Wat is een grens? (2)

Detail van de Peutinger-kaart: Arae Philaenorum wordt hier getypeerd als de grens tussen de provincies Africa en Cyrenaica, m.a.w. als de grens tussen de imperia van twee gouverneurs.

[In het eerste deel van dit artikel constateerde ik aan de hand van Baktrië en Germanië dat machtsuitoefening – dat wil zeggen: dat je mensen dingen kunt laten doen die ze anders niet zouden hebben gedaan – niet altijd archeologisch terug te vinden is. Hoe herken je in het bodemarchief waar een grens heeft gelegen?]

***

Dat machtsuitoefening niet samenvalt met de bouw van forten, wegen en andere monumenten, en dat ze daardoor archeologisch moeilijk vindbaar is, past goed bij het Romeinse denken over macht. Het woord imperium is misschien het beste te vertalen als “invloedssfeer” en duidt niet – of beter: niet per se – op een territoriaal begrensd gebied. Het slaat op de bevoegdheden van een magistraat (bijvoorbeeld het imperium proconsulare).

Voor ons relevant is het commando in een oorlog. De commandanten van de noordelijke legers hadden elk een eigen imperium om aan de overzijde van de rivier te vechten, maar er was geen duidelijke grens aan het strijdtoneel. Het was daardoor mogelijk dat een commandant die imperium had in het ene gebied, actief raakte in een gebied waar ook anderen actief waren. Eén oplossing was het imperium maius, waarin werd vastgelegd wie dan voorrang had. Een andere maatregel was het aanwijzen van gebieden waarin het imperium geldig was: een provincia. De voor zover ik weet enige territoriale afbakening die een imperium kende, was dus de grens met het imperium van een collega. Zie ook het plaatje hierboven.

Wat geldt voor het machtsbereik van een magistraat geldt eveneens voor het machtsbereik van de Romeinse overheid: de Romeinen vatten het imperium Romanum niet op als territoriaal begrensd geheel. Ze bouwden forten om hun belangrijkste gebieden te beschermen, maar dat wil niet zeggen dat deze forten een grens waren. Als de Romeinen na 9 hun troepen legeren aan de Rijn en aan de overzijde van die rivier Haltern aanhouden, betekent dat niet dat ze geen macht meer uitoefenden op de andere oever. De loodmijnen bleven gewoon in gebruik. Minimaal een deel van de Romeinse invloedssfeer is archeologisch niet te vinden.

***

Langs de Beneden-Rijn ligt een reeks forten: de limes. Die forten beschermden een transportroute, zoveel is zeker, maar vormden ze ook een grens? Zoals we hebben gezien kunnen we dat uit het bodemarchief niet afleiden terwijl de geschreven bronnen het grensbegrip problematiseren. (Voor alle duidelijkheid: ik zeg niet dat de Romeinen nooit grenzen kenden. Het gaat om het kentheoretische probleem en mijn voorbeeld is Nederland.)

Zoals we zagen in Baktrië, kan de overname van het netwerk van machtsrelaties door een of andere veroveraar archeologisch onvindbaar zijn. Op dit punt vind ik de vernieuwde expositie in het Rijksmuseum van Oudheden zo goed: ze toont enerzijds nederzettingen waar wél dingen veranderden toen ze kwamen te liggen binnen de Romeinse sfeer, zoals Nijmegen, maar toont ook vondsten uit opgravingen waar niets veranderde, zoals Dronrijp en Rijswijk. Zouden ze de opgraving in Brabant hebben getoond waar ik zelf ooit werkte, het verhaal zou ruwweg hetzelfde zijn.

