Het scheiden der wegen

Schema van het scheiden der wegen (klik=groot)

Het is niet voor het eerst dat ik schrijf over het scheiden van de wegen van joden en christenen. Voor negentiende-eeuwse christenen was dat simpel: er was een Oud Verbond en omdat de joden Jezus van Nazaret niet hadden erkend als messias, was er een Nieuw Verbond, waarin de joden als verbondsvolk waren vervangen door de christenen. En voor joden was het ook al simpel: christendom was monotheïsme voor de export, maar niet het onversneden echte spul. Beide groepen – de negentiende-eeuwse christenen en de negentiende-eeuwse joden – claimden het tempeljodendom als hun eigen erfgoed en meenden dat de andere religie zich van de rechte leer had afgesplitst.

De geschiedenis van het christendom werd lange tijd eigenlijk even simpel voorgesteld. Ooit was er een zuivere kerk geweest, waar links en rechts aftakkingen van waren, met één orthodoxe stroming die in een rechte lijn vanaf de apostelen ging naar het eigen kerkgenootschap.

Al in de negentiende eeuw stond vast dat het complexer was. De Dode Zee-rollen en de publicatie van vroegchristelijke bronnen hebben dat bevestigd. Ik verzorg over deze materie weleens een cursus, en onlangs maakte ik daarbij het schema dat u hierboven ziet. Het is in deze vorm gemaakt door Kees Huijser, die wel vaker het grafische werk voor deze blog verzorgt. Ik beweer niet dat dit overzicht correct is; er is geen verband of lijn die niet ook anders kan zijn; maar het schema helpt om de stof te ordenen.

Pluriform jodendom

Helemaal links ziet u de situatie rond het jaar 150 v.Chr. In zijn Joodse Oorlog en Joodse Oudheden gebruikt de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus ongeveer dit moment om de stromingen te introduceren die volgens hem het normale jodendom vertegenwoordigen: de farizeeën, de sadduceeën en de essenen.

Het is plausibel dat deze drie stromingen ontstonden door het conflict dat ligt besloten in de Dode Zee-rol die bekendstaat als 4QMMT, “Enige werken der Wet”. Volgens een mogelijke interpretatie richtte de auteur zich tot hogepriester Jonathan, om hem te waarschuwen voor de eerste farizeeën (“Belialsoverleg”) en te brengen tot de juiste, vroeg-sadducese opvattingen. Toen de hogepriester niet akkoord ging, splitste de groep rond de auteur van deze brief zich van de sadduceeën af en vormde de groep van de essenen. Althans, dat is een mogelijk scenario, dat is gebaseerd op de aanname dat de Dode Zee-rollen door de essenen zijn geschreven. Dat is maar de vraag.

Als deze aanname correct is, zijn er ook meerdere esseense groepen geweest; de Dode Zee-rollen documenteren verschillen in opvatting en verschillende woonplaatsen. Ook de farizeeën waren verdeeld; vanaf het begin van de jaartelling waren er twee hoofdstromingen. De sicariërs, waarvan nogal eens wordt genegeerd dat ze ook niet-joodse leden hadden, waren overigens een farizese afsplitsing. De meeste joodse stromingen overleefde de ondergang van Jeruzalem in 70 niet.

Het scheiden der wegen

De Jezusbeweging kende ook twee takken, waarvan de joodse tak is vertegenwoordigd in de Didache (al zijn er andere interpretaties) en de niet-joodse in de brieven van Paulus en de evangeliën. Die zijn geschreven rond 70 (Marcus) en in de generatie er na. Er zijn geleerden die het evangelie van Johannes dan weer heel vroeg plaatsen en beweren dat dat “een game-changer” is, maar ik geloof er helemaal niks van. Ik noem het echter om nog eens te benadrukken dat het schema ook maar een vereenvoudiging is, ja een oververeenvoudiging.

