Faits divers (47)

Het Byzantijnse fort van Madauros

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: de chronologie van Egypte, Charax, restauratietechniek, een superbelangrijk boek, beschadigd erfgoed en – het wordt een gewoonte – de bedreigde geesteswetenschappen.

Kenneth Kitchen

Als u deze blog leest, houdt u van geschiedenisboeken, waarin de resultaten van wetenschappelijk onderzoek worden gepresenteerd. Sommige onderwerpen trekken wat meer de aandacht, andere wat minder, en in die tweede categorie valt zeker het onderzoek naar de antieke chronologie. (Ik heb weleens een boek voorgesteld met de titel “hoe oud is het?” maar geen uitgever durft eraan te beginnen.) Maar een juiste chronologie is verondersteld bij alle andere onderzoek.

Voor weinig perioden is dat zo spannend als de IJzertijd. In Griekenland noemen we het de Dark Ages omdat er weinig informatie is. Archeologen worstelen met het Hallstatt-plateau, waar koolstofdateringen lastig zijn. De geschreven bronnen, die we voor de Bronstijd in overvloed hebben, zijn er ineens niet meer. En dus trekt deze periode de aandacht, en dankzij tal van opgravingen is ze inmiddels zo duister niet langer. De wetenschapper die voor deze tijd de chronologie van Egypte vaststelde, waar dit tijdvak bekendstaat als Derde Tussenperiode, was Kenneth Kitchen. Als u nu leest dat die van ongeveer 1070 tot 712 v.Chr. duurde, is dat Kitchens verdienste.

Hij is vorige week overleden. Zoals chronologisch onderzoek wat ondergesneeuwd is ten opzichte van andere thema’s, zo is ook zijn overlijden niet echt opgevallen, maar een mooie necrologie is hier.

Charax

Nieuwssite NU.nl bakt ze bruin met een artikel dat de antieke stad Charax zou zijn geïdentificeerd. “Archeologen ontdekken verborgen stad in Zuid-Iran: Alexandrië aan de Tigris”, luidt de kop, en een kind weet dat de Tigris niet door Iran stroomt maar door Irak. “De locatie van de stad was altijd onbekend”: onzin, die is altijd bekend bekend geweest. Ik was er in 2021.

Ik heb de NU.nl erover geschreven, maar het stukje was op het moment dat ik dit schrijf (zondagmorgen) niet gecorrigeerd. En het is zo jammer, want er is over Charax best iets interessants te vertellen, zoals over de innovatieve methode waarmee de archeologen de verzilting van de bodem gebruikten om het stratenpatroon te reconstrueren.

Als het heeft geregend, verdampt vocht namelijk niet overal even snel en dat biedt een aanwijzing voor de aanwezigheid van muren. Het leverde bijzondere foto’s op waarop enkele monumentale gebouwen herkenbaar waren aan zoutlijnen. Met georadar werd daarna aanvullende informatie verzameld. Zo konden tussen de woonhuizen tempels en paleizen worden geïdentificeerd. Een verrassende ontdekking was een macellum: een voedselmarkt van een type dat we kennen uit het Middellandse Zeegebied, maar nog niet uit Mesopotamië.

Rome

Nieuwe technieken bieden nieuwe mogelijkheden. Dat geldt niet alleen voor het ontsluiten van data, maar ook voor de conservering van monumenten. Een leuk stukje vertelt hoe de Zuil van Marcus Aurelius, vervuild door vele decennia smog en beschadigd door vele eeuwen weer en wind, nu wordt schoongemaakt. In plaats van de gangbare technieken – zeg maar: met kwastjes – werken de restaurateurs met lasers, en dat schijnt niet alleen sneller maar ook beter te gaan.