In de twee zuidelijke opgravingen constateren we dat er geen verandering was ondanks de Romeinse overheersing; in de noordelijke zouden we – zie opnieuw Baktrië – hetzelfde kunnen constateren. Door handel veranderde de materiële cultuur hier of daar, maar dat zegt niet zoveel over de eigenlijke cultuur: de boeren – 90% van de bevolking in de oude wereld – oogstten en ploegden, zaaiden en maaiden, en droegen een deel van hun oogst af aan hun elite. Net als in het Baktrië in de tijd van Alexander de Grote was boven die elite een andere meester gekomen en in die zin was alles veranderd, maar op de grond veranderde er eigenlijk weinig.

Of toch? Ik heb nog gedacht aan de munten. Ten zuiden van de limes is de aanvoer vrij regelmatig, wat duidt op integratie in een groter economisch systeem; benoorden de limes komen de munten aan in golven, die kunnen worden verklaard doordat de Romeinen in crisissituaties óf groepen krijgers uit het noordelijk kustgebied in dienst namen óf afkochten. Weliswaar is er zo sprake van twee verschillende vormen van beheersing, maar in beide gevallen zou een Romein het noordelijk kustgebied hebben aangeduid als onderdeel van het imperium.

***

Waar komt, als het archeologisch niet documenteerbaar is en als de Romeinse ideeënwereld andere opties kende dan de territoriaal begrensde staat, het idee dan vandaan dat de limes een grens is geweest? Het is een negentiende-eeuwse interpretatie van de geschreven bronnen. Van een Florus, die op alle scholen werd gelezen en paste in een (Duits) nationalistisch aanbod. Van een beroemde passage uit Tacitus waarin staat dat keizer Claudius generaal Corbulo gelastte zijn troepen terug te trekken op de linker Rijnoever, die destijds werd geïnterpreteerd vanuit de toen gangbare visie dat je je troepen legerde aan de grens.

Je zou denken: de negentiende eeuw is voorbij. Maar oudheidkunde is een complex vak dat steeds complexer wordt, terwijl de opleidingen in de jaren tachtig zijn verkort. Dat de oproep tot interdisciplinariteit eindeloos wordt herhaald, duidt op de hieruit voortvloeiende problemen. De archeologie is zich steeds meer gaan beperken tot dat wat rechtstreeks uit het bodemarchief valt te halen; er is weinig tijd om na te denken over kentheoretische problemen; en daarom herhaalt men allerlei ingeburgerde noties. Noties die vaak verouderd zijn.

Dat Nijmegen en Tongeren ooit stedelijke rechten (de municipium-status) zouden hebben verworven is een onschuldig voorbeeld; dat het Romeinse Rijk een territoriaal begrensde eenheid was, heeft politieke implicaties in een tijd waarin Nieuw Rechts hamert op de goed bewaakte grenzen van de nationale staat. De archeologie zou een zinvolle bijdrage kunnen leveren door uit te leggen dat het idee van de territoriaal begrensde staat negentiende-eeuws is en dat er alternatieven zijn, zodat we, links of rechts, ons eigen denken beter begrijpen. We kunnen alleen constateren dat de voorlichting over de limes, juist nu ze haar belang kan bewijzen, in alle toonaarden zwijgt.

Maar ook al bekreunen archeologen zich minder dan vroeger om kentheorie en om hun betekenis voor het maatschappelijk debat: de limes vormt een waanzinnig kentheoretisch thema. Kunnen we invloedssferen en de eindigheid van macht herkennen in het bodemarchief? Zo ja, in welk opzicht is dan de reeks forten langs de Beneden-Rijn hetzelfde als de clausura in het zuiden van Tunesië? Wat is de overeenkomst met de muur van Hadrianus? (Ik ga er gemakshalve van uit dat dit werkelijk grenzen zijn geweest.) Of omgekeerd: indien we zouden kunnen vaststellen dat pakweg Dronrijp lag buiten het imperium van de Romeinen, in welk opzicht verschilt het dan van Baktrië? En in welk opzicht stemmen Rijswijk en Noord-Brabant met Baktrië overeen?

Dit is een fantastisch thema. Hier liggen – pun intended – de grenzen van de wetenschap.

