De opstand van Hermenegild (2)

Visigotische votiefkroon (Visigotisch Museum)

[Laatste van tweede blogjes over de opstand van Hermenegild. Het eerste was hier.]

Vierde bedrijf: Oorlog?

Koning Leovigild liet het niet bij een religieuze volte-face: hij trok ten strijde. Maar niet tegen zijn zoon. Zijn eerste campagne voerde hem naar het noorden, naar de Basken: door zijn gezag daar te laten gelden, verhinderde hij dat de Franken zich in een mogelijke burgeroorlog in het Rijk van Toledo zouden mengen. Een tweede operatie bracht hem naar Mérida, waar hij de weg afsneed waarmee de Sueben Hermenegild te hulp zouden hebben kunnen schieten. Pas nu rukte hij op naar Sevilla.

Hermenegild had in de voorgaande tijd, toen zijn vader in het noorden was, alle gelegenheid gehad om op te rukken naar Toledo, maar dat deed hij niet. Het was, zo zei hij, niet passend dat een zoon met geweld optrad tegen een vader. De Latijnse formulering is een echo van de Latijnse vertaling van een beroemde regel uit het Bijbelboek Samuël: als David de mogelijkheid heeft koning Saul uit te schakelen, zegt hij dat het niet passend is met geweld op te treden tegen een gezalfde des heren.

De vraag is pertinent of Hermenegild zelf vond dat hij in opstand was. Hij was al koning vóór hij naar Sevilla ging en hij rukte niet op naar de residentie, wat je van een rebel zou verwachten. Nu hij door Leovigild tot rebel was gemaakt, probeerde hij zich wel te verdedigen. Bisschop Leander reisde naar Constantinopel om daar Byzantijnse steun te vragen; hij ontmoette er de latere paus Gregorius I de Grote, met wie hij vriendschap sloot, maar kreeg geen troepen toegezegd, ook niet toen hij had geopperd dat een pro-Byzantijnse koning Hermenegild de stad Córdoba weer aan Byzantium zou overdragen.

Hermenegild was gedoemd. De enige die hem kon steunen was de Byzantijnse commandant in zuidelijk Spanje, maar Gregorius van Tours weet dat Leovigild deze man 30.000 goudstukken betaalde om zich buiten het conflict te houden. Toen Leovigilds leger aankwam bij Sevilla, trok Hermenegild zich terug naar Córdoba, waar hij onder onduidelijke omstandigheden werd gevangengenomen. We mogen de vraag stellen of dit kleinschalige conflict wel een oorlog was. In elk geval bracht Hermenegilds jongere broer Reccared hem naar Valencia en later naar Tarragona. Koningin Ingundis overleed onderweg, verdacht jong.

Vijfde bedrijf: Reccared

Op de avond voor Pasen 586, 13 april, kreeg de gevangen Hermenegild de gelegenheid naar de kerk te gaan, maar hij weigerde de ariaanse eredienst bij te wonen. Op koninklijk bevel werd hij uit de weg geruimd – en omdat Leovigild radeloos was na de dood van zijn zoon, is wel aangenomen dat de ariaanse koningin Goiswintha de opdracht heeft gegeven.

De ontroostbare Leovigild overleed een paar dagen later, om te worden opgevolgd door zijn zoon Reccared. Leander van Sevilla haastte zich naar Toledo, en na een gesprek met de bisschop trok Reccared de consequenties uit de voorafgaande gebeurtenissen: zijn broer en de zuidelijke adel waren al overgegaan tot het Chalkedonische Credo, zijn vader was een eind in die richting opgeschoven, dus zijn eigen bekering was geen grote stap. Een inscriptie in de kathedraal van Toledo, gedateerd 13 april 587 (dus exact een jaar na de executie van Hermenegild) documenteert dat de kerk weer van eigenaar wisselde.

Inscriptie van koning Reccared in de Kathedraal van Toledo

Op de Derde Synode van Toledo (in 589) sloegen voorzitter Leander van Sevilla, koning Reccared en de Chalkedonische bisschoppen spijkers met koppen. De komende eeuw zou het Rijk van Toledo katholiek zijn – en niet in de betekenis die Leovigild aan dat woord had gegeven.

Wat betekende dit?

De lezer van deze blogjes mag zich afvragen waarom ik zoveel ruimte besteed aan dit conflict, dat geen opstand was, niet met een echte oorlog ten einde kwam, en feitelijk een familieruzie was, zij het een familieruzie onder gekroonde hoofden. Het punt zit in de symboliek waarmee Leander vorm gaf aan Hermenegilds bekering: niet met een doopsel maar door middel van zalving.

