Maandag start er #archeologisch onderzoek op het #Isabellaveld in #Vught. De archeologen hopen daarbij nog meer sporen te vinden van een bloederige #veldslag tussen de ‘Staatsen’ en de Spanjaarden die er in 1629 plaatsvond vanwege de toenmalige #belegering van ’s-Hertogenbosch.
https://www.ed.nl/brabant/wat-ligt-er-nog-onder-het-isabellaveld-archeologen-hopen-op-nieuwe-vondsten-van-het-slagveld-uit-1629~a62b3efa/?cb=4493e553-b127-49d5-bb95-1b6a64bf4af4&auth_rd=1
Wat ligt er nog onder het Isabellaveld? Archeologen hopen op nieuwe vondsten van het slagveld uit 1629

Liggen er nog meer geheimen verborgen onder het Isabellaveld in Vught? Onderzoeksbureau BAAC start maandag opnieuw met archeologisch onderzoek en hoopt daarbij nog meer sporen te vinden van het slagveld uit 1629.

ed.nl

Alexander de Grote in Tyrus (2)

De pilaren in de kruisvaarderskerk van Tyrus zijn vermoedelijk afkomstig uit de tempel van Melqart

[Dit is het laatste van twee blogjes over Alexanders belegering van Tyrus. Het eerste was hier.]

Alexanders ingenieurs bouwden ondertussen enorme belegeringsmachines. Drijvende platforms voor katapulten, blijden en boogschutters waren de eenvoudigste wapens. Hiermee kon de stad dag en nacht worden bestookt. Daarnaast plaatsten de Macedoniërs torens op gigantische catamarans; ook hiervandaan konden blijden en katapulten de stad onder vuur nemen. De Tyriërs moeten mentaal zijn gesloopt doordat ze voortdurend op hun hoede moesten zijn voor inslaande projectielen; ze kregen geen moment rust.

Het gevaarlijkste wapen was een boomstamgrote stormram, die was opgehangen onder een driehoekig dak, dat rustte op twee schepen. Vanaf een derde schip, dat erachter lag, konden matrozen de boom heen en weer trekken. Het was de bedoeling hiermee een bres te beuken in de zuidelijke zeemuur, maar daarvoor moesten de drie schepen wel verankerd liggen. Tyrische duikers slaagden erin om de touwen los te snijden, waarop de Macedoniërs nieuwe ankers neerlieten, dit keer hangend aan metalen kettingen. Dag en nacht kon de stormram nu inslaan op een deel van de muur, en uiteindelijk groeide een voldoende brede bres.

De eerste aanval

Nu gelastte Alexander de aanval, maar de Tyriërs waren voorbereid. In de wijk waar de bres in de muur was geslagen, was ook de plek waar ze glas vervaardigden. Bij de productie daarvan werd schelpzand verhit tot het roodgloeiend was. Met een machine wierpen de Tyriërs dat nu over de Macedonische soldaten. “Het zand kroop onder hun harnas en hemd, verbrandde de huid en veroorzaakte een hulpeloze ellende,” vertelt de Griekse geschiedschrijver Diodoros van Sicilië. “Alsof ze op de pijnbank lagen, smeekten ze uit alle macht om hulp, maar geen mens kon hen helpen. Ze werden gek van de vreselijke pijn en stierven.”

De Tyriërs hadden de aanval afgeslagen, maar het was slechts uitstel van executie. Dat de verdedigers uitgeput waren, blijkt uit het feit dat ze de bres niet vulden.

De val van Tyrus

Twee dagen na de eerste aanval hadden de Macedoniërs de bres verder verbreed, verdreef een pijlenregen vanaf de belegeringstorens de verdedigers en stormden de Macedonische soldaten de stad binnen. Elders lieten belegeringstorens valbruggen neer en bestormden de Macedoniërs de muren met ladders, terwijl de Fenicische en Cypriotische schepen de havens binnenvoeren. Een urenlang straatgevecht volgde. In totaal zouden zesduizend mannen bij dit gevecht zijn gedood. Tweeduizend Tyrische krijgsgevangenen eindigden hun leven gekruisigd op het strand. Daarna kon Alexander offeren aan Melqart.

Inscriptie van een atleet uit Amfipolis die zegevierde in de overwinningsspelen die Alexander organiseerde na de inname van Tyrus (Archeologisch Museum van Amfipolis)

De beroemde belegeringsdam was op dat moment nog niet voltooid. Dat gebeurde pas later. Het zandlichaam is in de loop der eeuwen steeds breder geworden, terwijl het eiland voor twee derde door de zee is verzwolgen. Wie de oude stad echter vanaf het vasteland nadert over de Abu Dib-straat, zal zien dat deze naar de zee afhelt: deze straat ligt over de belegeringsdam. Ik maakte er eens een filmpje. Wie even zuidelijker langs de zeeoever naar de oude stad komt, zal ter hoogte van de Islamitische Universiteit even stevig klimmen: daar gaat hij over de ooit door de Tyriërs verhoogde stadsmuur. Die is al lang geleden ingestort en overbouwd, maar nog steeds herkenbaar in het stedelijk landschap.

