De Thraciërs (1)

Thracisch alssnoer uit de IJzertijd (Historisch Museum, Sofia)

De Thraciërs wisten zelf niet dat ze bestonden. “Thraciërs” was oorspronkelijk de naam die de Grieken gaven aan de bewoners van het gebied ten noorden van de Egeïsche Zee. Toen er later Griekse steden ontstonden aan de westkust van de Zwarte Zee, duidden de bewoners hun buren in het achterland eveneens aan als Thraciërs. Uiteindelijk ging het om een regio die iets groter was dan het huidige Bulgarije. Zelf hebben de mensen die daar woonden, zich nauwelijks herkend als één volk. De Griekse onderzoeker Herodotos kent de namen van een stuk of tien groepen die hij beschouwt als Thracisch, latere auteurs kennen nog meer namen.

Of die werkelijk corresponderen met de zelfaanduidingen, is maar de vraag. Het is niet plausibel dat er in historische tijden een groep bestond met de legendarische, aan Homeros ontleende naam Kikonen, terwijl ook Melinofagoi, “giersteters”, niet klinkt als een authentieke Thracische naam. Sinds de thracologie een echte wetenschap is – laten we zeggen sinds de jaren zeventig – worden meestal vier groepen aangewezen: twee ten noorden van het Balkangebergte, dat als een horizontale lijn van oost naar west door Bulgarije loopt, en twee in het zuiden. Het zijn:

  • in het noordoosten de Geten, op beide oevers van de Donau, dus ook in Roemenië;
  • in het noordwesten de Triballiërs, vanaf de Geten bezien stroomopwaarts aan de Donau, deels in Servië;
  • de Bessers in het zuidwesten, in het Rhodopegebergte, in de richting van Griekenland;
  • de Odrysen op de vlakte van de Maritsa (de antieke Hebros) in het zuidoosten, ook in Turkije.

De Thracische cultuur

Hoewel de Thraciërs dus verdeeld waren, is het nou ook weer niet zo dat er helemaal niets was dat ze verbond. Om te beginnen spraken ze dezelfde Indo-Europese taal. Of Indo-Europese talen, meervoud. Het taalkundig bewijs is erg mager. Maar toch: dankzij enkele korte inscripties, een grote hoeveelheid persoons- en plaatsnamen en zo’n tachtig notities in antieke woordenboeken is voldoende bekend om er zeker van te zijn dat het Thracisch behoorde tot de Indo-Europese familie. Zo kennen we woorden als bria, “versterking”, broutos, “bier”, midne, “huis”, en para, “voorde”. Het is te weinig om de plek van het Thracisch in de grote Indo-Europese stamboom te bepalen, maar voldoende om te bepalen dat de taal daarin hoort.

De Thraciërs deelden ook dezelfde mythen en godsdienst (de “Orfiek”) en hadden een overeenkomstige levenswijze. Ze zouden nogal krijgszuchtig zijn geweest – althans volgens de Griekse auteurs, voor wie de Thraciërs niet zelden golden als “de” barbaar par excellence. Die vooringenomenheid leidde tot vertekening. Herodotos vertelt bijvoorbeeld dat de Thracische groep die hij Trausers noemt, huilden bij de geboorte van een baby, omdat ze wisten hoeveel verdriet er is in een mensenleven, en dat ze lachten bij de dood, omdat de ellende eindelijk voorbij was. noot Herodotos, Historiën 5.4. Dit is evident omkering van de Griekse norm en dus het “scheppen” van de barbaar. De nadruk die de Griekse auteurs leggen op tatoeages en kleding van dierenhuiden (bijv. leren broeken en mutsen van vossenbont) documenteert dezelfde attitude: de Thraciër was een woesteling.

Tegelijk zijn er voldoende archeologische aanwijzingen voor meer vreedzame betrekkingen. Veel Thraciërs leefden als herders. Akkerbouwers leefden in dorpen die lange tijd geen muren of palissades hadden. In de loop der eeuwen groeide de handel met de Griekse havensteden in het zuiden en oosten: als exportproducten worden allerlei soorten metaal, pelzen en slaven genoemd. Natuurlijk was er ook handel met andere buurvolken: met de Macedoniërs en de Illyriërs in het westen, met de Skythen in het noordoosten en met het Perzische Rijk. Dat Perzische teksten de Thraciërs aanduiden als één volk, suggereert overigens dat niet alleen de Grieken overeenkomsten zagen tussen de diverse bevolkingsgroepen.

Perzische afbeelding van een Thraciër (Persepolis)

Volk zonder geschiedenis?

Kenden we hun eigen verhalen maar! De Thraciërs zijn echter “people without history”, wat wil zeggen dat er onvoldoende eigen geschreven bronnen zijn. Uiteraard hebben ze mondeling wel verhalen doorgegeven, maar die zijn voorgoed verloren. We moeten het doen met archeologische vondsten, die voor de Bronstijd en IJzertijd zelfs het enige bewijsmateriaal vormen. En hoewel archeologische vondsten nogal wat interpretatie vergen, vertellen ze wel een verhaal.

