De hoofddoek (2) het westen

Hellenistische dame met hoofddoek (RIjksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik gaf gisteren aan dat het hoofddoekje in het oude Nabije Oosten en in de Mediterrane wereld gold als het privilege van een getrouwde vrouw. Negatief geformuleerd: het onbedekte haar van slavinnen, prostituees en ongetrouwde meisjes was een aanwijzing dat ze seksueel beschikbaar waren – uiteraard na toestemming van de eigenaar, na betaling of na huwelijkssluiting. Ik attendeerde er ook op dat vrouwenportretten een andere werkelijkheid documenteren: vrouwen waarvan we zeker weten dat ze getrouwd waren, worden met onbedekt haar afgebeeld. Ik ben er vrij zeker van dat niemand de Romeinse keizerin beschouwde als seksueel beschikbaar.

Dat er in elk geval in de Romeinse keizertijd diverse normen bestonden, blijkt tevens uit teksten die het joodse leven documenteren. De traditionele norm, dat een getrouwde vrouw een hoofddoek mocht dragen, wordt verondersteld in de rond 200 na Chr. samengestelde Mishna. Deze eerste grote optekening van rabbijnse opvattingen legt het vertrouwde verband tussen het dragen van een hoofddoek en het huwelijk: een man mocht zijn echtgenote verstoten als ze met onbedekt haar over straat ging, en hoefde dan de bruidsschat niet terug te betalen.noot Mishna, Ketuboth 7.6.

Eeuwen later, ten tijde van het Kalifaat, documenteert de Babylonische Talmoed een rabbijnse discussie over de vraag of een vrouw die een mand op haar hoofd droeg, haar haar voldoende had bedekt, en tevens de vraag of dit ook binnenshuis gold. Zoals te doen gebruikelijk staan de diverse meningen naast elkaar en is er geen eenduidig antwoord, maar het interessante is dat de rabbijnen als vanzelfsprekend de norm aannemen dat een getrouwde vrouw een hoofddoek draagt. (Ik zeg er volledigheidshalve bij dat de rabbijnen niet vroegen om een vrouwelijke mening.)

Hellenistische dame met hoofddoek (Louvre, Parijs)

Een andere joodse stem is die van de apostel Paulus die, toen hij de Eerste Brief aan de Korintiërs schreef, nog niet kon weten dat latere generaties hem tot het christendom zouden rekenen. Nadat hij heeft verteld dat een man het beste blootshoofds kan gaan, schrijft de leerling van rabbijn Gamaliël:

Een vrouw maakt haar hoofd te schande wanneer ze met onbedekt hoofd bidt of profeteert, want dat is even schandelijk als met een kaalgeschoren hoofd. Een vrouw die haar hoofd niet bedekt, kan zich net zo goed laten kaalknippen of kaalscheren.noot 1 Korintiërs 11.5-6.

Toch is er een verschil met de opvattingen uit joods Babylonië. Waar de rabbijnen de norm konden veronderstellen toen ze zich het hoofd braken over wat detailkwesties, adviseerde Paulus de mensen om zich te houden aan die norm. Anders gezegd: wat in Babylonië vanzelfsprekend was, was dat in Korinthe niet (of niet meer). Paulus’ advies staat bovendien niet op zich. De christelijke auteur Tertullianus wijdde, ruwweg op het moment dat elders de Mishna werd samengesteld, dus rond 200 na Chr., een compleet traktaat aan de hoofddoek voor maagden – met andere woorden, voor niet-getrouwde vrouwen.

Hij erkent daarbij dat hij redeneert vanuit de christelijke waarheid en dat hij zich niet beroepen kan op de traditie, die dus anders was. Van een auteur die zich ook afvroeg wat Jeruzalem met Athene van doen had – met andere woorden: een auteur die de gangbare Mediterrane beschaving afwees – hadden we geen ander standpunt verwacht. Tertullianus bleef dan ook een minderheid en het latere canonieke recht bepaalde slechts dat mensen zich in een kerkgebouw netjes moesten kleden, waarbij men het advies van Paulus overnam: mannen blootshoofds, vrouwen liever met bedekt haar.

[Wordt vervolgd; een overzicht van passages uit het Nieuwe Testament is hier.]

#canoniekRecht #EersteBriefAanDeKorintiërs #hoofddoek #huwelijk #KalifaatVanDamascus #Mishna #NieuweTestament #Paulus #prostituees #rabbijnseLiteratuur #Tertullianus #traditie #vrouwenportretten #vrouwenrechten
When I learned the #mishna in #taanit 1:4 recently, the date of 17 Cheshvan to begin fasting for rain struck me because the flood also began on 17 Cheshvan. Coincidence or connection? I couldn't help thinking "please send rain *but not like that*" during the study... https://judaism.codidact.com/posts/295417
Why is 17 Cheshvan the date we start fasting for rain?

