Jezus en de centurio

Een centurio (British Museum, Londen)

Het Nieuwe Testament zit boordevol doorkijkjes naar het dagelijks leven in de Romeinse tijd. Zo vertelt Lukas het verhaal van de centurio, ofwel de “honderdman”, zoals het woord in het Nederlands weleens is vertaald. Dat suggereert dat het de commandant was van een eenheid van honderd legionairs, maar dat is in de lange Romeinse legergeschiedenis nooit het geval geweest. Het verhaal speelt in Jezus’ woonplaats Kafarnaüm en het eerste zinnetje is al intrigerend.

Een centurio die daar woonde had een slaaf die ernstig ziek was en op sterven lag; de centurio was erg op deze slaaf gesteld.noot Lukas 7.2; NBV21.

De vraag die onmiddellijk opkomt: wat doet een Romeinse officier in het rijk van Herodes Antipas? Er zijn volgens mij maar drie mogelijkheden. Eén, de goede man is met pensioen en heeft een leuk huis gekocht met uitzicht op het meer. Twee, deze centurio dient als liaison tussen het hof van keizer Tiberius en het hof van Antipas. Drie, Lukas heeft zijn informatie, die in een andere vorm ook bekend was aan de evangelist Johannes,noot Johannes 4.46-54. niet heel handig bewerkt.

Een ander detail dat opvalt is dat de relatie tussen de centurio en de slaaf hartelijk is. Dat is een nuttige contrapunt bij het doorgaans negatieve beeld dat we hebben van de antieke slavernij. Een slaaf die een goede meester had, mocht rekenen op een oprechte vriendschap. Ik stel me voor dat de centurio tijdens de Saturnalia, medio december, kookte voor zijn bediende, zoals de gewoonte was.

Toen de centurio over Jezus hoorde, zond hij enkele oudsten van de Joden naar hem toe om hem te vragen bij hem te komen en zijn slaaf van de dood te redden. Toen ze bij Jezus waren gekomen, smeekten ze hem dringend mee te gaan. Ze zeiden: “De man die u dit verzoekt, is het waard dat u hem deze gunst bewijst. Want hij is ons volk goedgezind en heeft voor ons de synagoge laten bouwen.”noot Lukas 7.3-5.

Een Romeins officier had doorgaans geen behoefte aan tussenpersonen. Hij belichaamde het gezag en kon zich overal aandienen zonder zijn komst zelfs maar aan te kondigen. Alleen als hij zich tot de goden richtte, kon hij een priester om advies vragen. Dat de door Lukas beschreven centurio zich niet waardig acht zich rechtstreeks tot Jezus te richten, maar bevriende Joden inschakelt om een goed woordje voor hem te doen, suggereert een opvallend groot respect. Een respect dat natuurlijk ook blijkt uit de synagoge die de man heeft laten bouwen.

Dat is geen unicum: er waren volop Romeinse soldaten die sympathiseerden met lokale religieuze gebruiken. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus vertelt ergens dat tijdens een burgeroorlog soldaten van een Syrisch legioen na een nachtelijk gevecht de opkomende zon begroetten, zoals ze zich in Syrië hadden aangeleerd. Hij vertelt het omdat hun tegenstanders de kreet uitlegden als teken dat versterkingen arriveerden, maar tussen neus en lippen door heeft Tacitus erkend dat de in Syrië gestationeerde soldaten een plaatselijke cultus hadden overgenomen. We hebben ook inscripties die dit documenteren voor de joodse religie, inclusief patronage voor een synagoge.

Jezus ging samen met hen op weg. Hij was al niet ver meer van het huis verwijderd, toen de centurio enkele vrienden naar hem toe stuurde met de mededeling: “Heer, spaar u de moeite, want ik ben het niet waard dat u onder mijn dak komt. Daarom ook achtte ik mij niet waardig om zelf naar u toe te gaan. Spreek slechts een enkel woord en mijn knecht zal genezen. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: ‘Ga!’, dan gaat hij, en tegen een andere: ‘Kom!’, dan komt hij, en als ik tegen mijn slaaf zeg: ‘Doe dit!’, dan doet hij het.”

Toen Jezus dit hoorde, verbaasde hij zich over hem; hij keerde zich om naar de menigte die hem volgde en zei: “Ik zeg jullie: zelfs in Israël heb ik niet zo’n groot geloof gevonden!”

Toen de vrienden van de centurio terugkeerden naar zijn huis, troffen ze daar de slaaf in goede gezondheid aan.noot Lukas 7.6-10.

Hier maakt Lukas’ centurio duidelijk wat de lezer vermoedelijk al had begrepen: de officier benaderde Jezus vanuit een gevoel dat deze zijn meerdere was.