Daarnaast zijn er, zoals gezegd, de Griekse teksten. Die zijn er vanaf het moment waarop de Grieken zich op de kusten vestigden: eerst in het zuiden, aan de Egeïsche Zee, in de zevende en zesde eeuw v.Chr. ook in het oosten, aan de Zwarte Zee. Afgezien van enkele opmerkingen bij Homeros, die bijvoorbeeld de Thracische koning Rhesos in de Ilias noemt als bondgenoot van Troje, vormen vermeldingen bij vroege dichters het eerste tekstuele bewijs, en pas halverwege de vijfde eeuw v.Chr. krijgen we met twee redelijk lange passages in Herodotos’ Historiën enig bewijsmateriaal.noot Herodotos, Historiën 4.93-94 en 5.3-8.

[Wordt zo meteen vervolgd]

#Balkangebergte #barbaren #Bessers #Geten #HerodotosVanHalikarnassos #Homeros #IndoEuropeseTalen #Odrysen #Orfiek #peopleWithoutHistory #tatoeage #Thracië #Triballiërs

Le Tour du monde en 80 jours

In 1870 maakte de Amerikaanse zakenman George Francis Train een wereldreis: van New York met de in 1869 voltooide transcontinentale spoorlijn naar Californië, over de Stille Zuidzee naar Japan, en vervolgens via Singapore naar de Indische Oceaan. Door het in 1869 geopende Suezkanaal bereikte hij de Mediterrane wateren, waarna hij in Parijs verstrikt raakte in het politieke geweld na de Frans-Duitse Oorlog, gevangen werd gezet en na bemiddeling door Alexandre Dumas (père) weer op vrije voeten kwam. Uiteindelijk kon hij via Londen terugreizen naar Amerika. Afgezien van de dagen in de gevangenis legde hij zijn reis om de wereld af in precies tachtig dagen.

Hij was niet de enige wereldreiziger. Heinrich Schliemann, die later beroemd zou worden als archeoloog, had in 1864 al eens zo’n reis gemaakt. Reisbureau Cook bood vanaf 1872 reizen rond de wereld aan. Maar er waren in die jaren natuurlijk slechts twee echte wereldreizigers: Phileas Fogg en Passepartout reisden van 2 oktober en 21 december 1872, zoals iedereen weet, in tachtig dagen om de wereld, plus één dag in de gevangenis. En Jules Verne heeft van hun denkbeeldige avonturen een geweldige roman gemaakt, die ik onlangs heb herlezen. Verne is de ideale auteur om je Frans op peil te houden.

Er is veel te prijzen aan Le tour du monde en 80 jours, of, zoals we in onze taal gewoonlijk zeggen, De reis om de wereld in tachtig dagen. Om te beginnen natuurlijk de geweldige plot, met een achtervolgende agent en de briljante ontknoping. Verne heeft ook twee verrukkelijke hoofdpersonages geschapen: de exuberante Passepartout, die een open boek is, en de flegmatieke en mysterieuze Fogg, wiens naam een woordspeling is op het Engelse woord voor mist. Hij combineert het ridderlijke traditionalisme van de gentleman met het toekomstgerichte optimisme van de wetenschap – als zo iemand niet inspirerend is, weet ik het ook niet meer. (De manier waarop David Niven het personage in de met Oscars overladen verfilming neerzet, als een autist, mist mijns inziens de essentie.)

En Jules Verne heeft een kwaliteit die in elk geval mij steeds aanspreekt: als alwetende verteller geeft hij voortdurend aanvullende informatie, zodat je als lezer weet dat je in goede handen bent. (Om deze reden lees ik ook graag Homeros of Dante. Ze weten gewoon alles.) En Verne neemt je serieus. Hij spreekt je aan alsof je dingen weet, zelfs als dat redelijkerwijs niet waar is. Educatie is immers mensen nét boven hun niveau aanspreken.

En natuurlijk: ja, dit is een boek uit 1872. Het vrouwelijke personage, Aouda, komt niet echt uit de verf. Ze dient vooral om de ridderlijkheid van de twee helden te laten uitkomen en om te zorgen voor een gelukkig einde. Zijzelf brengt de plot niet verder. Voordat het op zijn laatste benen lopende genre “bekend verhaal vanuit vrouwelijk perspectief opnieuw verteld” een cliché is, moet snel eens iemand De reis om de wereld in tachtig dagen eens vertellen vanuit het perspectief van Aouda. Vernes stof is spectaculair genoeg om opnieuw over te lezen en een Indiase Parsi ontbreekt nog in de Nederlandse letteren.

