Sjamanisme

Detail van een kruikje uit de schat van Sânnicolau Mare; mogelijk een sjamaan in extase (Nationaal Museum, Boedapest)

Je begroef graankorrels in de aarde en in het voorjaar ontstonden daaruit grote halmen. De overstromende rivier bracht de dood over de uiterwaarden, maar in het voorjaar was de vallei vruchtbaar. Je gooide dode bladeren, maaisel, schillen en ander afval op de composthoop, en na verloop van tijd werden daaruit maden en wormen geboren. Moderne biologen denken er anders over, maar het was niet onlogisch dat men in de Oudheid dacht dat nieuw leven alleen kon ontstaan uit de dood en dat de twee onlosmakelijk met elkaar samenhingen.

Er waren feitelijk twee werelden: die van de levenden en die van de doden. Soms maakten ze contact: het is vooral mooi gedocumenteerd in de Keltische verhalen, maar alle volken hadden gedenkdagen waarin de doden even wat dichterbij waren. De Romeinen kenden bijvoorbeeld de Lemuria, waarbij ze rituelen uitvoerden om niet tot rust gekomen doden te verdrijven uit de woonhuizen. Daarnaast waren er religieus specialisten die de oversteek van de ene naar de andere wereld konden maken; onderzoekers noemen hen sjamanen.

Een universeel verschijnsel

Dat is een beetje een onhandig begrip. Het is in 1692 geïntroduceerd in het boek Noord en Oost Tartarye van Nicolaes Witsen: de geleerde Amsterdamse burgemeester die Peter de Grote naar Holland haalde en Cornelis de Bruijn naar Moskovië stuurde. Witsen beschrijft hoe het sjamanisme bestond in Siberië. Zo’n sjamaan werkte zich in trance, maakte zo contact met de andere wereld en kon daar antwoord krijgen op allerlei vragen: wanneer komt er een einde aan de regen? hoe kan ik genezen van mijn ziekte? kunnen de doden ons helpen bij de jacht door de dieren weg te leiden uit hun schuilplaatsen?

Witsens sjamaan

Aangezien opgewekte religieuze extase op veel plaatsen is gedocumenteerd, is wel geopperd dat het gaat om een vroeg, universeel stadium van religie. Het gevaar van overgeneralisering ligt echter op de loer. Er zijn naast overeenkomsten tussen de diverse rituelen immers ook verschillen, en daarom is sjamanisme, zoals gezegd, een wat onhandig begrip. Het helpt bovendien niet dat New Age-achtige stromingen zich de term hebben toegeëigend. Het is wellicht het beste het begrip te beperken tot Centraal-Eurazië en de daarvan afgeleide culturen, zoals de Yupik-cultuur in Alaska en andere culturen uit de Nieuwe Wereld. (Het precolumbiaanse sjamanisme wordt mooi uitgelegd in het Museum aan de Stroom in Antwerpen.)

Sjamanisme is niet – of niet alleen – een vroeg religieus stadium, want het bestaat nog steeds. Misschien heeft u twee jaar geleden de Mongoolse speelfilm City of Wind gezien. Die toont niet alleen een beginnende sjamaan, die gewoon naar school moet en een vriendinnetje krijgt, maar ook diens werkwijze: met behulp van muziek en het roken van hennep raakt hij in trance. In andere culturen betrad de sjamaan de andere wereld door te vasten en te braken, of juist door een dieet van hallucinogene planten en paddenstoelen. Sjamanen van de Peruviaanse Chavin-cultuur (pakweg 900 tot 400 v.Chr.) verwondden zichzelf. Sommige mensen zijn speciaal gevoelig; de protagonist van City of Wind vertelt last te hebben gehad van epileptische aanvallen.

Een in trance verkerende sjamaan offert zichzelf door zijn darmen uit te trekken (Museum aan de Stroom, Antwerpen)

Sjamanen hebben weleens (net als berserkers) het gevoel te zijn veranderd in dieren. Een vogel betreedt de bovenwereld immers wat makkelijker dan u en ik, terwijl vissen wat eenvoudiger kunnen duiken naar de benedenwereld.