Romeinen in de Lage Landen

De ontdekking van een Romeins castellum bij Heteren kon niet werkelijk meer mee, en zo begint elke synthese over n’importe welk onderwerp al verouderd te raken op de dag dat het manuscript wordt afgerond. Maar toch: voor het eerst sinds W.A. van Es’ De Romeinen in Nederland – anders gezegd: voor het eerst in ruim een halve eeuw – is er weer een boek dat een overzicht biedt van de Romeinse aanwezigheid in Noordwest-Europa. Het heet Rome en de Lage Landen en is geschreven door Robert Nouwen, voormalig directeur van het Gallo-Romeins Museum in Tongeren.

Het belang van dit boek is moeilijk te overschatten. Hierin staat alles bij elkaar. Er zijn in de afgelopen halve eeuw tal van boeken verschenen die wat lapwerk deden door het boek van Van Es samen te vatten en te actualiseren. Zelf heb ik zo’n boek geschreven, maar al die auteurs konden niet in de schatkamer achter de academische betaalmuren. Daarom is het verschijnen van Rome en de Lage Landen een gebeurtenis op zich.

Even terzijde

Ik gebruik de Faits Divers meestal voor oudheidkundig nieuws, maar ik wijk daar nu even van af. Ik schreef al eens dat in de oudejaarsnacht de Vondelkerk is afgebrand. Amsterdammers trekken graag een te grote broek aan: de stadswijk De Pijp noemde zich ooit “de rive gauche van Amsterdam”, de flats aan de Omval heetten “Manhattan aan de Amstel” en de Vondelkerk zou “de Notre-Dame van Amsterdam” zijn. Dat is op het absurde af overdreven, maar ik beken: ik ben redelijk aangeslagen, want ik kom er elke dag twee keer langs fietsen.

Bovendien: in de kelder ligt het archief van de Vereniging van Vrienden van de Amsterdamse Gevelstenen. Elke gevelsteen is een klein monumentje, en het feit dat dit archief enorme waterschade heeft geleden, gaat me aan het hart. De Stichting Stadsherstel, die eigenaar is van de kerk en er ook een archief heeft, laat alle materiaal nu ophalen door een bedrijf dat de stukken zal invriezen, waarna wordt bezien of iets valt te restaureren.

Waterschade aan het archief van de VVAG

Petitie

De aanvallen op de geesteswetenschappen gaan vanzelfsprekend ook dit jaar verder. Wat dat betekent voor bona fide archeologen in Israël, wier vak inzet is geworden van een culture war, zou u kunnen lezen in de roman De genesis van het verraad van Martine van den Berg, die ik onlangs in Spanje heb gelezen. De beschreven archeologische problematiek is maar al te reëel. En wat Van den Berg in het nawoord meldt over aanvallen op de wetenschap, is natuurlijk ook voor Nederland onverkort waar.

Om het tot de Oudheid te beperken: uiteraard wordt ook deze maand een instelling bedreigd. De petitie die u nu verwacht is voor klassieke en middeleeuwse studies in Calgary en een overzicht van de rest vindt u hier.

Reclame

Ik organiseer in september een reis naar Algerije, en waarom dat een weliswaar dure maar mooie bestemming is, leest u hier. Meer informatie vindt u daar.

Ook ben ik ingehuurd door Historizon om een reis naar enkele Romeinse locaties in België en Noord-Frankrijk te bezoeken. De regio is voor menigeen een gebied waar je doorheen reist op weg naar een “echt” buitenland, en daardoor is Wallonië voor menigeen onbekend – en dat is dus zwaar onterecht. Meer informatie hier.

#Charax #chronologie #DerdeTussenperiode #FaitsDivers #gevelsteen #HallstattPlateau #Heteren #IJzertijd #KennethKitchen #MartineVanDenBerg #petitie #restauratie #RobertNouwen #Rome #Vondelkerk #ZuilVanMarcusAurelius

Wiggle matching

Een voorbeeld van wiggle matching. Verticaal de koolstofdatering, horizontaal de gekalibreerde datering, de blauwe band is de kalibratiecurve, en in grijs acht metingen die op de curve passen.

