De Maronitische Wereldkroniek (5) Justinianus

Justinianus (Louvre, Parijs)

[Dit is het vijfde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

839 SE. ≡ okt.527/sept.528

Justinianus regeerde vanaf het jaar 839 alleen over het Romeinse Rijk.
In dit jaar, op 29 oktober, vond er een aardbeving plaats, waarbij sommige plaatsen in de buurt van Antiochië werden verwoest. Bij deze aardbeving stortte Laodikeia in Syrië in. Deze aardbeving vond plaats op vrijdag om elf uur ’s ochtends.

Commentaar
Mogelijk is dit een doublure met de aardbeving in Antiochië die in het vorige blogje werd genoemd.

840 SE. ≡ okt.528/sept.529

En in het jaar 840 verscheen er een leider …….
……
In deze tijd kwam het bevel van de keizer aan alle heidenen die onder het bewind van de Romeinen stonden ……
……
Wat betreft Rome en Italië, toen de barbaren die in het verleden … een grote strijd leverden en daarna … werden ze sterk en hielden ze …… en het gebied kwam weer onder het bestuur van de Romeinen.

Commentaar
Dit is allemaal wat lacuneus, maar er gebeurt veel. Het woord dat als “leider” wordt weergeven in deze Nederlandse vertaling van een recente Engelse vertaling van de middeleeuwse Arabische vertaling van het Aramese origineel, keert straks terug en verwijst naar een Arabier. Het is Al-Harith ibn Jabalah, die in 529 door keizer Justinianus werd aangesteld als “koning van alle Arabieren”. Hij moest met zijn Ghasanidische Arabieren de oostelijke provincies beschermen tegen Al-Mundhir III ibn al-Numan, de leider van de Lakhmidische Arabieren, die streden voor de Perzische Sassaniden. Al-Harith was wel christelijk, maar verleende steun aan de monofysieten.

Het hoofdkwartier van Al-Harith ibn Jabalah in Resafa

Het bevel aan de heidenen lijkt te verwijzen naar de maatregelen die Justinianus nam tegen niet-christelijke geloofspraktijken, zoals de sluiting van de Academie in Athene.

De laatste passage verwijst naar Belisarius’ campagne tegen de Vandalen in Karthago en de Ostrogoten in Italië. Beide gebieden maakten na 536 weer deel uit van het keizerrijk.

In de winter van 535/536 (847 volgens de Seleukidische Era) barstte ergens op het noordelijk halfrond een vulkaan uit. Auteurs als Prokopios en Cassiodorus verwijzen naar het gebrek aan licht en ook de auteur van de Maronitische Wereldkroniek weet ervan. Hij vermeldt even verderop, onder het jaar 853 SE, ook de uitbraak van de Justiniaanse Epidemie, die is te identificeren met de Pest.

847 SE. ≡ okt.535/sept.536

…… het licht was zwak, zodat velen vanwege de ernst van deze gebeurtenis …… In de zomer van dat jaar was zicht onmogelijk.
……
… het land van Syrië en Palestina.
……
…… dat op Theodoros en op degenen die met hem waren rustte, en vanwege hen ontstonden niet geringe kerkelijke twisten.

Commentaar
Het laatste verwijst naar de Driekapittelstrijd. In een poging de monofysieten weer voor de staatskerk te winnen en zo de kerkelijke eenheid te herstellen, veroordeelde Justinianus het oeuvre van enkele eerdere theologen. De poging had weinig succes.

853 SE. ≡ okt.541/sept.542

In het jaar 853 was er een epidemie die “algemeen” werd genoemd. Ze arriveerde eerst vanuit het binnenland, en verspreidde zich naar het westen en oosten, en ook naar het noorden, en ze bleef zich gedurende een periode van drie jaar verspreiden. Ondertussen was de oorlog met de Perzen nog steeds aan de gang.

In het eerste jaar van die strijd, terwijl de leider van de Arabieren in het land van de Romeinen was, was op 19 november een groot wonderbaarlijk teken gezien, vergelijkbaar met een zwaard in de hemel,noot Een allusie aan Jeremia 34, waarin honger en epidemie in één adem worden genoemd met het zwaard. en het was de hele winter zichtbaar gebleven, en de verschijning was van west naar oost gegaan, en was blijven draaien en veranderen in alle richtingen, vergelijkbaar met de epidemie die erop volgde.

