Hölderlins Leiden im Lichte des Ramadan
Menschen, die beständig mit Binsenweisheiten kommen – Klischeewissen, wie es Necip Fazil Kisakürek nennt – das sind, so Hölderlin, die Unheilbaren.

(iz). Jeder Mensch fühlt sich durch andere Verhaltensweisen verletzt. Aufgrund der eigenen Kindheit und Vergangenheit empfi
https://islamische-zeitung.de/hoelderlins-leiden-im-lichte-des-ramadan/
#Kultur #Feuilleton #Ramadan2026ErziehungZumMenschsein #AbuHanifa #fasten #Hlderlin #leiden #Ramadan2023

Hölderlins Leiden im Lichte des Ramadan – Islamische Zeitung

Menschen, die beständig mit Binsenweisheiten kommen – Klischeewissen, wie es Necip Fazil Kisakürek nennt – das sind, so Hölderlin, die Unheilbaren.

Islamische Zeitung

De verledens van Spanje (2)

Een Dressel-20-amfoor (Archeologisch Museum, Córdoba)

Het is niet voor niets dat we wetenschappers en erfgoedspecialisten faciliteiten bieden. We krijgen daar als samenleving immers iets voor terug. Dat kan bijvoorbeeld ontstaansgeschiedenis zijn, zoals ik in het vorige blogje illustreerde aan de hand van de visies op het Spaanse verleden: eerst was er een frame waarin de maatschappelijke, linguïstische, religieuze en nationale eenheid centraal stond, de afgelopen halve eeuw groeide een beeld dat meer ruimte liet aan variatie. Volgden oudheidkundigen en mediëvisten aanvankelijk een door nationalistische historici bepaalde visie, ook na 1975 volgden ze andermans agenda. Weliswaar een sympathiekere agenda, maar toch: de wetenschap handelde niet autonoom.

De sociale wetenschappen

Er zijn ook betere manieren om betekenis toe te kennen aan het verleden, ook al is dat voorbij en betekenisloos, en ook al is het door de schaarste van de ambigue archeologische en tekstuele data slecht kenbaar. Eén van die betere manieren is vertellen hoe de samenleving zich ontwikkelde.

Deze benadering, die tenminste uit de wetenschap zélf voortkomt, was in de jaren zeventig opnieuw populair. Wereldgeschiedenis en globalisering waren destijds in de mode, en er was discussie ontstaan over het bestaande sociaalwetenschappelijk instrumentarium. Geschiedschrijvers onderscheiden al sinds de Middeleeuwen bepaalde maatschappijtypen (zoals nomadisch, agrarisch, feodaal, kapitalistisch) en hoewel die wel degelijk nuttig zijn, bleek het zinvol nuanceringen aan te brengen, nu bleek dat er wereldwijd allerlei varianten bestaan. Voor Spanje was relevant:

  • Hoe hadden de antieke en middeleeuwse samenlevingen zich ontwikkeld?
  • Welke typeringen waren het meest verhelderend? (anders gezegd: hoe interpreteren we de schaarse en ambigue data?)
  • Hoe voltrokken de overgangen zich?

Wanneer we verleden samenlevingen goed begrijpen, krijgen we vat op grotere ontwikkelingen en zijn we beter voorbereid op de toekomst. Zoals gezegd: het is niet voor niets dat we als samenleving faciliteiten bieden aan archeologen, geschiedkundigen, classici, erfgoedspecialisten en wat dies meer zij. Oudheidkunde en mediëvistiek zijn wetenschappen, meer precies sociale wetenschappen. En als zodanig zijn ze belangrijk.

Baetica en El-Andalus

De bestudering van het antieke en middeleeuwse aardewerk is te beschouwen als een autonome ontwikkeling binnen de wetenschap. Ik ben althans niet op de hoogte van politici die vroegen om een verspreidingskaart van Romeinse Dressel-20-amforen of Arabisch loza dorada-keramiek.

Die Romeinse amforen zijn gebruikt om te bewijzen dat in de vroege keizertijd in Andalusië, dat destijds Baetica heette, op een waarlijk industriële schaal olijfolie is geproduceerd en geëxporteerd. De pottenbakkerijen waar de kruiken zijn vervaardigd, zijn geïdentificeerd en omdat elke Dressel-20-amfoor een paar stempels had, kunnen we van elke amfoor vaststellen waar de pottenbakker werkte. Beginnend aan de Beneden-Guadalquivir breidde het productiegebied zich steeds verder stroomopwaarts uit.

