Het Hemels Mandaat in Mesopotamië

Babylonië, Sogdië en China

Een paar dagen geleden schreef Kees Alders op deze blog over het Hemels Mandaat, Tianming, dat de Zhou-dynastie uit het westen van China voor zichzelf claimde toen ze in de elfde eeuw v.Chr. de Shang-dynastie omverwierp. Samengevat:

De laatste Shang-vorst zou wreed en losbandig zijn geweest, en daarmee het morele mandaat hebben verloren om zijn rijk te besturen.

Dit idee is in het latere China een belangrijke rol blijven spelen, aangezien het een van de kernvragen introduceerde van de latere Chinese filosofie: wat was immers de deugd waarover de heerser diende te beschikken? Die vraag laat ik verder aan Alders over om te beantwoorden, ik wijs op een parallel in Mesopotamië.

Marduk

Babylonische dynastieën

Ook daar zijn dynastiewisselingen bekend. Vanaf de Late Bronstijd heersten daar diverse dynastieën, die zó slecht bekend zijn dat oudheidkundigen een van deze heersersfamilies maar aanduidt als “de dynastie van E”. Pas tegen het einde van de achtste eeuw v.Chr., als de Assyriërs de macht overnemen, hebben we weer zicht op de situatie. Die voelen zich op zeker moment gerechtigd om Babylon te verwoesten en voor zeventig jaar braak te laten liggen, maar gelukkig voor de bewoners kreeg de god Marduk medelijden en mochten ze al eerder terugkeren. Evengoed was Babylon voor de Assyrische vorsten een hoofdpijndossier.

Uiteindelijk greep Nabopolassar de macht, eerst in Babylon, later in heel Mesopotamië. De Assyrische dynastie had dus plaatsgemaakt voor een Babylonische. En die dynastie maakte in 539 v.Chr. weer plaats voor een Perzische, die later weer zou worden opgevolgd door een Macedonische, een Parthische, een tweede Perzische en uiteindelijk het Arabische Kalifaat. In ons optiek zijn het steeds andere volken, maar dat is wat misleidend; de hedendaagse jargonterm “heersende etnoklasse” is bedoeld om te tonen dat alleen de residentie zich verplaatste en het elite-netwerk zich heroriënteerde.

Nabonidus (Archeologisch museum, Sanli Urfa)

De val van Nabonidus

Mij gaat het om de opkomst van de Perzische Achaimeniden: eerst versloeg Cyrus de Grote de Babylonische legers ergens aan de Tigris, en het geweld was zo extreem dat er geen troepen resteerden om de stad Babylon te verdedigen. De bronnen geven uiteenlopende informatie over het lot van koning Nabonidus, maar wat wél duidelijk is dat iedereen die in die dagen in staat was wat spijkerschrifttekens te schrijven, negatief over hem schreef.

Om te beginnen is er de Cyruscilinder, waarin de veroveraar alle gemeenplaatsen uit de Assyrische propaganda van stal haalt om te bewijzen dat Nabonidus niet deugde omdat hij boventallige herendiensten had opgelegd aan de bevolking, dat de Babylonische god Marduk had gezocht naar een rechtvaardige heerser, dat Cyrus dat was, dat zijn coup d’état dus gerechtvaardigd was geweest, wat eens te meer werd bewezen door de extra offers die hij bracht en doordat hij de herendiensten terugbracht tot het oorspronkelijke niveau.

Een Mardukpriester (Louvre, Parijs)

Het gedicht dat bekendstaat als de Verskroniek van Nabonidus is gecomponeerd door een van de priesters van de Marduktempel. De tekst toont dat de religieuze autoriteiten in Babylon verontrust waren geraakt doordat het belangrijke nieuwjaarsfeest (Akitu) niet volgens de regels gevierd kon worden omdat koning Nabonidus afwezig was. Hij was namelijk in Tayma, een oase in het noorden van het huidige Saoedi-Arabië. De auteur van de Verskroniek doet weinig moeite om zijn minachting te verbergen voor de goddeloze gek.