Meer oververeenvoudiging: Jochanan ben Zakkai organiseerde het rabbinaat en baseerde zich daarbij op een van de twee farizese stromingen. Helemaal onwaar is het niet, maar het rabbijnse jodendom dat zo kwam te ontstaan, heeft bredere wortels dan alleen het farizeïsme. De optekening van de Mishna, een verzameling rabbijnse wijsheid, toont dat joods leven mogelijk is in een samenleving die niet joods is. Er zijn geen Joodse machthebbers, met andere woorden – een gevolg van de opstand van Bar Kochba. Na 136 na Chr. moest men achttien eeuwen wachten voor een nieuwe Joodse staat in het land van Israël.

Die Bar Kochba-opstand had een einde gemaakt aan de joodse christenen. Althans, daarvoor zijn aanwijzingen. Het is weer niet zo zeker allemaal. Wat wél zeker is, is dat op dat moment de rabbijnse joden en de christenen al uit elkaar aan het gaan waren. De door de Romeinse keizer Domitianus met ongebruikelijke hardheid geïnde belasting die bekendstaat als Fiscus Judaicus speelde daarbij een belangrijke rol, maar er waren meer factoren, waarover discussie bestaat.

Pluriform christendom

De andere, niet-joodse christenen waren verdeeld over allerlei oriëntaties en ideeën, die ik in dit schema achterwege heb gelaten. Egypte was een fabriek aan nieuwe opvattingen. In de tweede helft van de tweede eeuw organiseerde Eirenaios van Lyon het nieuwe geloof, en zijn opvattingen staan aan het begin van de proto-orthodoxie.

Er zijn op dat moment andere opvattingen. Montanisme, die het martelaarschap verheerlijken; gnostici, met een complexe mythe en eigen teksten, bekend uit Nag Hammadi. En er zijn nog meer opvattingen, die we niet altijd even goed kennen. De meeste mensen die Christus vereerden, deden dat in combinatie met de oude goden, en de scheiding van het langzaam groeiende rabbijnse jodendom was ook niet scherp. Over deze ideeën zijn we slecht geïnformeerd omdat latere, orthodoxe kopiisten dit materiaal zelden kopieerden. Soms, zoals in een hymne waarin Christus aan Apollo wordt gelijkgesteld, schemert er iets door.

De keuze van Constantijn

De bekering van Constantijn betekende dat het exclusivistische christendom (dat stelde dat als je Jezus vereerde, je hem als enige godheid aanvaardde en dus niet, zoals in de Oudheid gewoon was, de nieuwe god combineerde met de verering van de andere goden) de wind in de zeilen kreeg. Iets preciezer: binnen dit exclusivistische christendom steunde hij de proto-orthodoxe groep. Met het Concilie van Nikaia, dit jaar zeventien eeuwen geleden, werd dit de staatskerk van het Romeinse Rijk.

Was de proto-orthodoxie de belangrijkste groep binnen het derde-eeuwse christendom, en was Constantijns specifieke keuze daarom voorspelbaar? Of was de proto-orthodoxie een van de vele christelijke oriëntaties, en was zijn keuze persoonlijk? Ik voor mij denk het laatste, maar er zijn geleerdere mensen die denken dat het proto-orthodoxe christendom dominant was, en sommigen denken dat die dominantie begon met Eirenaios, anderen denken dat het al eerder het geval was.

Wat ik maar zeggen wil: dit schema is handig voor onderwijsdoelen, en wat mij betreft mag iedereen het gebruiken. Als je er maar bij zegt dat elk aspect discutabel is.

#4qmmt #constantijnDeGrote #didache #dodeZeeRollen #domitianus #eersteConcilieVanNikaia #eirenaiosVanLyon #essenen #exclusivistischeChristenen #farizeeen #fiscusJudaicus #flaviusJosephus #gnosis #jezusVanNazaret #jochananBenZakkai #jonathanDeMakkabeeer #messias #mishna #montanisme #nagHammadi #nietExclusivistischeChristenen #sadduceeen #scheidenDerWegen #sicariers

Het scheiden der wegen

Allegorie van de Wet en Genade (Schnütgenmuseum, Keulen)

Waarom zijn joden en christenen gescheiden wegen gegaan? Het bovenstaande glas-in-lood-raam, daterend uit de zestiende eeuw en te zien in het Schnütgen-museum in Keulen, helpt het doorgronden. Het documenteert het oude antwoord, dat ik zal proberen af te zetten tegen het nieuwe. Links ziet u hoe Adam en Eva eten van de verboden vrucht, vooraan ziet u hoe Adam, als symbool voor de gehele mensheid, de keuze krijgt tussen twee wegen: links de weg van de joodse hogepriester, die wordt gesymboliseerd door de Wet van Mozes (helemaal achteraan), en rechts de weg die wordt aangegeven door Johannes de Doper, wijzend naar het Lam (Christus). Een lijk links en de wederopstanding rechts maken duidelijk welke weg de betere is. Volgens de glazenier natuurlijk.