Daarvoor was een antecedent, al moesten de betrokkenen er anderhalf millennium voor terug: de profeet Samuël had, toen koning Saul niet recht in de leer bleek, David tot koning gezalfd. Daarom zijn de woorden waarmee Hermenegild aangaf niet tegen zijn vader ten strijde te willen trekken zo belangrijk: ze duiden erop dat de parallellie ook door hem werd herkend. Het blijkt ook uit zijn munten, waarop hij aangeeft te regeren krachtens droit divin. Leovigild nam de claim van de weeromstuit over op enkele munten, iets wat hij nooit daarvoor had gedaan en nooit meer zou doen na de “opstand” van zijn zoon.

Hermenegild en Leander introduceerden een nieuwe legitimatie voor de monarchie. Waar Leovigild zich nog had gepresenteerd als behorend tot de oude Visigotische adel, maar al had ervaren dat dit eigenlijk niet goed werkte omdat er allerlei belangrijke niet-Visigotische rijksgroten waren, koos zijn zoon voor een nieuwe manier om de monarchie te rechtvaardigen. In de zin dat deze legitimatie religieus was, leek ze wat op de Byzantijnse: de keizer gold als gelijke van de apostelen, isapostolos. Het verschil is dat Hermenegild teruggreep op koning David.

Reccared had aan deze vorm van legitimatie geen behoefte. Zijn vader had hem immers al vóór de crisis met Ingundis tot koning gemaakt. Maar men herinnerde zich het nieuwe model. Toen in 633 koning Swinthila zijn zoon Sisebut tot medekoning wilde verheffen, was er protest van de rijksgroten, en daarop kwam Leanders broer en opvolger, bisschop Isidorus van Sevilla, naar Toledo om de prins tot koning te zalven. Op latere Synodes van Toledo werd de praktijk steeds verder uitgewerkt.

Ere-inscriptie voor Hermenegild (Sevilla, Puerta de Córdoba)

Eind zevende eeuw was zalving de normale praktijk in het Rijk van Toledo, en een halve eeuw later was het gebruik ook bekend in het Karolingische Frankenrijk. Het is sindsdien de wereld overgegaan.

Literatuur

R. Barroso Cabrera e.a., Hermenegildvs Rex: Prince, Usurper, and Martyr
A Critical Study on the Rebellion of St Hermenegild (578-585) (2025)

#arianisme #Credo #Goiswintha #GregoriusIDeGrote #GregoriusVanTours #Ingundis #IsidorusVanSevilla #katholicisme #koningDavid #LeanderVanSevilla #Leovigild #monarchie #Reccared #RijkVanToledo #Sevilla #Sisebut #Swinthila #SynodesVanToledo #zalving

Het koninkrijk van de Thuringers

Christelijke helm uit Stöβen (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Het koninklijk huis van de Thuringers, warover ik het in het vorige blogje had, gaat terug op ene Bisin, die rond het midden van de vijfde eeuw leefde. Die naam – niet per se een herinnering aan de persoon – keert eveneens terug in de middeleeuwse plaatsnamen Bisinstede en Bisiniburg, het huidige Beesenstedt en Bösenburg, niet ver van de Elbe, waar archeologen een nederzetting hebben gevonden die ze identificeren als de burcht van een edelman.

Bisin

Misschien was “Bisin” wel een titel, want we lezen bij Gregorius van Tours over een vorstin Besina of Basina, die eerst met Bisin was getrouwd, maar hem rond 461 zou hebben verlaten om te trouwen met de Frankische vorst Childerik.noot Gregorius van Tours, Geschiedenis van de Franken 2.12. Ze was de moeder van Clovis.

Een complicatie bij deze anekdote is dat diverse onderzoekers denken dat Childeriks verblijf bij de Thuringers, waar hij Besina zou hebben leren kennen, nooit heeft plaatsgevonden. Er zou sprake zijn van een plaatsnaamverwisseling, en Childerik zou feitelijk niet bij de Thuringers maar bij de Tungri (in Tongeren) zijn geweest. Van de andere kant: de archeologische vondsten documenteren Frankische aanwezigheid in het koninkrijk van de Thuringers, en uit het noorden van Gallië kennen we vondsten uit het Thuringerrijk. Dit is een open kwestie.

Misschien bekeerde de eerste Thuringse vorst zich wel tot het christendom. Voor post-Romeinse vorsten, doorgaans charismatische militaire leiders die allerlei soorten mensen aan zich hadden gebonden, was het aantrekkelijk om zich te presenteren als gesteund door de ene God. Het alternatief was immers dat hun legitimiteit bestond uit erkenning door de legervergadering. Een vroeg-zesde-eeuwse helm uit Stöβen (hierboven) toont een crucifix, wat bewijst dat (een deel van) de elite het nieuwe geloof inmiddels had aanvaard.

