📚 İlginç bilgi!

Gordion — "Antik Frigya Krallığı'nın tarihî başkenti hangi antik kenttir?" sorusunun cevabı.

Telegram'da daha fazlası: t.me/QuizWhizGame
Ücretsiz indir: https://play.google.com/store/apps/details?id=com.macukadam.QuizWhiz

#QuizWhiz #history #Frigya #AntikKentler #Gordion

QuizWhiz - Apps on Google Play

Trivia quiz with a story campaign! Solo, multiplayer, 10 categories, 6 languages

Driemaal werelderfgoed: Centraal Turkije

Turkije voor het Turkije was: Alacahöyük

Wat valt er in Turkije zoal te zien? Ik behandelde eergisteren hier en daar de westkust. Vandaag nemen we het centrum onderhanden. Ik kan dat echter niet doen in de vorm van een rondreis. De beschavingen van Centraal-Anatolië zijn waanzinnig interessant maar ik denk dat ze onvoldoende bekend zijn. Liever dus een chronologisch overzicht. Een logische volgorde voor de auto is overigens Ankara, Alaçahöyük, Bogazköy, Yazilikaya, Kültepe, Kayseri, Kappadocië, Arslantepe, Çatalhöyük en Gordium.

De eerste steden

Eerst Çatalhöyük. Ik ben hier niet geweest maar hier is de officiële website van deze belangrijke opgraving uit het Neolithicum. Het gaat om een nederzetting van ongeveer dertien hectare uit het zevende millennium v.Chr., waar archeologen voor het eerst vaststelden dat er al in de laatste fase van de Steentijd grote nederzettingen waren. Denk aan een omvang van tweemaal het toenmalige Byblos, met dit verschil dat de huizen daar verspreid stonden op de heuvel en er dus niet zoveel mensen waren, terwijl Çatalhöyük compacter is. De deur was nog niet uitgevonden, dus je betrad een huis via een gat in het dak. Van de prachtige beeldjes die archeologen lang zelfverzekerd hebben geïnterpreteerd als moedergodinnen, durft men nu niet meer te zeggen dan dat ze misschien een rituele betekenis hebben gehad.

Alacahöyük, Koninklijk Graf

Gaandeweg moeten in Anatolië steden zijn ontstaan. Een daarvan is Alacahöyük, dat heeft bestaan in de Vroege Bronstijd. Toen ik er was waren vijf van dertien koningsgraven gereconstrueerd. Er zijn metalen voorwerpen gevonden die men wel aanduidt als zonneschijven, al hebben we feitelijk geen idee wat het zijn. De bezoeker ziet er ook een toegangspoort uit de Hittitische periode die wat opvallender is dan de oudere koningsgraven.

De derde opgraving die ik noem is Kültepe ofwel Kaneš. Het was min of meer het centrum van een aantal steden en dus de logische plek waar Assyrische kooplieden in de eerste helft van het tweede millennium een permanente nederzetting stichtten. Een soort stapelplaats. Het was nauwelijks een verrassing – al beweerden de opgravers om publicitaire redenen natuurlijk het tegengestelde – dat er kleitabletten opdoken die het dagelijks leven van deze Assyriërs in den vreemde beschreven. Ze documenteren ook de geleidelijk machtsovername door het volk dat later Hittieten zou heten. Deze tabletten waren ook de sleutel voor het vaststellen van de chronologie van het Midden-Brons, waar belangrijk Nederlands oudheidkundig onderzoek naar is gedaan.

Leeuwenpoort, Hattusa

De Hittieten

Ik noemde de Hittieten nu al twee keer. Ze zijn vernoemd naar de stad Hattusa, die ook wel Boğazköy of Boğazkale heet. Werelderfgoed. Het is een enorme stad en je kunt niet alles even lopen, maar de laatste keer dat ik er was hoorde ik praten over elektrische wagentjes waarmee je een rondje kon rijden van de ingang naar de poorten, hoog op de heuvel, en dan via de akropolis weer terug. Het is allemaal heel mooi ingericht en goed uitgelegd. En ja, dit is de hoofdstad geweest van een van de grote staten uit de Oudheid, waarvan de legers oprukten tot Apasa in het westen (Efese), terwijl koning Muwatalli streed tegen farao Ramses II in de slag bij Kadesh, diep in Syrië.

Ernaast ligt Yazilikaya, een heiligdom. Het bestaat uit ruwweg twee in de rotsen aangebrachte vertrekken met wandreliëfs. Ik vind zelf de rij van identieke oorlogsgoden in de rechterkamer erg indrukwekkend, maar de complexe afbeelding in de andere kamer is niet minder interessant.

Yazilikaya

Overigens is het vooraf lezen van een goed boek over de Hittieten wel handig voordat je hierheen komt. Een hotel in Boğazkale, waar ook een museum is, is de ideale basis voor een bezoek aan Hattusa, Yazilikaya en Alacahöyük.

De IJzertijd in Turkije

Na de Zeevolkencrisis (die geen crisis was) verdween het Hittitische Rijk – althans uit het centrum van Anatolië. De districten in de periferie waren bestuurd geweest door prinsen uit het koninklijk huis, die zelfstandig werden nu de centrale regering was weggevallen. De hoofdstad van een van deze Neo-Hittitische rijkjes was Karatepe-Aslantaş, het antieke Azatiwataya. Het is een mooi, groen gebied, met tussen de bomen de antieke gebouwen.