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

#Dronrijp #grens #imperium #nationaleStaat #Philaeni #PubliusCorneliusTacitus #RijswijkZH_ #RomeinseLimes

Alternatieve geschiedenissen van Duitsland

Plantu over de hereniging van Duitsland

Als ik zeg dat een stoplicht op rood staat, is dat de constatering van een eenvoudig feit. Zo’n feit krijgt betekenis als we bedenken dat het ook op groen kan staan. Met het verleden is het niet heel anders. We kunnen eerst vaststellen dat iets het geval is geweest en dat feit krijgt vervolgens betekenis als we de alternatieven overwegen.

Ongebeurde geschiedenissen van Duitsland

Afwegingen over wat niet is gebeurd, de Ungeschehene Geschichte, zijn in de historische analyse altijd impliciet aanwezig. Wie zegt dat iets een “historische gebeurtenis” is geweest, heeft overwogen dat het anders had kunnen gaan. “Het denken over wat potentieel ook mogelijk zou zijn geweest,” zoals de Duits-Israëlische historicus Dan Diner het verwoordt, “helpt ons de verleden werkelijkheid beter begrijpen.”

Daaraan wijdt het Deutsches Historisches Museum in Berlijn, ook wel bekend als het Zeughaus, momenteel een expositie. Onder de titel Roads Not Taken, oder: Es hätte auch anders kommen können lopen we door de afgelopen twee eeuwen Duitse geschiedenis. De opstelling is wat onoverzichtelijk, maar de inhoud is prima. De bezoeker gaat in vogelvlucht langs enkele gebeurtenissen uit de afgelopen twee eeuwen Duitse geschiedenis, waarbij eerst uitgebreid wordt getoond wat er feitelijk gebeurde en daarna de vraag wordt gesteld welke alternatieven er waren. Vaak is er ook een tekstbord waarop kort een alternatief wordt geschetst dat min of meer plausibel is.

De tentoonstelling loopt van 1989 terug richting negentiende eeuw. Soms zijn de alternatieven wat al te vaag: wat als Friedrich Wilhelm IV in 1849 de keizerkroon van Duitsland wél van de Nationale Vergadering in Frankfurt zou hebben aangenomen? Een echt antwoord is er niet. Soms vond ik de gepresenteerde alternatieven niet zo plausibel. Ik mag dan geen contemporanist zijn, maar ik denk dat rijkskanselier Heinrich Brüning nooit gekozen zou hebben voor een New Deal-achtig beleid. Áls hij dat zou hebben gedaan, is de verdere speculatie weer wél plausibel: de economie zou wat zijn aangetrokken. Maar of dat de NSDAP de pas zou hebben afgesneden? Ik betwijfel het. Haat is immuun voor goed beleid.

Militaire dictatuur als alternatief

Naarmate we dichter bij het heden komen, overtuigt de expositie meer. In 1933 zouden generaal Kurt von Hammerstein en rijkskanselier Kurt von Schleicher hebben kunnen verhinderen dat Hitler de macht in Duitsland kreeg. Dat zou de vestiging van een militaire bewind hebben betekend:

Was wäre gewesen, wenn von Hammerstein die Potsdamer Garnison in Bewegung gesetzt hätte, um gemeinsam mit von Schleicher die Machtübertragung an Hitler zu verhindern? Im Januar1933 stehen einander in Deutschland nicht Diktatur und Demokratie entgegen, sondern Diktatur und Diktatur: eine Diktatur des Militärs … oder der bald darauf etablierte nationalsozialistische Führerstaat.

Een ander moment waarop de geschiedenis van Duitsland een andere loop zou hebben kunnen krijgen is 1936, toen Hitler het Rijnland bezette. Hij gokte erop dat de Fransen en Britten niet zouden ingrijpen, en die gok pakte goed uit. Maar wat als Frankrijk, dat militair veel sterker was, wél zou hebben geïntervenieerd? Dan zou Hitler verder zwak hebben gestaan, en zou de militaire oppositie de macht hebben gegrepen. (Ik blogde al eerder over Ludwig Beck en de militaire oppositie.)