Het was duidelijk dat het verwees naar de gebeurtenissen die aan dit teken voorafgingen, met de ontberingen gedurende de periode van epidemie en strijd, en als zodanig was ook de ommekeer daarvan.

Commentaar
Dit lijkt te verwijzen naar de komeet die bekendstaat als C/539W1, maar het is een terugverwijzing naar het eerste jaar van het conflict, naar de winter van 539/540. De komeet is uit diverse bronnen bekend en de meteorenzwerm die wij rond 3 en 4 januari zien, de Boötiden, is een erfenis van deze komeet.

Decoratie van een kerk uit Edessa (Archeologisch museum, Sanli Urfa)

855 SE. ≡ okt.543/sept.544

Tijdens de strijd in het jaar 855 belegerde de koning van de Perzen de stad Edessa in Mesopotamië, die door de rechterhand van God werd beschermd.

863 SE. ≡ okt.551/sept.552

Ook in het jaar 863 was er een epidemie onder de runderen en waren de mensen in rouw. Er was in het bekende verleden nooit iets dergelijks geweest, noch in oude tijden, noch in de recente jaren, en het leek op de pest die onder de mensen rondging en het land overspoelde.

In deze tijd en in deze jaren heerste er onrust in de steden en raakten alle mensen bezorgd, zowel de … als de leiders. Het was niet meer zoals vroeger, toen een stad enkele dagen in rep en roer verkeerde maar er uiteindelijk wel overeenstemming werd bereikt. Het hele land van de Romeinen verkeerde nu aan alle kanten in rep en roer. Grote angst en schade maakte zich van velen meester, want de rampen die de steden troffen die ooit in staat waren geweest vijanden af te weren, namen niet af.

Commentaar
Er is hier geen lacune. Dit zou wel de plek zijn geweest om het Tweede Concilie van Constantinopel te vermelden, waar Justinianus de bisschoppen dwong zijn standpunt in de Driekapittelstrijd over te nemen.

Een achttiende-eeuwse weergave van het Tweede Concilie van Constantinopel (553).

865 SE. ≡ okt.553/sept.554

En in het jaar 865 was er een aardbeving op vrijdag 31 juli om elf uur ’s ochtends, en na zeven dagen was er opnieuw een aardbeving, en het waren twee grote aardbevingen, en steden aan de kust van de zee stortten in en veel dorpen in de buurt stortten in tijdens deze twee grote aardbevingen. Ook op andere plaatsen in steden en dorpen vielen er gewonden als gevolg van deze twee aardbevingen. Vanaf de eerste dag van de aardbeving bleef de aarde voortdurend in beweging, en de bewegingen en intensiteit ervan kalmeerden niet, en het bleef vele dagen lang zo lichtjes beven.

Commentaar

In de jaren tussen 550 en 555 zijn diverse grote aardschokken bekend; mogelijk verwijst de samensteller van de Maronitische Wereldkroniek naar de aardbeving die ook door de zesde-eeuwse auteurs Johannes Malalas en Agathias wordt vermeld. Die zou hebben plaatsgevonden op 15 augustus. Omdat er diverse schokken waren, hoeft de uiteenlopende datum geen probleem te zijn. 31 juli was overigens geen vrijdag, en de hieronder genoemde 13 juni was een donderdag.

In dit jaar, op zaterdag 13 juni, vocht Al-Mundhir, de koning van de Arabieren … (?) tegen de Romeinen.

Commentaar
Verwijzing naar de slag bij Yawm Halima in juni 554. De pro-Byzantijnse leider van de Ghassaniden, Al-Harith ibn Jabalah, versloeg Al-Mundhir, de leider van de pro-Perzische Lakhmidische Arabieren. Laatstgenoemde kwam om het leven.

En al deze ellende in de wereld vond plaats in hun tijd. Daarop volgde onrust in de kerk, evenals de grote verwarring en scheuring die plaatsvond in de kloosters en die begon in de dagen van Anastasius en almaar voort duurde. Onze tijd is inderdaad de ergste, want de moeilijkheden volgen elkaar op zoals de dagen van het jaar.

