Scipio Africanus remains a badass either way 💪
Amateurs talk tactics, professionals talk strategy

Wie was Julius Caesar? (2)

Gem met portret van Julius Caesar (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

[Tweede deel van de evaluatie aan het einde van mijn reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Het eerste deel was hier.]

Persoonlijkheidscultus

Ik noemde in het vorige blogje het Forum van Caesar. Dat is te lezen als een monument voor de autocratie, maar dat is niet het hele verhaal. Het was althans niet uniek. Machtige tijdgenoten richtten wel vaker zulke monumenten voor zichzelf op, zoals het theater dat Pompeius bouwde. Dat Julius Caesar de godin Venus adopteerde als stammoeder, was in zijn kringen ook de gewoonste zaak van de wereld. Ruim anderhalve eeuw eerder had Scipio Africanus al beweerd een lijntje te hebben met de goden.

Het is ook opvallend dat het vooral de senatoren zijn geweest die Julius Caesar het ene eerbewijs na het andere toekenden. Ploutarchos constateert dat de eerste daarvan, voorgesteld door Cicero, nog wel een zekere betekenis hadden, maar dat het doorsloeg.noot Ploutarchos, Caesar 57. Vaak denken we dat de Romeinen heel krijgszuchtig waren, zoals de Grieken artistiek zouden zijn geweest, de Perzen wreed, en de Feniciërs eeuwige koopvaarders. Die clichés zijn handig voor een eerste kennismaking, maar als je voor de Romeinen een cliché zoekt dat een karaktertrek benoemt die echt correct is, dan zou ik zeggen dat ze de ergste hielenlikkers uit de wereldgeschiedenis zijn geweest. De dictator heeft een paar eerbewijzen afgeslagen en je bent geneigd te denken dat de stroopsmeerderij zelfs Caesar te gortig werd.

Het koningschap

Wat veel over hem zegt, is zijn consequente weigering zichzelf te presenteren als koning. Hij kon boos worden als erop werd gezinspeeld, al deed hij het ook wel af met een grapje. Suetonius vermeldt dat toen mensen hem eens aanspraken als koning, rex, zijn laconieke antwoord was dat hij Caesar heette en geen Rex, pretenderend dat mensen de bijnaam van zijn overgrootvader hadden gebruikt.noot Suetonius, Caesar 79.

Maar hij was aan het einde van zijn leven natuurlijk alleenheerser en toen Suetonius die anekdote opschreef, was “Caesar” als titel heel wat voornamer dan “rex”. Misschien was dat de reden waarom Suetonius de anekdote noteerde: ze kon gelden als voorteken.

Ook Cicero schoof Caesar in de schoenen dat hij koning wilde zijn: “hij wilde koning zijn en werd het”.noot Cicero, Over de plichten 3.21.83. Ik heb niet de contemporaine kennis van een Cicero, maar vermoed dat deze observatie nou net niet waar is. Caesar heeft gezocht naar een constitutionele vorm van alleenheerschappij en dat werd de permanente dictatuur. Hij hechtte aan een zo normaal mogelijke, of een zo normaal mogelijk ogende, vorm van bestuur. En nogmaals: op de dag dat hij stierf waren alle ambten vervuld en functioneerde het staatsapparaat.

Maar tegelijkertijd: niemand heeft Caesar ooit gevraagd de Tweede Burgeroorlog te ontketenen. Hij hoefde zijn ego niet te laten prevaleren ten koste van duizenden gesneuvelde soldaten en honderdduizenden burgers met enorme problemen. In de Aeneis hekelt de dichter Vergilius Julius Caesar vanwege het leed dat hij veroorzaakte toen hij over de Alpen trok en de Tweede Burgeroorlog ontketende.noot Vergilius, Aeneis 6.829-830. Dat appelleert aan wat wij intuïtief denken bij een putschist.

[Wordt vervolgd]

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Cicero #dictator #ForumVanCaesar #GnaeusPompeiusMagnus #JuliusCaesar #koningsideologie #Ploutarchos #PubliusVergiliusMaro #ScipioAfricanus #Suetonius #TweedeBurgeroorlog
"I've waited my whole life for this moment."

De val van Cartagena (2)

Cartagena nu en toen

De stad Cartagena, waarover ik zojuist al blogde, was gebouwd op een schiereiland dat een grote baai in tweeën deelde. De zuidelijke helft staat nog altijd in verbinding met de zee en wordt nog altijd als haven gebruikt. Hier legde Scipio’s vloot aan. De noordelijke helft van de baai was een soort lagune, gevoed met zoet water vanuit een riviertje en van de zee gescheiden door het schiereiland met de eigenlijke stad. Toen het riviertje in de Nieuwe Tijd opdroogde, is deze lagune verzand; er ligt een moderne stadswijk die Ensanche heet, “de uitbreiding”.