In zijn visie sloot God tweemaal een verbond met de mensheid. Eerst deed Hij dat door de mensen via Mozes de Wet te geven. Als de Joden zich daar maar aan hielden, lag de wereld die zou komen binnen hun bereik. Het leidde – nogmaals: ik geef een zestiende-eeuwse mening weer – tot een godsdienst waarin mensen zich onzeker voelden van hun redding, nerveus probeerden zich zo nauwgezet mogelijk aan de regels te houden en uiteindelijk allemaal nieuwe regels erbij verzonnen, die zijn vastgelegd in de Mishna en de Talmoed.

Gods tweede poging, het Nieuwe Verbond, bestond uit het zenden van zijn Zoon, die met zijn kruisdood de vloek van Adam had weggenomen. Mensen hoefden zich niet neurotisch te houden aan een onderdrukkende Wet, maar waren vrij. Christus had de mensheid getoond dat God genadig was. De mensheid was “gerechtvaardigd”: het wonderlijke woord wil zeggen dat christenen, als ze op het Laatste Oordeel zouden worden beoordeeld, in principe werden gerekend tot de rechtvaardigen.

Goede werken

De middeleeuwse christenen wisten heel goed dat ze het desondanks konden verprutsen en net als de joden hadden ze daarom een leerstuk van de goede werken. “Zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood,” staat in de Brief van Jakobus 2.26. U kent de voorbeelden, zoals het Hôtel Dieu dat de Bourgondische kanselier Nicolas Rolin aan de stad Beaune schonk. Door zo’n goed werk te doen, wiste een schuldige christen als het ware zijn zonden uit. Anderen deden, zoals wij het zouden noemen, vrijwilligerswerk, en omdat niet iedereen een geboren ziekenverzorger is is, accepteerde de kerk dat mensen via een betaling een echte verpleegkundige aan het werk zetten. De gelovige werd naar betaalkracht aangeslagen en verrichtte een goed werk, maar de kerk zorgde wel voor professionele handen aan het ziekbed.

Zulke betalingen heetten “aflaat” en waren menigeen een doorn in het oog, want het had er minimaal de schijn van dat de rijken zich een plaats in het Koninkrijk konden kopen. Dat de opbrengst ging naar een prestigeproject als de bouw van de Sint-Pieter of naar de oorlog tegen de Grote Turk, vormde ook al geen aanbeveling.

Luther

Het is tegen deze achtergrond dat Luther Paulus’ Brief aan de Galaten las. Daarin zit de cruciale passage:

Omdat we weten dat de mens niet wordt gerechtvaardigd door de werken der Wet maar door het geloof in Jezus Christus, hebben wij in hem geloofd, opdat wij zouden worden gerechtvaardigd uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der Wet. Door de werken der Wet zal immers geen mens worden gerechtvaardigd. (Galaten 2.16)

Luther stelde de “werken der Wet” gelijk aan de “goede werken”. De mensen konden door goede werken geen plaats in het Koninkrijk verwerven. Alleen het geloof in Christus bood redding. Christus was immers God, God was almachtig, en als mensen zelf invloed kregen op hun redding, was God niet almachtig. En trouwens, wie goede werken deed, belandde vroeg of laat bij aflatenhandel. Niet doen dus.