En ja, in dit boek uit 1872 dienen de exotische decors om het vernuft van enkele witte heren te laten uitkomen. Soms moet ik constateren dat Jules Verne weinig respect had voor niet-Europese volken, zoals wanneer we wel de naam vernemen van een olifant maar niet die van de mahout. Tegelijk is het vernuft van de Europese gentleman en diens valet universeel. Verne beweert nergens dat uitsluitend westerlingen zo goed in staat zijn zo veel moeilijkheden te overwinnen.

Kortom, een tof boek. Gewoon te lezen op Gallica. Aanrader. Wie dit niet leest is gek. En ook al is David Niven de verkeerde acteur, die speelfilm is eigenlijk ook best te pruimen.

#AlexandreDumas #DanteAlighieri #DavidNiven #HeinrichSchliemann #Homeros #JulesVerne

De Kimmeriërs

Kimmerische of Skythische pijlpunten (Nationaal Museum van Armenië, Yerevan)

De Kimmeriërs, die zijn interessant! En dat is natuurlijk omdat het bewijsmateriaal enerzijds gevarieerd is, zodat allerlei specialisten erbij komen kijken, maar anderzijds tekortschiet, zodat er geen consensus kan ontstaan. Kortom: een fijne puzzel.

Dode Kimmeriërs

Eerste bewijsmateriaal: Griekse poëzie. In de Odyssee vertelt Homeros dat Odysseus, ergens in het verre verre westen, de rand bereikt van de Okeanos, waar de stad en het land van de Kimmeriërs zich bevinden. De zon schijnt er niet, de gebieden zijn eeuwig gehuld in mist en nevel, en “steeds hangt de heilloze nacht om de diep ongelukkige mensen”.noot Homeros, Odyssee 11.14ff. Als dit u doet denken aan het dodenrijk, dan zit u goed, want niet veel later brengt Odysseus inderdaad een bezoek aan die naargeestige plek.

De Kimmeriërs zijn dus westelijke stedelingen en nogal dood, of iets dat erop lijkt. Dat is voor ons ietwat lastig, aangezien alle andere bewijs suggereert dat het gaat om noordelijke nomaden die nogal in leven zijn.

Nomaden in Anatolië

Het tweede bewijsmateriaal bestaat uit de teksten uit Mesopotamië. Diverse teksten uit Assyrië vermelden mobiele groepen die onrust veroorzaken in de noordelijke grensgebieden. Deze Kimmeriërs lijken in de achtste eeuw over de Kaukasus zuidwaarts te zijn getrokken, en bedreigden daar het koninkrijk Urartu (een oude naam voor Armenië). Koning Rusa I rukte tegen hen op, maar werd verslagen. Daarna trokken de Kimmeriërs Urartu binnen, dat ze plunderden tot aan het Urmia-meer.

Later trokken de Kimmeriërs – of een groep Kimmeriërs – westwaarts, waar ze in 710/709 Frygië bedreigden. Koning Mit-ta-a, die u vermoedelijk kent onder de naam Midas,noot Mogelijk is Midas een vorstelijke titel geweest. zag zich genoodzaakt bij de Assyrische koning Sargon II hulp te vragen, maar dat belette de Kimmerische inval niet. Mit-ta-a pleegde in 696 of 695 zelfmoord na een verloren veldslag. Over Frygië horen we daarna weinig meer; de nieuwe macht in Anatolië zou het meer westelijk gelegen Lydië zijn. Wellicht vestigden groepen Kimmeriërs zich op de Frygische hoogvlakte, waar nog altijd nomaden heen en weer trekken.

De Frygische hoogvlakte

Kimmeriërs in Mesopotamië

De Assyrische kronieken vermelden de Kimmeriërs nog vaker. In 679 werd een leider genaamd Teušpa samen met zijn mannen belegerd in een stad genaamd Hubušnu. Later lezen we over Kimmeriërs in de buurt van Ellipi, in Medië en in Elam, vér in het zuiden. De Assyriërs hadden blijkbaar veel tijd nodig om orde op zaken te stellen.

Er zijn speculaties, en ze zijn niet zonder aanwijzingen in de bronnen, dat ontevreden groepen in het Assyrische Rijk samenwerkten met de Kimmeriërs, of in hun aanwezigheid kansen zagen voor het bevorderen van hun eigen agenda. Omdat de Assyrische bronnen na het midden van de zevende eeuw schaarser worden, is op dit punt meer onduidelijkheid dan we zouden willen.

Het westen

Terug naar de groep of groepen in Anatolië. Frygië was ten einde gekomen, Lydië was ontstaan en kreeg te maken met Kimmerische strooptochten. De Lydische koning Gyges wist de eerste aanval af te slaan, maar sneuvelde in 644. Later plunderden de Kimmeriërs ook enkele Griekse steden in Klein-Azië. Uiteindelijk wist koning Alyattes, die u moet plaatsen tussen pakweg 600 en 560 v.Chr., een einde te maken aan deze dreiging.

