Altijd boze burgers krijgen een bord vol niks

Op sociale media leek de ramadan groter dan op Zuid zelf. En dan vooral onder niet-moslims. Die vasten zelf niet natuurlijk, maar werden bloednerveus van anderen die dat wel doen. De ramadan zou ‘overal’ aanwezig zijn en door de strot worden geduwd door de media. Politie en politici die aanschoven bij een iftar? „Islamisering!”

AD.nl
Brighty @Brighti on #islamisering #KeirStarmer #IranWar @TheSun – political cartoon gallery in London original-political-cartoon.com
Ik ben zelf aardig anti-religieus, maar het gevaar komt momenteel nog steeds behoorlijk meer uit christelijke hoek. In Urk ben je als queer-persoon nog altijd je leven niet veilig...

#urk #islamisering #fortuyn #pimfortuyn #wilders #geertwilders #pvv #extreemrechts

𝗗𝗿𝗶𝗲 𝗧𝘂𝗿𝗸𝘀𝗲 𝗺𝗼𝘀𝗸𝗲𝗲ë𝗻 𝗸𝗿𝗶𝗷𝗴𝗲𝗻 𝘃𝗹𝗮𝗸 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗿𝗮𝗺𝗮𝗱𝗮𝗻 𝗯𝗿𝗶𝗲𝗳, 𝗯𝗲𝗱𝗼𝗲𝗹𝗱 𝘁𝗲𝗴𝗲𝗻 '𝗶𝘀𝗹𝗮𝗺𝗶𝘀𝗲𝗿𝗶𝗻𝗴'

Drie Turkse moskeeën hebben brieven ontvangen die oproepen tot het stoppen van de 'islamisering', met daarbij een opsomming van aanslagen, zoals die op 11 september 2001 op het World Trade Center in New York. De briefschrijver noemt de islamitische...

https://www.rtl.nl/nieuws/binnenland/artikel/5566643/moskee-islamisering-brief-aanslagen

#TurkseMoskeeën #Ramadan #Islamisering

Drie Turkse moskeeën krijgen vlak voor ramadan brief, bedoeld tegen 'islamisering'

Drie Turkse moskeeën hebben brieven ontvangen die oproepen tot het stoppen van de 'islamisering', met daarbij een opsomming van aanslagen, zoals die op 11 september 2001 op het World Trade Center in New York. De briefschrijver noemt de islamitische vastenmaand ramadan, die volgende week begint, als aanleiding.

RTL Nieuws
Niet de #Islamisering van Nederland is een probleem, maar de #Volendamisering. (Vrij naar: #TheoMaassen) #MonaKeijzer #NOS

Matti och Katti avsnitt 133 om judehat, islamisering, konvertering av rädsla samt gammelmedias lögner

https://swebbtv.se/w/gZAwWGEeTDHLcRQi2uAWXV

Matti och Katti avsnitt 133 om judehat, islamisering, konvertering av rädsla samt gammelmedias lögner

PeerTube

Frankrike skakat, muslimsk aktivist i skolan, Putin nekas inresa – Chris Forsne i Omvärldsanalys 234

https://swebbtv.se/w/gFkXYJub1JKA7XRUgzzf1k

Frankrike skakat, muslimsk aktivist i skolan, Putin nekas inresa – Chris Forsne i Omvärldsanalys 234

PeerTube

De madrasa en de universiteit

Mustansiriya-madrasa, Bagdad

[Dit is het laatste van acht blogjes over het ontstaan van het islamitisch recht. Het eerste was hier.]

In het vorige blogje beschreef ik hoe de ulama, de islamitische rechtsgeleerden, enkele jaren vervolgd waren geweest door de kalief. Dit was vanzelfsprekend traumatisch en het is logisch dat ze zich begonnen te organiseren. In eerste instantie gebeurde dat in de vorm van een gilde. Wie toetrad, moest de gebruikelijke drie rangen doorlopen: eerst was hij leerling ofwel mutafaqqih; na het afronden van zijn studie gold hij als gezel of sahib; blonk hij uit, dan kon hij meester ofwel mufti worden.

De madrasa

In tweede instantie versterkten de geleerden zich door deze gilden om te vormen tot een waqf, wat kan worden vertaald als “religieuze stichting”. Deze beheerde een groot vermogen, dat garandeerde dat de geleerden hun onafhankelijkheid konden handhaven. Vaak werd het kapitaal verworven door middel van een legaat of een andere schenking. Daarbij kon de schenker als voorwaarde stellen dat zijn afstammelingen bepaalde rechten zouden uitoefenen, wat handig was voor politici die hun kinderen wilden voorzien van geleerde raadsheren. Zulke rechtscolleges werden aangeduid als madrasa.