Echo’s van deze propaganda zijn te vinden in de literatuur van de in Babylonische ballingschap verkerende Joden. De auteur van het Bijbelboek Jesaja verlekkert zich bijvoorbeeld in het verdriet van de Babylonische vrouwen en onthaalt Cyrus als gezalfde des heren. Wat al deze teksten – er zijn er meer – duidelijk maken is dat Nabonidus zijn Hemels Mandaat had verspeeld.

De Dynastieënprofetie (British Museum, Londen)

De Dynastieënprofetie

De tekst die bekendstaat als de Dynastieënprofetie is ook relevant. In de vorm van een voorspelling, dus geformuleerd in de toekomstige tijd, doet de auteur verslag van enkele gebeurtenissen uit het verleden. Het begin is verloren, maar verderop lezen we hoe de Babylonische dynastie van Nabopolassar de Assyrische heersers afloste. Daarna zijn er lacuneuze beschrijvingen van Nabopolassars opvolgers, gevolgd door een heel negatief oordeel over Nabonidus (“Hij zal kwaad beramen tegen Babylonië”). Cyrus is hierna de rechtvaardige vorst.

Maar ook zijn dynastie komt ten einde. Darius III Codomannus wordt gepresenteerd als opstandeling, dus als een verbreker van de kosmische orde. “Troepen uit het land in het westen zullen oprukken” en Darius verslaan. Op deze verwijzing naar Alexander de Grote volgt de passage waarom de Dynastieënprofetie berucht is: iets dat lijkt op een vermelding van Darius’ terugkeer. Het kan niet het moment zijn waarop de auteur, die tot nu toe het verleden beschreef, werkelijk de toekomst gaat voorspellen, want de tekst vervolgt met Alexanders opvolger Seleukos Nikator. De vermoedelijke verklaring is dat de schrijver zich vergiste en dat Alexander zegevierde. In elk geval leeft iedereen na het aantreden van de Macedenische dynastie nog lang en gelukkig.

Ook hier zien we dus het Hemels Mandaat: slechte Assyriërs, goede eerste Babylonische koning, slechte laatste Babylonische koning, goede eerste Perzische koning, slechte laatste Perzische koning, goede eerste Macedonische vorsten.

Zarathuštra (Wereldmuseum, Leiden)

Verband?

Ik rond af met een speculatie. Het Hemels Mandaat, of dat nou Chinees of Babylonisch is, veronderstelt een theorie over door de goden gewilde en gegarandeerde rechtvaardigheid. Maar in het antieke denken was dat helemaal niet zo vanzelfsprekend. Natuurlijk zijn er vorsten geweest die zich erop lieten voorstaan te ijveren voor het recht, maar het idee dat de goden een onrechtvaardige vorst konden vervangen door een andere heerser uit een nieuwe dynastie, was nieuw.

Ik bedacht – en nogmaals: het is speculatie – dat we misschien de invloed van Zarathuštra zien. Deze profeet, die in de Bronstijd in Sogdië (zeg maar Oezbekistan) leefde, beweerde dat mensen, door rechtvaardig te leven, partij kozen in de eeuwige kosmische strijd tussen het goede en het kwade. Hier zien we voor het eerst de vervlechting van ethiek en godsdienst. Misschien hebben de Zhou-Chinezen en de Mesopotamiërs daar iets van meegekregen.

Maar het idee kan natuurlijk ook twee keer zijn verzonnen – zo vreemd is het nou ook weer niet om aan te nemen dat de goden een slechte vorst in de steek laten. Al in de eenentwintigste eeuw v.Chr., toen de Sumerische Koningslijst werd samengesteld, bestond in Mesopotamië het idee dat dynastieën elkaar afwisselden. In een andere tekst uit die tijd, de Vloek van Akkad, lezen we dat koning Naram-Sin zich zo slecht gedraagt dat zijn stad ten onder ging. Om deze twee ideeën, enerzijds de afwisseling van dynastieën en anderzijds de slechte koning die zijn stad ten gronde richt, in elkaar te schuiven, daarvoor was niet per se een Zarathuštra nodig.

