De roeping van Matteüs

Caravaggio, “De roeping van Matteüs”

Toen ik onlangs het prachtige schilderij van Caravaggio in een stukje benutte, schoot me te binnen dat ik nog nooit had geblogd over het vergeten mirakel van de wonderbaarlijke naamsverandering. Ik begin even bij Lukas 5, gebaseerd op Marcus 2.14, en hier gepresenteerd in de Nieuwe Bijbelvertaling.

Jezus zag bij het tolhuis een tollenaar zitten die Levi heette. Hij zei tegen hem: “Volg mij!” Levi stond op, liet alles achter en volgde hem. Hij richtte in zijn huis een groot feestmaal voor hem aan, waarop een groot aantal tollenaars en anderen samen met Jezus aanwezig waren.

Wat me treft aan het doek van Caravaggio is hoe hij dat “Volg mij!” weergeeft. De tollenaar heeft niets te willen. En die tollenaar heette dus Levi. Hij was gewoon een van de leerlingen, waarvan Jezus er vele had, mannen en vrouwen. Het schilderij heet echter niet “de roeping van Levi” maar “de roeping van Matteüs”. Dat is vreemd.

Matteüs en Levi

Het kan nog gekker. Die Matteüs, die kennen we. Zijn naam prijkt op de lijst van de Twaalf, dat wil zeggen het team dat Jezus had aangesteld als leiders van het vernieuwde Israël. In de evangeliën van Marcus 3.15-19 en Lukas 6.14-16 is hij de zevende. Toen Lukas het lijstje minus Judas nog eens opnam in Handelingen 1.13 was die Matteüs de achtste van het dozijn. Marcus en Lukas noemen dus én Levi én Matteüs. Het zijn twee personen.

Maar nu pakken we het evangelie van Matteüs erbij. In het lijstje van de Twaalf (Matteüs 10.1-4) noemt hij wel Matteüs, inclusief diens beroep: tollenaar. Als de evangelist het verhaal over de roeping van de tollenaar vertelt, noemt hij deze niet Levi, maar Matteüs (Matteüs 9.9). Dit is waarom het doek van Caravaggio niet “de roeping van Levi” heet.

Ik heb geen verklaring voor deze aanpassing. Misschien had de man twee namen en wist de evangelist Matteüs dat wel terwijl zijn bron Marcus het niet wist. Misschien wilde de auteur van het eerste evangelie niet de indruk wekken dat er een leviet was in Jezus’ entourage. Maar waarom dan? In elk geval: de gelijkstelling van Matteüs, één van de Twaalf, aan een tollenaar is een redactionele ingreep van de evangelist Matteüs.

Thaddeüs

Een extra complicatie is nog dat de auteur van het Lukas-evangelie en de Handelingen een ander lid van de Twaalf niet kent, namelijk Thaddeüs. Marcus en Matteüs noemen hem als tiende, vóór Simon en Judas Iskariot; in de twee Lukas-teksten staat Simon op de tiende plaats en is de vrijgekomen elfde plek voor ene Judas, zoon van Jakobus.

Summa summarum: rond Jezus bestond een groep die men aanduidde als de Twaalf, we hebben vier lijstjes, we hebben dertien namen en de auteur van het eerste evangelie identificeert de achtste apostel met de tolgaarder Levi.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#apostel #Caravaggio #deTwaalf #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMarcus #EvangelieVanMatteüs #evangelist #HandelingenVanDeApostelen #JezusVanNazaret #Levi #leviet #NieuweTestament #tollenaar

Judas Iskariot

De dood van Judas Iskariot (Koninklijke Bibliotheek, Den Haag)

Mijn goede vriend Richard attendeerde me onlangs op een kort filmpje waarin een franciscaner monnik het revolutionaire karakter van het christendom beter samenvatte dan ik ooit eerder hoorde. Kijk, zei de man, niets is makkelijker dan te houden van Jezus. Die geneest mensen, doet wonderen en lijdt in jouw plaats. Iedereen zou sympathie voelen voor zo’n weldoener. Een goede christen, zo zei de monnik, voelt echter eveneens sympathie voor Judas. Ik heb nooit een oudhistoricus zó scherp horen uitleggen hoe vernieuwend het christendom is geweest.

