De slag bij Kadesh (4)

Hittitisch-Egyptisch verdraag (Archeologisch museum van Istanbul)

[Laatste van vier blogjes over de Egyptisch-Hittitische Oorlog in Syrië, maar er is nog een PS. Het eerste was hier.]

De strijd bij Kadesh was begonnen toen Hittitische strijdwagens de Orontes waren overgestoken, de Egyptische Ra-divisie in de flank hadden aangevallen en waren afgebogen naar het kamp van de Egyptische Amon-divisie, waar farao Ramses II zich bevond.

De strijd om het kamp

Zoals ik in het vorige blogje aangaf, kan het aantal Hittitische strijdwagens dat door de Ra-divisie heen brak, nooit groot zijn geweest, en toen die wagens aankwamen bij het Egyptische kamp, kon Ramses snel instructies geven voor een tegenaanval. In zijn eigen verslag beweert de Egyptische koning weliswaar dat er geen officier, geen wagenmenner, geen soldaat, geen schilddrager meer bij hem was, maar dat is onzin. Tegenover hooguit enkele honderden zware strijdwagens zette hij evenveel snellere strijdwagens en duizenden infanteristen. De Hittieten werden bedolven onder een regen van pijlen en hadden geen schijn van kans.

Het lijkt erop dat Muwatalli, de Hittitische koning, heeft geweten hoe zijn strijdwagens in de problemen waren gekomen. Hij moest op een of andere manier interveniëren: was het niet om alsnog de Egyptenaren te verslaan in een veldslag die hij niet op deze manier had gepland, dan was het wel om de Egyptenaren te dwingen hun aandacht te verdelen, zodat de strijdwagens een kans kregen terug te keren. Hij zond dus troepen uit Aleppo en Karchemiš, die deel uitmaakten van het Hittitische leger, naar het Egyptische kamp.

Voor een moment leek het alsof de Hittitische versterkingen de Egyptenaren in de problemen zouden brengen, maar korte tijd later arriveerden vanuit het westen de Ne’arin. Zoals ik al aangaf, weten we niet wat deze “jonge mannen” van onderdeel waren, maar hun aankomst deed de balans definitief doorslaan in het voordeel van de Egyptenaren. De Hittieten moesten zich terugtrekken naar de oostelijke oever van de Orontes; de mannen die op de strijdwagens waren vervoerd, stegen af en probeerden zwemmend aan de overzijde te komen, bestookt door de Egyptische boogschutters, die in alle rust konden prijsschieten.

Het gevecht in de rivier, zoals afgebeeld in het Ramesseum (klik=groot)

Naspel

Het gevecht was voorbij, maar zoals wel vaker is het maar de vraag wie had gewonnen. Ramses had in elk geval een tactische overwinning behaald: de Hittitische aanval was afgeslagen en het vijandelijke leger had aanzienlijke schade geleden. In de Egyptische propaganda gold de slag bij Kadesh dan ook als een overwinning zonder weerga. Wat er niet bij staat is dat het operationele doel, de inname van Kadesh, niet was gehaald. Nu twee van zijn divisies verliezen hadden geleden, kon Ramses de door de Hittieten versterkte stad niet langer belegeren en restte slechts de aftocht richting Damascus.

Dat wil niet zeggen dat Muwatalli de slag had gewonnen. Hij was er bepaald niet in geslaagd Ramses voor eens en altijd diets te maken wie de baas was. Hij liet zijn broer Hattusili, de latere koning, achter om de regio te verdedigen. De strijd om Syrië golfde nog enkele jaren op en neer, waarbij de Hittieten wat vaker in het voordeel waren dan de Egyptenaren. Feitelijk hadden beide partijen echter dezelfde les geleerd: men kon het eigen leger veilig inzetten tegen vazalkoningen, maar de confrontatie met een supermacht was een ander paar mouwen.

Wat geen van beide partijen wilde, was dat er een derde supermacht zou opstaan. Maar dat was wel wat gebeurde: de Assyriërs dienden zich aan. Bovendien moest Hattusili III, die inmiddels Muwatalli was opgevolgd, zich te weer stellen in een conflict met een neef. In het eenentwintigste regeringsjaar van Ramses en het veertiende jaar van Hattusili, wellicht 1259 v.Chr., kwam het dus tot een vredesverdrag. We bezitten beide versies van de tekst, die op slechts één punt verschillen: de Egyptische versie zegt dat dat Hittieten om vrede verzochten, terwijl de Hittitische versie het omgekeerde beweert.

[Appendix volgt]

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

Zelfde tijdvak


Andronovo

augustus 27, 2015
Astarte

januari 7, 2016
De slag bij Kadesh (1)

december 24, 2025 Deel dit: #Aleppo #HattusiliIII #Hittieten #Karchemiš #krijgsgeschiedenis #LateBronstijd #MuwatalliII #Orontes #RamsesII #slagBijKadesh #Syrië

De slag bij Kadesh (3)

Kadesh

[Derde van vier à vijf blogjes over de Egyptisch-Hittitische Oorlog in Syrië. Het eerste was hier.]

Farao Ramses II wilde de Egyptische invloed op de Syrische vazalkoningen vergroten, en had in Amurru al enig succes gehad. De Hittitische koning Muwatalli II had alle reden om verdere Egyptische expansie te beletten en trok daarom zuidwaarts. Behalve het leger dat hij had meegenomen uit zijn hoofdstad Hattusa, waren er contingenten uit Anatolische en Syrische steden en streken. Eén daarvan wordt in een Egyptische tekst aangeduid als Drdny, een groep die we ook kennen als een van de Zeevolken. Deze naam wordt wel gevocaliseerd als Dardanoi, wat in de Ilias de koninklijke familie is van Troje. Nee, ik beweer niet dat er bewijs is dat een Priamos, een Hektor of een Alexandros aanwezig is geweest in Kadesh, maar wel dat denkbaar is dat we hier twee echo’s horen van dezelfde naam uit dertiende-eeuws Noordwest-Anatolië.

