Ook Ali (57), die al sinds 1987 vrijwilliger is bij het Libanese Rode Kruis, merkt een verschuiving. Zijn achternaam ziet hij liever niet in de krant. “Ik heb nog nooit zulke agressie gezien tegenover hulpverleners. We maken geen deel uit van het conflict, en toch zijn we een doelwit. Waarom?”
Volgens hem is er iets fundamenteel veranderd. “Er is een morele verschuiving in de manier waarop dit conflict wordt gevoerd. We zijn beschermd door de Conventies van Genève, maar niemand lijkt nog te luisteren. De aanvallen gaan gewoon door. Dit is de nieuwe realiteit. We lopen gevaar.”
In het Camille Chamounstadion, een tijdelijke opvang voor ontheemden uit het zuiden, houdt Ziad al-Rayess zich bezig met de coördinatie. Hij is verantwoordelijk voor rampenbeheer bij het Libanese Rode Kruis. “We hebben alles moeten opbouwen terwijl de mensen al aankwamen.”
Vandaag verblijven er ongeveer 1200 mensen, maar de capaciteit moet omhoog naar 3000, terwijl er tegelijk nog duizenden op straat leven in Beiroet. “We proberen basisvoorzieningen te garanderen: water, hygiëne, medische zorg. Maar alles staat onder druk.”
1/2

Hulpverleners onder vuur in Libanon: ‘We zijn geen partij, en toch een doelwit’
Terwijl de oorlog in Libanon escaleert, kijken hulpverleners tegen een steeds complexere crisis aan. Ze krijgen beperkte toegang en werken met groeiende veiligheidsrisico’s. En ze worden zelf steeds vaker doelwit.


🐦🔥nemo™🐦⬛ 🇺🇦🍉