Commentaar
Dit verwijst opnieuw naar de discussies tussen de aanhangers van de staatskerk en de monofysieten in de oostelijke provincies. Justinianus had tijdens het Tweede Concilie van Constantinopel de aanwezigen gedwongen het keizerlijke standpunt in de Driekapittelstrijd over te nemen. De problemen ten tijde van keizer Anastasius I zijn vermeld onder het jaar 823 SE.

Hieronder is sprake van een profetie van Daniël; bedoeld is Daniël 9, waarin de geschiedenis van de mensheid wordt gepresenteerd als een verzameling van periodes van zeven jaar. De ‘Ajamieten zijn in de onderstaande passage Babyloniërs.

In deze tijd werden ook de Joden – de vijanden van het kruis – bang, omdat zij de jaarweken die door de profeet Daniël worden genoemd tellen vanaf het moment waarop Titus Jeruzalem verwoestte. Het aantal van zeventig jaarweken, 490 jaar dus, zou immers worden voltooid in het jaar 870 sinds het begin van de Griekse jaartelling. Toen een heilige engel sprak van de eerste verwoesting, had hij het weliswaar over de verwoesting door de ‘Ajamieten, maar in hun domheid schreven de Joden dit toe aan die latere verwoesting, die door de Romeinen. Toen de tijd die zij verwachtten naderde en zelfs aanbrak, en niets van wat zij vermoeden ook werkelijk gebeurde, begonnen zij hun valse verwachting te minachten en te veronachtzamen.

867 SE. ≡ okt.555/sept.556

In het jaar 867 legden de inwoners van de stad Constantinopel de keizer …… Justinianus.
……
…… al zijn slaven en gingen naar de bijeenkomst. Toen alle mensen bijeen waren, stuurde Belisarius zijn slaven en stak de Grote Kerk in brand. Toen het gerucht zich in de stad verspreidde, haastten alle mensen zich naar de kerk en lieten de nieuwe keizer achter die ze hadden aangesteld. Daarop versloeg Belisarius Hypatius en doodde hem
……
…… die hij Sofia noemde.

Commentaar
Dit ziet eruit als een flashback. Er gebeurde iets wat niet helemaal duidelijk is en dat de chroniqueur doet besluiten te vertellen over het Nika-oproer in januari 532, waarbij generaal Belisarius een door het volk van Constantinopel tot keizer uitgeroepen Hypatius uit de weg ruimde. De slotopmerking kan alleen verwijzen naar het instorten van de Hagia Sofia in 558 na Chr.

875 SE. ≡ okt.563/sept.564

In het jaar 875, …… de Paulisten. Hij zei altijd dat … niet in zijn innerlijk voelde en onveranderlijk was, net als die … – degenen van Julianus. Wat de bisschoppen betreft, zij maakten zijn … en vroegen de keizer daarover. Toen hij dat niet accepteerde …… stuurde hij hem naar hen toe en smeekte hen om hem antwoord te geven.

Commentaar
Ik vermoed dat dit een verwijzing is naar de aanhangers van een monofysitische leider Paulus, maar ik weet niet welke.

Justinianus (Musée des Beaux-Arts, Lyon)

Toen heel het oosten in deze toestand verkeerde, stierf keizer Justinianus in zijn negenendertigste regeringsjaar. Toen regeerde Justinus II, zijn neef. Hij maakte een einde aan deze smerige onrust.

Keizer Justinianus voerde zijn voornemens uit … de waardigheid van het recht, maar hij overtrof alle voorafgaande keizers door zijn grote deugden, en hij verwierf extra grandeur door zijn eigen karakter, door een brede, stralende ambitie en door overvloedige genade. Ook stichtte hij grote kerken en sterke kastelen in de steden in zijn rijk. Hij had groot respect voor het christendom en bracht vele volkeren tot het geloof in Christus. Hij was erop gebrand de kerkscheuring te beëindigen en spande zich in om iedereen te verzoenen en tot eendracht te brengen. Met al zijn correcte manieren die voor iedereen … waren en alle orde was hij …. Hij disciplineerde zijn … in de ijver van de vroomheid jegens God. Door kerkelijke leerstellingen werd hij door velen … aangestoken.

