Caesar op visite bij Cicero

Een Romeins diner (Pompeii)

Het jaar dat was begonnen met alleen Julius Caesar als consul, ook wel bekend als 45 voor Christus, liep ten einde. De trouwe lezers van deze blog weten wel ongeveer wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden aan het doen was: legitimiteit zoeken. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat er weer magistraten waren, zoals de twee mannen die in de drie laatste maanden van het jaar het consulaat bekleedden, Quintus Fabius Maximus en de al eerder genoemde Gaius Trebonius. Een andere maatregel was de voorbereiding van de oorlog tegen het Parthische Rijk, die kon rekenen op ieders instemming.

De oostelijke oorlog

De biograaf Suetonius geeft over het plan de campagne een vrij gedetailleerd bericht. Caesar wilde eerst de Daciërs,

die Thracië hadden overspoeld, terugdrijven om in aansluiting daarop via Klein-Armenië in het gebied van de Parthen door te dringen. Het was zijn bedoeling met een beslissend gevecht te wachten tot hij een indruk had gekregen van hun kracht.noot Suetonius, Caesar 44; vert. Daan den Hengst.

De nieuwe buitenlandse oorlog zou dus beginnen op de Balkan. Caesar had, zoals we al zagen, zes legioenen vooruit gestuurd. (Tot de jonge officieren behoorden zijn achterneef Gaius Octavius en diens vriend Agrippa.noot Suetonius, Augustus 8.) Met de drie al aanwezige legioenen van gouverneur Publius Vatinius erbij moest het mogelijk zijn de Daciërs terug te drijven. Daarna zou Caesar oversteken naar Azië, waar hij kon rekenen op de twee legioenen die hij in 47 v.Chr. na de slag bij Zela met Marcus Caelius Vinicianus had achtergelaten in Pontus (noordelijk Turkije). We weten dat verder drie legioenen uit Bithynië en drie legioenen uit Egypte marsorders hadden richting Syrië. Daar weigerde Quintus Caecilius Bassus al twee jaar het gezag van de dictator-voor-tien-jaren te erkennen.

Bassus was echter niet Caesars voornaamste doelwit. Dat was dus het Parthische Rijk. Caesar wilde het via Armenië binnenvallen, dus ten noorden van Syrië. Het plan zou enkele jaren later door Marcus Antonius ten uitvoer worden gebracht, met meer succes dan de propaganda van diens rivaal Augustus wilde erkennen.

Problemen

De beveiliging van de Balkan en de Parthische Oorlog zouden Caesars populariteit ongetwijfeld goed hebben gedaan, maar zouden zijn problemen niet hebben opgelost. Hoe dan ook was zijn alleenheerschappij onconstitutioneel, zelfs als hij het beste voor had voor de Republiek.

Neem de bestuurlijke continuïteit. Omdat hij enige tijd niet in Rome zou zijn, wees hij alvast magistraten aan voor drie of zelfs vijf jaar.noot Drie jaar: Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 43.51; vijf jaar: Appianus, Burgeroorlogen 3.129. Marcus Antonius zou bijvoorbeeld in 44 v.Chr. met Caesar het consulaat bekleden en het jaar daarop gouverneur zijn op de Balkan. Maar ook al was het verstandig dat Caesar dacht aan de middellange termijn, hij kortwiekte daarmee de Senaat en de Volksvergadering. En dat was weer eens onconstitutioneel.

Het is aannemelijk dat menigeen bang was voor Caesars triomfantelijke terugkeer. Daarna zou er geen manier meer zijn om de republikeinse verhoudingen te herstellen. Er gingen geruchten dat Caesar streefde naar de koningstitel, maar zoals ik al schreef is dat niet aannemelijk. De dictator was groter dan de koningen van zijn tijd. Dat waren meer koninkjes. Er was simpelweg geen vorm waarmee Caesars macht constitutioneel viel te maken.