Orthostaat uit Karatepe

Een andere belangrijke stad uit de IJzertijd was Gordion, de hoofdstad van de Frygiërs. Er zijn allerlei grafheuvels en de allergrootste kan worden bezocht. Middenin de tumulus is een houten kamer; de vondsten zijn nu in Ankara. Hoewel het weleens het “graf van Midas” wordt genoemd, is het feitelijk van een van ’s mans voorgangers.

Tot slot

In dit deel van Turkije ligt ook Kayseri, het antieke Mazaka, met een mooi museum, en het wonderlijke landschap van Kappadocië, met rotswoningen en kerken (zie boven). Allemaal werelderfgoed.

In het zogenaamde “graf van koning Midas” in Gordion

En nog even iets over Ankara, de hoofdstad van Turkije. Hier is het mausoleum van Atatürk, dat u niet mag overslaan. Dat geldt ook voor het museum voor de Anatolische Beschavingen, dat bij mijn laatste bezoek nog een week of twee geopend zou zijn en dan dicht zou gaan voor een langdurige verbouwing. Ik heb begrepen dat er een totaal nieuw Turks museum gaat komen, met ook voorwerpen uit de gebieden waar de Seljuken en Ottomanen regeerden. Wat ik maar zeggen wil: het Turkse verleden is volop in beweging. Ik denk dat je in Centraal-Turkije iets meer proeft van de Turkse identiteit dan in de westelijke gebieden.

Boek om te lezen over het antieke Turkije: Christian Marek, Geschichte Kleinasiens in der Antike (2017).

#Alacahöyük #Ankara #Azatiwataya #Çatalhöyük #Boğazkale #Bronstijd #Cappadocië #Gordion #Hittieten #KaratepeAslantaş #Kayseri #Kültepe #MuwatalliII #NeoHittieten #Turkije #Yazilikaya

Moedergodin

Beeld van Matar (Museum van Gordion)

Bovenstaande foto is niet de mooiste uit mijn collectie. Het beeld staat in het museum van Gordion, even ten westen van Ankara. We bezochten dat deel van Turkije voor het eerst in 2003, toen ik bezig was met de documentatie van mijn boek over Alexander de Grote, en destijds waren de digitale camera’s nog niet zo best. Bij een tweede bezoek stond het beeld niet in de expositie. IJs en weder dienende zal ik echter snel zorgen voor een betere foto, want op de dag dat u dit (in Nederland voorbereide) stukje leest, ben ik opnieuw in Gordion, met een gloednieuwe camera.

Nu maar hopen dat Matar thuis is. Ze is een van de vele Anatolische moedergodinnen, die in dat gebied al sinds mensenheugenis worden vereerd. Er is een beroemd beeldje uit Çatalhöyük, uit pakweg 6000 v.Chr., terwijl we weten dat later “de zonnegodin van Arinna” een zeer belangrijke rol speelde in de cultus van de Midden-Bronstijd. Haar gemaal, “de weergod van Hatti” (een soort Zeus, staand op bergtoppen), was meestal haar ondergeschikte.

Moedergodinnen waren, anders dan men vaak aanneemt, in de oude wereld niet alomtegenwoordig. Dat wil zeggen, er werden wel overal godinnen vereerd en sommige daarvan waren ook moeders, maar in bijvoorbeeld Mesopotamië waren zij niet – of steeds minder vaak – de soevereine Schepper-godinnen die ze wel waren in Anatolië. Daar werden in het eerste millennium bijvoorbeeld Kybele en Leto vereerd, en de Frygische Matar, die hierboven is afgebeeld.  Niet zelden waren ze voorzien van een gemaal, die dan aan haar ondergeschikt was.

Helaas is er een soort zwaan-kleef-aan geweest waarbij al deze godinnen op één hoop werden gegooid. Het is makkelijk zoiets te doen, want ze vertonen inderdaad familiegelijkenis; de Grieken beschouwden ze al als manifestaties van één en dezelfde oergodin; we weten te weinig over de eigenlijke mythologie om de nuances te zien; en dus zijn alle moedergodinnen door negentiende-eeuwse onderzoekers aan elkaar gelijkgesteld. Deze hypothetische moedergodin die alle prehistorische volkeren vereerden, werd vanzelfsprekend uitgeroepen tot het archetype van de christelijke cultus van Maria.

Dit is echter veel te kort door de bocht. We hebben in feite geen idee hoeveel de dames gemeenschappelijk hebben, afgezien dan van het feit dat de Grieken vanaf pakweg de vierde, derde eeuw v.Chr. de neiging hadden ze een zekere exclusiviteit toe te kennen: wie een Moedergodin vereerde, kon de andere goden wel achterwege laten (“henotheïsme”). Het plaatselijke perspectief zou wel eens heel anders kunnen zijn geweest en ik zou zelf deze Matar nog niet meteen gelijkstellen aan pakweg Atargatis, Kybele, de Artemis van de Efesiërs, Leto, Hebat of hoe ze ook geheten mogen hebben.

