Het joodse tweegodendom

Als een Perzische koning een vizier had en als een Romeinse keizer een praetoriaanse prefect had, dan was het alleen maar logisch dat God zelf eveneens beschikte over een rechterhand. Het antieke jodendom kende dus een tweede, jongere of lagere godheid. Dat denkbeeld past niet goed bij het moderne idee dat de joden monotheïsten waren, maar het tweegodendom is goed gedocumenteerd: in het land van Israël en daarbuiten, bij diverse joodse stromingen, vanaf de tweede eeuw v.Chr. tot in de Vroege Middeleeuwen. Tweegodendom was destijds zeker niet verwaarloosbaar.

Over dit onderwerp publiceerde de Duitse godsdiensthistoricus Peter Schäfer in 2017 Zwei Götter im Himmel. Ik las vorige maand de drie jaar later verschenen Engelse vertaling, Two Gods in Heaven, waarin hij ook ingaat op kritiek op het oorspronkelijke boek. Schäfer biedt een overzicht van het tweegodendom, waarbij hij zich beperkt tot de joodse receptie vanaf het Bijbelboek Daniël tot en met de laatantieke mystiek en de Babylonische Talmoed. De christelijke receptie, dat Jezus van Nazaret die tweede godheid was, behandelt hij slechts zijdelings.

Wie is de Mensenzoon?

De cruciale passage is te vinden in Daniël, die in een visioen eerst allerlei vreemde dieren ziet en daarna ziet

dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam. Zijn kleed was wit als sneeuw, zijn hoofdhaar als zuivere wol. Zijn troon bestond uit vuurvlammen, de wielen uit laaiend vuur. Een rivier van vuur welde op en stroomde voor Hem uit. Duizend maal duizenden dienden Hem, tienduizend maal tienduizenden stonden voor Hem.

Dit is God zelf. Er volgt een beschrijving van de beoordeling en dood van een van de dieren.

In mijn nachtelijk visioen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor Hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij, die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan. noot Daniël 7.9-14; NBV21.

Over de identiteit van deze Mensenzoon, die naast God zetelt, wordt al eeuwen gediscussieerd. Schäfer meent dat het de engel Michaël is, de vertegenwoordiger van het joodse volk, maar er zijn ook andere mogelijkheden. In de Dode-Zee-rollen wordt deze Mensenzoon voorzien van meer goddelijke attributen, het duidelijkst in de Zelfverheerlijkingshymne, waarin een mens wordt verheven naar de hemel en troont boven de engelen. In een andere tekst wordt de Mensenzoon voorzien van eretitels als “zoon van God” en “zoon van de allerhoogste”. In de henochitische literatuur ontdekt Henoch, de spreekwoordelijke visionair uit de joodse letteren, dat hij zelf de Mensenzoon is die het Laatste Oordeel zal vellen.

Ook behandelt Schäfer hoe in de wijsheidsliteratuur (Spreuken, Jezus Sirach, Wijsheid) de wijsheid gepersonifieerd kon worden als een kind van God en dat dit verder gepreciseerd kon worden als de Wet van Mozes of de logos, d.w.z. de scheppende kracht van God. In teksten als het Gebed van Jozef wordt dit weer gelijkgesteld aan de aartsvader Jakob, die dan weer de engel Israël is, en ontstaan vóór de schepping.

Jezus als tweede god

Dat er vroeg of laat een groep joden zou zijn die een charismatische wijsheidsleraar zou identificeren met de tweede godheid, lag eigenlijk voor de hand. De Zelfverheerlijkingshymne is ook wel zo gelezen: de Leraar der Gerechtigheid zou al zijn gelijkgesteld aan de tweede godheid, of een zeer hoge engel, of de Mensenzoon, of hoe we het ook mogen noemen. Dat de Qumran-sekte zijn stichter zo eerde, is echter niet zeker.

Dat (een deel van) de volgelingen van Jezus hun leraar beschouwden als goddelijk, staat daarentegen niet ter discussie. Ik zie geen enkele reden om te betwijfelen dat de vroege christenen Jezus beschouwden als die tweede god. Op zeker moment breidden ze dit uit met de derde persoon van de Drie-eenheid, de Heilige Geest.

Metatron

Schäfer laat deze stof rusten. Het is immers al veel vaker verteld (en ik heb er ook al over geblogd). Hij vervolgt met de joodse mystiek en de rabbijnse literatuur. Het boeiende is dat de Mensenzoon en de Zoon van God als tweede godheid volkomen ontbreken in de literatuur uit het land van Israël; Schäfer behandelt één mogelijke uitzondering en toont aan dat er niet staat wat er wel in gelezen is geweest. De verklaring voor deze afwezigheid is simpel: nu de christenen Jezus interpreteerden als een god, konden de rabbijnen er niets meer mee.