#CyrusDeGrote #Cyruscilinder #DariusIIICodomannus #Dynastieënprofetie #HemelsMandaat #Jesaja #Marduk #Nabonidus #Nabopolassar #NaramSin #SumerischeKoningslijst #VloekVanAkkad #ZhouDynastie

Prehistorisch China

Laat-Neolithisch aardewerk uit China (Musée Guimet, Parijs)

Deze blog gaat over de antieke wereld, dus de periode tussen pak ’m beet 3000 v.Chr. en 650 na Chr. De chronologische afbakening is simpel: daarvóór hebben we vooral archeologische bewijsmateriaal, daarna hebben we voldoende geschreven bronnen om te komen tot werkelijke geschiedschrijving. In de westelijke periferie ligt de einddatum iets later, maar voor het economisch, stedelijk en cultureel zwaartepunt van de antieke wereld, het oostelijk bekken van de Middellandse Zee, vormt het jaar 650 een mooi eindpunt.

De geografische grens is minder scherp. Daarom besteed ik ook regelmatig aandacht aan de Sao– en de Nok-culturen in subsaharaal Afrika en aan de culturen van Centraal-Eurazië. De Zijderoute is een fijn thema. Zo af en toe komt dus China in beeld, zoals bij de Romeinse beschrijving van het Zijdeland en de Chinese beschrijving van de staat Dà Qín, maar ik heb nooit een echt blogje gewijd aan het Verre Oosten. Een poging dus, met een kritische paragraaf aan het einde.

De Prehistorie van China

Eerst maar dit: het antieke China (“Inner China”) was zes, zeven keer zo groot als het huidige Frankrijk en daarom is het eigenlijk wat raar om het te hebben over “het” antieke China. Feitelijk was het een verzameling antieke culturen, gesitueerd in de oostelijke helft van het huidige China. De regio bestaat uit de bassins van twee naar het oosten stromende rivieren, de Huang Ho ofwel Gele Rivier in het noorden en de Jangtse ofwel Blauwe Rivier in het zuiden. De Gele Rivier stroomt door een gebied dat bestaat uit vruchtbare lössbodems.

Laat-Neolithisch aardewerk (Mariemont, Morlanwelz)

De eerste sporen van landbouw, ergens rond 12.000 v.Chr., lijken te zijn aangetroffen in de regio ten noorden van de Blauwe Rivier. Rijst en gierst werden verbouwd vanaf het negende millennium, varkens en honden werden gedomesticeerd en het eerste beschilderde aardewerk werd zo rond 5000 v.Chr. vervaardigd. In deze periode, het Neolithicum, groeiden de sociale tegenstellingen: de elite is herkenbaar aan de aanwezigheid van jade in de graven. En zijde! Het beroemde product werd vervaardigd vanaf pakweg 4000 v.Chr.

En zoals je zou verwachten: vanaf het moment waarop kapitaal circuleerde, zijn er ook sporen van geweld. Er moeten er vorsten zijn geweest die leiding gaven aan grote groepen arbeiders, waaronder de eerste metaalwerkers. De bronstechniek lijkt ergens rond 3000 v.Chr. te zijn overgenomen van de Centraal-Aziatische nomaden: dat is tegelijk met de opkomst van het brons in de Levant, en dus een mooi voorbeeld van de wijze waarop Centraal-Eurazië ook werkelijk het centrum was van Eurazië.