[Dit was de zevende aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

#ArtemisVanEfese #Çatalhöyük #Frygië #Gordion #henotheïsme #Kybele #moedergodin #Turkije

Kybele in Anatolië

Kybele op een reliëf uit Karchemiš (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

De diverse volken in de Oudheid aanbaden vele, vele goden en godinnen. Een van de allerbekendste was de grote godenmoeder: de godin die ooit de andere goden, de eerste mensen, de dieren en de wilde natuur had gebaard. Kortom: de universele moeder. De mensen in Anatolië, zeg maar het huidige Turkije, vereerden haar onder diverse namen. Uit Hittitische bronnen kennen we haar onder de naam Hepat.

Uit het eerste millennium v.Chr. kennen we bijvoorbeeld de Leto van de Lyciërs en de Artemis van Efese. Matar, Agdistis en Kybele zijn de Frygische namen van de godin. De laatste naam zou gaan vanaf de vijfde eeuw v.Chr. gaan overheersen.

Voor ik verder ga ruim ik nog even een misverstand uit de weg: als godin van de geboorte was Kybele – of hoe we haar ook noemen – niet de godin van de vruchtbaarheid zelf. Een vruchtbaarheidsgodin is geen geboortegodin en vice versa.

Moedergodin uit Çatalhöyük (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Prehistorie?

Het is niet ondenkbaar dat de geboortecultus teruggaat tot de Steentijd. Beeldjes van vrouwen met grote borsten en buiken, gevonden in Çatalhöyük en Hacilar, suggereren dat moedergodinnen al in het zevende en zesde millennium voor Christus werden vereerd. Een Chalcolithisch beeldje van een vrouw in barensnood, gevonden in Mosfilia op Cyprus, kan bewijs zijn voor de verspreiding van deze cultus.

De eerste hoofdwet van de archeologie, dat je alles wat je niet kunt interpreteren maar religieus moet noemen, is echter wel van toepassing. Andere interpretaties zijn zeker denkbaar. Ik wijs er bovendien op dat een religieuze continuïteit van meerdere millennia makkelijker aan te nemen dan te bewijzen is. Oudheidkunde zijnde oudheidkunde en dataschaarste zijnde dataschaarste, weten we weer eens minder dan we weleens denken.

Beeld van Matar (Museum van Gordion; meer)

De Anatolische Kybele

Het eerste onbetwiste bewijs voor de cultus van Kybele, nog steeds Kubaba genoemd, komt uit Karchemiš, een belangrijke Neo-Hittitische stad aan de Eufraat. Een ander vroeg cultuscentrum was de berg Dindymon in het oosten van Frygië. In het nabijgelegen Pessinos, aan de voet van de berg, werd de godin, Matar en Agdistis genaamd, vereerd in de vorm van een grote zwarte steen. (Zo’n steen heet een baetyl en we kennen zulke culten ook uit bijvoorbeeld Oud-Pafos, waar de Cyprioten Afrodite vereerden.) Hoewel Frygië achtereenvolgens werd geregeerd door de koningen van Gordion, door de Lydische koningen in Sardes, door de Achaimenidische Perzen en door de Seleukiden, wisten de priesters van Kybele in Pessinos tot in de Romeinse tijd hun onafhankelijkheid te bewaren.

Misschien introduceerden de Frygiërs, die in de Vroege IJzertijd vanuit Thracië naar Anatolië waren gekomen, aspecten van de Thracische cultus van Dionysos. In elk geval hadden de rituelen voor Kybele een extatisch karakter. Dat was natuurlijk ook passend voor een godin van de wilde natuur. Een van deze rituelen was de zelfcastratie van sommige van de priesters, de galli, die berucht was in de antieke wereld. Ze deden dit om Attis na te doen, de geliefde van Kybele, die zijn geslachtsdelen had afgesneden in een staat van religieuze razernij. Zittend onder een pijnboom was hij doodgebloed. Of deze zelfcastratie altijd werkelijk plaatsvond of eerder symbolisch was, zoals christenen die het lichaam en bloed consumeerden van Christus, is weer eens niet uit te maken. Ik weet het althans niet.

Pessinos

Een van de belangrijkste ceremonies, het best bekend uit Griekse en Romeinse bronnen, werd gevierd aan het begin van de lente, in maart. De vereerders hakten dan een pijnboom om en brachten die naar de tempel. Hier werd de stam versierd met viooltjes, die druppels bloed van Attis voorstelden. De hogepriester sneed dan in zijn arm en offerde zo wat bloed aan de godin. De andere priesters dansten en sloegen zichzelf, totdat druppels van hun bloed waren gevallen op de heilige dennenboom.

[Wordt vervolgd]

#ArtemisVanEfese #Attis #Çatalhöyük #baetyl #Dindymon #EersteHoofdwetVanDeArcheologie #Frygië #galli #Gordion #Hacilar #Hittieten #Karchemiš #Kybele #Leto #Lydië #Mosfilia #NeoHittieten #OudPafos #Pessinos #Sardes #vruchtbaarheidsgodin

Ancient Phrygian royal tomb linked to King Midas’ family unearthed in Gordion, Turkey

Archaeologists at Gordion, near modern-day Ankara in Turkey, have uncovered a remarkably well-preserved wooden burial chamber, which they believe may be that of a Phrygian royal family member, possibly a relative of King Midas...