Ludwig Beck

Stalin

Het gedeelde Duitsland was een van de fronten in de Koude Oorlog. De gewapende confrontatie die feitelijk plaatsvond in Korea, zou ook in Duitsland hebben kunnen plaatsvinden. De Blokkade van Berlijn kwam dicht in buurt. Wat als de Sovjet-Unie gewelddadig op de Luchtbrug hadden gereageerd?

Uiteraard komt Stalins vredesoffensief uit 1952, kort na de Luchtbrug aan de orde: de vraag of Stalin oprecht meende dat het beter zou zijn als een verenigd Duitsland neutraal tussen de westelijke en oostelijke invloedssferen zou liggen. Bondskanselier Konrad Adenauer legde het uit als een manoeuvre om de integratie van de Bondsrepubliek in de westerse wereld te verhinderen. Vermoedelijk had Adenauer gelijk, maar het zijn niet de geringsten die menen dat Stalin na de mislukking van de blokkade oprecht de-escalatie nastreefde.

Monument voor de Luchtbrug

En wat als Kennedy in 1961 op de bouw van de Muur zou hebben gereageerd door opdracht te geven die versperring weg te ruimen? Zouden de Sovjets dan niet hebben geantwoord met beschietingen? Zou het Warschaupact, superieur in conventionele wapens, dan niet vrij snel een Derde Wereldoorlog hebben gewonnen? Zouden de Amerikanen dan niet gedwongen zijn geweest de Bom te gooien?

Het einde van de Koude Oorlog

William Bundy toont in A Tangled Web (1998) aan dat de Détente van de jaren zeventig niet alleen kwam door de door Nixon en Kissinger geïnitieerde opening op China. Minstens even belangrijk was de Ostpolitik van Willy Brandt. Op de expositie wordt uit de doeken gedaan dat het een dubbeltje op z’n kant is geweest. Hij zou een vertrouwensstemming hebben kunnen verliezen, waarna Rainer Barzel bondskanselier zou zijn geweest en er geen Détente zou zijn geweest. Het trof me persoonlijk. Als de Koude Oorlog was opgelaaid, zou mijn dienstplicht immers géén tijdverspilling zijn geweest.

De Nobelprijs van Willy Brandt

Uiteindelijk gaat Roads Not Taken natuurlijk vooral om de gebeurtenissen van het najaar van 1989: de hereniging van Duitsland. Het sleutelmoment was, volgens deze expositie, de beslissing van de DDR-leiders om geen geweld te gebruiken tegen protesterende burgers. Er was op dat moment echter een alternatief: vier maanden daarvoor had de Chinese communistische partij de protesten op het Plein van de Hemelse Vrede wél gewelddadig onderdrukt. Het is in Berlijn en Leipzig gelukkig niet zo geweest.

Ik was blij met deze expositie. Zeker, de gepresenteerde alternatieven overtuigen niet altijd. Als de brug bij Remagen was opgeblazen, was de geallieerde opmars weliswaar vertraagd, maar niet zó veel dat de oorlog in Duitsland beëindigd zou zijn door een atoomaanval. Maar doorgaans overtuigt de tentoonstelling. De bezoeker begrijpt dat geschiedenis niet one damn thing after another is, maar dat het anders had kunnen lopen en dat de toenmalige gebeurtenissen vormende werking op het heden uitoefenen. Roads Not Taken toont geen geschiedenis, maar geschiedvorsing.

***

Anders dan voor het Pergamonmuseum, dat binnenkort sluit, hoeft u zich voor de tentoonstelling Roads Not Taken niet te haasten. Die is nog tot en met 24 november 2024.

[Geschiedvorsing is een wetenschap. Een overzicht van vergelijkbare stukjes is daar.]