Het vaststellen van de chronologie is een van de meer fundamentele aspecten van de oudheidkunde. Wie de volgorde van gebeurtenissen en ontwikkelingen niet kent, kan bijvoorbeeld geen uitspraken doen over causaliteit. Geschiedvorsing, dus het zoeken naar verklaringen voor gebeurtenissen uit het verleden, is daarmee simpelweg onmogelijk. Wat resteert is een statische beschrijving van “de” cultuur van deze of gene regio. Daarover kunnen archeologen en classici overigens nog altijd boeiende dingen vertellen, maar je zou méér willen dan een statische beschrijving van een samenleving; je wil de dynamiek begrijpen en de krachten achter die dynamiek. En dat veronderstelt kennis van de chronologie.

Waar geschreven teksten geen houvast bieden, trekken twee paarden de kar: de koolstofmethode en de jaarringmethode. Ze versterken elkaar. De kalibratie van een koolstofdatering gebeurt aan de hand van jaarringen en omgekeerd kunnen we jaarringreeksen ijken door middel van door koolstofdateringen. Dat klinkt op het eerste gezicht wat onlogisch, omdat een jaarringreeks preciezer is dan een koolstofdatering, maar regelmatig sluit in een regio de ene jaarringreeks niet aan op de andere. De wiggle matching van de koolstofkalibratiecurve helpt dan om de delen in elk geval ongeveer te plaatsen.

Het ijken van een jaarringreeks

Voor zover ik weet is dit bedacht door de Amerikaanse archeoloog Peter Kuniholm,noot Of beter: de publicatie die ik hieronder beschrijf, was de eerste keer dat ik het tegenkwam. die voor Griekenland een reeks had die zich vanuit het heden neerwaarts uitstrekte tot het jaar 363 na Chr. Daarmee valt dus de hele Byzantijnse periode messcherp te dateren. Maar je wil dieper en hij bezat een reeks van anderhalf millennium lang, die zich uitstrekte van een onbekend moment in de Vroege of Midden-Bronstijd tot een onbekend moment in de IJzertijd. Tussen de twee reeksen zat dus een lacune.noot Voor zover ik weet is die er nog altijd maar zal die vroeg of laat wel zal worden overbrugd..

De door Kuniholm benutte truc was dat hij zestien koolstofmonsters uit de oudste jaarringenreeks nam. De onderlinge afstand tussen die monsters was precies bekend. Hij kon nu tussen de verschillende koolstofdateringen een curve trekken, die een verloop moest hebben dat zou lijken op een deel van de kalibratiecurve. Die verloopt immers de ene keer steil neerwaarts en de andere keer tergend langzaam. Door vergelijking van de hobbeligheid van de twee curves, wiggle matching, kon hij zo’n “zwevende” jaarringreeks toch vastpinnen. In dit geval was de oudste reeks te plaatsen tussen 2220 en 718 v.Chr.. Dat het principe ook werkelijk klopte, bleek uit het feit dat sommige jaarringen bleken te corresponderen met enkele bekende vulkaanuitbarstingen.

Het Hallstatt-plateau

Er is een tweede toepassing. De kalibratiecurve loopt, zoals gezegd, soms steil neerwaarts en soms tergend langzaam. Dat laatste heet een plateau en het beruchtste voorbeeld is het zogeheten Hallstatt-plateau tussen ca. 770 en ca. 420 v.Chr., vernoemd naar de IJzertijdcultuur die in deze tijd bestond in West-Europa. In deze periode vallen gekalibreerde koolstofdateringen opvallend breed uit. Door wiggle matching valt dat te verhelpen, lees maar hier.

Mits je de afstand in tijd tussen je koolstofmonsters kent, mits je genoeg koolstofmonsters hebt, mits je rekening houdt met een reeks verstorende factoren. En vooral: mits je – een koolstofdatering is geen datering maar een kans op een datering – vóór de kalibratie al zo smal mogelijke marges hebt. Want als de marges erg breed worden, is het heel lastig er een curve doorheen te trekken die maar op één manier op de kalibratiecurve past.noot Als u goed naar bovenstaand plaatje kijkt, ziet u dat de achtste meting eigenlijk niet goed past.. Zo blijft er gelukkig nog wat te puzzelen over.

