Diodoros van Sicilië

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Altes Museum, Berlijn).

Hé, dat is leuk: er is een Nederlandse vertaling verschenen van de Grieks-Romeinse geschiedschrijver Diodoros van Sicilië. Dit is om twee redenen fijn. Eén, Diodoros is geen auteur die al vaker vertaald is, zoals Homeros of de Griekse tragici. Classicus Gerard Janssen ontsluit een stukje Oudheid dat voor het publiek nog onontsloten was. Twee, het gaat niet om een tekst die alleen specialisten interesseert. Diodoros, die leefde toen Rome rond het midden van de eerste eeuw v.Chr. de Mediterrane wereld verenigde, biedt zijn lezers een alleszins boeiend verhaal over de geschiedenis van de gehele wereld.

De kwaliteit van Diodoros  boek is zo goed als zijn bronnen. Diodoros heeft veel oudere teksten gelezen en naverteld. Hij claimt geen originaliteit en noemde zijn werk dan ook De bibliotheek of, in de weergave van Janssen, Archief van de geschiedenis. Diodoros vat dus oudere bronnen samen en zijn selectie bewijst dat hij niet onverdeeld positief was over de Romeinse heerschappij. Hij zal nooit nalaten te wijzen op de wreedheid, roofzucht en verdorvenheid van de Romeinen. Als Siciliaan kon hij ervan meepraten.

Inhoud

Het Archief van de geschiedenis was, in Diodoros eigen woorden, “een enorme klus”, die bestond uit veertig boeken, waarvan 1-5 en 11-20 volledig bewaard zijn. De eerste vijf boeken gaan over de eerste beschavingen: Egypte, Assyrië, de Griekse heldentijd. Tot de geraadpleegde bronnen behoren Hekataios van Abdera, Ktesias, Megasthenes, Dionysios Skytobrachion (“met de leren arm”), Timaios en de Euhemeros over wie ik al vaker blogde. Dit is materiaal dat verder slecht is overgeleverd en daarom belangrijk is. Zo heeft de Nederlandse oudhistoricus Jan P. Stronk aan de hand van onder andere het door Diodoros overgeleverde materiaal, het halfvergeten oeuvre van Ktesias kunnen afstoffen (meer).

Diodoros boeken 11-15 zijn gebaseerd op Eforos van Kyme en behandelen de geschiedenis van het klassieke Griekenland. En wat is het heerlijk dat we nu eens niet het relaas van een Herodotos, een Thoukydides en een Xenofon te hebben, maar een doorlopend verhaal – het enige doorlopende verhaal! – van een andere auteur. De boeken 16-20 gaan over Filippos van Macedonië (opnieuw uniek materiaal), Alexander de Grote en de Diadochen. Eersteklas materiaal.

Diodoros onderbreekt dat verhaal met wat buiten Griekenland gebeurde. Het is immers wereldgeschiedenis. Helaas heeft hij de problemen van de Romeinse chronologie niet goed begrepen, want hij creëert het ene na het andere verkeerde synchronisme. Tegelijk is zijn magistratenlijst wel de beste die we hebben. Zijn beschrijving van de vroege Romeinse geschiedenis is dus waardevol om naast de standaardtekst, Livius, te leggen.

De tweede helft van het Archief van de geschiedenis vertelde het verhaal van het hellenisme en de opkomst van Rome. Nu werden geografisch verspreidde processen één proces. Er zijn fragmenten bekend uit Byzantijnse uittreksels. Wat ik zag van Diodoros’ verslag van de Eerste Punische Oorlog, was heel fragmentarisch maar niet elimineerbaar.

Beoordeling

De grote Altertumswissenschaftler van weleer, zoals Theodor Mommsen, hebben Diodoros bekritiseerd, die een onkritische uittrekselmaker zou zijn. Nu maakt de Siciliaan inderdaad wel vreemde fouten, maar toch is de kritiek niet helemaal terecht. De Siciliaan deed precies dat wat hij beoogde: een makkelijk toegankelijke wereldgeschiedenis vervaardigen. Een bibliotheek, een archief. En hij weet hoe hij een verhaal moet vertellen. Hij was een geschiedschrijver, geen geschiedvorser, en zeker geen historicus in de normale zin des woords. (De Oudheid heeft sowieso alleen met Appianus iemand voortgebracht die voldoende begreep van causaliteit.)

Niet dat Diodoros, schoongewassen van slecht gerichte kritiek, ineens de ideale geschiedschrijver is. Hij heeft een bovengemiddeld hoog professioneel zelfbeeld. Zo meent hij dat de geschiedschrijver, doordat hij eerdere ervaringen doorgeeft en mensen over deugden en rechtvaardigheid instrueert, een weldoener is voor de samenleving. Diodoros, die een vermogend man met een aanzienlijke bibliotheek moet zijn geweest, was zo bezien een gewone antieke aristocraat die zijn verantwoordelijkheid nam voor de gemeenschap. De jargonterm is évergetisme.