The mishna in Ta'anit talks about praying for rain. Ta'anit 1:4 says that if 17 Cheshvan arrives and rain hasn't fallen, individuals begin to fast. T...

Het scheiden der wegen

Schema van het scheiden der wegen (klik=groot)

Het is niet voor het eerst dat ik schrijf over het scheiden van de wegen van joden en christenen. Voor negentiende-eeuwse christenen was dat simpel: er was een Oud Verbond en omdat de joden Jezus van Nazaret niet hadden erkend als messias, was er een Nieuw Verbond, waarin de joden als verbondsvolk waren vervangen door de christenen. En voor joden was het ook al simpel: christendom was monotheïsme voor de export, maar niet het onversneden echte spul. Beide groepen – de negentiende-eeuwse christenen en de negentiende-eeuwse joden – claimden het tempeljodendom als hun eigen erfgoed en meenden dat de andere religie zich van de rechte leer had afgesplitst.

De geschiedenis van het christendom werd lange tijd eigenlijk even simpel voorgesteld. Ooit was er een zuivere kerk geweest, waar links en rechts aftakkingen van waren, met één orthodoxe stroming die in een rechte lijn vanaf de apostelen ging naar het eigen kerkgenootschap.

Al in de negentiende eeuw stond vast dat het complexer was. De Dode Zee-rollen en de publicatie van vroegchristelijke bronnen hebben dat bevestigd. Ik verzorg over deze materie weleens een cursus, en onlangs maakte ik daarbij het schema dat u hierboven ziet. Het is in deze vorm gemaakt door Kees Huijser, die wel vaker het grafische werk voor deze blog verzorgt. Ik beweer niet dat dit overzicht correct is; er is geen verband of lijn die niet ook anders kan zijn; maar het schema helpt om de stof te ordenen.

Pluriform jodendom

Helemaal links ziet u de situatie rond het jaar 150 v.Chr. In zijn Joodse Oorlog en Joodse Oudheden gebruikt de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus ongeveer dit moment om de stromingen te introduceren die volgens hem het normale jodendom vertegenwoordigen: de farizeeën, de sadduceeën en de essenen.

Het is plausibel dat deze drie stromingen ontstonden door het conflict dat ligt besloten in de Dode Zee-rol die bekendstaat als 4QMMT, “Enige werken der Wet”. Volgens een mogelijke interpretatie richtte de auteur zich tot hogepriester Jonathan, om hem te waarschuwen voor de eerste farizeeën (“Belialsoverleg”) en te brengen tot de juiste, vroeg-sadducese opvattingen. Toen de hogepriester niet akkoord ging, splitste de groep rond de auteur van deze brief zich van de sadduceeën af en vormde de groep van de essenen. Althans, dat is een mogelijk scenario, dat is gebaseerd op de aanname dat de Dode Zee-rollen door de essenen zijn geschreven. Dat is maar de vraag.

Als deze aanname correct is, zijn er ook meerdere esseense groepen geweest; de Dode Zee-rollen documenteren verschillen in opvatting en verschillende woonplaatsen. Ook de farizeeën waren verdeeld; vanaf het begin van de jaartelling waren er twee hoofdstromingen. De sicariërs, waarvan nogal eens wordt genegeerd dat ze ook niet-joodse leden hadden, waren overigens een farizese afsplitsing. De meeste joodse stromingen overleefde de ondergang van Jeruzalem in 70 niet.

Het scheiden der wegen

De Jezusbeweging kende ook twee takken, waarvan de joodse tak is vertegenwoordigd in de Didache (al zijn er andere interpretaties) en de niet-joodse in de brieven van Paulus en de evangeliën. Die zijn geschreven rond 70 (Marcus) en in de generatie er na. Er zijn geleerden die het evangelie van Johannes dan weer heel vroeg plaatsen en beweren dat dat “een game-changer” is, maar ik geloof er helemaal niks van. Ik noem het echter om nog eens te benadrukken dat het schema ook maar een vereenvoudiging is, ja een oververeenvoudiging.

Meer oververeenvoudiging: Jochanan ben Zakkai organiseerde het rabbinaat en baseerde zich daarbij op een van de twee farizese stromingen. Helemaal onwaar is het niet, maar het rabbijnse jodendom dat zo kwam te ontstaan, heeft bredere wortels dan alleen het farizeïsme. De optekening van de Mishna, een verzameling rabbijnse wijsheid, toont dat joods leven mogelijk is in een samenleving die niet joods is. Er zijn geen Joodse machthebbers, met andere woorden – een gevolg van de opstand van Bar Kochba. Na 136 na Chr. moest men achttien eeuwen wachten voor een nieuwe Joodse staat in het land van Israël.