Archeologie

Archeologen hebben weer ander bewijs. Zij associëren de Kimmeriërs met de zogeheten Chernogorovka-Novocherkassk-cultuur,noot Wie verzint toch zulke namen? die tussen 900 en 650 heeft bestaan op de vlakten tussen de rivieren Prut en Don. Dus zeg maar in Oekraïne, met uitlopers naar Bulgarije. Deze mensen werden vaak begraven met bogen, zwaard en speer, wat suggereert dat ze vochten als bereden boogschutters. Hun kostbaarste bezit bestond uit runderen, waarmee ze als nomaden zwierven over de vlakten.

En nu is het interessant dat Aristeas van Prokonessos – ik noemde hem al eens omdat hij voldoet aan het profiel van een sjamaan – vertelt dat de Skythen de Kimmeriërs hebben verdreven uit Oekraïne. Als dit waar is, zouden we kunnen vermoeden dat de Kimmeriërs op drift zijn geraakt, zuidwaarts over de Kaukasus zijn gegaan en daarvandaan naar Anatolië en Mesopotamië. Het probleem met deze theorie is dat er weinig voorwerpen van de Chernogorovka-Novocherkassk-cultuur zijn gevonden bezuiden de Kaukasus.

Maar ook dat is weer problematisch, want eigenlijk lijken al die steppenomaden nogal op elkaar. Ik zou althans niet goed weten wat het verschil is tussen een Kimmerische en een Skythische pijlpunt. Kortom, het tekstuele en archeologische bewijs is asymmetrisch. Zelf zou ik overigens sowieso liever denken aan “de steppenomaden”, zonder al te specifieke etnische etiketten te willen plakken.

En tot slot: er zijn theorieën dat de auteur van de Odyssee kennis had genomen van een vroeg verhaal over de Argonauten, dat dit verhaal al was gelokaliseerd in Kolchis (het huidige Georgië), en dat de beschrijving van het dodenrijk is geïnspireerd door een groep Kimmeriërs in die regio. Het onvermogen te accepteren dat we inconsistente en dus onvoldoende informatie hebben, lijkt de vader van deze vader van deze gedachte. On n’a pas besoin de cette hypothèse-là.

#Alyattes #AristeasVanProkonessos #ChernogorovkaNovocherkasskCultuur #dodenrijk #Frygië #Gyges #Homeros #Kaukasus #Kimmeriërs #Kolchis #Lydië #Medië #nomadisme #Oekraïne #RusaI #SargonII #Skythen #Turkije #Urartu

Overgeleverde teksten

Een kopiist voltooit zijn werk

De discussie ging over het doorgeven van antieke verhalen. Het ligt voor de hand dat die veranderden toen ze nog mondeling waren. U kent vast wel het kleuterschoolspelletje waarbij de kinderen in een kring zitten, het eerste kind het tweede kind iets in het oor fluistert dat die moet doorfluisteren aan het volgende kind, en dat als het bericht de kring rond is gegaan, er een totaal andere boodschap is. Doorgegeven verhalen veranderen bovendien ook als ze op schrift staan. Waren er, opperde een van de discussianten, niet ook aanpassingen gedaan aan de Bijbel?

Mondeling overgeleverde teksten

Eerst even iets over dat mondelinge doorgeven. Ik speelde net vals door het te vergelijken met dat kleuterspelletje. Men had destijds namelijk een manier om de informatie accuraat door te geven: poëzie. Alliteratie, ritme en rijm helpen goed om een korte boodschap intact te houden. De Latijnse bezweringsformule pastores pecuaque salva servassis, “herders en vee, bescherm ze”, gaat terug tot het Proto-Indo-Europees en is een millennium of drie mondeling doorgegeven. Daarbij zijn wat aanpassingen gedaan aan de taal, maar het allittererende zinnetje zelf bleef bewaard.

Een ander voorbeeld: als de plot maar goed is, gaat een verhaal ook lang mee. Dat denken we althans en het klinkt plausibel. Het sprookje van Sjaak en de Bonenstaak is met zekerheid oer-, oeroud (lees maar hier). Het probleem met deze redenering is echter dat we niet weten welke verhalen verloren zijn gegaan. Misschien hadden die wel een veel sterkere plot. En trouwens, wat is dat eigenlijk, een sterke plot? Kortom, mondelinge tradities zijn niet helemáál onbetrouwbaar, maar eigenlijk hebben we er niet voldoende vat op.

Geschreven overgeleverde teksten

Als informatie eenmaal op schrift staat, kunnen we wel zien hoe ze wordt doorgegeven. En inderdaad, er zijn aanpassingen. Omdat de discussie de Bijbel noemde, haal ik daar een voorbeeld uit:

De Heer zette David tegen het volk op met de woorden: “Ga in Israël en Juda een volkstelling houden.”noot 2 Samuël 24.1; NBV21.

