Sargon of Akkad (reign 2334-2279 BCE) was the king of the Akkadian Empire of Mesopotamia, the first multinational empire in history, who united the disparate kingdoms of the region under a central authority. #History #SargonOfAkkad #SargonII #Naram-Sin #Mesopotamia #Inanna #Hurrians #AssyrianWarfare #Anu #Akkad #HistoryFact https://whe.to/ci/1-625-en/
Sargon of Akkad: From Gardener to King of the Four Corners of the World

Sargon of Akkad (reign 2334-2279 BCE) was the king of the Akkadian Empire of Mesopotamia, the first multinational empire in history, who united the disparate kingdoms of the region under a central authority...

World History Encyclopedia

De Frygiërs van koning Midas

Frygisch reliëfje (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik heb al een paar keer verwezen naar de Frygiërs, een volk dat in de IJzertijd woonde in Anatolië – zeg maar Turkije. Toen ik blogde over de taal van de Trojanen, wees ik er bijvoorbeeld op dat de Frygiërs vanaf de Balkan naar Anatolië waren gemigreerd en toen de voorouders van de Lydiërs naar het zuiden hadden geduwd. Voor deze migratie zijn verschillende aanwijzingen, zoals de verspreiding van typisch Balkan-aardewerk naar Troje VIIb. De Troje-expositie in Rotterdam stelde dit verband centraal, maar dat was in 1984. Ik weet niet of de archeologische inzichten nog dezelfde zijn.

Maar daarnaast is er het talige bewijs. De Frygische taal is te reconstrueren uit namen, citaten en pakweg 400 inscripties: ruim voldoende om te zien dat ze niet verwant is met de Anatolische talen van de Bronstijd, zoals het Luwisch, en de daarvan afgeleide IJzertijdtalen, zoals het Lydisch en het Karisch. Het Frygisch lijkt veel meer op de talen van het zuidelijke Balkanschiereiland en behoort dus tot een andere tak van de Indo-Europese familie. Ook de Griekse onderzoeker Herodotos weet dat de Frygiërs feitelijk Thracische Brygiërs waren, die ooit de Hellespont waren overgestoken.noot Herodotos, Historiën 7.3. De overgang van /b/ naar /f/ die we in deze twee eigennamen zien, is ook verder goed gedocumenteerd.

Frygiërs in Centraal-Anatolië

Wanneer vond die migratie plaats? Troje VIIb wordt meestal tussen pakweg 1150 en 950 v.Chr. gedateerd: een aanwijzing dat de Frygiërs in de twaalfde eeuw begonnen aan de oversteek van Europa naar Azië. Ze zouden zich uiteindelijk vestigen in het westen van de Anatolische hoogvlakte, maar er zijn aanwijzingen dat Frygische groepen aanvankelijk ook veel oostelijker waren. De Assyrische koning Tiglath-Pileser I (r.1114-1076) verwijst namelijk naar “Muški” die hij versloeg in de buurt van de Eufraat. De Assyriërs zouden deze naam later gebruiken om de Frygiërs aan te duiden. Natuurlijk is het denkbaar dat de Assyriërs een en hetzelfde woord gebruikten voor twee verschillende Anatolische volken, maar het valt ook niet uit te sluiten dat een vroege groep Frygiërs uitzwermde tot aan de Eufraat.

Frygisch aardewerk (Archeologisch Museum, Kayseri)

Misschien vinden we ook in de loop van de achtste eeuw v.Chr Frygiërs in het zuidoosten van de Anatolische hoogvlakte, in Tyana. Het bewijs is echter zwak: het gaat alleen om een man genaamd Mit-ta-a, genoemd in Assyrische bronnen, die dezelfde zou zijn als de legendarische Frygische koning Midas. De naamovereenkomst is opvallend, maar ook niet méér. Over Midas straks meer.

Frygiërs in West-Anatolië

De belangrijkste groep bouwde een koninkrijk in de buurt van Gordion, een kleine honderd kilometer ten westen van Ankara. Een andere groep Frygiërs bleef in de buurt van de Hellespont en clusterde rond het latere Daskyleion. (Er zijn dus eigenlijk twee Frygiës.) Het staat vast dat de immigranten allerlei gewoontes overnamen van de eerdere bevolking, zoals de verering van de grote godenmoeder, die we ook wel kennen als Kybele.

