk.

Zelfs als in een bepaald gebied een meerderheid zich tot de islam had bekeerd, wilde dat niet zeggen dat iedereen dezelfde opvattingen had. Daarvoor waren de Grote Arabische Veroveringen te snel verlopen. Zo’n twintig jaar na de dood van Mohammed strekte het Kalifaat zich al uit van Tripoli in Libië tot Herat in Afghanistan: hemelsbreed 5000 kilometer. Dat wil zeggen dat de buitengrens van het gebied dat het politieke gezag van de kalief erkende, zich elk jaar 125 kilometer in westelijke en 125 kilometer in oostelijke richting had uitgebreid. Zo’n groot gebied kon zich niet op een betekenisvolle manier islamiseren.

Bovendien: waaruit bestond de islam zo rond 650? Men deelde enkele geloofswaarheden: er was één god, een gelovige moest aalmoezen geven en een paar keer per dag bidden. De bijzondere status van Mohammed werd eerst later een thema, regels voor de ramadan en de pelgrimage naar Mekka waren nog in de maak, net zoals de regels van de sharia. Anders geformuleerd: er waren wel mensen die zich bekeerden tot de islam, maar de islam was nog in wording, en het gebied was al te groot om één enkel religieus stelsel te laten groeien.

Islamitisch recht

Waarop zou dat immers kunnen worden gebaseerd? De Koran, zou het antwoord hebben kunnen luiden, maar nog afgezien van het feit dat er aanvankelijk geen standaardtekst was – die werd pas door kalief Othman vastgesteld – was het heilige boek weinig geschikt als rechtsbron. Anders dan bijvoorbeeld de Wet van Mozes, die bestaat uit 365 verboden en 248 geboden, bevat de Koran weinig richtlijnen. Van de ruim 6000 versregels gaan er zo’n vijfhonderd over religieuze verplichtingen, terwijl slechts tachtig verzen kunnen worden beschouwd als seculiere regelgeving.

In hun algemeenheid zijn die te typeren als pogingen het gewoonterecht bij te stellen in meer humane zin. Mohammed leefde in een stamsamenleving waarin degenen die de bloedwraak moesten voltrekken zich vaak verplicht voelden de dood van de dierbare overledene te wreken met het vermoorden van meer dan één lid van de clan van de veronderstelde moordenaar. Mohammeds gebod “één leven voor één leven” diende om zulke escalatie te beletten.noot Koran 5.45. De Profeet probeerde ook de positie van de vrouw te verbeteren door bijvoorbeeld tachtig zweepslagen in het vooruitzicht te stellen aan degene die een onware beschuldiging van overspel uitte.noot Koran 24.4. Beide voorbeelden zijn reacties op specifieke gebeurtenissen en de Koran biedt geen systematische behandeling van algemene problemen.

Gewoonterecht

Dit maakt de Koran voor de jurist lastig bruikbaar, al valt er één principe uit af te leiden: tenzij Mohammed iets had gewijzigd, bleef het gewoonterecht gehandhaafd. De Umayyadische kaliefen zagen kans noch aanleiding dit te veranderen. Zoals in zoveel voorindustriële samenlevingen kende het Kalifaat van Damascus dus verschillende rechtsstelsels naast elkaar. De rechter ter plaatse had aanzienlijke vrijheid.

Neem het huwelijksrecht. Het was in Mesopotamië, waar Syriërs, Arabieren en Perzen woonden bij de aloude Mesopotamiërs, noodzakelijk dat er bepalingen kwamen over wie mocht trouwen met wie, terwijl dit geen kwestie was in Medina, waar alleen Arabieren leefden. De situatie werd verder gecompliceerd door de aanwezigheid van dhimmi’s: joden en christenen die golden als beschermde minderheid met eigen rechten én een extra belastingplicht (jizya). De kaliefen lieten de provinciegouverneurs wel rechters aanwijzen, de qadi’s, maar er waren daarnaast allerlei andere functionarissen tot wie men zich eveneens kon wenden voor advies of een vonnis, zoals de stamoudste of de marktmeester.

Men kan de Umayyaden er dus bezwaarlijk van beschuldigen dat ze het leven van hun onderdanen overmatig reguleerden, terwijl toch menigeen verwachtte dat de heersers der gelovigen een actiever beleid voerden om de moslims te leiden op het pad der deugd. In de vroege achtste eeuw groeide onder de orthodoxe gelovigen de frustratie.