David doet keurig wat hem wordt opgedragen en wordt vervolgens bestraft. Voor de auteur van dit verhaal was dat geen probleem: God is te groot voor de menselijke criteria voor goed en kwaad. Een paar eeuwen later was men daar anders over gaan denken. De auteur van Kronieken past het verhaal aan:

Satan keerde zich tegen Israël en zette David ertoe aan in Israël een volkstelling te houden.noot 1 Kronieken 21.1; NBV21.

Wie nog meer bewerking zoekt, kan Genesis leggen naast Kronieken naast de apocriefe Henochitische literatuur, het Genesis-apocryphon, en Jubileeën, het Boek der reuzen en het Boek van Noach. Ik meen dat het Emanuel Tov, een van de grote kenners van de Dode-Zee-rollen, was die voor dit genre de term “reworked scripture” bedacht. Het simpele punt is: dit was een voorindustriële samenleving, waarin informatie schaars was en hoog werd aangeslagen. Men vond het om die reden belangrijker mensen juist te informeren dan de bedoeling van de auteur correct weer te geven. Men voelde zich daarom vrij de tekst te verbeteren als de opsteller zich, naar de nieuwere inzichten, had vergist. Dat op die manier juist verkeerde informatie kon ontstaan, is ons probleem, niet het hunne.

Zo moeten we ook kijken naar – ik noem eens wat – de antieke wetenschappelijke uitgaven van de homerische poëzie. Niemand bekreunde zich om de dichter zelf, het ging erom een goed gedicht te maken. Ander voorbeeld: de codificatie van het Romeins Recht door keizer Justinianus, waarin alle geldbedragen mechanisch werden aangepast aan de in zijn tijd gangbare valuta.

Hoe erg is dit alles?

Voor ons is dit allemaal wat onhandig, want wij vinden het wel belangrijk te weten wat de precieze woorden van deze of gene auteur zijn. Als er van een bepaalde tekst maar één handschrift is, zullen we nooit weten of er mee is gerommeld. Daarvoor is immers vergelijkingsmateriaal nodig.

Toch zijn er een paar hoopvolle tekenen. Een daarvan is dat we van redelijk wat teksten middeleeuwse kopieën hebben én antieke papyri, en dan blijkt de wildgroei toch niet zo groot te zijn. Een schrijffoutje hier of daar, dat wel, maar als er een standaardtekst was, werd die redelijk nauwkeurig doorgegeven. Niettemin: het blijft een punt van aandacht.

#2Samuël #BoekDerReuzen #BoekVanNoach #DodeZeeRollen #EmanuelTov #GenesisApocryphon #HenochitischeLiteratuur #Homeros #Jubileeën #Justinianus #koningDavid #Kronieken #mondelingeLiteratuur #poëzie #ProtoIndoEuropees #ReworkedScripture #Satan #SjaakEnDeBonenstaak

Proto-Indo-Europees in de Breestraat - Mainzer Beobachter

Het Proto-Indo-Europees is de moeder van bijna alle Europese talen. De ontdekking is een enorme geesteswetenschappelijke triomf.

Mainzer Beobachter
Fick lyssna nästan en hel timme på min idol ikväll. #theodorkallifatides #Kulturhusetstadsteatern #homeros

Gilgameš en Achilleus

Achilleus en Patroklos (Altes Museum, Berlijn)

Ik heb vaker verteld dat er nogal wat overeenkomsten zijn tussen de diverse mythen, sagen en sprookjes. De grote vis van Sindbad de Zeeman is die van Sint-Brandaan; de voor zijn zonden gestrafte plek kan de stad Sodom zijn maar ook het klooster in het Solse Gat of het dorp van Filemon en Baukis. Zulke overeenkomsten zijn er. Om het tot heldenverhalen te beperken: het overzicht van Jan de Vries is oud maar nog altijd handig. Voor verhalen in het algemeen is er de Aarne-Thompson-Uther Index, die ik onder andere hier beschreef.

Een deel van de verklaring tussen de overeenkomsten zal zijn gelegen in de menselijke psyche: ik wil aannemen dat mannen uit alle culturen draken willen doden & prinsessen bevrijden. Ook zijn er migranten die verhalen meenemen, zoals Sjaak en de Bonenstaak. En verder springen verhaalmotieven sowieso over van de ene naar de andere cultuur. Zo kan het gebeuren dat de Olympische Spelen het een en ander gemeen hebben met het verhaal over de lijkspelen die Gilgameš voor Enkidu organiseerde.

Gilgameš en Achilleus

Ook de parallellen tussen Gilgameš en Achilleus zijn intrigerend. Het zijn beide krachtpatsers, zoals ook Simson, Cúchulainn, Rostam, Beowulf, Herakles en Siegfried. De mannetjesputter is een standaardtype, dat voortleeft in Spiderman, Wonder Woman, Batman, Jerom en The Bride.

