De Bergrede (12): De andere wang

Sint-Nikolaas in actie als ketterpletter: hij slaat op de linkerwang.

De Bergrede, dat is toch een verdraaid aardige tekst. Ik schreef er al elf keer over. Even samenvatten: de redevoering is door de auteur van het Matteüs-evangelie samengesteld uit uitspraken uit de bron Q. Verder is de tekst geschreven tegen een achtergrond van lokale vervolgingen, in de tijd waarin keizer Domitianus de verhouding tussen joden en christenen op scherp zette. De Bergrede begint met de Zaligsprekingen – overigens een prachtvoorbeeld van het attentum facere dat de klassieke redenaars adviseren – en gaat dan over op de behandeling van een reeks halachische kwesties die qua vorm doet denken aan 4QMMT.

De strekking is vaak een radicalisering: wees volmaakt zoals God volmaakt is, want jullie zijn het licht van de wereld en het zout der aarde. Voorbeelden van deze radicaliseringen zijn smaad en overspel. Dat dit niet het oordeel is van Matteüs maar van Jezus zelf, is alleszins goed denkbaar, want bijvoorbeeld het advies geen eden af te leggen is meervoudig geattesteerd.

De canon

Ook het gebruik van een canon die lijkt af te wijken van wat later gangbaar is geworden, suggereert dat althans sommige uitspraken zijn opgetekend vóór de standaardcanon van de joodse Bijbel ontstond. Dat zien we ook in Matteüs 5.43.

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.”

De NBV21 verwijst hier behulpzaam naar Leviticus 19.18:

Blijf geen wraakzucht of wrok koesteren, maar heb je naaste lief als jezelf.

Daar staat dus niets over het haten van vijanden en voor zover ik weet staat dat ook nergens in de joodse Bijbel. Dat wil niet zeggen dat het advies in de joodse religieuze literatuur ontbreekt. Buiten de latere canon valt wel wat te vinden. De Gemeenschapsregel adviseert verstandige mensen in de Eindtijd (1QS ix.21-22)

de mannen van het verderf eeuwig te haten. Laat hun hun bezit en laat hun het profijt van hun handel, zoals een slaaf zijn mening over zijn meester en een onderdrukte zijn mening over de onderdrukker voor zich houdt.

Hierop volgen nog wat andere adviezen om onrecht te aanvaarden omdat de dag van de wraak toch wel komt. De vergeldingsgedachte dus.

Vergelding

Dit werpt een grimmig licht op een andere passage uit de Bergrede, die meteen aan het hierboven geciteerde voorafgaat.

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Een oog voor een oog en een tand voor een tand.” Dit zeg ik daarover: verzet je niet tegen wie kwaad doet, maar keer degene die je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe.

De meeste mensen zijn rechtshandig en kunnen alleen met hun linkerhand of met omgekeerde hand iemand op de rechterwang slaan. Het is dus een vrij krachteloze pets. Degene die de andere wang toekeert, vraagt niet alleen om een tweede maar  ook om een hardere klap. Ook in de volgende regels laat iemand zichzelf extra schade toebrengen.

Als iemand een proces tegen je wil voeren en je onderkleed van je wil afnemen, sta hem dan ook je bovenkleed af. En als iemand je dwingt één mijl met hem mee te gaan, loop er dan twee met hem op.

Dit laatste verwijst vermoedelijk naar de praktijk dat een Romeinse officier iemand bij wijze van corvée een lading konden laten dragen (zoals Simon van Kyrene Jezus’ kruis moest dragen).

Een bovenmenselijk moeilijk advies

De strekking van de drie voorbeelden lijkt te zijn dat degenen die zich laten slaan, zich geheel uitkleden en voor een soldaat een last torst, het onrecht explicieter toont. Als de parallel met de Gemeenschapsregel klopt, zal Gods vergelding in de Eindtijd des te harder zijn.