4QMMT

Luthers misvatting was dat de “werken der Wet” hetzelfde zouden zijn als “goede werken”. Dat zijn ze niet. Ik heb al vaker geblogd over de Dode Zee-rol 4QMMT, die dit heel duidelijk maakt. Wie de “werken der Wet” uitvoert, is niets anders dan iemand die valt onder de Wet van Mozes. Een Jood dus. Wat Paulus feitelijk bedoelt is dat men door een Joodse afstamming niet wordt gered, maar door geloof in Christus. Over de wenselijkheid van goede werken heeft hij zich niet uitgelaten, maar gegeven het feit dat hij in de Diaspora een collecte hield voor de gelovigen in Jeruzalem, neem ik aan dat Paulus geen bezwaar had tegen de formulering van Jakobus dat geloof zonder goede werken betekenisloos was.

Het is maar weinig overdreven om te zeggen dat de ontdekking van de Dode Zee-rollen het tapijt onder de Reformatie heeft weggetrokken. De Rooms-katholieke en de Lutherse kerk hebben de strijdbijl alweer een tijdje geleden begraven en bij de herdenking van vijf eeuwen Reformatie was de paus uitgenodigd. Hij beantwoordde de geste door in Rome een Piazza Martin Lutero in te richten. (Een reactionaire ambtenaar in het Romeinse stadhuis vond een humoristische manier om het initiatief belachelijk te maken.)

Wat doet het ertoe?

De inzet van dit alles is niet de interpretatie van een zinnetje uit de Brief aan de Galaten, het (on)gelijk van Luther of de verdienste van goede werken. Het gaat om een godsbeeld en dus om een mensbeeld. In de traditionele christelijke visie, zo mooi afgebeeld op het gebrandschilderde raam hierboven, is de God van het Oude Verbond een bonenteller en moeten de mensen punten scoren voor het hiernamaals, en is de God die zich via Christus openbaarde een God van genade.

Dit is een karikatuur van het jodendom. Een jood houdt zich immers niet aan de Wet omdat hij nog gered moet worden, maar houdt zich aan de Wet omdat hij al gered is. De oude weergave van het jodendom is misschien geen antisemitisme in de zin dat een volk als inferieur ras wordt weggezet, maar het schurkt er tegenaan. Wie Luthers anti-joodse polemieken afdoet als bijzaak, heeft domweg niet begrepen dat het de kern vormt van zijn denken.

Laatste punt: ik zal niet snel schrijven dat de oude wereld nog relevant is. Dat we ons er eindeloos mee bezig houden, is een artistieke keuze om er inspiratie aan te ontlenen, maar duidt niet op feitelijke invloed. De klassieke traditie – nooit gedemonstreerd, altijd aangenomen – is slechts de façade van een huis dat sindsdien grondig is verbouwd. Maar hier hebben we een punt waar de bestudering van een antieke tekst werkelijk betekenis heeft. De discussie die ik hier samenvat, is die over het zogenaamde Nieuwe Perspectief op Paulus en gaat dus echt ergens over.

#4QMMT #BriefAanDeGalaten #BriefVanJakobus #genade #goedeWerken #NieuwePerspectiefOpPaulus #Paulus #Schnütgenmuseum #theologie #WerkenDerWet #WetVanMozes

Een nieuwe Paulus

In Damascus wordt deze stadspoort aangewezen als de plaats waar Paulus ooit over de muur wist te ontsnappen. Weererkers en mezekouwen zijn middeleeuwse uitvindingen en deze poort stond er niet in de eerste eeuw.

In twee eerdere stukjes heb ik uiteengezet dat de leer van de apostel Paulus de laatste jaren ter discussie is gesteld. De oorzaak is dat het traditionele beeld van het antieke jodendom, dat een starre, op de Wet gerichte godsdienst zou zijn geweest, onhoudbaar is gebleken. De oude visie dat christenen zich onderscheidden van de joden doordat in het nieuwe geloof Gods genade centraal stond en in het oude geloof de Wet, blijkt niet te kloppen. Zo komt de vraag op waar het verschil dan zit – of, iets preciezer gezegd, wat het verschil is volgens Paulus.

Ik beken dat ik op dit moment moeite heb met de materie, die betrekkelijk nieuw is voor me. Wat ik begrijp is dat in de diverse stromingen van het jodendom, waaronder de stroming die later bekend kwam te staan als het christendom, de goede werken waarmee de gelovige een zonde kan compenseren, mogelijk zijn doordat God deze weg in Zijn genade heeft getoond, en dat die genade niet door de werken wordt verworven. Anders gezegd, dat een jood goede werken kan doen, bewijst dat hij al is gered – hij maakt deel uit van het Verbond – en ze zijn voor die redding geen voorwaarde.

