Het koninkrijk van de Thuringers

Christelijke helm uit Stöβen (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Het koninklijk huis van de Thuringers, warover ik het in het vorige blogje had, gaat terug op ene Bisin, die rond het midden van de vijfde eeuw leefde. Die naam – niet per se een herinnering aan de persoon – keert eveneens terug in de middeleeuwse plaatsnamen Bisinstede en Bisiniburg, het huidige Beesenstedt en Bösenburg, niet ver van de Elbe, waar archeologen een nederzetting hebben gevonden die ze identificeren als de burcht van een edelman.

Bisin

Misschien was “Bisin” wel een titel, want we lezen bij Gregorius van Tours over een vorstin Besina of Basina, die eerst met Bisin was getrouwd, maar hem rond 461 zou hebben verlaten om te trouwen met de Frankische vorst Childerik.noot Gregorius van Tours, Geschiedenis van de Franken 2.12. Ze was de moeder van Clovis.

Een complicatie bij deze anekdote is dat diverse onderzoekers denken dat Childeriks verblijf bij de Thuringers, waar hij Besina zou hebben leren kennen, nooit heeft plaatsgevonden. Er zou sprake zijn van een plaatsnaamverwisseling, en Childerik zou feitelijk niet bij de Thuringers maar bij de Tungri (in Tongeren) zijn geweest. Van de andere kant: de archeologische vondsten documenteren Frankische aanwezigheid in het koninkrijk van de Thuringers, en uit het noorden van Gallië kennen we vondsten uit het Thuringerrijk. Dit is een open kwestie.

Misschien bekeerde de eerste Thuringse vorst zich wel tot het christendom. Voor post-Romeinse vorsten, doorgaans charismatische militaire leiders die allerlei soorten mensen aan zich hadden gebonden, was het aantrekkelijk om zich te presenteren als gesteund door de ene God. Het alternatief was immers dat hun legitimiteit bestond uit erkenning door de legervergadering. Een vroeg-zesde-eeuwse helm uit Stöβen (hierboven) toont een crucifix, wat bewijst dat (een deel van) de elite het nieuwe geloof inmiddels had aanvaard.

Graf uit Stöβen (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Internationale contacten

In een samenleving zonder staatsapparaat, was de staat weinig meer dan de koninklijke familie en bestond diplomatie voor een fors deel uit het aanknopen van familiebanden. Als een koningin haar man verliet om met een andere vorst te trouwen, was dat meer dan een familiecrisis. Omgekeerd konden de banden worden aangehaald met een goed huwelijk.

Zo zocht Bisin, of een opvolger met dezelfde naam of titel, naar een alliantie met de Langobarden, die op dat moment woonden in het huidige Slowakije. Hij hertrouwde daarom met een Langobardische prinses en huwelijkte rond 508 een dochter Raicunda uit aan de later Langobardische heerser Wacho. Via een ander huwelijk verbond de Thuringse vorst zich met Theodorik de Grote, de Ostrogotische heerser in Italië: Bisins zoon Herminafrid trouwde in 505 met de Ostrogotische prinses Amalaberga. Zo ontstond een drievoudige alliantie van Thuringers, Langobarden en Ostrogoten, die te lezen is als gericht tegen de Frankische koning Clovis.

Het einde

Rond 510 heerste drie broers over de Thuringers: in het westen Baderich, in het centrum de zojuist genoemde Herminafrid en in het oosten Berthachar. Gregorius van Tours weet te melden dat Herminafrid Berthachar doodde, en misschien is diens graf teruggevonden bij Stöβen, wat zijn residentie lijkt te zijn geweest.

In 526 veranderde de internationale situatie omdat Theodorik de Grote overleed en de drievoudige alliantie uit elkaar viel. De Langobardische koning, de zojuist genoemde Wacho, verbond zich nu met de Franken door te trouwen met Wisigarde, een dochter van koning Theudebert I. De Thuringse vorsten Baderich en Herminafrid zaten nu klem tussen de Langobarden in het zuidoosten en de Franken in het westen.