De Bergrede recyclet deze voorbeelden. Ze passen prima in een discours waarin de zelfbeschadiging dient om de onderdrukker een extra hak te zetten en zullen daar ook wel uit voortkomen. Jezus gebruikt ze om te tonen hoe je je vijanden lief kunt hebben. Dat is een bovenmenselijk moeilijk advies.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#Bergrede #EvangelieVanMatteüs #Gemeenschapsregel #Matteüs #NieuweTestament #QBron #ressentiment #vergelding

De Bergrede (13): Heb je vijanden lief

Christus als wetgever. Sarcofaag uit de catacombe van S. Sebastiano, Rome

De Bergrede, waarover ik al een enkele keren heb geblogd, bestaat uit pakweg vijf delen: de Zaligsprekingen, een reeks aanwijzingen, de oproep tot volmaaktheid, meer aanwijzingen (waaronder het Onze Vader), en een epiloog. De oproep tot volmaaktheid is dus ruwweg het midden van deze tekst. Matteüs 5.43-48 in de NBV21:

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” Dit zeg ik daarover: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen; alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars niet net zo? En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo? Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.

Heb je vijanden lief

Dat “heb je vijanden lief” is nogal een lastig advies. Het staat haaks op het goed-antieke idee dat je je vrienden moet bevoordelen en je vijanden moet benadelen. Het staat ook haaks op de ressentimenten die bestonden bij de ontrechte onderste lagen in de oude wereld. Daar waren gedachten over vergelding nooit ver. Toch is het nu ook weer niet zo dat Jezus dit als eerste zei. Het boek Spreuken bevat bijvoorbeeld het advies je niet teveel te verheugen over de val van je vijand en niet te juichen over diens ondergang (24.17). Ook is er het advies je vijand te eten en drinken te geven (25.21). Dit laatste wordt ook in andere oosterse teksten geadviseerd en het is interessant dat sji’ieten het beschouwen als een van de heilige daden van imam Huseyn.

Desondanks is het niet het alles rozengeur en maneschijn. Juich niet zomaar om de ondergang van je vijanden, zeker. Maar: één regel verder lezen we de motivatie, namelijk dat je niet wil dat God zijn woede richt op jou. En geef je vijanden te drinken en te eten, want “dan stapel je gloeiende kolen op zijn hoofd”. Dit is wat we ook vorige keer zagen: dat je je vijanden een extra hak kunt zetten op de dag van de vergelding.

Het liefdesgebod

Jezus’ motivatie voor hetzelfde advies is daarentegen anders: je moet het doen om even volmaakt te zijn als God, die de zon voor goede en slechte mensen laat opkomen. Hij gebruikt dus, net zoals we vorige week zagen, het bestaande joodse discours over vergelding om een ander punt te maken.

Het is een interessante vraag of het advies “heb je vijanden lief” teruggaat op de auteur die de redactie voerde over deze tekst – laten we hem maar Matteüs noemen – of op Jezus van Nazaret zelf. Er zijn wel wat passages in de andere evangeliën die dat suggereren, maar over dit liefdesgebod is discussie mogelijk. We zullen er in deze reeks over het Nieuwe Testament nog weleens op terugkomen. Punt is natuurlijk dat de erkenning dat je vijand ook een mens is, gewoon een elementaire vorm van beschaving is. Homo hominibus homo.

***

Dat was het voor vandaag. Volgende week een stukje over plaats in de herberg, want de kerst nadert. De zondag erna mijn traditionele stuk krijgsgeschiedenis-op-kerstmis. (Die rare gewoonte heeft overigens een logische verklaring.) In het nieuwe jaar meer Bergrede en Nieuw Testament.

Voor journalisten die dit lezen: probeer je eens te onthouden van de voorspelbare stukjes over dat kerstmis eigenlijk een Mithrasfeest was (nee) . Of dat de ster van Betlehem valt te identificeren met een hemelverschijnsel (ook niet). Ik ruim op deze pagina wat misverstanden op.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#Bergrede #EvangelieVanMatteüs #HebJeVijandenLief #liefdesgebod #Matteüs #NieuweTestament #ressentiment

De Bergrede (16): de Mammon

Het is zondag en u bevindt zich weer in de reeks over het Nieuwe Testament, meer in het bijzonder in het deel over de Bergrede. De samensteller daarvan wijdt, na zijn behandeling van het vasten, enkele opmerkingen aan rijkdom en bezit. Het is een beetje een rommelig stukje.

