Asinus nica

Asinus Nica (Huis van de ezel, Djemila)

Het bovenstaande Romeinse mozaïek, dat dateert uit de late vierde of vroege vijfde eeuw na Chr., is te zien in het museum van Djemila in Algerije, de antieke stad Cuicul. Het opschriftnoot EDCS-23600210. combineert het Latijnse woord voor ezel, asinus, met de in Latijnse letters geschreven Griekse strijdkreet nika, “win!” Het woord kan ook verwijzen naar de personificatie van de overwinning. De ezel moet dus winnen, of heeft gewonnen, of zal winnen, of overwint – de strekking is duidelijk. De zegevierende ezel was duidelijk iets dat de eigenaar in wiens huis dit is gevonden, en dat de opgravers heel origineel “maison de l’âne” hebben genoemd, na aan het hart lag, want het motief is herhaald. Dus wat betekent het?

Zoals eigenlijk altijd weten we het niet, maar niets weerhoudt ons ervan beredeneerd te gokken. Het is antichristelijke polemiek.

Dat mag op het eerste gezicht wat boud klinken, en om eerlijk te zijn ben ik zelf niet ten diepste overtuigd, maar er valt wel iets voor te zeggen. Het sterkste argument is de zogeheten spotcrucifex die in Rome is gevonden op de helling tussen de Palatijn en het Circus Maximus. Daarop is een gekruisigde ezel te zien met een graffito dat een zekere Alexamenos zijn god aanbidt. De gangbare interpretatie is dat we daar te maken hebben met antichristelijke polemiek, al zijn er geleerden die zeggen dat niet zeker is of de graffito hoort bij de tekening, en dat de gekruisigde ezel misschien gewoon een gekruisigde ezel is.

Wellicht klopt die kritiek, maar we weten dat in de antijoodse polemiek zéker werd beweerd dat de ene god die de joden aanbaden, feitelijk een ezel was. Het lijkt mij alleszins mogelijk dat deze beschuldiging van de joden naar de christenen is doorgeplaatst. Dat pleit niet alleen voor de antichristelijke interpretatie van de spotcrucifex, maar ook voor een antichristelijke interpretatie van de zegevierende ezel.

Nog een overwinnende ezel uit hetzelfde huis

Er is nog iets om te overwegen. De ezel, ofschoon het liefste dier in de schepping, gold als het symbool van mensen – niet per se christenen – met verkeerde religieuze opvattingen. In Apuleius’ boek De gouden ezel, een van de leukste teksten uit de Oudheid, is de hoofdpersoon dankzij een betovering een ezel totdat hij het geloof in Isis aanvaardt.

Spotkruis, antijoodse polemiek en de ezel als symbool: al met al is het niet veel bewijs, maar helemaal verwaarloosbaar is het niet. Het wezenlijke probleem is dat deze interpretatie feitelijk bestaat uit twee hypothesen:

  • Men gebruikte destijds mozaïeken voor religieuze polemiek;
  • Deze ezel is antichristelijk bedoeld.

Als we voor het eerste nu volop bewijs zouden hebben, zou het tweede plausibeler zijn. Tot ik echter iets beters hoor, wil ik overwegen dat Asinus Nica antichristelijk is bedoeld. Maar ik denk dat er betere interpretaties zijn.

[Dit was het 514e voorwerp in mijn reeks museumstukken. Mocht het u boeien: ik organiseer in september een reis naar Algerije.]

#Algerije #Cuicul #Djemila #ezel #LucianusVanSamosata #mozaïek #Nikè

III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (1)

De veldtekens van III Augusta (Koninklijke musea voor kunst en geschiedenis, Brussel)

De legioenen uit de vroege Keizertijd gaan terug op eenheden uit de late Republiek. Ze zijn vrijwel allemaal geformeerd door Julius Caesar of Octavianus. Het Derde Legioen, dat later de bijnaam Augusta zou krijgen, is een uitzondering. Het is in 43 v.Chr. in het veld gestuurd door consul Gaius Vibius Pansa. De nummers één tot en met vier waren toen, in de laatste jaren van de Republiek, gereserveerd voor de legers van de consuls. Pansa nam dus een eerste en een derde legioen mee toen hij oprukte naar Modena op de Povlakte om te strijden tegen Marcus Antonius. Een tweede en een vierde legioenen gingen mee, gecommandeerd door consul Aulus  Hirtius. Ook in het gezelschap: Octavianus, met een privéleger.

Het drievoudige leger won. Beide consuls kwamen echter om het leven. Octavianus was nu ineens meester van een heel groot leger, marcheerde op Rome en eiste de macht. Zo simpel.

Naar Africa Proconsularis

Het Derde Legioen bleef blij hem. Mogelijk was het aanwezig tijdens de dubbele slag bij Filippi (42), waarin Octavianus, inmiddels samenwerkend met Marcus Antonius, de moordenaars van Caesar versloeg. Later nam het Derde Legioen deel aan de oorlog om Sicilië, waar Octavianus afrekende met de laatste zoon van Pompeius, Sextus. Octavianus’ bondgenoot was het leger van Marcus Aemilius Lepidus, dat uit Tunesië was gekomen en na de overwinning zijn generaal in de steek liet. Octavianus nam dat leger over en stuurde het Derde Legioen naar Tunesië. En daar is het gebleven.

