Publius Annius Florus

Portret van een tijdgenoot van Hadrianus (Archeologisch museum, Zadar)

Al een paar keer heb ik op deze blog de Romeinse schrijver Publius Annius Florus genoemd, die zeker niet verbleef op de toppen der Parnassos, maar waaraan best een blogje te wijden valt. Florus weet namelijk wel hoe hij een verhaal moet vertellen en is bovendien een vertegenwoordig van wat weleens wordt aangeduid als het Zilveren Latijn. Die naam verraadt een oud waardeoordeel, namelijk dat het Latijn van de eerste eeuw v.Chr. het allerbeste was geweest. Toen stond er voor redenaars echt iets op het spel, en dat maakte het Latijn van auteurs als Cicero zo briljant. Daarna was de retorica in verval geraakt, en zouden geschiedschrijvers hielenlikkers zijn geweest. Nog steeds aardig Latijn, luidde het vooroordeel, maar geen Cicero.

Het vooroordeel is allang weerlegd. Ook een feestrede kan immers een literair hoogtepunt zijn. Los daarvan: geen taalkundige zal zeggen dat het taalgebruik van de ene eeuw beter is dan het andere. Desondanks blijven de zilveren schrijvers (zeker in het onderwijs) wat onderbelicht, hoewel het project van Plinius de Oudere, die feitelijk de wetenschap op de Grieken veroverde, een enorme ambitie verraadt, hoewel een Tacitus echt wel iets te melden heeft, en hoewel je nog altijd kunt lachen om dichters als Juvenalis en Martialis.

En toch. Zelfs als we het zilver opwaarderen, behoort Florus niet tot de top. Hij lijkt tussen pakweg 70 en pakweg 140 geleefd te hebben en publiceerde tijdens het bewind van keizer Hadrianus (r.117-138) een geschiedkundig overzichtswerkje en nog wat andere teksten. Het is overgeleverd onder verschillende namen: Florus, Annius Florus, Publius Annius Florus en Lucius Anneus Florus. Classici zijn het er echter over eens dat het gaat om dezelfde schrijver.

Biografie

In de Late Oudheid noteerde Virgilius van Toulouse wat biografische informatie over Florus. Die zou ten tijde van keizer Domitianus uit Africa naar Rome zijn gekomen om deel te nemen aan een poëziewedstrijd. Hoewel zijn voordracht kon rekenen op grote publieke bijval, won hij niet de eerste prijs. Zijn naam was echter gevestigd en hij werd een gevierd sofist: een concertredenaar die het publiek vermaakte met mooie, geïmproviseerde redevoeringen.

Na een rondreis door de Griekse wereld keerde hij terug naar Rome en reisde hij verder naar Gallië, wat suggereert dat hij geen patroon had kunnen vinden in de hoofdstad. Uiteindelijk vestigde hij zich in Tarragona, waar hij een school stichtte. Hij hield van de stad, schreef hij, waar de mensen eerlijk waren en het klimaat aangenaam. Hier schreef hij een dialoog over de vraag of de beroemde Vergilius moest worden beschouwd als een redenaar of als een dichter. Deze tekst is overgeleverd op zijn eigen naam, Publius Annius Florus.

Enkele jaren later, toen de Spaanse keizer Trajanus aan de macht was gekomen, keerde hij terug naar Rome, waar iedereen zijn gedichten bleek te kennen. Hier verbleef Florus nog steeds toen Hadrianus in 117 aan de macht kwam. Hij raakte bevriend met deze eveneens Spaanse keizer en het is interessant dat een familie genaamd Annius Verus in deze tijd een belangrijke rol speelde in het keizerlijk bestuur. Waren dat verwanten van Florus?

Zijn vriendschap met de vorst wordt geïllustreerd door een (beschadigd overgeleverd) puntdicht, waarin hij zich bewonderend uitliet over Hadrianus’ reislust, die hem voerde naar de onaangename landen aan de rand van de aarde:

Ik wil echt geen Caesar zijn,
lopen door Britannië,
schuilen bij <…>
kou in Skythië doorstaan.

Waarop Hadrianus antwoordde:

Ik wil echt geen Florus zijn,
lopen door de rosse buurt,
schuilen bij de voedselbank,
muggen vet van bloed doorstaan.noot Historia Augusta, Hadrianus 16; vert. John Nagelkerken.

Overigens krijgen we hier een doorkijkje naar Hadrianus zelf, want dit gedichtje is overgeleverd in de Historia Augusta, die via de biografieëncollectie van Marius Maximus (vroege derde eeuw) teruggaat op Hadrianus’ autobiografie. Blijkbaar was Hadrianus heel erg ingenomen met de door hem geschreven parodie.