Hij deed echter zijn best. Hij liet bijvoorbeeld de standbeelden voor zijn verslagen tegenstanders weer oprichten, wat aan Cicero het compliment ontlokte dat Caesar daarmee ook een monument voor zichzelf had opgericht.noot Ploutarchos, Cicero 40. De situatie was echter van dien aard dat zelfs goede maatregelen verkeerd vielen. Toen consul Fabius Maximus op oudejaarsdag overleed, wees Caesar nog snel een opvolger aan – een daad die ooit geprezen zou zijn geweest als scrupuleuze trouw aan letter en geest van de wet, maar nu werd opgevat als bespotting van diezelfde wet.

De Saturnaliën

Vanaf 17 december vierden de Romeinen het feest van Saturnus. Een vrolijk feest: vrienden gaven elkaar cadeaus, personeel kreeg een dag vrij en niet zelden kookte de heer des huizes voor zijn slaven. Caesar verbleef in Puteoli, even ten westen van Napels, in de villa van Philippus (de stiefvader van Octavianus). De locatie, vlakbij een oorlogshaven, suggereert dat hij zich bezighield met een troepentransport voor de Parthische Oorlog.

Cicero, die eveneens een buitenhuis had in Puteoli, observeerde dat de villa van Philippus op de avond van de tweede dag van de Saturnalia zo vol zat met soldaten – het waren er tweeduizend – dat er nauwelijks ruimte voor Caesar zelf was om te dineren. De volgende ochtend, vertelt Cicero, hielden Caesar en zijn vertrouweling Lucius Cornelius Balbus zich bezig met administratieve zaken. Na een strandwandeling te hebben gemaakt naar het landhuis van Cicero, nam Caesar daar een bad en ontving hij een boodschapper.

Caesar dineert bij Cicero

Daarna liet hij zich masseren en was het tijd om met Cicero aan tafel te gaan. Over politiek sprak men niet; in plaats daarvan spraken de heren over literatuur. Een onderwerp dat Cicero, die in deze tijd werkte aan een boek over voorspellingen, na aan het hart lag. “Caesar volgt een kuur van braakmiddelen,” observeerde Cicero, “en at en dronk zonder scrupules en zoals het hem uitkwam.” Ook aan de slaven en vrijgelatenen was gedacht, maar voor de echt chique mensen had de gastheer zeldzame gerechten laten bereiden.

In feite liet ik zien dat ik iemand was. Caesar is echter geen gast tegen wie je zou zeggen: “Zoek me nog ’ns op als je weer in de buurt bent.” Eén keer is wel genoeg.noot Cicero, Brieven aan Atticus 13.52.

Alle gezelligheid ten spijt bleef Caesar, die draagvlak en legitimiteit had willen scheppen door de banden aan te halen met een invloedrijke senator, vooral angstaanjagend.

Ondertussen is de vraag of de twee mannen werkelijk alleen over literatuur hebben gesproken. Cicero zou later oordelen dat de Parthische Oorlog een vlucht vooruit was geweest om te ontkomen aan een constitutioneel probleem. Die analyse hoeft niet per se waar te zijn; we zullen in het volgende blogje zien dat Caesar misschien heeft gedacht het constitutionele probleem te hebben opgelost. Dat Caesar naar het front vluchtte, kan echter wel de indruk zijn geweest die Cicero aan een ontmoeting met Caesar kan hebben overgehouden.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.] 

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Cicero #JuliusCaesar #LuciusCorneliusBalbusMaior #MarcusAntonius #MarcusCaeliusVinicianus #MarcusVipsaniusAgrippa #Octavianus #PubliusVatinius #Puteoli #QuintusCaeciliusBassus #Saturnalia #Suetonius

Caesar en het Parthische Rijk

Soldaat uit het Parthische Rijk (Museum van Azerbaijan, Tabriz)

De stukjes in mijn reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” leid ik meestal in met een zo precies mogelijk datering, maar vandaag kan ik niet nauwkeuriger zijn dan dat het was in het jaar waarin Caesar zonder collega het consulaat bekleedde. Ofwel 45 v.Chr. We gaan het hebben over ’s mans volgende grote project: de oorlog tegen het Parthische Rijk.

Casus belli

De Romeinen hadden nogal wat unfinished business in het oosten. In 53 v.Chr. was generaal Crassus, nadat hij de Midden-Eufraat was overgestoken, verslagen bij Carrhae. Het staat vast dat de Romeinen zo snel mogelijk wraak wilden nemen. De heropleving van de Gallische Oorlog door Ambiorix en Vercingetorix had echter ieders aandacht gevraagd. Vervolgens was de Tweede Burgeroorlog uitgebroken.