De vertaling

Ik ben geen classicus en wil over de kwaliteit van de vertaling niet méér zeggen dan dat ’ie vlot wegleest. Verder ben ik blij dat er beeldmateriaal is en wat annotatie. Dat verheldert een hoop. U denkt dat zulks logisch is, maar helaas is dat bij klassieke teksten niet altijd het geval. Ooit hadden we een Baskerville-reeks van te chique uitgegeven boeken zonder beeldmateriaal, waarvan je je afvroeg wat je er eigenlijk aan had. U leest een boek immers om geïnformeerd te worden, niet als lifestyle-attribuut. De door Janssen gemaakte vertaling is tenminste gericht op informeren.

Er is dus veel goeds te zeggen over het Archief van de geschiedenis. Inmiddels zijn twee boeken verschenen, samen de boeken 1 tot en met 5 plus de fragmenten van de boeken 6 tot en met 10. Die doen vooruitzien naar de klassieke geschiedenis.

Het grote publiek

Het is echter jammer dat Janssen op de door hem geserveerde taart spuugt door de twee verschenen delen af te ronden met appendices waarin hij uitlegt dat de Ilias en de Odyssee zich afspelen op de Atlantische Oceaan. Dit is klinkklare kwakgeschiedenis. Omdat ik dat al eens inhoudelijk heb uitgelegd, laat ik dat nu rusten.

Maar dus afgezien van de inhoudelijke onjuistheid: hoe maak je een boek voor het grote publiek, zoals een vertaling, als je weet dat je een sterk van de consensus afwijkende mening hebt? Als geschoold classicus weet Janssen hoe laag de drempel voor de peer review inmiddels ligt. Hij weet dus ook dat als een theorie nooit wetenschappelijk is gepubliceerd, ze echt heel omstreden moet zijn. En hij weet dat hij, door haar desondanks te verdedigen, een minderheidspositie inneemt. Wat te doen? Zijn oordeel verzwijgen is vanzelfsprekend niet integer. Het publiek verdient eerlijkheid. Maar het omgekeerde, wél spreken en het publiek een oordeel opdringen waarvan je weet dat het omstreden is, brengt het risico van misleiding met zich mee. In dit dilemma kiest Janssen voor het risico, maar dat is helemaal niet nodig.

De koninklijke weg in dit soort situaties is dat je je afwijkende mening benoemt, verwijst naar verdere literatuur, en verder de mainstream volgt. Een voorbeeld is het beroemde The Black Pharaohs van Robert Morkot, die een aanhanger is van een alternatieve IJzertijdchronologie (die overigens wél door de peer review is gekomen), maar in zijn boek de gangbare dateringen gebruikt. De ins en outs van een wetenschappelijk dispuut zijn bij eerstelijnsvoorlichting, zoals bij vertalingen, immers niet aan de orde. Voor methodische problemen hebben we de tweede lijn.

Dat gezegd hebbende: het is fijn dat we Diodoros erbij hebben in onze eigen mooie taal. Scheur de laatste bladzijden eruit, maak er papieren vliegtuigen van, en geniet van de rest.

#AlexanderDeGrote #antiekeGeschiedschrijving #évergetisme #chronologie #Diadochen #DiodorosVanSicilië #DionysiosSkytobrachion #EforosVanKyme #Euhemeros #FilipposII #GerardJanssen #HekataiosVanAbdera #HerodotosVanHalikarnassos #JanPStronk #Ktesias #kwakgeschiedenis #Megasthenes #RobertMorkot #TheodorMommsen #Thoukydides #TimaiosVanTauromenion #VarroniaanseChronologie #Xenofon

Wat is een krokotta?

Een Tasmaanse tijger (Sheffield, Tasmanië)

Wie een antieke tekst leest en stuit op een woord dat hij niet kent, zal hetzelfde doen als wie in een Nederlandse tekst een vreemd woord tegenkomt: het woordenboek erop naslaan. Maar wat als de lexicograaf het ook niet weet? Neem het dier dat in de Romeinse Keizertijd de krokotta heette.

Ktesias en Strabon

De eerste mij bekende vermelding is van Ktesias, een Griekse schrijver die een tijd aan het Perzische hof verbleef en nogal wat over India vertelt. Voor het goede begrip zeg ik er even bij dat de Grieken op dat moment het verschil tussen India en Afrika niet kenden. Wat wij beschouwen als twee landen werd bij hen bewoond door één volk, de donkere Ethiopiërs. Toen de mannen van Alexander de Grote later de Indus zagen, dachten ze dat het de Nijl was. Ook zeg ik erbij dat Ktesias niet altijd even goed onderscheid maakt tussen de harde feiten en vertelsels die hij aan het hof heeft gehoord.

