De val van Cartagena (2)

Cartagena nu en toen

De stad Cartagena, waarover ik zojuist al blogde, was gebouwd op een schiereiland dat een grote baai in tweeën deelde. De zuidelijke helft staat nog altijd in verbinding met de zee en wordt nog altijd als haven gebruikt. Hier legde Scipio’s vloot aan. De noordelijke helft van de baai was een soort lagune, gevoed met zoet water vanuit een riviertje en van de zee gescheiden door het schiereiland met de eigenlijke stad. Toen het riviertje in de Nieuwe Tijd opdroogde, is deze lagune verzand; er ligt een moderne stadswijk die Ensanche heet, “de uitbreiding”.

Scipio sloeg zijn kamp op tegenover de plek ten oosten van het schiereiland, waar de stad met het land was verbonden. Hier ligt een hoge heuvel, de Cerro de los Moros, voorzien van een fort uit de Nieuwe Tijd. De volgende dag liet hij zijn mannen oprukken in de richting van de muren, die zijn opgegraven.

Cerro de los Moros

De Karthaagse verdedigers probeerden de Romeinen in het open veld tegen te houden, maar werden teruggedreven tot bij de stadspoort. Die is er niet meer, maar een deel van de Punische muur, gelegen tussen twee hoge heuvels die in de Oudheid met tempels waren bekroond, is er nog wel. Vervolgens plaatsten Scipio’s mannen stormladders tegen de muur, maar toen deze aanval geen succes had, liet Scipio zijn mannen terugtrekken.

Karthaagse stadsmuur

De aanval had namelijk zijn doel gediend: de Karthaagse soldaten weg lokken naar de oostelijke stadspoort. De rest van de stadsmuren was nu slecht verdedigd.

Inmiddels was het eb geworden. Een groep van zo’n 500 soldaten waadde nu door de lagune en bereikte de noordelijke stadsmuur. Had Neptunus niet beloofd de Romeinen te helpen? De Griekse geschiedschrijver Polybios, een vertrouweling van Scipio die de situatie ter plekke kende, noteerde:

De mannen die via de lagune de muur naderden en de borstweringen onbemand aantroffen, zetten niet alleen hun ladders ongehinderd overeind, maar klommen ook zonder strijd omhoog en bezetten de muur. De verdedigers moesten immers hun aandacht op andere punten richten, speciaal degenen die bij de landengte en de poort stonden.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.14; vert. Kassies.

Tegelijk voer de vloot de haven binnen en viel vanuit het zuiden de stad aan. Dit bewijst dat er verraad in het spel was, want midden in de baai lag een vrijwel onzichtbaar rif; alleen als Scipio beschikte over inside information, kon de vloot met succes de baai binnenvaren. De ondiepte is tegenwoordig een klein eilandje, zichtbaar middenin de foto hieronder, verbonden met het vasteland door een pier (links). Toen beide aanvallen succes hadden, gelastte Scipio zijn eigen mannen om de oostelijke poort opnieuw te bestormen.

De haven van Cartagena

Terreur

Toen Scipio schatte dat er voldoende Romeinen de stad waren binnengekomen, stuurde hij de meesten van hen, zoals dat bij de Romeinen de gewoonte is, op de inwoners van de stad af met het bevel iedereen die ze tegenkwamen te doden en niemand te sparen, maar niet te gaan plunderen voordat het signaal daartoe werd gegeven.

De Romeinen doen dit naar mijn mening om de mensen schrik aan te jagen. Bij de inname van een stad door de Romeinen kan men dan ook dikwijls niet alleen de lijken van gedode mensen zien, maar ook in tweeën gehakte honden en andere zwaar verminkte dieren. Door het grote aantal inwoners kwam dit soort dingen bij deze gelegenheid op grote schaal voor.

Zelf rukte Scipio met ongeveer duizend man op naar de burcht. Bij zijn nadering maakte [de Karthaagse commandant] Mago eerst aanstalten zich te verdedigen, maar toen hij eenmaal begreep dat de stad al volledig in handen van de vijand was, stuurde hij afgevaardigden om te spreken over een vrije aftocht voor hemzelf en gaf de burcht over. Pas daarna werd het signaal gegeven, waarop men het moorden staakte en begon aan de plundering.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.15; vert. Kassies.

Gecalculeerde terreur. Zoals ik al opmerkte, wil je de inname van een stad door een Romeins leger niet meemaken. De buit was enorm: de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius noemt 120 grote katapulten, 231 kleinere, drieëntwintig grote blijden, tweeënvijftig kleinere, goud, zilver, graan, slaven, drieënzestig schepen, brons, ijzer, zeilen… De voornaamste winst was echter diplomatiek: de drie Karthaagse commandanten zagen hun Iberische bondgenoten opnieuw deserteren, en dit keer voorgoed.