Wat weten we echter over Judas, behalve dat zijn naam inmiddels synoniem is voor verraad? U raadt het al: we weten niet veel. Eigenlijk maar twee dingen. Eén: Judas behoorde tot Jezus’ inner circle, de Twaalf: de mannen dus die, na de grote kosmische ommekeer die Jezus en zijn volgelingen verwachtten, leiding zouden moeten geven aan het herstelde Israël. Twee: Judas leverde Jezus uit aan de autoriteiten in Jeruzalem. Aan die twee stukjes informatie kunnen we toevoegen dat de auteurs van het Nieuwe Testament al onzeker waren over Judas’ beweegredenen.

Iskariot

Daarover zo meteen meer. Eerst de naam. Niemand weet wat Iskariot betekent. Eén theorie kunnen we meteen terzijde schuiven: dat het een Aramese verbastering zou zijn van het Latijnse sicarii, “dolkmannen”. Dit is taalkundig onmogelijk. Nog onzinniger is de vervolghypothese dat Judas, behorende tot de stroming der sicariërs, een zeloot zou zijn geweest. De zeloten duiken in de geschiedenis pas op ten tijde van de belegering van Jeruzalem.

Iets minder implausibel zijn verwijzingen naar de Aramese woorden šqr, “liegen”, en skr, “uitleveren”, maar het veronderstelt dat we te maken hebben met een later gegeven bijnaam, waarvan de evangelisten niet meer wisten wat die betekende, zodat ze er een persoonsnaam van maakten. Erg waarschijnlijk is het niet, want de evangelist Johannes vertelt dat ook Judas’ vader, die Simon heette, werd aangeduid als Iskariot.noot O.a. Johannes 13.2.  De vader zou dus eveneens een slechte reputatie hebben gehad.

De minst slechte papieren heeft de verklaring dat Judas afkomstig was uit het dorpje Keriot, dat we kennen uit de IJzertijd.noot Jozua 15.25. Het is bij deze hypothese wel verondersteld dat dit dorpje na de zevende eeuw v.Chr. nog altijd bestond, en dat het al die tijd dezelfde naam heeft behouden.

Uitlevering

Wat bewoog Judas? Zoals gezegd wisten de evangelisten het al niet meer. De eerste van het viertal, Marcus, geeft althans geen verklaring.

Toen ging Judas Iskariot, een van de twaalf, naar de hogepriesters om Jezus aan hen uit te leveren.noot Marcus 14.10; NBV21.

Nu denkt u misschien: Judas vroeg toch om betaling, er waren toch dertig zilverstukken mee gemoeid? Maar geldzucht speelde geen rol bij Judas’ besluit naar de tempelautoriteiten te gaan. Het staat er simpelweg niet. Even later is er wel sprake van geld:

Toen de hogepriesters dit hoorden, waren ze opgetogen en beloofden ze hem geld te zullen geven.noot Marcus 14.11.

Beleefd als ze waren beloonden de hogepriesters Judas, maar geldelijk gewin was, althans in het Marcusevangelie, niet diens motief. De evangelist Lukas introduceert wél een motief: Satan had zich van Judas meester gemaakt.noot Lukas 22.3. De evangelist Matteüs introduceert eveneens een motief, en wel door de financiën niet het gevolg van Judas’ aanbod te laten zijn maar een voorwaarde:

Daarop ging een van de Twaalf, namelijk Judas Iskariot, naar de hogepriesters en zei: “Wat krijg ik van u als ik hem aan u uitlever?” Ze betaalden hem dertig zilverstukken.noot Matteüs 26.14-15.

Dit is een latere aanpassing van de oorspronkelijke informatie en de historicus mag het in principe negeren. In geschiedwetenschappelijk jargon: ten opzichte van Marcus is Matteüs elimineerbaar.

Desondanks is niet ondenkbaar dat Matteüs het bij het rechte einde heeft, want de evangelist Johannes insinueert iets soortgelijks. Hij vertelt namelijk dat Judas de beheerder was van de gemeenschappelijke kas van Jezus’ volgelingen en dat hij daaruit stal.noot Johannes 12.6. Twee bronnen zijn meer dan één, maar het kan natuurlijk zijn dat de eerste christenen zich al afvroegen wat Judas’ motivatie was, en dat er consensus groeide dat, aangezien geldzucht de wortel was van alle kwaad,noot 1 Timoteüs 6.10. financiële motieven wel een rol zouden hebben gespeeld.

