Het Romeinse hooggerechtshof: de Basilica Julia

De Basilica Julia

Een blogje over Rome, waarom ook niet, ik schrijf er tenslotte nooit over. We gaan naar het Forum Romanum, naar de Basilica Julia: in de keizertijd de plaats waar het hooggerechtshof samenkwam. Eerder stond hier het huis van Publius Cornelius Scipio, de generaal die de Tweede Punische Oorlog had beëindigd door Iberië te veroveren en daarna bij Zama de Karthaagse generaal Hannibal te verslaan. Scipio’s dochter Cornelia was in 175 getrouwd met Tiberius Sempronius Gracchus, de voornaamste senator (princeps) uit het tweede kwart van de tweede eeuw v.Chr., rijk geworden met de pacificatie van wat wij Castilië zouden noemen. Hun kinderen waren de revolutionaire volkstribunen Tiberius en Gaius Sempronius Gracchus. Volgens de geschiedschrijver Titus Livius kocht Sempronius Senior, toen hij in 169 censor was, het huis van zijn schoonvader:

Tiberius Sempronius Gracchus kocht van het hem van staatswege toegewezen fonds het huis op van Publius Cornelius Scipio Africanus. Dat stond achter de Oude Winkelgalerij, vlakbij het beeld van Vortumnus, bij de  slagerijen en de winkels. Sempronius liet daar de basilica bouwen die later Sempronia werd genoemd. noot Livius, Geschiedenis van Rome sinds de Stichting van de Stad 44.16.10-11.

Archeologen hebben onder de Basilica Julia inderdaad de resten gevonden van de basiliek van Sempronius en een ouder republikeins huis, dat dan wel dat zal zijn geweest van de man die de Karthagers versloeg.

Basilica Julia

In 54 v.Chr. begon Julius Caesar met de constructie van een nieuw gerechtshof. Ongetwijfeld heeft hij een verband willen leggen met het feit dat zijn legers inmiddels in Brittannië de randen van de aarde hadden bereikt: genadiglijk liet de veldheer de stedelijke bevolking delen in de buit.

Om ruimte te scheppen verlegden zijn ingenieurs enkele aangrenzende straten en ging de Oude Winkelgalerij tegen de vlakte, zodat op het naar alle zijden vergrote terrein een vijfschepige basiliek kon worden opgericht. Het was een van de grootste gebouwen in de stad en ook al nam de dictator het gebouw acht jaar later in gebruik, er moest nog aan worden gewerkt tot 29 v.Chr., toen keizer Augustus de basiliek opnieuw inwijdde. Hij verrichtte ook de derde inwijding, nadat het bouwwerk in 12 n.Chr. door brand was verwoest en gerestaureerd.

Een boog in het midden van de façade vormde de hoofdingang. Momenteel is deze te herkennen aan een pijler van wit marmer. Keizer Septimius Severus liet aan weerszijden standbeelden plaatsen, vervaardigd door de Griekse beeldhouwers Polykleitos en Timarchos (hun namen zijn nog te lezen op de sokkels). Laatstgenoemde is weinig meer dan een naam, over Polykleitos weten we des te meer: hij was actief tussen 450 en 410 v.Chr. en geldt als een van de belangrijkste beeldhouwers uit de Oudheid.

De zijschepen van de Basilica Julia bestonden uit twee rijen bogen, en daarboven was een balkon. Keizerbiograaf Suetonius schrijft daarover:

In zijn verkwistingen overtrof Caligula alles wat men vóór hem had weten te bedenken. […] Hij ging zelfs zover dat hij dagen achtereen een enorm bedrag aan geldstukken van het dak van de Basilica Julia wierp. noot Suetonius, Caligula 37.1; vert. Daan den Hengst.

Vanaf het dakterras kon men door ramen kijken in het middenschip, dat boven de zijschepen uitstak, en dan zag men onderin de rechtszaal een vloer die was ingelegd met Numidisch geel en Frygisch paarsgeaderd marmer, afgewisseld met Lucullisch zwart-rood marmer. De huidige witte vloer is aangelegd door restaurateurs.

Rechtspraak

In deze bonte hal beoordeelde het Hof van Honderd (dat overigens 180 leden had) zaken op het terrein van het eigendoms- en erfrecht. Het ging vaak om geschillen waarbij rijke mensen betrokken waren. Immers, alleen voor hen stond werkelijk iets op het spel en bovendien konden alleen zij de proceskosten opbrengen. Voor minvermogenden gold de constatering van de dichter Martialis:

Als advocaat en rechter
hun centen komen halen,
dan is dat meestal slechter
dan zelf je schuld betalen.noot Martialis, Epigram 2.13; vert. Frans van Dooren.