Graf uit Stöβen (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Internationale contacten

In een samenleving zonder staatsapparaat, was de staat weinig meer dan de koninklijke familie en bestond diplomatie voor een fors deel uit het aanknopen van familiebanden. Als een koningin haar man verliet om met een andere vorst te trouwen, was dat meer dan een familiecrisis. Omgekeerd konden de banden worden aangehaald met een goed huwelijk.

Zo zocht Bisin, of een opvolger met dezelfde naam of titel, naar een alliantie met de Langobarden, die op dat moment woonden in het huidige Slowakije. Hij hertrouwde daarom met een Langobardische prinses en huwelijkte rond 508 een dochter Raicunda uit aan de later Langobardische heerser Wacho. Via een ander huwelijk verbond de Thuringse vorst zich met Theodorik de Grote, de Ostrogotische heerser in Italië: Bisins zoon Herminafrid trouwde in 505 met de Ostrogotische prinses Amalaberga. Zo ontstond een drievoudige alliantie van Thuringers, Langobarden en Ostrogoten, die te lezen is als gericht tegen de Frankische koning Clovis.

Het einde

Rond 510 heerste drie broers over de Thuringers: in het westen Baderich, in het centrum de zojuist genoemde Herminafrid en in het oosten Berthachar. Gregorius van Tours weet te melden dat Herminafrid Berthachar doodde, en misschien is diens graf teruggevonden bij Stöβen, wat zijn residentie lijkt te zijn geweest.

In 526 veranderde de internationale situatie omdat Theodorik de Grote overleed en de drievoudige alliantie uit elkaar viel. De Langobardische koning, de zojuist genoemde Wacho, verbond zich nu met de Franken door te trouwen met Wisigarde, een dochter van koning Theudebert I. De Thuringse vorsten Baderich en Herminafrid zaten nu klem tussen de Langobarden in het zuidoosten en de Franken in het westen.

Graf van een door geweld om het leven gekomen vrouw uit Stöβen (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Nu waren de Franken verdeeld over drie koningen, en voorshands niet van plan tot actie in het oosten. Herminafrid meende daarom hij van de veranderde situatie kon profiteren door het initiatief te nemen tot een nieuwe alliantie, nu met de Frankische vorst Theuderik I. Samen zouden ze Herminafrids broer Baderich uitschakelen.noot Gregorius van Tours, Geschiedenis van de Franken 3.4. Zo gezegd, zo gedaan, maar toen Herminafrid eenmaal alleenheerser was, weigerde hij het halve westelijke rijk, dat hij aan de Frank had zullen afstaan, over te dragen. Rond 531 kwamen Theuderik en zijn broer Chlotarius I naar het oosten en onderwierpen het hele Thuringse rijk. Hermanifrid gaf zich over aan Theuderik, die hem in Zülpich (niet ver van Keulen) liet vermoorden.

Naspel

Koning Chlothar trouwde vervolgens met een dochter van Berthachar, Radegundis, waardoor hij officieel aanspraak kon maken op de heerschappij over de Thuringen.noot Gregorius van Tours, Geschiedenis van de Franken 3.7. Na de dood van haar man zou de Thurings-Frankische koningin intreden in een door haar in Poitiers gebouwd klooster, waar ze rond 580 een gedicht schreef over de ondergang van de Thuringers. Deze tekst, De exidio Thuringiae, “Het einde van Thüringen”, is overgeleverd op naam van Venantius Fortunatus, maar het auteurschap van Radegundis is een jaar of twintig geleden vastgesteld. Hier is een vertaling.

Radegundis

De kwart eeuw na de ondergang van het rijk lijkt verschrikkelijk te zijn geweest. Het aantal nederzettingen nam scherp af, mogelijk door deportaties en anders door de hongersnood en epidemie die volgden op de vulkaanuitbarsting van 536. Een ander deel van de bevolking lijkt naar het oosten en zuiden te zijn gevlucht, en zich te hebben aangesloten bij de Langobarden en Baiuvaren. Dat de Franken de Thuringers geen grotere heffing dan 500 varkens per jaar oplegden, zegt veel over de geringe bevolkingsomvang.

Een opstand in 555 werd onderdrukt. Daarna werd de Thuringse adel, voor zover nog aanwezig, geïntegreerd in de Frankische rijksadel, zoals ruim twee eeuwen later ook zou gebeuren met de Saksen.

#baderich #baiuvaren #berthachar #besina #bisin #childerik #chlotariusI #clovis #elbe #franken #gregoriusVanTours #herminafrid #langobarden #ostrogoten #radegundis #stoCeB2en #theodorikDeGrote #theudebertI #theuderikI #thuringers #wacho

De Zevenslapers van Efese

De Zevenslapers van Efese

In de winter van 249/250 gelastte de Romeinse keizer Decius al zijn onderdanen om te offeren aan hun voorouderlijke goden. Daar was alle reden toe, want er woedde een akelige, op ebola lijkende epidemie, en verder waren er de problemen die worden samengevat als de Crisis van de Derde Eeuw. Voor sommige groepen pakte Decius’ loyaliteitseis vervelend uit, want neopythagoreeërs, hermetici en neoplatonisten maakten bezwaar tegen het offeren. Op naam van de pythagorese filosoof Apollonios van Tyana is een briefje overgeleverd waarin hij expliciet zegt dat de grootste eer die men aan de goden kan bewijzen, eruit bestaat niet aan ze te offeren. Duidelijke taal.