Als iemand nadenkt over de beste vergelijking tussen wat er vóór hem was en wat er na hem was, dan zal hij constateren dat Justinianus de grootste vroomheid en gerechtigheid van het voortreffelijke christendom bezat, niet alleen die van het keizerschap, maar ook die van de glorieuze kerk. Ik heb het over buitensporige kennis en begrip, en de gave om van tevoren te weten wat er gaat gebeuren, en de kracht om wonderen te verrichten. En ik heb het verder over het gebruik van genegenheid, en de ijver van de vroomheid jegens God die in alle vormen en alle mate de gelovigen in vuur en vlam zette.

Deze deugden verspreidden zich vanouds onder de kinderen van de kerk, en in de dagen van Constantijn, de zegevierende keizer, werden ze buitengewoon sterk en daarna verspreidden ze zich verder. Tot het einde van de heerschappij van Justinianus zette de verbreiding van de straal van rechtschapenheid zich voort. Maar sindsdien begon het beetje bij beetje af te nemen, het nam met de dag af, en … werd zwak …. Maar glorie zij aan de enige Kenner, die alles tot het einde van de tijd overziet.

[Wordt morgen vervolgd]

#aardbeving #AdrianPirtea #Agathias #AlHarithIbnJabalah #AlMundhirIIIIbnAlNuman #AlexHourani #AnastasiusI #Antiochië #Belisarius #bronnenuitgave #Cassiodorus #Constantinopel #Daniël #Driekapittelstrijd #Ghassaniden #JohannesMalalas #JustiniaanseEpidemie #Justinianus #JustinusII #komeet #Lakhmiden #Laodikeia #MaronitischeWereldkroniek #monofysieten #NikaOproer #Ostrogoten #Prokopios #SeleukidischeEra #TweedeConcilieVanConstantinopel #Vandalen #vulkaan

Het koninkrijk van de Thuringers

Christelijke helm uit Stöβen (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Het koninklijk huis van de Thuringers, warover ik het in het vorige blogje had, gaat terug op ene Bisin, die rond het midden van de vijfde eeuw leefde. Die naam – niet per se een herinnering aan de persoon – keert eveneens terug in de middeleeuwse plaatsnamen Bisinstede en Bisiniburg, het huidige Beesenstedt en Bösenburg, niet ver van de Elbe, waar archeologen een nederzetting hebben gevonden die ze identificeren als de burcht van een edelman.

Bisin

Misschien was “Bisin” wel een titel, want we lezen bij Gregorius van Tours over een vorstin Besina of Basina, die eerst met Bisin was getrouwd, maar hem rond 461 zou hebben verlaten om te trouwen met de Frankische vorst Childerik.noot Gregorius van Tours, Geschiedenis van de Franken 2.12. Ze was de moeder van Clovis.

Een complicatie bij deze anekdote is dat diverse onderzoekers denken dat Childeriks verblijf bij de Thuringers, waar hij Besina zou hebben leren kennen, nooit heeft plaatsgevonden. Er zou sprake zijn van een plaatsnaamverwisseling, en Childerik zou feitelijk niet bij de Thuringers maar bij de Tungri (in Tongeren) zijn geweest. Van de andere kant: de archeologische vondsten documenteren Frankische aanwezigheid in het koninkrijk van de Thuringers, en uit het noorden van Gallië kennen we vondsten uit het Thuringerrijk. Dit is een open kwestie.

Misschien bekeerde de eerste Thuringse vorst zich wel tot het christendom. Voor post-Romeinse vorsten, doorgaans charismatische militaire leiders die allerlei soorten mensen aan zich hadden gebonden, was het aantrekkelijk om zich te presenteren als gesteund door de ene God. Het alternatief was immers dat hun legitimiteit bestond uit erkenning door de legervergadering. Een vroeg-zesde-eeuwse helm uit Stöβen (hierboven) toont een crucifix, wat bewijst dat (een deel van) de elite het nieuwe geloof inmiddels had aanvaard.

Graf uit Stöβen (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Internationale contacten

In een samenleving zonder staatsapparaat, was de staat weinig meer dan de koninklijke familie en bestond diplomatie voor een fors deel uit het aanknopen van familiebanden. Als een koningin haar man verliet om met een andere vorst te trouwen, was dat meer dan een familiecrisis. Omgekeerd konden de banden worden aangehaald met een goed huwelijk.

