Het vierkinderenrecht
Reconstructie van het beeld van keizer Augustus uit Primaporta (Allard Pierson-museum, Amsterdam)De huwelijkswetgeving lag keizer Augustus na aan het hart. We weten niet waarom precies, maar zijn hele regering lang heeft hij geprobeerd de relaties tussen man en vrouw te reguleren. Uit het jaar 18 v.Chr. dateert de Lex Julia de maritandis ordinibus, die bepaalde wie met wie konden trouwen. Vermoedelijk uit hetzelfde jaar dateert de Lex Julia de adulteriis coercendis, ofwel een wet tegen overspel. Wellicht hingen deze wetten samen met de afkondiging van een “nieuwe era” in het daaropvolgende jaar. We lezen verder over wetgeving de pudicitia, betreffende de openbare zeden.
Hoe belangrijk dit thema was voor Augustus, blijkt wel uit het feit dat hij niet alleen het burgerlijk recht maar ook het strafrecht inzette. Bovendien bleef hij erop terugkomen: alsof drie wetten nog niet genoeg waren, herhaalde hij de wetgeving het in 9 na Chr., al liet hij het indienen toen over aan de twee consuls. Deze wet staat bekend als de Lex Papia et Poppaea, die de maatregelen uit de eerstgenoemde wet aanvulde en aanscherpte.
Het doel van zowel de Lex Julia de maritandis ordinibus als de Lex Papia et Poppaea was om mensen te laten trouwen. Liefst ook met de juiste mensen: senatoren en hun kinderen konden niet al te ver beneden hun stand trouwen, en zeker niet met vrijgelatenen. Dat aspect was vermoedelijk voor de standsbewuste Romeinen het belangrijkste, maar ik ben in dit blogje meer geïnteresseerd in de wettelijke prikkels om te trouwen. Ongetrouwde mensen mochten bijvoorbeeld bepaalde voorstellingen niet bijwonen. Ook legden deze wetten straffen op bij celibaat en kinderloosheid. Wie zijn of haar partner verloor en niet snel hertrouwde, kreeg te maken met beperkingen in het erfrecht.
Vierkinderenrecht
Het bestraffen van kinderloosheid was harteloos. Het trof immers ook mensen die dolgraag kinderen wilden maar ze niet krijgen konden. Zulke mensen ook nog eens straffen was oneerlijk en daarom schafte de Lex Papia et Poppaea de straffen af en verving ze door beloningen voor wie wel kinderen had: het ius III vel IIII liberorum, “het recht van de drie of vier kinderen”. Een man met vier kinderen kreeg voorrang als hij zich kandidaat stelde voor een ambt en de moeder van vier kinderen mocht haar eigen bezittingen zonder voogd beheren. Behoorden de ouders tot de senatoriële stand, dan kreeg zo iemand deze privileges als ze drie kinderen hadden.
Tot zover het principe: extra rechten bij vier kinderen, en voor the happy few al bij drie. En toen kwamen de complicaties. De Romeinse rechtsgeleerde Julius Paulus, die u moet plaatsen aan het begin van de derde eeuw na Chr. biedt een overzicht.noot Paulus, Sententiae 4.9. Als een kind later overleed, telde het niet mee. Een echtpaar kon het vierkinderenrecht dus weer verliezen. In feite werd het principe hier dus aangescherpt: “een kind” werd “een levend kind”. Dat een echtpaar een miskraam niet mocht laten meetellen lag hierna voor de hand. Als een vrouw beviel van een monstruosus, dus een kind met een wonderlijk uiterlijk, telde het niet mee. Opnieuw een aanscherping: het gaat dus niet meer om “een kind” maar om “een normaal kind”.
Versoepeling versus verscherping
Er zijn ook een paar bepalingen waar een zekere soepelheid uit blijkt. Dezelfde Paulus noemt bijvoorbeeld dat de kinderen uit verschillende huwelijken afkomstig mogen zijn.noot Paulus, Sententiae 16.3.4. (Het kon dus zijn dat de ene partner een recht had dat de andere niet bezat.) Maar over het algemeen lijkt de jurisprudentie de bepalingen vooral te hebben aangescherpt.
Deze interpretatierichting, in de richting van steeds grotere scherpte, heeft een verklaring. Daarover binnenkort meer.
#Augustus #huwelijkswetgeving #interpretatierichting #JuliusPaulus #LexJuliaDeAdulteriisCoercendis #LexJuliaDeMaritandisOrdinibus #LexPapiaEtPoppaea #RomeinsRecht #Senaat #vierkinderenrecht