Muwatalli’s krijgsplan

Hoe dat ook zij, Muwatalli bezette Kadesh, waar hij een Egyptische aanval verwachtte. Misschien verwachtte hij die vanuit Amurru in het westen, langs de Nahr al-Kabir, waar inderdaad de Egyptische Ne’arin waren geland. Misschien was Muwatalli’s krijgsplan dat hij wachtte tot het vijandelijke leger was samengetrokken, zodat in één groot, beslissend gevecht kon worden afgerekend met de vijand. Die zou dan weten dat de Hittitische legers oppermachtig waren. Hij bezette alvast de oostelijke oever van de Orontes, zodat de Egyptische troepen zich konden opstellen op de westelijke oever.

De slag bij Kadesh (klik=groot)

Deze reconstructie van het krijgsplan is plausibel, maar is wel gebaseerd op de aanname dat de Hittieten steeds dezelfde aanpak hadden: de vijand naar open terrein brengen, waar het superieure Hittitische leger altijd in het voordeel zou zijn. Die strijdwijze kan best hebben bestaan, maar doorgaans streden de Hittieten tegen stadstaatjes en niet tegen een gelijkwaardige vijand, zoals Egypte. De reconstructie veronderstelt bovendien dat men het in de Late Bronstijd onrechtvaardig vonden een vijand onverhoeds aan te vallen, wat ons wat vreemd in de oren klinkt, maar de toenmalige vorsten hadden de gewoonte oorlogsverklaringen nauwgezet te rechtvaardigen, wat suggereert dat ze oorlog opvatten als iets dat zich diende te voltrekken volgens recht en regels. Mocht deze reconstructie van Muwatalli’s krijgsplan correct zijn, en dat weten we dus niet zeker, dan was de slag bij Kadesh niet de veldslag die hij en Ramses hadden voorbereid.

Contact

Ramses’ hoofdmacht arriveerde niet vanuit het westen, maar vanuit het zuiden. Helemaal vooraan kwam de Amon-divisie, met Ramses zelf. De Ra-, Ptah- en Seth-divisies volgden door een woud dat Labwi wordt genoemd. We krijgen de indruk dat ze niet één gesloten colonne vormden, maar op enige afstand van elkaar oprukten. Als in de Late Bronstijd inderdaad een norm bestond dat veldslagen pas werden aangegaan als beide partijen zich hadden kunnen opstellen, was getrennt marschieren, vereint schlagen natuurlijk mogelijk. Maar nogmaals: we weten over de Bronstijd-krijgskunst meer niet dan wel.

Ramses en Amon-divisie sloegen hun kamp op ten noordwesten van Kadesh, en ontdekten dat de Hittieten al aanwezig waren. Daarop stuurde de koning een bode naar de andere divisies, met het bevel voort te maken. Hij trof de Ra-divisie aan bij het oversteken van de Orontes. Een andere boodschapper zal naar de Ne’arin in het westen zijn gegaloppeerd.

De Hittitische aanval

De Ra-divisie – die bestond uit vele duizenden infanteristen alsmede honderden stijdwagens – was nog maar net de Orontes over, toen ze in de flank werd aangevallen door Hittitische strijdwagens, die bij een andere voorde de rivier waren overgestoken. De mannen hadden al een flinke afstand gemarcheerd en waren vermoedelijk niet op hun allerenergiekst toen ze zich te weer moesten stellen tegen de vijandelijke aanval. En dat lukte dus niet: de zware Hittitische strijdwagens braken dwars door de gelederen heen en zwenkten toen naar het noorden, in de richting van de Amon-divisie.

Deze manoeuvre is ronduit vreemd. Je zou hebben verwacht dat na deze aanval de Hittitische infanterie zich stortte op de Ra-divisie, maar dit gebeurde niet, of niet in voldoende mate. Wat je niet zou hebben verwacht is dat de Hittitische strijdwagens zich richtten op de duizenden infanteristen en snellere strijdwagens van de Amon-divisie. Het wordt helemaal merkwaardig als we bedenken dat er weliswaar een voorde was in de Orontes, maar dat strijdwagens niet zo makkelijk een rivier oversteken. Aangezien de Egyptenaren werden verrast, moet de Hittitische oversteek snel zijn verlopen, wat betekent dat het aantal strijdwagens nooit heel groot kan zijn geweest.

Eén hypothese is dat de Hittitische strijdwagens helemaal de bedoeling niet hadden de slag te openen, maar bezig waren het veld te verkennen, en niet wisten dat de Ra-divisie al zo ver was opgerukt, en dat ze naar de Amon-divisie zwenkten omdat ze niet wisten dat die zich daar al bevond. Dit veronderstelt echter dat vanaf de oostelijke Orontesoever de stofwolk niet was te zien die de Ra-troepen hadden opgeworpen en dat ook de opmars van de Amon-divisie niet was waargenomen. Dat is zeer onwaarschijnlijk, maar wie een betere hypothese weet, mag het zeggen.

[wordt vervolgd]

#Amurru #Hittieten #krijgsgeschiedenis #LateBronstijd #MuwatalliII #NahrAlKabir #Orontes #RamsesII #slagBijKadesh #strijdwagen #Syrië

De slag bij Kadesh (2)

Ramses II met de blauwe khepresh-oorlogskroon (Staatliche Sammlung für Ägyptische Kunst, München)

[Tweede van vier à vijf blogjes over de Egyptisch-Hittitische Oorlog in Syrië. Het eerste was hier.]

De Egyptisch-Hittitische Oorlog om Syrië kwam niet uit de lucht vallen. Ooit, in de vijftiende eeuw v.Chr., had Toetmoses III, de Egyptische legers tot aan de Eufraat gebracht en hij claimde te regeren over de hele Levant. Er zijn online nog volop landkaarten te vinden die Egypte en de regio tot aan de Eufraat een en dezelfde kleur geven, alsof het hele gebied behoorde bij één staat onder één vorst. Feitelijk ging het om een verzameling kleine en grote vazalstaatjes, die zo loyaal waren aan de farao als deze interesse toonde. Egyptologen hebben wel gemeend dat de Egyptische invloed afbrokkelde ten tijde van farao Echnaton, die meer bezig zou zijn geweest met religie dan met de buitengewesten, maar dit beeld is gebaseerd op het uit diens regeringstijd overgeleverde staatsarchief (de Amarna-brieven). Uit de tijd van zijn voorgangers hebben we zoveel documentatie niet, en vermoedelijk was hun greep op de regio even los.