Die Bar Kochba-opstand had een einde gemaakt aan de joodse christenen. Althans, daarvoor zijn aanwijzingen. Het is weer niet zo zeker allemaal. Wat wél zeker is, is dat op dat moment de rabbijnse joden en de christenen al uit elkaar aan het gaan waren. De door de Romeinse keizer Domitianus met ongebruikelijke hardheid geïnde belasting die bekendstaat als Fiscus Judaicus speelde daarbij een belangrijke rol, maar er waren meer factoren, waarover discussie bestaat.

Pluriform christendom

De andere, niet-joodse christenen waren verdeeld over allerlei oriëntaties en ideeën, die ik in dit schema achterwege heb gelaten. Egypte was een fabriek aan nieuwe opvattingen. In de tweede helft van de tweede eeuw organiseerde Eirenaios van Lyon het nieuwe geloof, en zijn opvattingen staan aan het begin van de proto-orthodoxie.

Er zijn op dat moment andere opvattingen. Montanisme, die het martelaarschap verheerlijken; gnostici, met een complexe mythe en eigen teksten, bekend uit Nag Hammadi. En er zijn nog meer opvattingen, die we niet altijd even goed kennen. De meeste mensen die Christus vereerden, deden dat in combinatie met de oude goden, en de scheiding van het langzaam groeiende rabbijnse jodendom was ook niet scherp. Over deze ideeën zijn we slecht geïnformeerd omdat latere, orthodoxe kopiisten dit materiaal zelden kopieerden. Soms, zoals in een hymne waarin Christus aan Apollo wordt gelijkgesteld, schemert er iets door.

De keuze van Constantijn

De bekering van Constantijn betekende dat het exclusivistische christendom (dat stelde dat als je Jezus vereerde, je hem als enige godheid aanvaardde en dus niet, zoals in de Oudheid gewoon was, de nieuwe god combineerde met de verering van de andere goden) de wind in de zeilen kreeg. Iets preciezer: binnen dit exclusivistische christendom steunde hij de proto-orthodoxe groep. Met het Concilie van Nikaia, dit jaar zeventien eeuwen geleden, werd dit de staatskerk van het Romeinse Rijk.

Was de proto-orthodoxie de belangrijkste groep binnen het derde-eeuwse christendom, en was Constantijns specifieke keuze daarom voorspelbaar? Of was de proto-orthodoxie een van de vele christelijke oriëntaties, en was zijn keuze persoonlijk? Ik voor mij denk het laatste, maar er zijn geleerdere mensen die denken dat het proto-orthodoxe christendom dominant was, en sommigen denken dat die dominantie begon met Eirenaios, anderen denken dat het al eerder het geval was.

Wat ik maar zeggen wil: dit schema is handig voor onderwijsdoelen, en wat mij betreft mag iedereen het gebruiken. Als je er maar bij zegt dat elk aspect discutabel is.

#4qmmt #constantijnDeGrote #didache #dodeZeeRollen #domitianus #eersteConcilieVanNikaia #eirenaiosVanLyon #essenen #exclusivistischeChristenen #farizeeen #fiscusJudaicus #flaviusJosephus #gnosis #jezusVanNazaret #jochananBenZakkai #jonathanDeMakkabeeer #messias #mishna #montanisme #nagHammadi #nietExclusivistischeChristenen #sadduceeen #scheidenDerWegen #sicariers

Vrijblijvende science-fiction

De Amerikaanse auteur Gore Vidal vindt dat Life from Golgotha behoort tot zijn beste werk, maar hij vormt een minderheid. De meeste critici oordeelden dat de ouwe rot niet echt op dreef was in zijn exuberante verhaal over tijdreizigers die in Jeruzalem de kruisiging van Jezus bijna in het honderd laten lopen. Toch moet je Vidal nageven dat hij het komisch potentieel van een tijdreis volledig uitbuit. Dat kun je niet zeggen van de imitatie van de Amerikaanse satire die Piet Meeuse schreef. Het kraaien van de haan wil de lezer maar niet aan het lachen krijgen – en dat is dodelijk voor een boek waarin het belang van humor een centrale rol speelt.

Meeuse en Vidal

De imitatie ligt er duimendik bovenop: evangelische christenen uit de nabije toekomst willen beelden van de kruisiging, er worden tijdreizen gemaakt, Jeruzalem en Efese vormen het decor, Jezus en Judas zijn niet wie we denken dat ze zijn, de relatie tussen geweld en religie komt aan bod, Paulus blijkt de historische waarheid niet te kennen en de eigenlijke vertelling eindigt met een ironische cliffhanger waarbij de lezer al weet wat er zal gebeuren, maar de personages niet. Toch is Het kraaien van de haan een voldoende creatieve kopie om niet te hoeven doorgaan voor plagiaat, want zelfs al is de substantie identiek, de uitwerking is anders.

