#nijlpaard
Hekataios van Milete
Wereldkaart van HekataiosOp deze blog is vaak genoeg gesproken over Herodotos van Halikarnassos, de vijfde-eeuwse Griekse onderzoeker die geldt als pater historiae, wat we het beste kunnen vertalen als āvader van de onderzoeksjournalistiekā. Hij was bepaald niet de eerste geschiedschrijver: de auteur van het Deuteronomistisch Geschiedwerk heeft dezelfde visie op historische causaliteit en was Herodotos anderhalve eeuw voor. Ook in het Griekse taalgebied was Herodotos niet de eerste: tot zijn voorgangers behoorde Hekataios van Milete, die net als Herodotos onderzoek deed naar het verleden en naar topografie, en die tevens een wereldkaart ontwierp. U moet hem plaatsen in de tweede helft van de zesde eeuw v.Chr., met een sterfjaar na 499.
Een nieuwe tijd
De zesde eeuw v.Chr. was voor de oude Griekse elite een soort fin de siĆØcle. De diverse steden waren altijd door aristocraten bestuurd geweest, maar inmiddels hadden kooplieden de grenzen van de bekende wereld verlegd, veel geld verdiend en invloed gekregen op het bestuur. In tegenstelling tot de aristocraten, die de Homerische helden als hun voorouders hadden opgeĆ«ist, hadden de nouveaux riches niet zoān claim op legitimiteit.
Zij hadden andere, nieuwe ideeĆ«n. Die waren niet gebaseerd op een oude traditie, maar op rationeel denken en empirisme. Vroege filosofen als de MilesiĆ«rs Thales, Anaximandros en Anaximenes en de EfesiĆ«r Herakleitos waren weliswaar niet helemaal origineel in hun denkbeelden ā sommige ideeĆ«n hebben Babylonische parallellen ā maar hun kritische houding was voor de Griekse wereld nieuw. Dit was de intellectuele wereld van Hekataios.
Biografie
Hekataios moet rond 550 v.Chr. in Milete zijn geboren, kort voordat de Perzische koning Cyrus de Grote het Lydische Rijk en de bijbehorende Griekse havensteden veroverde. Eeuwen later schreef de Griekse geograaf Strabon dat Hekataios een student was geweest van Anaximandros. Dat is chronologisch gezien vrijwel onmogelijk, maar van de andere kant: de filosoof lijkt Hekataiosā ideeĆ«n over het ontstaan van het universum en de vorm van de wereld te hebben beĆÆnvloed.
We weten verder nauwelijks iets over Hekataiosā leven, hoewel hij een bezoek lijkt te hebben gebracht aan Egypte. Misschien kwam hij mee met de Perzische koning Kambyses, die in 525 het aloude land van de Nijl veroverde.
Herodotos vertelt dat Hekataios de omvang en macht van het Perzische Rijk had begrepen en in 499 zijn landgenoten adviseerde niet in opstand te komen tegen koning Darius I de Grote. Ze luisterden niet. De Ionische Opstand, zoals de revolte van de Griekse steden in het Perzische Rijk wordt genoemd, liep uit op een nederlaag en in 495 of 494 werd Milete verwoest.
Een heel late traditie, te vinden bij Diodoros van SiciliĆ«, wil dat Hekataios namens de MilesiĆ«rs onderhandelde met de Perzen, en zowaar een gunstige behandeling wist te verwerven. Misschien is het waar, en dan was Hekataios in 495 nog in leven. Misschien is het niet waar en dan weten we op zān best dat hij in 499 nog in leven was. Voor de beoordeling van zijn werk maakt het weinig uit.
Geografie
Hekataiosā bekendste werk is zijn wereldkaart, die weer was gebaseerd op een ontwerp van Anaximandros. Herodotos geeft een beschrijving:
Ik kan mijn lachen niet houden omdat van al die wereldkaartenmakers nog niemand erin is geslaagd een redelijke beschrijving te geven. Ze tekenen een Oceaan rondom een wereldschijf die met behulp van een passer als een cirkel is getrokken, en bij hen is Aziƫ net zo groot als Europa.noot Herodotos, Historiƫn 4.36.