Baecula

In 209 of 208 viel Scipio, met een veel groter leger dan het jaar ervoor, Andalusië binnen, waar zijn vader en zijn oom twee jaar eerder waren gesneuveld. Aan de bovenloop van de Guadalquivir, zo’n honderd kilometer ten oosten van Córdoba, stuitte hij op Hasdrubal Barka, de broer van Hannibal, die numeriek superieur was en een sterke positie op een heuvel had ingenomen bij Baecula (het huidige Bailén), om daar te wachten op de twee andere legers.

Scipio redeneerde dat elk uur dat hij wachtte, door de Karthager zou worden benut om zijn stellingen te verbeteren, tot het moment kwam dat de andere generaals arriveerden. Hij liet meteen aanvallen en de Romeinse bestorming verliep succesvol. Dat blijkt niet alleen uit de bronnen, maar ook uit het opgegraven slagveld, waarover ik al eens blogde. Het hielp natuurlijk wel dat Hasdrubals olifanten schichtig werden en zich keerden tegen hun eigen troepen. De Karthager zelf wist te ontkomen en voegde zich bij de twee andere generaals. Ze spraken af dat Hasdrubal de Pyreneeën en Alpen zou overtrekken om Hannibal bij te staan in Italië, en dat de twee andere generaals zouden proberen de nu onvermijdelijk geworden Romeinse overname van Andalusië zoveel mogelijk zouden vertragen.

#Baecula #Cartagena #CarthagoNova #HasdrubalBarka #Polybios #ScipioAfricanus #TitusLivius #TweedePunischeOorlog

De val van Cartagena (1)

Scipio Africanus (Capitolijnse Musea, Rome)

Tot de dingen die je in je leven niet wil meemaken, en die wij gelukkig ook niet meer mee zullen maken, is de inname van een stad door een Romeins leger. Dat overkwam de bewoners van Cartagena in 209 v.Chr. De stad heette destijds Qart Hadašt, “de nieuwe stad”, wat de Romeinen later zouden veranderen in Carthago Nova. Het was de residentie van de familie Barka, die hier namens het “echte” Karthago het gezag uitoefende. Eerst Hamilkar Barka, vervolgens Hasdrubal de Schone, die in Cartagena de residentie bouwde waarvan de resten een jaar of vijf geleden zijn geïdentificeerd, en daarna Hamilkars zoon Hannibal Barka. In de Tweede Punische Oorlog trok hij, zoals bekend, met het Spaanse leger over de Ebro, Pyreneeën, Rhône en Alpen naar de Povlakte.

Oorlog in Spanje

Bij het oversteken van de Rhône, ergens begin oktober 218 v.Chr., wist Hannibal al dat de Romeinen het plan hadden geraden en al op weg waren naar Spanje om zijn aanvoerlijnen af te snijden. Eind december zegevierden de Romeinse oud-consul Gnaeus Cornelius Scipio en diens broer, consul Publius Cornelius Scipio, in de slag bij Cissa, niet ver van het huidige Tarragona. Daarmee was Hannibals lot feitelijk bezegeld. Het Karthaagse leger in Italië boekte weliswaar spectaculaire successen, maar kon de weinige bondgenoten die het daar verwierf, nooit even krachtig beschermen als de Romeinen de opstandige steden konden bestraffen.

In de volgende jaren zetten de twee Scipio-broers Karthago’s Iberische troepen steeds verder onder druk. Ze wierven lokale bondgenoten, versloegen de Karthaagse vloot bij de monding van de Ebro, versloegen Hannibals broer Hasdrubal, consolideerden hun greep op de Iberische kust tot aan Saguntum en maakten zich eind 211 op voor een doorbraak naar het binnenland, naar de vallei van de Guadalquivir. Daar kwam aan hun geluk een einde: aan de bovenloop van de rivier wist Hasdrubal het Romeinse leger te verslaan. Beide Scipio’s kwamen om het leven, maar hun leger kon zich terugtrekken naar de Ebro.

Karthaagse munt uit Iberië (British Museum)

Een nieuwe Scipio

De Romeinen hadden weliswaar terrein moeten prijsgegeven, maar ze waren goed getraind en ze kregen een nieuwe leider, de zoon van de gesneuvelde Publius Cornelius Scipio, die eveneens Publius Cornelius Scipio heette (en later de bijnaam Africanus zou krijgen). Hij arriveerde in het voorjaar van 209 en toen hij vernam dat het Karthaagse leger, profiterend van de Romeinse terugtrekking, op drie verschillende plaatsen in het Iberische binnenland actief was om het Karthaagse gezag te herstellen, begreep hij dat hij niet moest wachten tot de drie vijandelijke legers zich konden verenigen.