Nog een laatste opmerking: deze anekdote toont de vriendelijke relatie die tussen Joden en Romeinen kon bestaan. Zo’n anekdote kon in de aanloop van de Joodse Oorlog, die uitbrak rond 66, niet meer worden bedacht. Vanaf pakweg 41, toen keizer Caligula had geëist dat zijn standbeeld in de Tempel in Jeruzalem zou worden opgericht, stonden de verhoudingen tussen de Romeinse overheid en de Joden op scherp. Het is niet onaannemelijk dat de anekdote over de centurio, die zulke vriendelijke verhoudingen veronderstelt, dateert uit het oudste stratum van de historische traditie. Ook het omgekeerde is natuurlijk denkbaar: dat Lukas, die in de Handelingen van de Apostelen beschreef hoe het Joodse verbondsvolk werd uitgebreid met andere volken, het verhaal heeft bedacht.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#centurio #EvangelieVanLukas #HerodesAntipas #JoodseOorlog #Kafarnaüm #NieuweTestament #slavernij #synagoge

De familie van Jezus

Nazaret

Vorige week schreef ik dat het een feit was dat Jezus enkele broers en minimaal twee zussen had, en ik had moeten zien aankomen dat mensen zouden vragen hoe ik dat wist. Nou, gewoon: dat staat in de Bijbel. De evangelist Marcus vermeldt ze

Toen de sabbat was aangebroken, gaf Jezus onderricht in de synagoge [van Nazaret], en vele toehoorders waren stomverbaasd en zeiden: “Waar haalt hij dat allemaal vandaan? Wat is dat voor wijsheid die hem gegeven is? En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen! Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zussen niet hier bij ons?”noot Marcus 6.2-3; NBV21.

Waar is Jozef?

C’est ça: een moeder, vier broers en minimaal twee zussen. Moeilijker is het niet. Wat opvallender is, is de afwezigheid van Jozef. We weten niet waarom; hij zal op de sabbat niet op zijn werkplaats zijn geweest. Maar enig hoofdrekenwerk en de informatie uit andere evangeliën kunnen helpen. Matteüs geeft duidelijk aan dat Jezus is geboren rond 5 v.Chr., vóór de dood van koning Herodes de Grote, en die traditie wordt bevestigd door Lukas, die aangeeft dat Jezus rond het jaar 28 na Chr. zo’n dertig jaar oud was. (Ik weet dat het rekensommetje niet perfect klopt, maar leeftijdsbewustzijn was destijds niet heel precies: lees maar hier.) Lukas kent ook een andere traditie, dat Jezus pas in 6 na Chr. is geboren, maar dat lijkt gebaseerd op een misverstand dat ik hier behandelde.

Een man trouwde destijds rond zijn twintigste, vijfentwintigste. Als Jezus Jozefs oudste zoon was, was Jozef dus geboren rond 30 of 25 v.Chr. En dan zou hij, op het moment dat Jezus’ optreden begon, dus in 28, al behoorlijk op leeftijd zijn geweest. Anders gezegd: er is niets onwaarschijnlijks aan de aanname dat Jezus’ vader al was overleden.

Wat is een adelfos?

Er is een eindeloze – en mijns inziens overbodige – discussie geweest over de relatie tussen Jezus en zijn broers en zussen. Al in de tweede eeuw na Chr. bestond het idee dat Maria altijd maagd is gebleven, en de auteur van het Proto-evangelie van Jakobus opperde daarom dat Jakobus, Joses, Judas, Simon en de zussen dus halfbroers en halfzussen waren uit Jozefs eerdere huwelijk. (Wat hem nog ouder maakt en de kans op overlijden dus verder vergroot.) Onmogelijk is dit zeker niet, want Marcus gebruikt het woord adelfos, “broer”, ook om de relatie tussen Herodes Antipas en zijn halfbroer Filippos te typeren. Anders gezegd: Marcus’ taaleigen sluit niet uit dat Jezus het kind is uit Jozefs tweede huwelijk.

In de late vierde eeuw na Chr. stelde Hieronymus, een van de meest geleerde vroegchristelijke auteurs, dat het feitelijk neven en nichten waren. Ook Luther en Calvijn zagen het zo; pas met de Verlichting kwam het idee op dat het gewone broers en zussen waren. En dat is logisch, want geen enkele auteur van het Nieuwe Testament gebruikt adelfos in de betekenis van “neef”, en ook hun tijdgenoot Flavius Josephus kent die betekenis niet.

Er is ook een argument vóór de interpretatie dat Jakobus, Joses, Judas, Simon en de zussen echte broers en zussen waren, namelijk dat ze vaak worden genoemd in verband met Maria. Dat suggereert dat zij hun moeder was. Los daarvan kan worden gewezen op Flavius Josephus, die geen theologische bijbedoelingen had en Jakobus aanduidt als de broer van Jezus. Kortom, de meest logische lezing is dat Jezus kwam uit een groot gezin en dat rond 28 zijn moeder nog in leven was, dat zijn vader was overleden, en dat hij vier broers en minstens twee zussen had. In het Romeinse Rijk een heel gewoon gezin.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#EvangelieVanLukas #EvangelieVanMarcus #EvangelieVanMatteüs #FilipposHerodiaan_ #FlaviusJosephus #HerodesAntipas #Hieronymus #JakobusDeRechtvaardige #JezusVanNazaret #Jozef #Maria #NieuweTestament #ProtoEvangelieVanJakobus