Steeds was het dagelijks bestuur en het beheer van de goederen opgedragen aan het gilde als geheel. Alle leden van het instituut, dus ook de studenten, hadden zitting in de vergadering van geleerden, dat het dagelijks bestuur opdroeg aan een voor een jaar gekozen voorzitter, de ra’is al-madhhab.

Tot zover de formele kant van de islamitische scholen. De kern van de studie zelf bestond uit het voortdurende debat tussen de geleerden. Dát was immers de manier om de ijma’, de consensus der geleerden, vast te stellen. Daarom was het van belang dat de lesprogramma’s duidelijk waren afgebakend en er scherpe eisen werden gesteld waaraan moest worden voldaan om te worden toegelaten tot een hogere wetenschappelijke rang. Niet iedereen mocht onderwijs geven of een bijdrage leveren aan de consensusvorming der geleerden: de lesbevoegdheid stond bekend als de ijazat at-tadris van de mufti.

De universiteit

De Amerikaanse arabist George Makdisi (1920-2002), over wie ik al eens blogde, heeft erop gewezen dat we hier in feite het ontstaan zien van het doctoraat: een erkenning, door andere geleerden, dat men een vakgebied voldoende beheerst om eraan te mogen bijdragen. In de wereld van de islam was dit een noodzakelijke ontwikkeling. Dáár was de consensus der geleerden immers van belang om de orthodoxie vast te stellen, dáár was een systeem van gekwalificeerde professionals noodzakelijk. Dat het doctoraat in de Middeleeuwen ook werd overgenomen in West-Europa, is echter opvallend: in het christendom, waarin concilies, synodes en kerkelijke autoriteiten bepaalden wat de juiste leer was, was het doctoraat in feite overbodig.

Er is echter meer aan de hand. De rechtsscholen hadden eigen middelen en konden daarmee de traditie van permanente discussie doorgeven aan toekomstige generaties. De madrasa’s konden daarmee een norm worden van wetenschappelijke rationaliteit. Dat de islamitische rechtswetenschap is gebaseerd op aannames die voor niet-moslims niet bewezen zijn, doet aan de rationaliteit van de rechtsvinding niet af.

U begrijpt het al: de vonk sprong over naar de universiteit in West-Europa. Terwijl er al kloosterscholen en andere onderwijsinstellingen waren, begonnen geleerden zich te organiseren als gilde, met eigen financiën, met omschreven lesbevoegdheden, met een universiteitsraad, met een gekozen rector en met methoden die waren geïnspireerd op die van de ulama. De introductie hiervan was een van de opvallendste aspecten van de Renaissance van de Twaalfde Eeuw, waarin de Europese cultuur zich verrijkte met het islamitische erfgoed.

#doctoraat #fiqh #GeorgeMakdisi #gilde #hadith #ijma_ #islamisering #islamitischRecht #madrasa #RenaissanceVanDeTwaalfdeEeuw #sharia #ulama #universiteit #waqf

Islamitisch recht (7) mu’tazilieten

Zestiende-eeuwse tekening van Al-Ma’mun

[Dit is het voorlaatste van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]

In het vorige blogje legde ik uit dat tegenover de claim van de islamitische rechtsgeleerden (ulama) dat zij konden uitleggen hoe de gelovigen zich het beste konden gedragen, de kalief stond. Die bevorderde bestudering van Griekse, Indische, Perzische en Syrische teksten in het Huis der Wijsheid.

De mu’tazilieten

De daar opgedane kennis van de Griekse wijsbegeerte werd toegepast door de theologen die mu’tazilieten worden genoemd.noot De naam betekent zoiets als “zij die zich afzijdig houden” (in een destijds belangrijk geschil). Net als de Griekse stoïcijnse filosofen meenden ze dat God en de Rede identiek waren. Dit betekende dat goed en kwaad door de mens beredeneerd konden worden en dat mensen voor morele kennis niet uitsluitend waren aangewezen op de openbaring in de Koran.

Verder oordeelden de mu’tazilieten dat als God rechtvaardig was – en wie zou dat betwijfelen? – Hij niet zoiets onrechtvaardigs kon toestaan als predestinatie. De mu’tazilieten benadrukten daarom de vrije wil van de mens en diens eigen verantwoordelijkheid bij de keuze tussen goed en kwaad. Passages in de Koran die predestinatie vooronderstelden, beschouwden ze als allegorie.