Beeld van Matar (Museum van Gordion)

De Frygiërs van Gordion heersten over een groot deel van westelijk Turkije. Dit koninkrijk had de trekken van een vroege staat, dus geen stamsamenleving. Ruim 250 inscripties bewijzen dat er een geletterde elite was; ook zien we dat de vorsten een internationaal netwerk onderhielden. Er waren contacten met Delfi in het westen, noot Herodotos, Historiën 1.14. en met Urartu en Assyrië in het oosten. Daarmee was Gordion verbonden via de Koninklijke Weg.

De beroemdste koning van Frygië was Midas, die bekend is uit Griekse sagen. Het hoeft niet per se één man te zijn geweest: het kan gaan om een titel. Ook Assyrische bronnen verwijzen naar een Mit-ta-a. Die vertellen dat tijdens diens regeringsperiode de nomadische Kimmeriërs Anatolië binnenvielen. In 710/709 zag Mit-ta-a zich gedwongen hulp te vragen bij de Assyrische koning Sargon II. Helaas bleek dat onvoldoende. In 696/695 pleegde Mit-ta-a, die een veldslag had verloren, zelfmoord. Het moet niettemin een machtig man zijn geweest, die de middelen had gehad om voor zijn voorganger een enorme grafheuvel te laten opwerpen. Een bezoek aan de grafkamer is een hoogtepunt bij elke reis naar Turkije.

De grote tumulus van Gordion

Perzisch Frygië

De Kimmerische plundertochten zorgden voor een halve eeuw van verwarring, waarin Frygië uiteenviel in kleine vorstendommen. Uiteindelijk wist de Lydische koning Gyges (ca. 650 v.Chr.) de orde te herstellen. Een van zijn opvolgers, Alyattes, veroverde het voormalige Frygië – zowel dat rond Gordion als dat rond Daskyleion – en versterkte Gordion. Vanaf nu was Frygië geen politieke eenheid meer maar slechts een geografisch begrip.

Toen de Perzische koning Cyrus de Grote rond het midden van de zesde eeuw Anatolië onderwierp, werd Frygië een satrapie. Of beter: twee, want de ene lag rond Gordion en de andere (“Hellespontijns Frygië”) rond Daskyleion. Er was  continuïteit in de architectuur en de taal (150 inscripties), in de wijze waarop men landbouw bedreef (vooral veeteelt) en in de religie: de cultus van de grote godenmoeder was nog eeuwen te vinden in de stad Pessinos.

Het Perzische garnizoen in Gordion was daar nog in de laatste maanden van 334 v.Chr., toen de Macedonische commandant Parmenion, de rechterhand van Alexander de Grote, de stad bezette. Het verhaal van de Gordiaanse Knoop heb ik al eens verteld.

Frygië maakte nadien deel uit van enkele hellenistische rijken en kwam uiteindelijk in handen van de Romeinen. De regio raakte opgenomen in de grotere wereld en de mensen begonnen de grote talen van de Oudheid te spreken: Grieks en wellicht ook wat Aramees. Het is dan ook verrassend dat er in de vijfde eeuw na Chr. nog mensen waren die nog steeds Frygisch spraken.noot Sokrates, Kerkgeschiedenis 5.23.

#AlexanderDeGrote #AnatolischeTalen #CyrusDeGrote #Daskyleion #Frygië #GordiaanseKnoop #Gyges #HellespontijnsFrygië #historischeTaalkunde #IndoEuropeseTalen #Kimmeriërs #KoningMidas #KoninklijkeWeg #Kybele #LuwischeTalen #Lydië #Muški #Parmenion #Pessinos #SargonII #satrapie #TiglatPileserI #Tyana

Het vroegste Cilicië

De kust van het Rauwe Cilicië

De noodzaak van spellingsregels is verzonnen door mensen die dachten dat u en ik niets beters te doen hebben. Desondanks hanteer ik toch wel een paar principes. Regel één: gij zult niet invisibiliseren. We proberen immers een beetje inclusief te zijn. Ik probeer dus, al is het maar bij benadering, een naam weer te geven in een spelling die de taal van de betrokkene benadert. Homeros was een Griek en heette geen Homerus. Niet dat het altijd lukt een naam zelfs maar bij benadering correct weer te geven. Het wordt wat gek Julius Civilis aan te duiden als *Kivilaz. En een Latijnse naam geef ik aan in het Latijn. Appianus zal zijn naam zelf wel hebben geschreven als Appianos, maar ik houd het desondanks maar op Appianus.