Er zijn meer gelijkenissen. Gilgameš en Achilleus zijn halfgoden: de Griek is een zoon van de godin Thetis, de Mesopotamiër is zelfs voor tweederde goddelijk. Dit is inherent aan het krachtpatsertype, zie het overzicht van De Vries nog even. Een andere gelijkenis tussen Gilgameš en Achilleus, eveneens behorend tot het standaardrepertoire, is dat ze een vriend hebben, Enkidu en Patroklos. Parallellen te over natuurlijk: David en Jonathan, Herakles en Iolaos, Asterix en Obelix.

Specifieker is dat de verhalen over Gilgameš en Achilleus ook thematisch overeenstemmen. Immers, beide helden verliezen hun vriend, en deze confrontatie met de eindigheid van het leven leidt tot inzicht. Dit is minder algemeen, al komt het Nibelungenlied natuurlijk pas op gang als Kriemhild haar partner Siegfried verliest, waarna we wachten op de mokerslag van de slotregel. De overeenkomst met het Nibelungenlied is overigens niet helemaal zuiver, want het literair knappe is vanzelfsprekend dat het inzicht wél de lezer maar niet Kriemhild bereikt.

Er zijn meer overeenkomsten tussen Gilgameš en Achilleus, en ik heb er voor dit blogje nog even naar gekeken, maar ik voor mij vind ze zelden overtuigend. Eén voorbeeld is dat Homeros een mooie vergelijking inlast waarin hij Achilleus’ rouwbeklag vergelijkt met het gebrul van een leeuw, en dat de redacteur van het Epos van Gilgameš iets soortgelijks schrijft. Tja. Zoveel vergelijkingsmateriaal stond dichters nou ook weet niet ter beschikking. Los daarvan: een leeuwenbeeldspraak ligt voor de hand als je het hebt over een held van het krachtpatsertype.

Kortom, de parallellen tussen Gilgameš en Achilleus zijn nogal standaard of nogal voor de hand liggend. Ze zijn er omdat ze er, heldenverhalen zijnde heldenverhalen, altijd zijn. Alleen het feit dat ze niet alleen hun vriend verliezen maar daardoor ook komen tot inzicht, is werkelijk opvallend. Je zou iets specifiekers willen hebben om te bewijzen dat een van de twee dichters bekend was met het – ongetwijfeld mondeling doorgegeven – werk van de ver weg wonende collega of iets soortgelijks.

Criteria

Begrijp me niet verkeerd: de overeenkomsten zijn er. Ik veronderstel dat Sin-leqi-unnini (zoals de redacteur van het Epos van Gilgameš heet) informatie heeft geput uit dezelfde zee van verhalen waaruit Homeros putte. Het zou dus vooral vreemd zijn geweest als er tussen de twee krachtpatsers géén overeenkomsten waren. Dat is de basis. Er kan daarenboven ook beïnvloeding zijn geweest: de oostelijke tekst, of iets dat erop leek, is op een of andere manier bekend geweest in het westen. Of andersom, want niets weerhoudt ons van de aanname dat de Babyloniër een Mykeens verhaal heeft gehoord.

Maar je zult zoiets moeten bewijzen. Minimaal moet je vaststellen dat er culturele contacten zijn geweest. (Dat is in dit geval overigens niet moeilijk.) Maar er zijn veel, veel meer criteria nodig. Dit is des te urgenter nu de hermeneutische buitengrens is weggevallen. Het denken daarover is, zoals de trouwe lezers van deze blog weten, het wezen van de DNA-revolutie. En ik vrees dat de oudheidkunde te weinig generalisten heeft om er echt werk van te maken.

#Achilleus #Batman #DNARevolutie #Enkidu #EposVanGilgameš #Gilgameš #Herakles #hermeneutischeBuitengrens #Homeros #Ilias #Kriemhild #leeuw #mondelingeLiteratuur #Patroklos #Siegfried #SinLeqiUnnini #Spiderman #Thetis

Mondelinge literatuur - Mainzer Beobachter

De DNA-revolutie plaatst de mondelinge literatuur centraal omdat de hermeneutische buitengrens in feite is verdwenen.