In Ethiopië is er een dier genaamd krokotta, ook wel hondwolf genaamd, met een verbazingwekkende kracht. Er wordt gezegd dat het de menselijke stem imiteert, ’s nachts mensen bij hun naam roept en degenen verslindt die in zijn buurt komen. Hij is zo dapper als een leeuw, zo snel als een paard en zo sterk als een stier. Hij kan door geen enkel wapen van staal overwonnen worden.noot Fotios, Uittreksel uit Ktesias’ Indika 50.

Een tweede vermelding is bij de geograaf Strabon van Amaseia, die alleen weet dat zijn voorganger Artemidoros (die van de omstreden papyrus) het dier vermeldt in de contreien bezuiden de Rode Zee, in oostelijk Afrika.noot Strabon, Geografie 16.4.16. Daar wonen ook giraffen en slangen met een lengte van dertig el die olifanten overmeesteren. Artemidoros zou ook zeggen dat de krokotta een kruising is van een wolf en een hond.

Plinius over de krokotta

Ook Plinius de Oudere plaatst het dier in oostelijk Afrika:

In Ethiopië komen sfingen met bruin haar en twee borsten op hun bovenlichaam, en vele andere dieren die wel fabeldieren lijken algemeen voor: gevleugelde en met hoorns gewapende paarden, pegasi genaamd; op een kruising tussen honden en wolven lijkende krokota’s die alles met hun tanden kunnen breken, meteen verslinden en in hun maag verteren.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 8.72; vert. Joost van Gelder e.a.

Hoewel het dier lijkt op een hond of wolf, denkt Plinius, anders dan Strabon, dat het geen kruising is van die dieren.

Als een Ethiopische leeuwen met een hyena heeft gepaard werpt ze een krokotta, die eveneens het stemgeluid van mensen en vee nabootst. Hij spiedt eeuwig en altijd om zich heen, heeft in beide kaken een aaneengesloten tand, zonder tandvlees, die wordt omsloten door een soort kas om te voorkomen dat hij afstompt onder druk van de andere kaak. noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 8.107; vert. Joost van Gelder e.a.

Latere vermeldingen bij Aelianus en Porfyrios voegen hieraan weinig toe, maar er zijn nog wel twee interessante details. De Historia Augusta weet dat keizer Antoninus Pius een complete dierentuin liet doden bij een niet geïdentificeerd festival en noemt dan olifanten, krokotta’s en tijgers in één adem, waaraan hij dan neushoorns, krokodillen en nijlpaarden toevoegt, benadrukkend dat dit dieren van de hele wereld waren. noot Historia Augusta, Antoninus Pius 10.9. Je krijgt de indruk dat twee teams zijn bedoeld, Indisch (waar tijgers wonen) en Afrikaans (waar nijlpaarden leven).

De andere vermelding is van de Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio, die weet dat keizer Septimus Severus in 203 een krokotta in de arena presenteerde.

De krokotta komt uit India en … heeft een kleur die het midden houdt tussen die van een leeuwin en een tijger en het lijkt ook op die dieren, maar ook op een eigenaardige vermenging van een hond en een vos.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 77.1.4; vert. Simone Mooij.

Deze passage is belangrijk, want Dio is de enige die het dier zelf heeft gezien.

Wat is een krokotta?

Maar welk dier is het? Als we de fantastische informatie over imitatie van de menselijke stem even buiten beschouwing laten, weten we alleen dat het een viervoeter is ter grootte van een hond of wolf, een kleur heeft zoals een leeuwin of tijger. Misschien strepen en een opvallend staart, want Dio maakt vergelijkingen met tijgers en vossen. Het is zeker geen hyena, want Plinius maakt duidelijk een onderscheid.

Tot slot komt de krokotta van voorbij de Rode Zee, waarbij ik geneigd ben de plaatsing in Afrika te negeren. Het woord “Ethiopië” is te vaag van betekenis. Simone Mooij, die het laatste fragment vertaalde, meende dat het een Tasmaanse tijger was, een dier dat in de eerste eeuwen van onze jaartelling nog leefde op Java en heel goed op transport kan zijn gezet naar het westen. De Romeinen importeerden ook nootmuskaat, dat eveneens kwam uit het huidige Indonesië. We moeten de woordenboeken nog maar niet aanpassen, maar ik vind het een brutale, leuke hypothese.

#AntoninusPius #ArtemidorosVanEfese #CassiusDio #FotiosI #krokotta #Ktesias #SeptimiusSeverus #SimoneMooijValk #StrabonVanAmaseia #tijger