More information: https://archaeologymag.com/2025/06/phrygian-royal-tomb-linked-to-king-midas/

Follow @archaeology

#archaeology #archeology #archaeologynews #kingmidas #gordion #tumulus #phrygian

Alexander de Grote in Pamfilië

Syllion

In het vorige blogje vertelde ik hoe Alexander de Grote in de eerste maanden van 333 v.Chr. langs de Lycische kust was getrokken. Na deze tocht kwamen de Macedoniërs aan in Pamfylië, een uitgestrekte vlakte in het zuiden van Turkije, die in het voorjaar even groen is als Holland of Vlaanderen. Net als de Grieken woonden de Pamfyliërs in met elkaar rivaliserende steden en ook hier gold dat de vijand van je buurman je vriend is. Anders gezegd: Alexander belandde in een politiek wespennest.

Het wespennest

Door zich te verbinden met het Lycische Faselis haalde hij zich een conflict op de hals met Termessos, en dat leidde er weer toe dat de Pamfylische stad Perge zich bij de Macedoniërs aansloot, wat op zijn beurt tot gevolg had dat die als vijanden werden beschouwd door de bewoners van Syllion en Aspendos. Met diplomatieke middelen zette Alexander de situatie naar zijn hand. Althans, dat dacht hij.

De Macedoniërs marcheerden verder langs de kust en bereikten de stad Side in het oosten van Pamfylië, waar de bergen, net als in Lycië, weer reikten tot aan de zee. Verder naar het oosten trekken zou betekenen dat Alexanders leger geen contact meer had met dat van Parmenion; en dat zou gevaarlijk zijn, temeer daar de bewoners van het bergland geen aanstalten maakten zich te onderwerpen. Een andere reden om terug te keren was dat de situatie in Pamfylië inmiddels toch uit de hand was gelopen. Dus maakte Alexander rechtsomkeert, maar niet dan nadat hij in Side een garnizoen had achtergelaten dat Pamfylië moest beschermen tegen de bergbewoners. Opnieuw een aanwijzing dat Alexander de gebieden waar hij doorheen trok, wilde behouden.

De rivier Eurymedon in Pamfylië, niet ver van Aspendos

Hij richtte nu zijn aandacht eerst op Syllion, maar begreep al snel dat deze op een tafelberg gelegen stad (zie de foto bovenaan) niet was in te nemen met het kleine leger dat hem vergezelde. Het volgende aanvalsdoel was Aspendos. De bewoners gaven zich over, beloofden extra tribuut te zullen betalen en stonden een stuk land af aan Alexanders bondgenoot Perge.

Gordion

Inmiddels was de winter voorbij en aangezien de Macedonische aanvoerders hadden afgesproken hun legers in Gordion samen te voegen, was het tijd Pamfylië te verlaten en naar het noorden te marcheren. Via Sagalassos (momenteel een opgraving van de universiteit Leuven) trokken de Macedoniërs landinwaarts. Alexander liet zijn jeugdvriend Nearchos achter als satraap van Pamfylië en Lycië en wees daarnaast Antigonos Eénoog aan als de generaal die de verzetshaarden moest opruimen.

Uitzicht vanuit Sagalassos; de troepen van het stadje bezetten bij de nadering van de Macedoniërs de heuvel vooraan.

Alexander zelf vervolgde ondertussen zijn weg naar het noorden. Hij passeerde Pessinos, waar hij zal hebben geofferd aan de Frygische moedergodin Kybele. De Macedoniërs trokken door een weids, hier en daar glooiend, boomloos grasland zoals nergens in Griekenland en Macedonië in deze uitgestrektheid voorkwam. Ik noemde het in het intro van het vorige blogje al. De vlakte was op een grandioze manier verlaten en de doortocht was daardoor niet zonder gevaar: het terrein was immers goed geschikt voor een onverhoedse cavalerie-aanval. Alexander moet dankbaar zijn geweest dat Parmenion het gebied al had beveiligd. Zonder problemen legde het leger ook de laatste etappes af en kwam aan in Gordion.

Frygië

Gordiaanse knoop

Daar, in de oude hoofdstad van Frygië, wachtten Alexander en Parmenion op de aankomst van versterkingen uit het thuisland en op de oogst. Ik heb al eens verteld hoe de soldaten zich verveelden en hoe Alexander besloot hun wat vermaak te bieden. Er was een oude voorspelling dat wie de knoop kon ontwarren waarmee een dissel aan een bepaalde wagen was gebonden, koning zou zijn van Azië. Zoals bekend hakte Alexander, die het niet lukte de knoop los te maken en gezichtsverlies dreigde te lijden, de knoop met zijn zwaard door. De anekdote gaat feitelijk over de wijze waarop het Macedonische oppercommando een exit-strategie ontwierp: immers, “Azië” was ongedefinieerd, en Alexander kon op elk moment zeggen dat de profetie in vervulling was gegaan en opdracht geven tot de terugkeer.

Daar was op dat moment, voorjaar 333, aanleiding toe. Memnon van Rhodos, de Griekse huurlingenleider in Perzische dienst, was met een vloot actief in de Egeïsche Zee. Aangezien op elk Grieks eiland mensen woonden die hadden geprofiteerd van de heerschappij van de grote koning of een andere reden hadden de Macedoniërs te haten, boekte hij snel succes. Chios viel. Op Lesbos belegerde hij Mytilene. Hij naderde de Hellespont, waar hij Alexanders aanvoerlijnen simpel kon afsnijden.

