Het huis van Massinissa

Stamboom van het huis van Massinissa (klik=groot)

Het bovenstaande plaatje wilde ik al een tijdje hebben en ik ben blij dat Kees Huyser het voor me heeft gemaakt. (Dank je wel Kees!) Zoals u ziet is het een stamboom, meer precies die van het huis van Massinissa, die rond 203/202 door de Romeinen werd erkend als koning van Numidië – zeg maar het huidige Algerije.

Hij was niet de eerste koning in de regio: zijn vader Gaïa heerste al over de oostelijke Numidiërs, die bekendstaan als de Massyliërs. Een andere koning, Syfax, heerste over de Masaeisyliërs in het westen, verenigde beide rijken en werd vervolgens verdreven door Massinissa. Met Romeinse steun regeerde hij een halve eeuw en zou zijn koninkrijk hebben opgestoten in de vaart der volken. Dat lezen we althans bij de Griekse geschiedschrijver Polybios, die verrast zal zijn geweest door de Numidische macht rond het midden van de tweede eeuw, maar niet wist hoe sterk het rijk al in de derde eeuw was geweest. We hebben Massinissa’s portret op munten, maar ik heb nooit een echt helder exemplaar gevonden, dus we moeten het doen met het onderstaande plaatje.

Massinissa (Musée de Cirta, Constantine)

Massinissa werd opgevolgd door drie zonen. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Appianus vertelt over hun taakverdeling:

Aan Mikipsa, de oudste en een vredelievend man, kende hij de stad Cirta en het daar gelegen koninklijk paleis toe. Gulussa, een man met een strijdlustig karakter en de op één na oudste, benoemde hij tot hoofd van de zaken die betrekking hadden op vrede en oorlog. Mastanabal, de jongste, die bedreven was in de wet, werd aangesteld als rechter om geschillen tussen hun onderdanen te beslechten.noot Appianus, Punische Oorlogen 106.

Mikipsa zou het langst leven en voedde in zijn paleis in Cirta zijn neven Gauda en Jugurtha op. De laatste – een schoonzoon van de koning van een koning uit Mauretanië, het huidige Marokko – schakelde na 118 zijn neven Adherbal en Hiempsal I uit, overspeelde zijn hand door een neef te vermoorden in Rome, en belandde in een slepende oorlog met Rome. Die verloor hij, maar het zou interessant zijn geweest als we ook zijn kant van het verhaal kenden; onze voornaamste bron, de Romeinse auteur Gaius Sallustius Crispus, doet weinig om te verklaren waarom een vorst uit een traditioneel pro-Romeinse dynastie zich tegen Rome keerde.

Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

In elk geval: Jugurtha’s broer Gauda volgde hem op. Op hem volgden Hiempsal II (r.88-60) en Juba I. De laatste raakte betrokken in de Tweede Burgeroorlog en koos partij voor de Senaat. Niet zonder reden, want zoals gezegd hechtte de dynastie traditioneel aan goede banden met het Romeinse gezag. Strijdend voor de Senaat schakelde Juba een van de opstandige legers, gecommandeerd door Gaius Scribonius Curio uit. Niet veel later arriveerde een andere opstandeling, Julius Caesar, die Juba en de senatoriële troepen in de Maghreb versloeg bij Thapsus.

Vervolgens veroverde hij de Numidische hoofdstad Cirta, waar hij Sallustius tot gouverneur benoemde van oostelijk, Massylisch Numidië. Caesar wees westelijk, Masaesylisch Numidië toe aan de koningen van Mauretanië, zeg maar het huidige Marokko. Deze twee vorsten, Bogud en Bocchus II, beantwoordden Caesars geste door hem te steunen in de slotfase van de Tweede Burgeroorlog, die werd uitgevochten bij Munda in Andalusië.

Kleopatra Selene (Nieuwe museum, Cherchell)

Voor het vervolg moeten we even naar Rome, waar Julius Caesar werd vermoord. In de Derde Burgeroorlog (43-42 v.Chr.) schakelden zijn aanhangers de moordenaars uit en in de Vierde Burgeroorlog (32-30) schakelde Caesars adoptiefzoon Octavianus Caesars rechterhand Marcus Antonius uit. Die was inmiddels getrouwd met koningin Kleopatra VII Filopator van Egypte. Ook al verloor dit echtpaar de oorlog, hun kinderen waren wel prinsen van den bloede en verdienden een net huwelijk. En dus trouwde Kleopatra Selene met Juba II, de zoon van Juba I.

Ptolemaios van Mauretania (Metropolitan Museum, New York)

De tweede Juba was inmiddels koning van Mauretanië, waar Caesars bondgenoten Bogud en Bochus inmiddels niet meer in leven waren. Juba heeft een boek geschreven over de geschiedenis en topografie van het land waar hij werd geparachuteerd: Marokko en het westen van Algerije. Juba’s graf is bij Tipasa in Algerije; hij is opgevolgd door zijn zoon Ptolemaios van Mauretanië. Die werd uiteindelijk door keizer Caligula uit de weg geruimd, waarop de annexatie van Mauretanië volgde. Met Ptolemaios eindigt de dynastie die we vanaf Massinissa’s vader Gaïa kunnen volgen.

PS

Ik organiseer een (dure maar heel erg) mooie reis naar Algerije. Er zijn nog twee tot vier plaatsen beschikbaar.