James Bond in de Bijbel

Johannes de Doper: fresco uit 1380-1360, nu in het Byzantijnse Museum van Thessaloniki

Herodes Antipas, de vorst van Galilea, komt er in de Bijbel niet goed vanaf, en er is geen reden tot historisch revisionisme. Een man die zijn minderjarige dochter in het openbaar laat dansen voor zijn gasten (Marcus 6.22) is, naar oosterse maatstaven, een heel slechte vader, en dat hij het meisje vervolgens desnoods de helft van zijn koninkrijk cadeau wil doen, strekt ook niet tot aanbeveling. Zoals bekend vroeg het kind, daartoe aangezet door haar moeder, om het hoofd van Johannes de Doper:

“Antipas stuurde iemand van zijn garde weg met het bevel hem het hoofd te brengen. De soldaat ging naar de gevangenis en onthoofdde Johannes.”

Iemand van zijn garde? Het is niet verkeerd, maar de medewerker van de Nieuwe Bijbelvertaling heeft hier iets gemist. De Statenvertaling noemt de soldaat “scherprechter”, wat ook niet accuraat is. Er staat σπεκουλάτωρ, en dat is weliswaar geschreven in het Griekse alfabet, maar daarom nog geen Grieks: het is een Latijns leenwoord, speculator. Dat alleen al is een interessant tekstsignaal: de vorst van Galilea kon de executie van de populaire profeet niet uitbesteden aan een van zijn eigen mensen, die niet van zins waren hun handen vuil te maken aan de executie van de Doper.

Maar het is niet zomaar een Romeinse soldaat. Een speculator was eigenlijk een verkenner, die voor de troepen uit werd gezonden om het land in ogenschouw te nemen. Hij had daarbij het recht eventueel zonder direct bevel iemand te doden – zijn eigen superieuren waren immers in het eigen leger en konden niet om een rechtstreeks bevel worden gevraagd. Een speculator kon ook bijzondere missies uitvoeren, bijvoorbeeld als liaison-officier aan een vreemd hof.

In feite is het niets anders dan een medewerker van de militaire inlichtingendienst, zoals ook werken aan onze ambassades. Een geheim agent, zo men wil. Wie in zijn vertaling het leenwoord wil handhaven – Marcus gebruikt het immers niet zonder reden – en wil aangegeven dat de onthoofding van Johannes de Doper het werk was van een vertegenwoordiger van een vreemde mogendheid, kan eigenlijk maar één vertaling kiezen: “Om het hoofd te halen, stuurde Antipas een agent weg met een license to kill.”

#HerodesAntipas #Salome #speculator

Lysanias van Abila

Een inscriptie die een Lysanias verneldt – maar welke?

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, schrijf ik op zondag vaak over de joods-Romeinse wereld van het Nieuwe Testament. Inmiddels zijn we beland in een kleine “sub-serie” over mensen die ook bekend zijn uit andere bronnen dan de Bijbel, en vandaag moet dat maar eens een Syriër zijn: Lysanias. Niet het bekendste personage. Hij heeft precies één vermelding:

In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus Judea bestuurde, en Herodes tetrarch was over Galilea, zijn broer Filippos over het gebied van Iturea en Trachonitis, en Lysanias over Abilene, en toen Ananos en Kajafas hogepriester waren, richtte God zich in de woestijn tot Johannes, de zoon van Zacharias.noot Lukas 3.1-2; NBV21.

Tweemaal Lysanias

De evangelist Lukas doet zijn best het optreden van Johannes de Doper exact te dateren en geef en passant een schets van de Joodse wereld: Kajafas hogepriester, Ananos als de machtige patriarch van Kajafas’ familie, in het zuiden de Romeinse provincie Judea, en verder de herodiaanse vorsten Herodes Antipas en Filippos in de wat noorderlijker gebieden. En Lysanias was dus tetrarch in Abilene, dat wil zeggen in een stukje van het Antilibanon-gebergte aan weerszijden van de weg van de Bekaavallei naar Damascus. De titel van tetrarch werd gegeven aan heersers die regeerden over een gedeelte van een ouder, groter rijk. Later zou de tetrarchie van Abilene worden toegewezen aan Herodes Agrippa I.

En dit, beste lezers, is alles wat we over Lysanias weten. Hij was tetrarch van Abilene in het vijftiende regeringsjaar van Tiberius, zo rond 28 na Chr. We kunnen verder nog wat speculeren: een ruime halve eeuw eerder, rond 40 v.Chr., was een andere Lysanias hier aan de macht. Dat kan zijn opa of een oudoom zijn geweest.

Inscriptie

En dan is er nog de hierboven afgebeelde inscriptie. Die is in 1912 bestudeerd door de Franse archeoloog Raphaël Savignac en bleek letterlijk dezelfde tekst te bevatten als een eerder ontdekte inscriptie, die echter op dat moment al verloren was.