Dood

Merk overigens op dat Judas alleen wordt gepresenteerd als informant – hij wordt nergens gepresenteerd als iemand die aanstuurt op een executie. De interpretatie die u misschien kent uit Jesus Christ Superstar, dat Judas wilde verhinderen dat de zaken uit de hand liepen, is niet onmogelijk. Maar we weten het feitelijk niet. Niettemin: de aanname dat Judas slechts als informant optrad, verklaart waarom Matteüs schrijft dat Judas zelfmoord pleegde nadat hij Jezus met een kus had geïdentificeerd en niet slechts de arrestatie maar ook de executie mogelijk had gemaakt. De woorden van Matteüs suggereren dat dit laatste niet de opzet was.

Toen Judas … zag dat Jezus ter dood veroordeeld was, kreeg hij berouw. Hij bracht de dertig zilverstukken naar de hogepriesters en oudsten terug en zei: “Ik heb een zonde begaan door een onschuldige uit te leveren.”

Maar zij zeiden: “Wat gaat ons dat aan? Zie dat zelf maar op te lossen!”

Toen smeet hij de zilverstukken de tempel in, vluchtte weg en verhing zich.noot Matteüs 27.3-5.

De auteur van de Handelingen van de apostelen meent echter dat Judas van de beloning voor zijn schanddaad een stuk grond kocht,

maar bij een val werd zijn buik opengereten, zodat zijn ingewanden naar buiten kwamen.noot Handelingen 1.18.

Ik weet dat middeleeuwse kunstenaars, zoals te zien in het plaatje hierboven, de stervende Judas afbeeldden met ingewanden die uit z’n buik springen door de schok waarmee de ongelukkige zich verhing. Zo kun je alles wel combineren. De historicus constateert de tegenspraak en accepteert dat hij het weer eens niet weten kan. De gelovige weet daarnaast dat hij niet alleen van Jezus maar ook van Judas moet houden, maar over die ethiek heeft de historicus, althans professioneel, geen oordeel.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

Zelfde tijdvak


De wederopstanding

januari 7, 2024
Joods monotheïsme

maart 17, 2013
De Brief van Jakobus

maart 12, 2023 Deel dit:

#deTwaalf #eliminatie #EvangelieVanJohannes #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMarcus #EvangelieVanMatteüs #HandelingenVanDeApostelen #JesusChristSuperstar #JudasIskariot #NieuweTestament #Satan #sicariërs #zelfmoord

Mattias, een van de Twaalf

Romeinse bijl (Noord-Brabants Museum, Den Bosch)

Historici zijn simpele mensen. Ze willen alleen maar weten hoe iets in het verleden is geweest. Zo simpel. Dat doen ze niet omdat ze het verleden inspirerend vinden of omdat ze aandrang voelen deze of gene praktijk verontwaardigd te veroordelen. Het is voor historici voldoende om gebeurtenissen, meningen of maatschappijstructuren te kennen. Gesubsidieerde historici spreken weleens over de relevantie van het verleden, maar daarvan hoeven wij ons niks aan te trekken. Het is immers voldoende dat verleden gewoon interessant is.

Wij hoeven slechts te constateren dat er in het tweede kwart van de eerste eeuw na Chr. binnen het jodendom een groep ontstond die “christenen” werd genoemd. Anderen mogen daarvan zeggen dat het christendom, van de vele wegen die naar de hemel leiden, een vrij directe is, of juist beweren dat de mensheid beter niet christelijk was geweest. Dat mag allemaal, maar de historicus heeft daarover, althans professioneel, geen mening. Die zet de feiten op een rij. Niet meer. Niet minder. De historicus is een simpel mens.

De apostelen en de Twaalf

Het is vandaag Pinksteren. Daarover heb ik al eens geblogd en ik laat het nu rusten. Interessanter vind ik vandaag het verhaal dat in de Handelingen van de Apostelen voorafgaat aan het Pinksterverhaal: de keuze van een nieuw lid van de Twaalf. Judas Iskariot was immers dood, er dus werd een vervanger gezocht.

Ze stelden twee mannen voor: Josef Barsabbas, die de bijnaam Justus had, en Mattias. … Ze lieten hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd aan de elf apostelen toegevoegd.noot Handelingen 1.23, 26.

