Het koninkrijk van de Thuringers

Christelijke helm uit Stöβen (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Het koninklijk huis van de Thuringers, warover ik het in het vorige blogje had, gaat terug op ene Bisin, die rond het midden van de vijfde eeuw leefde. Die naam – niet per se een herinnering aan de persoon – keert eveneens terug in de middeleeuwse plaatsnamen Bisinstede en Bisiniburg, het huidige Beesenstedt en Bösenburg, niet ver van de Elbe, waar archeologen een nederzetting hebben gevonden die ze identificeren als de burcht van een edelman.

Bisin

Misschien was “Bisin” wel een titel, want we lezen bij Gregorius van Tours over een vorstin Besina of Basina, die eerst met Bisin was getrouwd, maar hem rond 461 zou hebben verlaten om te trouwen met de Frankische vorst Childerik.noot Gregorius van Tours, Geschiedenis van de Franken 2.12. Ze was de moeder van Clovis.

Een complicatie bij deze anekdote is dat diverse onderzoekers denken dat Childeriks verblijf bij de Thuringers, waar hij Besina zou hebben leren kennen, nooit heeft plaatsgevonden. Er zou sprake zijn van een plaatsnaamverwisseling, en Childerik zou feitelijk niet bij de Thuringers maar bij de Tungri (in Tongeren) zijn geweest. Van de andere kant: de archeologische vondsten documenteren Frankische aanwezigheid in het koninkrijk van de Thuringers, en uit het noorden van Gallië kennen we vondsten uit het Thuringerrijk. Dit is een open kwestie.

Misschien bekeerde de eerste Thuringse vorst zich wel tot het christendom. Voor post-Romeinse vorsten, doorgaans charismatische militaire leiders die allerlei soorten mensen aan zich hadden gebonden, was het aantrekkelijk om zich te presenteren als gesteund door de ene God. Het alternatief was immers dat hun legitimiteit bestond uit erkenning door de legervergadering. Een vroeg-zesde-eeuwse helm uit Stöβen (hierboven) toont een crucifix, wat bewijst dat (een deel van) de elite het nieuwe geloof inmiddels had aanvaard.

Graf uit Stöβen (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Internationale contacten

In een samenleving zonder staatsapparaat, was de staat weinig meer dan de koninklijke familie en bestond diplomatie voor een fors deel uit het aanknopen van familiebanden. Als een koningin haar man verliet om met een andere vorst te trouwen, was dat meer dan een familiecrisis. Omgekeerd konden de banden worden aangehaald met een goed huwelijk.

Zo zocht Bisin, of een opvolger met dezelfde naam of titel, naar een alliantie met de Langobarden, die op dat moment woonden in het huidige Slowakije. Hij hertrouwde daarom met een Langobardische prinses en huwelijkte rond 508 een dochter Raicunda uit aan de later Langobardische heerser Wacho. Via een ander huwelijk verbond de Thuringse vorst zich met Theodorik de Grote, de Ostrogotische heerser in Italië: Bisins zoon Herminafrid trouwde in 505 met de Ostrogotische prinses Amalaberga. Zo ontstond een drievoudige alliantie van Thuringers, Langobarden en Ostrogoten, die te lezen is als gericht tegen de Frankische koning Clovis.

Het einde

Rond 510 heerste drie broers over de Thuringers: in het westen Baderich, in het centrum de zojuist genoemde Herminafrid en in het oosten Berthachar. Gregorius van Tours weet te melden dat Herminafrid Berthachar doodde, en misschien is diens graf teruggevonden bij Stöβen, wat zijn residentie lijkt te zijn geweest.

In 526 veranderde de internationale situatie omdat Theodorik de Grote overleed en de drievoudige alliantie uit elkaar viel. De Langobardische koning, de zojuist genoemde Wacho, verbond zich nu met de Franken door te trouwen met Wisigarde, een dochter van koning Theudebert I. De Thuringse vorsten Baderich en Herminafrid zaten nu klem tussen de Langobarden in het zuidoosten en de Franken in het westen.

Graf van een door geweld om het leven gekomen vrouw uit Stöβen (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Nu waren de Franken verdeeld over drie koningen, en voorshands niet van plan tot actie in het oosten. Herminafrid meende daarom hij van de veranderde situatie kon profiteren door het initiatief te nemen tot een nieuwe alliantie, nu met de Frankische vorst Theuderik I. Samen zouden ze Herminafrids broer Baderich uitschakelen.noot Gregorius van Tours, Geschiedenis van de Franken 3.4. Zo gezegd, zo gedaan, maar toen Herminafrid eenmaal alleenheerser was, weigerde hij het halve westelijke rijk, dat hij aan de Frank had zullen afstaan, over te dragen. Rond 531 kwamen Theuderik en zijn broer Chlotarius I naar het oosten en onderwierpen het hele Thuringse rijk. Hermanifrid gaf zich over aan Theuderik, die hem in Zülpich (niet ver van Keulen) liet vermoorden.