De Mammon

Hier is het begin:

Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen. Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn. (Matteüs 6.19-21; vgl. Lukas 12.33-34; NBV21)

Het vervolg:

Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de Mammon. (Matteüs 6.24; vgl. Lukas 16.13)

Mammon is de verpersoonlijking van het kapitaal. Het verband tussen deze zinnen is dus duidelijk. Wat ik niet snap is het zinnetje er tussenin.

Het oog is de lamp van het lichaam. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn. Maar als je oog troebel is, zal er in heel je lichaam duisternis zijn. Als het licht in jezelf verduisterd is, hoe groot is dan die duisternis! (Matteüs 6.22-23)

Rijkdom en armoede

We zullen die lamp verder laten wat ’ie is want de opmerkingen over de Mammon zijn interessant genoeg. Voor ons eenentwintigste-eeuwers is het vanzelfsprekend dat er zoiets is als economische groei. Wij zijn welvarender dan onze ouders, die weer rijker waren dan onze grootouders. In de Oudheid was men zich daar niet zo van bewust: de machthebbers sneden de koek en als de een rijker was, was de ander armer. Het inzicht dat de koek als geheel kon groeien, ontstond pas in de zeventiende eeuw.

Jezus en zijn volgelingen, peasants aan de onderkant van de samenleving, hadden een alleszins begrijpelijke afkeer van rijkdom. Niet omdat ze in armoede een deugd herkenden, maar omdat ze meenden dat de rijken per definitie anderen in armoede hielden. Ongeveer zoals de vrijheid van de meester mogelijk was door de onvrijheid van de slaaf. In dit opzicht zijn Jezus’ uitspraken tegen de rijken precies wat we zouden verwachten. Er zijn dan ook volop parallellen.

Henoch over geld

Neem de Gelijkenissen van Henoch, een tekst uit het begin van onze jaartelling. Op het Laatste Oordeel worden de heersers, koningen en landbezitters bestraft. Weliswaar pleiten ze, min of meer zoals de rijke man in Lukas’ gelijkenis over de arme Lazarus, voor respijt, maar de Mensenzoon gunt het ze niet. “Onze zielen waren vervuld van het onderdrukkende geld,” erkennen ze, “maar dat zal ons niet redden nu we in de Sheol worden geworpen.” (1 Henoch 63.10).

Een andere tekst, de Brief van Henoch uit de tweede eeuw v.Chr., adviseert de mensen gerechtigheid te beoefenen en haalt uit naar degenen die door middel van zonde – lees: woeker – het kapitaal verwerven om huizen te bouwen, want die zullen tot op de funderingen worden gesloopt. “Wee jullie, rijke mensen, die jullie vertrouwen in geld stellen” gaat de auteur verder, “jullie zullen je rijkdommen uitzweten.” En: “toen jullie rijk waren, waren jullie onderdrukkend en nu zijn jullie voorbestemd voor de dood”.

Andere parallellen

De Henochitische literatuur is niet de enige parallel. Het Damascusgeschrift (een van de Dode-Zee-Rollen) noemt rijkdom als een van de drie netten waarmee de duivel de mensen verstrikt. De twee andere zijn ontucht en de ontering van de tempel (4.17). Het zijn allemaal uitwerkingen van een oeroude, joodse gedachte, die we ook vinden in Spreuken 11.7: “Wanneer een goddeloze sterft, gaat al zijn hoop verloren, van zijn rijkdom hoeft hij niets te verwachten.”

Er zijn talloze andere parallellen. Voor een rijke was er, in het denken van de arme Joden, maar één hoop: alles verkopen en de opbrengst geven aan de armen. Dat is – Jezus erkent het in Matteüs 19.24 – voor rijke mensen niet eenvoudig. Het was nu eenmaal gemakkelijker voor een dromedaris om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om een plaats te hebben in de wereld die zou komen.

[Een overzicht van de reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#armoede #Bergrede #Mammon #NieuweTestament #peasants #ressentiment #rijkdom

Echtscheiding in Romeins Judea

Ik ben geen voorstander van niet-authentiek beeldmateriaal, maar ik heb bij het blogje van vandaag niks beters dan Abraham die Hagar verstoot.