Skythische sjamanen

Sjamanisme is vermoedelijk niet het eerste waaraan u denkt bij de antieke wereld, maar er zijn wel degelijk sporen. Het is bekend dat de oude Perzen sjamanistische rituelen hadden waarbij ze de roesdrank haoma dronken, gebaseerd op vliegenzwam. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos kent sjamanistische praktijken bij de Skythen,noot Herodotos, Historiën 4.74-75. die leefden in Oekraïne, zuidelijk Rusland en de Centraal-Aziatische gebieden waar de Perzen hun haoma vandaan haalden. De archeologen die de Pazyryk-grafheuvels opgroeven, vonden daar trommels. Hoewel de Griekse auteurs niet alles goed begrepen, en hoewel een trommel soms gewoon een muziekinstrument is, staat niet ter discussie dat we bij de Skythen en Perzen te maken hebben met sjamanisme.

Om die reden is de Animal Style van de steppenomaden wel uitgelegd als weergave van de sjamanistische transformatie naar een dierengedaante. Het motief van de rape in the sky zou, zo bezien, weleens een opstijgende sjamaan kunnen voorstellen. Zie het plaatje helemaal bovenaan. Ik zou overigens niet meteen mijn geld inzetten op deze herinterpretatie.

Grieks sjamanisme

In het oude Griekenland is te wijzen op het orfisme, dat was gebaseerd op het verhaal van Orfeus, die dankzij zijn muziek contact kon maken met de wereld van de doden. Bij Homeros lezen we over de waarzegger Melampous, die op zeker moment bezeten zou zijn geweest door een geest.noot Homeros, Odyssee 15.234. Persoonlijk vind ik dit niet zo’n sterk voorbeeld, maar we lezen ook over Hermotimos van Klazomenai, over wie Plinius de Oudere vertelt dat diens

ziel zijn lichaam placht te verlaten en rond te dolen en dan allerlei nieuwtjes, die alleen een ooggetuige kon weten, uit verre streken meebracht. Ondertussen lag zijn lichaam er levenloos bij tot zijn vijanden … het verbrandden en zijn ziel bij terugkomst als het ware van haar omhulsel beroofden.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 7.174.

Herodotos van Halikarnassos noemt Aristeas van Prokonessos, die ooit voor dood zou zijn neergevallen en later, toen hij weer bij zijn positieven was gekomen, zou hebben verteld dat hij zes jaar lang had gereisd. Het intrigerende is dat hij bij die reis de Issedonen zou hebben bezocht, die we voorbij de Skythen in Centraal-Azië moeten zoeken. Aristeas bezocht ook de Hyperboreërs, “zij die voorbij de noordenwind wonen”, in het dodenrijk.noot Herodotos, Historiën 4.14-15. Ook Plinius kent deze Aristeas en weet te melden dat degenen die hem voor dood hadden zien neervallen, hadden gezien dat zijn ziel in vogelgedaante was weggevlogen.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 7.174.

Afbeelding van een Slavische sjamaan (Nationaal Historisch Museum, Sofia)

Er zijn meer voorbeelden uit de archaïsche periode, maar die laat ik wat ze zijn. Waar het op neerkomt is dat er sporen van sjamanisme lijken te zijn in de Griekse religie. Dat zal wel een erfenis uit de Proto-Indo-Europese tijd zijn, en het is een wonderlijke gedachte dat de Griekse cultuur via Centraal-Eurazië, Siberië en Alaska verbonden is met de Amerika’s. En om heel eerlijk te zijn: hoe fascinerend zo’n mogelijk contact ook is, en hoezeer we het ook moeten overwegen, we moeten oppassen voor overgeneralisatie en ik weet ook niet of het wel zo heel veel verheldert.