Dat lag anders in Babylonië, waar de joden minder concurrentie hadden van de christenen. Oude tradities werden hier voortgezet. De literatuur bevat scherpe veroordelingen van de leer dat er twee machten in de hemel waren, wat bewijst dat tweegodendom dus weerlegd moest worden – en dus een serieuze rol speelde. In deze hoofdstukken noemt Schäfer ook het fascinerende personage van Metatron, Gods troongenoot, die door de rabbijnen wordt gereduceerd tot een engel, hoewel hij dat vermoedelijk niet was voor degenen tegen wie ze polemiseerden.

3 Henoch stelt de godgemaakte Metatron gelijk aan de mens Henoch. Ook de naam Kleine JHWH is hier relevant. Schäfer dateert deze tekst heel laat; ik weet niet zeker of dat correct is, maar het doet niet veel ter zake.

Conclusies

Het boek eindigt met enkele voor de hand liggende conclusies: dat het antieke jodendom monotheïstisch zou zijn geweest, blijkt niet uit de bronnen; in de Middeleeuwen streefden joodse filosofen naar monotheïsme maar bleef het tweegodendom bestaan bij kabbalisten; pas in de negentiende eeuw werd monotheïsme de eenduidige norm; de eerste échte monotheïsten waren de moslims.  De overeenkomst tussen de joodse en christelijke opvattingen is dat er ruimte is voor een tweede god die tegelijk à la Henoch mens is, en het verschil is dat die menselijke natuur voor christenen cruciaal is om de redding van de mensen te bewerkstelligen, terwijl ze in de joodse traditie geen rol van betekenis speelt.

Wat ontbreekt aan het boek is een verklaring voor het ontstaan van het idee van een tweede godheid. Ik kan zelf alleen maar denken aan de opvattingen van Aristoteles: als de hoogste god zich richt op de hoogste activiteit, namelijk denken, en dan denkt aan het hoogste, namelijk zichzelf, speelt hij geen rol in de schepping, en moet er voor het dagelijks bestuur van de wereld een tweede godheid zijn. Dit is het enige dat ik kan verzinnen en ik weet niet of dit werkelijk zo is; Schäfer biedt geen betere verklaring en daarom is Two Gods in Heaven net niet helemaal bevredigend, maar wel boeiend.

#3Henoch #BabylonischeTalmoed #Daniël7 #DodeZeeRollen #Henoch #HenochitischeLiteratuur #KleineJahweh #LaatsteOordeel #LeraarDerGerechtigheid #Mensenzoon #Metatron #PeterSchäfer #tweegodendom #Zelfverheerlijkingshymne

Berenike

Inscriptie van Berenike en Agrippa II uit Beiroet (klik=groot)

De Joodse prinses Berenike maakt in het Nieuwe Testament één keer haar opwachting en dat leidt tot zegge en schrijve drie vermeldingen. Dat is niet veel, maar we vangen desondanks een glimp op van een van de meest fenomenale vrouwen uit Romeinse geschiedenis. Ze was de dochter van de Joodse koning Herodes Agrippa I (r.37-44) en de zus van koning Herodes Agrippa II (r.43-100). Hier zijn de drie vermeldingen.

Paulus

Koning Agrippa en Berenike kwamen naar Caesarea om bij Festus hun opwachting te maken. Tijdens hun verblijf, dat verscheidene dagen duurde, sprak Festus met de koning over de rechtszaak tegen Paulus.noot Handelingen 25.13-14; NBV21.

Die rechtszaak was al oud. Paulus was voorgeleid bij de vorige gouverneur, Felix, die de zaak had aangehouden en overgedragen aan zijn opvolger. Ik blogde er al eens over. Festus wilde de kwestie nu oplossen met de hoogste Joodse gezagdragers.

De volgende dag verschenen Agrippa en Berenike in vol ornaat. Samen met de legeraanvoerders en de voornaamste inwoners van de stad betraden ze de ontvangstzaal, waarna Paulus op bevel van Festus werd voorgeleid.noot Handelingen 25.23; NBV21.

We lezen hoe Festus uitlegt dat hij niet weet wat hij met de zaak aan moet en we lezen Paulus’ verdedigingsrede. Daarna stond koning Agrippa op,

evenals de procurator en Berenike en de anderen die de zitting hadden bijgewoond. Ze trokken zich terug en overlegden met elkaar.noot Handelingen 26.30-31a; NBV21.

Paulus wordt hierna feitelijk vrijgesproken, maar dat is waarom ik hierover blog. Het oordeel wordt dus gevormd door een Romeinse gouverneur, een Joodse koning, wat andere aanwezigen en Berenike. Het stond een gouverneur vrij van iedereen advies te vragen, maar dat er een vrouw bij aanwezig is, illustreert dat Berenike iemand was om rekening mee te houden. En dat was niet voor niets.