#Adherbal #Appianus #BochusII #Bogud #Cirta #Gaïa #GaiusSallustiusCrispus #GaiusScriboniusCurio #Gauda #Gulussa #HiempsalI #HiempsalII #JubaI #JubaII #Jugurtha #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #MarcusAntonius #Masaeisyliërs #Massinissa #Massyliërs #Mastanabal #Mauretanië #Mikipsa #Numidië #Octavianus #Polybios #PtolemaiosVanMauretanië #Syfax #Thapsus #TweedeBurgeroorlog

Het einde van Marcus Claudius Marcellus

Zomaar een Romein, niet per se Marcus Claudius Marcellus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Het was laat in de lente of vroeg in de zomer van het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde (45 v.Chr.). U herkent het intro en weet te zijn beland in een nieuw blogje in de vandaag inaccuraat “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” genoemde reeks. Inaccuraat, want het gaat in dit blogje over een van de bijfiguren in het drama van de ondergang van de Romeinse Republiek: Marcus Claudius Marcellus.

Dit was een bestuurder die carrière had gemaakt in de jaren waarin Caesar in Gallië verbleef. In 51 v.Chr. was Marcellus consul en dat maakte dat hij onvermijdelijk kwam te staan voor een van de grote kwesties van dat moment: de dreiging van een crisis. We keren even terug naar die Rechtsfrage: de aanleiding tot de Tweede Burgeroorlog.

Die Rechtsfrage

Caesars consulaat, in 59 v.Chr., was onrustig verlopen en hij had voor dat consulaat op het Iberische Schiereiland en na dat consulaat in Gallië oorlogsmisdaden begaan. Om niet aangeklaagd te worden, moest Caesar een ambt bekleden. Nu was afgesproken dat Caesars opvolging in Gallië niet besproken zou worden vóór 1 maart 50 en dat de eerste die hem kon opvolgen, een consul zou zijn uit het jaar 49. Iemand die dus feitelijk was benoemd door Caesar en zijn bondgenoten. Caesar mocht ook, zo hadden de volkstribunen bedongen, kandidaat zijn in absentia. Dit betekende dat Caesar de gelegenheid had te dingen naar het consulaat van 48 – en aangezien verkiezingswinst gegarandeerd was, betekende dat dat Rome een nieuw, onrustig jaar tegemoet ging. De nachtmerrie van elke conservatief. Als consul veranderde Marcus Claudius Marcellus daarom de spelregels.

Voortaan moesten er vijf jaar verstrijken tussen een ambt in de provincie en een ambt in Rome. Dit betekende, om te beginnen, dat Caesar niet van zijn generaalschap kon doorstromen naar een consulaat. Het betekende tevens dat hij kon worden vervangen door iedereen die meer dan vijf jaar eerder een ambt in Rome had bekleed. Theoretisch was het mogelijk dat Caesar op 2 maart 50 zou worden vervangen, vóór hij de veilige haven van een tweede consulaat was binnengevaren.

Gaius Scribonius Curio, een volkstribuun die Caesar steunde (en later in Afrika sneuvelde), sprak zijn veto uit. In het volgende jaar, toen Marcus Claudius Marcellus geen consul meer was, probeerden de conservatieven het opnieuw. Dit keer was het volkstribuun Marcus Antonius die de wetswijziging vetoode. Hij werd later, toen de Senaat desondanks Lucius Domitius Ahenobarbus aanwees als Caesars opvolger, van het forum verjaagd. Daarmee was rond de jaarwisseling van 50/49 de crisis compleet. Caesar zag zich gedwongen de Rubico over te trekken. Zogenaamd om de constitutionele rechten van de volkstribunen te beschermen.

Rechtszaak

Marcus Claudius Marcellus had dus, in de hoop een tweede consulaat van Caesar te verhinderen, de condities geschapen waaronder de Tweede Burgeroorlog wel uitbreken moest. Toen die eenmaal een feit was, sloot Marcellus zich aan bij Pompeius’ leger en na de slag bij Farsalos trok hij zich terug op Lesbos, in de stad Mytilene. Caesar liet hem ongemoeid.

Na Caesars terugkeer uit de Afrikaanse Oorlog verzocht Marcellus’ neef Gaius aan Caesar om clementie. Dat was niet zo eenvoudig, want over een oud-consul hoorden eigenlijk de senatoren te beslissen. Zo kwam het tot een rechtszaak. Cicero verdedigde Marcellus. U lees zijn redevoering hier. Cicero bedankte Caesar voor eerdere blijken van clementie, prees zijn grootmoedigheid en bekende dat hij eigenlijk geen politieke rol meer had willen spelen, maar bang was dat een eventueel zwijgen viel uit te leggen als bewijs dat hij niet langer geloofde in een toekomst voor de Romeinse Republiek.

Ik denk dat dit het soort proza is dat je krijgt in een dictatuur: dat je, zelfs als je afzijdig wil zijn, positief moet doen over de leider. Maar misschien lees ik er teveel in.

Dood

In elk geval: Marcellus mocht terugkeren. De dictator-voor-tien-jaren moet het voordeel hebben herkend van een geduchte opposant die zijn alleenheerschappij aanvaardde. Hij had eerder aangegeven dat hij clement had willen zijn voor Pompeius en Cato. Marcellus was een kleinere vis maar daarom niet minder belangrijk.

Marcellus bleef nog even op Lesbos, voer toen naar Athene – en werd daar vermoord door een van zijn cliënten, een zekere Publius Magius Chilo. Een politiek motief lijkt er niet te zijn geweest. Dat was vandaag ongeveer 2069 jaar geleden. Caesar had wéér geen clementie kunnen tonen.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Cicero #clementiaCaesaris #GaiusScriboniusCurio #JuliusCaesar #LuciusDomitiusAhenobarbus #MarcusAntonius #MarcusClaudiusMarcellusConsul_ #Mytilene

Gaius Julius Caesar (1): consul - Mainzer Beobachter

Het was onvermijdelijk dat ik een keer een overzichtsblog over Julius Caesar zou schrijven. Vandaag is het zover: deel één.

Mainzer Beobachter