#chronologie #dendrochronologie #HallstattPlateau #koolstofdatering #PeterKuniholm #wiggleMatching

Oudheidkunde en oudheidkundes - Mainzer Beobachter

Er bestaat niet één oudheidkunde maar er bestaan allerlei oudheidkundes en dat is jammer want er is maar één Oudheid.

Mainzer Beobachter

Faits divers (33): archeologie

Cucuteni-Tripolje-aardewerk (Neues Museum, Berlijn)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer allerlei leuke archeologische berichten.

***

De eerste steden

Het traditionele, en op zich niet onjuiste, verhaal over de eerste steden is dat hun ontstaan hand-in-hand ging met de groei van sociale stratificatie. Bijvoorbeeld doordat er meer boeren waren, meer opbrengsten, meer noodzaak tot organisatie, en dus een centrale leider, die zijn macht onderstreepte met monumentale bouw. Dit is vanzelfsprekend altijd een grove generalisatie geweest. Een schema, zeg maar, om de gedachten te ordenen. De vondsten in Göbekli Tepe bewijzen dat al in een samenleving van jagers en verzamelaars monumentale architectuur mogelijk is, dus er is geen enkele reden monumentaliteit onlosmakelijk te verbinden met steden of zelfs maar landbouw.

De laatste kwart eeuw is er veel meer aandacht gekomen voor “mega-sites” die wel stedelijk ogen maar geen opvallend grote sociale stratificatie kennen. Sovjet-archeologen attendeerden er lang geleden al op dat in het gebied van de Skythen – zeg maar Oekraïne – enkele knotsen van nederzettingen bekend waren, zonder aanwijzingen voor maatschappelijke ongelijkheid. Dat paste mooi bij theorieën over een oercommunisme, dus het oogde wat verdacht. Maar inmiddels is er meer belangstelling voor, en het helpt dat onderzoekers met Lidar meer van zulke nederzettingen vinden.

Een recent artikel in Nature gaat over de Cucuteni-Tripolje-cultuur, zeg maar 4500-3000 v.Chr. in Roemenië, Moldavië en Oekraïne. U kunt die kennen van de Racines-expositie in Luik. Het artikel legt voorbeeldig uit welke complicaties er zijn bij het onderzoek naar de egalitaire samenlevingen van de vroegste Europese steden, even oud als pakweg Uruk.

De Maghreb

De Maghreb kom er in de oudheidkundige literatuur beroerd vanaf. Toen ik schreef over het handboek van De Blois en Van der Spek, viel me op dat de Numidiërs niet of nauwelijks werden vermeld, hoewel ze een beslissende rol speelden in zowel de Eerste als de Tweede Punische Oorlog. De Maghreb was echter een van de welvarendste gebieden in de Oudheid, met in de Romeinse tijd 600 steden (ter vergelijking: Gallië had er zestig). De verklaring voor de welvaart is dat op de Hautes Plaines van Algerije de regenval voorspelbaar was. Je wist als boer precies wat je kon verwachten, wat in Italië en Griekenland niet het geval was.

De vallei van de rivier de Baht in het noordwesten van Marokko is iets anders dan Algerije. Het is geen hoogvlakte maar een riviervlakte. Evengoed is het een vruchtbaar gebied, waar de Karthagers al ten tijde van Hanno de Zeevaarder factorijen bouwden. Er viel wat te halen. Recent onderzoek toont dat de landbouw hier al heel vroeg ontstond: “the most extensive and earliest agricultural complex known in north Africa outside the Nile Valley”.

Byblos

U herinnert zich misschien – vooringenomen als ik ben, hoop ik het – de expositie over Byblos in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Dan herinnert u zich misschien ook dat het onderzoek is hernomen. Daarover is een erg mooie documentaire te zien op Arte. Voor wie bang is voor Frans: het is prettig rustig uitgesproken.