Hoewel Herodotos zijn voorganger niet expliciet noemt, zijn de meeste classici het erover eens dat hij zijn voorganger uitlacht ā en niet ten onrechte, want Herodotosā eigen wereldkaart is beter. Hekataios verdeelde de wereld in drieĆ«n (Europa, AziĆ«, Afrika), die werden gescheiden door de Middellandse Zee, de Rode Zee en de Zwarte Zee. Tegelijkertijd bestond de wereld uit vier kwadranten: West-Afrika werd door de Nijl gescheiden van Oost-Afrika en het Nabije Oosten; het Nabije Oosten werd door de Zwarte Zee gescheiden van Europa; en Europa is in een oostelijke en westelijke helft verdeeld door de rivier de Don. Er zijn meer aanwijzingen dat de kaart van Hekataios extreem schematisch was; het was Hekataiosā voornaamste verdienste dat hij de relatieve posities begreep van de werelddelen.
De kaart hoorde bij Hekataiosā Beschrijving van de aarde. In twee boeken, gewijd aan enerzijds Europa en anderzijds Voor-AziĆ« en de Maghreb, beschreef hij de kusten van de Middellandse Zee. Soms verliet Hekataios de kust en ging hij stroomopwaarts langs deze of gene rivier. De overgebleven fragmenten ā het zijn er ruim 300 ā laten zien dat hij een sobere schrijfstijl had en dat hij steden, afstanden, rivieren, bergen, volken en grenzen vermeldde. Gewoontes, dieren, planten, landschappen, mythologie en stichtingssagen kwamen eveneens aan bod, maar er zijn geen aanwijzingen dat hij ook historische informatie gaf.
Het tweede boek bevatte een verwijzing naar Melitta in het westen van Marokko. Deze verwijzing is uiterst belangrijk, omdat ze bewijst dat Hekataios toegang had tot het reisverslag van Hanno de Zeevaarder, die in de zesde eeuw v.Chr. de westkust van Afrika verkende. Helaas hebben we geen idee van Hekataiosā andere bronnen.
Het langste citaat is een door Herodotos geplagieerde tekst over Egyptische dieren (nijlpaard, krokodil, feniks). Helaas suggereert de beschrijving van het nijlpaard niet bepaald dat Hekataios dit dier werkelijk heeft gezien, want er klopt weinig van. Een ander verhaal dat Herodotos overschreef is een zeer schematische beschrijving van de Sahara.
Geschiedschrijver
Hekataios publiceerde ook de Genealogieƫn, een overzicht van de stamboom van de diverse Griekse helden. Ongeveer veertig fragmenten hebben het overleefd. De openingszin is beroemd geworden:
Hekataios van Milete zegt: Ik schrijf op wat ik denk dat waar is, want de verhalen van de Grieken zijn naar mijn mening belachelijk en talrijk.
Zelf probeerde hij de onafhankelijk van elkaar doorgegeven en elkaar regelmatig tegensprekende (en daarom belachelijke) verhalen van zijn landgenoten te systematiseren. Daartoe ontwierp hij een chronologisch systeem, waarin zowel de goden als de helden van weleer waren opgenomen. Het was niet de eerste poging om Griekse mythen en sagen te systematiseren, maar het was wel een van de invloedrijkste. De meeste latere geleerden, te beginnen met Herodotos, accepteerden de chronologie van Hekataios.
Wij kunnen denken dat Hekataios kritisch nadacht over verhalen die zó fantasierijk waren dat er eigenlijk geen reden was om er kritisch over na te denken. Het verre Griekse verleden ligt voorgoed verborgen in de mist der tijden. Van de andere kant: Hekataios van Milete was een van de eersten die de sagen niet voor zoete koek slikte en kritisch nadacht over het verleden. Hij was niet de vader van welk historisch of journalistiek specialisme ook, maar wel een van de reuzen op wier schouders de latere geschiedvorsers stonden.