#AnimalStyle #archaïschePeriode #AristeasVanProkonessos #ChavinCultuur #CityOfWind #dodenrijk #epilepsie #haoma #hennep #HermotimosVanKlazomenai #HerodotosVanHalikarnassos #Hyperboreërs #Issedonen #Lemuria #Melampous #NicolaesWitsen #Orfeus #Orfiek #Pazyryk #PliniusDeOudere #RapeInTheSky #Siberië #sjamanisme #Skythen #wind #YupikCultuur

Cornelis de Bruijn (13) Het einde

Prinsengracht, Amsterdam; Cornelis de Bruijn leefde in het tweede, derde of vierde huis van links

Dit is het laatste stukje over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Reizen over Moskovie

Het lijkt erop dat Cornelis de Bruijn rusteloos was. In de volgende jaren woonde hij op diverse plaatsen in de Republiek. In 1709-1710 leefde hij in een huis aan de Hartenstraat in Amsterdam, waar hij onder meer zijn weldoener Nicolaes Witsen ontving en Gisbert Cuper, de man die hem het schilderij van Palmyra had laten kopiëren. Cuper en De Bruijn wisselden later brieven uit over het spijkerschrift uit Persepolis. Het is verder bekend dat de kunstenaar in 1711 woonde aan de Prinsengracht in Amsterdam; in 1712 woonde hij even buiten Haarlem.

Al deze tijd was De Bruijn bezig met zijn meesterwerk: Reizen over Moskovie, door Persie en Indie. Toen hij het in 1711 publiceerde, droeg hij het op aan een Duitse bibliofiel uit Frankfurt, Zacharias Conrad von Uffenbach (1683-1734). Dat is enigszins verrassend: Nicolaes Witsen had immers veel gedaan voor De Bruijn en stond erom bekend dat hij dit soort opdrachten op prijs stelde.

Cornelis de Bruijn, Reizen over Moskovie, door Persie en Indie; een zogenaamde tweede druk

Reizen over Moskovie, door Persie en Indie is een stuk ambitieuzer dan Reizen door de vermaardste Deelen van Klein Asia. Het nieuwe boek telde 482 pagina’s en 300 illustraties, waaronder diverse uitklapplaten. De tekeningen waren uitstekend: tot de eerste fotografen Persepolis in de twintigste eeuw bezochten, behoorden de De Bruijns tekening tot het beste dat er was. Ervan overtuigd dat dit boek een nog groter succes zou zijn dan zijn eersteling, liet De Bruijn meteen duizend exemplaren drukken.

Teleurstellingen

Reizen over Moskovie, door Persie en Indie had een succes kunnen zijn. De recensies in de Acta eruditorum en Journal des Savants waren opnieuw lovend, maar toch werden er in drie jaar tijd slechts 240 exemplaren verkocht. Eén reden was de dubbele oorlog. De Spaanse Successieoorlog was nog in volle gang en in de Grote Noordse Oorlog had de Republiek haar monopolie op goedkoop Pruisisch graan verloren. De Gouden Eeuw was voorbij. En de mensen wisten het. Er was weinig animo voor een duur boek.

Bovendien had De Bruijn concurrenten. In Persepolis hadden ook de Franse reizigers Jean de Thévenot (1633-1667) en Jean Chardin (1643-1713) onderzoek gedaan. De onzorgvuldige opmerkingen van Thévenot waren al in 1664 gepubliceerd (zonder illustraties), maar Chardins Voyages en Perse et autres lieux de l’Orient, dat de claims van Thévenot uitwerkte, verscheen tegelijk met De Bruijns Reizen over Moskovie, door Persie en Indie. Een jaar later, in 1712, publiceerde een Duitse natuurkundige genaamd Engelbert Kämpfer (1651-1716) weer een ander verslag van Persepolis, Amoenitates Exoticarum. De drie gelijktijdig verschenen boeken richtten zich tot hetzelfde publiek, en als gevolg daarvan verkocht geen van hen echt goed. De Bruijn geloofde niet dat een Franse vertaling mogelijk was. De enige winst was dat er nu wel belangstelling was voor Perzië. Montesquieus Lettres Persanes zouden ondenkbaar zijn geweest zonder de reisverslagen.