#AdolfHitler #Berlijn #BerlijnseLuchtbrug #BerlijnseMuur #BlokkadeVanBerlijn #DDR_ #DanDiner #Duitsland #FrankfurtAmMain #FriedrichWilhelmIV #HeinrichBrüning #HenryKissinger #JohnFKennedy #JosephStalin #KonradAdenauer #KurtVonHammerstein #KurtVonSchleicher #LudwigBeck #nationaleStaat #RichardNixon #UngescheheneGeschichte #WillyBrandt

De hippodroom van Caesarea Maritima

In het vorige blogje legde ik uit hoe de politieke landkaart van Judea en omgeving er in de nieuwtestamentische tijd uitzag. Wat van mensen woonden hier nu? Ik denk dat wij dat eigenlijk niet goed begrijpen kunnen. Dat komt ten dele doordat niet iedere gemeenschap een politieke chroniqueur had als Flavius Josephus, of religieuze literatuur als het Nieuwe Testament, de Dode Zee-rollen of de Mishna. Maar even wezenlijk is dat wij zijn geconditioneerd door de nationale staat:noot Ik krijg dat lelijke anglicisme “natie-staat” dat de laatste jaren zo populair aan het worden is, almaar niet uit mijn pen. het idee dat in één land één door zijn taal gedefinieerd volk woonde met één min of meer dezelfde cultuur. Wij zijn slecht voorbereid op de pluriformiteit van de toenmalige wereld.

Tegenstellingen

Binnen de Herodiaanse rijken waren bijvoorbeeld joodse delen, met Jeruzalem als bekendste voorbeeld, maar ook hellenistische steden als Caesarea, Samaria, Sepforis, Tiberias en Panias. Op het platteland lijken mensen waarde te hebben gehecht aan joodse gebruiken, maar dat wilde niet zeggen dat ze geen kritiek hadden op de Tempel. (Het wil ook niet zeggen, trouwens, dat wij moeten denken dat we ze kunnen begrijpen vanuit het latere rabbijnse jodendom – een fout die nogal eens wordt gemaakt.) Omgekeerd leefden er joodse groeperingen buiten wat wij instinctief geneigd zijn te beschouwen als een joods gebied. Het kan niet vaak genoeg benadrukt worden dat Jeruzalem, welke pretenties de stad ook had, niet de enige tempel voor Jahweh was.

Joods grafschrift uit Hegra

Er waren ook talige variaties. Ik noemde in het vorige blogje dat Beiroet een Latijnse enclave was. We moeten de rest van de regio als Aramees en Grieks beschouwen, waarbij de ene taal thuis werd gesproken en de ander bij officiële gelegenheden. Naarmate je oostelijker kwam, waren er meer Arabisch- en Safaïtischsprekenden. Ik blogde al eens over Alchaudonios.

Ook cultureel was het gebied veelkleurig: nomaden, boeren en stedelingen; Griekse, Romeinse en traditionele vormen; en ook mensen die voorwendden traditionele verhalen te vertellen en zich daarbij bedienden van Griekse concepten. Ik ben steeds meer geïntrigeerd door Filon van Byblos, die een Fenicische identiteit wil beschrijven – maar “Fenicië” was nou net géén Fenicisch concept. Het was een Griekse naam voor een verzameling mensen die zichzelf beschouwden als bewoners van Akko, Tyrus, Sidon, Beiroet, Byblos of Arwad. Het is vermoedelijk geen toeval dat noch Filon zelf, noch iemand anders hem aanduidt als “Filon van Fenicië”. Dat maakt hem een mooi voorbeeld van de complexiteit van de toenmalige identiteit.

Panias, de grot van Pan met de bron van de Jordaan

Wat is een jood?