#aardrijkskunde #Afrika #Anaximandros #antiekeGeschiedschrijving #Aziƫ #DeuteronomistischGeschiedwerk #DiodorosVanSiciliƫ #Europa #HekataiosVanMilete #HerodotosVanHalikarnassos #IonischeOpstand #MiddellandseZee #Milete #nijlpaard #wereldkaartPaleoproteomics
Karthaagse munt uit Iberië; dankzij paleoproteomics is vast te stellen welke olfantensoort dit is (British Museum)Ik heb al vaker geblogd over bioarcheologische onderwerpen, zoals het DNA-onderzoek en het isotopenonderzoek. Over antieke eiwitten (proteïnen) heb ik het echter nog niet gehad, maar die zijn wel de moeite waard. Het is bijvoorbeeld mogelijk om in antiek aardewerk na vele eeuwen nog sporen te vinden van bijvoorbeeld zuivel. Zo kunnen onderzoekers uitspraken doen over de toenmalige voeding, wat weer kan leiden tot inzicht in de toenmalige volksgezondheid. Ook zijn uitspraken mogelijk over antieke ziektes. Een team uit Nottingham is er bijvoorbeeld in augustus 2023 in geslaagd om oeroude antistoffen te identificeren in het tandglazuur van iemand die ooit afweer had opgebouwd tegen het virus dat de ziekte van Pfeiffer veroorzaakt.
De monsters zijn niet alleen uit tandglazuur te nemen, maar ook uit botmateriaal, tandsteen, keramiek, textiel, perkament en papyrus. Een van de voordelen van dit type onderzoek, dat wel wordt aangeduid als paleoproteomics, is dat eiwitten opvallend goed bewaard blijven. Eitwitonderzoekers kunnen daardoor dieper het verleden in dan bijvoorbeeld hun collegaās die zich bezighouden met antiek DNA.
Massaspectroscopie
Dit type onderzoek is jong. Om macromoleculen als eiwitten te analyseren is namelijk een betrekkelijk nieuwe techniek verondersteld, die de onderzoekers aanduiden als massaspectroscopie. Die naam is een beetje misleidend. Bij spectroscopie bepalen analisten de samenstelling van een monster door er licht op te werpen; het monster weerkaatst dat licht op verschillende golflengten, die verraden waaruit het monster bestaat. Massaspectroscopie heeft hiermee niets te maken; het gaat niet om golflengtes.
Ik ben nu een beetje buiten mijn veld, maar zal proberen uit te leggen hoe het wel werkt. (Ik houd me aanbevolen voor verbetering.) Bij massaspectroscopie sublimeren analisten een monster ā het verandert dus in ƩƩn klap van een vaste stof in een gas zonder de gebruikelijke tussenstap van vloeistof ā en ioniseren het. Doordat elk geĆÆoniseerd atoom in een magnetisch veld een eigen baan volgt, raken ze de detector op verschillende plaatsen, en daarmee hebben we de signatuur van het monster. Dat signatuur is dus niet gebaseerd op golflengte maar op massa en lading.
Een van de eerste oudheidkundige toepassingen van massaspectroscopie was bij koolstofdateringen. Traditioneel werkten analisten met geigertellers en dat kon uren, dagen duren. De waarschijnlijkheidsmarges waren breed. Nu sublimeren ze het monster en hebben ze snel een meting met een smalle marge; de scherpe datering van de Lijkwade van Turijn is het beroemd vroeg voorbeeld.
Eiwitten
Het sublimeren van een monster is redelijk verwoestend. Eind vorige eeuw slaagden scheikundigen er echter in de methode te verfijnen door het monster vloeibaar te maken. Dit heet zachte ionisatie. Bijkomend voordeel was dat de monsters nog kleiner konden zijn. De ontwerpers van deze methode kregen daarvoor in 2002 de Nobelprijs.