Omdat Gods genade – en niet: je houden aan de Wet – dus de kern van het jodendom was, kon Paulus geen stelling nemen tegen het legalisme. Toch polemiseert hij tegen de “werken der Wet”, zoals in deze passage uit de Brief aan de Galaten.

Omdat we weten dat de mens niet wordt gerechtvaardigd door de werken der Wet maar door het geloof in Jezus Christus, hebben wij in hem geloofd, opdat wij zouden worden gerechtvaardigd uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der Wet. Door de werken der Wet zal immers geen mens worden gerechtvaardigd. (Galaten 2.16)

Hier lijkt het geloof in Christus (en dus de genade van God) toch echt te worden geplaatst tegenover een jodendom waarin mensen zich redden door het doen van goede werken. Dat is althans de traditionele uitleg. De ontdekking van de Dode Zee-rollen maakte deze echter moeilijk houdbaar, omdat de uitdrukking “werken der Wet” daarin – zoals de Britse theoloog James Dunn in 1983 aantoonde – vaak verwijst naar de eigen gewoontes van de sekte die deze teksten vervaardigde. “Werken der Wet” is dus geen term uit de verlossingsleer, zoals lange tijd werd aangenomen, maar een sociologische term, die de gebruiken aanduidt waarmee de ene groep zich van de andere afbakende. In het geval van Paulus’ Galatenbrief is met “werken der Wet” dus niets anders bedoeld dan het jood-zijn, en we zouden de regel kunnen lezen als:

Omdat we weten dat joods-zijn ons slechts rechtvaardigt als we geloven in Jezus Christus, hebben wij in hem geloofd, opdat wij zouden worden gerechtvaardigd uit het geloof van Christus, en niet uit het joods-zijn. Daardoor zal immers geen mens worden gerechtvaardigd.

Paulus polemiseert dus niet tegen een jodendom dat alleen redding biedt door scrupuleus wettisch gedrag, maar tegen degenen die het heil willen beperken tot de joden. Een heiden die in Christus gelooft, mag dan buiten het Verbond staan, hij kan worden gered. Als ik de lezing van Dunn goed begrijp, althans.

Dit roept echter weer nieuwe vragen op. De belangrijkste daarvan is: is er in het denken van Paulus wel sprake van een breuk met het jodendom, zoals steeds weer wordt aangenomen? De breuk zit in elk geval niet in het idee dat God in Zijn genade een weg tot verzoening opent, want dat idee was standaard aanwezig in het jodendom. Niemand trekt deze interpretatie in twijfel.

Evenmin is de breuk gelegen in een afwijzing van het doen van goede werken, want Paulus heeft geen reden daartegen te polemiseren en doet het (althans volgens Dunn) ook niet. Tot slot kan de breuk ook niet hebben gelegen in het openstellen van het heil voor niet-joden, want de gedachte dat ook degenen die geen deel hadden aan het Verbond, mochten hopen op Gods genade, was bepaald niet nieuw. De tempel in Jeruzalem moest een huis zijn voor alle volken, had Jesaja al gezegd, en de opvatting dat je alleen joods kunt zijn met een joodse moeder, moest nog populair worden. (Dat dit gebeurde, zou wel eens een reactie kunnen zijn op het enthousiasme waarmee het christendom vreemdelingen accepteerde, maar dat terzijde.)

Wat bij Paulus wel nieuw lijkt te zijn, is een aanvulling op de traditionele opvattingen, namelijk het idee dat Jezus de messias was. Maar zulke aanvullingen waren niet ongebruikelijk. De farizeeën aanvaardden de opinies van de wetgeleerden als aanvulling op de Wet en sekte van de Dode Zee-rollen lijkt de Bijbel te hebben aangevuld met eigen geschriften. Kortom, waar de breuk tussen joden en christenen ook moge zijn ontstaan, in elk geval niet met Paulus (vergelijk ook dit stukje).