Scipio sloeg zijn kamp op tegenover de plek ten oosten van het schiereiland, waar de stad met het land was verbonden. Hier ligt een hoge heuvel, de Cerro de los Moros, voorzien van een fort uit de Nieuwe Tijd. De volgende dag liet hij zijn mannen oprukken in de richting van de muren, die zijn opgegraven.

Cerro de los Moros

De Karthaagse verdedigers probeerden de Romeinen in het open veld tegen te houden, maar werden teruggedreven tot bij de stadspoort. Die is er niet meer, maar een deel van de Punische muur, gelegen tussen twee hoge heuvels die in de Oudheid met tempels waren bekroond, is er nog wel. Vervolgens plaatsten Scipio’s mannen stormladders tegen de muur, maar toen deze aanval geen succes had, liet Scipio zijn mannen terugtrekken.

Karthaagse stadsmuur

De aanval had namelijk zijn doel gediend: de Karthaagse soldaten weg lokken naar de oostelijke stadspoort. De rest van de stadsmuren was nu slecht verdedigd.

Inmiddels was het eb geworden. Een groep van zo’n 500 soldaten waadde nu door de lagune en bereikte de noordelijke stadsmuur. Had Neptunus niet beloofd de Romeinen te helpen? De Griekse geschiedschrijver Polybios, een vertrouweling van Scipio die de situatie ter plekke kende, noteerde:

De mannen die via de lagune de muur naderden en de borstweringen onbemand aantroffen, zetten niet alleen hun ladders ongehinderd overeind, maar klommen ook zonder strijd omhoog en bezetten de muur. De verdedigers moesten immers hun aandacht op andere punten richten, speciaal degenen die bij de landengte en de poort stonden.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.14; vert. Kassies.

Tegelijk voer de vloot de haven binnen en viel vanuit het zuiden de stad aan. Dit bewijst dat er verraad in het spel was, want midden in de baai lag een vrijwel onzichtbaar rif; alleen als Scipio beschikte over inside information, kon de vloot met succes de baai binnenvaren. De ondiepte is tegenwoordig een klein eilandje, zichtbaar middenin de foto hieronder, verbonden met het vasteland door een pier (links). Toen beide aanvallen succes hadden, gelastte Scipio zijn eigen mannen om de oostelijke poort opnieuw te bestormen.

De haven van Cartagena

Terreur

Toen Scipio schatte dat er voldoende Romeinen de stad waren binnengekomen, stuurde hij de meesten van hen, zoals dat bij de Romeinen de gewoonte is, op de inwoners van de stad af met het bevel iedereen die ze tegenkwamen te doden en niemand te sparen, maar niet te gaan plunderen voordat het signaal daartoe werd gegeven.

De Romeinen doen dit naar mijn mening om de mensen schrik aan te jagen. Bij de inname van een stad door de Romeinen kan men dan ook dikwijls niet alleen de lijken van gedode mensen zien, maar ook in tweeën gehakte honden en andere zwaar verminkte dieren. Door het grote aantal inwoners kwam dit soort dingen bij deze gelegenheid op grote schaal voor.

Zelf rukte Scipio met ongeveer duizend man op naar de burcht. Bij zijn nadering maakte [de Karthaagse commandant] Mago eerst aanstalten zich te verdedigen, maar toen hij eenmaal begreep dat de stad al volledig in handen van de vijand was, stuurde hij afgevaardigden om te spreken over een vrije aftocht voor hemzelf en gaf de burcht over. Pas daarna werd het signaal gegeven, waarop men het moorden staakte en begon aan de plundering.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.15; vert. Kassies.

Gecalculeerde terreur. Zoals ik al opmerkte, wil je de inname van een stad door een Romeins leger niet meemaken. De buit was enorm: de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius noemt 120 grote katapulten, 231 kleinere, drieëntwintig grote blijden, tweeënvijftig kleinere, goud, zilver, graan, slaven, drieënzestig schepen, brons, ijzer, zeilen… De voornaamste winst was echter diplomatiek: de drie Karthaagse commandanten zagen hun Iberische bondgenoten opnieuw deserteren, en dit keer voorgoed.

Baecula

In 209 of 208 viel Scipio, met een veel groter leger dan het jaar ervoor, Andalusië binnen, waar zijn vader en zijn oom twee jaar eerder waren gesneuveld. Aan de bovenloop van de Guadalquivir, zo’n honderd kilometer ten oosten van Córdoba, stuitte hij op Hasdrubal Barka, de broer van Hannibal, die numeriek superieur was en een sterke positie op een heuvel had ingenomen bij Baecula (het huidige Bailén), om daar te wachten op de twee andere legers.