Dat Julius Caesar al rekening hield met oorlog in het oosten, wordt gesuggereerd door twee gegevens. Om te beginnen is er de korte passage van Cassius Dio na de slag bij Zela:

Farnakes sloeg dus op de vlucht en Caesar wilde nu direct de Parthen aanpakken. Maar omdat het door toedoen van bepaalde personen in Rome tot ordeverstoringen was gekomen, zag hij zich gedwongen naar huis terug te keren. noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.46; vert. Gé de Vries.

Een tweede bewijsstukje is dat Caesar in 47 v.Chr. zijn vertrouweling Sextus Julius Caesar benoemde in Syrië. Die had vermoedelijk een dubbele taak: mochten de Parthen aanvallen, dan moest hij ze tegenhouden; en zolang ze niet aanvielen, moest hij het leger trainen waarmee de Romeinen de schande van Carrhae konden uitwissen. Als Caesar de oostgrens geen prioriteit had gegeven, had hij daar vermoedelijk zijn naaste vertrouweling niet aangesteld.

Sextus was echter vermoord door Quintus Caecilius Bassus, die zichzelf had benoemd tot gouverneur. Hij had, met hulp van de Arabische leider Alchaudonios én de Parthische prins Pakur, in december 46 een door Caesar gestuurd leger bij Apameia verslagen.

Plannen

Pakurs interventie vormde voor Caesar een extra reden om tegen het Parthische Rijk op te rukken. De plannen waren er vermoedelijk echter al eerder. Zolang Syrië onrustig was, was een aanval op de Parthen via de Midden-Eufraat moeilijk. Het was bovendien niet verstandig opnieuw het strijdtoneel te betreden waar de Parthische cavalerie Crassus’ legioenen had verslagen. Het was verstandiger op te rukken door Armenië. We weten uit een brief van Cicero dat er al vóór Pakurs interventie diplomatieke contacten waren tussen Rome en Armenië.noot Cicero, Brieven aan vrienden 9.15.4.

Uit diezelfde tijd, vóór Pakurs interventie dus, stamt Cicero’s redevoering ter verdediging van Marcellus, waarover ik al blogde. Daarin merkte de redenaar op dat er in het Romeinse Rijk nog veel onopgeloste problemen waren. Met andere woorden, het was nog te vroeg voor buitenlandse avonturen.noot Cicero, Voor Marcellus 29. Inderdaad ging Caesar eerst naar Spanje.

Voorbereidingen

Verschillende bronnen documenteren dat er in de zomer van 45, toen Caesar op de terugweg was vanuit Spanje, in Rome werd gesproken over de naderende Parthische Oorlog.noot Bijv. Cicero, Brieven aan Atticus 13.27.1. Het staat vast dat niemand openlijk bezwaar maakte. Er waren immers openstaande rekeningen en iedere Romeinse politicus had de plicht die te vereffenen. Het spreekt boekdelen dat Cicero, die later alles wat lelijk was in stelling zou brengen tegen Caesars rechterhand Marcus Antonius, nergens diens hulp noemt bij de voorbereiding van deze campagne. Een populaire oorlog kon geen verwijt zijn.

In de zomer van 45 werden de plannen dus gemaakt. Hoe die er in eerste instantie uitzagen, weten we niet, maar we weten dat aan de drie legioenen die al op de Balkan waren, er zes werden toegevoegd. Ook elders werden eenheden geactiveerd. Ik kom daar nog op terug.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Alchaudonios #Ambiorix #CassiusDio #FarnakesII #JuliusCaesar #MarcusLiciniusCrassus #PakurI #ParthischeRijk #QuintusCaeciliusBassus #SextusJuliusCaesar #slagBijCarrhae #slagBijZela #TweedeBurgeroorlog #Vercingetorix

De belegering van Apameia

Bij de belegering van Apameia waren ook Arabische ruiters actief (Louvre, Parijs)

Als ik schrijf dat het was tegen het einde van het jaar waarin Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden (december 46 v.Chr. dus), dan concludeert u dat u weer een blogje te lezen krijgt in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Maar het gaat vandaag niet over Caesar.