Graf van een door geweld om het leven gekomen vrouw uit Stöβen (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Nu waren de Franken verdeeld over drie koningen, en voorshands niet van plan tot actie in het oosten. Herminafrid meende daarom hij van de veranderde situatie kon profiteren door het initiatief te nemen tot een nieuwe alliantie, nu met de Frankische vorst Theuderik I. Samen zouden ze Herminafrids broer Baderich uitschakelen.noot Gregorius van Tours, Geschiedenis van de Franken 3.4. Zo gezegd, zo gedaan, maar toen Herminafrid eenmaal alleenheerser was, weigerde hij het halve westelijke rijk, dat hij aan de Frank had zullen afstaan, over te dragen. Rond 531 kwamen Theuderik en zijn broer Chlotarius I naar het oosten en onderwierpen het hele Thuringse rijk. Hermanifrid gaf zich over aan Theuderik, die hem in Zülpich (niet ver van Keulen) liet vermoorden.

Naspel

Koning Chlothar trouwde vervolgens met een dochter van Berthachar, Radegundis, waardoor hij officieel aanspraak kon maken op de heerschappij over de Thuringen.noot Gregorius van Tours, Geschiedenis van de Franken 3.7. Na de dood van haar man zou de Thurings-Frankische koningin intreden in een door haar in Poitiers gebouwd klooster, waar ze rond 580 een gedicht schreef over de ondergang van de Thuringers. Deze tekst, De exidio Thuringiae, “Het einde van Thüringen”, is overgeleverd op naam van Venantius Fortunatus, maar het auteurschap van Radegundis is een jaar of twintig geleden vastgesteld. Hier is een vertaling.

Radegundis

De kwart eeuw na de ondergang van het rijk lijkt verschrikkelijk te zijn geweest. Het aantal nederzettingen nam scherp af, mogelijk door deportaties en anders door de hongersnood en epidemie die volgden op de vulkaanuitbarsting van 536. Een ander deel van de bevolking lijkt naar het oosten en zuiden te zijn gevlucht, en zich te hebben aangesloten bij de Langobarden en Baiuvaren. Dat de Franken de Thuringers geen grotere heffing dan 500 varkens per jaar oplegden, zegt veel over de geringe bevolkingsomvang.

Een opstand in 555 werd onderdrukt. Daarna werd de Thuringse adel, voor zover nog aanwezig, geïntegreerd in de Frankische rijksadel, zoals ruim twee eeuwen later ook zou gebeuren met de Saksen.

#baderich #baiuvaren #berthachar #besina #bisin #childerik #chlotariusI #clovis #elbe #franken #gregoriusVanTours #herminafrid #langobarden #ostrogoten #radegundis #stoCeB2en #theodorikDeGrote #theudebertI #theuderikI #thuringers #wacho

De Franken van Nebisgast tot Elegast

Eindelijk, eindelijk, eindelijk: er is een nieuw boek over de Franken. Het heet De Wereld van Clovis. De Val van Rome en de Geboorte van het Westen en is geschreven door de Vlaamse historicus Jeroen Wijnendaele. Niet dat er helemaal nooit iets wordt gepubliceerd over de mensen die ik gemakshalve even “onze voorouders” zal noemen. We hebben bijvoorbeeld het boek van Luit van der Tuuk. Maar de Franken, die lange tijd toch golden als het begin van de Nederlandse identiteit, hebben het de laatste twintig jaar publicitair moeten afleggen tegen de Romeinen. Een boek over de Franken is daarom welkom.

En niet uit nostalgie naar een traditioneler geschiedbeeld. De Late Oudheid is belangrijk en krijgt de laatste tijd eindelijk de aandacht die ze verdient. Recent onderzoek leidt tot nieuwe inzichten, zoals de muntschat die in 2017 is ontdekt bij Lienden: nog in 461 had Rome invloed in het Nederlandse rivierenlandschap. De Franken zijn echter niet alleen wetenschappelijk “hot”, ze zijn ook belangrijk. De ondertitel van Wijnendaeles boek mag dan klinken als goedkope hype, al in de inleiding is duidelijk waarom ze accuraat is: Clovis schiep in een versnipperd politiek landschap een West-Europese eenheid – en dat ideaal is sindsdien blijven bestaan. En van idealen kan vormende werking uitgaan. Kortom, een belangrijk boek.