Amurru

Een van de vazalstaatjes was Amurru, dat u moet zoeken in het noordwesten van Libanon, langs de Nahr al-Kabir. Deze stroom, die weliswaar “grote rivier” heet maar feitelijk nogal klein is, is belangrijk omdat hier een zeer goed begaanbare weg ligt van de zee naar het binnenland; deze doorgang tussen de bergen staat bekend als de “Homs Gap” en het strategisch belang werd nog eeuwenlang erkend. Zo bouwden de Kruisvaarders de Krak des Chevaliers om deze weg te bewaken. Aan het einde van deze corridor ligt de vruchtbare Orontesvlakte, met daarin de stad Kadesh.

Amurru was zich ten tijde van Echnaton zelfstandiger gaan gedragen en had een conflict met Byblos met succes afgerond. Ik vertelde al eens dat de plaatselijke koning Rib-Hadda van Byblos had moeten vluchten en geen enkele steun uit Egypte had gekregen. Toen koning Ramses II aan de macht kwam, besloot hij zijn gezag te herstellen. Hij had voldoende succes om de koning van Amurru te verdrijven, en deze riep daarop de hulp in van de Hittitische koning Muwatalli II, die besloot naar het zuiden te trekken om Kadesh te beschermen en liefst ook Amurru te heroveren.

Naar Kadesh

Een groot conflict was onafwendbaar toen Ramses in 1274 opnieuw noordwaarts trok. Een vloot bracht troepen naar de monding van de Nahr al-Kabir. Deze boottocht diende mede om de vazalkoningen in Tyrus, Sidon, Beiroet of Byblos duidelijk te maken wie er de baas was. De rest van het leger, gecommandeerd door de koning zelf, arriveerde vanuit het zuiden, zeg maar via het huidige Israël, door de Bekaavallei en langs de bovenloop van de Orontes. Beide legers zouden samenkomen bij Kadesh.

Ramses’ leger bestond uit vier divisies: de Amon-divisie uit Thebe, de Ra-divisie uit Heliopolis, de Ptah-divisie uit Memfis en de Seth-divisie uit Tanis. Het over zee aangekomen onderdeel heette Ne’arin, “jonge kerels”, maar het lijken geen rekruten te zijn geweest. Het kan gaan om een eliteonderdeel of om Levantijnse bondgenoten. Ook waren er Nubiërs en Sherden, en die laatsten zou u kunnen kennen als een van de Zeevolken.

Muwatalli en zijn familieleden, die de diverse Hittitische onderdelen commandeerden, arriveerden eerder en bezetten Kadesh. Hun kamp sloegen ze op ten oosten van de stad, waar ze zich opmaakten voor een strijd die ze eigenlijk niet goed kenden. Hun tactiek bestond meestal uit het plunderen van een landstreek om zo de bevolking te dwingen vanuit hun versterkte steden te komen, waarna het Hittitische leger ze in het vrije veld kon verslaan, omdat het eigenlijk altijd numeriek en professioneel superieur was. Van zo’n oorlog kon bij Kadesh geen sprake zijn.

Model van een strijdwagen uit de Late Bronstijd, gevonden in Kamed el-Loz, Libanon (Nationaal Museum, Beiroet)

Strijdwagens

Strijdwagens speelden tijdens de slag bij Kadesh een belangrijke rol. Of beter: de Egyptische bronnen concentreren zich op dit wapen, hoewel de meeste manschappen behoorden tot de infanterie. De strijdwagens trekken echter de aandacht. Ze dienden voor de verplaatsing van boogschutters, maar het is niet helemaal duidelijk of die schoten terwijl de wagens reden. Zelfs al bedient een menner de teugels, dan nog kun je als boogschutter moeilijk richten, terwijl voor een ongericht spervuur veel meer boogschutters moeten worden ingezet dan in Ramses’ leger aanwezig waren. Misschien waren de strijdwagens wel niet meer dan taxi’s om boogschutters te verplaatsen, ongeveer zoals de Ilias beschrijft. We weten het weer eens niet.

Aan de overzijde waren de Hittitische strijdwagens, die behalve een menner en een boogschutter een schilddrager vervoerden. Wegens het gewicht waren deze wagens wat robuuster gebouwd en minder wendbaar dan de Egyptische. De aanwezigheid van schilddragers suggereert dat zulke wagens dichter bij het front kwamen dan strijdwagens zonder schilddragers, en inderdaad zouden de strijdwagens in Kadesh zo worden ingezet. Of dat ook de bedoeling was, is echter de vraag, zoals we morgen zullen zien.

[wordt vervolgd]

#AmarnaBrieven #Echnaton #Hittieten #khepresh #krijgsgeschiedenis #LateBronstijd #MuwatalliII #NahrAlKabir #Orontes #RamsesII #RibHadda #Sherden #slagBijKadesh #strijdwagen #Syrië #ToetmosesIII

De slag bij Kadesh (1)

Hittitische oorlogsgoden, Yazilikaya

Een van de tradities op de Mainzer Beobachter is het vervolgverhaal rond kerst. Vorig jaar ging het over Cornelis de Bruijn en het jaar ervoor blogde Kees Alders over de Romeinse Stoa. In 2017 ging het over joodse retorica. Nogal vaak bestond het vervolgverhaal uit krijgsgeschiedenis, omdat dat genre zich goed leent voor een doorlopend verhaal: in 2022 blogde ik over de Makkabeeën, het jaar ervoor over Xenofons tocht naar Kounaxa, in 2018 behandelde ik de Tweede Punische Oorlog, in 2016 schreef ik over de speurtocht naar de Trojaanse Oorlog en in 2014 begon deze traditie met een overzicht van het Ardennenoffensief. (Dit vind ik nog altijd een van de betere delen van deze blog.) In 2015, 2019 en 2020 was er geen vervolgverhaal, en dit jaar behandel ik de slag bij Kadesh. Opnieuw krijgsgeschiedenis, opnieuw een onderwerp dat weinig heeft te maken met vrede op aarde. Maar soit.