Voor het welzijn van Heren Augusti en hun gehele huis heeft Nymfaios, zoon van Abimmes, vrijgelatene van de tetrach Lysanias, de weg laten aanleggen, de tempel laten bouwen en de gehele beplanting verzorgd, op eigen kosten, voor heerser Kronos en zijn vaderland, uit vroomheid.noot Revue biblique 1912, 536; vertaling Gert Knepper.

Kronos is de Griekse naam van de oud-oosterse god El. Het vervelende is nu dat (voor zover ik weet) niemand de herontdekte inscriptie ooit nog heeft gezien; we hebben dus alleen deze afbeelding uit 1912. Savignac meende dat de inscriptie alleen kon slaan op “onze” Lysanias, omdat Abilene later was toegewezen aan Herodes Agrippa. De verwijzing naar de heren Augusti, meervoud, suggereert echter een veel latere datering, toen er meer dan één keizer was. Het is helemaal niet uitgesloten dat Nymfaios de vrijgelatene is geweest van een nog latere, derde Lysanias.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#AnanosI #Antilibanon #El #EvangelieVanLukas #FilipposHerodiaan_ #HerodesAgrippaI #HerodesAntipas #inscriptie #JohannesDeDoper #Kajafas #Kronos #LysaniasVanAbila #NieuweTestament #PontiusPilatus #RaphaëlSavignac #Syrië

Nieuwe Testament - Mainzer Beobachter

In 2019 ben ik begonnen met een (bijna) wekelijks blogje over het Nieuwe Testament. Dat lees ik zonder al te veel aandacht te besteden aan latere christelijke uitleg, maar met de nadruk op de joodse context. Die reeks kan nog jaren duren. Hier is een overzicht van de stukjes. Matteüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen … Meer lezen over Nieuwe Testament

Mainzer Beobachter

Aretas IV, koning in Petra

De Bab Kisan in Damascus

Het leuke van schrijven over het Nieuwe Testament, zoals ik op zondag doe, is dat altijd wel iemand het oneens met je is. Als je schrijft dat Matteüs’ verhaal over de geboorte van Jezus tjokvol zit met verwijzingen naar de joodse religieuze literatuur, zijn er mensen die zeggen dat dat niet wil zeggen dat het historisch onbetrouwbaar is. Daar zit wat in. Als je schrijft dat een verhaal dat tjokvol literaire verwijzingen zit, daarom nog niet volledig verzonnen hoeft te zijn, zijn er weer andere mensen die het daarmee oneens zijn. Ook daar zit wat in. De een neemt de Bijbel letterlijk, de ander denkt dat alles een literair spel is, en daartussen ligt het veld waar een historicus hypothesen formuleert.

Paulus in Damascus

Vandaag echter een stukje waar vermoedelijk niemand bezwaar tegen kan maken: ik heb het over Aretas IV Filopatris. Die wordt één keer in het Nieuwe Testament genoemd, namelijk in de Tweede Brief aan de Korinthiërs. De apostel Paulus heeft zich weer eens in een wespennest gestoken en vertelt:

Toen ik in Damascus was, liet de etnarch van koning Aretas de stad afsluiten om mij gevangen te nemen; ik kon alleen aan hem ontkomen doordat ik in een mand door een venster in de muur werd neergelaten.noot 2 Korinthiërs 11.32-33.

De Damascener stadspoort hierboven, de Bab Kisan, wordt tegenwoordig aangewezen als de plek waar Paulus de stad verliet, maar de mezekouw bewijst vanzelfsprekend dat het feitelijk een middeleeuwse constructie is. Ik ga snel verder met koning Aretas, die dus een functionaris in dienst had die het had gemunt op Paulus.

Aretas IV

Aretas – een Griekse weergave van de Arabische naam Harid – regeerde van 9 v.Chr. tot en met 40 na Chr. over de Nabateeërs, en had als hoofdstad Petra. Hij was dus de buurman van koning Herodes en aangezien burenruzie in de Oudheid vrij gewoon was, is het niet zo vreemd dat hij zich aansloot bij het Romeinse leger waarmee Publius Quinctilius Varus in 4 v.Chr. enkele Joodse opstanden onderdrukte.

Koning Aretas is vermoedelijk het beroemdste om zijn dochter Fasaelis, die was getrouwd met Herodes Antipas – en werd verstoten. Antipas wilde namelijk trouwen met Herodias, de moeder van het meisje Salome. Ik blogde daar al eens over en laat die materie nu rusten. Vandaag noem ik slechts dat Aretas des duivels was om de echtscheiding en met leger en al oprukte tegen Antipas, bijgestaan door wat hulptroepen. Dat kunnen de soldaten geweest van Antipas’ broer Filippos, maar de Armeense geschiedschrijver Mozes van Chorene identificeert ze als het leger van koning Abgar V van Edessa. Dat is allerminst uitgesloten.