Regel twee: sommige namen zijn te ingeburgerd. Zolang we niet al te veel invisibiliseren, moeten we die maar handhaven. Jezus, Plato, Hannibal, en Alexander Grote dus maar. De namen van de Romeinse provincies moeten ook maar zo blijven. Ik weet het: je zou Epeiros moeten schrijven, maar laten we het toch maar houden op Epirus. En ook liever Cilicië dan Kilikia. Waarmee ik eindelijk ter zake ben.

Topografie

Cilicië is de antieke naam van het zuiden van het huidige Turkije. Zeg maar het deel tegenover Cyprus. Het bestond uit twee delen: het ontoegankelijke en bergachtige westelijke en noordelijke deel, ook bekend als “het rauwe Cilicië”, en de zuidoostelijke vlakte, waar diverse rivieren zorgden (en zorgen) voor een rijke graanoogst.

Het Taurusgebergte vormt de grens met Cappadocië, dat destijds een veel groter gebied besloeg dan de wonderlijke rotslandschappen die tegenwoordig zo heten. De verbinding tussen Cappadocië en Cilicië is een bergpas, de Cilicische Poort. Naar het oosten toe ligt Syrië, bereikbaar over de bergpas die bekendstond als Syrische Poort. Er was destijds geen kustweg naar het westen en als u bovenstaande foto bekijkt, begrijpt u waarom die pas in de twintigste eeuw is aangelegd.

Hittieten en Neo-Hittieten

De twee delen van Cilicië horen al sinds mensenheugenis bij elkaar. Al in de tweede helft van het tweede millennium v.Chr. vormde de regio, die toen Kizzuwatna heette, één onderdeel van het Hittitische Rijk. De bronnen uit die tijd vermelden de twee belangrijkste steden op de vlakte: Tarca, dat later Tarsos zou heten, en Adanija ofwel Adana. Men sprak in Kizzuwatna Luwisch, een Anatolische taal, en de voornaamste bestuurder was een prins uit de koninklijke familie, die in de bronnen simpelweg “priester” heet.

Neo-Hittitische sfinx uit Karatepe

Het Hittitische Rijk overleefde de Zeevolkentijd niet. Lange tijd was de periode na pakweg 1200 v.Chr. een “dark age”, maar duisternis trekt onderzoek aan en oudheidkundigen, vooral afkomstig uit Duitsland, hebben in de tweede helft van de twintigste eeuw de duisternis deels laten optrekken. De twee gebieden maakten deel uit van een Hittitische opvolgersstaat die bekendstaat als Tarhuntassa, waarvan de hoofdstad ergens in het westen in Pamfylië lag. We noemen Tarhuntassa, net als het meer oostelijk gelegen Karchemiš, een Neo-Hittitische staat omdat het feitelijk een voortzetting was van de aloude Hittitische bestuursstructuur, zij het dat de centrale overheid er niet langer was.

Assyrië

De Assyrische bronnen maken onderscheid tussen het vruchtbare oostelijke gebied Qu’e (met als belangrijkste steden Karatepe en Adana) en het berggebied Hilakku. Van dit laatste woord is ons Cilicië afgeleid.

De vlakte van Qu’e was het eerste deel dat in Assyrische handen viel. Koning Tiglat-pileser III (r.744-727 v.Chr.) benoemde een gouverneur, die resideerde in Adana. Qu’e was echter geen vanzelfsprekend onderdeel van het Assyrische Rijk: na de dood van koning Sargon II in 705 keerde de oude dynastie terug, het huis van Muksa. Over de stichter daarvan zal ik bij gelegenheid nog eens bloggen, want dat is de Mopsos die volgens Griekse bronnen na de Trojaanse Oorlog een stad in Cilicië had gesticht.