De toekomst

Alexander reageerde op karakteristieke wijze: de aanval. Kort na het doorhakken van de Gordiaanse Knoop gelastte hij zijn verenigde leger om op te rukken, naar het oosten. Hoe het verder ging, heb ik eerder verteld: hij passeerde de Taurusbergen door de zogeheten Cilicische Poort, maakte onder verwarrende omstandigheden contact met het leger van Darius III Codomannus, en overwon. U leest hier meer over de slag bij Issos, die begin november 333 plaatsvond.

Ik vervolg deze reeks over Alexander de Grote begin juli met de belegering van de stad Tyrus. Als u niet zo lang wil wachten, kunt het verhaal ook lezen in mijn boek over de geschiedenis van Libanon, dat op donderdag 12 juni verschijnt en die avond zal worden gepresenteerd in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. U bent welkom!

#AlexanderDeGrote #AntigonosEénoog #Aspendos #Chios #DariusIIICodomannus #Frygië #GordiaanseKnoop #Gordion #Kybele #Lesbos #MemnonVanRhodos #Mytilene #Nearchos #Pamfylië #Parmenion #Perge #Pessinos #Side #Syllion #Termessos #Turkije

Alexander de Grote in Lycië

De rotsachtige kust van Lycië

In 2003 reisden mijn zakenpartner en ik Alexander de Grote achterna, dwars door Turkije. Ik heb veel mooie herinneringen aan die reis: Efes pilsen (dat overigens wordt gebrouwen in Izmir), de grafheuvels bij Troje, de weidse vlakte van Frygië, de geuren op de kruidenmarkt in Iskenderun. Maar vooral: de rotsige kust van Lycië. Alexander was hier in de eerste weken van 333 v.Chr., nadat hij veel te veel tijd had verspild aan de zinloze belegering van de havenstad Halikarnassos.

Lycië & elders

De daaropvolgende inname van de havens van Lycië was op zich nuttig, want ooit zou het resterende Perzische garnizoen wegvaren uit Halikarnassos, en als dan ook de Lycische havens niet meer in Perzische handen waren, zou het voor de Perzen lastig worden de Egeïsche Zee te bereiken. Onze bronnen besteden daarom veel aandacht aan Alexanders campagne, hoewel dat niet de belangrijkste Macedonische operatie van dat moment was. Dat was de verovering van het westelijk deel van de Koninklijke Weg, die vanaf Sardes landinwaarts liep, naar de Frygische hoofdstad Gordion. Wie die stad beheerste, had een basis om Anatolië te veroveren. Alexanders generaal Parmenion lijkt Gordion zonder slag of stoot te hebben kunnen innemen. Niet vreemd: de Perzen hadden het garnizoen laten vechten aan de Granikos, en dat hadden de meeste soldaten niet overleefd.

De Perzische tegenmaatregelen hadden, nu koning Darius III Codomannus niet beschikte over een leger in Anatolië, geen militair karakter. Het lijkt erop dat hij probeerde verdeeldheid te zaaien onder de Macedoniërs. In Parmenions leger bevond zich Alexandros van Lynkestis, de man die Alexander als eerste als koning had erkend na de moord op Filippos. Daarmee had Alexandros zich het leven gered, want twee van zijn broers zouden – zo dacht men, in het klimaat van paranoia dat de moord omgaf – betrokken zijn geweest bij de aanslag en waren terechtgesteld. Wegens die executies had hij redenen om Alexander te haten en Darius schijnt hem een vermogen in het vooruitzicht gesteld te hebben als hij de Macedonische koning uit de weg zou ruimen. Parmenion kon niet achterhalen of Alexandros gehoor aan die oproep had willen geven, maar stelde hem in verzekerde bewaring. Toen Alexander bijna vier jaar later afrekende met een samenzwering, ging de terechtstelling van Alexandros in een moeite door.

De troepen van Alexander en Parmenion waren niet de enige Macedonische legers in Anatolië. Een van onze bronnen, Diodoros van Sicilië, vermeldt dat ook andere Macedonische korpsen oprukten naar Frygië. Hun activiteit suggereert dat er nog weerstand tegen de Macedoniërs was. De aanpak van verzetshaarden bewijst echter vooral dat Alexander inmiddels van zins was het gebied te behouden.

Faselis

Alexander zelf was dus in Lycië. De kustweg voerde door een spectaculair, ruig landschap zoals de Macedoniërs nog nooit hadden gezien. Alleen het Tempe-ravijn was van een even rauwe schoonheid, maar dat lag ingeklemd tussen twee bergen en niet tussen een berg en de zee. Alexanders hofpropagandist Kallisthenes vermeldt dat er, toen de Macedoniërs het havenstadje Faselis passeerden, iets wonderlijks gebeurde: de zee zou met omslaande golven een soort knieval hebben gemaakt. Welk natuurverschijnsel bedoeld kan zijn, is onduidelijk, maar dat Azië alvast voor Alexander boog was te mooi om aan het thuisfront te onthouden.