De drie Karthaagse strijdmachten bevonden zich ver van Cartagena, en de jonge generaal rukte met zijn goed getrainde soldaten in zeven dagen op naar de Karthaagse hoofdstad. Dit was een huzarenstukje: elke dag legden ze vijfenzestig kilometer af. Er bestaan parallellen, maar ze zijn zeldzaam en de legionairs zouden het wellicht niet hebben gedaan als Scipio hun niet had verteld dat droomgezichten hem succes hadden voorspeld en dat hij mocht rekenen op de zeegod Neptunus. In zeven dagen presteerden de mannen het bijna onmogelijke. De Karthaagse commandant, een zekere Mago, was dan ook totaal verrast.

[Wordt vervolgd]

#Cartagena #CarthagoNova #Hannibal #HasdrubalBarka #ScipioAfricanus #slagBijCissa #TweedePunischeOorlog

Hannibal: van Saguntum tot Cannae

Het slagveld bij het Trasimeense Meer

[Dit is het tweede van vier stukjes over het leven van de Karthaagse veldheer Hannibal. Het eerste was hier.]

Terwijl in Karthago diplomaten spraken over de uitlevering van Hannibal, was deze bezig met de voorbereiding van een grote oorlog. Iberische troepen werden overgeplaatst naar de Maghreb, Afrikaanse troepen werden het nieuwe garnizoen van Iberië. Hij benoemde zijn broer Hasdrubal tot bevelhebber in Iberië, en stak in de zomer van 218 v.Chr. de rivier de Ebro over. Het was oorlog, zoveel was duidelijk. Onmiddellijk stuurde Rome versterkingen naar Sicilië, waar de  oorlog naar verwachting zou ontbranden. De Romeinse vloot bleek oppermachtig, schakelde de Karthaagse vloot uit en verhinderde zo dat Hannibal overzee bevoorraad zou worden als hij in Italië was. Dit zou de komende jaren nauwelijks gebeuren.

Het was dus een waagstuk, dat Hannibal de Pyreneeën overstak om de oorlog naar Italië te brengen. Hij zou er op zichzelf zijn aangewezen. Of hij dit altijd van plan is geweest, zoals onze bronnen beweren, is moeilijk uit te maken. Ze vertellen het verhaal zoals Rome het graag zou hebben gezien. In elk geval: hij trok met een leger van 50.000 man infanterie, 9.000 man cavalerie en 37 olifanten door de Languedoc, stak de rivier de Rhône over (misschien bij Avignon), rukte op naar een plek die Het Eiland wordt genoemd en trok daarvandaan de Alpen over. Begin november 218 hadden 20.000 soldaten en 8.000 ruiters de vlakten langs de rivier de Po bereikt in de buurt van de stad Turijn.

De Povlakte werd bewoond door Galliërs die kort daarvoor door Rome waren onderworpen en die Hannibal maar al te graag verwelkomden. Hij zou ze helpen het Romeinse juk af te werpen. De Romeinen waren zich bewust van het gevaar en zonden onmiddellijk een leger om dit te voorkomen. In een cavaleriegevecht bij de rivier de Ticinus (ten oosten van Turijn) versloegen de Karthagers echter hun tegenstanders. Onmiddellijk meldden zich zo’n 14.000 Galliërs aan om onder Hannibal te dienen. Dankzij hun hulp behaalde Hannibal een tweede overwinning bij de rivier de Trebia (bij het huidige Piacenza).

In het vroege voorjaar van 217 verliet Hannibal zijn winterkwartier in Bologna, trok door de Apennijnen en verwoestte Etrurië. De Romeinen deden een tegenaanval met ongeveer 25.000 man, maar hun consul, Gaius Flaminius, werd verslagen en gedood in een hinderlaag tussen de heuvels en het Trasimeense Meer. Twee legioenen werden vernietigd.

Hannibal verwachtte dat de bondgenoten van Rome nu hun meesteres zouden verlaten en naar hem zouden overlopen. Dit gebeurde echter niet. De bestuurders van de Etruskische stadstaten moeten hebben geweten dat als Hannibal weg zou zijn, Rome er nog altijd wel was en dat Romes vermogen tot straffen groter was dan Hannibals bescherming. Dus was Hannibal gedwongen voor de tweede keer de Apennijnen over te steken, in de hoop een nieuwe basis te vestigen in Apulië, de “hak” van Italië. Intussen viel Rome Hannibals aanvoerlijnen aan door Catalonië te veroveren.