Mainzer Beobachter

De waarde van mythen

Afdruk van een zegel met een scène uit een van de mythen van Mesopotamië (Louvre, Parijs)

Ergens in de zesde eeuw v.Chr. begonnen de mensen te twijfelen aan de goden. Misschien deden ze dat eerder ook, maar daarover hebben we geen geschreven bronnen. Een joodse auteur haalde uit naar “goden van zilver en goud, gemaakt door mensenhanden”, die weliswaar een mond en ogen hadden maar niet konden spreken of zien.noot Psalm 115.4-5. Een van zijn tijdgenoten, de Griek Xenofanes, constateerde dat de Ethiopische goden platte neuzen hadden en een zwarte huid, terwijl de Thraciërs zeiden dat hun goden blauwe ogen en rood haar hadden. Als dieren zouden kunnen tekenen, insinueerde Xenofanes, zagen hun goden eruit als runderen, paarden of leeuwen.noot Xenofanes, fragment 16. Een derde tijdgenoot, Pythagoras, beweerde dat de dichters Homeros en Hesiodos in de Onderwereld werden bestraft omdat ze feitenvrije verhaaltjes over het goddelijke hadden opgehangen.noot Vgl. Diogenes Laertios, Levens van de filosofen 8.21.

Rationalisering

Tja, die verhaaltjes. De mensen hielden van hun mythen, maar het was waar: die aloude vertellingen waren wel erg vreemd. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos toonde een manier om er desondanks mee verder te gaan: sommige mythen vielen te lezen als beschrijvingen van de natuur. Ik heb op deze blog al eens verteld dat hij een mythe over Poseidon als schepper van het Tempe-ravijn combineerde met het feit dat deze godheid “aardschokker” werd genoemd, en dat Herodotos redeneerde dat de mythe ging over een aardbeving.noot Herodotos, Historiën 7.129. Deze manier om mythen te lezen is in de achttiende eeuw in West-Europa weer opgepakt, en je hoort nog weleens beweren dat mythen dienden om de natuur te verklaren.

Allegorese was een andere manier om de oude verhalen te rationaliseren. De goden in de homerische epen volgden een gedragscode die latere generaties niet deelden, maar men wilde de poëzie niet terzijde schuiven als betekenisloos. Daarom nam men aan dat er een diepere betekenis moest zijn dan de letterlijke. De beroemde scène uit de Odyssee waarin de liefdesgodin Afrodite haar man Hefaistos bedriegt met de oorlogsgod Ares, viel dan te lezen als een verhaal over de twee tegengestelde principes die het universum zouden beheersen: aantrekking en conflict.noot Homeros, Odyssee 8.266-369. Een vroegchristelijke auteur las het joodse verbod op het eten van varkensvlees als een gebod je niet als varken te gedragen.noot Brief van Barnabas 10.3-11. Het is niet moeilijk te zien dat het sprookje van Amor en Psyche, “liefde en ziel”, is ontworpen om allegorisch te lezen.

Een derde benadering was het euhemerisme waarover ik al eerder blogde. Het komt erop neer dat mythen worden uitgelegd alsof ze gaan over verdienstelijke koningen, die als weldoeners optraden voor de mensheid. Die verleende hun eerbewijzen en ging daarmee door na hun dood, en zo zou religie zijn ontstaan. In een wereld waarin men een Alexander de Grote of een Romeinse keizer goddelijke eerbewijzen toekende, was dit zo vreemd niet.

Moet je mythen wel rationaliseren?

Ik behandel deze materie in mijn eind januari te verschijnen boek over Filon van Byblos, Goden en halfgoden. En terwijl ik ermee bezig was, begon ik woorden te vinden voor een ergernis die ik al jaren voel bij de navertellingen van antieke mythen. Niet zelden zit daar een element van rationalisering in. Mijn punt is: waarom? Waarom moeten we de mythen, die nooit bedoeld zijn geweest om uitgelegd te worden, voorzien van een interpretatie?

Begrijp me niet verkeerd: elke vertaling is al uitleg. In mijn stukje over Herakles heb ik het ook gedaan. Eigenlijk is heel ons kennen interpretatie. Maar waarom zou je daar verder mee gaan en bijvoorbeeld aan het verhaal over de roof van Persefone toevoegen dat het feitelijk gaat over seizoenwisseling?

De gedachte die bij me opkwam – of beter: de woorden die ik vond voor een al eerder gevoelde ergernis – is of we zo niet het kind weggooien met het badwater. Nogal wat mythen – niet allemaal, zie Amor en Psyche – zijn helemaal niet bedoeld om te worden gerationaliseerd, noch natuurwetenschappelijk noch allegorisch noch euhemerisch noch anders. Deze verhalen zijn, om zo te zeggen, voor-rationeel. Ze documenteren een antiek proces van vrije associatie. Psychologen gebruiken dat om de denkwijzen van hun cliënten te doorgronden. En is de waarde van mythen niet dat wij, levend in een meer rationele tijd, via onuitgelegde verhalen contact maken met een vergeten, voor-rationele denkwijze?

Ik weet niet of het zo is. Maar tijdens het schrijven aan Goden en halfgoden speelde deze gedachte meer dan eens door mijn hoofd. Ik vond een manier om een oud gevoel van onbehagen te verwoorden. Wat mij betreft is het boek dus al geslaagd en ik hoop dat u dat straks ook zo zult vinden. Maar dan moet u het wel eerste lezen en dus bestellen.