Voor de vereerders van Christus was het makkelijker. De meesten hadden de nieuwe god toegevoegd aan hun pantheon. Van keizer Severus Alexander (r.222-235) is bekend dat hij dagelijks offerde aan Abraham, Christus, Orfeus en de zojuist genoemde Apollonios van Tyana. Voor sommige vereerders van Christus stonden echter principieel afwijzend tegenover Decius’ eis, en betaalden met hun bloed. Dionysius van Parijs (Saint-Denis) is een voorbeeld. Andere christenen maakten zich uit de voeten, zoals de bisschop van Karthago, Cyprianus.

De Zevenslapers

In Efese vluchtten zeven mannen naar een grot om daar te schuilen tot de dagen voorbij waren waarin hun stadsgenoten aan het offeren waren. Ze vielen in slaap, maar toen ze werden gewekt door iemand die de grot als stal wilde gaan gebruiken, waren bijna twee eeuwen verstreken: dat zou in 447 zijn geweest, tijdens de regering van keizer Theodosius II. Dat de wakker geworden mannen werkelijk vele decennia hadden geslapen, werd onweerlegbaar bewezen toen ze boodschappen wilden doen met verouderde munten. De grot wordt nog altijd aangewezen, maar ik heb die zelf alleen van een afstand kunnen fotograferen.

De grot van de Zevenslapers

Dit mooie verhaal werd driekwart eeuw later, dus aan het begin van de zesde eeuw, voor het eerst opgeschreven door de Syrische auteur Jacobus van Serugh. Op dat moment was er al een aan de Zevenslapers gewijde kerk. De dubbele bodem van de legende betreft natuurlijk de opstanding van de doden.

Verspreiding

Misschien was het wel omdat een belangrijk theologisch leerstuk aanschouwelijk werd gemaakt, misschien was het wel gewoon omdat mensen hielden van wonderbaarlijke verhalen, maar in elk geval verspreidde de legende van de Zevenslapers zich bliksemsnel. Na een halve eeuw was er al een versie in het Centraal-Aziatische Sogdisch, rond 575 vertaalde de Gallische bisschop Gregorius van Tours de legende in het Latijn (lees maar). Van westelijk China tot de Atlantische Oceaan: na een halve eeuw kende de hele antieke wereld de legende.

Via het Sogdisch kennen we ook Perzische, Kirgizische en Tataarse versies; via het Latijn kwamen Angelsaksische en Ierse versies tot stand; de Syrische tekst moet ten grondslag liggen aan de Armeense, Koptische en Ethiopische versies. De Byzantijnse versies kunnen teruggaan op een origineel dat een fractie ouder zou kunnen zijn dan de tekst van Jacobus van Serugh.

Tot slot noem ik de Arabische versies. De joden van Najran, in het zuiden van het huidige Saoedi-Arabië, kenden de legende, al meenden zij dat ze ging over drie van hun geloofsgenoten. Het verhaal is daarna opgenomen in de Koran en deze variant dateert dus van voor 632. Hierin lezen we dat sommige mensen het hebben over zeven slapers, over drie slapers, over vier slapers, over vijf slapers plus een hond, of zeven plus hond. God weet het natuurlijk precies, stelt de Koran de luisteraar gerust, maar voor ons is interessant dat er vóór 632 al zo’n wildgroei aan tradities was dat het vragen opriep.

Parallel

Nu we het toch hebben over de vroege islam: daar vinden we een andere verhaal dat zich razendsnel verspreidde, al is het een stuk minder breed gedocumenteerd. Dat betreft een roepingsverhaal over de profeet Mohammed dat ouder is dan de standaardbiografie van Ibn Ishaq, en dat mondeling moet zijn doorgegeven naar het westen. Met aanpassingen vinden we dit verhaal in de in 731 voltooide Kerkgeschiedenis van Beda de Eerbiedwaardige, die het toepast op de Angelsaksische dichter Caedmon. U leest er hier meer over.

Wat ik met dit blogje maar zeggen wil: verhalen konden zich razendsnel verspreiden.

#Angelsaksen #BedaVanJarrow #Caedmon #Decius #Efese #GregoriusVanTours #JacobusVanSerugh #legende #Najran #SeverusAlexander #SintCyprianus #SintDionysiusVanParijs #TheodosiusII #Zevenslapers