[wordt morgen vervolgd]

#ArabischeVeroveringen #dhimmi #islamisering #islamitischRecht #jizya #Kalifaat #KalifaatVanDamascus #Koran #Mohammed #sharia #Tora #Umayyaden
Ik geloof die vader van #IS-dochter #Mandy eigenlijk wel. Bovendien wat heeft het voor zin om zo'n vrouw en moeder van getraumatiseerde kinderen hier nog jarenlang op te sluiten. Daarom wil ze nu niet meer terug. #BarLaat #Kalifaat

De laatste grote gebeurtenis van de Oudheid is de verzameling processen die we aanduiden als de Arabische veroveringen, het ontstaan van het #Kalifaat, de arabisering en de opkomst van de #islam. Die processen zijn weliswaar verwant, maar gescheiden.

https://mainzerbeobachter.com/2024/05/16/het-ontstaan-van-het-kalifaat-1/

Het ontstaan van het Kalifaat (1) - Mainzer Beobachter

Het ontstaan van het Kalifaat is de laatste grote gebeurtenis uit de Oudheid en markeert het begin van de Middeleeuwen.

Mainzer Beobachter

De constructie van Mohammed

Soms lees je een boek waarvan je denkt: dit was echt geweldig, geweldig goed. Ik heb het hier weleens gehad over The Rise of Civilization van Redman, Pirennes Mahomet et Charlemagne en Meiers Geschichte der Völkerwanderung. Boeken van oudheidkundigen die de data in de volle breedte overzien, die een synthese bieden van wat bekend is en die nieuwe richtingen aanwijzen. Zo’n boek is ook Muhammad and the Empires of Faith van de Amerikaanse arabist Sean Anthony, dat twee jaar geleden is verschenen. Het gaat over de wijze waarop de eerste generaties moslims een beeld van hun profeet vormden, een modieus onderwerp, en is tevens interessant omdat het werkelijk ingaat op de uitdagingen van de eenentwintigste-eeuwse oudheidkunde.

Ibn Ishaq over Mohammed

Eerst iets over de eigenlijke inhoud, waarvan dit natuurlijk duidelijk is: het begin van de islam hangt samen met het optreden van Mohammed. Lange tijd was het beeld dat westerse wetenschappers van de profeet hadden, in wezen identiek aan dat van de moslims, zij het ontdaan van wat wonderverhalen. Dit beeld gaat terug op het oeuvre van Ibn Ishaq, die een geschiedenis schreef die begon bij de schepping en culmineerde in het optreden van Mohammed. Onderzoekers als Patricia Crone wezen erop dat dit boek laat is gepubliceerd – ruim een eeuw na de dood van de profeet – en probeerden zelf een geschiedenis te schrijven die was gebaseerd op meer contemporaine bronnen, islamitisch of anders. Ze wezen ook op de grotere context: het antieke Arabië was geen geïsoleerd gebied maar onderdeel van een wereldsysteem.

Een vulgarisering hiervan is dat er niets te zeggen zou zijn over Mohammed. Zo zijn er onderzoekers die menen dat de islam is ontstaan uit verkeerd begrepen christelijke teksten. Alternatief: de islam is ontstaan in Perzië en onderging boeddhistische invloeden. Het probleem is hier niet alleen dat dit onderzoek ideologisch gemotiveerd is, maar ook dat het voor collegiale kritiek immuun is doordat het is geïnstitutionaliseerd in een onderzoeksschool.

Een zinniger reactie focust op Ibn Ishaq. Er zijn namelijk ook andere oude auteurs die over Mohammed hebben geschreven – zie deze blog – en door vergelijking daarmee kunnen we beter begrijpen hoe Ibn Ishaq zijn stof bewerkte. Hierbij helpt het dat we in de vorm van de Koran, munten, het zogeheten Umma-document en inscripties beschikken over primaire bronnen. Ook helpt het dat we de productie van Ibn Ishaq en zijn collega’s kunnen vergelijken met die van hun niet-Arabische tijdgenoten.

Abbasidische vertekeningen

Ibn Ishaq was geen historicus maar een religieuze biograaf. Bovendien iemand die leefde in de tijd dat de dynastie van de Umayyaden werd uitgemoord door de Abbasiden. Hij zat in het centrum van een zegevierend revolutionair regime. Anthony toont dat het Abbasidische hof nogal wat sporen heeft nagelaten in Ibn Ishaqs boek. Zo moest worden gelegitimeerd dat er zoiets hoorde te bestaan als islamitisch leiderschap (lees: het kalifaat). Ook de nadruk op Mohammed als veldheer zegt iets over Abbasidische preoccupaties.

Een ander probleem is dat Ibn Ishaq nogal gretig documenten citeert. Soms gaat dat goed, zoals bij het Umma-document, terwijl het aanhalen van christelijke bronnen zelfs duidt op een prijzenswaardige onbevangenheid. Zijn tijdgenoten bekritiseerden Ibn Ishaq echter ook voor de kritiekloosheid waarmee hij informanten geloofde die hem oude Arabische poëzie konden leveren van mensen waarvan bekend was dat ze nooit een gedicht hadden geschreven. Alle reden dus om verder te kijken dan Ibn Ishaq.