Wie procedeert om een koe legt er een op toe, zouden wij zeggen. Verantwoordelijk voor de rechtspraak was de praetor, die een oordeel gaf over de ontvankelijkheid van een zaak en vervolgens een juryvoorzitter aanwees. Dat was iemand van een jaar of negentien die behoorde tot de decemviri stlitibus iudicandis, een rechtscollege dat zich bezighield met het vaststellen van iemands burgerlijke staat. Het lidmaatschap daarvan was een normale eerste stap voor een rijke jongeman die carrière wilde maken.

Met kamerschermen werd de centrale hal van de Basilica Julia in compartimenten verdeeld, zodat de vier kamers van de rechtbank gelijktijdig konden werken. Alleen voor buitengewoon belangrijke zaken waren alle juryleden aanwezig. Plinius de Jongere geeft in een van zijn brieven een beschrijving. Hij behartigde als advocaat de belangen van een dame die was onterfd, tien dagen nadat haar vader met een jong meisje was hertrouwd:

Er zaten 180 rechters, want zoveel staan er op de lijst voor de vier kamers, een schare advocaten voor beide partijen en tallozen op de bankjes, bovendien een dichte haag omstanders rondom de enorme breedte van het tribunaal, in ontelbare rijen. Dan stond ook de tribune nog volgepakt en zelfs op de bovengalerijen van de basilica leunden aan de ene kant de vrouwen, aan de andere de mannen over de balustrade, gespitst om iets te horen, wat moeilijk was, of, wat makkelijk was, iets te zien. Groot was de spanning bij alle vaders, groot bij alle dochters, groot ook bij alle stiefmoeders.noot Plinius de Jongere, Brief 6.33.3; vert. Ton Peters.

Nu ik dit blogje voorbereid, schiet me te binnen dat ik de uitslag van de zaak niet ken.

De advocaten kregen tijdens een rechtszaak spreektijd toegewezen in de vorm van eenheden op de waterklok. Meestal kregen ze er vier of vijf, maar Martialis kent een advocaat die daaraan niet genoeg heeft:

De rechter gaf je wat je luid verzocht:
wel zevenmaten van de waterklok.
Je toespraak blijkt een eindeloos gewrocht.
Soms stop je om te drinken uit je mok.
Ik bid je, les je dorst met ander vocht
en neem een slok van ’t water uit de klok!noot Martialis, Epigram 6.35.

Tijdens langdradige redevoeringen deden de mensen op de publieke tribune blijkbaar spelletjes, want er zijn verschillende spellen in het plaveisel gekrast: een molenspel en een dambord bijvoorbeeld. Op de trap aan de Forumzijde zijn de bakjes te zien van een backgammonachtig spel dat tegenwoordig in grote delen van Afrika nog wordt gespeeld en daar onder meer als oware bekendstaat.

#Augustus #BasilicaJulia #Caligula #ForumRomanum #GaiusSemproniusGracchus #JuliusCaesar #Martialis #oware #PliniusDeJongere #PolykleitosVanSikyon #praetor #Rome #RomeinsRecht #SeptimiusSeverus #Suetonius #TiberiusSemproniusGracchus #TitusLivius #waterklok

Vienne

De “triomf van Vienne” (Lugdunum, Lyon)

In mei 1992, deze maand drieëndertig jaar geleden, maakte ik een lange fietstocht naar Griekenland. Ik ging dwars door Frankrijk – Reims, Troyes, Alesia, Beaune – en op een dag bereikte ik Lyon. Op de Place Bellecour, zoals het mooie centrale plein heet, trok mijn met tent en tassen beladen fiets wat bekijks en ik raakte aan de praat met een jonge vrouw die, als ik het me goed herinner, Adrianne heette. Het was een hartelijk gesprek, en eigenlijk was ik niet eens heel erg verbaasd toen ze m even later in Vienne opwachtte met dingen die ik op de camping lekker zou vinden. Een reiziger heeft altijd leuke ontmoetingen, maar deze zal me altijd bijblijven. En dus heb ik ook warme herinneringen aan Lyon en Vienne.

Gallisch oppidum

Die laatste stad ligt aan de samenvloeiing van de rivieren Rhône en Gère. Ze is ontstaan toen de Gallische stam der Allobrogen een oppidum (heuvelfort) inrichtte op de heuvels die tegenwoordig Pipet en Sainte-Blandine heten. De stam werd in 120 v.Chr. door de Romeinen onderworpen – de zegevierende generaal Quintus Fabius Maximus kreeg de bijnaam Allobrogicus – en kregen te verstaan dat ze aan de voet van hun heuvel moesten gaan wonen. Een stad in een rivierdal was voor de Romeinen immers makkelijker in te nemen dan een nederzetting op een heuvel.