Voor de ulama was dat onaanvaardbaar. Het uitgangspunt van de rechtsgeleerden was immers dat de Koran niet zomaar een geïnspireerd geschrift was, maar een manifestatie van God Zelf. Allegorese was daarom uit den boze. Verder waren de rechtsgeleerden sceptisch over de onbegrensde toepassing van de ratio. De gelovige kon daar beter niet teveel op vertrouwen. Het leven van de Profeet was als voorbeeld voldoende.

Conflict

Kalief Al-Ma’mun steunde de mu’tazilieten. Dat betekende een diepgaand conflict tussen vorst en althans een deel van zijn onderdanen. De kalief kon echter niet anders dan compromisloos zijn: als Gods plaatsbekleder kon hij onmogelijk met de ulama tot een vergelijk komen, terwijl de mu’tazilieten een interpretatie van de Koran boden die het gezag van de kalief onaangetast liet. Onder Al-Ma’muns opvolgers zijn de ulama vijftien jaar lang vervolgd (833-848), maar de populariteit van de geleerden gaf de doorslag. Uiteindelijk kon de kalief niet anders doen dan de ulama accepteren als religieuze autoriteiten. Hadden rechters juridische twijfelgevallen altijd aan de kalief voorgelegd geweest, vanaf het midden van de negende eeuw moest ook advies worden ingewonnen bij een islamitische rechtsgeleerde.

Dit droeg niet bij aan de kracht van het centrale gezag in de islamitische wereld, en de verzwakking van de positie van de kalief is wel genoemd als een factor die een rol speelde bij de latere desintegratie van het uitgestrekte rijk.

Het einde van het Huis der Wijsheid

Het enthousiasme waarmee de Griekse letteren waren bestudeerd, nam sterk af na de overwinning van de ulama. Het Huis der Wijsheid werd gesloten en in 899 bepaalde de kalief dat kopiisten voortaan een beroepseed moesten afleggen dat ze geen werken zouden overschrijven uit de Tijd der Onwetendheid. Niettemin waren er voldoende vertalingen in omloop gekomen om het individuele geleerden mogelijk te maken de Griekse filosofie en wetenschappen te bestuderen.

De moslims stonden dus kritischer ten opzichte van de Grieks-Romeinse cultuur dan de christenen. Waar die hun rechtssysteem zouden modelleren op het Romeinse Recht en probeerden de klassieke teksten in de grondtaal te bestuderen, ontwierpen de moslims een eigen rechtsstelsel en volstonden ze met vertalingen. In de twaalfde eeuw zouden de Europeanen de islamitische instituties en ideeën overnemen. Maar daarover blogde ik al eens eerder.

[wordt vervolgd]

#Abbasiden #AlMaMun #allegorese #allegorie #goedEnKwaad #hadith #HuisDerWijsheid #islamisering #islamitischRecht #Kalifaat #KalifaatVanBagdad #Koran #Mohammed #muTazilieten #predestinatie #ulama #vrijeWil

Islamitisch recht (6) de kalief

Geleerden reizen van keizer Theofilos (r) naar kalief Al-Ma’mun (l)

[Dit is het zesde van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]

In de voorgaande vijf blogjes heb ik verteld hoe binnen het Kalifaat behoefte groeide aan een islamitisch rechtsstelsel en hoe de rechtsgeleerden, de ulama, iets volkomen nieuws ontwierpen, dat noch op het joodse, noch op het christelijke, noch op het Romeinse Recht leek. In het islamitische recht was een duidelijke hiërarchie van rechtsbronnen, maar één bron was opvallend afwezig: de kalief.

De visie van de kalief

Hadiths over de eerste vier kaliefen, de “rechtgeleide kaliefen”, werden in overweging genomen. Zij hadden de Profeet nog gekend. De beslissingen van de Umayyadische kaliefen hadden in de tijd van de Abbasidische kaliefen echter geen groot gezag. Althans voor de rechtsgeleerden. De heerser der gelovigen zelf zag dat anders. Een kalief was een plaatsbekleder – en niet van Mohammed, zoals je weleens leest. Inscripties, munten en vroege islamitische teksten maken duidelijk dat de kalief zichzelf zag als de plaatsbekleder van God op aarde.

De visies van de rechtsgeleerden en de kalief botsen op een wezenlijk punt. De eersten dachten egalitair en benadrukten dat ieder mens een persoonlijke relatie had tot God; de tweede ging uit van de hiërarchie. Omdat de twee partijen niet allebei gelijk konden hebben, groeiden er spanningen. De Abbasidische heersers, die aanvankelijk sympathiseerden met de juristen, kwamen daar dan ook van terug. En uiteraard was deze volte-face in de ogen van elke rechtsgeleerde niets minder dan ketterij, zodat de ergernis wederzijds was.