Zo vermijdt Meeuse een fout van Vidal. Waar deze wel heel gemakkelijk aanneemt dat religie van nature gewelddadig is – zijn Jezus is bepaald onsympathiek – stelt Meeuse tenminste de vraag waarom religie zo vaak ontaardt in fanatisme. Die vraag is goed en zijn antwoord vormt een sleutelscène in het boek, namelijk het punt waar de wegen van Judas en Jezus uit elkaar gaan:

Ik weet dat ik daarover lang heb liggen nadenken die nacht en dat ik tot de conclusie kwam dat dat de achilleshiel was van ieder ‘waar geloof’: het kon zichzelf niet relativeren. Daarom … liepen religieuze conflicten altijd uit op haat en bloedvergieten. De irrationele zekerheid van het geloof voelde zich bedreigd door de lach, want lachen was een soort exorcisme: een heilzame kramp waardoor alle valse zekerheden schoksgewijs werden uitgedreven.

Humor

Helaas is dit antwoord – waar geloof laat zich niet door humor relativeren – even sympathiek als onjuist. Sympathiek, want humor is inderdaad wat mensen menselijk maakt. Onjuist omdat de generalisatie verkeerd is. Immers, veel geloofsvirtuozen wisten dat menselijke kritiek de ervaring van het goddelijke nooit zou aantasten. Erasmus en Gandhi zijn voorbeelden, en voor Meeuses boek is de Mishna relevant: een kloeke collectie rabbijnse wijsheid, waarin discussies regelmatig worden afgerond met een witz. Het zijn juist mensen zónder onwankelbaar geloof die niet tegen een grapje kunnen en de Aries Boomsma dezer wereld eruit schoppen bij de EO.

Het is jammer dat Meeuses hoofdpersoon geen overtuigend antwoord biedt op een vraag die aandacht verdient, en helaas heeft het boek meer zwaktes. Het citaat hierboven toont bijvoorbeeld al dat antwoorden expliciet worden verwoord. Meeuse laat weinig over aan de verbeelding van de lezer en dat maakt het verhaal nogal voorspelbaar. Als aan het begin van Het kraaien van de haan de ik-figuur, zo’n twintig jaar na de gebeurtenissen in Jeruzalem, een indrukwekkende vrouw terugziet, weet de lezer meteen wie dat is – en op blz.69 blijkt dat vermoeden te kloppen. Als het apparaat waarmee tijdreizen mogelijk is zoek blijkt, weet je onmiddellijk wie daar achter zit. De volgende zeven pagina’s uitleg zijn overbodig.

Vrijblijvendheid

Maar het echte probleem is de vrijblijvendheid van het boek. Het eeuwige probleem met fictie is dat het de lezer alleen aan het denken zet als de beschreven wereld geloofwaardig is. Dat zou in dit geval moeten betekenen dat Meeuse de figuur van Jezus van Nazaret adequaat portretteert, maar in plaats daarvan schetst de schrijver een beginnend christendom zoals men het zo’n veertig jaar geleden reconstrueerde.

Alleen Mel Gibson lijkt in onze tijd nog te denken dat de historische Jezus iets anders kan zijn geweest dan een joodse Jezus, en iedereen die de krant een beetje bijhoudt, weet dat bij zo’n joodse Jezus de uitleg van de Wet centraal moet staan. Niets daarvan bij Meeuse. Misschien is dat omdat joodse wetuitleg vaak geestig is – denk aan de grappige juridische drogreden in Johannes 8.17-18 – en dus onbruikbaar voor een schrijver die een Jezus wil schetsen zonder humor.

Er zijn meer plaatsen waar Meeuses kennis uit de tijd is. De overspelige vrouw uit Johannes 8.1-8 is bij hem Maria Magdalena (staat er gewoon niet); de zeloten spelen een belangrijke rol (de stroming ontstond pas dertig jaar na Jezus). Het is allemaal niet vreselijk erg, maar als Meeuse zich had verdiept in de joodse Jezus – en veel meer dan de opiniebladen bijhouden was daar niet voor nodig – zou hij een geloofwaardiger wereld hebben geschetst. Dan had hij een boek geschreven dat niet alleen zinvolle vragen opwierp, maar die ook met gezag beantwoordde. Het is alsof je Jesus Christ Superstar hoort: je weet dat het allemaal niet zo is geweest, en dus heeft het geen relevantie.