Frankische schijffibula (Rheimisches Landesmuseum, Bonn)

Geen recensie

Nu ben ik bevooroordeeld, want ik was meelezer bij dit boek. Ik sta zelfs geciteerd op de achterflap. Maar in alle bescheidenheid denk ik dat het niet mijn vooringenomenheid is die me ertoe brengt u De Wereld van Clovis. De Val van Rome en de Geboorte van het Westen aan te bevelen. U zult de komende tijd allerlei positieve besprekingen zien van auteurs die zeggen “eindelijk, eindelijk, eindelijk”.

Vooringenomen als ik ben, zal ik het boek niet recenseren. Maar ik kan wel iets vertellen over een mogelijk vervolg: wat zou het leuk zijn als er een mooie expositie kwam over de Franken. Er is heel veel materiaal te kiezen, en de laatste tentoonstellingen zijn óf alweer een tijdje geleden (“Verloren Grens”, eind jaren tachtig in Tongeren) óf kleiner dan het onderwerp verdient, zoals de Gouden Vrouwen die u nog één week in Rhenen kunt bezoeken. Het is gewoon hoog tijd voor een overzichtstentoonstelling “Van Nebisgast tot Elegast”.

Een verouderde reconstructie van een Frank (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

De vierde eeuw

Als ik gastconservator was, zou ik beginnen met wat valse noties. Dus eerst bovenstaande, een eeuw oude reconstructie van een besnorde krijger met de verkeerde mantelspeld. Misschien toonde ik ook wat oude schoolboeken en de onderwijsposters die nog steeds worden vervaardigd omdat verouderd beeldmateriaal nou eenmaal rechtenvrij is.

Dan een zaal over de Late Oudheid. Het missorium van Theodosius is hier de eerste van twee blikvangers. Het illustreert het meerhoofdig keizerschap van de vierde eeuw. Aan een muur is een visualisatie van de bevolkingsneergang, ter verklaring van de afname van het aantal archeologische vindplaatsen en -vondsten. Ook is er iets te zien over klimaatreconstructie en het einde van het Romeinse Klimaatoptimum, om te tonen waardoor de Romeinse overheid minder middelen had. De tweede blikvanger is de Peelhelm, die toont dat het Romeinse leger, ondanks een afname van rekruten en materiële middelen, nog altijd functioneerde. Andere voorwerpen illustreren de brug bij Cuijk, foederati en laeti, de forten langs de Chaussée Brunehaut en uiteraard Sint-Maarten.

Francisca uit Wijster (Drents Museum, Assen)

Er volgt een zaal over de Germanen. Natuurlijk zijn er veel archeologische voorwerpen, te beginnen met Wijster en andere Drentse vondsten – denk aan een francisca. Denk ook aan de voorwerpen uit oostelijk Nederland en aan de ijzerwinning op de Veluwe. Verdere inspiratie: de tentoonstelling in Bonn. Ik zou aandacht besteden aan de stereotypen in onze bronnen. Het Amsterdamse Caesar-handschrift ligt in deze zaal op een ereplaats, opengeslagen bij de beschrijving van de Germanen.

In een volgende, kleine zaal zou ik twee poppen willen zien. Aan de ene zijde een reconstructie van de Chamaaf Nebisgast, aan de andere zijde de Romeinse generaal Julianus. Ze stonden in 358 echt tegenover elkaar en lijken meer op elkaar dan je weleens zou denken. De voorwerpen er omheen tonen de bezoeker waarop de reconstructie is gebaseerd. De re-enactors van Fectio kunnen hier een enorme museale meerwaarde zijn. De grafsteen van Viatorinus uit Keulen illustreert de Franken als tegenstanders van de Romeinen, maar er is ook aandacht voor de Franken als bondgenoten.

Julianus (Bodemuseum, Berlijn)

Meervoudige identiteiten

Ik denk dat de cultuur van laatantiek Gallië in een volgend deel van de expositie centraal moet staan. Hier zijn dus volop voorwerpen uit Luik, Reims, Straatsburg en Saint-Germain-en-Laye. De meervoudigheid van de identiteiten staat hier centraal. Er is aandacht voor het talige contact. De bezoeker verneemt bijvoorbeeld dat de Frankische en dus Nederlandse zuivelterminologie aan het Latijn is ontleend en dat dit taalcontact vérstrekkende implicaties heeft. Ook moet er aandacht zijn voor vijfde-eeuws Xanten, omdat nogal wat Frankische sagen wortelen in de regio Xanten/Nijmegen (Hagen von Tronje, Siegfried, de Zwaanridder en – als je het mij vraagt – Brunhilde). Maquettes van het grensfort Deutz en een hoogteversterking als Furfooz.