Herodes Antipas riep nu de hulp in van de gouverneur van Syrië, Lucius Vitellius (vader van de latere keizer), die inderdaad oprukte naar het zuiden. De operatie werd voortijdig afgebroken en het gebied van de Nabateeërs werd nooit aangevallen.

Damascus?

Hoe Aretas ooit de macht kan hebben uitgeoefend in Damascus, zoals op het eerste gezicht verondersteld in het verhaal over de ontsnapping van de apostel Paulus, is een onopgelost mysterie. Maar feitelijk staat in de tekst alleen dat een Nabatese functionaris verbleef in Damascus. Nergens staat dat de stad in handen van Aretas was. Misschien was die gezagdrager wel op bezoek. We weten het weer eens niet.

En o ja: het zou zomaar eens kunnen zijn dat het Schathuis in Petra feitelijk het graf is van koning Aretas IV.

Het Schathuis in Petra

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#AbgarV #AretasIV #Damascus #FilipposHerodiaan_ #HerodesAntipas #Herodias #Jordanië #LuciusVitellius #MozesVanChorene #Nabateeërs #NieuweTestament #Paulus #Petra #PubliusQuinctiliusVarus #Salome #TweedeBriefAanDeKorintiërs

Nieuwe Testament - Mainzer Beobachter

In 2019 ben ik begonnen met een (bijna) wekelijks blogje over het Nieuwe Testament. Dat lees ik zonder al te veel aandacht te besteden aan latere christelijke uitleg, maar met de nadruk op de joodse context. Die reeks kan nog jaren duren. Hier is een overzicht van de stukjes. Matteüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen … Meer lezen over Nieuwe Testament

Mainzer Beobachter

Gamaliël I, de jood die het christendom redde

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Tweemaal noemt het Nieuwe Testament, waaraan ik op zondag nogal eens een blogje wijd, Gamaliël. Of beter: Gamaliël de Oudere, of Gamaliël I, want er zijn nogal wat rabbijnen geweest met die naam. Daarover zo meteen. Eerst iets over de man zelf, die leefde in de eerste helft van de eerste eeuw na Chr. Een tijdgenoot dus van Jezus van Nazaret, al zijn er geen aanwijzingen dat ze elkaar ooit hebben ontmoet.

Farizese wetsleraar

Eén vermelding is in een toespraak die de auteur van Handelingen in de mond legt van de apostel Paulus. Hij stelt zichzelf voor:

“Ik ben een Jood, geboren in Tarsus in Cilicië, maar opgegroeid in deze stad. Ik heb als leerling aan de voeten van Gamaliël gezeten en ben strikt volgens de voorschriften van de Wet van onze voorouders opgevoed.”noot Handelingen 22.3; NBV21.

Als we alleen dit wisten, wisten we dat Gamaliël een geleerde was van naam en faam, die geen nadere introductie behoefde. Dat is alvast iets. De tweede passage gaat over een vergadering van het Sanhedrin, waarin het hoogste Joodse raadsorgaan, nadat Petrus een opruiend geachte toespraak heeft gehouden, zijn beleid moet bepalen inzake de christenen. Een deel van het Sanhedrin overweegt executies.

Maar toen stond een van hen op, een farizeeër die Gamaliël heette en die als wetsleraar bij het hele volk in aanzien stond.noot Handelingen 5.34; NBV21.

In zijn toespraak bepleit hij een terughoudend oordeel over de christenen:

“Laat hen begaan, want als het mensenwerk is wat ze nastreven, zal het op niets uitlopen, maar als het Gods werk is, zult u niets tegen hen kunnen uitrichten.”noot Handelingen 5.38; NBV21.

Dat overtuigt de vergadering en zo bezien is Gamaliël de jood die het christendom redde.

Joods bewijs

De farizese leraar wordt ook genoemd in de Tosefta, een derde-eeuwse verzameling rabbijnse wijsheid. Die vermeldt dat Gamaliël, samen met andere wijzen, enkele keren in briefvorm advies heeft gegeven aan Joden buiten Judea. Dat betrof onder andere de tienden en het invoegen van de schrikkeldag. Dat laatste was een heel belangrijke kwestie, want de Joden kenden destijds, naast de gangbare kalender, een kalender van 364 dagen, waarin de voorbereidingen van de feestdagen nooit vielen op de sabbat. De kalenderkwestie lijkt destijds echt heel belangrijk te zijn geweest.

Gamaliël lijkt ook eens geconfronteerd te zijn geweest met de vraag of een vrouw mocht gelden als weduwe als maar één iemand had gezien dat haar echtgenoot was overleden. Hij oordeelde dat één getuige voldoende was en dat zo’n weduwe mocht hertrouwen.

De Babylonische Talmoed kent nog een anekdote over Gamaliëls oordeel.

Op een keer werd in het slachthuis van de Tempel een hagedis gevonden en men wilde het hele offer onrein verklaren. Ze vroegen om advies aan de koning, die hun antwoordde: “Ga en vraag het de koningin.” Toen ze het de koningin gingen vragen, zei zij tegen hen: “Ga het Gamaliël vragen.”