In 1713 legde Gisbert Cuper aan De Bruijn de vraag voor waarom er verschillen waren tussen zijn tekeningen van Persepolis en die van Chardin en Kämpfer. Voor De Bruijn was dit een gelegenheid om een ​​derde boek te publiceren, een klein boek dit keer, Aenmerkingen Over de Printverbeeldingen van de Overblijfzelen van het Oude Persepolis (1714). De Bruijn liet op overtuigende wijze zien hoe de andere auteurs, die geen professionele tekenaars waren en Persepolis slechts kort hadden bezocht, fouten hadden gemaakt.

Faillissement

Vanaf dit moment is het leven van Cornelis de Bruijn moeilijk te reconstrueren, maar het lijkt erop dat hij na de teleurstellende verkoop van zijn tweede boek in financiële moeilijkheden verkeerde. Toen Nicolaes Witsen in 1717 stierf, bezat hij verschillende tekeningen van De Bruijn, wat suggereert dat deze een manier had gevonden om wat geld aan de kunstenaar toe te schuiven zonder dat het leek op een aalmoes.

Het is bekend dat De Bruijn in 1714 alle onverkochte exemplaren naliet aan een boekhandelaar genaamd Hendrik Wetstein, die 468 exemplaren van de Franse vertaling van de Reizen door de vermaardste Deelen van Klein Asia kon verkopen. Hij liet 760 exemplaren van de Reizen over Moskovie, door Persie en Indie opnieuw binden en prees die aan als tweede druk nadat de eerste druk zou zijn uitverkocht. Er was inmiddels ook een “echte” tweede druk van mindere kwaliteit, die snel uitverkocht raakte. In 1718 volgde toch een Franse vertaling van de Reizen over Moskovie, door Persie en Indie.

In 1719-1720 lijkt De Bruijn weer in Den Haag te hebben gewoond, want hij wordt vermeld in de archieven van de Accademie van de Teyken-Const. Een volgende vermelding vinden we in een biografieënverzameling van de hand van Jacob Campo Weyerman (1677-1747), een van de woordvoerders van de Nederlandse Verlichting. Die weet dat de beroemde Cornelis de Bruijn in een klein huisje woonde in Vianen en gedwongen was de draad van zijn leven verder uit te spinnen met minder comfort dan zijn leeftijd vereiste.

Dit is wat cryptisch. Hoewel de heerlijkheid Vianen middenin de Republiek lag, behoorde het tot het Duitse graafschap Lippe. Het viel dus buiten de jurisdictie van de Staten-Generaal en was daarom een ​​berucht toevluchtsoord voor criminelen en schuldenaren. De Bruijn was failliet.

Zijdebalen in 2024

Het einde

De laatste reis van de 73-jarige ging van Vianen naar het buitenhuis van zijn vriend David van Mollem. Het heette Zijdebalen en lag even ten noorden van Utrecht. Hier bracht De Bruijn zijn dagen door tot hij stierf in 1726 of 1727. Weyerman zegt dat Van Mollem de vermoeide en totaal uitgeputte reiziger gaf wat hij nodig had, maar dat naastenliefde onvoldoende is om een ​​man werkelijk rust te geven. Een andere biograaf, Jan van Gool, vertelt dat De Bruijn zich aan het eind van zijn leven zo vreemd en eigenzinnig gedroeg dat zijn gezelschap onaangenaam werd.

Desondanks ben ik van mening dat er een straat in Den Haag, een brug in Amsterdam of een plantsoen in Utrecht zou moeten worden vernoemd naar Cornelis de Bruijn. Liefst alle drie.