Verder is in dit deel van de tentoonstelling de inscriptie EDCS-28600036 te zien. Die komt weliswaar uit Boedapest en dus niet uit Gallië, maar illustreert mooi de meervoudige identiteiten.

Francus ego cives Romanus miles in armis.

Ik ben een Frank, een Romeins burger, een soldaat onder de wapenen.

Grafsteen van de Frank Batimodus (Archeologisch Museum Xanten)

Het pièce de résistance is in deze zaal de muntschat van Lienden, die toont dat het Romeinse Rijk nog altijd invloed had. Een piramidevormige animatie biedt uitleg van het beleid van keizer Majorianus, van zijn rechterhand Aegidius, en via een man als Childerik verder naar “de heer van Lienden”. Ook is er uitleg van een Frankische Gefolgschaft – denk aan de heer van Morken, denk aan Bodi, al zijn beide eigenlijk een tikje te jong. Er zijn voorwerpen uit de militaire graven uit Nijmegen en ook is de grafsteen van Batimodus uit Xanten te zien.

In een volgende, kleine zaal draait het om het graf van Childerik in Doornik. Die voorwerpen zijn natuurlijk allemaal gestolen, maar er zijn replica’s te zien uit het museum van Mainz. Childeriks opvolger Clovis is moeilijk te illustreren, maar er zijn voldoende vroegchristelijke voorwerpen bekend om in elk geval iets te doen rond zijn doop. Een animatie toont de uitbreiding van zijn machtsgebied.

Applique uit Furfooz (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

De zesde en zevende eeuw

Het slot van “Van Nebisgast tot Elegast” zou ik inrichten zoals ik onlangs in München zag: diverse graven documenteerden daar de herkomst van mensen die in de zesde en zevende eeuw woonden in Beieren. Voor onze contreien kun je dus denken aan de graven uit Tongeren, die de laat-Romeinse tradities voortzetten, maar ook aan Germaanse wapengraven, aspecten van de Noordzeecultuur én aanwijzingen voor handelscontacten met de mediterrane wereld. Denk aan het grafveld van Rhenen, denk aan de koptische schaal uit Ewijk en denk aan samenwerking met Erve Eme.

Nu het verschijnsel identiteit voor de Late Oudheid is genuanceerd, zou ik eindigen met een zaal waarin ons eigen beroep op de oude wereld als bron van identiteit wordt genuanceerd. Onze taal is laat-Frankisch, het monotheïsme verving in de Frankische tijd de oudere culten en de oudste laag van onze literatuur is eveneens Frankisch. Denk aan de magische kant van Elegast, denk aan Cunera, denk aan de Zwaanridder. Toch is Nederlands Germaanse verleden de afgelopen kwart eeuw verdwenen, zodat “Van Nebisgast tot Elegast” kan eindigen met de vraag voor welke Nederlandse mensen taal, religie en literatuur er eigenlijk nog toe doen.

Gedecoreerde boog uit Glons (Grand Curtius, Luik)

Maar goed. Ik ben geen gastconservator en ik heb de indruk dat de verwijdering van Nederlands Germaanse verleden inmiddels een voldongen feit is. Deze tentoonstelling zal er niet komen. Maar we hebben in elk geval het boek van Jeroen Wijnendaele, De Wereld van Clovis. De Val van Rome en de Geboorte van het Westen, dat u moet lezen als u bent geïnteresseerd in de Late Oudheid en ook als u daar nog niet in bent geïnteresseerd.