Scipio redeneerde dat elk uur dat hij wachtte, door de Karthager zou worden benut om zijn stellingen te verbeteren, tot het moment kwam dat de andere generaals arriveerden. Hij liet meteen aanvallen en de Romeinse bestorming verliep succesvol. Dat blijkt niet alleen uit de bronnen, maar ook uit het opgegraven slagveld, waarover ik al eens blogde. Het hielp natuurlijk wel dat Hasdrubals olifanten schichtig werden en zich keerden tegen hun eigen troepen. De Karthager zelf wist te ontkomen en voegde zich bij de twee andere generaals. Ze spraken af dat Hasdrubal de Pyreneeën en Alpen zou overtrekken om Hannibal bij te staan in Italië, en dat de twee andere generaals zouden proberen de nu onvermijdelijk geworden Romeinse overname van Andalusië zoveel mogelijk zouden vertragen.

#Baecula #Cartagena #CarthagoNova #HasdrubalBarka #Polybios #ScipioAfricanus #TitusLivius #TweedePunischeOorlog

De val van Cartagena (1)

Scipio Africanus (Capitolijnse Musea, Rome)

Tot de dingen die je in je leven niet wil meemaken, en die wij gelukkig ook niet meer mee zullen maken, is de inname van een stad door een Romeins leger. Dat overkwam de bewoners van Cartagena in 209 v.Chr. De stad heette destijds Qart Hadašt, “de nieuwe stad”, wat de Romeinen later zouden veranderen in Carthago Nova. Het was de residentie van de familie Barka, die hier namens het “echte” Karthago het gezag uitoefende. Eerst Hamilkar Barka, vervolgens Hasdrubal de Schone, die in Cartagena de residentie bouwde waarvan de resten een jaar of vijf geleden zijn geïdentificeerd, en daarna Hamilkars zoon Hannibal Barka. In de Tweede Punische Oorlog trok hij, zoals bekend, met het Spaanse leger over de Ebro, Pyreneeën, Rhône en Alpen naar de Povlakte.

Oorlog in Spanje

Bij het oversteken van de Rhône, ergens begin oktober 218 v.Chr., wist Hannibal al dat de Romeinen het plan hadden geraden en al op weg waren naar Spanje om zijn aanvoerlijnen af te snijden. Eind december zegevierden de Romeinse oud-consul Gnaeus Cornelius Scipio en diens broer, consul Publius Cornelius Scipio, in de slag bij Cissa, niet ver van het huidige Tarragona. Daarmee was Hannibals lot feitelijk bezegeld. Het Karthaagse leger in Italië boekte weliswaar spectaculaire successen, maar kon de weinige bondgenoten die het daar verwierf, nooit even krachtig beschermen als de Romeinen de opstandige steden konden bestraffen.

In de volgende jaren zetten de twee Scipio-broers Karthago’s Iberische troepen steeds verder onder druk. Ze wierven lokale bondgenoten, versloegen de Karthaagse vloot bij de monding van de Ebro, versloegen Hannibals broer Hasdrubal, consolideerden hun greep op de Iberische kust tot aan Saguntum en maakten zich eind 211 op voor een doorbraak naar het binnenland, naar de vallei van de Guadalquivir. Daar kwam aan hun geluk een einde: aan de bovenloop van de rivier wist Hasdrubal het Romeinse leger te verslaan. Beide Scipio’s kwamen om het leven, maar hun leger kon zich terugtrekken naar de Ebro.

Karthaagse munt uit Iberië (British Museum)

Een nieuwe Scipio

De Romeinen hadden weliswaar terrein moeten prijsgegeven, maar ze waren goed getraind en ze kregen een nieuwe leider, de zoon van de gesneuvelde Publius Cornelius Scipio, die eveneens Publius Cornelius Scipio heette (en later de bijnaam Africanus zou krijgen). Hij arriveerde in het voorjaar van 209 en toen hij vernam dat het Karthaagse leger, profiterend van de Romeinse terugtrekking, op drie verschillende plaatsen in het Iberische binnenland actief was om het Karthaagse gezag te herstellen, begreep hij dat hij niet moest wachten tot de drie vijandelijke legers zich konden verenigen.

De drie Karthaagse strijdmachten bevonden zich ver van Cartagena, en de jonge generaal rukte met zijn goed getrainde soldaten in zeven dagen op naar de Karthaagse hoofdstad. Dit was een huzarenstukje: elke dag legden ze vijfenzestig kilometer af. Er bestaan parallellen, maar ze zijn zeldzaam en de legionairs zouden het wellicht niet hebben gedaan als Scipio hun niet had verteld dat droomgezichten hem succes hadden voorspeld en dat hij mocht rekenen op de zeegod Neptunus. In zeven dagen presteerden de mannen het bijna onmogelijke. De Karthaagse commandant, een zekere Mago, was dan ook totaal verrast.

[Wordt vervolgd]

#Cartagena #CarthagoNova #Hannibal #HasdrubalBarka #ScipioAfricanus #slagBijCissa #TweedePunischeOorlog