In een eerder stukje gaf ik aan dat Caesar de gouverneur van Cilicië, Quintus Cornificius, opdracht had gegeven de orde te herstellen in Syrië. Daar erkende Quintus Caecilius Bassus het gezag van Caesar niet. Hij had Caesars verwant Sextus Julius Caesar uit de weg laten ruimen en zelf de macht gegrepen. Bassus voorzag zichzelf van een officiële titel en verschanste zich in Apameia, waar hij beschikte over een goed verdedigbare citadel en geld. Daarmee begon hij een leger op te bouwen.

Dio’s verslag

Uit de Romeinse Geschiedenis van Cassius Dio weten we hoe het verder ging. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver geeft weliswaar geen datering van de gebeurtenissen, maar gelukkig beschikken we ook over een brief van Cicero waarin de Romeinse politicus vertelt te beschikken over een in december 46 v.Chr. geschreven brief van Gaius Antistius Vetus.noot Cicero, Aan Atticus 14.9. Die rapporteert wat er bij Apameia was gebeurd. Zo kunnen wij Dio’s verslag dateren. (Over de genoemde Alchaudonios blogde ik eerder.)

Caecilius Bassus ronselde iedereen die daar qua leeftijd voor in aanmerking kwam, vrijen én slaven, bracht geld bij elkaar en vulde zijn wapenvoorraad aan. Maar terwijl hij daarmee bezig was, probeerde Gaius Antistius hem in Apameia in te sluiten en te belegeren. Dat liep uit op een gevecht dat gelijk opging.

Toen bleek dat geen van tweeën een duidelijk voordeel wist te bereiken, staakten ze de strijd. … Ze wachtten allebei op versterkingen. Antistius kreeg er soldaten bij uit de streek zelf, die pro-Caesar waren, én soldaten uit Rome, gestuurd door Caesar, terwijl Bassus hulp kreeg van Alchaudonios van Arabië … Beide partijen hadden zijn hulp ingeroepen. Alchaudonios koos positie tussen Apameia en het legerkamp, gaf nog geen antwoord maar wilde eerst weten wat men hem te bieden had. Bassus, die meer bood dan Antistius, won het pleit.

In het daaropvolgende gevecht bleek Bassus verreweg de sterkste, vooral door zijn boogschutters. Zelfs de Parthen kwamen opdagen, opgeroepen door Bassus, maar omdat de winter inviel bleven die niet al te lang bij hem; ze hadden zodoende nauwelijks invloed op de afloop.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 47.27; vert. Gé de Vries.

De muren van de citadel van Apameia

Cicero’s correspondentie

Tot zover Dio. In zijn verslag aan Cicero schrijft Antistius Vetus dat het juist de Parthen waren die de zaak beslisten. Hun commandant was prins Pakur geweest en diens interventie was een van de redenen waarom Caesar niet veel later de Parthen wilde aanvallen. We zullen Antistius Vetus maar vergeven dat hij niet vertelde dat hij zich vooral in de nesten had gewerkt door een potentiële Arabische bondgenoot onvoldoende te bieden.

Ik heb niet kunnen achterhalen waarom uiteindelijk Gaius Antistius Vetus en niet Quintus Cornificius aan het hoofd stond van Caesars interventiemacht. Cicero vertelt wel dat Cornificius in de zomer van 45 v.Chr. naar Italië terugkeerde en zich “beklaagde” over het simpele huis dat Cicero hem ter beschikking had gesteld. Cicero “bestrafte” hem voor de belediging aan het adres van zijn villa door hem uit te nodigen in een van zijn andere landhuizen. De brief toont dat er, ondanks de ongemakkelijke rust in Rome, nog alle ruimte was voor speelsheid.noot Cicero, Brieven an vrienden 12.20.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Alchaudonios #Apameia #belegering #CassiusDio #Cicero #GaiusAntistiusVetus #JuliusCaesar #PakurI #QuintusCaeciliusBassus #QuintusCornificius #Syrië #TweedeBurgeroorlog