Anthony beschrijft hoe al vóór de Abbasidische tijd het Laat-Umayyadische hof invloed uitoefende op Ibn Ishaqs leermeester Al-Zuhri. Diens schets van het leven van de profeet valt te reconstrueren en komt op veel punten overeen met wat Ibn Ishaq schrijft. Nog een laag dieper zijn enkele brieven van Urwah ibn al-Zubayr. We kunnen dus veel dieper kijken dan Ibn Ishaq.

De vroege Mohammed

Hoewel het beeld op hoofdlijnen niet verandert, zijn er intrigerende constateringen. Zo wordt Mohammed in de oudste tradities niet getypeerd als koopman maar als herder. Dat hij koopman zou zijn geweest, zoals we vaak lezen, is een betrekkelijk late toevoeging aan de anekdotes. Intrigerend genoeg is dit idee wél te vinden in de vroegste christelijke bronnen en is het groot gemaakt door Ibn Ishaq. Dit wil niet zeggen dat het traditionele verhaal over Mohammed als koopman een christelijk verzinsel is dat moslims hebben overgenomen; het wil zeggen dat er diverse tradities waren over Mohammeds jeugd en dat christelijke auteurs er een kenden. Wat waarheid is, is niet te achterhalen.

Op soortgelijke wijze toont Anthony dat er naast het standaardverhaal over een eenmalige roeping door de engel Djibriël ook verhalen waren waarin Mohammed langzamer uitgroeide tot het profeetschap. Simpel samengevat: er circuleerden veel meer verhalen en Ibn Ishaq selecteerde. Net als zijn voorgangers. Het Umayyadische en het Abbasidische hof hadden daarbij aanzienlijke invloed en het is nuttig om dieper te graven.

Reizende verhalen

Zoals gezegd is Muhammad and the Empires of Faith niet alleen boeiend omdat het gaat over een modieus onderwerp, maar ook omdat het werkelijk ingaat op de uitdagingen van de eenentwintigste-eeuwse oudheidkunde. We weten al heel lang dat dezelfde verhalen soms op grote afstand van elkaar kunnen opduiken, zoals de eilandgrote vis die zowel Sindbad de Zeeman als Sint-Brandaan tegenkomen, of de Zevenslapers die in recordtempo bekend werden van Gallië tot Sogdië. Lange tijd is gezocht naar verklaringen voor deze verspreiding, maar het isotoop- en DNA-onderzoek maakte duidelijk dat dit alleen maar te verwachten was. Immers, waar mensen massaal migreren – en die conclusie lijkt sinds pakweg 2015 wel zeker te zijn – migreren ook ideeën en verhalen.

De DNA-revolutie gaat vanzelfsprekend niet over het inzicht dat mensen migreerden. We spreken immers pas van een wetenschappelijke revolutie als de wetenschap zélf verandert en dat is wat we nu meemaken: de crux van de DNA-revolutie is dat  ze een hermeneutische revolutie is. We moeten heel anders gaan kijken naar tekstinterpretatie en de netten veel wijder werpen dan tot tien jaar geleden gebruikelijk was. Er zullen nieuwe criteria gevonden moeten worden om zinnige en onzinnige parallellen en contexten te scheiden. In een prachtig slothoofdstuk gaat Anthony in op een parallel tussen het bekeringsverhaal van Mohammed, dat frappante overeenkomsten heeft met wat Beda de Eerbiedwaardige vertelt over de roeping van de Angelsaksische dichter Caedmon.

We moeten hier een Latijnse tekst, geschreven door Beda, interpreteren aan de hand van Arabische teksten. Anthony stelt daarover een reeks goede vragen. Hoe verhuisden verhalen? Welke mensen gaven ze door? Was een religieuze grens wel zo onneembaar? De antwoorden op die vragen zijn zo makkelijk niet te geven, wat ook niet te verwachten viel in tijden van een wetenschappelijke revolutie. Anthony stelt de vragen echter duidelijker dan ik tot nu toe ergens ben tegengekomen. Alleen al om die reden is Muhammad and the Empires of Faith driedubbel aanbevolen.

Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.

PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


De eerste Arabische marine

maart 1, 2025
Qasr el-Azraq

augustus 29, 2023
Rotsreliëfs aan de Indus

mei 7, 2022 Deel dit:

#Abbasiden #UrwaIbnAlZubayr #Caedmon #IbnIshaq #IbnShihabAzZuhri #Kalifaat #Mohammed #PatriciaCrone #primaireBron #SeanAnthony #Umayyaden #Zevenslapers