Wat dit ook van samenleving was, dit was geen simpele agrarische wereld. De vraag of we de productie en handel moeten typeren als kapitalistisch, vormt het onderwerp van een bekende discussie. Het antwoord biedt een model om de samenleving als geheel te doorgronden, en dat is belangrijk. Ik weet het antwoord niet, maar in elk geval is deze vraag voor het eerst mogelijk geworden dankzij het aardewerk.

Iets dergelijks geldt voor loza dorada, een dubbelgebakken aardewerk met een mooie metaalglans. Dit is uitgevonden in het Midden-Oosten en verspreidde zich naar het westen, waar de steden aan de Spaanse oostkust belangrijke productiecentra werden. Deze verspreiding documenteert contact tussen het centrum en de periferie van de Arabische wereld, en maakt vragen mogelijk over de mate van arabisering. Was die wel zo oppervlakkig als de historici aanvankelijk hadden aangenomen?

Maatschappelijke verandering

Die vraag keert terug als we kijken naar de islam. In mijn vorige blogje wees ik erop dat lange tijd gedacht is geweest dat de islam in El-Andalus een eigen karakter had gehad. Dat is een truïsme, aangezien religies zich sowieso aanpassen aan hun omgeving. Tegelijk kun je onderzoeken op welke wijze de islam zich aanpaste aan het Iberische Schiereiland, en dan is het wel zo fijn dat de afgelopen halve eeuw steeds meer Arabische bronnen zijn ontsloten. Dit gebeurde vrij aselectief, dus we hebben werkelijk de beschikking over meer data.

Uit de twee boeken die ik onlangs las, Muslim Spain Reconsidered van Richard Hitchcock en Kingdoms of Faith van Brian Catlos, leerde ik dat de moslims aanvankelijk behoorden tot de rechtsscholen van Abu Hanifa en Malik ibn Anas, en dat die laatste stroming steeds belangrijker werd. Een deel van de verklaring is dat de Abbasidische kalief in Bagdad Hanafiet was, en dat de Umayyadische emir van Córdoba een eigen koers wilde varen. Dat duidt opnieuw op grondig contact. Het toont ook dat de Arabische invloed niet zo oppervlakkig was als eerder aangenomen, en dat het overdreven was geweest te claimen dat de Spaanse islam wezenlijk anders was dan die in de kerngebieden.

Politiek in El-Andalus

En dat roept weer vragen op over het karakter van de middeleeuwse samenleving. Zo is wel geopperd dat de Arabische invloed zó groot was dat Andalusië van een overwegend stedelijke samenleving veranderde in een Arabische stamsamenleving. Als dit waar is, is hier een vrij zeldzaam type maatschappijverandering gedocumenteerd. Het betekent ook dat Arabisch Spanje heel, heel anders was dan het feodale noorden, en dat de macht van de centrale overheid gering was. De archeologie van de waterwerken is op dit punt belangrijk. Ze bewijst dat als El-Andalus al een stamsamenleving was, ze in elk geval geen nomadische stammen kende. De bevolking was sedentair.

Een andere mogelijkheid is dat zuidelijk en noordelijk Iberië allebei een feodaal karakter hadden, geërfd uit het Rijk van Toledo. Uiteraard veronderstelt dit dat ook het Rijk van Toledo zo’n feodaal karakter had, en het impliceert bovendien dat de Arabische veroveraars zich aanpasten aan degenen die ze in 711 onderwierpen. Ook hier helpt de archeologie. Je kunt immers kijken naar degenen die de kastelen bouwden: waren dat, zoals in bijvoorbeeld Italië, de lokale heren, of was dat de centrale overheid? En op welk moment?

Nu we beschikken over GIS-systemen, blijkt dat de kastelen van de vijfde tot en met achtste eeuw vooral door plaatselijke heren zijn gebouwd, maar dat dit later veranderde. Er was toen sprake van een wisselwerking tussen de vorst en de boeren: de kastelen beheersten de plekken waar vanouds agrarische productie plaatsvond. Zo is dus gedocumenteerd dat de eerste emirs moesten samenwerken met feodale heren maar dat ze, toen ze hun macht hadden geconsolideerd, iets schiepen dat leek op een centrale staat.

Zo blijkt dus dat het Emiraat van Córdoba in culturele zin zeker behoorde tot de grotere Arabische wereld, en dat het vorstelijk gezag in El-Andalus groter was dan in de feodale staatjes in het noorden. Misschien is voor dit laatste aspect Normandisch Sicilië de meest nabije parallel.