Hannibal moet hebben geweten dat hij de oorlog niet kon winnen. Hij kon totaal geen voorraden krijgen en Romes bondgenoten bleven Rome trouw. Desondanks probeerde de Karthaagse veldheer langs diplomatieke weg Romes bondgenoten tot afvalligheid te bewegen.

De Romeinen benoemden ondertussen Quintus Fabius Maximus tot dictator, een magistraat met buitengewone bevoegdheden. Deze achtervolgde de invaller, maar ontweek de strijd; de Romeinen vonden Fabius’ strategie onaanvaardbaar en zouden hem later “de treuzelaar” (Cunctator) noemen. Dit was niet helemaal eerlijk: Fabius had geen ervaren troepen en moest zijn leger nog trainen. En al die tijd bleven de Romeinse bondgenoten Rome trouw.

Cannae

In 216 besloot de Romeinse Senaat dat de tijd gekomen was om het probleem op te lossen met één grote, beslissende veldslag. Om geen enkel risico’s te nemen stelden de twee consuls een leger samen van niet minder dan 80.000 man, terwijl het leger van Hannibal ongeveer 50.000 man telde. De slag bij Cannae, die plaatsvond op 2 augustus, liep voor Rome uit op een catastrofe. In het centrum week Hannibals linie onder druk van de Romeinse troepen naar achteren, terwijl de Karthaagse cavalerie de Romeinen omcirkelde. Omdat de legionairs niet door het Karthaagse centrum konden breken, waren ze zelf aan alle kanten omcirkeld en volgde hun vernietiging.

Enkele Romeinse bondgenoten wisselden nu dan toch van partij. Sardinië kwam in opstand, al was Rome de situatie snel meester. Capua was een ernstiger probleem. Het werd Hannibals hoofdstad in Italië. De succesvolle Karthaagse bevelhebber was dertig jaar oud toen hij zijn nieuwe basis binnentrok, gezeten op zijn laatste overlevende olifant.

[Wordt vervolgd. Uiteraard is dit stukje reclame voor mijn komende boek, Hannibal in de Alpen, dat in januari verschijnt maar dat u hier alvast kunt bestellen.]

#Apennijnen #Avignon #dictator #Frankrijk #Hannibal #HannibalInDeAlpen #HasdrubalBarka #Italië #Piacenza #Placentia #Povlakte #QuintusFabiusCunctator #Saguntum #slagBijCannae #strategie #TrasimeenseMeer #TweedePunischeOorlog

Alpenpas gezocht

Col de Montgenèvre

Je zou denken dat intelligente mensen alleen maar heel verstandige dingen doen en hun tijd besteden aan heel belangrijke zaken. Of zaken waar iets zinvols over te zeggen is. Maar zo is het niet en als voorbeeld noem ik de trivialiteit der trivialiteiten: de plaats waar Hannibal in het najaar van 218 v.Chr. de Alpen is overgestoken. Ik heb inmiddels een kleine vijftig publicaties over de materie verzameld en het zijn niet de geringste geleerden die zich over deze kwestie het hoofd hebben gebroken.

Grappig genoeg is er al in de Oudheid over gedebatteerd. De Griekse historicus Polybios schrijft namelijk ergens dat hij het gebied heeft bezocht. Hij zou nooit zo’n autoriteitsclaim hebben hoeven doen als er geen discussie over was geweest. Niet iedereen was overtuigd. In elk geval Titus Livius vond niet dat hij Polybios’ verslag zomaar kon overnemen. De kwestie speelde daarna steeds minder een rol, tot de de Zwitserse humanist Josias Simmler in de zestiende eeuw de kwestie weer oprakelde met de bewering dat Hannibal over de Mont-Cenis van Gallië naar de Po-vlakte was getrokken. Sindsdien is het bal.

110 passen

Tja. Elk dal tussen twee bergtoppen is een pas en als je genoeg moeite doet, kom je over elke pas. Tussen de Côte d’Azur en de Mont Blanc zijn er zo 110 kandidaten. Hannibal nam echter paarden en olifanten mee, wat betekent dat alle passen afvallen die uitsluitend voor kleine groepen wandelaars toegankelijk zijn. Dat verkleint de verzameling tot de tweeëntwintig verharde wegen en zesendertig ruiterpaden die momenteel in die regio liggen.

Verder vallen de zuidelijkste passen af omdat die niet bereikbaar zijn geweest nadat Hannibals leger, na de Rhône te zijn overgestoken, vier dagen lang noordwaarts was getrokken tot een plek die het Eiland wordt genoemd. We weten niet waar dat is – ik heb al eens geblogd over de dekselse kwestie welke rivier naast de Rhône dat Eiland kan hebben omstroomd.

