De Spaanse triomf van Caesar

Beeldje van de overwinningsgodin (Archeologisch Museum van Catalonië, Barcelona)

Het was oktober in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde (45 v.Chr.). En het was een feestmaand. Op 13 oktober trok Quintus Fabius Maximus de stad Rome in triomf binnen. Hij had de Spaanse Oorlog immers afgerond met de inname van Munda en Osuna. Ook Quintus Pedius, Caesars achterneef, mocht een triomftocht houden. Hij had deelgenomen aan de verovering van Gallië, had de praetuur bekleed en had eveneens gevochten in de Spaanse Oorlog. Caesar lijkt echter niet onder de indruk geweest te zijn geweest van de man, want enkele weken eerder had hij hem de facto onterfd ten gunste van de veel jongere Gaius Octavius (Octavianus).

Opnieuw: de valse Marius

Voordat Caesars eigen triomftocht kon beginnen, was er nog een ontluisterend voorval. Een triomfator mocht de stad niet betreden vóór zijn jour de gloire. Caesar verbleef dus in zijn villa aan de overzijde van de Tiber. De Romeinse auteur Valerius Maximus vertelt dat Caesar zich daar in de tuin liet toejuichen door de menigte. Even verderop stond echter de “valse Marius” over wie ik al eerder blogde, die zich liet begroeten “door een bijna even enthousiaste menigte”.noot Valerius Maximus, Opmerkelijke daden en gezegden 9.15.2. Dit was niet helemaal de terugkeer die Caesar voor ogen had gehad. Hij gelastte de man om Italië te verlaten.

De Spaanse triomf van Caesar

Terug naar de triomftocht. Caesar feest was, volgens de Romeinse auteur Quintilianus, een paar dagen voor dat van Quintus Fabius Maximus. Hoeveel dagen weten we niet, maar het zal vandaag plus of min een paar dagen 2069 jaar geleden zijn geweest.

Waarom ook Fabius en Pedius de stad in triomf mochten binnenkomen, weten we eigenlijk niet. Het was onconstitutioneel dat een niet-oppercommandant een triomftocht hield, maar blijkbaar beschouwde Caesar het als een door hem te verlenen beloning. Hij plaatste zichzelf boven de wet. Eigenlijk blijkt dat ook wel uit zijn eigen triomf, want hij had een burgeroorlog beëindigd en geen buitenlandse oorlog, wat een voorwaarde was voor een triomftocht. Maar Caesar wilde zich het feestje niet ontzeggen en liet munten slaan met afbeeldingen van Spaanse krijgsgevangen. Zo leek het nog wat.

Spaanse krijgsgevangenen (Musée de la romanité, Nîmes)

Dat zette kwaad bloed. Als Caesar nog niet wist dat er inmiddels oppositie was, moet hij het in deze dagen hebben ontdekt. Suetonius vermeldt een incident dat plaatsvond tijdens zijn feestelijke intocht.

Toen hij in triomf langs de banken van de tribunen reed en Lucius Pontius Aquila als enige van dit college niet opstond, is Caesar zo razend geworden dat hij uitriep: “Zie dan, tribuun Aquila, dat je mij de staat weer afneemt.” En dagenlang nog deed hij geen enkele toezegging zonder het voorbehoud te maken: “Als het tenminste de goedkeuring van Pontius Aquila kan wegdragen.”noot Suetonius, Caesar 77; vert. Daan den Hengst.

Alleenheerschappij

Het is denkbaar dat Caesar inmiddels overwoog te regeren als alleenheerser. Het constitutionele probleem was simpel te benoemen – hij was te machtig voor een republikeins bestel – maar leek onoplosbaar. Zeker, nu hij terug was in Rome benoemde hij de magistraten voor het lopende jaar, zoals de twee consuls Quintus Fabius Maximus en Gaius Trebonius (de man die was begonnen het complot tegen Caesar te vormen). Ze traden aan op 1 oktober. De dictator-voor-tien-jaar begreep dat hij de schijn van constitutionaliteit moest ophouden. Maar hij zou inmiddels geconcludeerd kunnen hebben dat zijn pogingen tot verzoening, gemeend of niet, onvoldoende waren geweest om efficiënt bestuur te herstellen. Hij zou moeten besturen zoals een koning het deed. Zijn geliefde Kleopatra kan het voorbeeld zijn geweest.