Het is een waarheid als een koe: waar twee culturen contact maken, nemen ze zaken van elkaar over. Dat geldt dus ook voor de Joodse cultuur, waar ik op zondag altijd over blog, en de Grieks-Romeinse cultuur, die momenteel aandacht krijgt in de Week van de Klassieken. Van Romeins-Joods cultuurcontact zijn allerlei voorbeelden en een speculatief voorbeeld schoot me vorige week te binnen: echtscheiding.

Joodse echtscheidingen

Een van de hardste gegevens over de leer van Jezus van Nazaret is zijn afwijzing van scheiding. Die is heel breed gedocumenteerd: Marcus 10.2-9 is een voorbeeld, de Bergrede bevat een ander.noot Matteüs 5.32. Het verbod is ook te vinden bij de apostel Paulus.noot Romeinen 7.2-6. We hebben dus documentatie uit minimaal drie bronnen: Marcus, Q en Paulus. Het zal bovendien niet in een Joodse context zijn verzonnen, aangezien het een breuk vormt met het gangbare jodendom. Echtscheiding was immers toegestaan, zij het met regels. De procedure rond de echtscheidingsbrief staat beschreven in Deuteronomium.noot Deuteronomium 24.1-4 en 21.14, 22.29.. De uitwerking van die regels staat in het Mishna-traktaat Gittin.

Jezus’ afwijzing van echtscheiding hing niet in het luchtledige. Ook de sekte van de Dode-Zee-rollen had er moeite mee, met als argument dat wie veel vrouwen heeft, ook zijn joodse geloof zou verliezen. Dat had koning Salomo immers bewezen.

Romeinse echtscheidingen

Maar wellicht is er een tweede reden waarom Jezus tegen echtscheiding was. Ik verzin die, maar het is niet onmogelijk dat er in zijn tijd een toename was van het aantal echtscheidingen, omdat dit onder het Romeinse recht heel eenvoudig was. In de Romeinse wereld kon een scheiding tot stand komen zonder formaliteiten, eenvoudigweg doordat de twee partners stopten met gemeenschappelijk leven. Dat kon met wederzijdse goedkeuring gebeuren, of doordat een van de twee partners wegging.

Ik kan het niet bewijzen, maar het zou me niet verbazen als iemand nog eens aantoonde dat er met de komst van Rome in de Joodse wereld meer echtscheidingen waren. Waar twee culturen contact maken, nemen ze zaken van elkaar over: dat is een waarheid als een koe. En het is ook een waarheid als een koe dat als de leden van twee culturen elkaar kennen, ze elkaars gebruiken kunnen afwijzen.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#Bergrede #BriefAanDeRomeinen #Deuteronomium #DodeZeeRollen #echtscheiding #koningSalomo #Mishna #Paulus #QBron #RomeinsRecht

Nieuwe Testament - Mainzer Beobachter

In 2019 ben ik begonnen met een (bijna) wekelijks blogje over het Nieuwe Testament. Dat lees ik zonder al te veel aandacht te besteden aan latere christelijke uitleg, maar met de nadruk op de joodse context. Die reeks kan nog jaren duren. Hier is een overzicht van de stukjes. Matteüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen … Meer lezen over Nieuwe Testament

Mainzer Beobachter

[16:50] Paul Schenderling verloor zijn onrust toen hij zijn baan opzegde en terugging naar zijn jeugdidealen | Interview

Boven zijn bureau hangt de Bergrede. Econoom, schrijver en spreker Paul Schenderling (36) probeert de woorden van Jezus dagelijks in de praktijk toe te passen. Door te leven van genoeg, zoals hij het zelf noemt. „Het hoeft niet altijd meer, meer, meer.”

https://frieschdagblad.nl/economie/Paul-Schenderling-zegde-zijn-baan-op-en-ging-terug-naar-zijn-jeugdidealen-29295560.html

#Bergrede #PaulSchenderling #36 #Jezus #Hethoeft

Paul Schenderling verloor zijn onrust toen hij zijn baan opzegde en terugging naar zijn jeugdidealen | Interview

Boven zijn bureau hangt de Bergrede. Econoom, schrijver en spreker Paul Schenderling (36) probeert de woorden van Jezus dagelijks in de praktijk toe te passen. Door te leven van genoeg, zoals hij het zelf noemt. „Het hoeft niet altijd meer, meer, meer.”

Friesch Dagblad