Toch viel er wel iets voor de Abbasidische politiek te zeggen. Terwijl de Umayyaden de niet-Arabische moslims hadden beschouwd als tweederangs burgers, stonden de Abbasiden meer open voor andere culturen dan de Arabische. Op hun manier dachten ook zij egalitair. De neiging het ene volk niet boven het ander te zetten, leidde tot de opbloei van de wetenschappen. Welke implicaties dat had voor de relatie tussen kalief en rechtsgeleerden, zal ik in het volgende blogje tonen.

De Arabische wetenschap

Hoewel het Arabisch de geprivilegieerde hoftaal bleef, werden in Bagdad alle talen van de islamitische wereld gesproken en bestudeerd. De geleerden benutten daarbij uit het Grieks vertaalde inleidingen tot de taalkunde. Al snel werden ook de werken van Griekse artsen en andere praktische geleerden in het Arabisch omgezet, want de Abbasiden, die door een staatsgreep aan de macht waren gekomen, wilden tonen dat hun heerschappij het leven van de moslims verbeterde.

Ook meer theoretische teksten werden vertaald en zo kwam het dat de Arabieren omstreeks 800 beschikten over vertalingen van Aristoteles’ Organon en zijn Poëtica, een handvol dialogen van Plato en enkele neoplatoonse werken. Eenkennig was men overigens niet: al eerder waren Syrische, Indische en Perzische teksten vertaald.

Met name kalief Al-Ma’mun heeft de bestudering van het Griekse materiaal bevorderd. In 830 stichtte hij in Bagdad het Huis der Wijsheid, waar zo’n honderd vertalers werkten.

Men zegt dat Al-Ma’mun een droom had waarin het hem toescheen dat een statige oude man, gezeten op een lessenaar, een lezing hield en zei: “Ik ben Aristoteles.” Toen hij ontwaakte uit zijn droom vroeg hij wie Aristoteles was. Men zei tegen hem: “Dat is een wijsgeer van de Grieken.”
Hij liet Hunayn ibn Ishaq halen, omdat hij niemand kon vinden die hem evenaarde in het vertalen van de boeken van de Griekse wijsgeren in het Arabisch, en hij schonk hem zeer veel geld en cadeaus en zei hem: “Ik zag in mijn droom dat er een man zat op de zetel in mijn raadzaal waar ik zelf altijd op zit. Ik werd vervuld van respect voor hem en vroeg wie hij was. Men zei dat het Aristoteles was en ik zei dat ik hem eens wat zou vragen. Dus vroeg ik hem: ‘Wat is het goede?’ Hij zei: ‘Wat het verstand als goed beschouwt.’ Daarop zei ik: ‘En verder?’ Hij zei: ‘Wat de massa als goed beschouwt.’ Daarop zei ik: ‘En verder?’ Hij zei: ‘Verder niets.’
Deze droom was de belangrijkste aanleiding om boeken op te halen. Al-Ma’mun was in schriftelijk contact gekomen met de koning van de Byzantijnen [Theofilos], over wie hij de overhand had gekregen. Hij vroeg hem om toestemming voor de overdracht van de klassieke wetenschappen, die bewaard werden in het land van de Byzantijnen. Na een aanvankelijke weigering stemde de koning daarmee in. Al-Ma’mun stuurde voor dat doel een groep mensen, die meenamen wat ze wilden, en toen ze het gebracht hadden, gaf hij hun opdracht het te vertalen en dat deden zij. noot Overgeleverd in de collectie geleerdenbiografieën van Ibn Abi Usaybia; vert. Versteegh.

Zoals na een visioen over Aristoteles wellicht viel te verwachten, legde Hunayn ibn Ishaq, een jonge christelijke geleerde, zich bij zijn vertaalwerkzaamheden vooral toe op de medische traktaten. Maar er werden ook andere teksten vertaald, zoals de publicaties van wiskundigen, filosofen en astronomen. Sommige teksten werden meer dan eens vertaald, en het is aardig te zien dat jongere vertalingen een zelfverzekerder Arabisch tonen: waar het Griekse woord diabetes – dat  dat zoiets als “doorstroming” betekent – aanvankelijk nog werd weergegeven met het leenwoord diyabita, koos men later voor een eigen woord, da’ al-sukkar, waarvan ons “suikerziekte” de letterlijke vertaling is.

[wordt morgen vervolgd]

#Abbasiden #AlMaMun #ArabischeTalen #Aristoteles #hadith #HuisDerWijsheid #islamisering #islamitischRecht #Kalifaat #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Mohammed #Plato #TheofilosKeizer #ulama #Umayyaden