Uiteraard zijn er uitzonderingen. De tekst die bekendstaat als 4 Ezra lijkt in elk geval wél te veronderstellen dat joden alleen gered kunnen worden door zich stipt aan de Wet te houden, en de auteur is oprecht depressief dat dit te moeilijk is. Bovendien is het maar de vraag of Dunns interpretatie van “werken der Wet” de juiste is. Over deze discussie gaat Kent Yingers onlangs verschenen The New Perspective on Paul.

Het ligt niet aan Yinger dat ik niet het gevoel heb de stof echt te begrijpen: zijn boek is kristalhelder van opzet en ik begrijp elke stap. Toch komt de discussie voor mij niet tot leven, wat er heel goed mee kan samenhangen dat ik op dit moment wél ben geïnteresseerd in Paulus maar niet in zijn betekenis. Dat komt later. Voorlopig vind ik het interessant als Paulus de goede werken niet afwees en noteer ik dat er continuïteit is van het farizeïsme via de apostel naar de vroege kerk. Dat het voor moderne gelovigen actualiteit bezit, is voor het boek dat ik aan het schrijven ben, niet interessant. Relevantie is de vijand van de geschiedenis.

Yinger geeft kristalhelder aan dat de discussie over het verleden wordt beïnvloed doordat mensen bepaalde posities in het heden niet willen opgeven. Argumenten als zouden de verworvenheden van de Reformatie op het spel staan, of dat het nieuwe perspectief op Paulus wegen opent naar oecumene, zijn voor de historicus echter onbelangrijk. Yinger gaat wel in op de theologische argumenten, maar markeert ze als voor de historische analyse oneigenlijk, en dat siert hem.

Er is meer dat hem siert. Hij realiseert zich tenminste dat het accent moet liggen op Paulus’ brieven, en dat de auteur van de Handelingen van de apostelen niet per se Paulus’ eigen meningen weergeeft. Het doel van die tekst is immers aan te tonen hoe het heil van Jeruzalem, dat in 70 werd verwoest, al was verplaatst naar Rome, een perspectief dat de apostel zelf zeker niet zal hebben gehad. De Handelingen zijn een door vrijwel alle historici erkend dwaalspoor.

Yinger realiseert zich ook dat je niet zonder meer mag aannemen dat Paulus een consistente denker is geweest. Niemand kijkt ervan op als we van Aristoteles’ opvattingen over de ziel zeggen dat hij zichzelf tegenspreekt of dat er ontwikkeling in zit, dus waarom zou er in Paulus’ brieven géén ontwikkeling zijn te zien? Uiteindelijk meent Yinger dat die inconsistentie wel meevalt, maar hij overweegt het tenminste.

Kortom, ook al heb ik niet het gevoel de discussie werkelijk in de vingers te hebben gekregen, en al zal een professioneel “paulinist” wel wat aan te merken hebben op mijn drie stukjes, ik beschouw de uren met Kent Yingers The New Perspective on Paul als buitengewoon waardevol. Het is een prima boek, dat me in elk geval heeft gewezen op een hoop valkuilen.

PS

Een goede website over “de nieuwe Paulus” is daar.

#4QMMT #apostel #BriefAanDeGalaten #genade #goedeWerken #NieuwePerspectiefOpPaulus #NieuweTestament #Paulus #theologie #verzoeningTheologie_ #WerkenDerWet #WetVanMozes

Een geschiedenis van de farizeeën

Een geleerde met een boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

In het Nederlands is “farizeeër” een scheldwoord. Dat komt door een donderpreek in het Evangelie van Matteüs 23, waarin Jezus uithaalt naar de farizeeën en schriftgeleerden van zijn tijd, die hij typeert als obstakels, hypocrieten, muggenzifters en huichelaars. Laat “adderengebroed” even op u inwerken om te realiseren hoe beledigend die term is.