Zo zocht Bisin, of een opvolger met dezelfde naam of titel, naar een alliantie met de Langobarden, die op dat moment woonden in het huidige Slowakije. Hij hertrouwde daarom met een Langobardische prinses en huwelijkte rond 508 een dochter Raicunda uit aan de later Langobardische heerser Wacho. Via een ander huwelijk verbond de Thuringse vorst zich met Theodorik de Grote, de Ostrogotische heerser in Italië: Bisins zoon Herminafrid trouwde in 505 met de Ostrogotische prinses Amalaberga. Zo ontstond een drievoudige alliantie van Thuringers, Langobarden en Ostrogoten, die te lezen is als gericht tegen de Frankische koning Clovis.

Het einde

Rond 510 heerste drie broers over de Thuringers: in het westen Baderich, in het centrum de zojuist genoemde Herminafrid en in het oosten Berthachar. Gregorius van Tours weet te melden dat Herminafrid Berthachar doodde, en misschien is diens graf teruggevonden bij Stöβen, wat zijn residentie lijkt te zijn geweest.

In 526 veranderde de internationale situatie omdat Theodorik de Grote overleed en de drievoudige alliantie uit elkaar viel. De Langobardische koning, de zojuist genoemde Wacho, verbond zich nu met de Franken door te trouwen met Wisigarde, een dochter van koning Theudebert I. De Thuringse vorsten Baderich en Herminafrid zaten nu klem tussen de Langobarden in het zuidoosten en de Franken in het westen.

Graf van een door geweld om het leven gekomen vrouw uit Stöβen (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Nu waren de Franken verdeeld over drie koningen, en voorshands niet van plan tot actie in het oosten. Herminafrid meende daarom hij van de veranderde situatie kon profiteren door het initiatief te nemen tot een nieuwe alliantie, nu met de Frankische vorst Theuderik I. Samen zouden ze Herminafrids broer Baderich uitschakelen.noot Gregorius van Tours, Geschiedenis van de Franken 3.4. Zo gezegd, zo gedaan, maar toen Herminafrid eenmaal alleenheerser was, weigerde hij het halve westelijke rijk, dat hij aan de Frank had zullen afstaan, over te dragen. Rond 531 kwamen Theuderik en zijn broer Chlotarius I naar het oosten en onderwierpen het hele Thuringse rijk. Hermanifrid gaf zich over aan Theuderik, die hem in Zülpich (niet ver van Keulen) liet vermoorden.

Naspel

Koning Chlothar trouwde vervolgens met een dochter van Berthachar, Radegundis, waardoor hij officieel aanspraak kon maken op de heerschappij over de Thuringen.noot Gregorius van Tours, Geschiedenis van de Franken 3.7. Na de dood van haar man zou de Thurings-Frankische koningin intreden in een door haar in Poitiers gebouwd klooster, waar ze rond 580 een gedicht schreef over de ondergang van de Thuringers. Deze tekst, De exidio Thuringiae, “Het einde van Thüringen”, is overgeleverd op naam van Venantius Fortunatus, maar het auteurschap van Radegundis is een jaar of twintig geleden vastgesteld. Hier is een vertaling.

Radegundis

De kwart eeuw na de ondergang van het rijk lijkt verschrikkelijk te zijn geweest. Het aantal nederzettingen nam scherp af, mogelijk door deportaties en anders door de hongersnood en epidemie die volgden op de vulkaanuitbarsting van 536. Een ander deel van de bevolking lijkt naar het oosten en zuiden te zijn gevlucht, en zich te hebben aangesloten bij de Langobarden en Baiuvaren. Dat de Franken de Thuringers geen grotere heffing dan 500 varkens per jaar oplegden, zegt veel over de geringe bevolkingsomvang.

Een opstand in 555 werd onderdrukt. Daarna werd de Thuringse adel, voor zover nog aanwezig, geïntegreerd in de Frankische rijksadel, zoals ruim twee eeuwen later ook zou gebeuren met de Saksen.

#baderich #baiuvaren #berthachar #besina #bisin #childerik #chlotariusI #clovis #elbe #franken #gregoriusVanTours #herminafrid #langobarden #ostrogoten #radegundis #stoCeB2en #theodorikDeGrote #theudebertI #theuderikI #thuringers #wacho