Dus vroegen ze het hem. Hij zei tegen hen: “Was het slachthuis heet of koud?”

“Het was heet,” antwoordden ze.

“Ga dan terug en giet een glas koud water over die hagedis”, zei hij. Ze goten er dus een glas koud water overheen, en het dier bewoog [en was dus niet dood], waarop Rabbi Gamaliël het offer rein verklaarde. Zo was de koning afhankelijk van de koningin en de koningin van Rabbi Gamaliël: vandaar dat het hele offer afhankelijk was van Rabbi Gamaliël.noot Babylonisch Talmoed, Pesachim 88b.

De koning kan eigenlijk alleen Herodes Antipas zijn geweest, die in 37 de koningstitel verwierf en weleens in Jeruzalem kwam. Hij was getrouwd met Herodias, over wie ook de evangelist Marcus weet dat ze grote invloed had op haar echtgenoot. Ik blogde er al eens over.

Dit is niet de enige anekdote die Gamaliël presenteert als gezaghebbend. De Mishna, een andere optekening van rabbijnse wijsheid uit de derde eeuw, bevat een lijstje van dertien vooraanstaande rabbijnen met wier dood de mensheid belangrijke deugden verloor.

Toen Rabbi Gamaliël de Oudere stierf, kwam de glorie van de Wet ten einde en vergingen zuiverheid en heiligheid.noot Mishna, Sotah 9.15.

Van verschillende van deze rabbijnen weten we dat ze een conflict hadden met de Romeinen, en de context van het lijstje is die van de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Chr. Het is niet ondenkbaar dat ook Gamaliël een conflict met de Romeinen niet heeft overleefd.

Familie

Gamaliël de Oudere was de vader van Simeon, die ooit protesteerde tegen een verhoging van de Tempelbelasting en die eveneens in het lijstje van dertien rabbijnen is opgenomen:

Toen Rabbi Simeon, de zoon van Gamaliël stierf, kwamen de sprinkhanen en groeiden de problemen.”noot Mishna, Sotah 9.15.

Deze Simeon stierf tijdens de Joodse Opstand en het is niet moeilijk te zien wie de sprinkhanen zijn. Zijn zoon was Gamaliël II, die rond het jaar 100 leiding zou geven aan de Academie van Javne, waar rabbijnen werden opgeleid. Over hem en de Birkat haMinim had ik het al eens eerder. Voor het moment rond ik af dat uit de familie nog verschillende andere belangrijke joodse leiders zijn voortgekomen; Gamaliël VI is de laatste – hij overleed in 425.

De familie stamde af van de Hillel die zeven regels voor de uitleg van de Wet opstelde, maar het is onduidelijk of hij de vader of de grootvader was van Gamaliël de Oudere. Hoe dat ook zijn: Gamaliël I was, zoals we al vermoedden, een geleerde van naam en faam, die voor de lezers van de Handelingen geen nadere introductie behoefde.

#BirkatHaMinim #farizeeën #GamaliëlI #GamaliëlII #HandelingenVanDeApostelen #HerodesAntipas #Herodias #Javne #kalender #Mishna #NieuweTestament #Paulus #Petrus #Sanhedrin #schriftgeleerde #schrikkeldag #SimeonBenGamaliël #sprinkhaan #tienden #Tosefta

Nieuwe Testament - Mainzer Beobachter

In 2019 ben ik begonnen met een (bijna) wekelijks blogje over het Nieuwe Testament. Dat lees ik zonder al te veel aandacht te besteden aan latere christelijke uitleg, maar met de nadruk op de joodse context. Die reeks kan nog jaren duren. Hier is een overzicht van de stukjes. Matteüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen … Meer lezen over Nieuwe Testament

Mainzer Beobachter
Judea

Een tijdje geleden blogde ik over Judea – of beter, het gebied dat ooit geregeerd was geweest door koning Herodes. Dat bestond om te beginnen uit het eigenlijke Judea, dus de regio rond Jeruzalem, met in het zuiden Idumea en in het noorden Samaria. Deze drie delen vormden ongeveer de helft van het koninkrijk, en na Herodes’ dood (5/4 v.Chr.) kwamen ze in handen van Herodes Archelaos. Die regeerde er een jaar of tien als ethnarch, “volksleider”, waarna het gebied in Romeinse handen kwam. Terwijl Jeruzalem het belangrijkste centrum was van de joodse godsdienst, was het bestuurlijke centrum de stad Caesarea. Die stad had geen uitgesproken joods karakter. Ik kom daarop terug in het volgende blogje.

Het koninkrijk van Herodes was echter groter dan het gebied dat Archelaos erfde. In het oosten lag de Peraia, “overkant”, een smalle strook land aan de overzijde van de Jordaan en Dode Zee, en in het noorden lag Galilea. Zoals ik al eens vertelde, regeerde hier Herodes Antipas, met als hoofdsteden Sepforis en Tiberias – ook geen heel joodse steden. Tot slot lagen in het noordoosten de Golan en de Hauran, een weinig herbergzaam gebied ten zuiden van Damascus. Hier heerste Filippos, wiens residentie Panias was, gewijd aan de Griekse god Pan. Antipas en Filippos heersten elk over een kwart van de bezittingen van koning Herodes, en hun titel was tetrarch, “heerser over één vierde”.