Weer andere passen vallen af omdat ze ronduit onpraktisch zijn. Wie de Montgenèvrepas vanuit het westen nadert, kan enkele kilometers voor de eigenlijke pas de hoofdweg verlaten en naar het noorden buigen. Ik weet dat zo goed omdat ik er zelf bijna verkeerd ben gefietst. Als ik dat had gedaan, zou ik hogerop zijn gekomen, langs een bergstroompjes oostwaarts hebben moeten gaan, over de onherbergzame Col de l’Alpet de bergen hebben moeten passeren en weer zuidwaarts moeten zijn gegaan om uiteindelijk even voorbij de Montgenèvrepas weer op de hoofdweg te komen. Daar zitten stukken bij met een helling van 30%. Het is niet aannemelijk dat Hannibal zo’n omweg van een kilometer of vijftien maakte om op 2447 meter een bergpas te nemen terwijl er ook een was op 1854 meter.

Vijf passen

Al met al gaat de discussie eigenlijk om vijf passen. Ze hebben allemaal hun verdedigers. De noordelijkste kandidaat, de Kleine Sint-Bernhardpas, is bijvoorbeeld de route waaraan Heinrich Kiepert, de grondlegger van de historische geografie, de voorkeur gaf, en ook Nobelprijswinnaar Theodor Mommsen.

De Mont-Cenis, ooit voorgesteld door Semmler, was de favoriet van Napoleon Bonaparte, de enige die zich over het vraagstuk heeft uitgelaten na zelf een ongemechaniseerd leger over de Alpen te hebben geleid. Hij zelf viel overigens Italië binnen over de Kleine Sint-Bernhard, zie hieronder.

David, Napoleon steekt de Alpen over

De Franse Hannibal-biograaf Serge Lancel koos voor een variant op de Mont-Cenis, namelijk de Col de Clapier. In feite is dat dezelfde route.

De Montgenèvre, de laagste van de vijf kandidaten, mocht rekenen op de steun van de Britse oudhistoricus Edward Gibbon, de Italiaanse oudhistoricus Gaetano De Sanctis, de Duitse oudheidkundige Eduard Meyer en de Britse tekenaar-krijgshistoricus Peter Connolly.

Gavin de Beer prefereerde de zuidelijkste pas, de Col de la Traversette. Dat is ook de pas waarover een paar jaar geleden een vreemd wetenschappelijk artikel verscheen. Het is onzin.

Verdeeldheid

Dissentiunt viri docti, om het ook eens deftig te zeggen, en die verdeeldheid der geleerden is niet zo vreemd. Alle onderzoekers beschikten allemaal over precies dezelfde twee bronnen, Polybios en Livius, die veel te vragen overlaten. De oplossing kan in principe alleen komen uit de archeologie, maar er zijn tot op heden geen Karthaagse militaire voorwerpen gevonden.

Die zullen er ook niet komen want verloren helmen of speerpunten zullen in de jaren na Hannibals tocht wel zijn weggenomen door passanten die het kostbare brons zagen liggen. Wat passanten niet meenamen, zal zijn weggespoeld door de eeuwig meanderende bergbeekjes, gevoed door smeltende sneeuw. En stel dat nog eens iemand een helm vindt, hoe stelt een archeoloog dan vast dat het gaat om een helm van een soldaat van Hannibal en niet om een Keltische krijger die in 225 v.Chr. de bergen over is getrokken of om het hoofddeksel van een soldaat uit het leger dat Hannibals broer Hasdrubal in 207 naar Italië voerde?

De archeologie heeft dit keer weinig te bieden en wie de afgelopen twee eeuwen onderzoek naar deze non-kwestie overziet, kan alleen constateren dat de onderzoekers mettertijd wat zuidelijker zijn gaan zoeken: waar in de negentiende eeuw de Kleine Sint-Bernhardpas en de Mont-Cenis de voorkeur hadden, is die in de loop van de twintigste eeuw verschoven naar de Montgenèvre en de Traversette.

De puzzel is welbeschouwd onoplosbaar. Maar het is wel een leuke puzzel en nergens staat geschreven dat je niet gewoon van het verleden mag genieten.

#Alpen #ColDeMontgenèvre #EduardMeyer #EdwardGibbon #Frankrijk #GaetanoDeSanctis #GavinDeBeer #Hannibal #HannibalInDeAlpen #HasdrubalBarka #HeinrichKiepert #JosiasSimmler #PeterConnolly #SergeLancel #TheodorMommsen