#Aegidius #agency #Batimodus #beeldmateriaal #ChausséeBrunehaut #Childerik #Clovis #CuneraVanRhenen #ErveEme #Ewijk #francisca #Franken #JeroenWijnendaele #KarelEndeElegast #KoptischeSchaal #Lienden #Majorianus #Nebisgast #Nijmegen #Noordzee #ReEnactmentgroepFectio #Rhenen #SintMaarten #TheodosiusI #Tongeren #Vetera #Viatorinus #vormendeWerking #Xanten #Zwaanridder

De Visigoten

Een altaarsteun uit Córdoba (Archeologisch museum, Córdoba)

Een kleine twee weken geleden maakten archeologen van de Amsterdamse Vrije Universiteit bekend dat er bij Lienden gouden munten waren gevonden die nieuw licht wierpen op de wijze waarop de Frankische koning Childerik de macht in het noordwesten van het Romeinse Rijk had kunnen overnemen. De Romeinse keizer Majorianus had – vermoedelijk over de twee schijven van generaal Aegidius en een Frankische heerser als Childerik – rond het jaar 460 goud betaald om een Frankisch leger voor zich te winnen en daarmee de Romeinse macht in Gallië te herstellen. Ik beschreef hier en daar hoe het latere Frankische koninkrijk is gegroeid uit het netwerk dat de Romeinen bij die gelegenheid met hun goud versterkten.

De Frankische staat is dus te beschouwen als voortgekomen uit het Romeinse Rijk. Net als het Byzantijnse Rijk. Net zoals de continuering van de Romeinse cultuur in de halfwoestijn van Libië waarover ik al eens schreef. En net als het koninkrijk dat een van oorsprong Visigotische groepering stichtte op het Iberische Schiereiland. Het verhaal van deze groep is soms parallel en soms tegengesteld aan dat van de Franken.

Het begint met verschillende groepen die in de jaren zeventig van de vierde eeuw over de Beneden-Donau kwamen, op zoek naar landbouwgronden. Niet heel anders dus dan de Franken in onze contreien, maar met één verschil: waar de Franken in 358 werden verslagen – dat beweerden de Romeinen althans – slaagde de Germaanse leider Fritigern er twintig jaar later in de Romeinse keizer te verslaan in de Slag bij Adrianopel. In de jaren daarna verwierven de migranten land, maar ze bleven ook als groep bij elkaar, met eigen leiders die we, anders dan bij de Franken, met naam en toenaam kennen: Fritigern (r.376-380), Alarik (r.395-410), Athaulf (r.410-415), Theodorik I (r.418-451), Theodorik II (r.453-466), Eurik (r.466-484)…

Mantelspeld (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)

Van tijd tot tijd trokken de migranten verder, op zoek naar beter land. Wat een rommelige coalitie was geweest, raakte zo steeds beter georganiseerd, onder leiders die echte koningen waren. Ondertussen sloten weggelopen slaven en gedeserteerde soldaten zich aan bij de groep, die vanaf de vroege vijfde eeuw bekendstaat als Visigoten. Taalkundigen zijn het erover oneens of dat “beste Goten” of  “wijze Goten” betekent, maar het betekent in elk geval geen “Westelijke Goten”. Het heterogene karakter van de groep maakt dat ze archeologisch nauwelijks zichtbaar zijn, zodat we hun omzwervingen vooral kennen uit geschreven bronnen. Dit is anders dan de Franken, die hun gewassen en hun boerderijtypen meenamen over de Rijn en archeologisch wel zijn aan te wijzen.

Om hun eis – land! – kracht bij te zetten, gaf de Visigotische koning Alarik in 410 bevel Rome te plunderen. Tot de buit behoorde de Tafel met de Toonbroden, die de Romeinen ooit hadden meegenomen uit Jeruzalem. Uiteindelijk kregen de Visigoten definitief hun land toegewezen, en wel in Aquitanië, waar veel landerijen leeg stonden. Hun hoofdstad was Toulouse. Dát is dan weer wél hetzelfde als bij de Franken: bij de landname – het germanisme is wel gepast – vestigden beide groepen zich in vaak verlaten gebieden.

Een andere overeenkomst tussen de Franken en het Rijk van Toulouse van de Visigoten: toen ze eenmaal land hadden, vochten ze mee met de Romeinen. Het leger waarmee Rome in 451 Attila en zijn Hunnen versloeg, kende ook Frankische en Visigotische contingenten. Enkele jaren later intervenieerden de Visigoten namens keizer Avitus op het Iberische Schiereiland, waar de Sueben (een andere groep van oorsprong Germaanse migranten) onrustig waren.