[Wordt vervolgd]

#AbuHanifa #Dressel20Amfoor #emiraatVanCórdoba #feodaleSamenleving #GISSystemen #hanafisme #MalikIbnAnas #malikisme #RijkVanToledo #socialeWetenschappen

Islamitisch recht (5) rechtsscholen

Een qadi spreekt met een dame en heer (dertiende eeuw)

[Dit is het vijfde van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]

In het voorgaande hebben we gezien dat van islamitische rechtsgeleerden (ulama) werd verwacht dat hij, als hem een vraagstuk werd voorgelegd, zijn oordeel baseerde op een hiërarchie van autoriteiten. Eerst was er de heilige Koran, daarna de door mensen overgeleverde hadith (anekdotes over het leven van Mohammed en zijn metgezellen) en de ijma’ (de consensus der geleerden). Alleen als hij er zo nog niet uit was, kon hij een persoonlijk oordeel geven, mits dit gebeurde aan de hand van een goed beredeneerde analogieredenering (qiyas).

Vier scholen

Deze door Al-Shafi’i ontworpen hiërarchie was een kleine eeuw later op hoofdlijnen door alle rechtsgeleerden aanvaard. Omdat er echter verschillende hadithcollecties waren, bleef er nog genoeg te discussiëren over, zodat er verschillende rechtsscholen ontstonden. De grondleggers daarvan worden nog altijd in ere gehouden; zo kun je in Beiroet het graf bezoeken van Abd ar-Rahman al-Awza‘i (707-774). Uiteindelijk zouden vier rechtsscholen blijven bestaan.

Daarbij behoorden de oude rechtsscholen, die van Abu Hanifa in Kufa en van Malik ibn Anas in Medina. Zij namen Al-Shafi’i’s systeem niet zomaar over. Abu Hanifa liet de geleerden vanouds grote vrijheid om een eigen oordeel te formuleren, terwijl Malik ibn Abas een kleiner hadithcorpus hanteerde dan gebruikelijk, en daarnaast de gebruiken van de bewoners van Medina beschouwde als rechtsbron. De leerlingen van Al-Shafi’i zelf, de derde school, erkenden het algemeen belang als rechtsprincipe. Weer een andere school, die van Ahmad ibn Hanbal uit Mekka (780-855), hechtte meer waarde aan de consensus van Mohammeds metgezellen dan aan de ijma’ der geleerden.(Over Ibn Hanbal wordt verteld dat hij zijn leven lang geen dadels heeft genuttigd omdat hij geen betrouwbare hadith kende waaruit bleek dat Mohammed dadels had gegeten.)

Tot de scholen die in de Middeleeuwen bloeiden maar zijn verdwenen, behoren de school van de zojuist genoemde Al-Awza‘i en ook de zahirieten, die populair was in het Emiraat van Córdoba. De aanhangers van deze laatste school oordeelden dat de Koran zo letterlijk mogelijk moest worden genomen, wat neerkwam op een afwijzing van analogie en persoonlijk oordeel.

Overeenkomsten en verschillen

Met het verstrijken van de tijd zouden deze scholen elkaar erkennen en beïnvloeden, maar verschillen van inzicht bleven bestaan. Terwijl bijvoorbeeld de volgelingen van Malik ibn Anas waarde hechtten aan de intentie waarmee een verbintenis was aangegaan, concentreerden de aanhangers van Abu Hanifa zich meer op de formele kant van de overeenkomst. De scholen hebben momenteel een zekere regionale verspreiding:

De meeste gelovigen hadden – en hebben – met de variatie niet zo’n moeite. Bij het Laatste Oordeel zou God wel bekendmaken wiens mening de juiste was, en tot die tijd stond het de mensen vrij om verschillend te oordelen over tal van zaken. Marokkanen en Turken hebben, zoals we elk jaar weer lezen, niet altijd dezelfde data voor de ramadan, en daar ligt niemand wakker van. Waar het tot de Jongste Dag om draaide, waren de integriteit en de professionaliteit waarmee de geleerden zochten naar de waarheid als ze een juridisch oordeel (fatwa) moesten formuleren.