Naspel

Koning Chlothar trouwde vervolgens met een dochter van Berthachar, Radegundis, waardoor hij officieel aanspraak kon maken op de heerschappij over de Thuringen.noot Gregorius van Tours, Geschiedenis van de Franken 3.7. Na de dood van haar man zou de Thurings-Frankische koningin intreden in een door haar in Poitiers gebouwd klooster, waar ze rond 580 een gedicht schreef over de ondergang van de Thuringers. Deze tekst, De exidio Thuringiae, “Het einde van Thüringen”, is overgeleverd op naam van Venantius Fortunatus, maar het auteurschap van Radegundis is een jaar of twintig geleden vastgesteld. Hier is een vertaling.

Radegundis

De kwart eeuw na de ondergang van het rijk lijkt verschrikkelijk te zijn geweest. Het aantal nederzettingen nam scherp af, mogelijk door deportaties en anders door de hongersnood en epidemie die volgden op de vulkaanuitbarsting van 536. Een ander deel van de bevolking lijkt naar het oosten en zuiden te zijn gevlucht, en zich te hebben aangesloten bij de Langobarden en Baiuvaren. Dat de Franken de Thuringers geen grotere heffing dan 500 varkens per jaar oplegden, zegt veel over de geringe bevolkingsomvang.

Een opstand in 555 werd onderdrukt. Daarna werd de Thuringse adel, voor zover nog aanwezig, geïntegreerd in de Frankische rijksadel, zoals ruim twee eeuwen later ook zou gebeuren met de Saksen.

#baderich #baiuvaren #berthachar #besina #bisin #childerik #chlotariusI #clovis #elbe #franken #gregoriusVanTours #herminafrid #langobarden #ostrogoten #radegundis #stoCeB2en #theodorikDeGrote #theudebertI #theuderikI #thuringers #wacho

De Thuringers

Germaans graf uit Reuden (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Voor de oudheidkundige vormen de Germanen een probleem. Hij beschikt over de archeologische vondsten van onder meer de Jastorf-cultuur, die een IJzertijdcultuur documenteren die, in materieel opzicht, eenvoudiger was dan de aangrenzende La Tène-cultuur (“de Kelten”). Hij beschikt over Germaanse teksten, maar die zijn ontzettend laat. Ze documenteren vooral laatantieke visies op een verleden dat niet alleen legendarisch is maar ook destijds al gold als hypothetisch. En de oudheidkundige beschikt over Griekse en Romeinse bronnen, die altijd datgene weergeven wat de auteurs zelf wilden vertellen, en niet per se een compleet of zelfs maar representatief beeld bieden. Kortom, de Germanen zijn leuk.

Woonplaats

Eén van de problemen is de landkaart. Uit diverse auteurs kennen oudheidkundigen de namen van enkele stammen uit het land ten oosten van de Rijn en ten noorden van de Donau. De wereldkaart van de Grieks-Romeinse geograaf Ptolemaios van Alexandrië biedt de coördinaten van enkele plaatsen, en de geografische breedte is doorgaans redelijk accuraat, maar de lengte is dat niet. Belangrijker echter is dat de de verzameling namen verwijst naar diverse tijdstippen en bovendien vrijwel zeker incompleet is. Als een archeoloog dus beweert

deze vondsten zijn van de Thuringers,

bedoelt hij eigenlijk

deze vondsten zijn gedaan in een gebied waarvan we feitelijk niet weten wie er woonden maar waarop we vooralsnog het etiket “Thuringers” plakken omdat die naam nu eenmaal beschikbaar is en omdat in de buurt een Duitse regio ligt die sinds de Middeleeuwen “Thüringen” heet.

Het cruciale woord in de voorgaande volzin is “vooralsnog”: de uitspraak is ad hoc, zoals alle oudheidkundige kennis. Het is de beste hypothese om van de onvolledige en ambigue informatie chocola te maken. Aan vondsten die uit zichzelf niet zeggen aan wie ze toebehoorden, koppelen we een naam uit de verzameling waarover we beschikken. Het is weinig méér.