#Afrodite #allegorese #AmorEnPsyche #Ares #euhemerisme #Euhemeros #GodenEnHalfgoden #Hefaistos #HerodotosVanHalikarnassos #Hesiodos #Homeros #mythologie #Persefone #Poseidon #Pythagoras #Tempe #varken #Xenofanes

Lycië in de Bronstijd

De rotsachtige kust van Lycië

De zuidgrens van het huidige Turkije wordt gedomineerd door een enorme bergketen, de Taurus. De Afrikaanse tektonische plaat botst hier tegen de Euraziatische plaat. Hoewel er kustvlaktes zijn, zoals Cilicië en Pamfylië, rijzen de bergen op veel plaatsen bijna meteen op uit de Middellandse Zee, waardoor het land weinig toegankelijk is en de rotskust gevaarlijk. Een van de beruchtste kusten was Lycië, in het zuidwesten (landkaart).

Lukka

De /c/ in Lycië danken we aan het Latijn, dat zo de /k/ weergaf. Ik blogde al eens over de laatantieke klankverandering. Maar je sprak het dus uit als Lukia, en zo heet het gebied dan ook in de oudste, Hittitische bronnen: Lukka. Die bronnen noemen nooit vorsten en er zijn ook geen staatsverdragen bekend, wat suggereert dat de Bronstijd-Lyciërs niet waren georganiseerd als koninkrijk. Dat wordt bevestigd door het feit dat monumentale architectuur ontbreekt: er was geen staatsapparaat. De mensen leefden als nomaden in een stamsamenleving.

Officieel was Lukka onderworpen aan de grote koning in Hattusa, maar even vaak lezen we over Lukka-mensen als tegenstanders. Ze worden evneens genoemd als piraten, ook in de Egyptische bronnen over de Zeevolken.

Homeros

In Homeros’ Ilias, die door latere Grieken werd opgevat als beschrijving van gebeurtenissen uit de dertiende eeuw v.Chr., heten de Lycische commandanten Glaukos en Sarpedon. De laatste was een zoon van Zeus en Europa en een broer van koning Minos van Kreta, die hem in ballingschap zou hebben gestuurd. Dit oude verhaal werd door latere generaties uitgelegd als bewijs dat de Lyciërs oorspronkelijk Kretenzers waren.

Bellerofon en Pegasos (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

De Ilias bevat nog een ander verhaal over het vroegste Lycië: het gaat over Bellerofon, die de monsterlijke Chimaira bestreed. Het is een traditioneel drakendoderssprookje, geassocieerd met een gasbron in het oosten van de regio. Vermoedelijk gaat het verhaal uit de Ilias terug op een veel oudere mythe, maar in de klassieke tijd gold de Korinthische afkomst van Bellerofon als bewijs voor een Griekse oorsprong van de Lyciërs. Kortom: Homeros gold als bewijs voor een herkomst uit zowel Kreta als Korinthe, en in beide gevallen waren de Lyciërs verwant met de Grieken.

De gasbron Chimaira

Luwisch en Lycisch

Hun taal, bekend uit ongeveer 200 teksten uit de vijfde en vierde eeuw, suggereert iets anders. Die stamt af van het Luwisch, de dominante taal in het westen van Anatolië in de Bronstijd. Zo heet de Luwische stormgod Tarkhunt in het Lycisch Trqqas; hij zou nog met Zeus worden geïdentificeerd. Een ander voorbeeld van Luwisch-Lycische religieuze continuïteit is de cultus van de “moeder van de goden”, die in klassieke bronnen bekendstaat als Leto, de moeder van Apollo en Artemis.

[wordt vervolgd]

#Bellerofon #Chimaira #Glaukos #Hittieten #Homeros #Ilias #Leto #LuwischeTalen #Lycië #Minos #Sarpedon #tektonischePlaat

Een Griekse "warrior burial" was, zoals de naam al aangeeft, een krijgersgraf uit de Vroege IJzertijd. Soms lijkt het alsof #Homeros zulke graven beschrijft; soms lijkt het ook alsof men mensen à la Homeros begroef.

https://mainzerbeobachter.com/2024/05/07/een-warrior-burial-uit-kreta/

Een “warrior burial” uit Kreta - Mainzer Beobachter

Een “warrior burial” uit Kreta

Mainzer Beobachter
Bayraklı'da Edebiyatın Yıldızları Parladı! Homeros Ödülleri Sahiplerini Buldu

Bayraklı Belediyesi'nin düzenlediği 2. Uluslararası Homeros Edebiyat/Sanat Festivali muhteşem bir finalle sona erdi. Festivalin son gününde, Homeros ödülleri sahiplerini buldu. Ödül törenine sanatın ve edebiyatın önemli isimleri katıldı. İşte detaylar.

İzmir Güncel - Son Dakika Haberleri | Gazete Yenigün