Medaillon van een heilige (Neues Museum, Berlijn)

Nog een overeenkomst: de zelfromanisering. Net als de Franken gingen ook de Visigoten Latijn spreken. Ze werden ook christelijk: de Germaanse voorouders van de Visigoten hadden zich al bekeerd vóór ze de Donau overstaken, de Franken deden het vermoedelijk na de desintegratie van het Romeinse staatsapparaat in het westen, terwijl de Sueben rond 445 het Niceense credo aanvaardden. (Dat de Franken, zoals vaak wordt beweerd, de eersten waren die deze variant van het christendom aanhingen, is gewoon onwaar.)

Een verschil tussen de Franken en de Visigoten is dan weer dat Rome met de eersten wilde samenwerken maar de laatsten als al te eigenzinnig begon te beschouwen. De Visigoten kregen namelijk steeds meer belangstelling voor de havensteden ten zuidoosten van Aquitanië, in de omgeving van Narbonne. Terwijl Majorianus rond 460 probeerde de Franken te paaien, probeerde hij de Visigoten terug te dringen naar Aquitanië. Later, in 468, zou keizer Anthemius de Visigoten zelfs aanvallen. Toen dat mislukte, achtte de Visigotische koning Eurik zich niet meer gehouden aan welk verdrag met Rome dan ook: hij trok over de Pyreneeën en bezette grote delen van Spanje.

Hiermee viel Romes laatste invloed buiten Italië definitief weg. Terwijl het met goudbetalingen aan het netwerk van Childerik had bijgedragen aan de versterking van het centraal gezag onder de Franken, was dat centrale gezag bij de Visigoten gegroeid doordat de leiders soms in conflict waren met Rome: in Adrianopel, door de hoofdstad te plunderen en door een aanval te overleven. Het resultaat was echter hetzelfde: de Visigotische en Frankische leiders konden alleen besturen door Romeinse praktijken voort te zetten.

Van de Visigoten kennen we diverse rechtsoptekeningen, zoals die van koning Eurik, de Codex Euricianus. Zijn opvolgers zouden verder gaan met het uitvaardigen en codificeren van de wetten. De Franken waren daar wat later mee – of beter: vroege vormen van rechtsoptekening kennen we niet – maar deden eveneens hun best de Romeinse wetten te continueren. Een vergelijkbare parallel is de relatie tot de kerk: zoals de Franken synodes organiseerden in Orleans, zo deden de Visigoten het in Toledo.

Gebedsnis (Archeologisch museum, Mérida)

Gestaag groeiden zo twee sterke, geromaniseerde staten. Soms werkten ze samen, soms waren ze in conflict: kort na 500 verdreven de Franken de Visigoten uit Aquitanië, wat overigens niet wil zeggen dat er een grootscheepse migratie plaatsvond. Aquitaanse landgoederen wisselden van eigenaar en de oude grootgrondbezitters vestigden zich op de landgoederen die hun families inmiddels alweer enige tijd bezaten in Spanje. Het eindresultaat was dat de twee staten een natuurlijke grens hadden: de Pyreneeën.

Wat opvalt uit de rechtsoptekeningen is hoe sterk het Rijk van Toledo – om een betere naam te gebruiken dan “het Visigotische rijk” – was geconcentreerd op de koning en het hof. Dat was ook de reden waardoor het uiteindelijk ten onder ging: in 711 was één veldslag, waarbij koning Roderik sneuvelde in een poging zijn laat-Romeinse staat te verdedigen tegen Arabische aanvallers, voldoende om het Rijk van Toledo ten onder te doen gaan. Zonder koning was er nu geen gezag meer en de Arabieren konden Toledo zonder slag of stoot overnemen. Tot de buit die ze op transport naar Damascus zetten, behoorde de Tafel met de Toonbroden.

Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.

Zelfde tijdvak


Possidius’ Augustinus

januari 23, 2017
Interpolationenforschung

maart 9, 2020
Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (2)

mei 22, 2025 Deel dit: #Aegidius #Alarik #AlarikII #Anthemius #Athaulf #Avitus #Childerik #CodexEuricianus #Eurik #Franken #Fritigern #Goten #Majorianus #RijkVanToledo #RijkVanToulouse #Sueben #SynodesVanToledo #TafelMetDeToonbroden #TheodorikI #TheodorikII #Toulouse #Visigoten