Epitome

Terug naar Florus zelf. Hij is vooral bekend om de Epitome van de Geschiedenis van Titus Livius. Die is slechts twee boekrollen lang, gericht op krijgsgeschiedenis en eenzijdig pro-Romeins. Florus benut de aristotelische metafoor van groei, bloei en verval: de heerschappij van de koningen was Romes zuigelingentijd, de verovering van Italië was Romes jeugd, en als mediterrane macht was Rome volwassen. De onvermijdelijke conclusie dat Rome, nu het een keizerrijk was, feitelijk in verval was geraakt, is onvermijdelijk. Florus spreekt van de inertia Caesarum, en je hoeft geen Latijn te studeren om dat te vertalen. Het roept de vraag op wie de tekst hebben gelezen, want dit was geen compliment aan Hadrianus, die afzag van expansie.

Dit pessimisme is interessant, maar er is nog een reden om Florus, zelfs al vertelt hij eigenlijk alleen maar na wat Livius vóór hem had geschreven, niet te negeren: hij gaat verder waar Livius ophoudt. Diens geschiedwerk eindigde rond het jaar 9 v.Chr., maar Florus’ Epitome vertelt ook over latere campagnes. We weten niet zeker welke bronnen hij daarvoor heeft gebruikt, maar een daarvan moet een vóór 41 gepubliceerde geschiedenis van de Germaanse Oorlogen zijn geweest. Hij vertelt namelijk dat een van de drie tijdens de Slag in het Teutoburgerwoud verloren veldtekens nog steeds niet was teruggevonden, terwijl die standaard in 41 was heroverd bij de Chauken. De vergissing bewijst overigens dat Florus zelf niet veel wist over het verleden, want anders zou hij wel hebben geweten dat het veldteken weer in Romeinse handen was.

De Epitome is dus geen historiografisch hoogtepunt, maar desondanks een nuttige tekst, die ons enerzijds een idee geeft van de verloren delen van Livius’ Geschiedenis van Rome sinds de Stichting van de Stad en ons anderzijds informeert over enkele gebeurtenissen uit de eerste eeuw na Chr. En Florus vertelt vlot. Daarom is de Epitome tot in de negentiende eeuw gebruikt als schoolboek, wat welbeschouwd een eerbetoon is aan Florus’ vertelkwaliteiten.

#antiekeGeschiedschrijving #Domitianus #Hadrianus #HistoriaAugusta #MariusMaximus #PubliusAnniusFlorus #PubliusVergiliusMaro #Trajanus #VirgiliusVanToulouse

De “Keizerlevens” van Suetonius

Hadrianus, onder wie Suetonius werkte als ab epistulis, als almachtig heerser (Altes Museum, Berlijn)

In het vorige stukje hebben we het leven van Suetonius bekeken. Maar hij is natuurlijk bekender als auteur dan als ab epistulis. We kennen van zijn hand diverse titels, zoals een biografie van Cicero, een boekje over Griekse kinderspelletjes, een scheldwoordenboek en een boek met de intrigerende titel Fysieke gebreken van de man. Helaas zijn al deze boeken verloren gegaan.

We weten iets meer over een werk dat de Pratum de rebus variis heette. Dat is te vertalen als “een weide vol uiteenlopende dingen” of, om het lichtvoetige karakter te accentueren, als “de speeltuin”. Hierin verzamelde Suetonius nuttige, interessante en vermakelijke feitjes, waarvan hij hoopte dat ze de lezer zouden amuseren. We hebben meer van dit soort collecties over uit de Grieks-Romeinse Oudheid.

Een groot deel van De Weide is verloren, maar de inhoud van de twintig boekrollen is ruwweg te reconstrueren. Twee boeken gingen over wetten en gebruiken, daarna volgden boeken over kleding en ambten, twee boeken over Romeinse spelen, een boek over kinderspelletjes, een boek over de kalender en twee boeken over de natuur. De volgende negen boeken bevatten biografieën: drie over de Romeinse koningen, een over beroemde prostituees, drie over mensen met een literaire loopbaan (hiervan zijn flinke delen over) en één over geschiedvorsers en filosofen. Wat Suetonius bewoog om die twee zo verschillende beroepsgroepen samen te nemen, is een van de geheimen der oude geschiedenis. De twintigste en laatste boekrol ging over tekstkritiek en stenografie.

De twaalf keizers

De acht boeken met de Levens van de Twaalf Keizers zijn wél overgeleverd. Alleen de eerste bladzijden, die een voorwoord zullen hebben bevat en een opdracht aan Gaius Septicius Clarus, zijn verloren gegaan, samen met een beschrijving van de jeugd van Julius Caesar. Boek één ging dus over Caesar, de volgende vijf boeken behandelden Augustus, Tiberius, Caligula, Claudius en Nero, dan was er één boek over Galba, Otho en Vitellius, en tot slot was er één boek over Vespasianus, Titus en Domitianus. Die laatste is geportretteerd als duivel, geheel in lijn met de propaganda van keizer Trajanus.

De Levens zijn aangename lectuur en zijn dan ook altijd populair geweest. Ik schreef al dat als u nooit een antieke bron heeft gelezen, Suetonius een tekst is om mee te beginnen. Hij kreeg navolgers. Begin derde eeuw schreef Marius Maximus een volgende collectie van twaalf keizerlevens en in de negende eeuw stelde Einhard een biografie samen van Karel de Grote, waarin hij Suetonius als voorbeeld nam. Er is een handige Nederlandse vertaling van Daan den Hengst.