Gekke fouten

Wat overblijft is een redelijk spannend boek met enkele mooie personages. Door het gebrek aan urgentie ga je echter letten op fouten waar je anders overheen zou hebben gelezen. Waarom zouden joodse kolonisten de El-Aksamoskee opblazen? Ligt de Rotskoepel niet meer voor de hand? Is het werkelijk denkbaar dat een classicus nog moet ontdekken dat in de Oudheid religie automatisch politiek was? Waarom de simplistische tegenstelling tussen religie en wetenschap als vertrekpunt genomen, terwijl de eigenlijke discussie alweer een eeuw gaat tussen enerzijds gelovigen en wetenschappers die menen dat hun kenwijzen geen raakvlakken hebben en anderzijds gelovigen en wetenschappers die menen dat dit wel zo is?

Erger is dat er niet één geslaagde grap in zit. Vidal wist het komisch potentieel van een tijdreis beter uit te buiten door Jezus een kerk te laten binnenwandelen, Paulus de follow-up-mail te laten uitvinden en een van de personages te laten opmerken dat Pilatus wel wat leek op David Bowie. Vidal voert zichzelf ten tonele als bewoner van Rome en schetst een zelfportret dat even vilein is als zijn portret van Jezus. De Amerikaanse schrijver ontziet niets en niemand, en boeit daardoor méér. Piet Meeuse mag dan sympathieke dingen zeggen over het belang van humor, het is  Gore Vidal die begrijpt hoe humor werkt.

[Deze recensie verscheen eerder op Recensieweb.]

#DesideriusErasmus #GoreVidal #historischeRoman #JesusChristSuperstar #JezusVanNazaret #MahatmaGandhi #MelGibson #Mishna #PietMeeuse #roman

Gereduceerd verleden

Hoe ouder, hoe minder belangrijk

Ik heb het nooit geturfd, maar ik denk dat je, als je zou onderzoeken naar welke delen van het verleden men in de media het meest verwijst, zult concluderen dat het recente verleden frequenter wordt genoemd dan het wat verdere verleden. De twintigste eeuw trekt meer aandacht dan de negentiende, die weer populairder is dan de achttiende, enzovoort. Je zou misschien een beeld krijgen zoals op het grafiekje: een gestaag dalende lijn met een stevige top in de Gouden Eeuw en een wat minder stevige top in de Romeinse tijd.

Ik denk dat dit een vrij normale curve is. Vandaag de dag heeft iedereen meer belangstelling voor het recente verleden, heeft elk volk een gouden eeuw en blijft de belangstelling voor de Oudheid bestaan op dezelfde manier als waarop zij in de vroege negentiende eeuw is gevormd: een geseculariseerde vorm van de oudere belangstelling voor de ontstaanstijd van het christendom. Dat er zo weinig vernieuwing zit in de oudheidkunde is voldoende deprimerend om het punt nog eens te noemen, maar het is niet waarover ik het nu wil hebben.

Zo’n aflopende curve – minder belangstelling voor het verleden naarmate het verder is – is namelijk helemaal niet zo vanzelfsprekend als wij denken. Iedereen die zich wel eens heeft bezig gehouden met de Oudheid weet dat bijvoorbeeld de Grieken en Joden een heel andere visie hadden op de geschiedenis, waarin het verre verleden belangrijker was dan het recente. Zolang de Grieken onafhankelijk waren, was de Trojaanse Oorlog hét ijkpunt; toen ze eenmaal door de Romeinen waren onderworpen, keken de Grieken bovendien met liefde terug op de klassieke periode, hun eigen gouden eeuw. In feite is er dus een omgekeerde curve: hoe verder het verleden, hoe meer aandacht.

Livius’ boeken, per halve eeuw

De Romeinen hebben wat dat betreft een moderner geschiedbeeld, met een curve die lijkt op de zojuist getoonde. Elke staaf in de tweede tabel is een halve eeuw breed en toont hoeveel boeken de historicus Titus Livius wijdde aan die periode. (Dat de meest linkse staaf, die het langst zou hebben moeten zijn, korter is, is omdat die veertig en geen vijftig jaar beslaat.)

De Joden van het begin van onze jaartelling lijken meer op de Grieken dan op de Romeinen of ons. Ook voor hen was het verre verleden belangrijker dan het recente. Wie zich een beetje met het onderwerp bezighoudt, zal dat snel genoeg in de gaten hebben. De Joodse auteurs verwijzen vaak naar Abraham, Mozes en David, maar zelden of nooit naar de periode die daarop volgde: naar de twee koninkrijken Israël en Juda of naar de vorsten die daar regeerden. Men las wél de profeten die tijdens de Assyrische, Babylonische en Perzische tijd hadden geleefd, maar had geen belangstelling voor hun tijdgenoten.