Koolstof

Koolstofdateringen zijn nooit simpel. Om te beginnen is het resultaat geen datering maar een kans op een datering. Verder is kalibratie nodig. En de kalibratiecurve loopt soms steil en is soms horizontaal – dat laatste heet een plateau. Dat is ergerlijk, want het betekent dat een op zich smalle marge in de meting, laten we zeggen ±50, zich kan vertalen in een brede historische marge, laten we zeggen ±150. Eén zo’n plateau correspondeert ruwweg met de Europese Hallstatt-periode: tussen pakweg 770 en 420 v.Chr. zijn de historische marges wel erg wijd.

Deze kwestie speelt hoog op in Israël, waar op veel plaatsen monumentale gebouwen zijn gevonden op plekken waar je ook volgens de Bijbel monumentale gebouwen zou verwachten. Bijvoorbeeld een grote structuur in Jeruzalem, op de plek waar je het paleis van een David of Salomo verwacht. Alleen zijn die structuren lastig te dateren. De eerste archeologen dateerden het daar gevonden aardewerk aan de hand van de bijbelse chronologie van een David of een Salomo, dus toen klopte alles; maar toen archeologen het aardewerk begonnen te dateren aan de hand van andere aardewerkchronologieën en aan de hand van koolstof, bleken de gebouwen te jong.

Een poging om het probleem op te lossen met een speciaal op het verwerven van organisch, dateerbaar materiaal gerichte opgraving in Megiddo, leverde niks op. Nu hebben archeologen het opnieuw geprobeerd in Jeruzalem, met een combinatie van koolstofdatering en wiggle matching. Er is vooruitgang, met scherpere dateringen, en er is de opvallende conclusie dat de westelijke uitbreiding vroeger begon dan tot nu toe aangenomen. Over Salomo zwijgt men, maar dit oogt veelbelovend.

Familie

In de jaren zeventig was er veel aandacht voor de vraag waar vrouwen en mannen na hun huwelijk gingen wonen. Als bijvoorbeeld in een samenleving alleen vrouwen aardewerk maakten, zo luidde een van de redeneringen, vormde de verspreiding van keramische motieven een aanwijzing voor hun verblijfplaatsen. Nu stellen archeologen dezelfde vraag, maar met bioarcheologisch bewijs: in voor-Romeins Brittannië trokken de mannen in bij de vrouwen. Een leuke conclusie, niet meer, niet minder.

Zijderoute

Komend vanuit het westen leidde de Zijderoute vanuit het huidige Oezbekistan over de Pamir en dan langs de Taklamakan-woestijn, door de Hexicorridor naar China. Een leuk onderzoekje toont dat daar, in het westen van het antieke China, een laatantieke mevrouw met Chinese voorouders is begraven naast een laatantieke meneer met Centraal-Aziatische voorouders. Het bevestigt wat we al wisten: mensen waren mobiel.

Volksverhuizingen

En nog even iets uit dezelfde periode om af te ronden: een overzicht van alle DNA-bewijs voor migratie in het eerste millennium voor West-Europa. De conclusies zijn weinig verrassend: eerst een beweging van noordelijk Europa naar zuidelijk Europa, zeg maar de verspreiding van Germaanssprekenden, en daarna een omgekeerde beweging, zeg maar mensen die door Noormannen werden meegenomen, vermoedelijk als slaven. Niet verrassend dus, maar handig om het bij elkaar te hebben.

#Algerije #bioarcheologie #Byblos #China #CucuteniTripoljeCultuur #DNAOnderzoek #FaitsDivers #GroteVolksverhuizingen #Hallstatt #HallstattPlateau #Hexicorridor #Israël #Jeruzalem #kalibratie #koningDavid #koningSalomo #koolstofdatering #Libanon #LIDAR #Marokko #Moldavië #Oekraïne #Roemenië #socialeStratificatie #Taklamakan #vikingen #wiggleMatching #Zijderoute

The Rise of Civilization - Mainzer Beobachter

"The Rise of Civilization" van Charles Redman toont wat archeologie is: het opstellen, testen en verbeteren van hypothesen.

Mainzer Beobachter