De Assyrische koning Esarhaddon (r.680-669) heroverde Qu’e, maar Hilakku bleef onafhankelijk. De Assyriërs waren niet voldoende geïnteresseerd in het arme berggebied. Tijdens de regering van Aššurbanipal (r.668-631 v.Chr.) werd Hilakku echter bedreigd door de Kimmeriërs, een nomadenstam die het koninkrijk Urartu al onder de voet had gelopen. Daarom plaatste Hilakku zich onder Assyrische bescherming.

[Wordt vervolgd]

#Adana #AnatolischeTalen #Aššurbanipal #Cilicië #CilicischePoort #DarkAges #Esarhaddon #Hilakku #Hittieten #KaratepeAslantaş #Karchemiš #Kimmeriërs #Kizzuwatna #LuwischeTalen #Mopsos #NeoHittieten #Pamfylië #QuE #SargonII #SyrischePoort #Tarhuntassa #Tarsos #Taurus #TiglatPileserIII #Zeevolken

Het koninkrijk Urartu

Erebuni, een van de hoofdsteden van Urartu (Yerevan)

Onlangs noemde ik Urartu, een ooit machtig koninkrijk in de regio van het huidige Armenië, Noordwest-Iran en Oost-Turkije. De eerste hoofdstad was de rotsvesting Tušpa, het huidige Van, en het land is voor te stellen als een grote rechthoek rond het Van-meer. Het Urmia-meer in Iran vormde de zuidoostelijke punt, het Sevan-meer in Armenië was de noordoostelijke punt en in het westen vormde de Boven-Eufraat de grens met de Frygische invloedssfeer. De Urarteeërs zelf noemden hun land Biainele; de naam Urartu komt uit het Assyrisch. In de Bijbel heet het koninkrijk Ararat, welbekend van de constatering dat de Ark van Noach aanmeerde op een van de plaatselijke bergen.

Urartu en Assyrië

De Urarteeërs waren beroemde metaalbewerkers, spraken een taal die verwant was aan het verder slecht bekende Hurritisch en schreven met een vereenvoudigd Assyrisch spijkerschrift. Daardoor zijn de meeste inscripties te lezen en te begrijpen: ze verwijzen vrijwel allemaal naar koninklijke bouwactiviteiten. Voor de reconstructie van de Urartese geschiedenis hebben we er daardoor betrekkelijk weinig aan.

Een van de koninklijke graven in Tušpa (Van)

We zijn afhankelijk van vooral Assyrische bronnen. Daaruit blijkt dat Urartu vanaf pakweg 880 v.Chr. werd bestuurd door één dynastie, die het koninkrijk naar het zuiden uitbreidde op het moment dat Assyrië zwak was en – iets later – vooral geïnteresseerd was in expansie naar het westen.

Assyrië herstelde zich echter. Koning Sargon II versloeg in 714 v. Chr. de Urartese vorst Rusa I en marcheerde vrijwel ongehinderd door het vijandelijke rijk. Tot de buit behoorde het beeld van de Urartese oppergod Haldi. Rusa kon deze vernedering niet aan en pleegde zelfmoord.

Urartese biervaten (Museum van Erebuni, Yerevan)

Interne expansie

Zijn opvolger Argište II koos voor iets dat we interne expansie zouden kunnen noemen. Boeren ontgonnen nieuwe gebieden langs de rivier de Araxes, zo valt af te leiden uit het nederzettingenpatroon. Archeologen zien daar veel meer zevende- dan achtste-eeuwse dorpjes. De handel bloeide op: via Trapezos waren er handelscontacten met de Grieken in het westen. Ik vertelde al dat weleens is geopperd dat de leeuwen in de Griekse kunst zijn gemaakt naar voorbeelden uit Urartu.