Deze belangstelling voor de legendarische tijd lijkt algemeen te zijn geweest, en dit heb ik nu eens geturfd. Onder de Dode Zee-rollen zijn veel meer Bijbelse teksten over de aartsvaders en de politieke bloei ten tijde van David en Salomo dan over de daaropvolgende tijd. Er zijn bijvoorbeeld slechts drie exemplaren gevonden van Koningen, maar zeven van Genesis en acht van Exodus, terwijl er vijfendertig teksten zijn gevonden waarin de stof van Genesis wordt bewerkt (zoals het Boek van de wachters, het Boek der reuzen en Jubileeën).

Nu behoren de Dode Zee-rollen bij een sekte, maar de lofzang van de bepaald niet sektarische Jezus Sirach op de wijzen van weleer toont dezelfde voorkeur. Hij prijst Adam, Set, Henoch, Noach, Sem, Abraham, Isaak, Jakob, Jozef, Mozes, Aäron, Pinechas, Jozua, Kaleb, de Rechters, Samuël, Natan, David, Salomo, Elia, Elisa, Hizkia, Jesaja, Josia, Jeremia, Ezechiël, de twaalf kleine profeten, Zerubbabel, de hogepriester Jozua, Nehemia en de hogepriester Simon de Rechtvaardige: na negentien namen uit de gouden, vroegste tijd, bestaat het recentere verleden uit nog vier bestuurders en zeven profeten.

Als ik het goed heb geteld, bevat de Mishna, waarin farizees materiaal is opgenomen, niet minder dan 422 verwijzingen naar het verre verleden – dus koning Salomo of ouder – en 68 verwijzingen naar het recentere verleden, waarbij dan nog moet worden aangetekend dat de tweede groep uiteenvalt in 60 verwijzingen naar profeten en 8 naar historische personen.

Hebben de Joodse historici een ander geschiedbeeld? Er zijn uit de derde, tweede en eeuw v.Chr. vijf geschiedschrijvers bekend, maar  het lijkt erop dat ook Demetrios, Aristeas, Eupolemos, Kleodemos en Artapanos zich beperkten tot de gouden tijd: slechts twee van de negentien op hun naam overgeleverde fragmenten gaan niet over de vroegste geschiedenis.

Ik heb niet de pretentie met dit alles iets nieuws te melden. Zoals gezegd heeft iedereen die zich ook maar een beetje in het onderwerp verdiept, het snel genoeg in de gaten. Het leek me echter de moeite waard zo’n intuïtieve notie met cijfers te onderbouwen.

#DodeZeeRollen #geschiedschrijving #Mishna

Echtscheiding in Romeins Judea

Ik ben geen voorstander van niet-authentiek beeldmateriaal, maar ik heb bij het blogje van vandaag niks beters dan Abraham die Hagar verstoot.

Het is een waarheid als een koe: waar twee culturen contact maken, nemen ze zaken van elkaar over. Dat geldt dus ook voor de Joodse cultuur, waar ik op zondag altijd over blog, en de Grieks-Romeinse cultuur, die momenteel aandacht krijgt in de Week van de Klassieken. Van Romeins-Joods cultuurcontact zijn allerlei voorbeelden en een speculatief voorbeeld schoot me vorige week te binnen: echtscheiding.

Joodse echtscheidingen

Een van de hardste gegevens over de leer van Jezus van Nazaret is zijn afwijzing van scheiding. Die is heel breed gedocumenteerd: Marcus 10.2-9 is een voorbeeld, de Bergrede bevat een ander.noot Matteüs 5.32. Het verbod is ook te vinden bij de apostel Paulus.noot Romeinen 7.2-6. We hebben dus documentatie uit minimaal drie bronnen: Marcus, Q en Paulus. Het zal bovendien niet in een Joodse context zijn verzonnen, aangezien het een breuk vormt met het gangbare jodendom. Echtscheiding was immers toegestaan, zij het met regels. De procedure rond de echtscheidingsbrief staat beschreven in Deuteronomium.noot Deuteronomium 24.1-4 en 21.14, 22.29.. De uitwerking van die regels staat in het Mishna-traktaat Gittin.

Jezus’ afwijzing van echtscheiding hing niet in het luchtledige. Ook de sekte van de Dode-Zee-rollen had er moeite mee, met als argument dat wie veel vrouwen heeft, ook zijn joodse geloof zou verliezen. Dat had koning Salomo immers bewezen.

Romeinse echtscheidingen

Maar wellicht is er een tweede reden waarom Jezus tegen echtscheiding was. Ik verzin die, maar het is niet onmogelijk dat er in zijn tijd een toename was van het aantal echtscheidingen, omdat dit onder het Romeinse recht heel eenvoudig was. In de Romeinse wereld kon een scheiding tot stand komen zonder formaliteiten, eenvoudigweg doordat de twee partners stopten met gemeenschappelijk leven. Dat kon met wederzijdse goedkeuring gebeuren, of doordat een van de twee partners wegging.