Er zijn echter voldoende aanwijzingen dat Caesar het koningschap niet nastreefde. Want laten we eerlijk zijn: de Ptolemaiossen, de Hyrkanossen, de Farnakessen, de Juba’s, de Bochussen en de Boguds stelden weinig voor. Caesar was inmiddels groter dan het koningschap. En het kan geen kwaad erop te wijzen dat in het Romeinse Senaatsgebouw koningen dienden te wachten in het voorportaal. Het koningschap zou een demotie zijn geweest.

Venus Genetrix

Kort voor de Spaanse triomftocht had Caesar het feest gevierd van Venus Genetrix, de stammoeder van de familie Julius. Zij was de moeder van de Trojaanse held Aeneas en dus de grootmoeder van diens zoontje Ascanius, dat ook wel Ilus zou zijn genoemd naar zijn geboortestad. Troje heette immers ook Ilios. Dat de naam “Julius” was afgeleid van “Ilus”, trok niemand in twijfel. Althans in het openbaar.

Venus Genetrix (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

In elk geval had Caesar op het naar hem vernoemde forum een heiligdom opgericht voor de stammoeder die hij had geadopteerd. De toegang naar het tempelterras was niet aan de voorzijde, zoals in een Romeinse tempel gebruikelijk, maar aan de zijkanten, waardoor redenaars de voorkant konden gebruiken als podium. Tijdens het feest van Venus Genetrix verwelkomde Caesar daar zijn gasten.

Toen de voltallige Senaat zich met een groot aantal eerbewijzen tot hem wendde, ontving hij de senatoren voor de tempel van Venus Genetrix zonder zich van zijn zetel te verheffen. Sommigen menen dat Lucius Cornelius Balbus hem heeft tegengehouden toen hij wilde opstaan, anderen dat hij daartoe in het geheel geen aanstalten heeft gemaakt, maar integendeel Gaius Trebatius Testa, die hem ried op te staan, een niet al te vriendelijke blik heeft toegeworpen.noot Suetonius, Caesar 77; vert. Daan den Hengst.

Het was tactloos. Titus Livius noemde het als eerste van drie aanleidingen tot de samenzwering die uiteindelijk een einde aan Caesars leven zou maken. De eigenlijke oorzaak was, zoals gezegd, dat zijn macht te groot was voor de republiek.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.] 

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Augustus #GaiusOctavius #GaiusTrebatiusTesta #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusCorneliusBalbusMaior #LuciusPontiusAquila #MarcusFabiusQuintilianus #Munda #Periochae #QuintusFabiusMaximus #QuintusPedius #Rome #SpaanseOorlog #Suetonius #triomf #ValeriusMaximus #ValseMarius #VenusGenetrix

De valse Marius

Romeins portret (Capitolijnse Musea, Rome)

Als ik u zeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde en als ik uitleg dat wij dat jaar 45 v.Chr. noemen, dan weet u dat u bent beland in een aflevering van het feuilleton “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Alleen gaat het vandaag niet over hem maar over een familielid. Of beter, een soort van familielid.

De gens Julia

Hoe zat het ook alweer met Caesars familie? De gens Julia, de familie Julius, stamde uit Troje, dat was algemeen bekend. Troje heette immers ook Ilion of Ilios, en daarvandaan was het maar een kleine stap naar Julius. Duidelijke zaak. Mythologisch dan. We zijn op historisch betrouwbaarder grond als we constateren dat de familie behoorde tot de aloude aristocratie, het patriciaat, en dat rond 115 v.Chr. een dochter Julia trouwde met Gaius Marius, een aanstormend talent, afkomstig uit de provincie. Marius zou niet minder dan zeven keer het consulaat bekleden. De broer van Julia, en de zwager van Marius, was de vader van Julius Caesar.

Gaius Marius en Julia hadden een zoon, Marius Junior, die in 82 v.Chr. om het leven kwam in de Eerste Burgeroorlog, nog maar zesentwintig jaar oud. Tijdens Caesars lange afwezigheid in Spanje bleek echter dat Marius Junior een zoon had gehad. Deze Marius iuvenissimus (de allerjongste) was dus een achterneef van Julius Caesar, even nauw met hem verwant als de Sextus Julius Caesar wiens gouverneurschap in Syrië zo catastrofaal was verlopen.