Het heuvelfort was echter niet vergeten. Het oppidum bleek nuttig toen enkele jaren later de Kimbren en de Teutonen, twee Germaanse stammen, verschenen in de Provence. Toen generaal Marius deze Germaanse stammen had verslagen, werd de orde hersteld.

In 61 v.Chr. kwamen de Allobrogen, geleid door een zekere Catugnatus, in opstand. De inwoners van Vienne verdreven de Romeinen in hun stad; de ballingen vestigden zich in Lyon en keerden niet terug toen de Romeinen de orde voor de tweede keer herstelden.

Drie jaar later besloot Julius Caesar het gebied voorgoed te pacificeren, wat, zoals bekend, leidde tot de verovering van heel Gallië. Vienne bleef een belangrijke stad, die een gebied beheerste dat zich uitstrekte tot Genève. Lyon was echter belangrijker en de relaties tussen de twee steden waren slecht. Nog in 69 na Christus vroeg de bevolking van Lyon aan keizer Vitellius om Vienne te vernietigen, waar deze wijselijk niet op inging.

Romeinse stad

Keizer Augustus gaf Vienne, inmiddels de voornaamste stad van de grotendeels geromaniseerde Allobrogen, de rang van colonia. Dit betekende dat alle vrijgeboren mannelijke inwoners vanaf nu het Romeins burgerrecht bezaten. In 35 na Chr. bereikte de eerste bewoner van Vienne, Decimus Valerius Asiaticus, het consulaat.

Als colonia heette de stad nu Colonia Julia Augusta Florentia Viennensium. Zoals gebruikelijk wijdden de dankbare tot Romein gemaakten een heiligdom aan de keizer, de tempel van de divus Augustus et diva Roma, “de vergoddelijkte Augustus en de godin Roma”. (De tempel wordt tegenwoordig ook wel de tempel van Augustus en Livia genoemd.) Keizer Claudius noemde de stad “elegant versierd en sterk” en de dichter Martialis zegt hetzelfde in een van zijn epigrammen. Misschien was de elegantie een troost voor de ballingen die naar Vienne werden gestuurd, zoals de Joodse koning Herodes Archelaos, die vanaf 6 na Chr. hier zijn dagen sleet.

Late Oudheid

De stadsmuur vertelt iets over haar geschiedenis. Vienne had oorspronkelijk een muur met een lengte van zeven kilometer, maar in de derde eeuw – u weet wel, een crisistijd – werd een nieuwe muur gebouwd, slechts twee kilometer lang. Deze doorstond de invallen van de Germaanse Alamannen.

In het begin van de vierde eeuw, toen de keizers Diocletianus en Maximianus grote provincies opsplitsten in kleinere, werd Vienne de hoofdstad van de provincie Viennensis. De stad overvleugelde nu de aloude rivaal Lyon. Alleen Trier was in vierde-eeuws Gallië belangrijker. Keizer Valentinianus II woonde in Vienne en in de vijfde eeuw trok de relatieve welvaart de Bourgondiërs aan, die zich in dit gebied vestigden nadat hun hoofdstad Worms in 435 was ingenomen door Aetius en de Hunnen.

De Piramide van Vienne

Er zijn nog altijd wat monumenten te zien, zoals het theater, de tempel van Augustus en Roma/Livia en de Tuin van Cybele. Een ander monument staat bekend als De Piramide en markeerde ooit een keerpunt in de hippodroom. Volgens een plaatselijk verhaal was dit het graf van Pontius Pilatus, die in ballingschap naar Gallië zou zijn gestuurd. Dit is natuurlijk niets anders dan een vrome legende, maar de verwarring met Herodes Archelaos is begrijpelijk. Nederlandse fietsers ontmoeten hier weleens Françaises met een plastic tas vol lekkernijen.

#Allobrogen #Bourgondiërs #Claudius #GaiusMarius #HerodesArchelaos #JuliusCaesar #Kimbren #Martialis #PontiusPilatus #Rhône #Teutonen #ValentinianusII #Vienne #Vitellius

"Plagiarist" was the term for kidnappers in Ancient Rome. Marcus Valerius Martialis, a Roman poet of (1st century AD), is supposed to be the first one to use this term to refer to literary theft.

#copyright #plagiarism #ancientrome #martialis #history