De ontginningen maakten Urartu tot een aantrekkelijk doelwit voor de nomaden benoorden de Kaukasus: de Kimmeriërs, de Skythen, de Sauromaten. Versterkte steden als Karmir Blur (in het huidige Yerevan) lijken rond 600 v.Chr. te zijn verwoest. Omdat hier pijlpunten zijn gevonden van een type dat we ook kennen uit Oekraïne, ligt het voor de hand dat de nomaden verantwoordelijk zijn, maar volledig bewezen is het daarnee niet. Onze onzekerheid hangt ermee samen dat juist in deze tijd de Assyrische bronnen opdrogen: de Babyloniërs en Meden veroverden en verwoestten Nineveh in 612 v. Chr.

Pijlpunten (Nationaal Museum van Armenië, Yerevan)

Het onbegrepen einde

Na de verwoestingen rond 600 werd Erebuni (ook in Yerevan) een belangrijke residentie. Urartu had nu een makkelijk doelwit kunnen zijn voor de Babyloniërs, maar die schijnen geen belangstelling te hebben gehad. Het is waarschijnlijker dat Urartu in de komende decennia werd onderworpen aan de Meden. Opnieuw is het bewijs echter zwak. Het voornaamste argument is dat een Medisch leger in 585 v. Chr. slag leverde tegen de Lydiërs, die inmiddels de Frygiërs hadden afgelost als grootmacht in Anatolië. Dit gevecht vond plaats aan de rivier de Halys in Centraal-Anatolië. De Meden kunnen daar alleen zijn aangekomen als ze de weg door Urartu beheersten.

Urartese helm (Azerbaijan Museum, Tabriz)

Medische annexatie is dus een mogelijke verklaring voor het einde van Urartu en misschien was de veroveraar de ook uit andere bronnen bekende koning Kyaxares. Een andere mogelijkheid is dat Medische overheersing losjes en tijdelijk was en dat het einde van Urartu later moet worden geplaatst. Dan was het misschien de Perzische koning Cyrus de Grote die een einde maakte aan de Urartese onafhankelijkheid. Een stad als Çavustepe is niet alleen rond 600 verwoest, maar nog een tweede keer, door alleen door een niet geïdentificeerde vijand. Dit kan een Medisch of een Perzisch leger zijn geweest.

Wat ook de precieze omstandigheden van de val van Urartu zijn geweest, in de tweede helft van de zesde eeuw maakte Urartu deel uit van het Perzische Rijk. De satraap lijkt te hebben gewoond in Erebuni, waar een apadana (troonzaal) is geïdentificeerd. Vanaf nu zien we ook steeds meer aanwijzingen voor het Armeens dat, als Indo-Europese taal, wat dichter bij het Perzisch stond. Of het Armeens pas nu in de regio aankwam of altijd aanwezig is geweest en pas nu werd opgeschreven, is bij mijn weten niet bekend.

Urartese inscriptie uit Lchashen

Toerisme

Voor toeristen: enkele Urartese opgravingen zijn

  • Turkije: Adilșevaz, Altintepe, Anzaf, Astwadzashen, Çavustepe, Kayalidere, Patnos, Toprakkale, Van (het oude Tušpa)
  • Iran: Bastam, Hasanlu, Haftavan Tepe
  • Armenië: Erebuni en Karmir Blur; inscripties zijn gevonden in o.a. Garni, Lchashen, Zvarnots

In het Drents Museum is op dit moment de expositie In de ban van de Ararat. Daarin is ook aandacht voor de geschiedenis van Urartu. En voordat u afreist naar Assen: houd rekening met werkzaamheden op het spoor.

#Araxes #ArgišteII #Armenië #Azerbaijan #Çavustepe #Erebuni #Garni #Haldi #Hasanlu #Hurrieten #IJzertijd #Iran #KarmirBlur #Kaukasus #Kimmeriërs #RusaI #SargonII #Skythen #slagAanDeHalys #Turkije #Tušpa #Urartu #Yerevan

De Kimmeriërs

Kimmerische of Skythische pijlpunten (Nationaal Museum van Armenië, Yerevan)

De Kimmeriërs, die zijn interessant! En dat is natuurlijk omdat het bewijsmateriaal enerzijds gevarieerd is, zodat allerlei specialisten erbij komen kijken, maar anderzijds tekortschiet, zodat er geen consensus kan ontstaan. Kortom: een fijne puzzel.