Bronstijd

Na de klimaatomslag rond 2200 v.Chr., het 4,2 ka BP event waarover ik vaker heb geschreven, begint een periode die weleens wordt aangeduid als die van de Xia-dynastie. De latere Chinese teksten – die ik niet heb gelezen – presenteren de vorsten als een soort halfgoden die de overstromingen van de rivieren leren beheersen en de akkerbouw beschermen. Westerse geleerden typeren de verhalen als mythisch, Chinese geleerden denken weleens aan een reële zondvloed, en associëren de Xia-dynastie met een bronstijdcultuur in de regio Henan, aan de Gele Rivier. Die lijkt een politieke organisatie te hebben gekend die niet onverenigbaar is met de legenden.

Orakelbot (Shang-dynastie; Musée Guimet, Parijs)

De volgende dynastie heet Shang of Yin, en nam de macht over rond 1750 of 1600 v.Chr. (ik lees het allebei). Ze duurde tot 1040 v.Chr. en de negenentwintig met naam bekende vorsten beheersten een groter gebied dan alleen Henan: de hele benedenloop van de Gele Rivier en ook stukken van de Blauwe Rivier. In deze periode brak het schrift echt door, wat de administratie natuurlijk vereenvoudigde. Ik begrijp dat er discussie bestaat over de rol van sjamanisme.

De Zhou-dynastie begon als vazal van de Shang-heersers, maakte zich onafhankelijk en nam rond 1040 de macht over. Om deze machtsovername te rechtvaardigen, riepen ze het “hemels mandaat” in: het idee dat als het slecht gaat, dat komt doordat de vorst niet voldoende deugdzaam is, zijn legitimatie verliest, waarna een andere leider met toestemming van de hemel de macht overneemt, en voorspoed brengt zolang hij deugdzaam is – tot ook de nieuwe dynastie corrumpeert. De geschiedenis is zo een cyclus; in Mesopotamië bestonden soortgelijke opvattingen.

De Zhou-vorsten hadden twee hoofdsteden, Chang’an en Luoyang, en breidden hun macht geleidelijk uit over grote delen van de Chinese wereld. Wie daar buiten woonde, gold als barbaar – een ander nieuw concept.

Hert (Zhou-dynastie; Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

IJzertijd

Inmiddels begon men voorwerpen van ijzer te maken: een nieuwe uit Centraal-Azië afkomstige techniek. Wanneer je de IJzertijd laat beginnen, is een beetje een definitiekwestie. Ga je uit van de eerste ijzeren voorwerpen, dan kom je bij 1000 v.Chr.; gietijzer was gangbaar rond 600 en staal rond 400 v.Chr.

Het wezenlijk nieuwe van ijzer is dat het een democratisch metaal is: het is overal te vinden. Brons veronderstelt koper en tin, en dus langeafstandshandel, en omdat de investeringen aanzienlijk zijn, kan alleen het hof de handel financieren. De opkomst van ijzer betekent het einde van dit monopolie en het ontstaan van kleinere staten. Dat is in China niet anders dan in de Levant, waar rond het midden van de achtste eeuw de centrale Zhou-overheid concurrentie krijgt van ruim 150 kleinere staten. Feitelijk waren de feodale heren net zo machtig als de koning. Deze fase uit de Chinese geschiedenis staat bekend als de Periode van Lente en Herfst, vernoemd naar de Lente- en herfstannalen, een hofkroniek van een van die deelrijken. Het gaat om de jaren 722 tot en met 481.

Bronzen vat (Musée Guimet, Parijs)

Het was een tijd van urbanisatie – alweer een parallel met de Levant en de Mediterrane wereld. Ook de grote Chinese filosofische stelsels wortelen in deze tijd: Confucius leefde rond 500 v.Chr., Lao Zi (Lao Tse), Sun Tzu en  Mo Zi (Micius) leefden iets later.

[wordt vervolgd]

#42KaBPEvent #akkerbouw #BlauweRivier #Bronstijd #ChangAn #Confucius #GeleRivier #HemelsMandaat #IJzertijd #jade #LaoZi #Luoyang #MoZi #Neolithicum #PeriodeVanLenteEnHerfst #ShangDynastie #SunTzu #XiaDynastie #ZhouDynastie #zijde