Ik kan het niet bewijzen, maar het zou me niet verbazen als iemand nog eens aantoonde dat er met de komst van Rome in de Joodse wereld meer echtscheidingen waren. Waar twee culturen contact maken, nemen ze zaken van elkaar over: dat is een waarheid als een koe. En het is ook een waarheid als een koe dat als de leden van twee culturen elkaar kennen, ze elkaars gebruiken kunnen afwijzen.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#Bergrede #BriefAanDeRomeinen #Deuteronomium #DodeZeeRollen #echtscheiding #koningSalomo #Mishna #Paulus #QBron #RomeinsRecht

Nieuwe Testament - Mainzer Beobachter

In 2019 ben ik begonnen met een (bijna) wekelijks blogje over het Nieuwe Testament. Dat lees ik zonder al te veel aandacht te besteden aan latere christelijke uitleg, maar met de nadruk op de joodse context. Die reeks kan nog jaren duren. Hier is een overzicht van de stukjes. Matteüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen … Meer lezen over Nieuwe Testament

Mainzer Beobachter

Gamaliël I, de jood die het christendom redde

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Tweemaal noemt het Nieuwe Testament, waaraan ik op zondag nogal eens een blogje wijd, Gamaliël. Of beter: Gamaliël de Oudere, of Gamaliël I, want er zijn nogal wat rabbijnen geweest met die naam. Daarover zo meteen. Eerst iets over de man zelf, die leefde in de eerste helft van de eerste eeuw na Chr. Een tijdgenoot dus van Jezus van Nazaret, al zijn er geen aanwijzingen dat ze elkaar ooit hebben ontmoet.

Farizese wetsleraar

Eén vermelding is in een toespraak die de auteur van Handelingen in de mond legt van de apostel Paulus. Hij stelt zichzelf voor:

“Ik ben een Jood, geboren in Tarsus in Cilicië, maar opgegroeid in deze stad. Ik heb als leerling aan de voeten van Gamaliël gezeten en ben strikt volgens de voorschriften van de Wet van onze voorouders opgevoed.”noot Handelingen 22.3; NBV21.

Als we alleen dit wisten, wisten we dat Gamaliël een geleerde was van naam en faam, die geen nadere introductie behoefde. Dat is alvast iets. De tweede passage gaat over een vergadering van het Sanhedrin, waarin het hoogste Joodse raadsorgaan, nadat Petrus een opruiend geachte toespraak heeft gehouden, zijn beleid moet bepalen inzake de christenen. Een deel van het Sanhedrin overweegt executies.

Maar toen stond een van hen op, een farizeeër die Gamaliël heette en die als wetsleraar bij het hele volk in aanzien stond.noot Handelingen 5.34; NBV21.

In zijn toespraak bepleit hij een terughoudend oordeel over de christenen:

“Laat hen begaan, want als het mensenwerk is wat ze nastreven, zal het op niets uitlopen, maar als het Gods werk is, zult u niets tegen hen kunnen uitrichten.”noot Handelingen 5.38; NBV21.

Dat overtuigt de vergadering en zo bezien is Gamaliël de jood die het christendom redde.

Joods bewijs

De farizese leraar wordt ook genoemd in de Tosefta, een derde-eeuwse verzameling rabbijnse wijsheid. Die vermeldt dat Gamaliël, samen met andere wijzen, enkele keren in briefvorm advies heeft gegeven aan Joden buiten Judea. Dat betrof onder andere de tienden en het invoegen van de schrikkeldag. Dat laatste was een heel belangrijke kwestie, want de Joden kenden destijds, naast de gangbare kalender, een kalender van 364 dagen, waarin de voorbereidingen van de feestdagen nooit vielen op de sabbat. De kalenderkwestie lijkt destijds echt heel belangrijk te zijn geweest.

Gamaliël lijkt ook eens geconfronteerd te zijn geweest met de vraag of een vrouw mocht gelden als weduwe als maar één iemand had gezien dat haar echtgenoot was overleden. Hij oordeelde dat één getuige voldoende was en dat zo’n weduwe mocht hertrouwen.

De Babylonische Talmoed kent nog een anekdote over Gamaliëls oordeel.

Op een keer werd in het slachthuis van de Tempel een hagedis gevonden en men wilde het hele offer onrein verklaren. Ze vroegen om advies aan de koning, die hun antwoordde: “Ga en vraag het de koningin.” Toen ze het de koningin gingen vragen, zei zij tegen hen: “Ga het Gamaliël vragen.”

Dus vroegen ze het hem. Hij zei tegen hen: “Was het slachthuis heet of koud?”

“Het was heet,” antwoordden ze.