Het is al sinds de negentiende eeuw bekend dat de scheldkanonnade nooit in deze vorm kan zijn uitgesproken. Het is materiaal uit Matteüs’ bewerking van de bron-Q. De erop gebaseerde beeldvorming is echter blijven bestaan. De Joodse auteur Flavius Josephus helpt ook al niet: de man had een diepe afkeer van alles wat vies, voos en farizees was en hij laat zich in zijn Joodse Oorlog eigenlijk systematisch negatief over hen uit. Pas later, toen hem duidelijk moet zijn geworden dat het toekomstige jodendom een farizees karakter zou krijgen, konden er een paar aardige woorden vanaf, zoals de opmerking dat hij zich liet inspireren door de farizese voorschriften (Uit mijn leven 12). Hier staat het tegengestelde van wat er lijkt te staan: hij zegt hier dat hij een sadducee was, want zoals Josephus zelf ergens laat vallen volgden de sadduceeën doorgaans de farizese halacha.

Gelukkig hebben we bij de farizeeën, anders dan bij de in onze bronnen eveneens onheus behandelde sadduceeën, het geluk dat er teksten zijn die de standpunten van de betrokkenen zelf weergeven. Over de farizese opvattingen zal ik het later hebben. Vandaag eerst een woord over de geschiedenis van de farizeeën.

Twee eeuwen farizeeën

Die brengt ons naar de Dode-Zee-rol die bekendstaat als 4QMMT ofwel Enige werken der Wet. De auteur probeerde, vermoedelijk rond het midden van de tweede eeuw v.Chr., een hogepriester, vermoedelijk Jonathan de Makkabeeër, ervan te overtuigen de dingen anders te doen dan de farizeeën. De Aramese naam pĕrîšayyā’, “separatisten”, bevestigt dat er een conflict is geweest.

Het feit dat de auteur van 4QMMT meende de hogepriester te moeten schrijven, bewijst dat de farizeeën invloed hadden. Later, ten tijde van hogepriester Hyrkanos I (r.134-104) en koning Alexandros Yannai (r.103-76), lijken ze in de oppositie te zijn geweest. Zeker de laatste trad hard tegen ze op. De farizeeën keerden terug in de koninklijke gunst ten tijde van koningin Alexandra Salome. Haar broer Simeon ben Shetah was een van de leiders van de beweging. In de burgeroorlog tussen Aristoboulos II en Hyrkanos II steunden de farizeeën de laatste. Ze behielden hun invloed.

In de eeuw vóór de val van Jeruzalem kende het farizeïsme twee hoofdstromingen:

  • het strenge huis van rabbi Shammai
  • het wat soepelere huis van rabbi Hillel

Dit is dezelfde Hillel wiens zeven regels ik al eens behandelde. Dit laatste zou na de verwoesting van de tempel in 70 na Chr. de basis vormen voor een nieuw soort jodendom, waarin niet langer de priesters maar de rabbijnen centraal stonden. Zo is bijvoorbeeld de canon van de Bijbel zoals het latere jodendom die kent, de farizese canon. De selectie van religieuze literatuur die de sadduceeën en de sekte van de Dode-Zee-rollen maakten, zijn vrijwel vergeten.

De tradities van de farizese en rabbijnse geleerden werden rond 200 opgetekend in de Mishna, die een generatie later werd aangevuld met de Tosefta. Er zouden nog twee optekeningen van rabbijnse wijsheid volgen: de Palestijnse Talmoed lijkt in het eerste kwart van de vijfde eeuw te zijn samengesteld en de Babylonische Talmoed in de eerste helft van de zevende eeuw.

Deze vier werken bieden informatie over het farizese gedachtegoed. Daarop kom ik later terug.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

Deel dit:

#4QMMT #AlexandrosYannai #AristoboulosII #BabylonischeTalmoed #EnigeWerkenDerWet #EvangelieVanMatteüs #farizeeën #FlaviusJosephus #Hillel #HyrkanosI #HyrkanosII #JonathanDeMakkabeeër #Mishna #NieuweTestament #PalestijnseTalmoed #QBron #SalomeAlexandra #schriftgeleerde #Shammai #SimeonBenShetah #Talmoed #Tosefta

Farizeeër: een lelijk scheldwoord - Mainzer Beobachter

De farizeeën waren een joodse stroming uit de Romeinse tijd. Het is niet fijn dat "farizeeër" een scheldwoord is.

Mainzer Beobachter