Driemaal getrouwd

Als je vader koning was en als je broer koning zou worden, wachtte je een prinsessenhuwelijk. En inderdaad: Berenike, dertien jaar oud, trouwde in 41 na Chr. met het hoofd van de Joodse gemeenschap in Alexandrië, Marcus Julius Alexander (een neef van de filosoof Filon van Alexandrië).noot Josephus, Joodse Oudheden 19.276-277.

Na de dood van haar echtgenoot trouwde Berenike voor de tweede keer, nu met een oom, koning Herodes van Chalkis, die heerste over de Bekaavallei. Ze lijkt een rol te hebben gespeeld bij de promotie van Tiberius Julius Alexander, de broer van haar eerste echtgenoot, tot gouverneur van Judea. Van Herodes had ze twee zonen, over wie we verder weinig weten.noot Josephus, Joodse Oudheden 19.277, 20.104.

Na Herodes’ dood in 48 droeg keizer Claudius diens koninkrijk over aan Agrippa. Berenike, koningin van Chalkis en op twintigjarige leeftijd tweemaal weduwe, verhuisde nu naar het hof van haar broer. Haar rang als koningin zal een deel van de verklaring zijn voor haar invloed.

Wat ook een rol gespeeld zal hebben, was de zichtbare genegenheid tussen haar en haar broer. Bovenstaande inscriptie uit Beiroet, EDCS-15300229, noemt de twee in één adem. (Om precies te zijn: ze noemt koningin Berenike vóór koning Agrippa.) De Babylonische Talmoed bewaart een onschuldige herinnering aan een discussie die de twee voerden over de kwaliteiten van geiten- en schaapsvlees.noot Babylonische Talmoed, Pesahim 57a. Er gingen echter ook geruchten over een incestueuze relatie; de Romeinse dichter Juvenalis verwijst ernaar.noot Juvenalis, Satiren 6.155-158.

Een derde huwelijk volgde – volgens de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus om de geruchten te bezweren.noot Josephus, Joodse Oudheden 20.145-146. Haar echtgenoot was koning Polemon van Cilicië, maar dit huwelijk eindigde al snel in een echtscheiding. Omdat ze terugkeerde naar het hof van Agrippa II kregen de geruchten weer een nieuw leven. Wat de lezers van de Handelingen van die geruchten hebben gedacht, zullen we wel nooit weten, maar ze zullen hebben geweten dat de twee onafscheidelijk waren. Vandaar dat de auteur van de Handelingen bekend kan veronderstellen wie Berenike was.

Titus

In 66, zes jaar na de besprekingen over Paulus, brak de Joodse Opstand uit. Agrippa was de loyale bondgenoot van de Romeinse generaal Vespasianus. In deze tijd ontmoette Berenike Vespasianus’ zoon Titus, met wie ze een relatie begon. Hoewel de Romeinen niet onbekend waren met de situatie in het Nabije Oosten, was een lokale adviseur natuurlijk welkom: Berenikes rol zal niet zo groot zijn geweest als die van een Barsine of een Doña Marina, maar ze moet haar geliefde zo nu en dan suggesties hebben gedaan.

Na de vernietiging van de Tempel in 70 ging ze met Titus mee naar Rome. De Romein schijnt een huwelijk overwogen te hebben, maar toen hij in 79 zelf keizer werd, stuurde hij haar naar huis. Invitus invitam, schrijft Suetonius, “tegen zijn zin, tegen haar zin”.noot Suetonius, Titus 7.2.

Ze zal zijn teruggekeerd naar het hof van haar broer, maar haar verdere lot is onbekend, al zal ze invloed op Agrippa hebben gehouden. We zien echter ook een andere werkelijkheid: een vrouw kon alleen formidabel worden dankzij haar vader, haar broer en haar echtgenoot. Uiteindelijk was de Romeinse wereld een mannenwereld.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#BabylonischeTalmoed #Berenike #CaesareaMaritima #Claudius #FilonVanAlexandrië #FlaviusJosephus #HandelingenVanDeApostelen #HerodesAgrippaI #HerodesAgrippaII #HerodesVanChalkis #MarcusAntoniusFelix #MarcusJuliusAlexander #NieuweTestament #Paulus #PolemonVanCilicië #PorciusFestus #Suetonius #TiberiusJuliusAlexander #Titus #Vespasianus

Een geschiedenis van de farizeeën

Een geleerde met een boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

In het Nederlands is “farizeeër” een scheldwoord. Dat komt door een donderpreek in het Evangelie van Matteüs 23, waarin Jezus uithaalt naar de farizeeën en schriftgeleerden van zijn tijd, die hij typeert als obstakels, hypocrieten, muggenzifters en huichelaars. Laat “adderengebroed” even op u inwerken om te realiseren hoe beledigend die term is.