“Ga dan terug en giet een glas koud water over die hagedis”, zei hij. Ze goten er dus een glas koud water overheen, en het dier bewoog [en was dus niet dood], waarop Rabbi Gamaliël het offer rein verklaarde. Zo was de koning afhankelijk van de koningin en de koningin van Rabbi Gamaliël: vandaar dat het hele offer afhankelijk was van Rabbi Gamaliël.noot Babylonisch Talmoed, Pesachim 88b.

De koning kan eigenlijk alleen Herodes Antipas zijn geweest, die in 37 de koningstitel verwierf en weleens in Jeruzalem kwam. Hij was getrouwd met Herodias, over wie ook de evangelist Marcus weet dat ze grote invloed had op haar echtgenoot. Ik blogde er al eens over.

Dit is niet de enige anekdote die Gamaliël presenteert als gezaghebbend. De Mishna, een andere optekening van rabbijnse wijsheid uit de derde eeuw, bevat een lijstje van dertien vooraanstaande rabbijnen met wier dood de mensheid belangrijke deugden verloor.

Toen Rabbi Gamaliël de Oudere stierf, kwam de glorie van de Wet ten einde en vergingen zuiverheid en heiligheid.noot Mishna, Sotah 9.15.

Van verschillende van deze rabbijnen weten we dat ze een conflict hadden met de Romeinen, en de context van het lijstje is die van de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Chr. Het is niet ondenkbaar dat ook Gamaliël een conflict met de Romeinen niet heeft overleefd.

Familie

Gamaliël de Oudere was de vader van Simeon, die ooit protesteerde tegen een verhoging van de Tempelbelasting en die eveneens in het lijstje van dertien rabbijnen is opgenomen:

Toen Rabbi Simeon, de zoon van Gamaliël stierf, kwamen de sprinkhanen en groeiden de problemen.”noot Mishna, Sotah 9.15.

Deze Simeon stierf tijdens de Joodse Opstand en het is niet moeilijk te zien wie de sprinkhanen zijn. Zijn zoon was Gamaliël II, die rond het jaar 100 leiding zou geven aan de Academie van Javne, waar rabbijnen werden opgeleid. Over hem en de Birkat haMinim had ik het al eens eerder. Voor het moment rond ik af dat uit de familie nog verschillende andere belangrijke joodse leiders zijn voortgekomen; Gamaliël VI is de laatste – hij overleed in 425.

De familie stamde af van de Hillel die zeven regels voor de uitleg van de Wet opstelde, maar het is onduidelijk of hij de vader of de grootvader was van Gamaliël de Oudere. Hoe dat ook zijn: Gamaliël I was, zoals we al vermoedden, een geleerde van naam en faam, die voor de lezers van de Handelingen geen nadere introductie behoefde.

#BirkatHaMinim #farizeeën #GamaliëlI #GamaliëlII #HandelingenVanDeApostelen #HerodesAntipas #Herodias #Javne #kalender #Mishna #NieuweTestament #Paulus #Petrus #Sanhedrin #schriftgeleerde #schrikkeldag #SimeonBenGamaliël #sprinkhaan #tienden #Tosefta

Nieuwe Testament - Mainzer Beobachter

In 2019 ben ik begonnen met een (bijna) wekelijks blogje over het Nieuwe Testament. Dat lees ik zonder al te veel aandacht te besteden aan latere christelijke uitleg, maar met de nadruk op de joodse context. Die reeks kan nog jaren duren. Hier is een overzicht van de stukjes. Matteüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen … Meer lezen over Nieuwe Testament

Mainzer Beobachter

Shalom, friends!
Welcome to #DafReactions Bava Metzia 91: Employee of the Month. All creatures, great and small, deserve WORKERS’ RIGHTS! 💪🐂🐓
#talmud #dafyomi #jewish #Judaism #jewishlearning #Mishna #Gemara

https://youtu.be/uBV0J-EZ__Q

Daf Reactions Bava Metzia 91: Employee of the Month

YouTube

Shalom, friends! Welcome to #DafReactions Bava Kamma 90: The Five Second Rule! In which Rabbi Akiva has to deal with a prankster trying to garner some #himpathy for his bad behavior, while one iconic woman demonstrates how not to waste beauty products. Not in this economy! #Talmud #mishna #judaism #dafyomi

https://youtu.be/LTMyJiZMlf0

Daf Reactions Bava Kamma 90: The Five Second Rule

YouTube

Shalom, friends! Welcome to #dafreactions Bava Kamma 26: A Large Boulder the Size of a Small Boulder
In which we moo-ve from farm animals stepping on things to people who are negligent with their pet rocks. Plus, the #mishna is calling me out again 😒 😩. #dafyomi #talmud

https://youtu.be/xsRJVq1h1Q0

Daf Reactions Bava Kamma 26: A Large Boulder the Size of a Small Boulder

YouTube