De simpelste samenvatting: in de slag bij Kadesh, die plaatsvond in de eerste helft van de dertiende eeuw v.Chr., stond de Egyptische koning Ramses II tegenover de Hittitische koning Muwatalli II. De inzet van het gevecht was de heerschappij in de vallei van de rivier de Orontes. Wie de slag won, is niet helemaal duidelijk, en is eigenlijk ook niet zo belangrijk, want het feitelijke resultaat was dat de twee partijen leerden dat ze beter geen open veldslagen konden aangaan. Vijftien jaar later tekenden ze een vredesverdrag.

Datering

Dat waren de kale feiten. Maar u merkt al dat er veel onzekerheden zijn. Over de uitslag, maar ook over de datum. Het gevecht is weleens geplaatst in 1285 v.Chr., terwijl de laatste halve eeuw 1274 geldt als de beste benadering. Maar ook dat is slechts een slag in de lucht.

Ik heb al eens verteld dat dit jaartal is gebaseerd op een synchronisme met Assyrië, en dat dat de Assyrische koningslijst op een of twee plaatsen vorsten na elkaar plaatst die feitelijk gelijktijdig regeerden. De lijst lijkt te lang, het verleden is wat minder diep. Anders gezegd: de veldslag kan ook in 1260 of 1251 hebben plaatsgevonden.

Wat gebeurde in een veldslag?

Onze onzekerheid heeft echter vooral te maken met het feit dat we geen idee hebben van wat er nu eigenlijk is gebeurd. Dat is voor de Oudheid natuurlijk niet zo vreemd: we weten heel vaak minder dan je zou afleiden uit de eenduidige lemma’s van de Wikipedia of, ik noem eens wat, Livius.org. In het geval van de slag bij Kadesh leek enig optimisme echter gerechtvaardigd, aangezien we beschikken over diverse bronnen:

  • Een Egyptisch gedicht, bekend uit onder meer Luxor, Karnak, Abydos en een papyrus;
  • Het “rapport” of “bulletin”: een standaardtekst bij reliëfs;
  • Aanvullende teksten die soms bij de afbeeldingen staan;
  • Verschillende verwijzingen in de Hittitische correspondentie.

Dat lijkt veel informatie, en in elk geval komt ze van twee kanten, en bovendien is van het Hittitische materiaal nog lang niet alles uitgegeven. Maar evengoed gaat het om weinig informatie.

Bovendien is er discussie over de aard van oorlogvoering in de Late Bronstijd. Waren die strijdwagens alleen maar verrijdbare geschutplatforms of dienden ze voor snelle aanvallen? En indien dit laatste: hoe schadelijk waren ze nu feitelijk? Bestond er een alom aanvaarde culturele norm over de wijze waarop je een veldslag vocht en zo ja, was de Hittitische aanval bij Kadesh daarmee in strijd?

Kortom: vragen te over. En dus een leuk onderwerp voor een korte reeks blogjes. Wordt vandaag dus vervolgd, en wel om 11:00.

#AbydosEgypte #Hittieten #Karnak #krijgsgeschiedenis #LateBronstijd #Luxor #MuwatalliII #Orontes #RamsesII #slagBijKadesh #Syrië

Faits divers (43): alles dubbel

Thracische Pegasos (Archeologisch museum, Razgrad)

Alweer een aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: twee keer museumnieuws, twee keer leuk onderzoek, twee leuke websites, twee reizen en twee boeken.

Tweemaal museumnieuws

Het jaar is nog niet ten einde, maar ik denk niet dat we nog beter museumnieuws gaan krijgen dan dit: op zaterdag 13 december heropent Museum Dorestad (in Wijk bij Duurstede) zijn deuren. Ik ben al eens een kijkje wezen nemen. Uiteraard kan een klein museum in een niet al te rijke gemeente zich niet meten met het Louvre of het Vaticaan, maar dat laat onverlet dat het verleden van Dorestad voor Nederland belangrijk is. Hier vinden we immers de eerste echte sporen van een traditie die we onze eigen geschiedenis kunnen noemen.

Ik kan, ja moet, hierbij slagen om de arm maken: wie definieert het eigene? En ja, er zijn natuurlijk eerdere vondsten. Maar je kunt het ook anders bekijken: een eenentwintigste-eeuwse Nederlander die naar Dorestad zou kunnen reizen, zou hier de taal, religie en literatuur sneller herkennen dan in pakweg Romeins Utrecht. In die zin is dit “ons” verleden. Gaat dat zien.

Ander museumnieuws: de reizende Egypte-tentoonstelling van het Rijksmuseum van Oudheden is terug in Leiden. Ik ben er nog niet geweest – ik kan niet zo veel voor u werken als ik zou willen omdat ik eerst geld moet verdienen – maar het zal vast piekfijn in orde zijn.

Twee keer leuk onderzoek

Er is één oudheidkunde maar in meerdere disciplines. Interdisciplinariteit (begrip van elkaars methoden) is voor hedendaagse onderzoekers nogal eens wat te hoog gegrepen, terwijl multidisciplinariteit (elkaars conclusies lezen) doorgaans slechts een vinkje is bij een subsidieaanvraag. Toch is de ambitie tot samenwerking nog springlevend en dat levert leuke resultaten op, beide met betrekking tot de Bronstijd.

Het eerste betreft Tarhuntassa, een belangrijke Hittitische stad die ergens in het zuiden van het huidige Turkije moet hebben gelegen. Toen het Hittitische Rijk rond 1200 v.Chr. desintegreerde, werd Tarhuntassa de hoofdstad van een van de opvolgerrijken. De archeoblabla rept natuurlijk van “mysterious” en “long lost”, maar desondanks is dit interessant.