#AccademieVanDeTeykenConst #ActaEruditorum #CharlesDeMontesquieu #CornelisDeBruijn #DavidVanMollem #EngelbertKämpfer #GisbertCuper #GroteNoordseOorlog #Haarlem #HendrikWetstein #JacobCampoWeyerman #JeanChardin #JeanDeThévenot #JournalDesSavants #NicolaesWitsen #Persepolis #ReizenDoorDeVermaardsteDeelenVanKleinAsia #ReizenOverMoskovieDoorPersieEnIndie #RepubliekDerZevenVerenigdeNederlanden #Saratov #SpaanseSuccessieoorlog #spijkerschrift #Utrecht #Verlichting #Vianen #ZachariasConradVonUffenbach #Zijdebalen

Cornelis de Bruijn (1) Jeugd - Mainzer Beobachter

Cornelis de Bruijn (1652-1727) was een Hollandse ontdekkingsreiziger, die onder meer Egypte, Rusland en Perzië bereisde - en tekende.

Mainzer Beobachter

Cornelis de Bruijn (8) Rusland

Peter de Grote, gastheer van Cornelis de Bruijn

Dit is het achtste van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Oorlog

Cornelis de Bruijn keerde naar Amsterdam terug in 1708 en publiceerde drie jaar later Reizen over Moskovie, door Persie en Indie. Dit ambitieuze boek vormt onze belangrijkste bron voor De Bruijns tweede reis. Het deel over Rusland is in 1996 als apart boek opnieuw uitgegeven. Ik heb mijn exemplaar niet langer omdat ik het heb afgestaan voor een digitaliseringsproject. Het is daarbij kapot gesneden, maar nu kunnen duizenden mensen het lezen.

Sinds de planning van De Bruijns tweede reis was begonnen, was de politieke situatie drastisch veranderd. In de voorgaande eeuw had Zweden zijn macht gestaag uitgebreid, maar in 1700 hadden Denemarken, Litouwen, Saksen en Polen besloten de Zweedse bezittingen ten zuiden en oosten van de Oostzee aan te vallen. Wellicht konden ze heroveren wat ze ooit hadden verloren. Dit was het begin van de Grote Noordse Oorlog. Tsaar Peter de Grote sloot zich bij de agressors aan, omdat hij een zeehaven wilde hebben om Rusland een “venster op Europa” te geven.

Normaliter zou de Republiek schepen naar de Oostzee hebben gestuurd om het machtsevenwicht te bewaren, de Ommelandvaart te beschermen en de graanprijzen laag te houden. Michiel de Ruyter had dat weleens gedaan. Maar nu was dit niet langer mogelijk. In 1701 was de Spaanse Successieoorlog begonnen toen Lodewijk XIV van Frankrijk zijn kleinzoon koning van Spanje maakte. Dit was een nog ernstiger bedreiging van het machtsevenwicht en had voorrang. Koning-stadhouder Willem III wist inderdaad een anti-Franse coalitie te scheppen die Frankrijk in bedwang hield, maar de Republiek kon nu niet ook interveniëren in de Oostzee. Dat betekende het einde van het goedkope graan dat essentieel was voor Hollands welvaart. Toen De Bruijn terugkeerde, hadden slechts een paar mensen geld om zijn nieuwe boek te kopen.

Archangelsk

Maar dit was nog ver weg. Voor het moment betekende het begin van de dubbele oorlog dat De Bruijn niet via Berlijn en Warschau naar Moskou kon Reizen. Hij moest via de Noordkaap naar Archangelsk om Rusland te bereiken. Daar bleek de landing behoorlijk lastig. Uit voorzorg tegen een Zweedse aanval hadden de Russen alle boeien verwijderd, zodat de schepen van het konvooi van De Bruijn niet naar de haven konden varen. Een sloep met de vier scheepscommandanten (en Cornelis de Bruijn) probeerde Archangelsk te bereiken, maar had ook al moeite. “Hoewel we toch vier kapiteins aan boord hadden,” schrijft De Bruijn met gevoel voor understatement.