Opbouw

Elke van de twaalf keizerlevens heeft min of meer dezelfde structuur. Het eerste deel is chronologisch. Op de familiegeschiedenis volgen de jeugd en opleiding van de gebiografeerde, alsmede de vroege loopbaan. Dan verandert zijn opzet.

Nu ik hiermee een soort samenvatting van zijn levensloop heb gegeven, wil ik de onderdelen daarvan één voor één behandelen, niet in chronologische volgorde, maar in rubrieken gerangschikt, om zo de uiteenzetting aan doorzichtigheid te laten winnen en de bestudering te vereenvoudigen.noot Suetonius, Augustus 9.1; vert. Daan den Hengst.

Het vervolg is dus een thematische beschrijving van het karakter van de keizer, van zijn privéleven (inclusief seksuele gewoonten), van zijn gedrag als burger, van zijn militaire loopbaan en van zijn politieke leven. Daarna keert Suetonius terug naar de chronologie: de voortekenen en omstandigheden van de dood van de keizer, het aantal jaren van zijn regering en een beschrijving van zijn begrafenis.

Suetonius leende deze structuur waarschijnlijk van de hellenistische geleerden die in de derde en tweede eeuw v.Chr. biografieën schreven van de klassieke Griekse auteurs. Het voordeel van dit model is dat de thematische behandeling in het midden de lezer de indruk geeft dat hij de gebiografeerde persoonlijk kent. Voor zover we kunnen overzien, behandelt hij zijn onderwerpen redelijk objectief. Zijn biografieën bevatten weliswaar veel roddels, maar Suetonius lijkt geen informatie te onderdrukken of te verdraaien. Dat is meer dan we kunnen zeggen van zijn tijdgenoot Tacitus.

Je leest weleens dat Suetonius, als voormalig bibliothecaris en documentalist, het Romeinse staatsarchief wel zal hebben gebruikt. Waarschijnlijk is dat maar gedeeltelijk waar. Suetonius benut in elk geval ook de werken van Cluvius Rufus en Plinius de Oudere, samen met een verzameling brieven van keizer Augustus.

Thematiek

In de Levens van de Twaalf Keizers keren twee thema’s steeds terug. In de eerste plaats is er het aloude, al in Mesopotamië gedocumenteerde idee dat een dynastie ontstaat met een moreel sterke man, die zijn kracht en deugd aan het front heeft bewezen. Nadat hij heeft beschreven hoe Julius Caesar de Romeinse republiek in de Tweede Burgeroorlog heeft vernietigd, staat Suetonius lang stil bij Augustus, de stichter van het Julisch-Claudische Huis. Diens opvolger Tiberius presenteert hij als een zwakker man. Zijn regering is in wezen een egoïstische usurpatie – iets dat duidelijk blijkt uit zijn seksuele gedrag. Zijn opvolger Caligula is een cynisch monster, Claudius een bureaucraat, Nero incompetent.

Na deze dynastie breekt er een nieuwe burgeroorlog uit (boek zeven: Galba, Otho, Vitellius), terwijl boek acht de keizers Vespasianus (dynastiestichter), Titus (veinzer), Domitianus (duivel) beschrijft. Het is een herhaling van het eerdere verhaal over de sterke stichter van een steeds zwakkere dynastie. Feitelijk is het achtste boek een appendix om te tonen dat de geschiedenis zich herhaalt. Het is daarmee te lezen als een aanval op keizer Hadrianus, die immers ook de opvolger was van een dynastiestichter, Trajanus.

Suetonius’ aandacht voor de privélevens van de keizers heeft hem de reputatie opgeleverd een soort lasteraar te zijn. Dit is een verkeerde voorstelling van zaken. Suetonius’ tweede thema is simpel, maar belangrijk: hoe ga je om met macht? Als je absolute macht hebt, kun je doen wat je wilt, en alleen een zeer sterke man (volgens Suetonius alleen Augustus en Vespasianus), is in staat tot blijvend correct handelen. Mensen van geringer kaliber zullen de macht misbruiken. Het is een scheurkalenderfilosofie waarvoor je geen antieke teksten hoeft te lezen, maar dat wil niet zeggen dat het onzin is.

#abEpistulis #Augustus #Caligula #Claudius #DaanDenHengst #Domitianus #Einhard #GaiusSepticiusClarus #Galba #Hadrianus #HippoRegius #JuliusCaesar #KarelDeGrote #MariusMaximus #Nero #Otho #PliniusDeOudere #Suetonius #Tiberius #Titus #Trajanus #Vespasianus #Vitellius

Het leven van Suetonius - Mainzer Beobachter

De beroemde Romeinse biograaf Suetonius had een opmerkelijke carrière, die hem bracht tot een van de machtigste posities in het rijk.

Mainzer Beobachter