Tot nu toe was de speurtocht vooral gebaseerd op teksten, maar nu komt daar het laboratoriumonderzoek bij van de klei waarvan de vanuit Tarhuntassa verstuurde (kleitablet)brieven zijn vervaardigd. Uiteindelijk zullen ook wel LIDAR-beelden worden gebruikt. Het persbericht is een oninteressante litanie van oninteressante wetenschappernamen en oninteressante bedankjes, maar het onderzoek is dus wel interessant. De moeite van het in de gaten houden waard.

Het tweede leuke onderzoek is dat naar de fall out van de Thera, een vulkaan in de Egeïsche Zee die ergens op de grens van Midden- en Late Bronstijd ontplofte en een oeroude stad bedekte. Het uitgebraakte puin is op diverse plaatsen gevonden en er is wel geclaimd dat deze explosie sporen naliet in jaarringen en ijslaagjes. Dat is overigens ook weer tegengesproken: die sporen zouden behoren bij een andere vulkaanuitbarsting. Ik heb weleens over de problematiek geschreven.

Is de match tussen Thera en de jaarringen/ijslaagjes al omstreden, het wordt helemaal complex als we kijken naar de relatie met Egypte, waar puimsteen is gevonden dat aan deze uitbarsting wordt toegeschreven. Dat lijkt nu ouder te zijn dan werd gedacht. Ik kan niet beoordelen of de kwestie nu voorgoed uit de wereld is geholpen, maar het is fijn te zien dat diverse soorten onderzoek samenkomen.

Twee websites

Ik schrijf hier meestal over de oude wereld, maar dat maakt me niet blind voor andere onderwerpen. Ik vestig uw aandacht graag op de site over de Nederlandse geschiedenis die de Amerikaanse webmaster Bill Thayer onderhoudt. Als die naam een belletje doet rinkelen, dan klopt dat, want hij is ook de man die LacusCurtius maakte. In zijn website over Nederlandse geschiedenis is van alles te vinden, zoals teksten over de Nederlandse kolonie rond het huidige New York en – sinds kort – Clinton Weslagers Dutch Explorers, Traders and Settlers in the Delaware Valley 1609‑1664.

Ook vraag ik uw aandacht voor Vers Twee. Dat is de website van Theo Hakkert, die tot nog niet zo lang geleden columnist was in Tubantia. Vers Twee was eerst zijn persoonlijke blog, inmiddels bouwt hij de site uit tot het brede culturele online-platform dat we al zo lang nodig hebben. Een van de auteurs die er al publiceerde, is classicus Piet Gerbrandy, die vertelde over de recente uitgave van de brieven van Cicero.

(U hoeft niet verder te lezen.
De rest van deze Faits Divers is reclame.)

(Reclame) Twee reizen

Omdat ik, zoals gezegd, niet zoveel kan werken als ik zou willen, maar eerst geld moet verdienen, organiseer ik in het voorjaar twee reizen. De ene is naar Bulgarije en Roemenië en concentreert zich op de Thraciërs, Romeinen en het middeleeuwse verleden. Als u belangstelling hebt, kunt u uw naam hier opgeven en dan krijgt u informatie toegestuurd. De andere reis voert langs Keltische (en nog wat andere) locaties in Duitsland, Zwitserland en Frankrijk. Als u uw naam daar achterlaat, krijgt u informatie.

(Reclame) Twee boeken over Libanon

Ik schreef twee boeken over Libanon: het ene maakte ik met Hein van Dolen en ging over Filon van Byblos, en u bestelt het daar; het andere is een algemene geschiedenis en u bestelt het daar. Maar wat ik vooral leuk vind, is dat Hein en ik op donderdag 20 november een presentatie over die boeken verzorgen in Boekhandel Van Rossum aan de Beethovenstraat 30-32 in Amsterdam (tramlijn 5, halte Gerrit v/d Veenstraat). Het wordt een leuke bijeenkomst en aanmelden is aangeraden.

#BillThayer #Dorestad #FaitsDivers #Hittieten #interdisciplinariteit #multidisciplinariteit #Tarhuntassa #Thera #VersTwee #website

Het vroegste Cilicië

De kust van het Rauwe Cilicië

De noodzaak van spellingsregels is verzonnen door mensen die dachten dat u en ik niets beters te doen hebben. Desondanks hanteer ik toch wel een paar principes. Regel één: gij zult niet invisibiliseren. We proberen immers een beetje inclusief te zijn. Ik probeer dus, al is het maar bij benadering, een naam weer te geven in een spelling die de taal van de betrokkene benadert. Homeros was een Griek en heette geen Homerus. Niet dat het altijd lukt een naam zelfs maar bij benadering correct weer te geven. Het wordt wat gek Julius Civilis aan te duiden als *Kivilaz. En een Latijnse naam geef ik aan in het Latijn. Appianus zal zijn naam zelf wel hebben geschreven als Appianos, maar ik houd het desondanks maar op Appianus.

Regel twee: sommige namen zijn te ingeburgerd. Zolang we niet al te veel invisibiliseren, moeten we die maar handhaven. Jezus, Plato, Hannibal, en Alexander Grote dus maar. De namen van de Romeinse provincies moeten ook maar zo blijven. Ik weet het: je zou Epeiros moeten schrijven, maar laten we het toch maar houden op Epirus. En ook liever Cilicië dan Kilikia. Waarmee ik eindelijk ter zake ben.

Topografie

Cilicië is de antieke naam van het zuiden van het huidige Turkije. Zeg maar het deel tegenover Cyprus. Het bestond uit twee delen: het ontoegankelijke en bergachtige westelijke en noordelijke deel, ook bekend als “het rauwe Cilicië”, en de zuidoostelijke vlakte, waar diverse rivieren zorgden (en zorgen) voor een rijke graanoogst.

Het Taurusgebergte vormt de grens met Cappadocië, dat destijds een veel groter gebied besloeg dan de wonderlijke rotslandschappen die tegenwoordig zo heten. De verbinding tussen Cappadocië en Cilicië is een bergpas, de Cilicische Poort. Naar het oosten toe ligt Syrië, bereikbaar over de bergpas die bekendstond als Syrische Poort. Er was destijds geen kustweg naar het westen en als u bovenstaande foto bekijkt, begrijpt u waarom die pas in de twintigste eeuw is aangelegd.