Vrije steden

Het Nieuwe Testament speelt zich echter af in een grotere wereld. Zo was er Gaza. Toen koning Herodes overleed, kreeg die stad de status van civitas libera, “vrije gemeente”. Die status behelsde dat zo’n stad geen tribuut (foros) aan de vorst betaalde. In plaats daarvan betaalde ze een, eh, contributie (eisforos). En – u raadt het nooit – de hoogte daarvan kwam overeen met het tribuut dat ze niet hoefden betalen. Een curator hield een Romeins oogje in het zeil. Hoewel er dus weinig vrijs was aan een vrije gemeenschap, gold de status als een privilege.

Mozaïek uit Sepforis

Vrije steden konden samenwerken. In het oosten lag de zogeheten Dekapolis, het “tienstedenland” waarover ik eerder schrijf. Het was een los samenwerkingsverband zonder raadsorgaan, zonder gemeenschappelijke cultus en (voor zover bekend) zonder eigen magistraten. Zelfs het aantal steden varieerde: de Grieks-Romeinse geograaf Ptolemaios van Alexandrië noemt er zelfs achttien. Neem Gadara, dat had behoord tot het koninkrijk van Herodes en bij diens dood was verheven tot vrije gemeente: de stad was een latere toevoeging aan de Dekapolis. Tot de andere steden behoorden Gerasa, het huidige Amman en – op de westelijke Jordaanoever – Skythopolis (het bijbelse Beth Shean).

Syrië

Ten noorden van het Herodiaanse gebied lag de Romeinse provincie Syrië, die in 64 v.Chr. door generaal Pompeius was toegevoegd aan het Mediterrane wereldrijk. Aan de kust lagen steden als Dor, Akko, Tyrus en Sidon, en meer in het binnenland lagen steden als Damascus en Antiochië. De status van vrije gemeente was voor hen niet weggelegd. Voor hen waren andere privileges, zoals een naamverandering. Akko mocht zich achtereenvolgens vernoemen naar een Ptolemaïsche koning, naar keizer Claudius en naar Nero. Een ander voorrecht was de rang van colonia, wat betekende dat alle bewoners het Romeinse burgerrecht hadden. Dat was bijvoorbeeld het geval voor Beiroet: een Latijnse enclave in een Grieks-Aramese wereld.

Inscriptie van koning Agrippa II uit Beiroet

De landkaart was niet statisch. Her en der ontstonden nieuwe steden, zoals Tiberias en Betsaïda, dat onlangs is geïdentificeerd bij El-Araj. Bij zo’n stadstichting moet je je overigens niet teveel voorstellen. Het was vaak niet meer dan de verplaatsing van een groep mensen naar een plek waar een machtshebber mensen nodig had. Betsaïda kreeg zijn nieuwe bewoners vermoedelijk om de tetrarchie van Filippos op de Golanhoogte te voorzien van een haven aan het Meer van Galilea.noot Flavius Josephus, Joodse Oudheden 18.28. De stad werd prompt hernoemd – en wel naar de dochter van keizer Augustus, de roemruchte Julia. Omdat die in 2 v.Chr. in ongenade viel, moet de bevolkingsverplaatsing hebben plaatsgevonden in 4 of 3 v.Chr.

Ten slotte lag in het zuiden van het huidige Jordanië het gebied van de Nabateeërs, met als hoofdstad Petra. Hier woonde een halfnomadische, Arabischsprekende groep. Ik heb het er al eens over gehad. Ook waren er mensen die Safaïtisch spraken, een taal die oudheidkundigen pas de laatste jaren hebben leren doorgronden dankzij de bestudering van duizenden inscripties.

[Wordt vervolgd; een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

Deze blog is gratis, maar als u me wil steunen, koop dan een van mijn boeken, doe via Livius.nl een cursus of reis, of doneer. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

Deel dit:

https://mainzerbeobachter.com/2024/09/15/judea-en-zijn-buren-politiek/

#Akko #Amman #Beiroet #BethShean #Betsaïda #CaesareaMaritima #civitasLibera #colonia #Dekapolis #Dor #ElAraj #Filadelfeia #FilipposHerodiaan_ #Gadara #Gaza #Gerasa #GnaeusPompeiusMagnus #Golan #Hauran #HerodesAntipas #HerodesArchelaos #HerodesDeGrote #Idumea #Jerash #Jeruzalem #Judea #JuliaIII #MeerVanGalilea #Nabateeërs #NieuweTestament #Panias #Peraia #Petra #PtolemaiosVanAlexandrië #Safaïtisch #Samaria #Sepforis #Sidon #Skythopolis #Tiberias #Tyrus

Romeins Judea (4 v.Chr. - 41 na Chr.) - Mainzer Beobachter

Of Judea vóór 70 na Chr. een Romeinse provincie was, is niet helemaal duidelijk, maar het staat vast dat een prefect het gebied bestuurde.