Dode Kimmeriërs

Eerste bewijsmateriaal: Griekse poëzie. In de Odyssee vertelt Homeros dat Odysseus, ergens in het verre verre westen, de rand bereikt van de Okeanos, waar de stad en het land van de Kimmeriërs zich bevinden. De zon schijnt er niet, de gebieden zijn eeuwig gehuld in mist en nevel, en “steeds hangt de heilloze nacht om de diep ongelukkige mensen”.noot Homeros, Odyssee 11.14ff. Als dit u doet denken aan het dodenrijk, dan zit u goed, want niet veel later brengt Odysseus inderdaad een bezoek aan die naargeestige plek.

De Kimmeriërs zijn dus westelijke stedelingen en nogal dood, of iets dat erop lijkt. Dat is voor ons ietwat lastig, aangezien alle andere bewijs suggereert dat het gaat om noordelijke nomaden die nogal in leven zijn.

Nomaden in Anatolië

Het tweede bewijsmateriaal bestaat uit de teksten uit Mesopotamië. Diverse teksten uit Assyrië vermelden mobiele groepen die onrust veroorzaken in de noordelijke grensgebieden. Deze Kimmeriërs lijken in de achtste eeuw over de Kaukasus zuidwaarts te zijn getrokken, en bedreigden daar het koninkrijk Urartu (een oude naam voor Armenië). Koning Rusa I rukte tegen hen op, maar werd verslagen. Daarna trokken de Kimmeriërs Urartu binnen, dat ze plunderden tot aan het Urmia-meer.

Later trokken de Kimmeriërs – of een groep Kimmeriërs – westwaarts, waar ze in 710/709 Frygië bedreigden. Koning Mit-ta-a, die u vermoedelijk kent onder de naam Midas,noot Mogelijk is Midas een vorstelijke titel geweest. zag zich genoodzaakt bij de Assyrische koning Sargon II hulp te vragen, maar dat belette de Kimmerische inval niet. Mit-ta-a pleegde in 696 of 695 zelfmoord na een verloren veldslag. Over Frygië horen we daarna weinig meer; de nieuwe macht in Anatolië zou het meer westelijk gelegen Lydië zijn. Wellicht vestigden groepen Kimmeriërs zich op de Frygische hoogvlakte, waar nog altijd nomaden heen en weer trekken.

De Frygische hoogvlakte

Kimmeriërs in Mesopotamië

De Assyrische kronieken vermelden de Kimmeriërs nog vaker. In 679 werd een leider genaamd Teušpa samen met zijn mannen belegerd in een stad genaamd Hubušnu. Later lezen we over Kimmeriërs in de buurt van Ellipi, in Medië en in Elam, vér in het zuiden. De Assyriërs hadden blijkbaar veel tijd nodig om orde op zaken te stellen.

Er zijn speculaties, en ze zijn niet zonder aanwijzingen in de bronnen, dat ontevreden groepen in het Assyrische Rijk samenwerkten met de Kimmeriërs, of in hun aanwezigheid kansen zagen voor het bevorderen van hun eigen agenda. Omdat de Assyrische bronnen na het midden van de zevende eeuw schaarser worden, is op dit punt meer onduidelijkheid dan we zouden willen.

Het westen

Terug naar de groep of groepen in Anatolië. Frygië was ten einde gekomen, Lydië was ontstaan en kreeg te maken met Kimmerische strooptochten. De Lydische koning Gyges wist de eerste aanval af te slaan, maar sneuvelde in 644. Later plunderden de Kimmeriërs ook enkele Griekse steden in Klein-Azië. Uiteindelijk wist koning Alyattes, die u moet plaatsen tussen pakweg 600 en 560 v.Chr., een einde te maken aan deze dreiging.

Archeologie

Archeologen hebben weer ander bewijs. Zij associëren de Kimmeriërs met de zogeheten Chernogorovka-Novocherkassk-cultuur,noot Wie verzint toch zulke namen? die tussen 900 en 650 heeft bestaan op de vlakten tussen de rivieren Prut en Don. Dus zeg maar in Oekraïne, met uitlopers naar Bulgarije. Deze mensen werden vaak begraven met bogen, zwaard en speer, wat suggereert dat ze vochten als bereden boogschutters. Hun kostbaarste bezit bestond uit runderen, waarmee ze als nomaden zwierven over de vlakten.