Hittieten en Neo-Hittieten

De twee delen van Cilicië horen al sinds mensenheugenis bij elkaar. Al in de tweede helft van het tweede millennium v.Chr. vormde de regio, die toen Kizzuwatna heette, één onderdeel van het Hittitische Rijk. De bronnen uit die tijd vermelden de twee belangrijkste steden op de vlakte: Tarca, dat later Tarsos zou heten, en Adanija ofwel Adana. Men sprak in Kizzuwatna Luwisch, een Anatolische taal, en de voornaamste bestuurder was een prins uit de koninklijke familie, die in de bronnen simpelweg “priester” heet.

Neo-Hittitische sfinx uit Karatepe

Het Hittitische Rijk overleefde de Zeevolkentijd niet. Lange tijd was de periode na pakweg 1200 v.Chr. een “dark age”, maar duisternis trekt onderzoek aan en oudheidkundigen, vooral afkomstig uit Duitsland, hebben in de tweede helft van de twintigste eeuw de duisternis deels laten optrekken. De twee gebieden maakten deel uit van een Hittitische opvolgersstaat die bekendstaat als Tarhuntassa, waarvan de hoofdstad ergens in het westen in Pamfylië lag. We noemen Tarhuntassa, net als het meer oostelijk gelegen Karchemiš, een Neo-Hittitische staat omdat het feitelijk een voortzetting was van de aloude Hittitische bestuursstructuur, zij het dat de centrale overheid er niet langer was.

Assyrië

De Assyrische bronnen maken onderscheid tussen het vruchtbare oostelijke gebied Qu’e (met als belangrijkste steden Karatepe en Adana) en het berggebied Hilakku. Van dit laatste woord is ons Cilicië afgeleid.

De vlakte van Qu’e was het eerste deel dat in Assyrische handen viel. Koning Tiglat-pileser III (r.744-727 v.Chr.) benoemde een gouverneur, die resideerde in Adana. Qu’e was echter geen vanzelfsprekend onderdeel van het Assyrische Rijk: na de dood van koning Sargon II in 705 keerde de oude dynastie terug, het huis van Muksa. Over de stichter daarvan zal ik bij gelegenheid nog eens bloggen, want dat is de Mopsos die volgens Griekse bronnen na de Trojaanse Oorlog een stad in Cilicië had gesticht.

De Assyrische koning Esarhaddon (r.680-669) heroverde Qu’e, maar Hilakku bleef onafhankelijk. De Assyriërs waren niet voldoende geïnteresseerd in het arme berggebied. Tijdens de regering van Aššurbanipal (r.668-631 v.Chr.) werd Hilakku echter bedreigd door de Kimmeriërs, een nomadenstam die het koninkrijk Urartu al onder de voet had gelopen. Daarom plaatste Hilakku zich onder Assyrische bescherming.

[Wordt vervolgd]

#Adana #AnatolischeTalen #Aššurbanipal #Cilicië #CilicischePoort #DarkAges #Esarhaddon #Hilakku #Hittieten #KaratepeAslantaş #Karchemiš #Kimmeriërs #Kizzuwatna #LuwischeTalen #Mopsos #NeoHittieten #Pamfylië #QuE #SargonII #SyrischePoort #Tarhuntassa #Tarsos #Taurus #TiglatPileserIII #Zeevolken

Driemaal werelderfgoed: Centraal Turkije

Turkije voor het Turkije was: Alacahöyük

Wat valt er in Turkije zoal te zien? Ik behandelde eergisteren hier en daar de westkust. Vandaag nemen we het centrum onderhanden. Ik kan dat echter niet doen in de vorm van een rondreis. De beschavingen van Centraal-Anatolië zijn waanzinnig interessant maar ik denk dat ze onvoldoende bekend zijn. Liever dus een chronologisch overzicht. Een logische volgorde voor de auto is overigens Ankara, Alaçahöyük, Bogazköy, Yazilikaya, Kültepe, Kayseri, Kappadocië, Arslantepe, Çatalhöyük en Gordium.

De eerste steden

Eerst Çatalhöyük. Ik ben hier niet geweest maar hier is de officiële website van deze belangrijke opgraving uit het Neolithicum. Het gaat om een nederzetting van ongeveer dertien hectare uit het zevende millennium v.Chr., waar archeologen voor het eerst vaststelden dat er al in de laatste fase van de Steentijd grote nederzettingen waren. Denk aan een omvang van tweemaal het toenmalige Byblos, met dit verschil dat de huizen daar verspreid stonden op de heuvel en er dus niet zoveel mensen waren, terwijl Çatalhöyük compacter is. De deur was nog niet uitgevonden, dus je betrad een huis via een gat in het dak. Van de prachtige beeldjes die archeologen lang zelfverzekerd hebben geïnterpreteerd als moedergodinnen, durft men nu niet meer te zeggen dan dat ze misschien een rituele betekenis hebben gehad.

Alacahöyük, Koninklijk Graf

Gaandeweg moeten in Anatolië steden zijn ontstaan. Een daarvan is Alacahöyük, dat heeft bestaan in de Vroege Bronstijd. Toen ik er was waren vijf van dertien koningsgraven gereconstrueerd. Er zijn metalen voorwerpen gevonden die men wel aanduidt als zonneschijven, al hebben we feitelijk geen idee wat het zijn. De bezoeker ziet er ook een toegangspoort uit de Hittitische periode die wat opvallender is dan de oudere koningsgraven.

De derde opgraving die ik noem is Kültepe ofwel Kaneš. Het was min of meer het centrum van een aantal steden en dus de logische plek waar Assyrische kooplieden in de eerste helft van het tweede millennium een permanente nederzetting stichtten. Een soort stapelplaats. Het was nauwelijks een verrassing – al beweerden de opgravers om publicitaire redenen natuurlijk het tegengestelde – dat er kleitabletten opdoken die het dagelijks leven van deze Assyriërs in den vreemde beschreven. Ze documenteren ook de geleidelijk machtsovername door het volk dat later Hittieten zou heten. Deze tabletten waren ook de sleutel voor het vaststellen van de chronologie van het Midden-Brons, waar belangrijk Nederlands oudheidkundig onderzoek naar is gedaan.