Het is al sinds de negentiende eeuw bekend dat de scheldkanonnade nooit in deze vorm kan zijn uitgesproken. Het is materiaal uit Matteüs’ bewerking van de bron-Q. De erop gebaseerde beeldvorming is echter blijven bestaan. De Joodse auteur Flavius Josephus helpt ook al niet: de man had een diepe afkeer van alles wat vies, voos en farizees was en hij laat zich in zijn Joodse Oorlog eigenlijk systematisch negatief over hen uit. Pas later, toen hem duidelijk moet zijn geworden dat het toekomstige jodendom een farizees karakter zou krijgen, konden er een paar aardige woorden vanaf, zoals de opmerking dat hij zich liet inspireren door de farizese voorschriften (Uit mijn leven 12). Hier staat het tegengestelde van wat er lijkt te staan: hij zegt hier dat hij een sadducee was, want zoals Josephus zelf ergens laat vallen volgden de sadduceeën doorgaans de farizese halacha.

Gelukkig hebben we bij de farizeeën, anders dan bij de in onze bronnen eveneens onheus behandelde sadduceeën, het geluk dat er teksten zijn die de standpunten van de betrokkenen zelf weergeven. Over de farizese opvattingen zal ik het later hebben. Vandaag eerst een woord over de geschiedenis van de farizeeën.

Twee eeuwen farizeeën

Die brengt ons naar de Dode-Zee-rol die bekendstaat als 4QMMT ofwel Enige werken der Wet. De auteur probeerde, vermoedelijk rond het midden van de tweede eeuw v.Chr., een hogepriester, vermoedelijk Jonathan de Makkabeeër, ervan te overtuigen de dingen anders te doen dan de farizeeën. De Aramese naam pĕrîšayyā’, “separatisten”, bevestigt dat er een conflict is geweest.

Het feit dat de auteur van 4QMMT meende de hogepriester te moeten schrijven, bewijst dat de farizeeën invloed hadden. Later, ten tijde van hogepriester Hyrkanos I (r.134-104) en koning Alexandros Yannai (r.103-76), lijken ze in de oppositie te zijn geweest. Zeker de laatste trad hard tegen ze op. De farizeeën keerden terug in de koninklijke gunst ten tijde van koningin Alexandra Salome. Haar broer Simeon ben Shetah was een van de leiders van de beweging. In de burgeroorlog tussen Aristoboulos II en Hyrkanos II steunden de farizeeën de laatste. Ze behielden hun invloed.

In de eeuw vóór de val van Jeruzalem kende het farizeïsme twee hoofdstromingen:

  • het strenge huis van rabbi Shammai
  • het wat soepelere huis van rabbi Hillel

Dit is dezelfde Hillel wiens zeven regels ik al eens behandelde. Dit laatste zou na de verwoesting van de tempel in 70 na Chr. de basis vormen voor een nieuw soort jodendom, waarin niet langer de priesters maar de rabbijnen centraal stonden. Zo is bijvoorbeeld de canon van de Bijbel zoals het latere jodendom die kent, de farizese canon. De selectie van religieuze literatuur die de sadduceeën en de sekte van de Dode-Zee-rollen maakten, zijn vrijwel vergeten.

De tradities van de farizese en rabbijnse geleerden werden rond 200 opgetekend in de Mishna, die een generatie later werd aangevuld met de Tosefta. Er zouden nog twee optekeningen van rabbijnse wijsheid volgen: de Palestijnse Talmoed lijkt in het eerste kwart van de vijfde eeuw te zijn samengesteld en de Babylonische Talmoed in de eerste helft van de zevende eeuw.

Deze vier werken bieden informatie over het farizese gedachtegoed. Daarop kom ik later terug.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

Deel dit:

#4QMMT #AlexandrosYannai #AristoboulosII #BabylonischeTalmoed #EnigeWerkenDerWet #EvangelieVanMatteüs #farizeeën #FlaviusJosephus #Hillel #HyrkanosI #HyrkanosII #JonathanDeMakkabeeër #Mishna #NieuweTestament #PalestijnseTalmoed #QBron #SalomeAlexandra #schriftgeleerde #Shammai #SimeonBenShetah #Talmoed #Tosefta

Farizeeër: een lelijk scheldwoord - Mainzer Beobachter

De farizeeën waren een joodse stroming uit de Romeinse tijd. Het is niet fijn dat "farizeeër" een scheldwoord is.

Mainzer Beobachter