Marius in Rome

Terwijl Julius Caesar dus in het verre westen was, maakte deze Marius ineens naam in Italië. Omdat het met zijn vader zo slecht was afgelopen, had hij moeten onderduiken en pas nu een verwant de macht had, durfde hij weer in openbaarheid te komen. De Romeinse auteur Valerius Maximus, een tijdgenoot van keizer Augustus, weet te vertellen dat

veel veteranenkolonies en vooraanstaande steden, alsmede bijna alle gilden hem vroegen als hun beschermheer (patronus).noot Valerius Maximus, Opmerkelijke daden en gezegden 9.15.2.

In de late zomer keerde Octavius terug uit Spanje en hij kwam de Tiber opvaren naar de villa van Caesar, die niet ver van het huidige spoorwegstation Trastevere lag. Daar ontmoette hij zijn verwant. Nikolaos van Damascus weet meer:

Toen hij bij Rome de Janiculum bereikte, kwam hem een man tegemoet die beweerde de zoon van Gaius Marius Junior te zijn. Met hem kwamen een grote menigte mensen en ook enkele vrouwen die familie waren van Caesar. Hij wilde graag in de familie worden opgenomen en zij getuigden van zijn afkomst. Hij was er echter niet in geslaagd om [Octavianus’ moeder] Atia of haar zus ertoe te brengen een soortgelijke verklaring over de familiebanden af te leggen. De families Julius en Marius waren nauw verbonden en deze man leek helemaal geen familie. Hij kwam dus met een grote schare naar Octavianus toe en probeerde ook op zijn gezag in de familie opgenomen te worden. De burgers die hem vergezelden waren er ook zeker van dat hij de zoon was van Marius Junior.

Octavianus zat in een lastig parket. Hij vroeg zich af wat te doen. Het was moeilijk om een vreemdeling als familielid te begroeten, iemand van wie hij de afkomst niet kende en voor wie zijn moeder niet instond. Anderzijds zou het lastig zijn … om de man en zijn aanhangers af te wijzen. Octavianus zei dus dat Caesar én het hoofd van de familie was én het hoofd van de staat én van de hele Romeinse wereld. De man kon daarom beter naar hem toe gaan en de verwantschap uitleggen. Als hij Caesar kon overtuigen, zouden hij en de andere verwanten, volledig overtuigd, zich bij die beslissing neerleggen. … In de tussentijd zou hij niet naar Octavianus moeten komen en moest hij niets vragen alsof ze verwanten waren. Zo verstandig antwoordde Octavianus en iedereen prees hem. Desondanks volgde de kerel hem de hele weg naar huis.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 14.

We zullen nog zien dat Julius Caesar de man beschouwde als bedrieger en wegstuurde uit Italië, wat een opmerkelijk lichte straf is. De auteurs van onze bronnen – naast Valerius Maximus en Nikolaos van Damascus ook Appianus – weten zeker dat de man een bedrieger was, die eigenlijk Amatius of Herophilus heette en oogarts was. noot Valerius Maximus, Opmerkelijke daden en gezegden 9.15.2. Onze auteurs behandelen hem echter wel heel respectvol. De man had bovendien voldoende aanhang om nog terug te keren.

Hoe vals was “de valse Marius”?

Feitelijk is het oordeel van onze bronnen ook niet relevant. Toen Caesar de man wegstuurde uit Italië, had hij al besloten dat Octavianus hem als familiehoofd zou opvolgen. Een extra, volwassen familielid was niet praktisch. Vanaf dat moment zou elk oordeel dus negatief zijn, ongeacht de waarheid. Het is vergelijkbaar met de “Pseudo-Filippos”, een Macedonische pretendent die zijn troonstrijd verloor en dus de geschiedenis in ging als bedrieger. Omgekeerd geldt de Abd al-Rahman die zich medio achtste eeuw aandiende in Córdoba als laatste overlevende van de Umayyaden-dynastie uit Damascus, wel als echt. En ook dat kunnen we helemaal niet zeker weten. Historici die zulke typeringen zomaar overnemen, maken zich schuldig aan de redenatiefout die bekendstaat als “naïef positivisme”.

Enfin. De man die zich tijdens Caesars verblijf in Spanje opwierp als zijn verwant, is de geschiedenisboeken ingegaan als “de valse Marius”. We komen hem nog tegen, want hij zou nog een extreem belangrijke rol spelen.

[De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar. En een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #AbdAlRahmanIVanCórdoba #Atia #EersteBurgeroorlog #GaiusMarius #JuliaI #JuliusCaesar #naïefPositivisme #NikolaosVanDamascus #Octavianus #PseudoFilippos #SextusJuliusCaesar #ValeriusMaximus #ValseMarius