Cornelis de Bruijn, Een Samojeed

Uiteindelijk bereikten ze echter Archangelsk, waar De Bruijn kon logeren in het huis van een Hollandse vriend van Nicolaes Witsen. De Bruijn besteedde veel tijd aan antropologisch onderzoek. Zijn beschrijving van de cultuur van de Samojeden, een volk dat leek op de Lappen maar leefde ten oosten van Archangelsk, zou een klassieker worden en bevat prachtige tekeningen.

Moskou

Na enige tijd vervolgde De Bruijn zijn reis. Hij sloot zich aan bij een konvooi naar het zuiden. Na bezoeken aan Vologda en Jaroslavl bereikte hij in januari 1702 Moskou. Opnieuw waren de aanbevelingen van Nicolaes Witsen nuttig: de reizende schilder kon logeren bij zijn landgenoot Nicolaas van der Hulst, die vlakbij de Russische hoofdstad woonde in Nemetskaja Sloboda, de Europese wijk.

Van der Hulst stelde Cornelis de Bruijn voor aan de tsaar, die meteen geïnteresseerd was en de kunstenaar toestemming gaf om te zien wat hij maar wilde. Witsens idee dat Peter een kunstenaar nodig had om te tonen dat zijn land moderniseerde, bleek correct. Nog nooit had De Bruijn reizen zo gemakkelijk gevonden. Hij kon gebruik maken van paleizen, vierde Pasen bij de tsaar, ontmoette Peters vriend Alexander Menshikov (1673-1729), sliep in keizerlijke datcha’s en mocht de militaire werven bezoeken van Voronezj aan de Don.

Dat laatste diende de Russische propaganda: westerse politici wisten inmiddels dat de tsaar een serieuze bondgenoot kon zijn in een oorlog tegen de Ottomaanse Turken. Peter gebruikte De Bruijn feitelijk om de westerse mogendheden uit te nodigen een alliantie te sluiten die hem toegang zou geven tot de Zwarte Zee. De schilder was ook op een andere manier nuttig: hij maakte schilderijen van de drie nichtjes van de tsaar, die naar de Europese dynastieën werden gestuurd. Vrijers van den bloede waren in Moskou welkom, was de boodschap, en politici lazen tussen de regels door dat een militair bondgenootschap ook bespreekbaar was.

De Wolga

In april 1703 verliet De Bruijn Moskou. Samen met Jacob Davidov, een Armeense koopman die in Amsterdam had gewoond en zijn landgenoten in Perzië wilde bezoeken, voer de kunstenaar de rivier de Oka af naar het oosten. Op 1 mei arriveerde hij in Kasimov. Als de communicatie sneller was geweest, had hij misschien kunnen vernemen dat tsaar Peter die dag het doel had bereikt waarvoor hij deelnam aan de Grote Noordse Oorlog: hij veroverde het Zweedse fort aan de monding van de rivier de Neva en kreeg daarmee toegang tot de Oostzee. Een paar dagen later, toen De Bruijn al voer over de Wolga, doopte de tsaar de veroverde stad om tot Sint-Petersburg.

Cornelis de Bruijn vernam dit allemaal in de vroege zomer, toen hij de delta van de Wolga in Astrachan had bereikt. Hier schilderde hij een portret van de zoon van de gouverneur, en na enkele weken ging hij aan boord van een schip dat langs de westelijke oever van de Kaspische Zee voer tot het Derbent bereikte (21 juli), de toegangspoort tot Perzië.

Wordt vervolgd.