Eerst een kleine kanttekening: rond Jezus bestonden diverse groepen, zoals de leerlingen, de (tweeën)zeventig apostelen en de Twaalf. Om hem moverende redenen stelt de auteur van het Evangelie van Lukas en de Handelingen van de Apostelen die Twaalf gelijk aan de apostelen. Ik heb geen idee waar die gelijkstelling vandaan komt, maar het is een relevant punt, want het betekent dat toen Lukas schreef, ergens rond 80 na Chr., het onderscheid tussen deze groepen niet meer duidelijk was.

Maar goed. De laatste zin zou dus ook kunnen luiden dat Mattias “aan de Elf werd toegevoegd”. En mijn simpele vraag is: is dat werkelijk gebeurd?

Argumenten

Zekerheid is er niet. Maar er zijn wel argumenten. Eén daarvan veronderstelt het zogeheten “criterium van de discontinuïteit” en de redenering is als volgt. Als in de jonge kerk de Twaalf een rol zouden hebben gespeeld, was het op dat moment belangrijk te vernemen hoe de Elf waren aangevuld. Maar de Twaalf spelen in het vroege christendom geen rol.

  • De Handelingen gaan over mensen als Petrus (wel een van de Twaalf), over de diakens zoals Stefanos en Filippos, en over Barnabas en Paulus, die zich in zijn eigen brieven apostel noemt maar nooit bij de Twaalf heeft gehoord.
  • De nieuwtestamentische brieven en vroegchristelijke auteurs noemen de Twaalf ook al niet bijster vaak.
  • Uit Lukas’ begripsverwarring blijkt dat hij ook niet meer precies wist wat de Twaalf waren.

De Twaalf kunnen, zo luidt de redenering, dus niet zijn verzonnen om een praktijk uit de vroege kerk te voorzien van een antecedent. Er is een discontinuïteit tussen de aanwezigheid van de Twaalf ten tijde van Jezus’ leven en de afwezigheid in de tijd erna.

Dit is natuurlijk niet het enige argument. Ook het “criterium van de gêne” is relevant. Dat Jezus door een lid van de Twaalf is verraden, is wel wat beschamend. Als de Twaalf zouden zijn verzonnen, zou dit niet zijn bedacht.

We hebben zo bezien twee aanwijzingen dat er een groep heeft bestaan die de Twaalf heet. En als die er is geweest, maar als die geen rol meer speelde toen Lukas eenmaal aan het schrijven was, dan zal de anekdote over de aanvulling van de Elf ook wel niet zijn verzonnen.

Complexiteit

Daar is ook een meer positieve aanwijzing voor: de complexiteit. Als Lukas alleen maar hoefde verzinnen dat de Elf een extra lid aantrokken, zou je iets hebben verwacht als “Mattias blonk uit in vroomheid en werd daarom gecoöpteerd”. De auteur heeft geen reden om het verhaal complexer te maken. Dat dit wel is gebeurd, suggereert dat de kandidatuur van Josef Barsabbas algemeen bekend was. Dat duidt minimaal op een heel oude traditie.

Wat we bij deze simpele vraag steeds zien, is dat we aannames doen over de vroege kerk en aan de hand daarvan redeneren of de Twaalf en de benoeming van Mattias eind eerst eeuw kunnen zijn verzonnen. Persoonlijk denk ik dat de aannames correct zijn en dat we dus kunnen concluderen dat ook het bestaan van de Twaalf en Mattias’ benoeming wel historische feiten zijn. Maar u merkt ook: hoe simpel de vraag ook is, er is aanzienlijke ruimte voor twijfel.

Meer valt er niet van te maken. Dat Mattias met een bijl zou zijn onthoofd, is middeleeuwse legendevorming. Romeinse bijlen waren daarvoor bovendien niet geschikt, daarvoor waren ze veel te klein, zoals het plaatje bovenaan dit blogje toont. Mattias is, net als Josef Barsabbas, een naam, niet méér.

#criteriumVanDeDiscontinuïteit #criteriumVanDeGêne #deTwaalf #EvangelieVanLukas #HandelingenVanDeApostelen #Lukas #Mattias #NieuweTestament

I’ve been resting, watching #DeTwaalf (in which 12 miserable Dutch people are a jury) and embroidering a little #BluePeter badge, because the Beloved Englishman never won one as a child. I think he’ll be very surprised! 😁