[wordt vervolgd]

#AlexanderDeGrote #AlexandrosVanLynkestis #DariusIIICodomannus #DiodorosVanSicilië #Faselis #Frygië #Gordion #Kallisthenes #Lycië #Parmenion #Turkije

Perzisch Lydië

Een Lydiër (Persepolis)

In het vorige blogje vertelde ik over het ontstaan, de bloei en de ondergang van het IJzertijdkoninkrijk Lydië. Rond het midden van de zesde eeuw had de Perzische koning Cyrus de Grote het onderworpen. De eerste door hem aangewezen gouverneur werd geconfronteerd met een opstand, die echter werd onderdrukt. Vanaf nu was Lydië een Perzische satrapie, wat een duur woord is voor een grote provincie. Misschien moeten we de gouverneurs, de satrapen, wel aanduiden als onderkoningen. De nieuwe heersers verbeterden de zogeheten Koninklijke Weg die Sardes en Gordion verbond met de hoofdsteden van het Perzische Rijk: Sousa, Persepolis en Pasargadai.

Oroitos

De generaal die de Lydische opstand onderdrukte, een zeker Harpagos, lijkt vrij lang over het westen van Anatolie geregeerd te hebben. Nog lang daarna claimde een lokale dynastie in Lycië, het zuidwesten van het huidige Turkije, van Harpagos af te stammen. Zulke claims zijn weleens waar gebleken. Wat de waarheid ook zij, toen Cyrus in 530 v.Chr. overleed, was de hoogste bestuurde in Lydië een satraap genaamd Oroitos.

Tijdens de regering van Cyrus’ zoon en opvolger Kambyses (r.530-522) beheerde Oroitos westelijk Anatolië. Een verantwoordelijke positie, want de koning zelf was bezig met een oorlog in Egypte, dat hij annexeerde. In de chaotische periode na de dood van Kambyses veroverde Oroitos het Griekse eiland Samos. De lokale heerser, Polykrates, was een bondgenoot geweest van Egypte en dat bekocht hij met de dood.

Oroitos heeft vermoedelijk gewoon zijn plicht gedaan, maar met de annexatie van Samos was hij gevaarlijk machtig. Hij beheerde immers én het goud van Lydië én de vloot van Samos. Dat maakte hem tot een potentiële bedreiging van Kambyses’ opvolger Darius de Grote (r.522-486). Een moordenaar ruimde het probleem op. De satrapie kwam uiteindelijk in 513 v.Chr. in handen van Darius’ jongere broer Artafernes.

Cultuurcontact

Ten westen van Lydië lagen enkele grote Griekse havensteden, talloze Griekse eilanden en het Griekse vasteland. Dat betekende dat Lydië in de frontlijn lag toen de Griekse havensteden in 499 v.Chr. in opstand kwamen tegen de Perzen (de zogeheten Ionische Opstand). De Grieken plunderden de benedenstad van Sardes en hielden het, toen koning Darius eenmaal legers had gestuurd, nog vijf jaar vol. Artafernes verraste de Griekse wereld vervolgens door zijn milde behandeling van de verslagen rebellen, maar het lijkt er ook op dat rijke Perzische aristocraten allerlei geconfisqueerde landgoederen in handen hebben gekregen.

Een “meesteres der dieren” (Louvre, Parijs)

Er woonden al veel Iraniërs in Lydië, bijvoorbeeld als gedemobiliseerde soldaten. Er zijn legio aanwijzingen voor de verering van oosterse goden (bijvoorbeeld Anahita) en de “Iranificatie” van de oude Lydische goden. Zo stond de priester van de moedergodin Artimus/Artemis in Efese nog eeuwen bekend met de Perzische titel megabyxus, “degene die is vrijgemaakt voor de cultus van de god”, terwijl de bewoners van deze satrapie de Lydische god Pldans gelijkstelden aan de Perzische Ahuramazda – en ook aan de Griekse Apollo, want het was een smeltkroes van culturen.

Lydië bleef een frontlijngebied, want het was de vanzelfsprekende Perzische basis tijdens de militaire expedities die in 492, 490 en 480-479 plaatsvonden naar het westen. De eerste eindigde met de onderwerping van Macedonië, de tweede met verovering van Delos en het debacle bij Marathon, en de derde… het gangbare beeld is dat de Grieken de Perzen versloegen bij de zeeslag bij Salamis, maar de werkelijkheid is genuanceerder. Ik blogde er al eens over, namelijk hier, en laat de materie nu rusten. Feit is dat de Grieken uit het moederland de Griekse havensteden in Anatolië veroverden en dat de satraap van Lydië er weinig meer te zeggen had.

Lydië en Athene

Over het Lydië van de vier decennia na 480 is weinig bekend. De meeste Griekse bronnen zijn gericht op Athene, dat door een cordon sanitaire van Griekse havensteden in Azië was afgeschermd van Lydië en er weinig mee van doen had. Pas in 440 lezen we weer over Lydië, toen de satraap Pissouthnes probeerde het eiland Samos te heroveren, dat in opstand was gekomen tegen Athene. Het liep op niets uit. Toen Athene een decennium later verzeild raakte in de Archidamische Oorlog tegen Sparta (431-421 v.Chr.), probeerde Pissouthnes zijn invloed uit te breiden door vrijwel elke opstandige lidstaat van de Atheense alliantie, zoals Kolofon en Lesbos, te ondersteunen.