De Egyptische haven vóór de flat rechts is te zien hoe de weg omhoog loopt over de antieke stadsmuur

 

***

Ik maakte het mezelf vandaag makkelijk: het bovenstaande was de licht bewerkte tekst van een paragraaf uit mijn onlangs verschenen boek Libanon. Een korte geschiedenis. U kunt het bestellen met deze link. En ik hoop dat u het doet, want de opbrengst is geoormerkt voor hulpverlening in Libanon.

#AlexanderDeGrote #belegering #DiodorosVanSicilië #Melqart #Tyrus

Alexander de Grote in Tyrus (1)

Een Fenicische priester uit Tyrus (Louvre, Parijs)

Zoals de regelmatige lezers van deze blog inmiddels hebben gemerkt, ben ik begonnen aan een reeks over de oorlog van Alexander de Grote tegen het Perzische Rijk. In eerdere afleveringen vertelde ik over de wijze waarop hij aan de macht kwam en zijn wederwaardigheden in het huidige Turkije. Over de slag bij Issos, waarin de Macedoniërs de Perzische troepen van Darius III Codomannus versloegen, had ik lang geleden al eens geblogd. Dat gevecht, in de eerste dagen van november 333 v.Chr., eindigde in een afschuwelijke slachting omdat de Perzen niet weg konden komen.

Na afloop begon Alexander een relatie met een Perzische maîtresse, Barsine. Over haar heb ik eerder geschreven; ze moet een soort Doña Marina zijn geweest, die de Macedoniërs hielp bij het begrijpen van de oosterse cultuur. Maar niet voldoende, zoals we constateren bij het vervolg: hoe Alexander Fenicië veroverde.

Fenicië

De operatie was logisch. Als de Macedoniërs de havensteden van Fenicië zouden bezetten, konden de Perzen nooit meer een vloot naar Griekenland en Macedonië sturen. In 355 en 340 had zo’n herhaling van Xerxes’ expeditie in de lucht gehangen, dus Alexanders strategische zorg was niet op niets gebaseerd.

Een door Alexander in Byblos geslagen munt (Nationaal Museum, Beiroet)

De operatie verliep aanvankelijk van een leien dakje. Arwad, Byblos en Sidon gaven zich meteen aan Alexander over. De Perzische koning was immers enkele weken eerder verslagen en kon de steden niet beschermen. De koning van Sidon, Abdalonymos (Fenicisch: Abd-ʾIlonim, “dienaar van de goden”) zou zijn loyaliteit tonen door helemaal tot in India met Alexander mee te reizen en zich te laten begraven in een schitterende sarcofaag waarop ook Alexander stond afgebeeld.

Bij Tyrus verliep de Macedonische zegetocht echter anders. Weliswaar wilde de stad zich overgeven, maar Alexander wilde daarna offeren aan de stadsgod Melqart. Dat was echter onmogelijk. Waar in Griekenland en Macedonië iedereen aan de goden kon offeren, was dit in de Levant voorbehouden aan enkele priesterlijk families –kohen in het Fenicisch. Alexanders offer zou heiligschennis zijn. De Macedonische koning legde het religieuze bezwaar uit als een weigering te capituleren en besloot de stad te bestormen. Het was tegelijk een propagandastunt, want Tyrus lag op een eiland, 750 meter uit de kust: de Macedoniërs zouden een dam aanleggen om de wereld hun superieure belegeringstechniek te tonen.

Het beleg van Tyrus

De belegering en verdediging van Tyrus werden inderdaad een demonstratie van alle destijds bestaande ingenieurstechnieken. De Macedoniërs bemachtigden de bouwmaterialen voor de aanleg van de zestig meter brede dam door een op het vasteland gelegen stadswijk te slopen. Het transport was in handen van de plaatselijke bevolking, die dus de eigen huizen moest afbreken en de stenen in zee moest werpen. Aanvankelijk ging het snel, maar de zee werd dieper naarmate de dam zich verder uitstrekte in de richting van het eiland. Bovendien namen de Tyriërs tegenmaatregelen: boogschutters schoten vanaf allerlei vaartuigen op de bouwers op de dam. Dit dwong de Macedoniërs om de dam te beveiligen met lange schermen en twee hoge, verrijdbare torens, uitgerust met katapulten.

De belegeringsdam vandaag de dag

Opnieuw namen de Tyriërs tegenmaatregelen. Ze laadden enkele schepen met brandbaar materiaal en wisten die te richten op de belegeringstorens. Op deze manier brachten ze enorme schade toe, zodat de Macedoniërs de dam verder moesten beschermen met zware balken, die dienden als golfbrekers en buffers. Ook besloten ze de dam te verbreden, zodat het lichaam stabieler was en meer ruimte bood voor geschut. Ondertussen hadden de Tyriërs de stadsmuur verhoogd en voorzien van katapulten en blijden, waarmee ze het leven van de belegeraars nog verder bemoeilijkten.