Inscriptie voor Gavius Macer van III Augusta (Lepcis Magna)

Het is niet helemaal duidelijk waar het legioen zich aanvankelijk bevond. Het gebied, dat Africa Proconsularis heette, was vrij rustig en misschien zette Octavianus de soldaten in bij de herbouw van Karthago. Dan zal de eerste basis wel in de buurt van die stad zijn geweest, maar bewijs ontbreekt. In elk geval documenteert een inscriptie uit 14 na Chr. soldaten die een weg aanleggen van Tacape (Gabès in zuidelijk Tunesië) naar hun basis. Die bevond zich wellicht in Theveste, vanuit Tunesië bezien nét over de grens met Algerije.

Tacfarinas

III Augusta bewaakte de 3000 kilometer lange grens van de Atlantische Oceaan tot en met Tripolitana. Dus Marokko, Algerije, Tunesië en half Libië. Hoewel dit een doorgaans rustig deel was van het Romeinse Rijk, kreeg III Augusta het hard te verduren in de jaren 17-24, toen het de strijd moest aanbinden tegen Tacfarinas, die een anti-Romeinse coalitie had gevormd uit Numidische en Mauretaanse stammen. Misschien vormde deze oorlog de aanleiding tot de overplaatsing van het legioen naar Ammaedara, het huidige Haïdra.

III Augusta, gecommandeerd door de gouverneur van Afrika, Marcus Furius Camillus, wist Tacfarinas in 17 in een geregelde veldslag te verslaan, maar deze begon een guerrilla: het soort oorlog waar de Romeinen het minst van begrepen. In 18 versloeg hij zo een onderafdeling van III Augusta. De nieuwe commandant, Lucius Apronius, strafte de legioensoldaten met decimatie, d.w.z. het doden van elke tiende soldaat. In 21 kreeg het Derde versterking van VIIII Hispana, maar de oorlog duurde nog voort. In 24 wist gouverneur Junius Blaesus de rebel te verslaan en mocht het Negende weer vertrekken, maar Tacfarinas keerde onmiddellijk terug. III Augusta was nu echter in staat hem te isoleren en tot zelfmoord te drijven.

Stempel van III Augusta (Annaba)

Senatorieel legioen

In deze tijd was het Derde het enige legioen dat onder bevel stond van een senator, namelijk de proconsul (gouverneur) van Africa Proconsularis. Eén van hen zou Velleius Paterculus geweest kunnen zijn, de auteur van een korte Romeinse Geschiedenis. Dit feitje is gebaseerd op de interpretatie van een inscriptie die echter ook anders te lezen is. Onmogelijk is het echter niet.

Keizer Caligula (r.37-41) vond het riskant om een ​​legioen in handen te laten van een senator, die immers voldoende waardigheid bezat om een gooi naar het keizerschap te doe. Hij koos ervoor zelf de commandant van III Augusta aan te wijzen – het was niet langer een senatorieel ambt. Caligula’s opvolgers Claudius en Nero zetten dit beleid doorgaans voort.

Het Vierkeizerjaar

Tijdens de verwarde laatste jaren van Nero kwam Lucius Clodius Macer in opstand tegen de tirannieke despoot. Hij formeerde in 68 een ander legioen, I Macriana Liberatrix, en steunde Sulpicius Galba, die vanuit Spanje naar Italië kwam en het keizerschap bekleedde. De nieuwe heerser wantrouwde Macer echter en beval een officier genaamd Trebonius Garutianus om de commandant van de twee legioenen te doden.

In januari 69 verloor Galba de controle over de situatie. Hij werd gedood en er brak een burgeroorlog uit tussen Otho en Vitellius, een voormalige gouverneur van Africa die inmiddels aan het hoofd stond van het Rijnleger. III Augusta koos de zijde van Vitellius, maar mengde zich niet in de strijd. Uiteindelijk wist weer een andere pretendent, Vespasianus, de macht te grijpen en een dynastie te stichten. Deze keizer was ook verantwoordelijk voor de overplaatsing van het legioen van Ammaedara terug naar Theveste (75).

Zes jaar later volgde een nieuwe overplaatsing, nu naar Lambaesis in Numidië. Veteranen vestigden zich in de omgeving: in Djemila (Cuicul), Sétif (Setifis) en Timgad (Thammugadi). De Romeinen ontgonnen en koloniseerden de Algerijnse Hautes Plaines werden in hoog tempo.

[Wordt vervolgd.]

#africaProconsularis #algerije #ammaedara #aulusHirtius #caligula #claudius #decimatie #djemila #gabes #gaiusVibiusPansa #galba #haidra #iMacrianaLiberatrix #iiiAugusta #juliusCaesar #juniusBlaesus #lambaesis #legioen #luciusApronius #luciusClodiusMacer #marcusAemiliusLepidus #marcusAntonius #marcusFuriusCamillusAfricanus #marcusVelleiusPaterculus #mauretanie #nero #numidie #otho #romeinsLeger #setif #sextusPompeius #slagBijFilippoi #tacape #tacfarinas #theveste #timgad #treboniusGarutianus #tunesie #vespasianus #vierkeizerjaar #viiiiHispana #vitellius

Algérie

Explore this photo album by Marco Di Leo on Flickr!

Flickr

More from Algeria - the remains of the Roman city at Djémila.

#traveladdict #travelphoto #travelphotography #photography #algeria #djemila

#Djemila, #Jérusalem, 1931. (© Marianne Breslauer/Fondation suisse pour ...

#photography #germany

https://www.pinterest.com/pin/520376931935182710/

Pin en Past ✵

20-may-2017 - Djemila, Jérusalem, 1931. (© Marianne Breslauer/Fondation suisse pour la photographie)

Pinterest