Leeuwenpoort, Hattusa

De Hittieten

Ik noemde de Hittieten nu al twee keer. Ze zijn vernoemd naar de stad Hattusa, die ook wel Boğazköy of Boğazkale heet. Werelderfgoed. Het is een enorme stad en je kunt niet alles even lopen, maar de laatste keer dat ik er was hoorde ik praten over elektrische wagentjes waarmee je een rondje kon rijden van de ingang naar de poorten, hoog op de heuvel, en dan via de akropolis weer terug. Het is allemaal heel mooi ingericht en goed uitgelegd. En ja, dit is de hoofdstad geweest van een van de grote staten uit de Oudheid, waarvan de legers oprukten tot Apasa in het westen (Efese), terwijl koning Muwatalli streed tegen farao Ramses II in de slag bij Kadesh, diep in Syrië.

Ernaast ligt Yazilikaya, een heiligdom. Het bestaat uit ruwweg twee in de rotsen aangebrachte vertrekken met wandreliëfs. Ik vind zelf de rij van identieke oorlogsgoden in de rechterkamer erg indrukwekkend, maar de complexe afbeelding in de andere kamer is niet minder interessant.

Yazilikaya

Overigens is het vooraf lezen van een goed boek over de Hittieten wel handig voordat je hierheen komt. Een hotel in Boğazkale, waar ook een museum is, is de ideale basis voor een bezoek aan Hattusa, Yazilikaya en Alacahöyük.

De IJzertijd in Turkije

Na de Zeevolkencrisis (die geen crisis was) verdween het Hittitische Rijk – althans uit het centrum van Anatolië. De districten in de periferie waren bestuurd geweest door prinsen uit het koninklijk huis, die zelfstandig werden nu de centrale regering was weggevallen. De hoofdstad van een van deze Neo-Hittitische rijkjes was Karatepe-Aslantaş, het antieke Azatiwataya. Het is een mooi, groen gebied, met tussen de bomen de antieke gebouwen.

Orthostaat uit Karatepe

Een andere belangrijke stad uit de IJzertijd was Gordion, de hoofdstad van de Frygiërs. Er zijn allerlei grafheuvels en de allergrootste kan worden bezocht. Middenin de tumulus is een houten kamer; de vondsten zijn nu in Ankara. Hoewel het weleens het “graf van Midas” wordt genoemd, is het feitelijk van een van ’s mans voorgangers.

Tot slot

In dit deel van Turkije ligt ook Kayseri, het antieke Mazaka, met een mooi museum, en het wonderlijke landschap van Kappadocië, met rotswoningen en kerken (zie boven). Allemaal werelderfgoed.

In het zogenaamde “graf van koning Midas” in Gordion

En nog even iets over Ankara, de hoofdstad van Turkije. Hier is het mausoleum van Atatürk, dat u niet mag overslaan. Dat geldt ook voor het museum voor de Anatolische Beschavingen, dat bij mijn laatste bezoek nog een week of twee geopend zou zijn en dan dicht zou gaan voor een langdurige verbouwing. Ik heb begrepen dat er een totaal nieuw Turks museum gaat komen, met ook voorwerpen uit de gebieden waar de Seljuken en Ottomanen regeerden. Wat ik maar zeggen wil: het Turkse verleden is volop in beweging. Ik denk dat je in Centraal-Turkije iets meer proeft van de Turkse identiteit dan in de westelijke gebieden.

Boek om te lezen over het antieke Turkije: Christian Marek, Geschichte Kleinasiens in der Antike (2017).

#Alacahöyük #Ankara #Azatiwataya #Çatalhöyük #Boğazkale #Bronstijd #Cappadocië #Gordion #Hittieten #KaratepeAslantaş #Kayseri #Kültepe #MuwatalliII #NeoHittieten #Turkije #Yazilikaya

Kybele in Anatolië

Kybele op een reliëf uit Karchemiš (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

De diverse volken in de Oudheid aanbaden vele, vele goden en godinnen. Een van de allerbekendste was de grote godenmoeder: de godin die ooit de andere goden, de eerste mensen, de dieren en de wilde natuur had gebaard. Kortom: de universele moeder. De mensen in Anatolië, zeg maar het huidige Turkije, vereerden haar onder diverse namen. Uit Hittitische bronnen kennen we haar onder de naam Hepat.

Uit het eerste millennium v.Chr. kennen we bijvoorbeeld de Leto van de Lyciërs en de Artemis van Efese. Matar, Agdistis en Kybele zijn de Frygische namen van de godin. De laatste naam zou gaan vanaf de vijfde eeuw v.Chr. gaan overheersen.

Voor ik verder ga ruim ik nog even een misverstand uit de weg: als godin van de geboorte was Kybele – of hoe we haar ook noemen – niet de godin van de vruchtbaarheid zelf. Een vruchtbaarheidsgodin is geen geboortegodin en vice versa.

Moedergodin uit Çatalhöyük (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Prehistorie?

Het is niet ondenkbaar dat de geboortecultus teruggaat tot de Steentijd. Beeldjes van vrouwen met grote borsten en buiken, gevonden in Çatalhöyük en Hacilar, suggereren dat moedergodinnen al in het zevende en zesde millennium voor Christus werden vereerd. Een Chalcolithisch beeldje van een vrouw in barensnood, gevonden in Mosfilia op Cyprus, kan bewijs zijn voor de verspreiding van deze cultus.

De eerste hoofdwet van de archeologie, dat je alles wat je niet kunt interpreteren maar religieus moet noemen, is echter wel van toepassing. Andere interpretaties zijn zeker denkbaar. Ik wijs er bovendien op dat een religieuze continuïteit van meerdere millennia makkelijker aan te nemen dan te bewijzen is. Oudheidkunde zijnde oudheidkunde en dataschaarste zijnde dataschaarste, weten we weer eens minder dan we weleens denken.