In elk geval hebben we het over een gebied in het zuiden van het huidige Sachsen-Anhalt; de huidige deelstaat Thüringen ligt meteen ten zuiden daarvan. Plaatsnamen verschoven wel vaker; de verplaatsing van de naam “Saksen” van de monding naar de bovenloop van de Elbe is een ander voorbeeld.

De eerste Thuringers

Maar als we dit alles in overweging nemen, wat weten we dan over de Thuringers? De naam is gedocumenteerd in de tweede eeuw na Chr., als de genoemde Ptolemaios melding maakt van Teuriochaima. Er was dus een heim, een thuisland, voor een groep die destijds Teuriërs heette. Er is wel geopperd dat die naam verwant is met het tweede element dat we kennen uit de veel oudere stamnaam Hermon-duri, maar hoewel deze Hermonduriërs en Thuringers allebei in de buurt van de Elbe leefden, is het verband klankwettig onmogelijk. Een verband met Terwingen is niet uitgesloten, maar die woonden honderden kilometers verderop.

Tweede-eeuwse torques uit het gebied van de Thuringers (Zeughaus, Berlijn)

In de derde en vierde eeuw clusterden in het Overrijnse allerlei oudere groepen tot nieuwe, grotere stammen, zoals de Franken, de Saksen en de Alamannen, en wie weet zijn de Thuringers ook zo’n groep, wellicht met de Teuriërs als kern. Dit is echter speculatief, en het is helemáál speculatief als ik een verband leg met de Romeinse gouden munten uit het midden van de derde eeuw die alleen in het gebied van de Thuringers zijn gevonden. Het is denkbaar dat de Romeinse keizer Gallienus de nieuw gevormde federatie goud beloofde als zij de oorlog verklaarden aan deze of gene Romeinse vijand; ik blogde er al eens over en ik weet dat er kritiek op deze speculatie is. Aannemend dat het desondanks klopt, is eveneens denkbaar dat dit goud het middel was waarmee een charismatische Teuringse leider een federatie schiep. Maar nogmaals: dit is pure speculatie.

We weten wel iets anders. De archeologische vondsten documenteren dat er mensen vanuit het noorden en westen trokken naar het gebied dat later dat van het koninkrijk der Thuringers zou zijn. Dat koninkrijk zou rond het midden van de vijfde eeuw zijn ontstaan. We mogen speculeren dat diverse adellijke families verzwagerd waren geraakt en een Traditionskern hadden aanvaard: gedeelde verhalen over een legendarisch verleden, overeenkomstige normen en gebruiken, wederzijdse erkenning, en een gedeeld respect voor een (Teuringse?) dynastie.

Zo of anders ontstond een koninkrijk, dat we in de Late Oudheid gedurende een jaar of tachtig kunnen volgen.

[Wordt vervolgd]

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

Zelfde tijdvak


Het Colosseum (5): gladiatoren

augustus 8, 2024
Hercules Magusanus

juli 17, 2025
De wierookroute (3)

mei 4, 2018 Deel dit:

#alamannen #elbe #franken #gallienus #hermonduriers #jastorfCultuur #klankwet #ptolemaiosVanAlexandrie #saksen #thuringen #thuringers #traditionskern

De Romeinse keizers van Gallië (1)

Postumus, stichter van het Gallisch Keizerrijk (Bodemuseum, Berlijn)

Ik heb het, in het kader van mijn reeks over Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, al vaker gehad over de fase van de Romeinse geschiedenis die bekendstaat als de Crisis van de Derde Eeuw. De crisis als geheel, de Sassaniden en de afname van de economische mogelijkheden kwamen al aan de orde. De gevolgen waren immens. Rond 270 was het Romeinse Rijk in drieën uiteengevallen. Het centrale rijk (bestuurd door achtereenvolgens Gallienus, Claudius II Gothicus en Aurelianus) bestond uit Italië, de Afrikaanse provincies en een onrustige Balkan. In het oosten was het Rijk van Palmyra, in het westen het Gallisch Keizerrijk.

Je kunt die afsplitsingen zien als dieptepunt van een crisis, maar dat is te eenzijdig. Dat de Galliërs in alle opzichten het “echte” Romeinse Rijk imiteerden, bewijst vooral hoe grondig de romanisering was geweest, hoe groot het zelfvertrouwen van de provincies was en hoe vitaal de Romeinse wereld bleef.

Gallienus en Postumus

Het verhaal van het Gallisch Keizerrijk begint in de jaren 250, toen keizer Valerianus zijn zoon Gallienus naar Gallië stuurde om daar orde op zaken te stellen. Op dat moment waren allerlei Germaanse groepen actief in het Rijnland. Gallienus deed wat werd gevraagd.