Een Perzische gouden armband uit Sardes (Neues Museum, Berlijn)

In 420 kwam Pissouthnes zelf in opstand tegen koning Darius II Nothos. We weten niet waarom. De koning stuurde een edelman genaamd Tissafernes naar Lydië, die hem uit de weg ruimde en als satraap opvolgde. Gedurende zijn eerste jaren in functie moest hij echter vechten tegen Pissouthnes’ zoon Amorges, die de opstand van zijn vader voortzette met hulp uit Athene.

Het was deze Atheense interventie in Lydië die koning Darius deed besluiten Sparta te steunen in de Dekeleïsche of Ionische Oorlog (413-404). De onderhandelingen werden gevoerd door zijn zoon Cyrus, die later eveneens in opstand kwam. Sparta stemde ermee in de Griekse havensteden in westelijk Klein-Azië niet te beschermen als Perzië zich er meester van maakte en kreeg in ruil de gevraagde steun tegen Athene.

De vierde eeuw

Sparta versloeg Athene en achtte zich, nu het de leider van de Griekse wereld was, aan zijn stand verplicht in te grijpen in Azië. Dit was in feite niet de afspraak, maar koning Darius was dood en de nieuwe koning, Artaxerxes II Mnemon, had andere zaken aan zijn hoofd: zijn broer Cyrus rukte tegen hem op. Ik blogde daar al eens over. De Spartaanse koning Agesilaos intervenieerde dus in Lydië. Een door de Perzen gesubsidieerde anti-Spartaanse coalitie dwong hem terug te keren (de Korinthische Oorlog).

Tempel van Artemis, Sardes

De volgende ons bekende satraap was Autofradates, een loyale dienaar van Artaxerxes toen die werd geconfronteerd met een reeks opstanden in het westen. Weer een andere satraap was Spithridates, die om het leven kwam toen de Macedonische koning Alexander in het voorjaar van 334 een inval deed in Klein-Azië. In de zomer van dat jaar gaf Sardes zich over. Voortaan werd Lydië bestuurd door Griekstalige gouverneurs, eerst als onderdeel van het rijk van Alexander, later door zijn opvolgers, nog later als onderdeel van het Seleukidische Rijk.

Doordat de vorsten vaak direct zaken deden met de steden, raakte de bestuurslaag waar Lydië bij hoorde, de satrapieën dus, grotendeels achterhaald. Van Lydië vernemen we weinig meer, maar het bleef toch bestaan als het kerngebied van het latere Pergameense Rijk en de – nog latere – Romeinse provincie Asia.

#AgesilaosII #Ahuramazda #AlexanderDeGrote #Amorges #Anahita #ArchidamischeOorlog #ArtafernesI #ArtaxerxesIIMnemon #ArtemisVanEfese #Asia #Athene #Autofradates #CyrusDeGrote #CyrusDeJongere #DariusIDeGrote #DariusIINothos #DekeleïscheOorlog #Efese #Gordion #Harpagos #IonischeOorlog #IonischeOpstand #KambysesII #Kolofon #KoninklijkeWeg #KorinthischeOorlog #Lesbos #Lydië #Marathon #Oroitos #Pissouthnes #Pldans #PolykratesVanSamos #Samos #Sardes #satrapie #SeleukidischeRijk #Sparta #Spithridates #Tissafernes #zeeslagBijSalamis

Het rijk van de Lydiërs - Mainzer Beobachter

Lydië was een schatrijk koninkrijk uit de IJzertijd. Koning Kroisos was spreekwoordelijk rijk - maar ging uiteindelijk ten onder.

Mainzer Beobachter

Het rijk van de Lydiërs

De Paktolos

De Lydiërs waren een IJzertijdvolk is het westen van wat tegenwoordig Turkije heet. Ik noem ze op deze blog regelmatig, maar heb nooit uitgelegd wie het nu eigenlijk waren. Dat moet maar eens veranderen.

Mira

Het land van de Lydiërs ligt aan weerszijden van de rivier de Hermos, waar ze hun hoofdstad Sardes bouwden op de plaats waar een ander riviertje zich met de Hermos verenigt: de Paktolos, die goudpoeder met zich meevoert. Met vruchtbaar land, water en goud was het succes van Sardes feitelijk al verzekerd. Al in de Bronstijd had hier een machtig koninkrijk gelegen, Mira, dat als hoofdstad Abasa had gehad, ofwel Efese.

Hoewel Mira aan het begin van de twaalfde eeuw v.Chr. – daar zijn de Zeevolken weer – verdwijnt uit de geschreven geschiedenis, is er aanzienlijke continuïteit tussen Mira en Lydië. De Lydische taal, die we kennen uit ongeveer honderd inscripties, is afgeleid van het Luwisch, dat in Mira de schrijftaal was geweest.

Gyges

De eerste Lydische vorst waarover we horen, was koning Gyges, de stichter van de dynastie der Mermnaden. Zijn regering wordt wel gedateerd tussen 680 en 644 v.Chr., en het laatste jaar is zeker omdat het ook wordt genoemd in een Assyrische bron. Het eerste jaar zal wel nattevingerwerk zijn geweest. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos schrijft dat Gyges de macht greep ten koste van een eerdere dynastie, die ruim een half millennium had geregeerd. Als alle jaartallen kloppen, begon die eerdere dynastie ruwweg waar Mira ophoudt, maar dat is vermoedelijk toeval.