Beeld van Matar (Museum van Gordion; meer)

De Anatolische Kybele

Het eerste onbetwiste bewijs voor de cultus van Kybele, nog steeds Kubaba genoemd, komt uit Karchemiš, een belangrijke Neo-Hittitische stad aan de Eufraat. Een ander vroeg cultuscentrum was de berg Dindymon in het oosten van Frygië. In het nabijgelegen Pessinos, aan de voet van de berg, werd de godin, Matar en Agdistis genaamd, vereerd in de vorm van een grote zwarte steen. (Zo’n steen heet een baetyl en we kennen zulke culten ook uit bijvoorbeeld Oud-Pafos, waar de Cyprioten Afrodite vereerden.) Hoewel Frygië achtereenvolgens werd geregeerd door de koningen van Gordion, door de Lydische koningen in Sardes, door de Achaimenidische Perzen en door de Seleukiden, wisten de priesters van Kybele in Pessinos tot in de Romeinse tijd hun onafhankelijkheid te bewaren.

Misschien introduceerden de Frygiërs, die in de Vroege IJzertijd vanuit Thracië naar Anatolië waren gekomen, aspecten van de Thracische cultus van Dionysos. In elk geval hadden de rituelen voor Kybele een extatisch karakter. Dat was natuurlijk ook passend voor een godin van de wilde natuur. Een van deze rituelen was de zelfcastratie van sommige van de priesters, de galli, die berucht was in de antieke wereld. Ze deden dit om Attis na te doen, de geliefde van Kybele, die zijn geslachtsdelen had afgesneden in een staat van religieuze razernij. Zittend onder een pijnboom was hij doodgebloed. Of deze zelfcastratie altijd werkelijk plaatsvond of eerder symbolisch was, zoals christenen die het lichaam en bloed consumeerden van Christus, is weer eens niet uit te maken. Ik weet het althans niet.

Pessinos

Een van de belangrijkste ceremonies, het best bekend uit Griekse en Romeinse bronnen, werd gevierd aan het begin van de lente, in maart. De vereerders hakten dan een pijnboom om en brachten die naar de tempel. Hier werd de stam versierd met viooltjes, die druppels bloed van Attis voorstelden. De hogepriester sneed dan in zijn arm en offerde zo wat bloed aan de godin. De andere priesters dansten en sloegen zichzelf, totdat druppels van hun bloed waren gevallen op de heilige dennenboom.

[Wordt vervolgd]

#ArtemisVanEfese #Attis #Çatalhöyük #baetyl #Dindymon #EersteHoofdwetVanDeArcheologie #Frygië #galli #Gordion #Hacilar #Hittieten #Karchemiš #Kybele #Leto #Lydië #Mosfilia #NeoHittieten #OudPafos #Pessinos #Sardes #vruchtbaarheidsgodin

Lycië in de Bronstijd

De rotsachtige kust van Lycië

De zuidgrens van het huidige Turkije wordt gedomineerd door een enorme bergketen, de Taurus. De Afrikaanse tektonische plaat botst hier tegen de Euraziatische plaat. Hoewel er kustvlaktes zijn, zoals Cilicië en Pamfylië, rijzen de bergen op veel plaatsen bijna meteen op uit de Middellandse Zee, waardoor het land weinig toegankelijk is en de rotskust gevaarlijk. Een van de beruchtste kusten was Lycië, in het zuidwesten (landkaart).

Lukka

De /c/ in Lycië danken we aan het Latijn, dat zo de /k/ weergaf. Ik blogde al eens over de laatantieke klankverandering. Maar je sprak het dus uit als Lukia, en zo heet het gebied dan ook in de oudste, Hittitische bronnen: Lukka. Die bronnen noemen nooit vorsten en er zijn ook geen staatsverdragen bekend, wat suggereert dat de Bronstijd-Lyciërs niet waren georganiseerd als koninkrijk. Dat wordt bevestigd door het feit dat monumentale architectuur ontbreekt: er was geen staatsapparaat. De mensen leefden als nomaden in een stamsamenleving.

Officieel was Lukka onderworpen aan de grote koning in Hattusa, maar even vaak lezen we over Lukka-mensen als tegenstanders. Ze worden evneens genoemd als piraten, ook in de Egyptische bronnen over de Zeevolken.

Homeros

In Homeros’ Ilias, die door latere Grieken werd opgevat als beschrijving van gebeurtenissen uit de dertiende eeuw v.Chr., heten de Lycische commandanten Glaukos en Sarpedon. De laatste was een zoon van Zeus en Europa en een broer van koning Minos van Kreta, die hem in ballingschap zou hebben gestuurd. Dit oude verhaal werd door latere generaties uitgelegd als bewijs dat de Lyciërs oorspronkelijk Kretenzers waren.

Bellerofon en Pegasos (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

De Ilias bevat nog een ander verhaal over het vroegste Lycië: het gaat over Bellerofon, die de monsterlijke Chimaira bestreed. Het is een traditioneel drakendoderssprookje, geassocieerd met een gasbron in het oosten van de regio. Vermoedelijk gaat het verhaal uit de Ilias terug op een veel oudere mythe, maar in de klassieke tijd gold de Korinthische afkomst van Bellerofon als bewijs voor een Griekse oorsprong van de Lyciërs. Kortom: Homeros gold als bewijs voor een herkomst uit zowel Kreta als Korinthe, en in beide gevallen waren de Lyciërs verwant met de Grieken.

De gasbron Chimaira

Luwisch en Lycisch

Hun taal, bekend uit ongeveer 200 teksten uit de vijfde en vierde eeuw, suggereert iets anders. Die stamt af van het Luwisch, de dominante taal in het westen van Anatolië in de Bronstijd. Zo heet de Luwische stormgod Tarkhunt in het Lycisch Trqqas; hij zou nog met Zeus worden geïdentificeerd. Een ander voorbeeld van Luwisch-Lycische religieuze continuïteit is de cultus van de “moeder van de goden”, die in klassieke bronnen bekendstaat als Leto, de moeder van Apollo en Artemis.

[wordt vervolgd]

#Bellerofon #Chimaira #Glaukos #Hittieten #Homeros #Ilias #Leto #LuwischeTalen #Lycië #Minos #Sarpedon #tektonischePlaat