En nu is het interessant dat Aristeas van Prokonessos – ik noemde hem al eens omdat hij voldoet aan het profiel van een sjamaan – vertelt dat de Skythen de Kimmeriërs hebben verdreven uit Oekraïne. Als dit waar is, zouden we kunnen vermoeden dat de Kimmeriërs op drift zijn geraakt, zuidwaarts over de Kaukasus zijn gegaan en daarvandaan naar Anatolië en Mesopotamië. Het probleem met deze theorie is dat er weinig voorwerpen van de Chernogorovka-Novocherkassk-cultuur zijn gevonden bezuiden de Kaukasus.

Kimmerische grafstèle (Archeologisch Museum, Varna)

Maar ook dat is weer problematisch, want eigenlijk lijken al die steppenomaden nogal op elkaar. Ik zou althans niet goed weten wat het verschil is tussen een Kimmerische en een Skythische pijlpunt. Kortom, het tekstuele en archeologische bewijs is asymmetrisch. Zelf zou ik overigens sowieso liever denken aan “de steppenomaden”, zonder al te specifieke etnische etiketten te willen plakken.

En tot slot: er zijn theorieën dat de auteur van de Odyssee kennis had genomen van een vroeg verhaal over de Argonauten, dat dit verhaal al was gelokaliseerd in Kolchis (het huidige Georgië), en dat de beschrijving van het dodenrijk is geïnspireerd door een groep Kimmeriërs in die regio. Het onvermogen te accepteren dat we inconsistente en dus onvoldoende informatie hebben, lijkt de vader van deze vader van deze gedachte. On n’a pas besoin de cette hypothèse-là.

#Alyattes #AristeasVanProkonessos #ChernogorovkaNovocherkasskCultuur #dodenrijk #Frygië #Gyges #Homeros #Kaukasus #Kimmeriërs #Kolchis #Lydië #Medië #nomadisme #rund #RusaI #SargonII #Skythen #Urartu
The Neo-Assyrian kings are among the best-known of the Assyrian Empire and include Tiglath Pileser III, Shalmaneser III, Sargon II, Sennacherib, Esarhaddon, and Ashurbanipal. #History #TiglathPileserIII #SargonII #Neo-AssyrianEmpire #HistoryFacts https://www.worldhistory.org/collection/271/a-gallery-of-neo-assyrian-kings/
A Gallery of Neo-Assyrian Kings

The Neo-Assyrian kings are among the best-known of the Assyrian Empire and include Tiglath Pileser III, Shalmaneser III, Sargon II, Sennacherib, Esarhaddon, and Ashurbanipal. The term Neo-Assyrian is...

World History Encyclopedia
LA NUOVA PRIMAVERA DELL'ARCHEOLOGIA ASSIRA IN IRAQ - Daniele Mancini Archeologia

Gli archeologi hanno sentore di un rinvenimento eccezionale quando sotto i loro strumenti compaiono i resti di scultura assira di 2.700 anni

Daniele Mancini Archeologia
Mysterious Code in Ancient Assyrian Temples Can Finally Be Explained

An ancient pictorial code that has intrigued experts for over a century may have been interpreted fully for the first time, giving us further insight into the mighty Assyrian empire that stretched across large parts of the Middle East from the 14th to...

ScienceAlert
Tiglath Pileser III (745-727 BCE) was among the most powerful kings of the Neo-Assyrian Empire and, according to many scholars, the founder of the empire (as opposed to the claims for Adad Nirari II (912-891 BCE) or Ashurnasirpal II (884-859 BCE) as founder). https://www.worldhistory.org/Tiglath_Pileser_III/ #History #AssyrianWarfare #Neo-AssyrianEmpire #SargonII
Tiglath Pileser III

Tiglath Pileser III (745-727 BCE) was among the most powerful kings of the Neo-Assyrian Empire and, according to many scholars, the founder of the empire (as opposed to the claims for Adad Nirari II...

World History Encyclopedia