Sardes

In feite is de geschiedenis van Lydië vóór de Mermnaden gewoon onbekend, hoewel de Hermosvallei op een bepaald moment deel moet hebben uitgemaakt van het koninkrijk Frygië, dat zich wat oostelijker bevond. Het ging in het eerste kwart van de zevende eeuw v.Chr. ten onder, toen de Kimmeriërs de Frygische hoofdstad Gordion verwoestten. Gyges zal daarvan hebben geprofiteerd, en kan de Kimmeriërs hebben afgeslagen.

Archeologen hebben vastgesteld dat Sardes in het tweede kwart van de zevende eeuw, dus een generatie na Gyges, al een indrukwekkende stad was met mooie huizen, bedekt met dakpannen. Niet zo vreemd natuurlijk, met een goudrivier binnen handbereik en een havenstad als Kolofon in het westen, aan de Egeïsche Zee. Gestaag wist Gyges zijn macht uit te breiden over westelijk Anatolië.

De Mermnaden

Gyges’ succes was tijdelijk. Hoewel de koning van de Lydiërs zich had verbonden met Assyrië, moest hij toezien dat de Kimmeriërs in 644 terugkeerden. Hij werd verslagen en sneuvelde, maar Sardes bleef veilig en het waren de Griekse steden die de ellende te verduren kregen. Het nieuwe koninkrijk was echter sterk genoeg om de gewelddadige dood van de stichter te overleven. Gyges’ zoon Ardys volgde hem op en begroef zijn vader op de vlakte benoorden Sardes, die in het Turks Bin Tepe heet, “de duizend heuvels”.

Bin Tepe

Ardys ging verder waar zijn vader was gebleven. en zette het beleid van zijn vader voort: met veroveringen en verdragen breidde hij de Lydische invloedssfeer uit. In het westen veroverde hij bijvoorbeeld de Griekse stad Priene en sloot hij een verdrag met Milete. Maar het belangrijkste is dat Ardys – zo lijkt het; er is wat discussie – als eerste muntstukken liet slaan, vermoedelijk omdat een vaste coupure het eenvoudig maakte huurlingen te betalen. Bijna elke munt toont een leeuw, wat waarschijnlijk het heraldische symbool was van de Mermnaden.

Rond 625 v.Chr. volgde Sadyattes zijn vader Ardys op, maar hij is nauwelijks meer dan een naan. Zijn zoon en opvolger Alyattes is veel beter bekend. In het westen kon hij Smyrna veroveren, in het oosten nam hij Gordion en hij maakte ook voorgoed een einde aan de dreiging van de Kimmeriërs. De rivier de Halys, ten oosten van het huidige Ankara, was nu de grens van de Lydische invloedssfeer. Hier stuitte zijn leger op 28 mei 585 v.Chr. op de Meden. Omdat er een zonsverduistering was, werd de strijd afgebroken en aanvaardden beide partijen de rivier als afbakening van hun invloedssferen.

Kroisos versus Cyrus

Alyattes liet zijn rijk – zeg maar de westelijke helft van Turkije – na aan zijn zoon Kroisos, die vrijwel alle nog onafhankelijke Griekse steden aan de Egeïsche kust onderwierp. In Efese bouwde hij het beroemde heiligdom van Artemis, of Artimus, zoals de Lydiërs zeiden. Kroisos’ hof was beroemd om de luxe en pracht; tot degenen die er op bezoek zouden zijn geweest, behoren de Griekse fabeldichter Aisopos en de Atheense staatsman Solon.

Lydische munt

Goudrijk als het rijk van de Lydiërs was, was het een natuurlijk doelwit voor de legers van Cyrus, de koning van Perzië. Als we Herodotos mogen geloven, besloot Kroisos de Perzische aanval vóór te zijn en stak hij de Halys over, Cyrus tegemoet. Hij zou zich hebben verbonden met de farao van Egypte, Amasis, en met de Spartanen in Griekenland. Misschien behoorde ook koning Nabonidus van Babylonië tot de anti-Perzische alliantie.

Cyrus versloeg Kroisos ergens ten oosten van de Halys, belegerde zijn tegenstander in Sardes en nam de stad in vóór de Spartanen of Egyptenaren de Lydiërs te hulp konden komen. De Babylonische Naboniduskroniek maakt duidelijk dat Cyrus zijn tegenstander liet executeren, en de Griekse dichter Bakchylides geeft dat indirect ook aan als hij zegt dat Kroisos was weggenomen naar de mythische Hyperboreërs in het uiterste noorden – naar een paradijselijk dodenrijk, met andere woorden. Een deel van Kroisos’ onderdanen lijkt te zijn gedeporteerd naar Nippur in Babylonië, waar kleitabletten een Lydische gemeenschap vermelden.

[Wordt vervolgd]

#Alyattes #AnatolischeTalen #Ardys #Artemis #Bakchylides #BinTepe #CyrusDeGrote #Efese #EgeïscheZee #Frygië #Gordion #Gyges #Hermos #Hyperboreërs #Kimmeriërs #Kolofon #Kroisos #LuwischeTalen #Lydië #Mermnaden #Milete #MiraBronstijdrijk #muntgeld #Naboniduskroniek #Paktolos #Priëne #Sadyattes #Sardes #schrijftaal #slagAanDeHalys #Zeevolken #zonsverduistering