In 260 viel Gallienus’ vader Valerianus echter in handen van de Sassanidische koning Shapur. Gallienus had nu andere prioriteiten en allerlei Germaanse groepen staken de Rijn over. Ik blogde al eens over muntschatten uit dat jaar. Binnen een paar maanden hadden ze Noord-Italië bereikt, waar Gallienus ermee afrekende. In Gallië was de commandant van de Romeinse legers een zekere Postumus, die in de omgeving van het heiligdom van Hercules Magusanus in Empel (bij Den Bosch) een groep Franken versloeg. Ik blogde al eens over zijn biografische schets in de Historia Augusta.

De overwinning moet beslissend zijn geweest, want we horen meer dan tien jaar niets over Germaanse invallen. Dit kan verband houden met een van Postumus’ maatregelen: hij stond verslagen krijgers toe zich als boeren in het rijk te vestigen, op voorwaarde dat ze tegen nieuwe indringers zouden vechten. Zo werden verlaten landbouwgronden opnieuw in gebruik genomen en waren er nieuwe belastingbetalers. Het resultaat zou echter niet duurzaam zijn.

Munt met de triomf van keizer Postumus (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Het Gallisch Keizerrijk

Postumus was de eerste heerser van het Gallisch Keizerrijk, dat al snel heel Gallië, Britannia, Iberië en Beieren besloeg. Een aanval van Gallienus werd afgeslagen en de twee keizers spraken daarna af elkaar met rust te laten. Inderdaad intervenieerde Postumus niet toen de bewoners van de Povlakte hem uitnodigden. In 265 deed Gallienus een tweede poging, zonder resultaat.

Het Gallisch Keizerrijk was, zoals gezegd, een uitdrukking van het zelfvertrouwen van de noordelijke provincies. Als de centrale regering de Rijngrens niet kon verdedigen, zouden de Galliërs het zelf doen. En met succes. In 262-263 stak Postumus de rivier over om de Franken en Alamannen thuis aan te vallen, en daarna bleef alles stil.

Verdediging in de diepte

Postumus’ belangrijkste bijdrage aan de stabiliteit van het Gallisch Keizerrijk was een nieuwe militaire strategie, de diepteverdediging. Hij begreep dat één linie van forten langs de Rijn onvoldoende was. Als de Germanen die doorbraken, was het onmogelijk ze in het achterland tegen te houden. Daarom bouwde hij een tweede linie, die in België heel goed is gedocumenteerd: Aardenburg – Velzeke – Mechelen – TongerenMaastrichtKeulen. Daarachter stonden cavalerie-eenheden, die vrij snel konden oprukken naar een bedreigde sector. Het plaatste aanvallers voor een operationeel dilemma: als ze door de eerste linie waren, begaven ze zich tussen twee linies in; als ze de bres in de eerste linie wilden verbreden, arriveerden de troepen uit de tweede linie. Hierdoor konden de Franken nooit de belangrijke verbindingsweg tussen Boulogne, Bavay, Tongeren en Keulen en de belangrijke vruchtbare lössgronden bedreigen.

De tempel van Vesta op een munt van Postumus: hoe Romeins wil je het hebben? (Bodemuseum, Berlijn)

Gallienus nam soortgelijke maatregelen langs de Donau. Het was maar een van de zaken waarin de Galliërs het officiële rijk imiteerden. Ze hadden een eigen keizer, eigen legioenen, eigen gouverneurs, eigen consuls en andere magistraten en een eigen senaat. Alles was hetzelfde, tot en met de goden aan toe. Op de eigen munten stond overigens opvallend vaak de Romeinse halfgod Hercules, tevens de Magusanus van Empel, die blijkbaar de beschermheer van het rijk was.

Wordt vervolgd. Maar eerst nog even iets anders. Zoals u weet wordt elke vier maanden ergens op aarde een oudheidkundig instituut gesloten. De eerste dit jaar is Grieks en Latijn aan Queen’s University in Kingston, Canada. De petitie is hier.

 [Een overzicht van de blogjes over het handboek oude geschiedenis is hier.]

#alamannen #aurelianus #claudiusIiGothicus #crisisVanDeDerdeEeuw #deBloisEnVanDerSpek #diepteverdediging #empel #franken #gallienus #gallischKeizerrijk #handboek #hercules #herculesMagusanus #petitie #postumus #romeinseLimes #strategie #thuringers #valerianus