Maar Tyrus was gedoemd. Het beleg was al een half jaar gaande toen Alexander in de zomer de beschikking kreeg over een eigen vloot, bestaande uit de schepen van Arwad, Byblos, Sidon en enkele Cypriotische steden. De Tyriërs beheersten de zee niet langer en wisten dat hun stad ooit zou worden ingesloten en bestormd. Ze slaagden er nog in hun vrouwen en kinderen naar het veilige Karthago te sturen, maar voor de mannen resteerde nu alleen de harde eindstrijd. Terwijl de Macedoniërs volop graan konden confisqueren, zagen de Tyriërs hun rantsoenen slinken.

[wordt vervolgd]

#Abdalonymos #AlexanderDeGrote #Barsine #belegering #Melqart #priesterschap #Tyrus

De belegering van Apameia

Bij de belegering van Apameia waren ook Arabische ruiters actief (Louvre, Parijs)

Als ik schrijf dat het was tegen het einde van het jaar waarin Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden (december 46 v.Chr. dus), dan concludeert u dat u weer een blogje te lezen krijgt in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Maar het gaat vandaag niet over Caesar.

In een eerder stukje gaf ik aan dat Caesar de gouverneur van Cilicië, Quintus Cornificius, opdracht had gegeven de orde te herstellen in Syrië. Daar erkende Quintus Caecilius Bassus het gezag van Caesar niet. Hij had Caesars verwant Sextus Julius Caesar uit de weg laten ruimen en zelf de macht gegrepen. Bassus voorzag zichzelf van een officiële titel en verschanste zich in Apameia, waar hij beschikte over een goed verdedigbare citadel en geld. Daarmee begon hij een leger op te bouwen.

Dio’s verslag

Uit de Romeinse Geschiedenis van Cassius Dio weten we hoe het verder ging. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver geeft weliswaar geen datering van de gebeurtenissen, maar gelukkig beschikken we ook over een brief van Cicero waarin de Romeinse politicus vertelt te beschikken over een in december 46 v.Chr. geschreven brief van Gaius Antistius Vetus.noot Cicero, Aan Atticus 14.9. Die rapporteert wat er bij Apameia was gebeurd. Zo kunnen wij Dio’s verslag dateren. (Over de genoemde Alchaudonios blogde ik eerder.)

Caecilius Bassus ronselde iedereen die daar qua leeftijd voor in aanmerking kwam, vrijen én slaven, bracht geld bij elkaar en vulde zijn wapenvoorraad aan. Maar terwijl hij daarmee bezig was, probeerde Gaius Antistius hem in Apameia in te sluiten en te belegeren. Dat liep uit op een gevecht dat gelijk opging.

Toen bleek dat geen van tweeën een duidelijk voordeel wist te bereiken, staakten ze de strijd. … Ze wachtten allebei op versterkingen. Antistius kreeg er soldaten bij uit de streek zelf, die pro-Caesar waren, én soldaten uit Rome, gestuurd door Caesar, terwijl Bassus hulp kreeg van Alchaudonios van Arabië … Beide partijen hadden zijn hulp ingeroepen. Alchaudonios koos positie tussen Apameia en het legerkamp, gaf nog geen antwoord maar wilde eerst weten wat men hem te bieden had. Bassus, die meer bood dan Antistius, won het pleit.

In het daaropvolgende gevecht bleek Bassus verreweg de sterkste, vooral door zijn boogschutters. Zelfs de Parthen kwamen opdagen, opgeroepen door Bassus, maar omdat de winter inviel bleven die niet al te lang bij hem; ze hadden zodoende nauwelijks invloed op de afloop.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 47.27; vert. Gé de Vries.

De muren van de citadel van Apameia

Cicero’s correspondentie

Tot zover Dio. In zijn verslag aan Cicero schrijft Antistius Vetus dat het juist de Parthen waren die de zaak beslisten. Hun commandant was prins Pakur geweest en diens interventie was een van de redenen waarom Caesar niet veel later de Parthen wilde aanvallen. We zullen Antistius Vetus maar vergeven dat hij niet vertelde dat hij zich vooral in de nesten had gewerkt door een potentiële Arabische bondgenoot onvoldoende te bieden.

Ik heb niet kunnen achterhalen waarom uiteindelijk Gaius Antistius Vetus en niet Quintus Cornificius aan het hoofd stond van Caesars interventiemacht. Cicero vertelt wel dat Cornificius in de zomer van 45 v.Chr. naar Italië terugkeerde en zich “beklaagde” over het simpele huis dat Cicero hem ter beschikking had gesteld. Cicero “bestrafte” hem voor de belediging aan het adres van zijn villa door hem uit te nodigen in een van zijn andere landhuizen. De brief toont dat er, ondanks de ongemakkelijke rust in Rome, nog alle ruimte was voor speelsheid.noot Cicero, Brieven an vrienden 12.20.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Alchaudonios #Apameia #belegering #CassiusDio #Cicero #GaiusAntistiusVetus #JuliusCaesar #PakurI #QuintusCaeciliusBassus #QuintusCornificius #Syrië #TweedeBurgeroorlog