[wordt vervolgd]

#AbdArRahmanAlAwzaI #AbuHanifa #AhmadIbnHanbal #emiraatVanCórdoba #hadith #hanafisme #hanbalsime #ijma_ #islamisering #islamitischRecht #Koran #Kufa #MalikIbnAnas #malikisme #Medina #Mohammed #MuhammadAlShafiI #shafisme #sharia #ulama #zahirieten

Islamitisch recht (2) de hadith

Een veertiende-eeuwse afbeelding van een qadi

[Dit is het tweede van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]

In het vorige blogje beschreef ik hoe de Umayyadische kaliefen, residerend in Damascus, geen beleid hadden om hun imperium te islamiseren. Ze handhaafden het gewoonterecht en accepteerden verschillende rechtsstelsels naast elkaar. Unificatie had geen prioriteit: wie een gebied onderwerpt, bouwt eerder draagvlak door bestaande praktijken te laten bestaan.

De Abbasiden

Met het verstrijken van de tijd, ontstond hierover toch wat onvrede bij althans een deel van de gelovigen. Dat de eerste vier opvolgers van Mohammed “de rechtgeleide kaliefen” werden genoemd, was een regelrecht verwijt aan de Umayyadische kaliefen, die zich niet recht lieten leiden. De frustratie van de gelovigen combineerde met onvrede onder de niet-Arabische moslims. Met name de Perzen voelden zich achtergesteld, en een opstand was het resultaat. In 750 werd de Umayyadische dynastie vervangen door de Abbasidische, die de residentie verplaatste naar Bagdad.

Omdat de nieuwe kaliefen niet dezelfde verwijten wilden krijgen als hun voorgangers, financierden ze de rechtsschool van Kufa, waar Abu Hanifa (699-767) probeerde een werkelijk islamitisch recht te ontwerpen, dat vrij zou zijn van Griekse en Romeinse invloeden. De kern van de zaak was hierbij dat het oordeel van de juristen moest worden gefundeerd op een steviger basis dan het gewoonterecht: het voorbeeld van de Profeet zelf.

Hadith

Het directe gevolg was de aanleg van enorme collecties anekdotes, hadith, over het leven van Mohammed. Een van de oudst-bekende juridische studies uit de islamitische wereld, de Muwatta (“Goedgebaande weg”) van Malik ibn Anas (ca.710-796), illustreert hoe men met die verhalen omging. Als er een vraag lag, zocht deze rechtsgeleerde eerst in zijn boeken alle relevante anekdotes op en vergeleek die met de traditie van zijn eigen stad, Medina. Beide manieren om te kijken naar het voorbeeldige leven van Mohammed waren gegarandeerd goed: enerzijds waren de anekdotes overgeleverd op naam van betrouwbare zegslieden, anderzijds golden de gewoonten in Medina, waar de Profeet had gewoond, als voortzettingen van een voorgeleefde levenswijze.

Op deze wijze kon Malik ibn Anas aangeven wat Mohammed in een gegeven situatie zou hebben gedaan, en kwam hij tot een beredeneerd oordeel – een fatwa. Dat Mohammed het voorbeeld was, belette Malik ibn Anas en zijn collega’s overigens niet om af te wijken van het oordeel van de Profeet, bijvoorbeeld als dat in tegenspraak was met de Koran.

Zo ontstond rond het midden van de achtste eeuw een vorm van rechtspraak die in niets leek op wat eraan voorafging. Anders dan bijvoorbeeld de joden, hadden de moslims geen heilig boek vol bepalingen, aangevuld met rabbijnse discussies. Anders dan bij de christenen waren er geen synodes om regels vast te stellen. Anders dan het Romeins Recht kende de islam geen stelsel van wetten en vastgelegde definities.

De moslims kozen voor een rechtssysteem dat in wezen was gebaseerd op precedenten. Het kon ook moeilijk anders, want de rechtsgeleerden wilden de praktijk zuiveren van Griekse en Romeinse invloeden. Wat feitelijk gebeurde, was dat elke moslim geacht werd te leven naar het voorbeeld van de Profeet.

[wordt morgen vervolgd]

PS

Vanavond is in het Rijksmuseum in Leiden de presentatie van mijn boek over de geschiedenis van Libanon. Er is een livestream.

Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.

PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


Berbers en Arabieren

juni 14, 2017
Het einde van de Avaren

november 16, 2019
Islamitisch recht (3) onderzoek van de hadith

juni 13, 2025 Deel dit:

#Abbasiden #AbuHanifa #Bagdad #hadith #islamisering #islamitischRecht #Kalifaat #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Koran #Kufa #MalikIbnAnas #Medina #Mohammed #sharia #Umayyaden