Mainzer Beobachter

Herodes Antipas, de vos

Monument voor Reynaert de vos, Hulst

Als ik schrijf dat Oranje het moet opnemen tegen de Rode Duivels, dan weet u dat Oranje geen kleur is en dat de Rode Duivels niet afkomstig zijn uit de hel. De simpele taaluiting veronderstelt kennis van (sport)cultuur. Dat bij elke taaluiting cultuurkennis is verondersteld, brengt ons bij een van de grootste problemen van de oudheidkunde: ons begrip van oude teksten is gebaseerd op kennis van een cultuur die we voor een deel reconstrueren aan de hand van, eh, diezelfde oude teksten. Interpretatie heeft zodoende iets van een cirkelredenering. Al kun je ook optimistisch zeggen dat je, door heen en weer te gaan tussen cultuur en tekst, dichter naar de waarheid toe spiraalt. Of, nog optimistischer, dat je de ene tekst verklaart vanuit de andere.

Reynaert de Vos?

De waarheid is echter dat we maar al te vaak onze eigen noties meenemen als we een antieke tekst beginnen te lezen. Bij een vos denken de meesten van ons vermoedelijk aan een slim beest. Reynaert de Vos. Een pluimveehouder zal het anders zien. Een vos die zich de toegang tot een kippenren heeft weten te verschaffen, doodt alle kippen, ook als hij zijn honger met één hen of haan had kunnen stillen. Vossen zijn sadisten.

Wat zou dus de bedoeling zijn van de opmerking in het Lukasevangelie dat Herodes Antipas een vos was? Was Jezus’ landsheer een slimmerik of een sadist?

Precies op dat ogenblik kwamen er enige farizeeën die tegen Hem zeiden: “Vertrek, ga weg van hier, want Herodes wil u doden!”

Hij antwoordde: “Zeg tegen die vos: ‘Let op, ik drijf demonen uit en vandaag en morgen genees ik mensen, en op de derde dag bereik ik de voltooiing.’ Maar ik moet vandaag en morgen en de volgende dag op weg blijven, want een profeet hoort niet om te komen buiten Jeruzalem.” (Lukas 13.31-33; NBV21)

Het citaat, waarvoor geen parallelpassage bestaat, helpt ons nauwelijks verder. We zullen de betekenis moeten afleiden uit de culturele context.

Joodse vossen

Wat dachten Joden over vossen? Die ideeën zullen we moeten reconstrueren aan de hand van andere teksten. Gelukkig beschikken we daarover. De vos is geen evenhoevige herkauwer en is dus een onrein dier. Dat is alvast één. Interessant is ook het Misjna-traktaat Aboth 4.15: het is beter, zo zei rabbi Matthia ben Heresh, de staart van een leeuw te zijn dan de kop van een vos. Daarmee bedoelde hij dat je beter iemand kunt volgen waarvan je iets kunt leren dan dat je de eerste bent onder de charlatans.

De vos geldt hier dus als inferieur aan de leeuw. We komen dat ook tegen in het Talmoed-traktaat Baba Kamma, waarin we lezen over de komst van een belangrijke schriftgeleerde, die bij nader inzien minder capabel blijkt te zijn dan verwacht. “De leeuw die werd aangekondigd,” luidt het commentaar, “is bij nader inzien een vos.” (Baba Kamma 117a)

De leeuw van Juda

Die leeuw lijkt in Lukas’ citaat te ontbreken, maar er is natuurlijk wel een messias aan het woord. De messiaans eretitel leeuw van Juda duikt op in 4 Ezra 11.37-12.39 en in de Openbaring van Johannes 5.5. Beide teksten zijn, net als het Lukasevangelie, geschreven in de tijd van keizer Domitianus. Wat Jezus feitelijk zegt is dat een messias niet bang is voor een stuk onbenul.

Een andere vraag is of Jezus dit werkelijk over Herodes Antipas heeft gezegd. De anekdote is maar één keer geattesteerd, bij Lukas, en veronderstelt kennis van Jezus’ gewelddadige dood in Jeruzalem en de christelijke geloofswaarheid dat hij op de derde dag uit de dood is opgestaan. Het staat eenieder vrij te geloven dat een zoon van God zoiets kan voorspellen, maar met de toetsingscriteria waarmee een historicus werkt, kunnen we alleen concluderen dat deze uitspraak betrekkelijk laat is ontstaan, toen Herodes Antipas allang was afgezet en naar Gallië verbannen.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

Zelfde tijdvak


John P. Meier over Jezus’ gelijkenissen (1)

februari 14, 2016
Romeins Recht (2): Keizertijd

oktober 5, 2023
Arm en straatarm in Rome (1)

oktober 16, 2023 Deel dit:

#Aboth #EvangelieVanLukas #HerodesAntipas #Lukas #NieuweTestament #Reynaert #vos