Hiermee was de analyse van oer-, oeroude eiwitten binnen handbereik gekomen en verwierven oudheidkundigen een nieuw venster op de wijze waarop mensen in de Prehistorie, Oudheid en Middeleeuwen omgingen met dieren en met hun leefomgeving. Ook paleontologen hebben een schat aan informatie gekregen.
Onlangs heeft het Metropolitan Museum in New York zestien honderden tot duizenden jaren oude ivoren voorwerpen laten onderzoeken door een laboratorium in Bordeaux. Daarbij volstonden superkleine monsters, die hooguit enkele nanogrammen wogen. Evengoed viel een massaspectrogram te maken waarin allerlei aminozuren herkenbaar waren, waarmee viel vast te stellen van welke dieren het ivoor afkomstig was: een laatmiddeleeuws schaakstuk bleek bijvoorbeeld gemaakt te zijn van de tanden van een potvis. Andere voorwerpen waren gemaakt van het gewei van een hertachtige.
āachtige: hier zit vooralsnog een probleem. We zouden preciezer willen zijn: er bestaan vele tientallen hertensoorten, die ruwweg dezelfde aminozuursequenties hebben. De uitdaging waarvoor de onderzoekers staan, is het verfijnen van de database.
Paleoproteomics en olifanten
Wat ons brengt bij de Afrikaanse olifanten. Het ivoor van hun slagstanden lijkt sterk op dat van nijlpaarden. Het is met ramanspectroscopie, waarover ik al eerder schreef, uit elkaar te houden, maar inmiddels is de paleoproteomische database verbeterd.
En daarmee komt de oplossing in zicht voor dat grote raadsel der antieke krijgsgeschiedenis, dat uiterst der oudheidkunde: welke olifanten zetten de PtolemaĆÆsche Egyptenaren en Karthagers in? Zeker geen Indische olifanten, maar welke Afrikaanse soort? De grote savanneolifant, die is uit te rusten met torens, of de kleinere bosolifant, die eerder een groot uitgevallen soort paard is? Ik heb het vraagstuk al eens uitgelegd; het lijkt vervuild te zijn geraakt door een opmerking van de geschiedschrijver Polybios, die ergens opmerkt dat de Egyptische olifanten kleiner waren dan de Indische olifanten van hun tegenstanders. Dat zou duiden op bosolifanten, en er is geopperd dat savanneolifanten moeilijker te trainen zouden zijn. Die hypothese is vervolgens een quasi-zekerheid geworden, door iedereen overgeschreven en naverteld, maar nooit getoetst.
Er is op verschillende plaatsen Karthaags ivoor gevonden, en we zullen de uitkomst binnen een paar jaar wel horen. Ik ben benieuwd. Want het is toch wel opvallend dat de olifanten waarom Hannibal zo beroemd is geworden, in geen enkele veldslag een beslissende rol hebben gespeeld: op de Povlakte schrikten ze de Romeinen niet af en in Zama sloegen ze op hol. Misschien waren het kleine bosolifanten waar de Hannibals tegenstanders niet bang voor waren, wellicht waren het ā daarop duidt het eerste DNA-bewijs ā grote savanneolifanten en waren ze inderdaad slecht te trainen.
Wie zal het zeggen? Uiteraard is de krijgsgeschiedenis niet zo belangrijk, maar het feit dat oudheidkundigen antiek eiwit kunnen analyseren is dat wƩl. Zoals gezegd: paleoproteomics openen een nieuw venster op de wijze waarop mensen in de Oudheid omgingen met dieren en met hun leefomgeving.
[Bron. De oudheidkundige wetenschappen bieden meer dan feitjes, wistjedatjes en trivaliteitjes. Het zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van vergelijkbare stukjes is daar.]
#bioarcheologie #DNAOnderzoek #eiwitten #Hannibal #isotopenonderzoek #ivoor #koolstofdatering #krijgsgeschiedenis #LijkwadeVanTurijn #massaspectroscopie #MetropolitanMuseum #nijlpaard #Nobelprijs #olifant #paleoproteomics #potvis #ramanspectroscopie #virus #ziekteVanPfeiffer