#AlexanderMenshikov #Archangelsk #CornelisDeBruijn #Denemarken #Derbent #Don #GroteNoordseOorlog #JacobDavidov #Jaroslavl #KaspischeZee #Lappen #Litouwen #LodewijkXIV #machtsevenwicht #MichielDeRuyter #Moskou #NicolaesWitsen #Oka #Ommelandvaart #Polen #ReizenOverMoskovieDoorPersieEnIndie #Rusland #SaksenHertogdom_ #Samojeden #SintPetersburg #SpaanseSuccessieoorlog #StadhouderKoningWillemIII #Voronezj #Wolga

Cornelis de Bruijn (7) Holland

Willem III, beschermer van Cornelis de Bruijn (Limburgs Museum, Venlo)

Dit is het zevende van dertien blogjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Weer thuis

Toen Cornelis de Bruijn naar Holland terugkeerde, was hij ongeveer veertig jaar oud. Bijna de helft van zijn leven had hij doorgebracht in het buitenland en hij had meer van de wereld gezien dan zijn tijd- en landgenoten. Hoe hij zijn terugkeer heeft ervaren weten we niet. Wat wel weten, is dat hij een gerespecteerd man was. In 1694 werd hij lid van de Accademie van de Teyken-Const (de huidige Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten), die kort tevoren was gesticht door onder andere zijn voormalige leraar Theodoor van der Schuer. Deze nieuwe academie was opgericht als afscheiding van een soortgelijke instelling, Pictura, en bood de gelegenheid naakten te tekenen. Veel kunstenaars, waaronder De Bruijn, waren lid van beide instellingen.

Zijn belangrijkste project was in deze jaren de voorbereiding en uitgave van zijn eerste boek, Reizen door de vermaardste Deelen van Klein Azië. In de inleiding schreef hij dat hij nauwkeurige afbeeldingen wilde bieden van de steden, dorpen en gebouwen die hij had bezocht. Hij voegde toe dat hij zonder overdrijving kon zeggen iets te hebben gedaan dat niemand eerder had gedaan.

Dat was inderdaad het geval en het resultaat was schitterend. Reizen door de vermaardste Deelen van Klein Asia telde ongeveer 400 pagina’s en bevatte maar liefst 200 afbeeldingen van allerlei monumenten, antiek en middeleeuws en eigentijds. Een publicatie van deze omvang en reikwijdte zou zelfs voor een rijke man een grote investering zijn geweest, wat Cornelis de Bruijn zeker niet was. In feite begrijpen we niet hoe hij het heeft weten te financieren. Het was een van de eerste voorintekenbare edities in Nederland, wat betekent dat mensen korting kregen als ze vooraf betaalden, en inderdaad bevat het boek een lijst van 630 voorintekenaren, maar ook dan was de investering groot.

Het netwerk

De Bruijn kreeg ook auteursrecht. Hij was de enige die dit boek mocht publiceren, en de Staten van Holland zouden iedereen beboeten die dit recht zouden schenden. Dit was zeer ongebruikelijk en suggereert dat De Bruijn uiterst invloedrijke vrienden had. De lijst met mensen voorintekenaren helpt ons deze mensen te identificeren: hovelingen en vrienden van Zijne Britse Majesteit Willem, koning van Engeland, prins van Oranje, stadhouder van Holland. Hoe nauw De Bruijns band met het hof was, blijkt uit het feit dat hij zijn eigen portret liet schilderen door de Britse hofschilder Godfrey Kneller (1646-1723).

Hoe een relatief onbekende schilder zulke uitstekende contacten kon hebben, is een raadsel. Misschien ligt het antwoord ergens in een Brits archief. Het is een verleidelijk idee dat Willem III De Bruijn heeft gebruikt om inlichtingen in te winnen, en het zou een leuk gegeven zijn voor een roman, maar bewijs is er niet.

Gisbert Cuper (Museum De Waag, Deventer)

De geleerden

Voordat het boek verscheen, ontmoette Cornelis de Bruijn Gisbert Cuper (1644-1716), de burgemeester van de stad Deventer, een toegewijd aanhanger van Willem van Oranje, en vooral een beroemd antiquariër. Hoe Cuper van De Bruijn wist, is niet bekend, maar de Nederlandse consul in Smyrna, die de schilder zo vriendelijk had ontvangen, wisselde brieven met Cuper en heeft de geleerde mogelijk over de schilder geïnformeerd. Een andere verklaring is dat Cuper vaak in Den Haag kwam (hij was lid van de Staten-Generaal) en mogelijk in zijn geboorteplaats over De Bruijn had gehoord.