En dan is er de welbekende vraag wat een jood eigenlijk is. Er bestaan verkeerde antwoorden. Het ideologische gedram van Flavius Josephus over de drie “echte” filosofieën (farizeeën, sadduceeën, essenen) hoeven we niet eens te overwegen. Joden zijn evenmin de ingezetenen van de staat van de koning der Joden, Herodes de Grote, want daarbinnen leefden volop polytheïsten. De samaritaanse geloofsgemeenschap – die niet dominant was in Samaria en die ook daarbuiten leden had – is dan nog een onderwerp dat ik oversla.

Joden zijn ook al niet degenen die alleen Jahweh vereren, want je kon prima jezelf identificeren als jood en toch Pan vereren of Jahweh gelijkstellen aan de Allerhoogste God of aan Dionysos. Verder was Jahweh voor menige niet-jood toch een reële god, erkend tot in Tongeren aan toe. Het goede antwoord is vermoedelijk dat een jood offerde aan Jahweh en alleen aan Jahweh. Het belang van het offer is voor ons, niet gewend aan zulke rituelen, een makkelijk te onderschatten factor.

Skythopolis, met midden de tempel voor Dionysos

Betsaïda

Ik keer nog even terug naar de nieuwe stad Betsaïda. Er woonden joden, dat staat vast. De evangelist Johannes noemt bijvoorbeeld Jezus’ vroege leerling Filippos, een van de Twaalf.noot Johannes 1.45. Zijn naam is Grieks, wat misschien wel en misschien geen aanwijzing is voor zijn achtergrond.

Betsaïda zal vanouds bewoners hebben gehad die leefden van de visserij, landbouw en jacht. Dat wil vrijwel zeker zeggen dat ze redelijk praktisch dachten. Als een schaap in een put was gevallen, haalde je het er uit, ook op sabbat.noot Matteüs 12.11. Misschien was die groep verder wat conservatief en moest ze niet teveel hebben van vernieuwingen.

Het stadje kende echter ook nieuwkomers. Josephus noemt ze en het is leuk dat de archeologen in El-Araj niet alleen Romeins aardewerk hebben gevonden, maar ook bakstenen. Zoals ik al eens vertelde, is baksteen in het Nabije Oosten een “ethnic marker” die suggereert dat mensen zich als Romein hebben willen presenteren.

In elk geval: als de oude bewoners conservatief waren en als de nieuwkomers zich als Romeins presenteerden, zal er weinig belangstelling zijn geweest voor een messias. Dat geeft mogelijk wat context aan de uitspraak die de Q-bron Jezus in de mond legt:

“Wee Chorazin, wee Betsaïda, want als in Tyrus en Sidon de wonderen waren gebeurd die bij jullie gebeurd zijn, dan zouden de inwoners van die steden zich allang in een boetekleed gehuld en met stof bedekt hebben en tot inkeer gekomen zijn.”noot Matteüs 11.21 ||Lukas 10.13.

Een dramatische passage, maar het past bij wat we denken te weten over de bevolking van Betsaïda.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

Deze blog is gratis, maar als u me wil steunen, koop dan een van mijn boeken, doe via Livius.nl een cursus of reis, of doneer. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

Deel dit:

https://mainzerbeobachter.com/2024/09/15/judea-en-zijn-buren-cultuur/

#Alchaudonios #Aramees #Betsaïda #CaesareaMaritima #Chorazin #Dionysos #ElAraj #essenen #ethnicMarker #EvangelieVanJohannes #farizeeën #FilipposTwaalf_ #FilonVanByblos #HerodesDeGrote #identiteit #Jeruzalem #Judea #messias #nationaleStaat #NieuweTestament #offer #Pan #Panias #QBron #sadduceeën #Safaïtisch #Samaria #samaritaanseGeloofsgemeenschap #Sepforis #Tiberias #Tongeren

Judea en zijn buren: politiek - Mainzer Beobachter

Judea, het land waar het Nieuwe Testament zich afspeelt, maakte deel uit van een grotere, Romeinse wereld. In dit stuk: de politiek.

Mainzer Beobachter