Hoe het ook zij, de twee mannen ontmoetten elkaar en De Bruijn mocht een kopie maken van het schilderij dat Gerard Hofsted van Essen in 1691 in Palmyra had gemaakt. Ik noemde het in mijn vorige stukje en in een eerdere blog. Zo kon De Bruijn Palmyra toch opnemen in zijn boek.

Reizen in de belangrijkste delen van Klein-Azië verscheen in 1698 en was een spectaculair succes. Een Franse vertaling verscheen in 1700, de Engelse twee jaar later. De recensies in de Bibliotheca librorum novorum en het Journal des Savants, twee van ’s werelds eerste wetenschappelijke tijdschriften, waren enthousiast. En tenslotte bevatte de Franse editie een technische nieuwigheid: De Bruijn liet twee exemplaren drukken in kleur. Tot dan toe waren illustraties altijd met de hand ingekleurd, maar drukken in kleur was nog nooit eerder gebeurd. Opnieuw komt de vraag op hoe De Bruijn aan het geld kwam.

Nicolaes Witsen

Nicolaes Witsen

Zijn ster was rijzende. In 1699 trad hij op als bestuurder van de Accademie van de Teyken-Const in Den Haag. In het volgende jaar bezocht hij Londen, waar Godfrey Kneller zijn portret schilderde, en waar hij mogelijk andere belangrijke hovelingen heeft ontmoet. Terug in Nederland ontmoette hij Nicolaes Witsen (1641-1717), de burgemeester van Amsterdam. Witsen was ook een bekend cartograaf met een uitgebreid netwerk van belangrijke contacten in Azië. Hij stelde De Bruijn voor om nog een reis te maken, dit keer naar Rusland en Perzië.

Deze reis was van begin af aan bedoeld voor wetenschappelijk onderzoek. Het hoofddoel zou een bezoek zijn aan Isfahan en Persepolis, de hoofdsteden van het toenmalige en van het antieke Perzië. De Bruijn zou reizen met aanbevelingsbrieven, kreeg verschillende wetenschappelijke instrumenten mee en hoorde waarop hij moest letten.

Peter de Grote loopt stage (Zaandam)

Een ander doel was Rusland, waar tsaar Peter de Grote (r.1682-1725) regeerde. Hij was bevriend met Nicolaes Witsen, die in 1697 Peters beroemde stage in Zaandam had geregeld. De tsaar wilde zijn rijk moderniseren en een koopvaardijvloot bouwen, en Witsen vermoedde dat de vorst een kunstenaar nodig had om westerlingen te tomen hoe het gemoderniseerde Rusland eruit zag. Zo zouden buitenlandse investeerders geïnteresseerd kunnen zijn in het imperium.

Cornelis de Bruijn zou deze kunstenaar worden. Nadat hij zijn testament had opgemaakt, verliet hij Den Haag op 28 juli 1701. Hij was bijna vijftig jaar oud en zou zeven jaar weg blijven.

Wordt vervolgd.

#AccademieVanDeTeykenConst #antiquarisme #auteursrecht #BibliothecaLibrorumNovorum #CornelisDeBruijn #DenHaag #Deventer #GerardHofstedVanEssen #GisbertCuper #GodfreyKneller #Isfahan #NicolaesWitsen #Persepolis #PeterDeGrote #ReizenDoorDeVermaardsteDeelenVanKleinAsia #RepubliekDerZevenVerenigdeNederlanden #Rusland #StadhouderKoningWillemIII #TheodoorVanDerSchuer #Zaandam

Cornelis de Bruijn (1) Jeugd - Mainzer Beobachter

Cornelis de Bruijn (1652-1727) was een Hollandse ontdekkingsreiziger, die onder meer Egypte, Rusland en Perzië bereisde - en tekende.

Mainzer Beobachter